Voorwoord: samen zijn we sterker

Half februari speelde FC Utrecht in shirts waarop het NK-logo prijkte. Op de foto’s van die middag zien we duizenden enthousiaste toeschouwers dicht op elkaar in het Willem II-stadion. Dat lijkt nu haast iets uit een ver verleden, maar het is nog maar drie maanden geleden. Kort daarna ging Nederland op slot en was de coronacrisis ook in ons land een feit.

In de geestelijke gezondheidszorg hebben we het vaak over ‘levensgebieden’, zoals werk, wonen, sociaal leven, vrije tijd en financiën. We kijken naar de problemen die cliënten hebben op die levensgebieden, en wat ze op elk van die gebieden willen bereiken. Nu zien we dat ál onze levens drastisch zijn veranderd en ingeperkt op ál die gebieden. De manier waarop we ons werk doen (en of we überhaupt nog werk hebben), onderwijs volgen, zorg verlenen en zorg krijgen, winkelen, vrienden en familie zien, sporten, vrije tijd besteden: álles is anders. Nagenoeg alle plannen in onze agenda’s zijn doorgestreept. En wat de financiële schade is, begint nu pas langzaam in beeld te komen. Ons land, Europa, heel de wéreld zal de komende jaren niet meer hetzelfde zijn. En wordt misschien ook nooit meer hetzelfde: ‘het nieuwe normaal’ en ‘een nieuwe werkelijkheid’ zijn begrippen die je momenteel veel hoort.

Bij NK geloven we in samen Nieuwe Kansen creëren, maar dat klinkt op dit moment nog bijna té optimistisch. In heel Nederland is de ravage aangebracht door dit virus enorm. We zijn nog te veel bezig met het bevatten van wat dit virus betekent voor onze samenleving en onze organisatie, met het herstellen en beperken van schade, met het terug in de steigers zetten van de maatschappij en het weer op peil brengen van onze zorg, om nu al te denken aan Nieuwe Kansen. Ook binnen NK zijn we nog maar net begonnen met ons herstel, met onze eigen reis naar dat nieuwe normaal.

Als we kijken naar de afgelopen maanden, zien we dat mensen enorme veerkracht, flexibiliteit en creativiteit laten zien. Overal zien we fantastische initiatieven en vindingrijke oplossingen. Hele opleidingen worden nu, zo goed en kwaad als het kan, online aangeboden. Ehealth heeft een ongekende vlucht genomen. Overal komen ondernemers en werknemers met creatieve oplossingen voor de ‘anderhalvemetermaatschappij’. En ook heel bijzonder: we werken massaal mee met de nieuwe richtlijnen, we accepteren wat onacceptabel lijkt en we maken er met zijn allen het beste van. Zelfs uit deze ongekende crisis komen Nieuwe Kansen. Denk aan ontwikkelingen en innovaties op het gebied van digitale mogelijkheden.

Ook binnen NK zien we medewerkers in deze onzekere en soms veeleisende omstandigheden hun werk doen. Want onze zorg gaat ‘gewoon’ door! Waar mogelijk op afstand, waar nodig face to face en met de nodige aanpassingen. Ook binnen NK zijn in haast onmogelijk korte tijd nieuwe werkwijzen en nieuwe hulpmiddelen ontwikkeld. Of het nu gaat om preventie, reclassering, herstelondersteuning, begeleiding, behandeling of ondersteunende diensten: we zijn er voor elkaar en voor onze cliënten. Wat je in heel Nederland ziet, zie je ook binnen NK: we zijn samen sterker. Met onze collega’s en cliënten, maar ook samen met onze ketenpartners, werken we aan het nieuwe normaal. En hoe dat er ook uit gaat zien, één ding blijft hetzelfde: ook in deze nieuwe werkelijkheid zullen we weer samen Nieuwe Kansen creëren.

Sigrid Wijnbergh
Walther Tibosch
Raad van Bestuur Novadic-Kentron

Waldemar heeft zijn leven terug: behandeling van aanhoudende pijn en medicijnverslaving

Waldemar, 58 jaar, is niet zo’n prater. Hij is een harde werker, een sjouwer. Al op zijn zestiende is hij in de bouw begonnen als leerling-metselaar, en is daar altijd gebleven tot hij een aantal jaar geleden een rughernia opliep. Na zijn eerste operatie trad er wel wat verbetering op, maar na een tijdje kwamen de klachten terug. Een tweede operatie bracht helemaal geen verbetering. De pijn werd niet alleen erger, maar Waldemar kreeg ook andere klachten: in het bovenste deel van zijn rug, in zijn schouders en zijn nek. Hij kreeg oxycodon voorgeschreven: een zware, op opiaten gebaseerde pijnstiller. Vier jaar later kan hij bijna helemaal niets meer en beschrijft zijn leven als ‘één doffe ellende’.

Het verhaal van Waldemar wordt ons verteld door Katinka Damen, psycholoog en projectleider van de nieuwe behandeling voor aanhoudende pijn en medicijnverslaving. Al sinds de start van de pilot is het programma een groot succes, en NK staat dan ook op het punt om dit aanbod uit te breiden van regio Noordoost naar regio Midden. Om beter te begrijpen hoe aanhoudende pijn werkt, wat de invloed is van medicijngebruik en hoe we de cyclus van pijn en medicijnverslaving kunnen doorbreken, bespreken we de casus van Waldemar. Deze cliënt bestaat niet echt, niet letterlijk althans. Zijn verhaal is een samengestelde casus, gebaseerd op meerdere cliënten. Katinka: “Waldemar is fictief, maar zijn ervaringen zijn echt.”

Slopende pijn

Waldemars klachten zullen door veel mensen met aanhoudende pijn en langdurig medicijngebruik worden herkend: zijn leven is tot stilstand gekomen. De artsen kunnen geen goede verklaring vinden voor zijn pijn: de zenuw in zijn onderrug is vrij en op de rugfoto’s is alleen wat slijtage te zien. Maar de pijn is slopend. Waldemar is somber, hij slaapt slecht, hij kan zichzelf nergens meer toe zetten en elke beweging is een marteling. Hij is kribbiger, kan weinig hebben, en dat merkt zijn vrouw ook. Ze ziet wel dat hij pijn heeft, maar haar geduld raakt soms ook op. Waldemar zit de hele dag maar een beetje voor zich uit te somberen. Vroeger ging hij graag op pad, hij was altijd erg actief in de carnavalsvereniging en zomers ging hij graag fietsen. Maar dat kan allemaal niet meer.

Zijn huisarts is kwaad op hem geworden omdat hij al een paar keer meer oxycodon heeft gebruikt dan voorgeschreven, ook al is zijn dosering al erg hoog. Ze heeft met hem een afbouwschema afgesproken, maar zonder succes. Waldemar hoort ondertussen steeds meer over de nadelen van oxycodon en hoe verslavend het is. Dus als de huisarts hem wijst op het programma Behandeling aanhoudende pijn en medicijnverslaving bij NK, is hij wel geïnteresseerd. Dat hij dan “tussen al die verslaafden” moet gaan zitten, is nog even een drempel, maar zijn vrouw wordt zo boos bij de gedachte dat hij deze kans laat glippen, dat hij de stap toch zet.

Overbeschermend zenuwstelsel

Bij NK brengen we de klachten van Waldemar in kaart. Over afbouwen hebben we het nog niet. Eerst maar eens kijken wat hij zelf zou willen, waar hij het voor doet. Waldemar wil graag weer naar buiten kunnen, wandelen en fietsen met zijn vrouw. En: hij wil ook weer kunnen helpen bij het huishouden, want hij voelt zich nutteloos. We leggen hem uit hoe pijn eigenlijk werkt. Hij weet wel dat pijn een waarschuwingsfunctie heeft, maar het is een eyeopener voor hem als hij hoort dat pijn niet zozeer waarschuwt voor schade aan het lichaam, maar voor gevaar. Waldemar is tijdens zijn werk jarenlang over zijn grenzen heen gegaan. Vervolgens kwamen de operaties: voor zijn lichaam waren dat traumatische gebeurtenissen. Pijn die langer dan drie maanden duurt, komt vaak doordat het zenuwstelsel overbeschermend is geworden. Daardoor fluit zijn lichaam hem nu bij het minste of geringste terug.

Eigen pijndemping werkt niet meer

De langdurige pijnmedicatie heeft de situatie nog verergerd. Niet alleen is steeds meer nodig voor hetzelfde – of eigenlijk zelfs mínder – effect, ook hindert de pijnmedicatie de eigen pijndemping van het lichaam. Bij pijn maakt een gezond lichaam zelf stoffen aan die de pijn na verloop van tijd dempen, maar door de oxycodon werkt dit systeem niet meer. We gaan met Waldemar, ondersteund door vier groepssessies, bekijken hoe we zijn eigen pijndemping weer kunnen activeren. Leuke activiteiten ondernemen kan daarbij helpen. Waar geniet hij van? Als we in de groep doorpraten over interesses, blijkt dat Waldemar geboeid is door geschiedenis, met name alles rond de Tweede Wereldoorlog. Er blijken massa’s documentaires en series te zijn over dit onderwerp, dus we spreken af dat hij zich daarin gaat verdiepen.

“Oranje licht” opzoeken

Ook beginnen we met het minder gevoelig maken van Waldemars pijnsysteem. Waldemar voelt al pijn als hij alleen nog maar dénkt aan bijvoorbeeld stofzuigen, met name aan bukken. Door de pijn heengaan is absoluut uit den boze omdat dit het pijnsysteem alleen maar verder alarmeert. We geven hem het beeld van een stoplicht: bij groen kan je alles doen, bij oranje waarschuwt je lichaam met enige pijn dat je voorzichtig moet zijn, bij rood ga je over je grenzen heen. We leggen uit dat je het rode licht moet mijden, maar wel vaak oranje op mag zoeken, omdat je lichaam dan zo weer kan wennen. We beginnen ermee dat Waldemar drie keer per dag moet denken aan de beweging van bukken. En hij kijkt ook naar mensen die bukken (zijn vrouw doet yoga-oefeningen in de kamer). Na een week gaat hij voorzichtig zelf drie keer per dag één keer bukken. Ook pakt hij de stofzuiger vast, zonder er nog iets mee te doen. Dit wordt opgebouwd totdat hij na een aantal weken drie keer twee minuten kan stofzuigen. Waldemar gaat ook naar een fysiotherapeut die onderdeel is van het pijnnetwerk in de regio, die samen met hem heel geleidelijk oefeningen opbouwt.

Zenuwstelsel tot rust brengen

Pas nu gaan we de oxycodon afbouwen. We doen dit in de kliniek, waar we Waldemars enorme dosering oxycodon omzetten in een vergelijkbare dosering methadon – eveneens een opiaat. Het voordeel hiervan is dat methadon heel langdurig werkt en Waldemar dus niet meer pieken en dalen ervaart zoals bij oxycodon. De methadon wordt vervolgens geleidelijk afgebouwd. Ondertussen werken we samen aan het verder tot rust brengen van zijn zenuwstelsel. Ook stress zorgt ervoor dat het zenuwstelstel ‘gevaar’ ziet en dus met pijnprikkels reageert, dus we bespreken de negatieve gedachten die Waldemar stress opleveren. Zo heeft de arts terloops over de slijtage in zijn rug gezegd dat er op sommige plekken nauwelijks meer een beschermende laag zit: “het is bot op bot”. Als Waldemar beweegt en pijn voelt, ziet hij dat beeld van over elkaar schurende botten steeds voor zich. Dit soort gedachten onderzoeken we en Waldemar leert dat dit soort slijtage normaal is voor zijn leeftijd, en dat goede spieren dat goed op kunnen vangen. Het is niet zo dat die botten elkaar helemaal afschuren. Dat hij nu ook in zijn schouders en nek pijn heeft, betekent niet dat daar schade is: bij aanhoudende pijn wordt het zenuwstelstel steeds minder specifiek.

Bij het afbouwen merkt Waldemar dat hij op de goede weg is. De pijn wordt bij het afbouwen niet erger, maar zelfs ietsje beter. Hij leert hoe hij de klachten zelf beter kan opvangen, bijvoorbeeld met ontspanningsoefeningen en het onderzoeken van belemmerende, negatieve gedachten. Als Waldemar helemaal middelenvrij is, mag hij weer naar huis.

Emotioneel

Waldemar is er nog niet. Thuis komt er veel op hem af: zijn vrouw is zo opgelucht en enthousiast dat Waldemar bang is dat ze nu te veel van hem verwacht. Hij is veel angstiger en ook emotioneel: emoties die ook niet meer onderdrukt worden door de versuffende medicatie. Hij volgt enkele online modules om hiermee om te leren gaan en samen met de fysiotherapeut werkt hij verder aan het opbouwen van conditie en fitheid. In de groepen bij NK heeft hij lotgenoten leren kennen bij wie hij veel steun en herkenning vindt, en met hen gaat hij nu een paar keer per week ‘wandelvoetballen’. Soms heeft Waldemar een terugval en ervaart hij weer meer pijn, maar hij heeft nu een hele gereedschapskist om dit op te vangen. Laatst is hij weer een stukje gaan fietsen met zijn vrouw. Dat ging eigenlijk heel behoorlijk. Waldemar heeft nog een weg te gaan, maar hij heeft zijn leven terug.

Meer weten?

De behandeling Aanhoudende pijn en medicijnverslaving is te volgen in de regio Noordoost-Brabant (onder andere Den Bosch, Oss, Uden, Veghel) en vanaf heden ook in de regio Midden-Brabant, onder andere Tilburg/Waalwijk. Wilt u meer weten? Bel naar 073-689 90 90 of mail naar hulp@novadic-kentron.nl. Voor behandeling is een verwijzing van de huisarts nodig.

 

 

 

 

Hoe maken we NK rookvrij: vijf adviezen voor (zorg)organisaties die voor dezelfde uitdaging staan

Al enkele jaren is NK bezig met het rookvrij maken van de hele organisatie, zoals veel andere (zorg)instellingen. Op 1 januari is daarin een grote stap gezet: het rookvrij maken van de klinieken. Geen sinecure, bij een doelgroep waar roken meer regel is dan uitzondering. Van tevoren was er onder behandelaars instemming en begrip, maar ook weerstand en veel zorgen. Zouden de cliënten dit wel accepteren? Moeten behandelaars nu niet te veel ‘politieagentje’ gaan spelen? Komt dit de sfeer op de afdeling wel ten goede, en lopen de klinieken straks niet leeg? Nu de eerste maanden van 2020 voorbij zijn, vertelt kartrekker en teamcoach Anique Barten hoe het gegaan is. Wat heeft ze geleerd van dit traject? Vijf adviezen voor andere organisaties die voor dezelfde uitdaging staan…

Anique: “Een eerste grote stap was het rookvrij maken van de gebouwen en terreinen van NK voor medewerkers en ambulante cliënten. Vanaf juli 2017 mocht er nergens meer gerookt worden in én rondom gebouwen van NK, met uitzondering van de binnentuinen van de klinieken. Medewerkers mochten ook niet meer roken onder werktijd, wat wil zeggen dat ze niet meer samen mochten roken met cliënten. In de periode erna hebben we veel geïnvesteerd in het trainen en opleiden van behandelaars en het voorbereiden van de volgende stap: het rookvrij maken van de klinieken. Zo moest onder meer grondig worden uitgezocht hoe we nicotinevervangers gingen financieren en hoe we stoppen-met-rokentraining konden aanbieden binnen de DBC-structuur. Na het meten van het draagvlak onder medewerkers – dat gelukkig hoog bleek te zijn – konden we op 1 januari starten met rookvrije klinieken. Tabak in de klinieken is niet meer toegestaan, cliënten krijgen in plaats daarvan nicotinevervangers.” En daarmee komen we meteen op een zeer belangrijk advies…

Ga vooruit en laat je niet weerhouden door obstakels

Anique: “Op een bepaald moment hebben we gezegd: we gaan ervoor op 1 januari. We hadden onze medewerkers al zorgvuldig voorbereid, maar we wisten ook dat er nog heel veel vragen waren over de uitvoering in de praktijk. Wat als cliënten zich niet houden aan de afspraken bijvoorbeeld, gaan we dan sancties opleggen? Maar het is onmogelijk om alles van tevoren dicht te timmeren. Je gaat vooruit of je staat stil. We hebben besloten vooruit te gaan en de problemen – samen met de teams – op te lossen waar en wanneer ze zich voordoen.”

Stel je in op kleine stapjes

Vooruit gaan wil niet zeggen dat je maar nietsontziend door banjert. Anique: “Je moet je echt realiseren dat het een proces is, en dat je niet in één keer klaar bent. We wisten van tevoren dat er weerstand zou zijn, onder cliënten maar ook onder een deel van de behandelaars. Ja, er zijn nog steeds veel praktische problemen. Een deel van de cliënten op de kliniek, de inschatting is 10%, werkt niet mee of gaat eerder met ontslag omdat ze zich niet kunnen neerleggen bij het nieuwe beleid. Cliënten nemen vaker ‘wandelpauzes’ om stiekem te roken, en krijgen dan last van het teveel aan nicotine omdat ze ook nicotinevervangers gebruiken. En we merken ook dat teams er soms nog ambivalent in staan en dus ook niet altijd een eenduidige boodschap uitstralen. Er zijn nog altijd behandelaars die roken zien als een vrijheid, als een leefstijlkeuze. De vraag is in hoeverre je kunt spreken van een keuze bij een middel dat zo ontzettend verslavend is. En je kunt mensen inderdaad niet dwingen om te stoppen, maar omdat roken niet alleen buitengewoon schadelijk is, maar blijven roken óók de kans op herstel van je andere verslaving verkleint, hebben we de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk cliënten te motiveren om de stoppen. En dat werkt niet als andere cliënten nog wel gewoon roken, met sigaretten rondlopen en naar tabak ruiken.”

Sta stil bij de winst die je boekt

Maar Anique wil ook benadrukken dat er wel degelijk vooruitgang is: “Natuurlijk zitten we nog steeds midden in het proces, en de coronacrisis heeft dat proces niet bevorderd. Er is minder aandacht nu voor roken, terwijl we wel weten dat roken een risicofactor hierbij is. Dus daar proberen we nu aandacht voor te vragen. Maar ook na deze crisis zullen we obstakels tegenkomen, die vragen om aandacht en creativiteit. Een oplossing is niet altijd direct voorhanden, en dat hoeft ook niet, als je de grote lijn maar vasthoudt. En heel belangrijk: sta ook stil bij de winst die je boekt. Al vrij snel na de start van de rookvrije klinieken waren er ook afdelingen die aangaven dat het mee was gevallen. Er is meer rust op de afdeling, vooral ook ’s nachts, omdat cliënten niet meer rondspoken omdat ze moeten roken. Ook worden gesprekken niet meer onderbroken door rookpauzes, wat voor meer aandacht en focus zorgt. Een cliënt vertelde me dat hij altijd had willen stoppen, maar daar nooit prioriteit aan had gegeven door andere problemen, en nu lukte het wél, daar was hij zelf verbaasd over. Ook zijn er al een aantal cliënten die van plan zijn om het niet roken ook na de opname vol te houden. Ik word gebeld door medewerkers die ik helemaal niet ken, en die zelf spontaan bezig zijn met ideeën en oplossingen voor praktische problemen. Je merkt dat het leeft, dat het aandacht heeft. Het is een project dat langdurig aandacht vraagt, daarom is het essentieel om af en toe even afstand te nemen en te beseffen dat je al een heel eind gekomen bent.”

Doe het samen en blijf in contact

Daarbij is het ook noodzakelijk dat je het samen doet, zodat je elkaar kunt blijven motiveren en ondersteunen. Anique: “We hebben een projectteam waar ook enthousiaste artsen en medewerkers uit de teams bij betrokken zijn, dat is erg belangrijk. En we hebben in alle teams aandachtsfunctionarissen op dit thema, die regelmatig bij elkaar komen. Dat werkt heel goed, medewerkers leren van elkaar en geven elkaar tips. Het helpt ook om elkaar steeds weer te bevragen: ‘wat gaat er al goed en hoe kunnen we dat versterken?’ in plaats van ‘wat gaat er allemaal mis?’. In teams waar veel ambivalentie is onder medewerkers, zien we dat gedrag van cliënten dat tegen de afspraken ingaat, nog te vaak door de vingers wordt gezien. Door met de aandachtsfunctionarissen uit alle teams te spreken, kun je elkaar daar ook scherp op houden. En belangrijk is ook dat er iemand is die het project centraal kan ondersteunen en warm houden en die voortdurend in contact blijft met de teams.”

Zorg ervoor dat je managementteam ‘on board’ is

Daarmee komen we op het laatste, zeer belangrijke advies: zorg ervoor dat je managementteam dit project draagt. Anique: “NK was al jaren bezig met in stappen de organisatie rookvrij maken, maar een tijd lang is er weinig beweging geweest omdat NK andere prioriteiten had. Medewerkers konden niet worden vrijgemaakt om dit project van de grond te krijgen. Zonder het draagvlak van je management lukt dit niet, ze moeten echt ‘on board’ zijn. Je moet een portefeuillehouder in je MT hebben die zich hier hard voor maakt en die ervoor zorgt dat er capaciteit en budget beschikbaar komt. Je gaat namelijk een uitdaging aan die niet onmiddellijk voordelen oplevert, je moet iemand hebben op hoog niveau die hier gepassioneerd over is en blijft. Gelukkig hebben we dat nu, waardoor we grote stappen hebben kunnen zetten. Ja, het is hard werken, maar het is een kwestie van tijd. De norm van wat normaal is binnen de zorg, is aan het verschuiven. We zetten onze ingesleten aannames – dat cliënten niet zouden willen stoppen met roken, dat cliënten niet kúnnen stoppen – overboord. We vergroten onze kennis, verhogen de kwaliteit van onze behandeling en de kans op succesvol herstel. En we doorbreken onze automatismen. Even een sigaretje gaan roken met een cliënt ter ontspanning? Dat kan écht niet meer.”

“Soms vreselijk irritant maar ontzettend leuk”: werken met jongeren in de verslavingszorg

Ja, Denise Valk, teamleider jeugd, snapt heel goed dat ouders er soms helemaal klaar mee zijn, maar een behandeling voor verslaving is geen wondermiddel: “Het gebeurt dat ouders hun kind bijna letterlijk afzetten op de stoep met als boodschap: ‘Hier, neem hem maar op en stuur hem maar terug als-ie weer normaal doet.’ Zo’n uitspraak komt voort uit wanhoop en frustratie, de verhoudingen thuis zijn vaak volledig verstoord door de problemen van hun kind. De ouders zien de behandeling dan als de plek waar ál die problemen worden opgelost: je stopt het kind er aan de ene kant in, en het komt er gelukkig en gezond aan de andere kant weer uit. Maar zo werkt het niet: de problemen kunnen nooit los gezien worden van de omgeving. Ouders spelen een rol bij zowel het ontstaan van de problemen als het herstel ervan.” Wat die rol is, daar verschillen de ouders én het kind vaak van mening over…

Als medewerkers van het jeugdteam gaan uitvragen wat de problemen precies zijn, focussen de ouders meestal volledig op de problemen van hun kind. Denise: “Ze zien daarbij hun eigen rol over het hoofd. Ouders geven hun kind bijvoorbeeld wel geld om te kunnen gebruiken. Ze zeggen dan dat hun kind manipuleert en dreigt, maar juist dan is het cruciaal dat ouders leren op om een andere manier met hun kind om te gaan. Want zo houden ze het gedrag en gebruik in stand. Daarnaast staat het gebruik nooit op zichzelf: het is bijna altijd een uitingsvorm van een onderliggend probleem. Het gebruik heeft een functie, en het is belangrijk om samen met de jongere die functie helder te krijgen, zodat niet alleen het gevolg – het gebruik – maar ook de oorzaak kan worden aangepakt.”

De waarheid is niet belangrijk

Het standaard beeld is dat de jongere ooit begon met experimenteren, waarna het gebruik, gokken of gamen geleidelijk uit de hand liep. Denise: “Maar in negen van de tien gevallen zit er iets anders onder. Als je dan doorvraagt, hoor je bijvoorbeeld dat het gebruik pas echt fors werd na een scheiding of het overlijden of wegvallen van een van de ouders. Soms wordt pas duidelijk welke mechanismen een rol hebben gespeeld nádat gestart is met de behandeling. Als de jongere het gebruik afbouwt, komen vaak allerlei gevoelens en gedachten boven die waren gedempt door het gebruik. Dat kan om misbruik en mishandeling gaan, maar ook om minder extreme situaties. Een kind kan bijvoorbeeld het gevoel hebben dat hij of zij verwaarloosd werd, en dat zusjes en broertjes altijd werden voorgetrokken, waardoor er geen zelfvertrouwen is. Dat hoeft helemaal niet overeen te komen met het beeld dat de ouders hebben, maar wat nu precies de objectieve ‘waarheid’ is, is helemaal niet belangrijk: de jongere beleeft dit zo, dus hoe kunnen de ouders ervoor zorgen dat de jongere het gevoel heeft dat hij of zij gezien wordt, ertoe doet? Het delen van belevingen en emoties is een eerste stap om de jongere en de ouders dichter tot elkaar te brengen en patronen te doorbreken.”

Focus op wat wél goed gaat

De behandeling vraagt van ouders vaak dat ze hun kind vanuit een ander perspectief gaan bekijken. Denise: “Het gaat dan niet om schuld, maar om: ‘Hoe kan ik mijn kind ondersteunen bij het herstel?’ Dat betekent anders communiceren, maar ook meer focus leggen op wat wél goed gaat. Ouders kijken vaak alleen maar naar de problemen, terwijl er vaak ook nog gezonde stukken zijn. Een kind gaat bijvoorbeeld nog wel naar school, heeft vrienden, komt nog thuis eten. De jongere heeft al zo vaak gehoord wat hij of zij niet goed heeft gedaan, dat dit het gevoel kan versterken dat hij of zij niet goed genoeg is. Maar ook ontwikkelt de jongere hiermee een mechanisme dat vooral negatief gedrag wordt vertoond, want daaruit komt een reactie die voor de jongere bekend is. Dat dit vaak een negatieve reactie is, versterkt het negatieve gevoel weer. De kunst is om te focussen op wat de jongere wel kan, dit uit te vergroten en dit in te zetten als positieve vervangers voor gebruik. Begrenzing wanneer de jongere echt buiten het boekje gaat, is ook van belang. Duidelijke, voorspelbare kaders, zodat de jongere helder heeft wat de gevolgen zijn, zowel positief als negatief, van het gedrag. En vooral ook de jongere laten voelen dat je het samen doet en dat hij of zij mag leren. Dat zijn essentiële elementen om de jongere zich gesterkt te laten voelen.”

Praktische hulp thuis

Bij de behandeling wordt daarnaast gewerkt aan de verslaving, maar ook aan de onderliggende factoren. Denise: “Naast trauma’s zien we vaak psychiatrische problemen, zoals een angststoornis, ADHD of autisme. De behandeling is meestal poliklinisch – waarbij de jongere en de ouders voor afspraken naar een NK-locatie komen – maar als de jongere het thuis niet meer redt, kunnen we overgaan tot opname. En in 2021 hopen we te kunnen starten met een nieuw product: ambulante begeleiding. Daarbij bieden we laagdrempelige, intensieve hulp in de eigen omgeving van de jongere, waarbij we eerst kijken naar praktische problemen waar de jongere tegenaan loopt. Zijn er bijvoorbeeld problemen met school, is de jongere al lang niet meer naar de tandarts geweest, moet er iets geregeld worden met de gemeente…”

Aanleiding voor dit nieuwe product is de constatering dat de stap tussen het eerste contact en de behandeling soms te groot is. Denise: “Onze afdeling Preventie benadert bijvoorbeeld een jongere op een hangplek en weet de jongere te motiveren om hulp aan te nemen bij het aanpakken van probleemgebieden. Maar vaak komt zo’n jongere vervolgens niet meer opdagen. Door hem of haar thuis of in de wijk te bezoeken en eerst in te steken op praktische problemen waar de jongere op dát moment het meest last van heeft, bouw je een vertrouwensband op en kun je langzaam toewerken naar een behandeling die dieper ingaat op het gebruik en de psychische problemen die hieraan bijdragen. We willen hiermee starten in de regio Eindhoven en dit aanbod vervolgens ook in andere regio’s gaan aanbieden.”

“Corona is toch gewoon een griepje…”

Het team blijft gericht op de toekomst en het continu verbeteren van het aanbod, maar heeft op dit moment ook de handen vol aan het heden, want de coronacrisis heeft een grote impact op alle behandelingen bij NK. Denise: “Ja, het zijn bijzondere tijden… Voor onze jongeren in de kliniek betekent dit dat ze veel minder vrijheden hebben: ze mogen niet op verlof, er mag nauwelijks bezoek komen en ze mogen zelfs niet in hun eentje boodschappen doen. Omdat veel jongeren het gevaar van corona sowieso wegwuiven als ‘gewoon een griepje waar alleen oude mensen ziek van worden’, zijn er daardoor ook een aantal jongeren die de kliniek verlaten hebben. Hun insteek: ‘We mogen niks, ik ga me hier niet laten opsluiten.’ Dat is jammer, want hun problemen zijn natuurlijk niet verdwenen, dus de vraag is wat dit betekent voor hun herstel.”

“Voor andere cliënten zetten we de afspraken op locatie zo veel mogelijk om in afspraken via de telefoon of beeldbellen. Technisch gezien is dat vaak geen enkel probleem: jongeren hebben meestal de nieuwste telefoons, zijn goed bereikbaar en kunnen prima omgaan met alle toepassingen. Maar ze nemen de telefonische of video-afspraken toch vaak minder serieus. Ze kunnen zich moeilijk focussen, het gesprek mag vooral niet te lang duren en via beeldbellen zien we soms ook dat ze bijvoorbeeld nog gewoon in bed liggen. De jongere kan zich veel makkelijker onttrekken aan de zorg en voor ons is het ook lastiger om via beeldbellen te zien wat er nu écht aan de hand is. Voor jongeren is het moeilijk om de impact op lange termijn te zien, dat geldt voor corona maar ook voor hun eigen problemen. Dat maakt het nu wel extra ingewikkeld om hen betrokken te houden bij hun eigen behandeling.”

Straatratjes

De typische kenmerken van deze doelgroep maken het werk – zeker nu – soms uitdagend, maar voor Denise toch ook vooral heel leuk: “Ik heb het liefst de ongeleide projectielen, de straatratjes die binnen komen met een stevig imago. Ze zijn wild, naïef, dynamisch, soms vreselijk irritant, maar gebruiken ook veel humor en ze hebben ondanks alle ellende in hun leven veel toekomstperspectief, al zien ze dat zelf misschien niet. Ze zijn zelden tot nooit vanuit zichzelf gemotiveerd en door alle veranderingen in hun hormoonhuishouding is het niet de makkelijkste doelgroep. Dat vraagt veel van je als behandelaar: je moet echt creatief zijn, out-of-the-box willen denken, buiten de gebaande paden willen treden. Maar de band die je opbouwt, de rol die je in mag nemen in het veranderproces van de jongere in zijn leven, dat is heel waardevol. Het vertrouwen dat de jongere in je heeft en de zoektocht, de struggle en alle positieve veranderingen die de jongere hiermee opdoet, zijn voor mij de motivatie om samen met het team te zoeken naar de best passende zorg en hoe wij hierop aan kunnen sluiten. Het is en blijft een fantastische doelgroep om mee te werken.”

[Het meisje op de foto is geen cliënt]

Preventie in coronatijd: “Ik was bang dat ik de nonverbale communicatie zou missen, maar dat valt mee”

Dat corona ook een enorme impact heeft op de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg, zal niemand verbazen. Veel mensen zullen daarbij niet meteen denken aan de afdeling Preventie, maar ook hier waren drastische aanpassingen nodig. Plotseling kon er geen direct contact meer zijn met individuen en groepen mensen – toch de core business van onze preventiewerkers vóór de coronacrisis. Ouderavonden, deskundigheidsbevordering, lessen op scholen, KOPP/KOV-groepen, voorlichting op festivals en evenementen, advies- en nazorggesprekken met beginnende gebruikers, ouders en leerkrachten: het kon allemaal niet meer. Preventiewerkers vertellen welke invloed de coronacrisis heeft op hun werk. Over lachgastankdoppen, kwetsbare kinderen en thuisdrinkers.

Waar hangen de hanggroepen uit?

Patrick van Zon, outreachend preventiewerker in de regio Den Bosch Oss, zit in enkele gemeentelijke netwerkoverleggen en zoekt samen met jongerenwerkers hanggroepen op. Patrick: “Tsja, die hanggroepen zijn er nog wel, met name op parkeerplaatsen waar ze met hun auto’s bij elkaar komen. Maar op die momenten kunnen wij die groepen niet bezoeken, dan wordt het te druk en is het lastig om op afstand te blijven. Op dit moment rij ik met het jongerenwerk wel naar die plekken, allebei in de eigen auto, als er geen jongeren zijn. We kijken dan naar attributen die kunnen wijzen op gebruik, zoals doppen van lachgastanks. Zo houden we zicht op de markt. Contact met jongeren, maar ook met samenwerkingspartners, gaat nu vooral digitaal: met jongeren via WhatsApp en Facebook bijvoorbeeld, met netwerkpartners via beeldbellen en videoconferencing. Ook voor voorlichtingsboodschappen gebruiken we social media. Zo hebben we laatst met een aantal collega’s een filmpje gepost, waarin we wijzen op de extra risico’s van gebruik door corona.”

Gebruik tijdens coronacrisis extra risicovol

Daniëlle Ketelaars is coördinator van onze testlocaties. Daniëlle: “Wij adviseren om drugsgebruik zoveel mogelijk uit te stellen, zolang de coronarichtlijnen van het RIVM van kracht zijn. Drugsgebruik brengt altijd risico’s met zich mee, maar in de huidige situatie zijn de risico’s groter. Het gebruik van drugs verlaagt de weerstand en maakt gebruikers vatbaarder voor de negatieve gevolgen van het virus. Gebruikers die recentelijk drugs hebben gekocht die ze niet helemaal vertrouwen of waar ze nare ervaringen mee hebben gehad, kunnen nog wel terecht bij onze testservice. Dat kan niet meer door binnen te lopen, ze moeten een afspraak maken. En niet bij onze zeven locaties, maar slechts bij drie: Breda, Den Bosch en Tilburg. Naast het testen op afspraak  gelden vanwege corona ook nog extra voorwaarden: thuisblijven als jij of één van je huisgenoten verkoudheidsklachten heeft, alleen komen, altijd anderhalve meter afstand bewaren en voor de test je handen wassen. Er wordt niet op locatie getest, dus het sample wordt altijd opgestuurd voor analyse. We vragen daarom bezoekers vooraf een formulier te downloaden en in te vullen. Ook kan het hierdoor wat langer duren voordat de uitslag beschikbaar is.” 

Ook na de coronacrisis op afstand vinger aan de pols houden

Mathijs de Croon voert vooral motiverende en adviesgesprekken met beginnende gebruikers, ouders en leerkrachten. Mathijs: “Er komen niet veel nieuwe jongeren bij voor wie gebruik een probleem begint of is geworden. Dat is logisch, omdat de scholen dicht zijn en andere partners als jongerenwerk en politie ook nauwelijks meer contact hebben met jongeren. Ouders weten me nog wel regelmatig te vinden, dat gaat bijvoorbeeld via andere ouders. En wat ik merk, is dat jongeren met wie de gesprekken al gestopt waren, toch weer contact zoeken. Uiteraard gaan die nu telefonisch of via WhatsApp. In het begin was ik bang dat ik dan heel erg de nonverbale communicatie, gelaatsuitdrukking bijvoorbeeld, zou missen. Maar dat is meegevallen. Sterker nog, ik denk dat ik ook in de periode na corona meer op afstand een vinger in de pols ga houden. Een eerste gesprek en de afsluiting blijven bij voorkeur face to face, maar andere gesprekken kunnen prima op afstand.”

Negatieve spiraal

Alex van Dongen leidt verslaafde druggebruikers (voornamelijk GHB-cliënten) naar onze behandeling en ondersteunt hen na hun behandeling. Alex: “Wat de crisis betekent voor mij bij de begeleiding en ondersteuning van mijn klanten? Ik wil die vraag direct omdraaien: wat betekent corona voor de mensen die ik begeleid en ondersteun? Voor hen heeft deze crisis grote gevolgen. Veel GHB-gebruikers, maar ook gebruikers van andere middelen, zijn in een negatieve spiraal terecht gekomen waarbij op alle leefgebieden problemen zijn ontstaan. Sommigen raken uiteindelijk dakloos. Er is altijd wel enige motivatie om aan hun herstel te gaan werken. Maar de voorwaarden om in behandeling te kunnen, vragen veel administratieve handelingen. Zo heb je bijvoorbeeld een ID nodig. En zo’n aanvraag gaat nu aanzienlijk lastiger door onder meer beperkte openingstijden bij veel instanties, zoals de gemeente en banken. Ook hebben mijn cliënten vaak niet een mobiel die altijd werkt en opgeladen is. Daarom ga ik wel gewoon naar mijn cliënten toe, maar houd wel anderhalve meter afstand.”

Kwetsbare kinderen

Yvonne Rühl, senior preventiewerker met focus op KOPP/KOV (Kinderen van ouders met psychische problemen/kinderen van ouders met verslavingsproblemen): “Vanaf het begin van de coronacrisis was er in de media en vanuit de overheid ook aandacht voor kwetsbare kinderen. Dat zijn onder andere kinderen die deelnemen aan onze KOPP/KOV-groepen. De groepsactiviteiten voor deze kinderen, die we samen met de GGZ uitvoeren, gingen uiteraard niet door. We hebben de gezinnen echter niet uit het oog verloren. We bellen regelmatig met de kinderen of hun ouders en bespreken met hen wat we voor hen kunnen doen nu de groepen niet doorgaan. Voor de jongste kinderen hebben we een filmpje gemaakt met leuke activiteiten. Via sociale media hebben we onze netwerkpartners opgeroepen oog te hebben voor de stressvolle thuissituaties die in gezinnen met psychische problemen vaak voorkomen. Dat heeft geleid tot contacten met sommige gezinnen om hen een steuntje in de rug te geven. We belden regelmatig met deze ouders om ervoor te zorgen dat de stress niet te hoog opliep. Landelijk is er een speciaal coronadossier aangelegd waar NK Preventie aan heeft meegewerkt.”

Training voor naasten

Hiernaast is Yvonne Rühl actief op het gebied van betrokkenheid familie en andere naasten: “Onze afdeling geeft ook advies, informatie en ondersteuning aan mensen uit de directe omgeving van gebruikers. Naasten vragen steeds vaker hulp aan NK. Om deze reden hebben we de ondersteuning uitgebreid. Naast digitale ondersteuning en gesprekken is er nu een online naastenmodule en een CRAFT-groepstraining. De CRAFT-groepstraining leert naasten beter om te gaan met de verslaving in hun omgeving. Naasten leren beter voor zichzelf te zorgen en leren hoe zij een verslaafde kunnen motiveren om te stoppen of te minderen. Dit najaar starten we in de regio Oss met de CRAFT-groepstraining. Op maandag 18 mei geeft NK Preventie een webinar over de CRAFT-groepstraining, die alleen te volgen is voor de medewerkers van Ons Welzijn. Enerzijds om hen te informeren over dit aanbod en anderzijds om met hen in gesprek te gaan over de samenwerkingsmogelijkheden op dit thema.”

Stijging in alcoholgebruik

Bernard van ’t Klooster is aandachtsfunctionaris alcohol. Bernard: “De maatregelen tijdens de coronacrisis hebben invloed op het alcoholgebruik in Nederland. Veel mensen gingen meer drinken. Een logisch gevolg van het sluiten van de horeca, maar ook verveling en het mooie weer hebben hier invloed op. De toename van alcoholgebruik vergroot, met name in deze stressvolle periode, de kans op problemen. Jongeren lijken juist minder te drinken: de ziekenhuizen hebben de afgelopen maanden geen ‘comazuipers’ behandeld. Wij hebben voor netwerkpartners in het sociale domein en de eerste lijn, die regelmatig met alcoholproblemen te maken krijgen, tien tips uitgewerkt die zij kunnen gebruiken in deze coronatijd. We hebben deze verspreid via LinkedIn en onze eigen communicatiekanalen met het sociale domein. Dit heeft een aantal keer geleid tot vragen en casusbesprekingen. Ook zijn we een paar keer door de Brabantse kranten benaderd over de gevolgen van de coronacrisis voor het alcoholgebruik.”

Zelf informatie of advies nodig over hulp, gebruik of middelen?

Naast de aangepaste activiteiten van Preventie, zijn wij uiteraard ook telefonisch bereikbaar via Advies en Informatie op 073-689 90 90! Ook hebben we een Facebookpagina: Facebook Novadic-Kentron Preventie waar we actuele informatie plaatsen.

NK Nieuws in het Kort

Afgelopen jaren vond u in onze nieuwsbrief elk kwartaal een overzicht van de verschillende gebieden binnen onze zorg. Om u sneller te voorzien van de meest interessante informatie, selecteren we voortaan alleen de meest opvallende ontwikkelingen in één kort overzicht. Hieronder leest u meer over:

  • coronacrisis bij NK: zorg gaat “gewoon” door;
  • Vivian Keulards maakt nieuwe serie huisstijlportretten;
  • NK start consultatieproject voor huisartsen;
  • in 2019 weer meer bezoekers bij NK-testservice;
  • Forensische verslavingsafdeling opent Resocialisatie Unit;
  • verslavingsreclassering en de wet USB;
  • Housing First gaat cliënten nieuw bestaan bieden.

Coronacrisis bij NK: zorg gaat “gewoon” door

Nee, natuurlijk is er momenteel niets gewoon… maar NK blijft wél optimaal zorg bieden aan mensen met problemen door een verslaving. Uiteraard heeft de coronacrisis ook voor ons veel impact. Of het nu gaat om onze preventieactiviteiten, reclassering, hulp binnen de wijk, zorg in onze klinieken, poliklinieken, woonvoorzieningen, opvang, enzovoorts: overal hebben onze medewerkers creatieve oplossingen moeten bedenken om de zorg te kunnen voortzetten. We blijven ook nu mensen ondersteunen bij herstel van hun verslavingsproblemen! Dit doen we zoveel mogelijk op afstand, bijvoorbeeld via (beeld)bellen, maar ook face-to-facecontact is mogelijk. Daarbij passen we natuurlijk maatregelen toe zoals extra hygiëne en anderhalve meter afstand houden. We bekijken met elke cliënt wat mogelijk en gewenst is. Dit geldt ook voor nieuwe cliënten! Verwijzers kunnen dus ook nu “gewoon” cliënten naar ons doorverwijzen. 

Vivian Keulards maakt nieuwe serie huisstijlportretten

In 2016 werd de nieuwe huisstijl van onze organisatie ontwikkeld en gepresenteerd. Als prominent onderdeel van die nieuwe huisstijl heeft fotograaf Vivian Keulards destijds zo’n twintig (ex-)cliënten geportretteerd en voorzien van quotes die kracht uitstralen en laten zien dat er voor iedereen Nieuwe Kansen – de nieuwe pay-off van NK – liggen. Deze portretten zijn vanaf 2016 gebruikt in vele digitale en papieren huisstijluitingen van NK (website, social media, folders en brochures).

Vorig jaar was er behoefte aan een nieuwe serie en hebben we Vivian gevraagd die te maken. Twaalf cliënten in herstel werden bereid gevonden om mee te werken. Zij zijn geportretteerd en geïnterviewd voor passende quotes. Zondag 9 februari vond in de Willem Twee Toonzaal in Den Bosch de première plaats van de nieuwe portrettenreeks. [link map Kwartaalberichten 2020-4) ] Ook presenteerde Vivian het fotoboek ‘Voor Hans’ over haar pijnlijke en bevrijdende zoektocht rondom de dood van haar broer Hans. Hij was verslaafd en 38 jaar oud toen hij in 2005 in Berlijn overleed. Zijn dood was een feit, de oorzaak een taboe. Met ‘Voor Hans’ wil Vivian taboes doorbreken en het thema verslaving bespreekbaar maken. Aan deze middag werd ook meegewerkt door Ralf Mohren, docent Nederlands en auteur, die in herstel is van een alcoholverslaving en ook aan ‘Voor Hans’ heeft meegewerkt. Ralf las passages voor uit ‘Voor Hans’ en zijn autobiografische roman Tonic. Deze middag werd muzikaal omlijst door het Will Hawkins Collectief (de NK-huisband), dat een aantal passende nummers speelde.

De nieuwe portretten zullen in de loop van 2020 verschijnen in onze communicatie!

NK start consultatieproject voor huisartsen

Sinds 1 januari 2020 kunnen huisartsen (en artsen van ketenpartners) een verslavingsarts van Novadic-Kentron consulteren voor vragen over de patiëntenzorg. Dit project biedt artsen de mogelijkheid om gericht advies te vragen over een patiënt die (nog) niet is ingeschreven bij onze organisatie. Denk hierbij aan vragen rondom een patiënt op het spreekuur bij de huisarts die wil stoppen met alcohol, vragen rondom de afbouw van opiaten of adviezen met betrekking tot medicatie tegen zucht naar middelen.

Naast deze korte, vaak telefonische adviezen is het ook mogelijk om een verslavingsarts deel te laten nemen aan een face-to-facecontact, multidisciplinair overleg of casuïstiekoverstijgend overleg. Huisartsen die gebruik maken van praktijkondersteuners die vanuit NK gespecialiseerd zijn, kunnen snel gebruik maken van de consulten, aangezien deze praktijken al bij onze zorg zijn aangesloten. Deze consultfunctie voorziet duidelijk in een behoefte: vrijwel dagelijks komen er vragen binnen, meestal van huisartsen en artsen uit de LVB-sector die verstandelijk beperkte mensen begeleiden.

De huisartsen zijn geïnformeerd via hun huisartsenoverleggen. Ook zijn de praktijken waar de gespecialiseerde praktijkondersteuners al actief waren op de hoogte gebracht door projectleider Peter van Rijsbergen. Het consultatieproject wordt gecoördineerd door Janneke de Jong en de consultfunctie wordt uitgevoerd door verslavingsarts Tim van Grinsven.

Artsen die behoefte hebben aan een consult kunnen zich melden bij een van de recepties van NK, die ervoor zorgen dat ze teruggebeld worden door Tim of een collega.

In 2019 weer meer bezoekers bij NK-testservice

In alle grote gemeenten in ons werkgebied heeft Novadic-Kentron testlocaties, die onderdeel zijn van het landelijke Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) van het Trimbos-instituut. Het aantal bezoekers van de NK-testservice is in 2019 opnieuw toegenomen ten opzichte van de vorige jaren, wat blijkt uit de forse toename van het aantal ingeleverde ‘samples’: in 2018 waren dat er 1.676, in 2019 2.218.

Het grootste deel van de aangeleverde drugs bestaat uit xtc-tabletten (62%), gevolgd door cocaïne (8%), speed (7%), 2C-B (6%), MDMA-poeder (5%) en ketamine (4%). Xtc blijft het populairst. Zorgelijk is dat de hoeveelheid MDMA per pil de afgelopen tien jaar is gestegen: er zijn steeds meer hooggedoseerde pillen op de markt. Een hoge dosering MDMA vergroot ernstige gezondheidsrisico’s zoals oververhitting en een watervergiftiging.

Opvallend is de stijging van 2C-B: in 2019 werden drie en half keer meer 2C-B-samples ingeleverd dan in 2018. 2C-B is een tripmiddel met een stimulerende werking en komt meestal voor als pil, maar soms ook als poeder. Ook ketamine is vaker aangeleverd. Ketamine komt vrijwel uitsluitend voor in poedervorm en wordt wereldwijd vooral gebruikt als acute pijnstiller. De laatste tien jaar heeft het middel langzamerhand aan populariteit gewonnen als recreatieve drug.

Daniëlle Ketelaars nieuwe coördinator testservice

Vanaf 1 januari heeft Daniëlle Ketelaars het coördinatorschap voor DIMS van Charles Dorpmans overgenomen. Daniëlle is al enige jaren werkzaam bij Novadic-Kentron als preventiewerker in de regio Helmond.

Forensische verslavingsafdeling opent Resocialisatie Unit

Medio februari heeft de FVA een nieuwe unit geopend op locatie Vught, die als naam Resocialisatie Unit heeft gekregen. De eerste cliënten verblijven inmiddels op de unit, waar in totaal plaats is voor vier cliënten. De behandeling op deze unit staat in het kader van resocialisatie en een kansrijke terugkeer naar de maatschappij.

Cliënten van de unit dienen zich zelfstandig te kunnen redden in normale dagelijkse basisbehoeften zoals eten, zelfzorg en hygiëne. De behandeling op deze afdeling is gericht op actief oefenen van en effectief en efficiënt omgaan met verantwoordelijkheden in het kader van werk of opleiding en vrije tijd. Specifieke doelen worden opgesteld ten aanzien van werken aan een gezond netwerk, opbouwen van een sociale kring en het hebben van een dagbesteding of werk. Het verblijf op de unit is een tussenstap naar een eigen (begeleide) woonplek.

Verslavingsreclassering en de wet USB

Op 1 januari 2020 treedt de wet USB (Uitvoeringsketen strafrechtelijke beslissingen) in werking. Dat heeft gevolgen voor de werkprocessen van de verslavingsreclassering (VR). Doel van de wet is het versnellen en verbeteren van de uitvoering van een opgelegde straf en het verbeteren van de aansluiting tussen de ketenpartners. Dit betekent dat de organisaties in de executieketen, waaronder de drie reclasseringsorganisaties, anders gaan (samen)werken met verschillende ketenpartners.

Programmamanager VR Sinead Pothoven: “We staan voor de uitdaging om veranderingen die uit deze wet voortkomen, in de praktijk te brengen. Versnellen van de straf en het verbeteren van aansluiting tussen de ketenpartners, vergt een andere manier van samenwerken.”

Drie belangrijke wijzigingen voor de VR zijn:

  • De administratieve handelingen voor werkstraffen worden versimpeld en er gelden strakke termijnen voor werkstraffen.
  • Voor Toezicht wordt de opdrachtgever het Administratie- en Informatiecentrum voor de Executieketen (AICE). We adviseren aan het AICE over zaken als de tenuitvoerlegging van straffen, wijziging voorwaarden en verlenging van de proeftijd.
  • De datum van invrijheidstelling kan met de komst van de USB ook in het weekend of op feestdagen vallen. Wellicht is dan inzet van VR nodig of moet het toezicht al in het week­end worden opgestart.

Housing First gaat cliënten nieuw bestaan bieden: eigen huurhuis voor daklozen Den Bosch

Het project Housing First is een samenwerkingsverband van NK met Maatschappelijke Opvang, gemeente Den Bosch, Farent sociaal werk en Reinier van Arkel. Housing First biedt dit jaar twintig Bossche dak- en thuislozen een huurhuis. Zij worden intensief begeleid. Doel is met hen op termijn toe te werken naar een zelfstandig leven. Noortje Koolen van de Maatschappelijke Opvang coördineert dit project. Noortje: “Housing First is begonnen in de Verenigde Staten en bestaat in ons land sinds 2009. Er zijn op dit moment twintig initiatieven die behoorlijk succesvol zijn. Wereldwijde resultaten van Housing First laten zien dat gemiddeld acht van de tien personen duurzaam blijven wonen.”

Deelnemers aan Housing First hebben meerdere problemen (waaronder psychiatrische problematiek of verslaving), zijn minimaal 24 jaar oud en hebben binding met de gemeente Den Bosch. Noortje: “De deelnemers die tot dan op straat leven, krijgen direct een huurhuis. Ze worden daarbij intensief begeleid in het zelfstandig wonen en functioneren. Dat is de start van een herstelperiode en de eerste stap naar zelfstandig wonen en weer meedoen in de maatschappij. De deelnemers betalen de huur van hun uitkering en hebben dezelfde rechten en plichten als andere huurders. Aanvullende voorwaarden zijn dat ze onze begeleiders toegang moeten geven tot hun woning en hulp accepteren om hun huishoudboekje op orde te brengen en te houden. Deelnemers krijgen gemiddeld zes en half uur begeleiding per week, waarbij we – als daar behoefte aan is – ook met hen op zoek gaan naar werk of dagbesteding.”

NK is als samenwerkingspartner bij Housing First betrokken. NK heeft een deelnemerslijst voor Housing First opgesteld, neemt deel aan de projectgroep en levert de begeleiders, waaronder een ervaringsdeskundige.