Blog Walther Tibosch: er zijn grenzen…

In het park zie ik vier kinderen spelen rondom een bankje waar enkele ouderen gezellig zitten te keuvelen. De kinderen worden steeds luidruchtiger, baldadiger en brutaler. Ze vallen ook regelmatig de ouderen lastig. De ouders die even verderop zitten, zien en horen het gebeuren, maar gaan onverstoorbaar verder met hun activiteiten. De ouderen ondervinden steeds meer hinder en zien zich uiteindelijk genoodzaakt te vertrekken: de lol is eraf. 

Op werkbezoek in een van de klinieken zie ik cliënten en medewerkers actief in de weer met het voorbereiden van de lunch en een groepsbespreking. Eén van de cliënten is heel brutaal en zet een grote mond op. De medewerker wordt behoorlijk onheus toegesproken. De situatie gaat voorbij en de cliënt wordt er niet op aangesproken. Ik zag dat de medewerker aangedaan was. Ook niet bepaald motiverend als je je uiterste best doet om vervolgens te worden afgeblaft.

Dit zijn allebei voorbeelden van niet begrenzen. Om samen te kunnen leven in groepen, gezinnen, wijken, onze samenleving, is de basisvoorwaarde dat we rekening houden met elkaar. Er is een wederzijdsheid in ons doen en laten. Wat je doet, heeft invloed op anderen, en hoe die reageert, heeft weer invloed op jou.

Daarom zijn er grenzen aan ons gedrag. En daarom is het ook goed dat als iemand last heeft van het gedrag van een ander, dat die ander daarop wordt aangesproken. Kleine kinderen zijn de grenzen nog aan het verkennen. Ouders dragen bij aan hun ontwikkeling tot gezonde, sociale volwassenen als ze hun kinderen leren wat de consequenties van hun handelen zijn voor anderen en wat wel en niet op prijs wordt gesteld. Maar ook volwassenen hebben soms nog moeite om rekening te houden met anderen en hun eigen gedrag af te stemmen op hun omgeving. Als je dit gewoon maar laat gebeuren, zeg je eigenlijk: “Ik vind het acceptabel wat jij doet.”

De meeste mensen vinden het moeilijk om een ander aan te spreken. We verduren soms liever lange tijd dat iemand ons lastig valt, schoffeert of stoort, dan dat we er iets van zeggen. Maar als jij het belangrijk vindt om mensen fijn te behandelen, betekent dat niet alleen dat je je prettig gedraagt tegenover anderen, maar ook tegenover jezelf. Dat betekent dus ook dat jij jouw grenzen aangeeft. Met begrenzen dragen we bij aan een goede en positieve sfeer en een goed behandelklimaat in de klinieken, gezinnen, wijken en de samenleving. Fijn behandeld begint bij onszelf!

Voorwoord nieuwsbrief oktober 2019: iedereen is uniek

In onze maatschappij werken we graag met cijfers en in de verslavingszorg is dat niet anders. We willen weten of het gebruik van een bepaald middel toe- of afneemt, hoeveel cliënten voor welke problematiek in behandeling zijn, hoe oud ze zijn en hoeveel mannen en vrouwen onze populatie telt. We willen weten hoeveel effectiever een nieuwe behandeling is ten opzichte van de oude en hoeveel meer cliënten we in hoeveel minder tijd kunnen helpen.

Onderbouwing van ons werk met cijfers helpt bij het verbeteren en vernieuwen van onze zorg en ondersteuning. De verslavingszorg heeft de afgelopen decennia een ongekende professionaliserings- en kwaliteitsslag gemaakt en dat komt voor een groot deel doordat we meten wat we doen. We onderzoeken en gebruiken bewezen effectieve behandelmethoden. We nemen effect- en tevredenheidsmetingen af om zowel in de behandelkamer als op breder niveau verbeteringen door te kunnen voeren. We leggen verantwoording af aan onze financiers en maken precies duidelijk hoe hun budgetten zijn besteed. Zorg is duur, en om zorg ook duurzaam te maken, moeten we effectief en efficiënt werken. Tellen, meten, registreren.

Maar we moeten ervoor waken dat de persoonlijke verhalen niet onzichtbaar worden onder alle cijfers. Achter één getal kunnen werelden schuilgaan. Behandelaars zien talloze cliënten per jaar, maar op het moment dat ze de persoon niet meer als persoon zien maar als ‘productie’, gaat er iets heel erg mis. Daarom is het zo mooi dat onze behandelaars als je hen spreekt juist altijd hun passie laten zien, hun betrokkenheid bij het eigen, unieke verhaal van elke cliënt. Dat ze laten zien dat kleine stapjes, niet te vangen in welk cijfer dan ook, een enorme betekenis hebben. Dat ze laten zien dat je niemand op moet geven, dat je er moet zijn voor je cliënten. Dat je kunt werken binnen kaders die door cijfers zijn onderbouwd, zonder je hart voor de zorg te verliezen. En dat je verantwoorde, bewezen effectieve zorg kunt leveren en die zorg voor iedereen toch zo uniek kunt maken als die persoon zelf is.

Sigrid Wijnbergh en Walther Tibosch
Raad van Bestuur Novadic-Kentron

“Mijn zoon van zestien heeft geblowd! Is-ie nu verslaafd?”

De meestgestelde vragen aan Advies en Informatie

Wie vragen heeft over gebruik, verslaving of behandeling, kan terecht bij onze afdeling Advies en Informatie. Cliënten, naasten, maar ook huisartsen of andere professionals: A&I deelt graag haar kennis en tips met iedereen. Hoewel verslaving voor veel mensen nog een taboe is, schrikken A&I-medewerkers Ilke en Marieke van geen enkele vraag. Ze vertellen over de vragen die zij het meest krijgen, en wat ze daarop antwoorden. Dat zijn soms eenvoudige vragen, bijvoorbeeld over de kosten van cocaïne, maar ook heftige dilemma’s. Wat zou ú antwoorden op de vraag van een moeder: “Moet ik mijn gebruikende kind het huis uit zetten?”

“Is mijn kind misschien verslaafd?”

Ilke: “Het grootste deel van de telefoontjes die wij krijgen, is van naasten. Ouders bellen vaak als ze signalen bij hun kind zien waar ze zich zorgen over maken. Bijvoorbeeld slecht eten, tegenvallende schoolresultaten of veel van huis zijn.”

Marieke: “Of juist een kind dat zich opsluit in zijn kamer en urenlang zit te gamen. Wij stellen dan vooral vragen om een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen. Urenlang gamen hoeft helemaal geen probleem te zijn. Als een kind ook andere activiteiten heeft, regelmatig vrienden ziet, het op school naar zijn zin heeft, dan is er waarschijnlijk weinig aan de hand. Maar komen andere leefgebieden in het gedrang, dan gaan er bij ons wel belletjes rinkelen.”

Ilke: “Ouders willen ook graag weten of ze hun kind op gebruik kunnen laten testen, maar los van het feit dat dat bij ons alleen kan in combinatie met een behandeling, adviseren wij om vooral het gesprek aan te gaan. Kies een rustig moment, geef aan welke signalen je ziet en spreek je zorg uit. Ook is het belangrijk dat ouders zelf genoeg kennis hebben van de middelen die hun kind gebruikt. Lukt het om samen afspraken te maken? Zo nee, dan is het ook mogelijk om een laagdrempelig gesprek te voeren met een van onze medewerkers van Preventie.”

“Moet ik mijn gebruikende kind het huis uit zetten?”

Marieke: “Je hoort vaak dat ouders heel lang heel ver gaan om voor hun verslaafde kind te blijven zorgen, ook als dat kind al lang volwassen is. Zonder dat ze dat zelf door hebben, faciliteren ze de verslaving van hun kind. Ze betalen de rekeningen en de huur, lossen schulden af bij de dealer, enzovoorts. Maar daarmee houden ze de verslaving mede in stand en liggen de gevolgen onvoldoende bij de verslaafde. Voor ouders is het een verschrikkelijke beslissing om te besluiten: tot hier en niet verder. Aan de telefoon zeggen ze dan ‘Ik kan hem toch niet op straat zetten? Dan gaat het helemaal fout.’ En dat is ook vreselijk, want dan zien ze hun kind afglijden. Maar vaak ontstaat er pas motivatie om te veranderen als de verslaafde zelf alle gevolgen ervaart. Ouders kunnen er natuurlijk nog steeds zijn voor hun kind, maar het stoppen met faciliteren en het stellen van grenzen is wel belangrijk.”

“Mijn drinkgedrag zorgt voor steeds meer problemen, maar ik wil niet opgenomen worden!”

Ilke: “Natuurlijk bellen ook mensen die zelf problemen hebben door hun gebruik. Zoals een meneer die dagelijks drinkt, nu steeds meer ruzie krijgt met zijn vrouw en de zorg voor de kinderen niet meer aan kan… Je vraagt dan uit waar de problemen liggen, op welke leefgebieden, en wat de functie is van het gebruik. Wat levert de alcohol op? Deze meneer wist ook gewoon niet hoe hij in zorg kon komen. Voor een deel geef je dan praktische uitleg, maar in veel gevallen zijn wij het eerste contact, dus proberen we ook de drempel te verlagen. Want iedereen kan een verslaving ontwikkelen!”

Marieke: “Veel mensen denken ook dat ze opgenomen moeten worden, maar bij slechts 15% van onze cliënten is opname onderdeel van de behandeling. Het liefst behandelen we mensen ambulant. Verslaving speelt zich af in de eigen omgeving, dus willen we het liefst met de cliënt aan het herstel werken in de eigen omgeving.”

“Is hij nog wel te redden?”

Marieke: “Je merkt dat mensen over het algemeen heel weinig kennis hebben van middelen, verslaving en herstel. Bijvoorbeeld ouders die meteen in paniek zijn als hun zoon van zestien een keer heeft geblowd. Of een vrouw die vraagt of haar partner nog wel te redden is, terwijl hij zijn leven wel op orde heeft, maar drie keer in de week cocaïne gebruikt. Maar ook mensen die zich juist te weinig zorgen maken, zoals een vader die het niet nodig vindt dat zijn dochter – die met alcoholintoxicatie in het ziekenhuis belandde – een gesprek aangaat met Preventie. Want, zo zei hij, dat hoort er toch bij als je jong bent… Wij geven dan vooral uitleg over de risico’s, dat experimenteren er wel bij hoort, maar comazuipen toch echt niet…”

“Wat kost een gram cocaïne?”

Marieke: “Ook professionals bellen ons, bijvoorbeeld een gemeenteambtenaar die wil weten wat een gram coke kost – ongeveer € 50 – en die zich afvraagt of een bepaalde hoeveelheid drugs die bij een politie-inval gevonden is, wijst op dealen of op eigen gebruik. GHB in grote hoeveelheden kan nog steeds onder eigen gebruik vallen, maar in combinatie met een behoorlijk aantal xtc-pillen en grote geldbedragen lijkt het toch een ander verhaal te worden.”

Ilke: “Of een huisarts, die wil overleggen over een casus.”

Marieke: “Of begeleiders op woongroepen voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Overigens kunnen wij, los van telefonisch advies, ook afspreken dat onze afdeling Preventie met zo’n instelling in gesprek gaat, om te bespreken hoe het team met gebruik om kan gaan. We doen meer dan alleen advies en informatie geven aan de telefoon of via de chatservice vanuit het Trimbos-instituut. Zo kunnen bijvoorbeeld groepjes studenten van beroepsopleidingen, zoals SPH, social work of verpleegkunde, bij ons terecht voor een informatiebijeenkomst over verslaving en herstel, die we samen geven met een ervaringswerker.”

Ilke: “We zijn elke werkdag beschikbaar om direct mee te denken en te adviseren als het om verslaving gaat, en we doen dit met veel passie! Dus iedereen die vragen heeft of advies wil, bel of mail ons gerust!”

De afdeling Advies en Inschrijving is op werkdagen bereikbaar van 8.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer 073-689 90 90 en via de mail op hulp@novadic-kentron.nl. Ook via onze website kun je een vraag stellen of een terugbelverzoek sturen.

Waarom meer mannen dan vrouwen met verslaving kampen

“Jongens en meisjes krijgen andere boodschappen mee”

Cor Verbrugge, wetenschappelijk medewerker: “Ik werk al veertig jaar in de verslavingszorg, en in al die jaren waren er altijd veel minder vrouwelijke dan mannelijke cliënten. Die verhouding is tot op heden niet veranderd. Driekwart van onze cliënten is man, één kwart is vrouw.” De verschillen gelden niet alleen voor cliënten in behandeling, vrouwen drinken en gebruiken in het algemeen ook minder. Of het nu gaat om cocaïne, cannabis, xtc of GHB: mannen gebruiken anderhalf tot drie keer zo vaak drugs. Bij alcohol zijn de verschillen kleiner, maar ook hier zien we dat mannen vaker en meer drinken. Hoe komt dit?

Sensatiezoekers

Peter Greeven, hoofd behandelzaken: “We zien de verschillen tussen de seksen al ontstaan bij jongeren. Gebieden in het brein die verantwoordelijk zijn voor plannen en impulscontrole, ontwikkelen zich bij jongens later dan bij meisjes. Jongens lopen in hun puberteit een paar jaar achter in hun neurologische ontwikkeling. Tegelijk zijn jongens gemiddeld meer gericht op het zoeken van sensatie en nieuwe ervaringen. Ze gaan dus meer op pad, zijn meer geneigd om te experimenteren met middelen, nemen meer risico, en hebben tegelijkertijd ook minder controle als ze eenmaal gaan drinken of gebruiken.”

Cor: “Ook zijn er verschillen in wat we verwachten van jongens en meisjes, in de boodschappen die we hen bewust of onbewust meegeven. Jongens die stevig drinken zijn stoer, voor meisjes die veel drinken hebben we heel andere, minder vleiende termen. Wel zie je de normen daarin langzaam verschuiven, er komt meer gelijkheid tussen de seksen.”

Met het loon direct de kroeg in

Peter: “Vroeger hadden met name mannen makkelijk toegang tot drank. De eerste vormen van verslavingszorg kwamen tot stand doordat mannelijke arbeiders met hun loon direct naar het café gingen om het loon om te zetten in alcohol. Vrouwen zorgden voor de kinderen en waren meer gebonden aan huis. De zorg was toen vooral gericht op de mannelijke arbeider. Maar nu is de toegang tot alcohol niet alleen veel makkelijker geworden, maar ook gelijker tussen mannen en vrouwen. Je ziet dan ook bijvoorbeeld de laatste jaren dat de verhouding jongens en meisjes die met alcoholintoxicatie – comazuipen – in het ziekenhuis worden opgenomen, nagenoeg gelijk is. Meisjes en vrouwen maken hier helaas een inhaalslag.”

Stoerdoenerij

Cor: “We zien ook verschillen in hoe mannen en vrouwen omgaan met problemen. Vrouwen hebben meer de neiging problemen te internaliseren, mannen externaliseren. Simpel gezegd houdt dit in dat vrouwen over het algemeen meer reageren met angst- en stemmingsproblemen en mannen meer met ontwikkelings- en gedragsproblemen, zoals opstandigheid en ruzie zoeken.”

Peter: “Dat soort gedrag zorgt er niet alleen voor dat mannen vaker in de gelegenheid komen om naar middelen te grijpen, maar ook dat hun gedrag meer opvalt als ze afhankelijk van middelen zijn geworden. Jongens en mannen veroorzaken meer overlast en worden dus sneller geïdentificeerd als probleemgebruikers. Vrouwen blijven langer onder de radar. Zo had ik een cliënte die na een depressie en een scheiding twee flessen wijn per dag dronk, maar toch – op het oog – redelijk bleef functioneren en elke dag gewoon naar haar werk ging. Vrouwen zijn gemiddeld meer geneigd zich aan te passen aan hun omgeving en rekening te houden met de gevolgen van hun gedrag. En ook hier zijn het waarschijnlijk niet alleen neurobiologische verschillen, maar ook normverschillen. Openbare dronkenschap bij vrouwen wordt veel minder geaccepteerd dan bij mannen.”

Meer verborgen problemen

Cor: “Wel is het zo dat vrouwen weliswaar minder alcohol en drugs gebruiken, maar er tevens slechter tegen kunnen. Ze zijn lichter en hebben relatief meer vet en minder vocht in hun lichaam, dus zijn ze sneller dronken. Ook breekt het vrouwenlichaam alcohol minder snel af.”

Peter: “Die biologische verschillen zijn ook relevant voor de behandeling. Zo hebben vrouwen gemiddeld een lagere dosis medicatie nodig dan mannen. Bijna alle medicijnen worden getest op mannen! Pas de laatste jaren is hier meer aandacht voor. Maar verder is er bijna geen seksespecifieke hulpverlening meer, wat niet wil zeggen dat er op individueel niveau geen andere keuzes worden gemaakt: vaak ligt er een andere dynamiek onder. Opvallend is bijvoorbeeld dat we bij onze online behandeling juist meer vrouwen zien dan mannen. Dit lijkt er ook wel weer op te duiden dat verslaving en misbruik van middelen mogelijk een nog groter taboe is bij vrouwen: ze houden het nog meer verborgen, meer thuis. Online behandeling kan dan juist voor hen een ideale manier zijn om aan hun herstel te werken.”

Meer of juist minder praten

Peter: “De behandeling kan bij mannen ook een ander accent krijgen. Nog los van de individuele factoren die een rol spelen bij het middelengebruik, bijvoorbeeld vaker problemen met justitie, zijn mannen over het algemeen moeilijkere praters. Ze hebben behoefte aan een concrete aanpak, ze willen aan de slag. Een goede behandelaar houdt daar rekening mee. Tegelijk moeten ze ook leren om op een andere manier om te gaan met spanning en emoties, meer stil te staan bij de gevolgen van hun gedrag. Vrouwen zijn daarentegen soms geneigd om alles bij zichzelf te laten en juist te blijven hangen in praten. Dat kan ook voor een deel vermijding zijn: zolang je blijft praten, hoef je niet aan de slag met je problemen en verandering van je gedrag. Maar dit zijn generalisaties, er is vanuit de wetenschap weinig evidentie gevonden voor de meerwaarde van bijvoorbeeld aparte vrouwen- en mannengroepen. We zien in onze ervaringsgroepen ook dat iedereen toch herkenning vindt bij andere cliënten met verslavingsproblemen, of het nu mannen of vrouwen zijn.”

Meer weten over sekseverschillen en verslaving?

In de factsheet Sekse en gender bij problematisch alcoholgebruik of een stoornis in het gebruik van alcohol staan interessante cijfers en achtergronden bij dit thema, gebaseerd op de huidige stand van wetenschappelijk onderzoek.

Met een enkelband werken aan een beter leven

Elektronische controle bij de Verslavingsreclassering

Een van de middelen waarmee de Verslavingsreclassering toezicht houdt op haar cliënten – mensen die onder toezicht zijn gesteld – is de enkelband. Met deze elektronische controle (EC) kan in de gaten worden gehouden waar de cliënt zich bevindt. De band kan worden opgelegd bij zowel een ‘locatieverbod’ als een ‘locatiegebod’. Met andere woorden: de cliënt mag ergens niet zijn of moet juist ergens wél zijn. Hoewel de EC de vrijheid van cliënten beperkt, is het ook een belangrijk middel om cliënten te laten re-integreren in de maatschappij.

Marill Muijres is aandachtsfunctionaris EC bij de Verslavingsreclassering in Tilburg en legt ons uit hoe elektronische controle werkt en waarom het zo’n zinvol middel is. Marill: “Elektronische controle wordt ingezet als voorwaarde bij een ‘locatiegebod’ of een ‘locatieverbod’. Bij een gebod wordt in de gaten gehouden of de cliënt zich op de vastgestelde tijden op een afgesproken plaats bevindt. Bijvoorbeeld op afspraken bij de reclassering, op de dagbesteding, of ‘s avonds in zijn of haar woning. In principe kunnen alle cliënten een locatiegebod opgelegd krijgen. EC is inzetbaar bij vele delicten en op verschillende momenten in het strafproces, zoals verlof, schorsing van voorlopige hechtenis of voorwaardelijke invrijheidsstelling. Dat gebeurt altijd op advies van een van onze reclasseringswerkers. Een locatiegebod is geen alternatief voor detentie en ook geen bewakingsmiddel, maar wordt ingezet als middel om het dagelijks leven en het gedrag van een cliënt te reguleren en te structureren, bijvoorbeeld om weer een normaal dag- en nachtritme te krijgen, of om van verdachte locaties weg te blijven.”

Bijna nooit vernield

In de praktijk blijkt dat de enkelband bijna nooit wordt vernield. Marill: “Voor cliënten heeft de elektronische controle veel voordelen. De enkelband ondersteunt hun herstel. Het geeft cliënten een kans om weer een leven op te bouwen en betere keuzes te maken, bijvoorbeeld op het gebied van wonen en werken. Zo kan een gebod opgelegd worden voor de werkomgeving. Vaak hebben cliënten geen nuttige dagbesteding. De enkelband maakt het mogelijk om de cliënt te laten werken en weer te laten wennen aan een arbeidsritme. Dat kan een opstapje zijn om na afloop van de straf te blijven werken.” 

Bescherming slachtoffers

Naast een locatiegebod kan met EC ook een locatieverbod worden gereguleerd. Dat is bedoeld om een cliënt van een bepaald plek weg te houden. Marill: “Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de bescherming van eventuele slachtoffers of voorkomen dat slachtoffers opnieuw met de dader geconfronteerd worden. Er wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat de cliënt zich niet mag bevinden in de buurt van de plek waar het slachtoffer woont. Ook kan het verbod worden opgelegd om recidive te voorkomen. De cliënt mag zich dan bijvoorbeeld niet binnen een afgesproken straal van een uitgaansgebied of een verdachte locatie bevinden. Bijvoorbeeld een locatie waar veel gedeald wordt.”

Verdachte woning

Voorwaarde voor het gebruik van EC bij een locatiegebod is dat cliënten onderdak hebben. Marill: “Als ze geen eigen woning hebben, kan dat ook een tijdelijk onderkomen zijn. Het is een van mijn taken om te controleren of de woning of het tijdelijk onderkomen geschikt is. Van belang is in ieder geval dat er elektriciteit en GSM-bereik zijn en dat er geen signalen zijn dat het een ‘verdachte’ woning betreft. Het komt zelden voor dat we een onderkomen af moeten wijzen.”

De band is geen pretje

EC wordt opgelegd binnen een verplicht kader. Een cliënt die de band niet wil, loopt het risico dat hij in detentie gaat. Marill: “In de praktijk komt het eigenlijk nooit voor dat een cliënt weigert. Het dragen van de band is weliswaar zowel psychisch als lichamelijk geen pretje, maar heeft voor veel mensen toch de voorkeur boven opgesloten zitten. Je kunt weer werken aan je toekomst, eventueel een nieuw vak leren, een nieuw bestaan opbouwen en een ongezonde omgeving leren vermijden.”

Verboden gebied

En wat als de cliënt zich niet aan de afspraken houdt en bijvoorbeeld in een ‘verboden gebied’ komt?

Marill: “De band staat direct in verbinding met de meldkamer van de provider, die de melding zo snel mogelijk doorzet naar justitie, politie en reclassering. Als een van onze cliënten zich niet aan de afspraken houdt, krijgt de reclasseringswerker die toezichthouder is een signaal. De reclasseringswerker gaat zo snel mogelijk met de cliënt in gesprek over het verbreken van de bijzondere voorwaarde. Wat was er aan de hand? Waarom bevond de cliënt zich niet op de afgesproken plek? Afhankelijk van de situatie worden maatregelen genomen. In het uiterste geval kan de cliënt opnieuw de cel in moeten. Maar in de praktijk gebeurt dat niet vaak. Cliënten zien zelf ook duidelijk de voordelen van een enkelband.”

Nieuwe Kansen dankzij enkelband

Tot en met september is bij 31 cliënten van NK een enkelband geplaatst, landelijk was dat bij 291 cliënten. In de meeste gevallen (negen keer) gebeurde dat in het kader van een kort of lang verlof en   in het kader van een penitentiair programma. Vijf keer in het geval van een schorsing van preventieve hechtenis en vier keer betrof het een voorwaardelijke veroordeling. Marill: “Landelijk zien we dat het gebruik van de enkelband toeneemt. Dit is voor ons heel logisch: de enkelband is een manier om toezicht te houden, maar biedt tegelijk veel meer mogelijkheden om te re-integreren dan detentie. De enkelband geeft cliënten Nieuwe Kansen.”

Letterlijk en figuurlijk puinruimen

Begeleiding thuis bij cliënten met grote problemen

Meer overlast, meer ‘verwarde personen’: door de afbouw van opnameplekken in de ggz lijkt een aantal kwetsbare mensen nu tussen wal en schip te vallen. Ambulante behandeling kan iemand oplappen, maar terug in de oude omgeving – met alle oude, nog onopgeloste ellende – volgt vaak snel een terugval. Het streven om mensen in de wijk te houden, vraagt om nieuwe oplossingen. Zoals intensieve zorg aan huis. NK-medewerkers Bacha en Dennis helpen in opdracht van de gemeente (Wmo) hun cliënten met, nou ja, eigenlijk alles. Over praten tijdens het poetsen, appen over het eten, en tuinieren voor de rechtszaak.

Dennis: “Onze opdracht is: mensen zo lang mogelijk thuis laten wonen, met zo veel mogelijk plezier en zo weinig mogelijk overlast. En dan gaan wij kijken: wat is daar voor nodig? Dit zijn cliënten met problemen op veel gebieden, ook psychiatrische en verslavingsproblemen, maar onze hulp is meestal heel praktisch. Als je binnenkomt, tref je vaak een enorme rotzooi aan. Je stapt soms letterlijk over de vuilniszakken heen. Overal troep, alle administratie in zes plastic zakken. Ja, dan begin je met puinruimen. We proberen dat zo veel mogelijk samen met de cliënt te doen. Samen een kast opruimen geeft al meteen een goed gevoel. We bekijken wat de prioriteiten van de cliënt zijn. Administratie, de huur, contacten met familie, hobby’s? De verslaving is vaak niet het eerste waar je over begint.”

“Kom niet aan mijn drankgebruik”

Bacha: “Natuurlijk ligt onze deskundigheid wel bij verslaving, en gemeentes geven ook aan dat hier enorme behoefte aan is. Een ernstige verslaving is voor ons geen contra-indicatie, dus wij helpen cliënten die anders bij niemand terecht kunnen. Maar je hoeft het niet altijd over het gebruik te hebben. Cliënten zeggen soms aanvankelijk: ‘Kom niet aan mijn drankgebruik’. We focussen ons op dingen die de cliënt zelf belangrijk vindt. Maar als de dingen om je heen veranderen, als je positieve contacten hebt, er weer op uit gaat, overdag wat te doen hebt en minder eenzaam bent, dan krijg je vanzelf minder zucht en ga je ook minder gebruiken.”

Nachtelijke schreeuwer

Dennis: “Ik had bijvoorbeeld een cliënt die veel overlast veroorzaakte, die ’s nachts vaak liep te schreeuwen en harde muziek draaide. Hij dronk veel en zijn dag- en nachtritme was volledig verstoord. We zijn samen gaan bekijken wat hij leuk vond om te doen, en hij is uiteindelijk vrijwilliger bij een buurthuis geworden. Daardoor heeft hij meer structuur, heeft overdag bezigheden, drinkt minder en gaat ’s avonds eerder naar bed.”

Even appen

Bacha: “Herstel gaat in kleine stapjes en terugval hoort erbij. Dus als het een keer uit de hand loopt en iemand is totaal niet aanspreekbaar, dan houdt het niet op, maar kom je een andere keer terug. Onze begeleiding is frequent en persoonlijk. Een cliënt van mij wilde gezonder eten. We zijn toen samen gaan kijken naar recepten, samen boodschappen gaan doen. Dan stuur ik ook tussen de afspraken door gewoon een appje: ‘hoe was het eten?’. Op mijn opleiding leerde ik nog dat je vooral professionele afstand moet bewaren. Als een cliënt vraagt naar je weekend, zou je moeten antwoorden dat dat niet relevant is. Maar gelukkig zien we daar nu een kentering in, mede door de inzet van ervaringsdeskundigen. Juist het menselijke contact, de gelijkwaardigheid en nabijheid, heeft vaak een enorme toegevoegde waarde.”

Schoffelen en koken

Dennis: “Je hebt een grote impact op iemands leven, je bent in het begin soms de enige die deze persoon ziet. Die betrokkenheid bij het hele leven maakt mijn werk ook heel gevarieerd. Het ene moment staan we in iemands tuin te schoffelen, daarna ga ik met iemand mee naar de rechtbank, vervolgens zit ik met een cliënt op afspraak bij de cardioloog en ten slotte bezoek ik met iemand een cursus koken in het buurthuis. Omdat je actief bezig bent, maakt dat een goed gesprek ook gemakkelijker. Natuurlijk komt het ook voor dat je anderhalf uur aan de keukentafel over verslaving zit te praten, maar vaak ontstaan die gesprekken heel natuurlijk, bijvoorbeeld tijdens het poetsen.”

Eerlijk over verleden

Bacha: “Je merkt vaak dat mensen gaandeweg meer gaan vertellen over hun verslaving. Ook naar buiten toe. Er leven nog veel vooroordelen over verslaving, maar als je zelf open bent, dan merk je vaak dat de reacties veel positiever zijn dan je vreesde. Je zelfstigma belemmert je meer dan de vooroordelen van anderen. Als je open kunt zijn over je verleden en over moeilijke momenten die je ook nu nog tegenkomt, kan dat helpen om terugval te voorkomen. Ook dat is onderdeel van herstel, en ik vind het mooi dat ik iets kan bijdragen aan dat proces.”

Opnieuw beginnen na sekswerk

Dennis: “De begeleiding is langdurig, zodat we iemands leven hopelijk blijvend kunnen veranderen. Ik had een cliënte die in de prostitutie werkte en die na haar behandeling terugkwam in haar woning die ook haar werkplek was, dus waar letterlijk de klanten aanbelden. Ze had geen ander werk, geen hobby’s, haar financiën waren een puinhoop. We hebben samen een andere woning gezocht en een baantje, ze kreeg begeleiding van een instantie die vrouwen uit het sekswerk helpt. Nu kan ze ook écht opnieuw beginnen. Maar ook dan eindigt onze hulp niet bij het ‘puinruimen’. Hiervoor geldt hetzelfde als voor de detox: je kunt opruimen en schoonmaken, maar iemand moet ook leren zijn of haar leven blijvend anders in te richten en te onderhouden, tot mensen ook echt de voordelen ervaren van dit andere leven.”

Op je handen zitten

Bacha: “Mensen moeten zelf tot dat inzicht komen. Soms moet je op je handen zitten tot mensen zelf de keuze maken. Dat is soms heftig. Maar het is ook zulk mooi werk. Als ik iets kan toevoegen, een schakeltje kan zijn in het herstel van anderen, als mensen me bedanken omdat ik er voor hen was, dan heb ik een topdag, en die heb ik vaak. Dan zit ik ’s avonds in mijn auto naar huis, muziekje aan, en dan denk ik: hier doe ik het voor.”

Rechtszaken in het wijkgebouw

Wijkrechtbank Woensel kijkt op een nieuwe manier naar delicten

In onze nieuwsbrief van april hebben wij de start van de wijkrechtbank in de Eindhovense wijk Woensel aangekondigd. In de wijkrechtbank staat niet het strafbare feit, maar de mens daarachter centraal. Wijkbewoners die een relatief licht delict hebben gepleegd en daarover een bekentenis hebben afgelegd, worden voorgeleid voor de rechter. Dat hoeft niet in een officiële rechtbank plaats te vinden, maar kan gewoon in een locatie in de wijk. In plaats van boetes of gevangenisstraf worden de onderliggende problemen aangepakt. Bijvoorbeeld een uitzichtloze financiële situatie en torenhoge schulden, psychische problemen of een verslaving.

Er wordt dan een hulptraject opgestart, waarna de verdachte een aantal maanden de tijd krijgt om de problemen aan te pakken. Deze aanpak wordt nu uitgeprobeerd in de wijk Woensel. Sinds juni 2019 worden zaken behandeld midden in de wijk, in het wijkgebouw in Woensel. Een bijzondere plek voor een rechtszaak, maar de aanpak is dan ook bijzonder. Niet alleen justitie en de reclassering zijn betrokken, maar ook partijen die kunnen helpen bij het oplossen van de problemen van de verdachte, zoals de woningbouwvereniging, politie en het wijkteam WIJeindhoven. De wijkrechtbank is een pilot, waarbij een voorlopige procedure is vastgesteld die op basis van evaluatie bijgesteld wordt.

Problemen aanpakken

Karlijn de Vos van de verslavingsreclassering van NK: “De Officier van Justitie heeft tot nu toe acht zaken aangedragen voor de wijkrechtbank, bij vijf daarvan was ik betrokken vanuit de reclassering. Voor de zittingen vindt altijd een casebespreking plaats met alle betrokken instanties. Tijdens die bespreking worden de problemen achter het delict in kaart gebracht en worden afspraken gemaakt over de aanpak van die problemen. Dan volgt de eerste zitting, waarbij een plan van aanpak wordt afgesproken en in een proces-verbaal wordt vastgelegd.”

Als de cliënt akkoord gaat met het plan van aanpak, gaat hij of zij samen met de verschillende partijen aan de slag. Iedereen werkt vanuit de eigen expertise samen met de cliënt aan de oplossing van zijn of haar problemen, bijvoorbeeld het aanpakken van psychische problemen, het oplossen van conflicten met instanties of het opstarten van een traject bij de schuldhulpverlening.

Werkt de cliënt mee?

Karlijn: “Voor de tweede zitting plaatsvindt, wordt met alle betrokken partijen en de Officier van Justitie besproken of de cliënt voldoende meewerkt en of de aanpak daadwerkelijk leidt tot oplossingen. Dit wordt teruggekoppeld in de tweede zitting, waarbij de cliënt en de advocaat aanwezig zijn. Als de aanpak werkt en de cliënt zich goed inzet, kan de rechter de zaak voorwaardelijk seponeren, waarbij een proeftijd geldt. Als de cliënt zich tijdens die proeftijd aan de afgesproken voorwaarden houdt en zich geen nieuwe delictplegingen voordoen, wordt de zaak definitief geseponeerd. Als er nog onvoldoende vooruitgang is geboekt, kan een derde zitting worden afgesproken. Als helemaal geen voortgang is geboekt, wordt de zaak alsnog behandeld via de reguliere juridische weg en wordt de cliënt gedagvaard.”

Bedreigende sms

Karlijn licht de werkwijze toe aan de hand van een van de zaken die aan haar zijn toevertrouwd: “Het gaat om een man van een jaar of veertig, die medicatie misbruikt. De man heeft een grote schuldenlast, lichamelijke problemen en is aan het vereenzamen. Maar vooral zijn er problemen met wonen, net als in veel andere zaken. Hij woont zelfstandig in een aanleunwoning van een zorgcentrum en baalt ervan dat hij door de centrale ruimtes van andere bewoners moet om zijn hond uit te laten. De man heeft zijn bewindvoerder, die wegens schulden aan hem was toegewezen, per sms bedreigd en daarover een bekentenis afgelegd. In het proces-verbaal van de eerste zitting wordt afgesproken dat de verslavingsreclassering een agressieregulatietraining op maat aanbiedt, de woningbouw urgentie voor alternatieve woonruimte probeert te regelen en WIJeindhoven met zijn schulden aan de slag gaat. Daarnaast biedt WIJeindhoven hem wekelijks begeleiding op het gebied van wonen en welzijn.”

Diagnose

In de casebespreking voor de tweede zitting, wordt vastgesteld dat er nog onvoldoende voortgang is geboekt. Karlijn: “Het is nog niet duidelijk of de man een agressieregulatietraining aankan en voor een urgentieverklaring is meer diagnostiek nodig. Ook zorgt de schuldenlast nog steeds voor veel onrust bij de man. Via de huisarts is de man verwezen voor diagnostiek en zo mogelijk vervolgbehandeling bij OPSY van de GGzE. Die is vanwege een wachtlijst nog niet gestart. Daarom is tijdens zitting twee afgesproken dat een derde zitting nodig is. Die staat voorlopig gepland voor januari 2020, zodat er meer tijd is om de problemen aan te pakken en de voortgang hiervan te monitoren.”

Hoopgevend

Van de vijf zaken die aan Karlijn zijn toegewezen, zijn er nog drie in behandeling. Eén zaak is doorverwezen naar de reguliere rechtbank, omdat de cliënt tussentijds zijn akkoord met de bemoeienis van andere instellingen heeft ingetrokken. En één zaak wordt waarschijnlijk voorwaardelijk geseponeerd. We vragen aan Karlijn of zij vertrouwen heeft in het slagen van de pilot Wijkrechtbank. Karlijn: “De pilot is nog maar net gestart, dus het is nog te vroeg om nu al conclusies te trekken. Maar de ervaringen in Amerika met de ‘community court’, waarvan de wijkrechtbank is afgeleid, zijn wel zeer hoopgevend. En misschien is de belangstelling uit andere delen van het land een teken aan de wand. Inmiddels zijn delegaties uit Amsterdam en Rotterdam zich komen oriënteren in Woensel. Ik hoop dat de wijkrechtbank de tijd gegund wordt om zijn toegevoegde waarde te bewijzen!”

Cijfers eerste drie kwartalen 2019  

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers van de eerste drie kwartalen van 2019: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand in de eerste drie kwartalen van 2019.

Alle cliënten

In de eerste drie kwartalen van 2019 waren 6.622 cliënten in behandeling, versus 6.644 in de eerste drie kwartalen van 2018. Van hen zijn 814 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels).

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.254
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 1.064
Opiaten 770
Cannabis 815
GHB 174
Gokken 224
Medicijnen (o.a. benzodiazepines) 123
Internet (gamen, chatten, erotiek) 50
Ketamine 54
Xtc 7
Overig1 52
Onbekend2 1.035

 1 Bijvoorbeeld: lachgas, nicotine, hallucinogenen
2 Bijvoorbeeld omdat cliënten zich nog in de intake/diagnostiekfase bevinden, omdat ze alleen nog urinecontroles krijgen of omdat het cliënten zijn van de dag- en nachtopvang of een woonvoorziening.

Geslacht Aantal
man 5.032
vrouw 1.590

 

Leeftijd Aantal
< 18 46
18-23 567
24-50 4.250
>50 1.759

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In de eerste drie kwartalen van 2019 zijn in totaal 613 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (van wie 126 klinisch), versus 706 in de eerste drie kwartalen van 2018.

Primaire problematiek Aantal
Cannabis 233
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 99
Alcohol 59
Gamen 22
Gokken 31
GHB 10
Xtc 4
Opiaten 6
Overig 39
Onbekend 110

 

Leeftijd aantal
13 1
14 7
15 7
16 10
17 21
18 47
19 83
20 103
21 85
22 128
23 121

 

Geslacht Aantal
Man 495
Vrouw 118

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 juli 2019: 752
Aantal medewerkers per 1 juli 2019: 885

Aantal fte per 1 oktober 2019: 755
Aantal medewerkers per 1 oktober 2019: 885

Terugblik Novadic-Kentron algemeen derde kwartaal 2019

In dit artikel vindt u een terugblik op een aantal ontwikkelingen en gebeurtenissen binnen onze organisatie in het derde kwartaal van 2019. Lees meer over:

  • aansluiting van Novadic-Kentron tot netwerk Zorg van de Zaak definitief;
  • Sigrid Wijnbergh medebestuurder NK;
  • nieuwe Raad van Toezicht;
  • subsidie voor project ‘NK digitaal’;
  • versterkt aanbod voor naasten bij NK;
  • NK krijgt PSO-trede 2 voor sociaal ondernemen;
  • verplichte zorg vanaf 1 januari 2020. 

Aansluiting van Novadic-Kentron tot netwerk Zorg van de Zaak definitief

In april is bekendgemaakt dat Novadic-Kentron het netwerk van Zorg van de Zaak gaat versterken. Inmiddels is hiervoor goedkeuring verkregen van de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA) en de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Daarmee is de aansluiting definitief. Op 21 augustus werden in Utrecht de laatste officiële documenten ondertekend door de bestuurders van beide organisaties. NK gaat als stichting binnen het netwerk van Zorg van de Zaak op zoek naar Nieuwe Kansen en versterking van haar huidige activiteiten.

Het samengaan van NK en Zorg van de Zaak heeft voordelen voor beide organisaties. Door het bundelen van de expertise en de middelen van beide organisaties, ontstaat een sterke partij op het gebied van preventie en herstelondersteuning bij een riskante leefstijl en verslaving. Samen kunnen we mensen die uitvallen in onze samenleving beter ondersteunen bij hun herstel en het weer mee kunnen doen in de maatschappij, door een geïntegreerd en flexibel aanbod. Er ontstaat meer ruimte voor doorontwikkeling en innovatie van onze deskundigheid en aanbod. Hierdoor verhogen wij de kwaliteit van onze hulp- en dienstverlening en ontstaan er Nieuwe Kansen voor cliënten en medewerkers.

Sigrid Wijnbergh medebestuurder NK

Het eenhoofdige bestuur van NK, ingevuld door Walther Tibosch, is per 21 augustus uitgebreid tot een tweehoofdig bestuur met de benoeming van Sigrid Wijnbergh, de voormalige concern controller van NK. Hiermee is een sterk collegiaal bestuur geïnstalleerd, waarbij Walther Tibosch optreedt als voorzitter. Deze benoeming was nodig omdat Walther Tibosch is toegetreden tot de hoofddirectie van Zorg van de Zaak. Vanuit deze positie gaat hij zich richten op het waarmaken van de nieuwe kansen die voortvloeien uit de samenwerking van NK met de andere bedrijven in het netwerk van Zorg van de Zaak.

Nieuwe Raad van Toezicht

Door de afronding van de aansluiting bij Zorg van de Zaak moest een nieuwe Raad van Toezicht benoemd worden voor NK. Voorzitter Ton Kessels en leden Marianne Schlösser en Leo Simons zijn teruggetreden; Rob van Damme (huisarts en senior adviseur Bakenberg Consult) is op voordracht van de Cliëntenraad toegetreden tot de nieuwe Raad van Toezicht. Hiermee is kennis van NK en de voorgeschiedenis geborgd. Mevrouw Brechta Kuijpers (tot voor kort directeur bij Synergia Capital Partners) is voorzitter van de nieuwe RvT geworden en de heer Paul Löwik (senior adviseur bij Breuer & Intraval) completeert de raad.

Subsidie voor project ‘NK digitaal’

“Online is het nieuwe normaal” volgens Martin Reddemann, die samen met Maartje Boom projectleider is van ‘NK digitaal’. Dit voorjaar zijn zij gestart met een project met als doel dat iedere NK-cliënt straks een eigen portaal krijgt met toegang tot bijvoorbeeld een agenda met afspraken, een link naar digitale behandeling en gefaseerd steeds meer informatie uit het elektronisch patiëntendossier (EPD). Een tweede pijler is digitale behandeling, die naast face-to-facebehandeling een integraal onderdeel van het behandelaanbod moet worden. Dit najaar wordt gewerkt aan een online welkomstmodule, die ingezet kan worden tijdens de wachttijd, en een CRA-module, die straks standaard aan elke NK-cliënt wordt aangeboden. Ook wordt momenteel gewerkt aan een online module voor naasten en wordt nagedacht hoe we naasten via de digitale weg nog beter kunnen betrekken bij de behandeling.

Voor dit project heeft het ministerie van VWS een VIPP-subsidie (Versnelling Informatie-uitwisseling Patiënt Professional) toegekend voor een periode van twee jaar. Die subsidie heeft het mogelijk gemaakt om programmamanager Suus Theuws aan te stellen. Suus is GZ-psycholoog met managementervaring en begeleidt organisaties bij onder andere innovatieve healthconcepten en veranderopdrachten. Vanaf 11 november gaat Suus aan de slag met dit project.

Versterkt aanbod voor naasten bij NK

Steun van naasten is erg belangrijk voor het herstel van een verslaving. Daarvoor is het echter nodig dat naasten zelf ook steun krijgen. In het verleden is het NK-aanbod voor naasten ingeperkt door noodzakelijke bezuinigingen, maar NK heeft nu het besluit genomen dit aanbod weer te versterken. Er zijn plannen om in alle regio’s voorlichtingsavonden voor naasten te organiseren en een online module voor naasten wordt momenteel (door)ontwikkeld. Daarnaast zijn er plannen om groepscursussen voor naasten aan te bieden en ligt er een voorstel om een pilot op te zetten binnen een gemeente voor de inzet van CRAFT voor naasten van niet-ingeschreven cliënten (Community Reinforcement Approach Family Training). Binnen een CRAFT-training worden naasten vaardigheden geleerd om weer meer regie te krijgen over hun eigen leven, maar ook om anders om te gaan met het familielid met verslavingsproblemen. Dit om het herstel van dit familielid te bevorderen en deze indien nodig te motiveren professionele hulp te aanvaarden. Ook het aanbod voor kin­de­ren van ou­ders met ver­sla­vings­pro­ble­men wordt weer extra onder de aandacht gebracht (KOPP/KOV-groepen). Ten slotte wordt het aanbod voor naasten bij ketenpartners in de regio in kaart gebracht, zodat naasten daarop gewezen kunnen worden. Zo kunnen naasten zelf de keuze maken voor het best passende aanbod. Het management van NK heeft deze toekomstrichting goedgekeurd en de komende tijd gaan de teams aan de slag om de plannen uit te werken tot een concreet aanbod.   

NK krijgt PSO-trede 2 voor sociaal ondernemen

De missie van Novadic-Kentron is Samen Nieuwe Kansen Creëren. Wij zetten onze verslavingsdeskundigheid in voor een gezonder, socialer en veiliger Brabant, waarin iedereen kan meedoen. Het bieden van werkgelegenheid aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt sluit hier naadloos op aan. NK werkt met een doorgroeimodel, waarbij (ex-)cliënten hun ervaringen inzetten om anderen te helpen bij hún herstel. We bieden werkervaringsplaatsen voor herstelmedewerkers, stages en opleidingen, en werkgelegenheid aan gediplomeerde ervaringsdeskundigen. Daarmee levert NK toonaangevende, herstelondersteunende zorg én tegelijkertijd een bovengemiddelde bijdrage op het gebied van sociaal ondernemen.

De Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) is het meetinstrument en keurmerk van TNO dat de mate van sociaal ondernemen objectief meet en zichtbaar maakt. De PSO is inmiddels uitgegroeid tot de landelijke norm voor sociaal ondernemen. Het PSO-keurmerk heeft vier prestatieniveaus: de Aspirant-status, Trede 1, Trede 2 en Trede 3. Het idee achter de tredebenadering is dat organisaties kunnen groeien op de PSO-prestatieladder door op een duurzame wijze meer werkgelegenheid te bieden aan kwetsbare groepen in onze samenleving. NK heeft nu Trede 2 gekregen, en doet dat dus op het een na hoogste niveau.

Verplichte zorg vanaf 1 januari 2020

Op 1 januari gaat de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) in. Deze wet regelt de rechten van mensen die te maken krijgen met verplichte zorg in de ggz. Een belangrijke verandering is dat verplichte zorg straks ook buiten een ggz-instelling verleend kan worden. In een ambulante setting dus. Ook NK sorteert als verslavingsexpert voor op de nieuwe wet. NK werkt Brabantbreed en neemt deel aan meerdere speciaal ingerichte regio-overleggen. Hierin bereiden we samen met ggz-organisaties, gemeenten en het Openbaar Ministerie de implementatie van de wet voor. Graag geven we inzicht in ons aanbod vanaf 1 januari in het kader van de verplichte zorg:

  1. We blijven doen wat we al doen in de Bopz, dus we bieden verplichte zorg in de klinische setting. Daarnaast ontwikkelen we de verplichte zorg in de ambulante setting. Dit past bij de ambitie van NK. We blijven ook dezelfde doelgroep bedienen, met een vergelijkbaar zorgaanbod, met vergelijkbare afspraken met ketenpartners als nu binnen de Bopz.
  2. We kiezen ervoor om de uitvoering van de (ambulante) interventies geleidelijk in te zetten met inachtneming van jurisprudentie die de komende jaren zal verschijnen. We maken de keuze voor een beperkt aantal interventies, zoals “medicatieverstrekking” of “controle beïnvloedende middelen” en volgen de adviezen van de handreiking van GGZ Nederland.
  3. We gaan in 2020 door met de (door)ontwikkeling van het voorkomen en terugdringen van interventies verplichte zorg, zoals preventie, inzet van ervaringsdeskundigen of het interventieteam.

Terugblik Preventie en zorg derde kwartaal 2019

Novadic-Kentron biedt een breed pakket aan preventie en zorg. Preventie verzorgt informatie, advies en voorlichting, maar beheert ook testservices en verricht veldonderzoek. Binnen de gemeente biedt NK onder meer bemoeizorg, dag- en nachtopvang en medische heroïne-units. Ambulante en klinische zorg worden geleverd door onze Specialistische en BasisGGZ-teams. In een groter artikel gaan we dieper in op de ambulante begeleiding die we in het kader van de Wmo in Den Bosch bieden. Hieronder leest u over een aantal andere ontwikkelingen in dit kwartaal:

  • voorlichting voor scholieren: “Omgaan met verleidingen: drugs en drugsrunning”;
  • van wonen naar doorstromen: veranderingen bij woon- en opvangvoorzieningen;
  • ontwikkelingen forensisch FACT;
  • Unity: voorlichting in de dance scene;
  • Gouden Ananas voor BasisGGZ Novadic-Kentron. 

Voorlichting voor scholieren: “Omgaan met verleidingen: drugs en drugsrunning”

Novadic-Kentron werkt samen met GGD Hart voor Brabant, Helder Theater en de gemeente Tilburg om Tilburgse scholieren op het voorgezet onderwijs te leren omgaan met verleidingen, zoals drugsgebruik, én drugshandel. Het project “Omgaan met verleidingen: drugs en drugsrunning” geeft scholieren informatie en maakt hen bewust van deze verleiding, zodat ze weloverwogen keuzes kunnen maken en er bij voorkeur niet aan beginnen. Ook wordt ouders en leerkrachten geleerd signalen van gebruik te herkennen en krijgen ze handvatten aangereikt om met die signalen om te gaan en het thema bespreekbaar te maken.

Het project, dat loopt tot eind 2019, bestaat uit een docentenscholing, ouderavonden en lesmateriaal voor vier lessen. Helder Theater heeft een theatervoorstelling gemaakt die een prominente plek heeft in alle activiteiten. Aansluitend op de voorstelling is er een nabespreking met de acteurs van Helder Theater en een preventiewerker van NK. 

Van wonen naar doorstromen: veranderingen bij woon- en opvangvoorzieningen

NK blijft zorg bieden aan de doelgroep die begeleiding bij het wonen nodig heeft. Het aanbod van individuele ambulante woonbegeleiding wordt zelfs uitgebreid. Binnen de dag- en nachtopvang en de woonvoorzieningen (hostels) in Den Bosch en Eindhoven heeft de nadruk altijd gelegen op stabilisering. Dat gaat veranderen: we transformeren de hostels tot ontwikkelcentra, waarin vooruitgang centraal staat. De dag- en nachtopvang wordt in samenwerking met de Maatschappelijke Opvang (SMO) een doorstroomvoorziening. De eerste stappen om deze transitie te realiseren zijn inmiddels gezet.

Maar er gebeurt meer! NK heeft de ambitie om in Den Bosch Housing First op te zetten. Dit is een vorm van wonen met ambulante, intensieve begeleiding, bedoeld voor dakloze mensen met meervoudige problemen. De toewijzing van een woning is daarbij de start van een traject waarbij zelfstandig wonen het doel is. Ook zijn er plannen om in Eindhoven GHB-plaatsen te realiseren en wordt nagedacht over een passend aanbod aan ambulante begeleiding voor deze doelgroep. 

Ontwikkelingen forensisch FACT

Per 1 september is Novadic-Kentron gestart met forensisch FACT. De vraag naar FACT is groot voor deze doelgroep, zowel bij cliënten als bij verwijzers, en daar gaan we nu gehoor aan geven.

  • In Eindhoven en Den Bosch zullen de forensische cliënten met een FACT-indicatie instromen binnen de reguliere FACT-teams.
  • In Tilburg en Breda is een FACT-team in opbouw voor beide steden waar cliënten van de Forensische Verslavingszorg (FVZ) forensisch FACT aangeboden krijgen.
  • In de regio Helmond/Peelland is inmiddels een akkoord bereikt om de samenwerking rondom forensisch FACT onder te brengen bij de Rooyse Wissel. In die regio was FACT+ bij de GGZ Oost-Brabant ondergebracht. FACT+ gaat doorontwikkelen naar een forensisch FACT met de mogelijkheid voor NK om ook reguliere FACT-cliënten aan te melden bij dit team.

Er zijn veel ontwikkelingen binnen het forensisch veld, direct of indirect gerelateerd aan (forensisch) FACT. Denk bijvoorbeeld aan de ketenveldnorm (levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg), toenemende complexiteit van de problematiek en ambulantisering. We volgen deze ontwikkelingen op de voet en anticiperen daar waar nodig. 

Unity: voorlichting in de dance scene

Onlangs presenteerde Unity Nederland haar jaarverslag over 2018. In dit verslag geeft Unity een beeld van de contacten die in 2018 werden gelegd bij festivals en evenementen en via andere kanalen (social media, website). In Brabant is NK Preventie vorig jaar bij een derde van alle 195 evenementen aanwezig geweest met een gedreven team van 24 peer educators. Samen hebben ze de bezoekers voorzien van informatie en met hen gesprekken gevoerd over (risico’s van) gebruik van alcohol en drugs. De peers zijn de spil van die activiteit en hebben een grote prestatie geleverd! De peer educators van Unity zijn getrainde vrijwilligers en deskundig op het gebied van veilig uitgaan binnen de dance scene.

Opvallend is dat in 2018 meer organisatoren verantwoordelijkheid namen met betrekking tot veilig uitgaan (celebratesafe.nl) en dat gemeenten vaker de expertise van de afdeling Preventie betrekken bij de besluitvorming rondom het evenementenbeleid. Dit komt mede dankzij de inzet van de Unity-peers omdat Unity verslavingspreventie zichtbaar en concreet maakt.

Gouden Ananas voor BasisGGZ Novadic-Kentron

De Stichting Kwaliteit in BasisGGZ (www.kibg.nl) monitort de cliëntwaarderingen van instellingen die BasisGGZ bieden in Nederland. Er zijn ruim driehonderd voorzieningen in Nederland die het keurmerk van KIBG dragen. Jaarlijks krijgt een aantal instellingen die het erg goed gedaan hebben, een ‘Gouden Randje’ toegekend. Die eer was dit jaar voor de BasisGGZ van NK, omdat de gemiddelde waardering van onze cliënten hoger is dan een 8 en het aanbevelingspercentage gemiddeld boven 75% ligt. Daar mogen alle collega’s van de BasisGGZ bijzonder trots op zijn.

Als symbool is aan de toekenning van het ‘Gouden Randje’ een Gouden Ananas verbonden. De ananas staat in het Caribisch gebied voor een warm welkom. In die zin vormt de ananas een blijk van waardering voor de manier waarop de BasisGGZ van NK haar cliënten bejegent en helpt. Dat sluit prima aan bij onze kernwaarde Fijn behandeld.

Terugblik Forensische verslavingszorg en verslavingsreclassering derde kwartaal 2019

Cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij Novadic-Kentron begeleid door de verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. In grotere artikelen besteden we aandacht aan de wijkrechtbank in Eindhoven en elektronische controle via de enkelband. In deze terugblik aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • ZSM: de voordeur van de VR;
  • VR aan de slag binnen proeftuin Ruwaard;
  • Leefstijl 24/7. 

ZSM: de voordeur van VR

ZSM (Zo Spoedig Mogelijk) is een netwerksamenwerking waarin de Verslavingsreclassering van Novadic-Kentron met Openbaar Ministerie, politie en verschillende partners uit het justitiële veld samenwerkt om op een snelle en betekenisvolle manier veelvoorkomende misdrijven af te doen. Landelijk zijn er diverse ZSM-locaties (voor Oost-Brabant in Den Bosch en voor West- en Midden-Brabant en Zeeland in Breda). 

Wat doen wij als VR binnen ZSM?

Alle nieuwe verdachten worden geplaatst op de verdachtenmonitor. Wij screenen alle verdachten, voeren de regie over vroeghulp, zorgen voor afstemming en geven het OM terugkoppeling dan wel advies over de afdoening of vervolgroute. Een afdoening kan bijvoorbeeld een taakstraf zijn. Zware zaken (moord en doodslag, gewelddadige overvallen, et cetera) gaan naar een zaaksofficier en worden niet door ZSM in behandeling genomen. De 3RO-partners (de verslavingsreclassering, Reclassering Nederland en Reclassering Leger des Heils) zijn zeven dagen per week actief binnen ZSM, van 8.00 tot 22.00 uur, op de ZSM-locaties en op de politiebureaus.   

VR aan de slag binnen proeftuin Ruwaard

Al enige tijd zijn medewerkers van de VR in gesprek met vertegenwoordigers van de proeftuin Ruwaard in Oss (lees hier meer over proeftuin Ruwaard), met als doel intensief te gaan samenwerken. Eind september is in een gezamenlijk overleg tussen medewerkers van de VR, vertegenwoordigers van de proeftuin, het Openbaar Ministerie en de gemeente Oss afgesproken om een pilot met een looptijd van een jaar te starten. Tijdens deze pilot worden naar verwachting vijftig cliënten met een justitiële titel benaderd met de vraag of ze willen deelnemen aan begeleiding vanuit Proeftuin Ruwaard. Betrokkenheid van de VR kan daar dan onderdeel van zijn.

Andreas Tonneijck is met collega Femke van Gendt een van de reclasseringswerkers die in Ruwaard aan de slag gaan. Andreas: “We denken mee in het traject bij cliënten uit deze wijk die doorverwezen worden via het ZSM-overleg. Het doel is om een verbinding te leggen tussen de strafrechtketen en het sociale domein rond de cliënt. We gaan in gesprek met partijen in de wijk, zoals woningbouw, wijkagent, maatschappelijk werk, GGZ, NK en eventueel de huisarts, om gezamenlijk de hulpvraag van die cliënt op te pakken. De korte lijnen tussen de partijen zijn van belang om snel passende zorg te kunnen bieden. Onze betrokkenheid richt zich op het verlagen van de kans op recidive. In december bespreken we of we met deze aanpak op de goede weg zitten.”

Leefstijl 24/7

Van alle criminaliteit in Nederland is een aanzienlijk deel te relateren aan middelengebruik. Een afname van het middelengebruik bij cliënten met een justitiële titel leidt dus tot minder criminele recidive. Met de training Leefstijl 24/7 krijgen cliënten meer inzicht in de relatie tussen gebruik en delictgedrag, en worden ze gemotiveerd tot verandering. Ook leren cliënten persoonlijke risicosituaties herkennen en uit de weg gaan, omgaan met sociale druk en contacten met pro-criminele vrienden vermijden. Leefstijl 24/7 bestaat uit drie modules en wordt bij voorkeur in groepsverband gegeven, maar ook een individuele aanpak is mogelijk. Naast de training krijgt de deelnemer individuele begeleiding en thuisopdrachten.

De reclassering adviseert over Leefstijl 24/7 aan justitie. De training kan worden opgenomen als een bijzondere voorwaarde bij een toezicht of aangeboden worden als onderdeel van een re-integratietraject tijdens detentie. Afhankelijk van de ernst van het middelengebruik, wordt bepaald welke combinatie van modules de deelnemer moet volgen. Hoe ernstiger het middelgebruik, hoe meer modules gevolgd moeten worden. De training is bedoeld voor zowel gewoontegebruikers, gebruikers met klachten, als verslaafden. Zij hebben strafbare feiten gepleegd in combinatie met gebruik en hebben een zeker recidive-risico, en ze moeten bereid zijn om over het gebruik te praten. De training wordt regelmatig geactualiseerd.

Terugblik Herstelondersteunende zorg derde kwartaal 2019

Eigen regie bij de cliënt, streven naar meer participatie en inzet van ervaringsdeskundigheid: enkele belangrijke doelen van de Herstelondersteunende zorg van NK (zie kader onderaan artikel). De inzet van ervaringsdeskundigheid is een zeer waardevolle aanvulling naast de reguliere ambulante en klinische zorg. Herstelondersteunende zorg kan snel worden ingezet en richt zich vaak op concrete, praktische vragen van de cliënt. Belangrijke ontwikkelingen in het afgelopen kwartaal:

  • nieuwe teamleider Herstelondersteunende zorg;
  • gastlessen op scholen groot succes;
  • hulpverleners leren herstelondersteunend werken.

Nieuwe teamleider Herstelondersteunende zorg

Vanaf 1 juli is Sanne Jennen teamleider van het team Herstelondersteunende zorg. Voornaamste doel van Sanne is een stevige basis binnen het team neerzetten en het team Herstelondersteunende zorg beter op de kaart zetten. Herstelondersteunende zorg raakt heel veel thema’s en werkterreinen, zoals eigen regie bij de cliënt leggen, herstelondersteunende attitude en taalgebruik faciliteren, inzet ervaringsdeskundigheid stimuleren en destigmatisering bevorderen. Samen met het team gaat Sanne bekijken hoe de vaardigheden en talenten van alle medewerkers optimaal kunnen worden ingezet om op al deze thema’s en terreinen voortgang te boeken. Vragen over herstelondersteunende zorg? Mail Sanne op sanne.jennen@novadic-kentron.nl! 

Gastlessen op scholen groot succes

Dit jaar hebben ervaringswerkers al minimaal vijftien keer gastlessen verzorgd op scholen binnen het voortgezet onderwijs (alle niveaus). Jongeren op deze scholen maken kennis met een (jonge) vrijwilliger die vanuit de eigen ervaring uitleg geeft over zijn of haar verslaving en herstel hiervan. De reacties zijn heel positief en leerlingen zijn onder de indruk van het verhaal. De focus ligt niet zozeer op voorlichting over de eigenschappen en risico’s van verschillende middelen, maar op het unieke verhaal van mensen die door hun gebruik enorme problemen hebben gekregen, en op de stappen die ze genomen hebben om die problemen te overwinnen. Dit heeft veel impact op de jongeren.

Bijkomend doel van de gastlessen is dat al op jonge leeftijd stigma’s over verslaving worden aangepakt. De verslaafde is immers niet een naamloos “cliché”, maar een persoon die in vele opzichten hetzelfde is als zijzelf. Bovendien is het geven van gastlessen en het vertellen van hun eigen verhaal met als doel problemen bij anderen te voorkomen, ook voor de vrijwilligers zelf een belangrijke stap in hun eigen herstel. Scholen die interesse hebben in een gastles, maar ook bijvoorbeeld bedrijven die hun personeel willen laten kennismaken met thema’s als verslaving en herstel, kunnen contact opnemen via sanne.jennen@novadic-kentron.nl.

Hulpverleners leren herstelondersteunend werken

Zoals in het vorige kwartaalbericht werd aangegeven, wil NK dat de hele organisatie herstelondersteunend gaat werken. Een van de stappen om dit te bereiken, is het trainen van alle medewerkers binnen NK. Team Herstelondersteunende zorg heeft voor de zomer de teams van de hostels en dag- en nachtopvang getraind, momenteel vinden trainingen plaats bij de FACT-teams en vanaf het najaar zijn de andere teams aan de beurt. De training is er vooral op gericht om hulpverleners te leren om “anders te kijken”. Zo gaat herstelondersteunende zorg sterk uit van de eigen regie van de cliënt. Behandelaars zijn nog te vaak geneigd om de cliënt te proberen te overtuigen van wat zij zelf denken dat het beste is. Ook het taalgebruik wordt besproken, zowel in de communicatie met als over de cliënt. Wat zit er bijvoorbeeld achter de zin “cliënt weigert geboden opname”? Waar dit in de praktijk vaak het einde van het gesprek betekent, zou dit eigenlijk juist het begin moeten zijn. Wat zorgt ervoor dat de cliënt geen gebruik van het aanbod wil maken? Wat wil de cliënt zelf eigenlijk, en hoe denkt de cliënt dat dit het beste bereikt kan worden? Alle behandelaars willen hun cliënten helpen, maar vaak hebben ook zij te maken met (onbewuste) aannames en vooroordelen.

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

Cijfers  

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Breda/Roosendaal 136
Tilburg 102
Den Bosch/Oss 62
Eindhoven/Helmond 116

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda maandag 37
Breda vrijdag 29
Bergen op Zoom 10
Tilburg 19
Den Bosch 3
Den Bosch ouderengroep 10
Eindhoven 17

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 23
Tilburg 21
Den Bosch 46
Eindhoven 30
Bergen op Zoom 6

 Aantal herstelmedewerkers herstelpunten

Regio Aantal medewerkers
Vught 8
Eindhoven 7

Aantal herstelmedewerkers afdelingen

Afdeling Aantal medewerkers
Beschermde woonvorm Bergen op Zoom 1
Hostel Den Bosch 2
Hostel Eindhoven 1
Dag- en nachtopvang 1

Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Sint-Oedenrode 1
Bergen op Zoom 1
Tilburg 1
Den Bosch 4
Eindhoven 0
Vught 3
Breda 1
Helmond 2

Totaal aantal herstelmedewerkers per regio (samen herstellen)

Functie Aantal medewerkers
Bergen op Zoom 2
Breda 3
Tilburg 7
Den Bosch 6
Eindhoven/Helmond 8
Sint-Oedenrode 2

Aantal stagiaires 

Regio Aantal stagiaires
Breda 0
Den Bosch 2
Vught 1

Aantal BBL 

Regio Aantal BBL
Bergen op Zoom 0
Vught 1
Den Bosch 2
Eindhoven 1
Tilburg 1

De reden (ondersteuning Verslavingsreclassering) Breda

Regio Aantal deelnemers
Individuele begeleiding 36
Herstelmedewerkers 5
Coachingsgroep 5

Totaal aantal herstelmedewerkers per project

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 28
Herstelpunten 15
Ervaringsdeskundigen 13
Studenten 9
De Reden 3
Herstelmedewerkers op afdelingen 5

 

Blog Walther Tibosch: positieve gezondheid, positieve organisatie

Vakanties bieden bij uitstek gelegenheid voor het opladen van ons energieniveau. Mooie momenten met vrienden en familie tijdens de vakantie dragen bij aan positieve energie. Het zou mooi zijn als alle medewerkers in de zorg na hun vakantie weer staan te popelen om een positieve bijdrage te leveren aan mensen die hun ondersteuning en deskundigheid tijdelijk of langdurig nodig hebben. En helemaal mooi zou het zijn als het dagelijkse werk hen ook positieve energie geeft, zodat de cirkel rond blijft. Jij investeert je energie in werk dat zinvol is, en daarvan krijg je weer energie die je kunt besteden aan gezin, familie, vrienden en belangrijke momenten voor jezelf. Balans in positieve energie!

Een ideaal plaatje… Maar helaas is er niet altijd balans in positieve energie in je werk en privé. Veel systemen, structuren, wetten, regels en contacten met mensen leiden niet tot positieve energie. Sterker nog: veel situaties laten juist (te) veel energie weglekken. Is daar wat aan te doen? Ja! Onze ambitie binnen NK is om samen een organisatie te ‘bouwen’ die positieve energie uitstraalt en geeft. Een vitale organisatie met vitale professionals en vrijwilligers, die werken in vitale teams die met hun impactvolle inbreng het verschil maken thuis, op het werk en in de samenleving. Ambassadeurs van positieve energie, vitaliteit en verantwoordelijkheid.

Positieve energie is duurzame energie. We denken steeds meer na over wat ons eigen doen en laten betekent voor ons klimaat, voor onze huidige en toekomstige leefomgeving en voor wat we willen doorgeven. We worden ons er op globaal niveau steeds bewuster van dat we in plaats van energiebronnen die op raken, gebruik moeten maken van hernieuwbare energiebronnen. En wat op globaal niveau geldt, geldt ook voor ons eigen leven en ons eigen netwerk. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Want ook onze eigen energiebronnen moeten we niet uitputten, maar moeten we continu aanvullen. Positieve gezondheid is duurzaam! Oplossingen komen minder dan vroeger van bovenaf, maar worden vaak bedacht en uitgevoerd in de eigen, kleine kringen. We denken meer na over wat écht waardevol is en realiseren ons dat wat van wezenlijke waarde is, meestal niet te koop is: gezondheid, liefde, vriendschap en geluk.

De tijd is er rijp voor om zelf verantwoordelijk te zijn voor het bijdragen aan en uitdragen van positieve energie. Verzet samen met jouw collega’s in de zorg de bakens en neem het voortouw om negatieve energie om te vormen tot positieve energie. Laat je niet verlammen door systemen en structuren die energie weg laten lekken, maar stel jezelf en je collega’s de vraag: wat kunnen wij hier zelf aan doen? Soms kun je een werkwijze veranderen of een regel afschaffen, soms kun je een verplichte activiteit zo aanpassen dat het niet alleen maar een verplicht nummer is, maar je er ook echt wat aan hebt. Er is bijna altijd wel iets te doen om je werk positiever, constructiever en zinvoller te maken. Samen kunnen wij de zorg positiever maken, zodat we zelf met meer plezier werken, en wij op onze beurt weer bijdragen aan het genereren en uitdragen van positieve energie bij onze cliënten, onze collega’s en onze ketenpartners: Samen Nieuwe Kansen Creëren.

Voorwoord nieuwsbrief juli 2019: op eigen kracht, maar niet alleen

Bij NK zijn we sterk voorstander van eigen kracht. We willen dat mensen met verslavingsproblemen zo snel mogelijk weer vorm en inhoud kunnen geven aan de regie over hun eigen leven. Dat betekent dat we zo min mogelijk overnemen, maar aansluiten bij de eigen verantwoordelijkheid en wat iemand zelf kan. Wij willen er voor zorgen dat mensen (weer) het vertrouwen en de vaardigheden krijgen die ze nodig hebben om zelf stappen te zetten. Zodat ze ook straks, na hun behandeling, weer volop mee kunnen doen in de samenleving.

Zelfstandigheid en autonomie zijn belangrijke waarden in onze samenleving. Maar dat wil niet zeggen dat we alles maar alleen moeten doen, dat we geen anderen nodig hebben of mógen hebben. Het woord “samenleving” geeft al aan dat we met elkáár een geheel vormen, elkaar aanvullen en steunen. Toch vinden we het vaak moeilijk om hulp voor onszelf te vragen. Zo lopen veel mensen nog liever uren te dwalen, dan dat ze de weg vragen.

Hulp vragen is erkennen dat het je alleen (even) niet meer lukt. Dat voelt voor veel mensen als falen. Je geeft een stukje van je controle op, dat voelt kwetsbaar. En wat als de ander jou afwijst! Liever houden we de illusie in stand dat we alles wel alleen aan kunnen. Bij mensen die lijden onder psychische problemen en verslaving, komt daar vaak ook nog schaamte en (zelf)stigma bij. En dan lopen veel mensen nog liever jaren te dwalen, dan dat ze de weg vragen.

Maar het is geen enkele schande om hulp te vragen. Zelf de beslissing nemen dat je bij bepaalde stappen hulp nodig hebt, is óók de regie in handen nemen. En veel mensen vinden het juist fijn als ze je met iets kunnen helpen. Wie op een drukke weg rijdt, kan focussen op de verkeershufters en de bumperklevers, maar als je je blik verlegt, zie je dat de overgrote meerderheid van verkeersdeelnemers juist rekening houdt met elkaar. Je ruimte geeft om in of uit te voegen, je voor laat bij een wegversmalling, of in een file plaats maakt voor een motorrijder. Als we samenwerken, komen we allemaal verder.

Goede behandelaars en ervaringsdeskundigen, een sterk netwerk om je heen met mensen die jou helpen als je het moeilijk hebt, die met je meedenken en je steunen: het zijn succesfactoren bij het herstel van verslaving en andere problemen. De kracht van een sterk netwerk geldt natuurlijk niet alleen voor een individu. Ook organisaties staan sterker als ze samenwerken. Samenwerken doen we al jaren met onze ketenpartners, maar na een aantal moeizame jaren hebben we ook het besluit genomen om aan te sluiten bij het netwerk van Zorg van de Zaak. Zodat we niet in ons eentje nét het hoofd boven water houden, maar onze krachten kunnen bundelen en samen sterker kunnen staan. Op eigen kracht, maar niet alleen.

Walther Tibosch
Bestuurder NK

 

Hoe houd ik mijn puber op koers?

Ondanks dat je er geen diploma voor kunt halen, is opvoeden van opgroeiende kinderen een hele prestatie. Van jongs af aan proberen ouders hun kind te beschermen tegen op de loer liggende gevaren. Terwijl die kinderen niets liever lijken te doen dan die gevaren opzoeken… Dat is een continu proces van grenzen stellen en afspraken maken. Als jongeren gaan puberen, dient zich een nieuw risico aan: genotmiddelen. Over roken zijn de meeste ouders het wel eens: ze willen niet dat hun kind gaat roken. Maar als het gaat om alcohol, wiet of gamen, zijn er keuzes te maken: bespreekbaar maken, verbieden, afspraken maken? Preventiewerker Iris de Man helpt ouders bij die opvoedingsvragen. (En geeft in dit artikel een aantal tips voor ouders!)

Goed of slecht

Iris heeft tijdens vele ouderavonden op Brabantse scholen talloze ouders geadviseerd. Iris: “Die adviezen zijn vooral preventief. Het gros van de ouders die naar zo’n ouderavond komen, hebben kinderen in de laagste klassen. Uiteraard zitten er ook wel eens ouders van wie de kinderen al gebruiken of zelfs problemen hebben door gebruik. Maar het merendeel komt toch vooral met de vraag hoe ze kunnen voorkómen dat hun kind gaat gebruiken. Ouders die naar zo’n avond komen, zijn doorgaans gemotiveerd om het ‘goed’ te doen. Maar ik praat nooit over goed of slecht, ik geef alleen tips en adviezen. Ouders bepalen zelf wat ze ermee doen. Bij de opvoeding krijgt niemand garanties. Ieder kind is anders, en sommige kinderen hebben wellicht psychische problemen die de kans op gebruik en problemen aanzienlijk vergroten. Ook factoren zoals problemen op school, gebruikende vrienden of problemen binnen het gezin kunnen de risico’s nog extra vergroten.”

“U moet wel realistisch zijn”  

Iris komt verschillende categorieën ouders tegen: ouders die al afspraken gemaakt en regels gesteld hebben, ouders die dat wel willen maar niet goed weten hoe, maar ook ouders die vinden dat een drankje of een jointje niet zo veel kwaad kan. Zij zijn van mening dat met mate drinken of een jointje roken wel moet kunnen (“U moet wel realistisch zijn”) en dat verbieden onzin is. Iris: “Laatst las ik een artikel waarin ouders aangaven dat ze NIX18 maar betutteling vonden. Dat vond ik wel verontrustend, zeker omdat duidelijk is dat die campagne ouders helpt bij de opvoeding. NIX18 is ook bewezen effectief. Na invoering daarvan is de startleeftijd waarop jongeren gaan drinken verhoogd. Dat is gunstig, omdat aangetoond is dat hoe jonger pubers beginnen met alcohol – maar ook met blowen – hoe groter de kans is dat gebruik uit de hand loopt. Ook is het risico groter dat jongeren andere drugs gaan gebruiken.”

Slecht slapen

Iris begint een ouderavond met middeleninformatie: “Dat doen we vooral om ouders te leren herkennen dat hun kind gebruikt heeft. De effecten van alcohol zijn bekend, maar hoe kun je zien dat je kind geblowd heeft of een pilletje heeft geslikt? We nemen vaak onze middelenkoffer mee met allerlei drugsattributen, zodat ouders op basis van die attributen of bijvoorbeeld de geur kunnen herkennen dat hun kind gebruikt. Signalen over gebruik zijn altijd reden om in gesprek te gaan met je kind, maar betekenen niet per definitie dat een kind problemen heeft. Mocht er wel sprake zijn van problemen, dan ervaren ouders in eerste instantie vaak een verandering in het dagelijkse leven van hun kind. Bijvoorbeeld slecht slapen, achteruitgaan van schoolprestaties, stoppen met sport of verlies van vrienden.”

Ga en blijf in gesprek

Tijdens de avond gaan ouders ook met elkaar in gesprek om eigen ervaringen uit te wisselen. Vaak doen ze dat aan de hand van een aantal prikkelende stellingen. Ouders kunnen immers ook veel van elkaar leren. Maar Iris reikt zeker ook handvatten aan. “Dat zijn adviezen waar ouders mogelijk hun voordeel mee kunnen doen, maar we schrijven de wet niet voor,” zegt Iris. “Het belangrijkste advies: praat met je kind. En niet alleen als je het vermoeden hebt dat er sprake is van middelengebruik, maar zo vroeg mogelijk. Er zijn altijd wel aanknopingspunten om het thema alcohol en drugs aan te kaarten. Als een kind eenmaal gebruikt, probeer dan in een gesprek met je kind vooral op zoek te gaan naar de reden van dat gebruik. En zoek met je kind naar oplossingen, alternatieven. Daarnaast benadruk ik altijd dat het helpt om afspraken te maken en grenzen te stellen en geef ik aan dat hun eigen voorbeeldgedrag zowel positief als negatief kan werken bij hun kind, en dat het dus van belang is om een goed voorbeeld te geven.”

“Waar maakt u zich zorgen over?”

Iris voert regelmatig gesprekken met ouders over problemen met of door gebruik, soms naar aanleiding van de ouderavonden. Maar Iris komt ook met ouders in contact door verwijzingen van school, jeugdzorg of huisarts. Of via een van haar preventiecollega’s. Iris: “De meeste verwijzingen komen echter van onze afdeling Advies & Informatie. Als er problemen zijn met middelengebruik van hun kind, weten ouders Novadic-Kentron goed te vinden. Ze bellen dan met hun vragen in eerste instantie naar mijn collega’s van A&I, die ouders dan wijzen op de mogelijkheid van een ouderpreventiegesprek. Ik begin zo’n eerste gesprek altijd met de vraag waar de ouders zich zorgen over maken. Vervolgens ga ik met die ouders op zoek naar redenen waarom hun kind gebruikt en op welke leefgebieden dat problemen oplevert. En uiteraard maak ik bespreekbaar hoe zij als ouder om kunnen gaan met het gebruik en de problemen van hun kind en wat ze eventueel anders zouden kunnen doen.”

Niets aan de hand

Het blijft zelden bij één gesprek: Iris nodigt ouders altijd uit voor een of meer vervolggesprekken. Iris: “Een probleem voor ouders is vaak dat hun kind geen problemen ervaart, zelf vindt dat er niets aan de hand is. Dat staat haaks op mijn beleving dat de problemen van jongeren de laatste jaren juist heftiger zijn geworden. Ik adviseer ouders daarom vaak om hun kind te bewegen tot een zogenaamd Moti-4-traject met een van onze preventiewerkers. In maximaal vier individuele gesprekken inventariseert de preventiewerker met de jongere het middelengebruik en de problemen die dat geeft. Vervolgens stellen ze samen een plan van aanpak op, waarin de jongere aangeeft welke stappen hij of zij gaat zetten om de situatie te veranderen. Mocht het nodig zijn, dan kan de preventiewerker een jongere toeleiden naar de hulpverlening van Kentra24, de jeugdafdeling van NK voor jongeren in de leeftijd van 12 tot 24 jaar.”

Vragen?

Bel de afdeling Advies & Informatie op 073-689 90 90 of mail naar hulp@novadic-kentron.nl!

 

Jan met de tattoos is ook kwetsbaar

Delinquent en een licht verstandelijke beperking

Het dagelijks leven heeft heel wat uitdagingen als je een licht verstandelijke beperking (LVB) hebt. Onze maatschappij is behoorlijk ingewikkeld, maar er wordt wel van iedereen verwacht dat hij of zij meedoet. Dat je woning netjes is, dat je werk hebt, je financiën op orde houdt, je zaakjes regelt. Met de juiste begeleiding en steun vanuit de omgeving, kunnen mensen met een LVB bergen verzetten, maar helaas gaat het ook regelmatig mis. Mensen met een LVB lopen bijvoorbeeld trauma’s op, krijgen psychische problemen, raken afhankelijk van genotmiddelen of komen op het verkeerde pad terecht. Hoe komt dat? En hoe kunnen we hen het beste helpen? Lieke Knapen, GZ-psycholoog in opleiding tot klinisch psycholoog, vertelt over haar ervaringen met deze doelgroep: over drugskoeriers op driewielers en Jan met de tattoos…

In het kader van haar opleiding maakte Lieke recent een uitstapje naar de LVB-sector (GGzE/OPSY): “Als iemand met een LVB in de problemen komt, en er sprake is van genotmiddelen en eventueel ook nog problemen met justitie, kan diegene terechtkomen bij Novadic-Kentron, maar ook bij een ggz-instelling die gespecialiseerd is in LVB. Er is daarmee een vrij grote overlap in doelgroep, maar je ziet wel dat in geval van meervoudig middelengebruik mensen meestal bij NK terecht komen. Bij de ggz zie je vaker een enkelvoudige verslaving, aan bijvoorbeeld alcohol, medicatie of cannabis. De cliënten bij NK kampen vaker met harddrugsverslaving.”

Loverboys en wiet op zolder

Hoe komen mensen met een LVB in de criminaliteit terecht? Lieke: “Een belangrijke vraag daarbij: zijn er beschermende factoren in je leven of niet? Heb je steun van je ouders? Heb je fijne begeleiding? En natuurlijk kan er ook verschil in temperament zijn, of gebeurtenissen in je verleden die je hebben gevormd. In de samenleving heeft men bij het woord delinquent een heel andere associatie dan bij iemand met een beperking. Toch kunnen ook mensen met een LVB in de criminaliteit terecht komen. Doordat ze soms risico’s niet goed in kunnen schatten, kunnen ze makkelijk misbruikt worden. Ze zijn bijvoorbeeld vaak gepest, hebben trauma’s opgelopen, waardoor ze minder weerbaar zijn. Meisjes kunnen dan bijvoorbeeld onder invloed komen van ‘loverboys’. Ook kunnen ze door beperkt overzicht in hun financiën in de schulden komen en dan in de verleiding worden gebracht om dit ‘makkelijk’ terug te verdienen. De zolder wordt dan bijvoorbeeld vol wietplanten gezet of ze worden ingezet als drugskoerier. We hadden bij NK een cliënt die op zijn aangepaste fiets drugs rondbracht.”

Vechten

Maar Lieke waarschuwt wel voor een te eenzijdig beeld van dé LVB’er: “Als je hebt geleerd dat je iets bereikt door te vechten, dan herhaal je dat gedrag, en dat geldt ook voor mensen met een beperking. ‘Acting out’ gedrag kan dan voorkomen, en ervoor zorgen dat de beperking niet meer wordt gezien, omdat alle aandacht uit gaat naar het gedrag. Ook deze groep is kwetsbaar, de uitingsvorm is alleen een andere.”

“Kom je wel aan behandelen toe?”

Hoe behandel je mensen met een LVB? Is dat eigenlijk wel mogelijk? Lieke: “Het is een vooroordeel dat je mensen met een LVB niet goed zou kunnen behandelen. Dat is mij ook letterlijk gevraagd: ‘Kom je wel voldoende aan behandelen toe?’ Maar dat kan heel goed! Je kunt dezelfde therapieën aanbieden als bij mensen met een gemiddeld IQ, zoals EMDR of schematherapie. Wel pas je de methode aan: je gebruikt meer visuele ondersteuning, eenvoudiger taalgebruik, en soms is het ook nodig om de duur of de frequentie van de sessies omlaag te brengen. Het behandelen van mensen met een LVB heeft ook voordelen, omdat er vaker mensen uit de omgeving betrokken zijn, zoals familie of woonbegeleiders. Er wordt veel samengewerkt.”

LVB of persoonlijkheid?

Lieke ziet wel verschillen in de behandelwijze van de ggz en van NK. Lieke: “Binnen de ggz wordt vooral gekeken vanuit de beperking. Bepaald gedrag wordt bijvoorbeeld toegeschreven aan het niet begrijpen van de situatie, terwijl we binnen NK eerder zouden denken aan bijvoorbeeld persoonlijkheidsproblematiek. Het één sluit het ander niet uit, maar er wordt wel door een andere bril gekeken. Dat hoeft overigens geen probleem te zijn, zolang de cliënt de behandeling krijgt waar hij of zij het meest baat bij heeft. Ook zijn we binnen NK meer gericht op eigen regie van de cliënt, terwijl de ggz meer kan overnemen. Beide aanpakken hebben voordelen. Zo is eigen regie voor deze doelgroep niet altijd haalbaar, maar als je te veel overneemt van de cliënt, ontneem je hen wellicht ook kansen.” 

Waakzaamheid of vertrouwen?

Naast LVB versus persoonlijkheid of overnemen versus eigen regie, is binnen de (forensische) verslavingszorg veiligheid een belangrijk aspect. Veiligheid voor de cliënt, maar ook voor de omgeving. Lieke: “Rekening houden met veiligheid is natuurlijk belangrijk, maar daarmee komt wederzijds vertrouwen soms wel in de knel. Gezonde achterdocht kan goed zijn om de maatschappij te beschermen, maar is ook van invloed op je werkrelatie. Je moet een goede balans zien te vinden tussen waakzaamheid en vertrouwen dat een cliënt kan herstellen. Het is interessant om te kijken naar de verschillen tussen instellingen en te leren van elkaar. Hoe komen we tot het beste van twee werelden? Hoe bieden we de beste ondersteuning? We kunnen leren van elkaar, maar vooral ook van onze cliënten. Want iedereen heeft zijn eigen verhaal.”

Agressieve vent of kwetsbaar kind?

Natuurlijk vraagt een agressieve cliënt om een ander aanpak dan een rustig persoon. Lieke: “Maar je moet niet te snel aannames maken, zéker niet bij deze doelgroep. Jan met de tattoos kan ook heel beschadigd zijn. Vaak – om in schematherapietermen te spreken – gaat er juist ook achter ‘een Jan’ een ‘kwetsbaar kind’ schuil. Ze hebben net zo goed onze zorg nodig. En werken met de wat meer uitgesproken persoonlijkheden heeft ook voordelen. Ze zijn over het algemeen heel direct, je zult bij hen niet snel meemaken dat ze ‘ja’ zeggen maar ‘nee’ doen.”

Ontredderd

Dat je naar het individu moet kijken, geldt voor alle cliënten, en zéker voor alle mensen met een LVB. Er is enorm veel variatie in de doelgroep, in vaardigheden en eigenschappen. Lieke: “Je moet ervoor waken dat je iemand niet overschat. Veel mensen met een beperking komen representatief over en zijn heel communicatief, waardoor je snel kunt gaan denken dat ze het wel redden. Maar komen ze terecht in een nieuwe situatie, dan zijn ze helemaal ontredderd. Andersom moet je mensen ook niet onderschatten, geen taken van hen overnemen voor je zeker weet dat ze dat echt niet zelf kunnen leren. Mensen met een LVB hebben vaak een laag zelfbeeld: ze werden nogal eens gepest op school, ze konden niet meekomen, ze moesten naar het speciaal onderwijs. Ze leven voortdurend met de gedachte ‘ze vinden me dom’. Als je dan alles van hen overneemt, bevestig je dat beeld juist. Als je zelf je doel bereikt, geeft dat een enorme boost aan je zelfvertrouwen. Dus kijk goed naar wat jouw cliënt kan en wil. Door de uitwisseling van kennis tussen ons en de ggz, kunnen we van elkaar handvatten leren om elke cliënt, met zijn sterke en minder sterke kanten, zo goed mogelijk Nieuwe Kansen te geven!”

Lachgas: bevriezing en zuurstoftekort zijn echt niet grappig

Lachgas werd oorspronkelijk (en wordt nog steeds) gebruikt voor medische doeleinden, als verdovingsmiddel en pijnstiller. De voedingsindustrie gebruikt lachgas als drijfgas voor slagroomspuiten. De laatste jaren is lachgas echter ook als drug in opkomst: steeds meer jongeren gebruiken het voor een kortdurende roes. Hoewel lachgas door gebruikers als een relatief onschuldig middel wordt gezien, leidt het steeds vaker tot gezondheidsproblemen. Met Koningsdag werden in Amsterdam tientallen gebruikers onwel. Dat leidde tot een politieke discussie over de vraag of lachgas verboden moet worden. Vooruitlopend daarop hebben diverse Brabantse gemeenten inmiddels maatregelen genomen om het gebruik tegen te gaan. Preventiewerker Daniëlle Ketelaars vertelt over de risico’s van lachgas, zoals hartfalen, bloedarmoede en andere gezondheidsschade.

Lachgas als drug

“Sinds 2016 valt lachgas onder de Warenwet”, aldus Daniëlle. “Dat heeft ertoe geleid dat iedereen het gemakkelijk kan kopen bij huishoudwinkels en dat steeds meer jongeren het als drug zijn gaan gebruiken. Dat gebeurt door ballonnen met lachgas te vullen en het gas te inhaleren. Dat geeft een korte maar sterke roes, er ontstaat een bewustzijnsdaling die enigszins te vergelijken is met dronkenschap. Na enkele minuten verdwijnt de roes, maar de effecten kunnen nog uren ‘na-ijlen’.”

Bloedarmoede en neurologische stoornissen

Lachgas heeft een onschuldig imago en wordt door gebruikers nauwelijks als drug gezien. Daniëlle: “De risico’s van lachgas worden vaak onderschat. Een tijdelijk tekort aan zuurstof in de hersenen kan leiden tot duizeligheid en verwardheid. Sommige gebruikers vallen zelfs flauw, wat kan leiden tot verwondingen door een ongelukkige val. Extra riskant is het om lachgas te gebruiken als je verkouden bent, omdat dit kan leiden tot blijvende gehoorschade. Langdurig gebruik van lachgas kan leiden tot een tekort aan vitamine B12 en hierdoor bloedarmoede of neurologische stoornissen. Ons standaard advies voor drugs is dus zeker ook van toepassing op lachgas: gebruik kent altijd risico’s!”

Bevriezingsverschijnselen

Lachgas is sinds kort niet meer alleen op de markt in de slagroomspuitpatronen die je op vele plekken in het straatbeeld kunt aantreffen, maar is ook te koop in grotere cilinders. Daniëlle: “Dat geeft weer een nieuw risico. Jongeren vullen ballonnen uit een grote tank met lachgas, die ze tussen de benen klemmen. Lachgas is echter zo koud, dat ook de buitenkant van zo’n tank ontzettend koud is. Dat kan gemakkelijk leiden tot bevriezingsverschijnselen aan de huid tussen de benen. Zeker omdat na gebruik de pijngrens veel hoger ligt en gebruikers niet voelen dat de tank invriest in de huid. Deze bevriezing zorgt voor behoorlijke brandwonden en kan levenslange littekens tot gevolg hebben. Ook is het extra gevaarlijk om lachgas rechtstreeks uit een patroon of cilinder in te ademen. Dat kan leiden tot bevriezing van de longen en luchtwegen.”

Zuurstoftekort en hartfalen

Combigebruik van lachgas met andere middelen is extra riskant. Daniëlle: “Bij evenementen en festivals wordt lachgas vaak gecombineerd met grote hoeveelheden alcohol en andere drugs. Dit is extra gevaarlijk. Alcohol is een verdovend middel en overmatig gebruik zorgt ervoor dat er geen goede, adequate ademprikkel is. Als iemand die al veel heeft gedronken lachgas gebruikt, krijgt hij of zij onvoldoende zuurstof binnen. Dat kan allerlei complicaties geven, zelfs met hartfalen tot gevolg. Op plekken waar alcohol geschonken wordt, zoals in de horeca of tijdens evenementen, is het dus belangrijk om extra alert te zijn op lachgasgebruik. Tijdens festivals, maar ook in uitgaansgebieden, is het raadzaam om als organisator of als uitbater van een horecagelegenheid de verkoop van lachgas in de gaten te houden en indien nodig aan te pakken.” 

Praten over risico’s

Daniëlle en haar collega-preventiewerkers zijn in Brabant volop bezig om het gebruik van lachgas actief onder de aandacht te brengen. Daniëlle: “Binnen het jongerenwerk besteden we steeds vaker aandacht aan lachgas, net als bij ouderavonden in het onderwijs. Maar ook in onze contacten met gebruikers op bijvoorbeeld festivals of met bezoekers van onze testservice praten we over de risico’s van lachgas. Daarnaast adviseren we gemeenten over wat zij kunnen doen om de beschikbaarheid van lachgas te beperken. De Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) biedt de gemeente de mogelijkheid om maatregelen te treffen, zoals het verbieden van gebruik bij evenementen of in uitgaansgelegenheden, of het stellen van regels ten aanzien van de verkoop.” Diverse gemeenten in ons werkgebied (bijvoorbeeld Veldhoven, Meierijstad, Tilburg, de Kempengemeenten, Oosterhout en Woensdrecht) hebben dat al gedaan of overwegen maatregelen te treffen.

Patronen verzamelen

Daniëlle is zelf direct betrokken geweest bij een bijzonder initiatief in de gemeente Helmond. Daniëlle: “In samenspraak met het Jeugd Preventie Team van Helmond is Novadic-Kentron samen met Bijzonder Jeugdwerk en de LEV-groep op 4 juni een inzamelingsactie gestart. Inwoners zijn opgeroepen om in de maand juni in het straatbeeld aangetroffen lachgaspatronen in te leveren op diverse plekken verspreid over de hele stad. Mensen die patronen inleveren, wordt gevraagd waar ze de patronen gevonden hebben en hoeveel er lagen. Zo willen we de plekken waar lachgas gebruikt wordt in kaart brengen en hebben we een ingang om het gesprek over lachgas te starten en gebruikers te informeren.”

Bijna 200 patronen

“Die actie is wat ons betreft geslaagd,” vervolgt Daniëlle. “De actie heeft veel aandacht gekregen. Dit heeft het gesprek over lachgas op gang gebracht en gezorgd voor bewustwording bij ouders en buurtbewoners, maar ook bij gebruikers zelf. In totaal zijn er 197 patronen, 360 ballonnen en 10 doppen van lachgastanks ingeleverd. De voorwerpen zijn gevonden in de hele gemeente, waarbij opviel dat de patronen en ballonnen voornamelijk werden gevonden op parkeerplaatsen. Dit duidt erop – wat overeenkomt met signalen van buurtbewoners – dat jongeren lachgas gebruiken in de auto. Jongeren beseffen niet dat de effecten nog uren kunnen nawerken, omdat de eigenlijke roes maar een paar minuten duurt. Doordat de effecten nog nawerken, is het in de uren na gebruik gevaarlijk om deel te nemen in het verkeer. Deze boodschap wordt één van de speerpunten die we meenemen in de voorlichting richting jongeren op straat. In reactie op het succes van de actie in Helmond zal NK ook elders in Brabant vergelijkbare acties op poten zetten.”

Poster lachgas geactualiseerd

Twee jaar geleden heeft NK Preventie een poster ontworpen over de risico’s van lachgas. Inmiddels is veel meer duidelijk over de risico’s. De poster is dan ook recent geactualiseerd. De poster is beschikbaar voor professionals en organisaties, met name als ze werken met de doelgroep jongeren. Interesse? Mail naar preventie@novadic-kentron.nl!

 

Daders van huiselijk geweld op spreekuur

Verborgen leed achter de voordeur. Ouders die kinderen mishandelen, partners die klappen uitdelen aan elkaar, kinderen die hun ouders bedreigen en uit de hand gelopen pesterijen tussen gezinsleden: het komt veel vaker voor dan de meeste mensen denken. Reclasseringswerker Annemiek Ursinus, al jaren aandachtsfunctionaris huiselijk geweld binnen Novadic-Kentron, heeft het allemaal voorbij zien komen. Sinds juni 2018 heeft Annemiek samen met collega Marie-José Heijligers van Reclassering Nederland (RN) in Eindhoven het spreekuur Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Annemiek: “Voorheen kon het wel een jaar duren voor ik huiselijk geweld kon bespreken met een cliënt. Dat is natuurlijk veel te laat. Ons spreekuur is dus een enorme sprong voorwaarts. Een uit de hand gelopen thuissituatie wordt nu binnen maximaal twee weken besproken.” 

Twintig keer klappen

De term spreekuur impliceert dat mensen vrijwillig bij Annemiek op het spreekuur komen. Dat is hier niet helemaal van toepassing. Annemiek: “Elke verwijzing naar het spreekuur vindt plaats in het kader van een justitieel traject. Het incident heeft geleid tot een strafzaak, waarbij de dader onmiddellijk wordt verwezen naar het spreekuur. Wel heeft de dader de keus om wel of niet naar het spreekuur te gaan. Bij de gesprekken sluit zoveel mogelijk een hulpverlener van Veilig Thuis aan. Die samenwerking is tot nu toe uniek in Nederland en heeft een duidelijke meerwaarde, omdat onze ervaring en expertise elkaar aanvullen.”

Annemiek heeft al jarenlang ervaring met het bespreken van huiselijk geweld. Ze weet als geen ander dat er een enorm taboe rond dit thema bestaat: “Veel mensen denken dat huiselijk geweld uitzonderlijk is. Maar in Nederland rijdt de politie iedere zes minuten naar een melding. Het is echt een verborgen probleem: daders en slachtoffers praten er niet over. Vaak wordt geen aangifte gedaan, of pas als de emmer overgelopen is. Gemiddeld wordt de politie pas ingeschakeld nadat er tussen vijftien en twintig keer klappen zijn gevallen. In vrijwel alle gevallen is sprake van alcohol- en drugsgebruik of een verslaving. Om recidive te voorkomen, praat ik met al mijn cliënten over hun middelengebruik en proberen we daar samen een oplossing voor te vinden.”

Nieuwe baby

Annemiek en haar collega zijn nu ruim een jaar bezig met het spreekuur. Inmiddels is het spreekuur officieel als pilot erkend door het ministerie van Justitie en Veiligheid en is er subsidie toegekend. Annemiek: “Dat is gebeurd in het kader van het streven van justitie om zaken zo spoedig mogelijk op te pakken en af te handelen, de zogenaamde ZSM-aanpak. Vóór het spreekuur sprak ik daders pas als er een adviesrapport voor het Openbaar Ministerie moest worden opgesteld. Dat was maanden na het incident, als in veel gevallen de rust was wedergekeerd en de rijen zich weer gesloten hadden. Soms was er zelfs een nieuwe baby op komst. Als je de intentie hebt om herhaling van incidenten te voorkomen, is dat natuurlijk veel te laat. Nu zitten we er direct bovenop, als er nog volop schuldbesef is. Dat helpt enorm om het tij definitief te keren. Het project is nog te pril om al een succespercentage te noemen, maar ik ben er vast van overtuigd dat door de gesprekken binnen het spreekuur het aantal gevallen van recidive af zal nemen.”

Ook mannen slachtoffer

Annemiek praat niet alleen met de dader, maar heeft ook oog voor het slachtoffer: “Buitenstaanders denken vaak ‘dan gaat zo’n stel toch uit elkaar’, maar zo simpel ligt het niet. Dat is net zo’n misvatting als het idee dat mannen altijd dader zijn en vrouwen altijd slachtoffer. Ook mannen kunnen slachtoffer zijn. Vergeet niet dat ook bedreiging, emotioneel onder druk zetten en psychologische oorlogsvoering vormen van huiselijk geweld zijn. Ik heb te maken met een uiterst complex fenomeen, waarin kennis van de omgeving van groot belang is. Vaak is er al generaties lang sprake van huiselijk geweld, hebben daders en slachtoffers geweld als kind meegemaakt en weten de partners niet beter. Er is veel schaamte, maar ook veel onzekerheid: er komt zoveel op slachtoffers af dat er geen ruimte is om na te denken over hoe nu verder. Ook de gedachte dat uit elkaar gaan slecht is voor de kinderen, is reden om samen verder te gaan, zelfs als er al meerdere keren sprake is geweest van geweldsincidenten. Daarom betrek ik vaak ook het slachtoffer bij de trajecten die voortvloeien uit het spreekuur. Soms voer ik gesprekken met dader en slachtoffer samen.” 

De schijn ophouden of echt willen veranderen

De complexiteit van huiselijk geweld vindt Annemiek zowel uitdagend als boeiend en ze krijgt veel energie van dit werk. Annemiek: “Het eerste contact is altijd met daders, die dan natuurlijk cliënt zijn. Er zijn wel eens cliënten die komen om de schijn op te houden, maar het gros heeft echt spijt: die balen van het incident en willen veranderen. Een traject met de cliënt start altijd met een gesprek waarin we het incident in kaart brengen, praten over hoe het zover is gekomen en verkennen wat er nodig is om te verbeteren. Omdat we elkaar prima aanvullen, stel ik altijd voor om in het vervolgtraject samen op te trekken met de mensen van Veilig Thuis. En steevast wijs ik cliënten op de mogelijkheid om deel te nemen aan de zogenaamde carrouselgroep van de gemeente Eindhoven, die uitgevoerd wordt door trainers van RN. Dat is een groepstraining voor mannelijke volwassen plegers van huiselijk geweld, waarin ervaringen gedeeld worden en besproken wordt hoe huiselijk geweld te voorkomen. Die groepstraining loopt parallel aan het vervolgtraject van de reclassering. ”

Een praktijkvoorbeeld: Harrie 

Harrie* is één van de cliënten van Annemiek en vertelt over zijn ervaringen: “Na mijn aanhouding voor het geweldsincident thuis heb ik een nacht in de cel gezeten. Een dag later ben ik naar de carrouselgroep gegaan. Hoewel zoiets niet mijn ding is, wilde ik toch proberen of zo’n groep iets voor mij was. Dat bleek zo te zijn, die groepsgesprekken hebben ervoor gezorgd dat ik mij kon openstellen en hebben mij zeer geholpen. De groepstraining van carrousel bestaat uit acht meetings, maar uiteindelijk ben ik twaalf keer gegaan.  Ook heb ik, alleen en samen met mijn vrouw, ook een keer of zeven gesprekken gevoerd met Annemiek. Ik vond het heel bijzonder dat mijn vrouw ook aandacht kreeg, dat had ik niet verwacht. Vaak is er alleen aandacht voor de dader. Die gesprekken waren soms bij Novadic-Kentron, soms bij ons thuis. We zijn nu samen in therapie, en dat bevalt goed. Ik heb er weer volop vertrouwen in dat we samen op een goede manier verder kunnen.”

* Harrie is een gefingeerde naam

Het ontrafelen van angst en verslaving

“Naar een getraumatiseerde verslaafde wordt anders gekeken dan naar een getraumatiseerde vluchteling”

 Verslaving en angst komen vaak samen voor, bij klinische cliënten zelfs rond de 50%, blijkt uit onderzoek. Maar vaak vormen angst en verslaving een ingewikkelde knoop. Genotmiddelen kunnen angst veroorzaken, verergeren, in stand houden, maar ook dempen. Je kunt dus angstig worden door genotmiddelen, maar ook middelen gaan gebruiken omdat je angstig bent. En als je stopt met gebruik, wordt het vaak eerst erger voor het beter wordt. Een kwestie van goed kijken, goed onderzoeken en zorgvuldig behandelen dus. Klinisch psycholoog Valentijn Jiskoot: “Een goede diagnose stel je niet in één keer.”

Volgens de richtlijn van Resultaten scoren komt “alles met alles” voor, dus alle soorten angststoornissen (zoals paniekstoornis, sociale fobie, obsessief-compulsieve stoornis, gegeneraliseerde angststoornis en posttraumatische stressstoornis) met alle soorten middelen (alcohol, benzodiazepines, cannabis, enzovoorts). Afhankelijk van de ernst van de angststoornis en het middelengebruik, kunnen deze cliënten ook behandeld worden binnen de reguliere ggz.

Mishandeling en misbruik

Valentijn: “In de teams binnen Novadic-Kentron waar ik werkzaam ben, zie ik vooral cliënten met PTSS. Mijn inschatting is dat tot wel een op de drie cliënten bij NK PTSS-klachten heeft. Veel cliënten hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt in hun jeugd, zoals mishandeling of misbruik. Om die angst te dempen, worden dan nogal eens middelen gebruikt, zoals alcohol of cannabis. Maar door hun verslaving kunnen cliënten ook weer in risicovolle situaties terecht komen. En door het middelengebruik zijn ze bovendien minder weerbaar voor misbruik.”

Argwaan of mededogen

Valentijn kan het middelengebruik in zekere zin ook wel begrijpen: “Als je cliënten met een zwaar trauma behandelt, raakt je dat als behandelaar ook. Ik snap soms wel waarom cliënten vluchten in de roes van een genotmiddel, al lost dat uiteindelijk de problemen natuurlijk niet op, maar creëert het weer een heleboel nieuwe problemen. Maar je merkt in de maatschappij wel een groot verschil in de manier waarop mensen kijken naar verslaafden met PTSS, of naar vluchtelingen met PTSS. Voor die laatste groep is veel meer mededogen. Naar een verslaafde wordt toch vaak met argwaan gekeken: ‘die zal het er ook zelf wel naar gemaakt hebben’. Terwijl de trauma’s van iemand met een verslaving net zo heftig en verschrikkelijk zijn.”

Nare ervaringen

Probleem met middelengebruik en angst is dat het middelengebruik ook de oorzaak kan zijn van angst. Heel veel genotmiddelen, zoals cocaïne, speed, ketamine, cannabis maar ook alcohol, kunnen op korte of langere termijn angst veroorzaken, of andere effecten hebben zoals wanen of psychoses die angst met zich meebrengen. Bovendien kan stoppen met middelen ook weer veel angst veroorzaken, als ontwenningsverschijnsel, maar ook omdat de demping wegvalt.

Valentijn: “Je moet dus zorgvuldig zijn met het stellen van een diagnose. Je moet als behandelaar niet alleen kijken wat de klachten zijn bij de intake, maar ook vlak na en een tijdje na de detox, als de invloed van die middelen geen factor meer is. Bij de intake is het belangrijk te vragen of iemand nare ervaringen heeft gehad. En wat de functie is voor het middelengebruik. Als er sprake is van een trauma, én de persoon geeft zelf aan dat hij of zij gebruikt om minder angstig en onrustig te zijn, dan zijn dat signalen dat er sprake kan zijn van angst, en specifiek PTSS.”

EMDR

Als er een angststoornis is die al bestond voor het middelengebruik én die ook nog blijft bestaan na de detox, is een goede behandeling essentieel om terugval te voorkomen. Valentijn: “Idealiter begin je direct na de detox met de behandeling van de angst, omdat de demping dan is weggevallen. Als iemand nog maanden moet wachten, kan dat erg zwaar zijn. In een aantal gevallen doet NK de traumabehandeling zelf, maar bij zeer complex trauma waarvoor langdurige traumabehandeling nodig is, moet er een duaal traject worden opgestart, waarbij de ggz de angst behandelt en wij de verslaving. De afstemming hiervan kan nog wel beter. Nu is het gelukkig wel zo dat ook binnen NK veel expertise is om trauma te behandelen, met name met EMDR.”

Nieuw zelfvertrouwen

EMDR is een heftige methode om trauma te behandelen (zie ook het artikel eerder in onze nieuwsbrief) maar gelukkig wel heel effectief. Valentijn: “Cliënten zien er vaak wel tegenop en dat is logisch. Je vraagt hen om de angstige beelden niet te vermijden, maar juist op te zoeken. En dat is heel heftig. Maar als ze merken dat deze aanpak helpt, is dat ook een hele positieve ervaring. Niet alleen omdat ze dan hun angsten en trauma’s hebben overwonnen, maar ook omdat ze het toch maar gedaan hebben en het hen gelukt is. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Dat kunnen cliënten wel gebruiken, want door hun verslaving en reacties van de omgeving daarop – dat ze niks waard zijn, dat ze het er zelf naar hebben gemaakt – hebben ze vaak een heel laag zelfbeeld. Nu lukt iets wel, en daardoor willen en kunnen ze ook het middelengebruik aanpakken. Angst en verslaving is vaak een complexe combinatie, maar er zijn veel mogelijkheden om dit te ontrafelen én effectief aan te pakken. En dan kunnen mensen een stuk lichter door het leven!”

Vooroordelen over werken in de verslavingszorg

“Als je over je cliënt klaagt dat hij niet luistert, betekent dat meestal dat jij niet luistert!”

“Oh, werk jij in de verslavingszorg? Wat heftig zeg! Eenmaal verslaafd is toch altijd verslaafd? Verslaafden vallen toch altijd terug, dan heb je nooit eer van je werk!” Dit zou zomaar iets kunnen zijn dat een behandelaar van NK hoort in zijn of haar omgeving. Er is nog enorm veel onbekendheid over verslaving en verslavingszorg, en daarmee ook heel wat vooroordelen. Vooroordelen die Maaike van Irsel en Paul Robben, allebei al vele jaren werkzaam bij NK, zelf ook hadden voor ze bij NK gingen werken! Van hun keuze hebben ze nooit spijt gehad, maar ze zien het onbegrip nog vaak om zich heen. Welke vooroordelen herkent u bij uzelf?

Paul Robben, gepensioneerd psychotherapeut maar nog altijd werkzaam als opleider en supervisor: “Toen ik eind jaren zeventig student psychologie was, had ik vooral het idee dat verslaafden onbetrouwbaar waren. Ik dacht toen: ik wil in elk geval níet gaan werken in de verslavingszorg. Maar in die tijd lagen de banen niet voor het oprapen en uiteindelijk kon ik als behandelaar gaan werken binnen de verslavingszorg. Ik was niet erg enthousiast, maar ik dacht: die baan is nog altijd beter dan geen baan, en als ik met deze doelgroep kan werken, kan ik met iedereen werken.”

Ook Maaike van Irsel, GZ-psycholoog in opleiding tot klinisch psycholoog, kwam in de verslavingszorg terecht omdat na haar afstuderen vijftien jaar geleden weinig banen te vinden waren: “Werken in de verslavingszorg stond niet in mijn top drie. Ik had dezelfde ideeën als mensen om me heen: het behandelen van verslaafden is zelden succesvol.”

Je moet kleiner denken, maar breder

Maar Maaike en Paul zijn niet alleen gebleven, maar zijn ook heel enthousiast geworden over hun werk. Maaike: “Ja, dat het heftig is, dat klopt meestal wel. Ik werk met een complexe doelgroep. Naast de verslaving zijn er vrijwel altijd ook psychische problemen. Een complexe combinatie waarvan het lastig is volledig te herstellen. Maar behandeling is niet alleen succesvol als iemand helemaal stopt met gebruiken en weer 100% meedoet in de maatschappij. Als je hier wilt werken, moet je kleiner denken, maar tegelijk ook breder. Misschien is stoppen niet haalbaar, maar minderen wel. En het gaat niet alleen om het gebruik, maar vooral om het verbeteren van de levenskwaliteit. Bijvoorbeeld weer contact met je familie hebben, vrijwilligerswerk kunnen doen… Je moet een optimale balans vinden tussen je mogelijkheden en je beperkingen. En dan kun je heel veel bereiken op het gebied van herstel.”

Je kunt altijd iets voor iemand betekenen

Paul: “Je kunt altijd iets voor iemand betekenen, hoe ernstig de verslaving en hoe complex de problemen ook zijn. Ik hoor onervaren behandelaars weleens zeggen: ‘de cliënt wil niet luisteren, hij is niet gemotiveerd.’ Maar dat betekent negen van de tien keer dat jij als behandelaar niet luistert. Als jij vindt dat een cliënt abstinent moet worden, en de cliënt wil dat niet of is daar nog niet aan toe, dan luister jij niet goed naar wat die cliënt wil, en waarom. De doelen van je cliënt staan centraal: jij dicteert niet, maar coacht en ondersteunt.”

Een gemarmerde cake

Beide behandelaars geven aan dat er vaak sprake is van verslaving én psychische problemen. Dat maakt het werk heel boeiend. Paul: “Je moet goed kijken om erachter te komen hoe alles met elkaar samenhangt. Vaker wel dan niet is er ook sprake van andere psychische of cognitieve problemen: angst- of stemmingsstoornissen, een verstandelijke beperking, borderline, ADHD, autisme… Hoe ernstiger de problemen, hoe moeilijker ze van elkaar te scheiden zijn. Vergelijk het met een gemarmerde cake. Je kunt de delen met chocola nog wel scheiden van de delen zonder. Maar de suiker, het meel, de melk? Dat kun je niet meer los zien van elkaar als het beslag eenmaal gemixt en gebakken is.”

Vicieuze cirkel

Maaike: “Het idee dat je psychische problemen en verslavingsproblemen los kunt zien én behandelen, is erg hardnekkig. Ook binnen de reguliere ggz hoor ik regelmatig dat je eerst de verslaving moet aanpakken voor je aan de psychische problemen kunt werken. Maar de problemen zijn volledig met elkaar verweven en vormen een vicieuze cirkel: ze houden elkaar in stand en verergeren elkaar. Je kunt dus het beste geïntegreerd behandelen, en daarin als ketenpartners gezamenlijk optrekken.”

Stereotiep

De behandelaars zien bovendien dat de omgeving vaak een stereotiep beeld heeft van verslaving. Paul: “Het woord ‘verslaving’ suggereert een eenheid, een helderheid die er niet is. Het is een continuüm. Mensen zien meestal alleen wat de media hen laten zien, en dat zijn de extremen. Maar de meeste cliënten zou je in de wachtkamer echt niet herkennen als verslaafd. En dan nog, ook voor de meer ‘extreme’ situaties geldt dat er altijd een persoonlijk verhaal achter zit. Verslaving is overal, maar mensen willen het niet zien.”

Angst en onrust dempen

Maaike: “Veel mensen koppelen de ernst van de verslaving aan de mate van gebruik. Maar iemand die twee flesjes bier per dag drinkt omdat ze anders niet kan slapen, heeft net zo goed een probleem als iemand die drie kratten bier per dag gebruikt. Als jij drinkt of blowt of drugs gebruikt om je angsten of onrust te dempen, en zonder middelen niet kan functioneren, dan ben je net zo goed afhankelijk. Als behandelaar is het belangrijk dat je je cliënt helpt om erachter te komen wat de functie van het gebruik is, en het onderliggende probleem op te lossen.”

Niet lullen maar poetsen

De doelgerichte aanpak spreekt zowel Maaike als Paul erg aan. Maaike: “Bij NK werken veel echte aanpakkers. Niet lullen maar poetsen. Er heerst een no-nonsense-cultuur. Cliënten waarderen die rechttoe-rechtaan-aanpak. We nemen ook zo min mogelijk van hen over, maar helpen hen om de regie over hun eigen leven terug te pakken.”

Verkeerde houding

Paul: “De houding: ‘ik moet wat doen voor mijn cliënten’, die werkt niet. Er wordt vaak gezegd van cliënten in de verslavingszorg dat ze niet gemotiveerd zijn. Ze zijn wel gemotiveerd, maar vaak is die motivatie nog onduidelijk. Ze willen van hun verslaving af. Oké, maar willen ze dat écht ook zelf, of zitten ze daar vooral omdat hun huisarts of hun partner daarop aandrong? Je moet luisteren en vragen stellen, erachter komen wat hen écht motiveert, wat ze zelf willen bereiken. Jouw vragen zijn dan: ‘Hoe wil je dat aanpakken?’ en ‘Hoe kan ik je daarbij helpen?’”

Vernieuwingsdrang

Hoe je daarbij efficiënt kunt zijn, echt een bijdrage kunt leveren, daarin zijn binnen de verslavingszorg enorme stappen gezet. Maaike: “In de vijftien jaar dat ik hier werk, heb ik heel veel mogelijkheden gehad om mezelf én het vakgebied te ontwikkelen. Ik kon me scholen tot cognitief gedragstherapeut, toen tot GZ-psycholoog en nu tot klinisch psycholoog. Ook kon ik me richten op het implementeren van nieuwe ontwikkelingen. Binnen de verslavingszorg geldt een voortdurende vernieuwingsdrang. Hoe kunnen we de zorg nog beter aansluiten op de behoeften van de burgers?”

Pionierswerk

Paul: “Toen ik eind jaren zeventig begon, was er nog niets aan kaders, bewezen behandelmethoden of richtlijnen. Daar is heel veel in veranderd en naarmate het vakgebied zich ontwikkelde, ontwikkelde ik mezelf ook, bijvoorbeeld binnen de gedragstherapie en de motiverende gespreksvoering. Je hebt hier veel ruimte voor ontwikkeling. Je kunt nog veel pionierswerk verrichten. We weten al veel meer over verslaving dan een paar decennia terug, maar je bent hier voorlopig nog niet uitgedacht.”

Cijfers eerste half jaar 2019  

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers van het eerste half jaar van 2019: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand in het eerste half jaar van 2019.

Alle cliënten

In het eerste half jaar van 2019 waren 6.062 cliënten in behandeling, versus 6.079 in het eerste half jaar van 2018. Van hen zijn 661 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels).

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.050
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 982
Opiaten 746
Cannabis 737
GHB 166
Gokken 203
Medicijnen (o.a. benzodiazepines) 103
Internet (gamen, chatten, erotiek) 47
Ketamine 50
Xtc 6
Overig1 33
Onbekend2 939

1 Bijvoorbeeld: lachgas, nicotine, hallucinogenen
2 Bijvoorbeeld omdat cliënten zich nog in de intake/diagnostiekfase bevinden, omdat ze alleen nog urinecontroles krijgen of omdat het cliënten zijn van de dag- en nachtopvang of een woonvoorziening.

Geslacht Aantal
man 4.611
vrouw 1.451

 

Leeftijd Aantal
< 18 41
18-23 510
24-50 3.889
>50 1.622

 Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste half jaar van 2019 zijn in totaal 551 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (van wie 106 klinisch), versus 616 in het eerste half jaar van 2018.

Primaire problematiek Aantal
Cannabis 213
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 83
Alcohol 57
Gamen 20
Gokken 31
GHB 10
Xtc 4
Opiaten 5
Overig 47
Onbekend 81

 

Leeftijd aantal
13 1
14 6
15 6
16 9
17 19
18 41
19 71
20 89
21 78
22 119
23 112

 

Geslacht Aantal
man 445
vrouw 106

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 april 2019: 757
Aantal medewerkers per 1 april 2019: 891

Aantal fte per 1 juli 2019: 752
Aantal medewerkers per 1 juli 2019: 885

Terugblik Novadic-Kentron algemeen tweede kwartaal 2019

In dit artikel vindt u een terugblik op enkele ontwikkelingen en gebeurtenissen binnen onze organisatie in het tweede kwartaal van 2019. Lees meer over:

  • NK verkoopt Damianenklooster Sint-Oedenrode;
  • MT buigt zich over speerpunten NK 2020;
  • “Last man Standing”. 

NK verkoopt Damianenklooster Sint-Oedenrode

Medio april heeft NK het voormalige Damianenklooster aan de Schijndelseweg in Sint-Oedenrode definitief verkocht. De nieuwe eigenaar wordt SorgHuijs Investment, waarmee in april een definitief koopcontract werd afgesloten. Deze organisatie richt zich op wonen, zorg en welzijn en initieert, ontwikkelt, structureert en beheert zorgvastgoed. Het klooster krijgt dus opnieuw een zorgbestemming.

Het voormalige klooster is sinds 1971 in gebruik geweest als verslavingszorginstelling. Vanaf 1993 was het klooster in gebruik als hoofdkantoor en kliniek van NK. In 2007 verhuisden deze onderdelen naar zorgpark Voorburg in Vught. Na een ingrijpende verbouwing werd in 2012 de verslavingskliniek voor jongeren van Kentra24 aan de Schijndelseweg gehuisvest. In 2020 zal de jeugdkliniek verhuizen naar onze locatie in Vught. Daar zijn momenteel al een aantal klinische afdelingen ondergebracht. Ook zijn in Vught alle faciliteiten aanwezig (sportzaal, muziekruimte, et cetera) die Kentra24 ook in Sint-Oedenrode ter beschikking had. Hierdoor zal er ook in Vught een goed programma geboden kunnen worden. 

MT buigt zich over speer­pun­ten NK 2020

Begin mei heeft het managementteam (MT) van NK zich gebogen over het be­pa­len van NK-bre­de speer­pun­ten voor 2020: aan wel­ke za­ken gaan we, naast de ac­ties in de jaar­plan­nen, ex­tra fo­cus ge­ven? Naast MT-le­den heb­ben aan de eer­ste dag di­ver­se an­de­re me­de­wer­kers van NK en een de­le­ga­tie van de Cliëntenraad, Ondernemingsraad en Raad van Toezicht deel­ge­no­men. Op basis van de gesprekken is de vol­gen­de top 3 be­paald:

  1. di­gi­ta­li­se­ring: im­ple­men­ta­tie van be­staan­de mo­ge­lijk­he­den en ver­ken­ning van nieu­we ont­wik­ke­lin­gen;
  2. pro­fes­si­o­na­li­se­ring;
  3. ke­ten in beeld: wat doet NK wel en niet, voor wie is NK er, wat doen we sa­men met an­de­ren?

De­ beleidsdag heeft ge­leid tot goe­de dia­lo­gen, veel ver­bin­ding en een con­struc­tief re­sul­taat. Het MT gaat de ko­men­de pe­ri­o­de ver­der aan de slag met de re­sul­ta­ten van de­ze dag en zal op ba­sis hier­van de Ka­der­brief 2020 op­stel­len. 

“Last Man Standing”

Op zaterdag 22 juni deed Hendrik Hartevelt, voorzitter van de NK Cliëntenraad, namens de Stichting het Zwarte Gat (waarvan hij voorzitter is) mee aan een event van MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid: Last Man Standing. Stichting het Zwarte Gat vroeg aandacht en geld voor kinderen van ouders met een verslavingsprobleem. De opdracht was om met 300 deelnemers op smalle palen (18 bij 18 centimeter) in het water te staan en dat maximaal zes uur vol te houden. Ook was het Zwarte Gat aanwezig met een kraampje met voorlichtingsmaterialen van waaruit ze met geïnteresseerden in gesprek konden gaan. Het Zwarte Gat heeft tot nog toe een bedrag van ruim € 2.700 opgehaald.

Terugblik Preventie en zorg tweede kwartaal 2019

Novadic-Kentron biedt een breed pakket aan preventie en zorg. Preventie verzorgt informatie, advies en voorlichting, maar beheert ook testservices en verricht veldonderzoek. Binnen de gemeente biedt NK onder meer bemoeizorg, dag- en nachtopvang en medische heroïne-units. Ambulante en klinische zorg wordt geleverd door onze Specialistische en BasisGGZ-teams. In een groter artikel gaan we dieper in op de risico’s van lachgas en besteden we aandacht aan de inzamelingsactie in Helmond. Hieronder leest u over een aantal andere ontwikkelingen in dit kwartaal:

  • feiten en fabels over xtc met minister Grapperhaus en staatssecretaris Blokhuis;
  • veranderingen bij Bemoeizorg Eindhoven;
  • nieuwe manager bedrijfsvoering Dubbele Diagnose en bed beschikbaar voor IHT-team;
  • LVB profielenstudie;
  • NK wil met gemeenten in regio Oss afspraken maken over vroegsignalering. 

Feiten en fabels over xtc met minister Grapperhaus en staatssecretaris Blokhuis

Op 23 april vond een expertmeeting plaats over xtc op het Ministerie van VWS. Minister Grapperhaus en staatssecretaris Blokhuis wilden zich laten informeren over de feiten en fabels rondom de risico’s van xtc. Ook Alex van Dongen van NK Preventie was hierbij uitgenodigd. Discussies gingen onder meer over het aantal sterfvallen bij xtc, die niet altijd gerelateerd zijn aan de hoeveelheid MDMA in het bloed. De experts zaten niet op één lijn over de vraag of het aantal sterfgevallen schrikbarend is of dat dit aantal relatief laag is. De experts waren het met elkaar eens dat xtc tot hersenbeschadiging kan leiden, maar wel is er discussie over de ernst van deze beschadigingen. Bepaalde studies lijken erop te wijzen dat zowel beginnende als zware gebruikers – ook op lange termijn – fors lager scoren op bepaalde geheugentaken. Maar ook hier is nog veel onbekend.

Verder werd er gediscussieerd over het verband tussen xtc-gebruik en depersonalisatie en HPPD (Hallucinogen Persisting Perception Disorder) en de voor- en nadelen van legalisering. Ook hierover waren de experts het niet met elkaar eens. Meer onderzoek en samenwerking tussen de experts is dus nodig. De minister en staatssecretaris gaven aan dat de input hen gesterkt had in de kamerbrief die ze dezelfde week nog uitgebracht hebben.

Veranderingen bij Bemoeizorg Eindhoven

Bij Bemoeizorg in Eindhoven is de afgelopen periode veel veranderd. Op 1 januari werd de naam veranderd van Bemoeizorg Eindhoven in Bemoeizorg 040. Naast onze organisatie en de GGzE werd het bemoeizorgteam uitgebreid met outreachende werkers van Lunetzorg en Springplank040. En er kwam een nieuwe projectleider: Elianne Jacobs vertrok en werd opgevolgd door Lea de Vries, tot dan toe werkzaam als hulpverlener en coördinator zorggerelateerde projecten bij Lunetzorg.

Met de komst van hulpverleners van Lunetzorg en Springplank040 in het bemoeizorgteam worden verschillende expertises gebundeld en kan er sneller en efficiënter gehandeld worden in complexe situaties. Door de expertise van Lunet ontstaan er meer mogelijkheden om mensen met een lichte verstandelijke beperking te benaderen en begeleiden. De outreachende werkers van Springplank hebben al geruime tijd contact met verschillende overlastgevende hanggroepen. Tot nu toe vonden de contacten met die groepen plaats onder regie van de gemeente Eindhoven. 

Nieuwe manager bedrijfsvoering Dubbele Diagnose en bed beschikbaar voor IHT-team

Vanaf eind mei is Rob Aussems bij de VOF Dubbele Diagnose in Tilburg aangesteld als manager bedrijfsvoering. Rob begeleidt en faciliteert de klinische teams van de VOF DD, is verantwoordelijk voor alle personele zaken (werving en selectie, verzuim, planning, et cetera), bewaakt de kwaliteit en productie en beheert de financiën.

Inmiddels is ook besloten dat bij de VOF DD een bed beschikbaar wordt gehouden voor het IHT-team (Intensive Home Treatment) van NK. Het IHT-team behandelt cliënten in principe in de thuissituatie. Het IHT-bed is bedoeld voor opname van IHT-cliënten voor maximaal 72 uur, in situaties waarin thuisbehandeling tijdelijk niet mogelijk is. 

LVB profielenstudie

In onze nieuwsbrief van januari hebben we uitgebreid aandacht besteed aan de LVB profielenstudie. In fase 3 van deze studie wordt antwoord gezocht op de vraag hoe de samenwerkingspartners zorg voor deze doelgroep goed vormgeven. In dat kader organiseerden NK, Prisma en Cello op 25 maart in Vught een eerste kennisdag LVB en verslaving. Het doel van deze dag was elkaar beter te leren kennen en kennis te delen over de groeiende doelgroep van mensen met een verslaving en

LVB-problematiek. Na een informatief blok en verschillende workshops over onder meer motiverende gespreksvoering en sociaal-emotioneel functioneren van de doelgroep, gingen de deelnemers in debat over de samenwerking tussen de verschillende instanties, de verschillende visies en de problemen waar we in de praktijk tegenaan lopen. Waar liggen kansen en uitdagingen? Unaniem waren de deelnemers van mening dat deze kennisdag veel aanknopingspunten bood waar we verder mee kunnen! Afgesproken werd om maandelijks bij elkaar te komen om de voortgang in de samenwerking te bespreken. 

NK wil met gemeenten in regio Oss afspraken maken over vroegsignalering

Op 16 september organiseert NK samen met de gemeente Oss een bijeenkomst voor beleidsmedewerkers Jeugd van gemeenten en vertegenwoordigers van het onderwijs uit de regio Oss. In deze bijeenkomst zal er aandacht zal zijn voor het thema vroegsignalering en jeugdverslaving. NK wil samen met gemeenten en onderwijs zoeken naar de beste manier om jongeren die risicovol middelen gebruiken, eerder in beeld te krijgen en met hen in gesprek te gaan. Het Trimbos-instituut heeft al eerder geconstateerd dat er extra kennis en expertise aan de voordeur nodig is om deze jongeren tijdig in beeld te krijgen.

NK heeft een werkwijze ontwikkeld die in Oss en Meierijstad zeer succesvol is gebleken, onder de naam PITD (Project Individuele Trajectbegeleiding Drugsgebruikers). In deze methodiek trekken preventiewerkers en een outreachende behandelaar van Kentra24 (de jeugdafdeling van NK) gezamenlijk op. Preventiewerkers verrichten het veldwerk en brengen jongeren in beeld, de outreachende behandelaar pakt zo snel mogelijk de behandeling op. NK wil de PITD-werkwijze of varianten daarvan graag verder regionaal uitrollen. De bijeenkomst van 16 september vindt plaats in de raadszaal van het gemeentehuis in Oss, van 16.00 tot 18.00 uur.

Terugblik Herstelondersteunende zorg tweede kwartaal 2019

Eigen regie bij de cliënt, streven naar meer participatie en inzet van ervaringsdeskundigheid: enkele belangrijke doelen van de herstelondersteunende zorg van NK (zie kader onderaan artikel). De inzet van ervaringsdeskundigheid is een zeer waardevolle aanvulling naast de reguliere ambulante en klinische zorg. Herstelondersteunende zorg kan snel worden ingezet en richt zich vaak op concrete, praktische vragen van de cliënt. Belangrijke ontwikkelingen in het afgelopen kwartaal:

  • NK maakt hele organisatie herstelondersteunend;
  • trainingsprogramma herstelondersteunende zorg draagt bij aan een fijnere begeleiding en behandeling;
  • ervaringsgroepen voor cliënten in kliniek;
  • ervaringsdeskundig docent Angela Aarts draagt expertise uit.

NK maakt hele organisatie herstelondersteunend

NK denkt er op dit moment over na hoe we herstelondersteunende zorg kunnen doorvoeren in de hele organisatie. NK is al een van de voorlopers in Nederland bij het toepassen van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid. Herstelondersteuning wordt nu echter vooral gezien als aanvullend aanbod door ervaringsdeskundigen en vrijwilligers. NK wil graag dat alle teams integraal gaan werken vanuit de principes van de herstelondersteuning. Dit betekent dat de cliënt, de omgeving van die cliënt, de reguliere zorgverleners en de ervaringsdeskundigen gezamenlijk werken aan het herstel van verslaving. Daarbij vullen de hulpverleners elkaar aan: behandelaars focussen zich op het behandelen van de oorzaken van de verslaving (psychisch, fysiek); begeleidingsdeskundigen en ervaringsdeskundigen geven begeleiding bij het op orde brengen van de verschillende leefgebieden van de cliënt. Ervaringsdeskundigen voegen daarbij extra waarde toe door het verminderen van (zelf)stigma en het bieden van begeleiding bij de gevolgen van verslaving. Allen werken vanuit dezelfde herstelondersteunende basishouding. Daarbij staan de eigen kracht en het eigen verhaal van de cliënt centraal. De focus ligt op doelen en eigen regie van de cliënt, de waarde van diens omgeving, zingeving en weer meedoen in de maatschappij. De ervaringskennis van de cliënt wordt daarbij erkend, gestimuleerd en benut, wat ook geldt voor de ervaringskennis van de hulpverleners. De komende tijd wordt verder uitgewerkt hoe dit vorm krijgt binnen NK.

Trainingsprogramma herstelondersteunende zorg draagt bij aan een fijnere begeleiding en behandeling

Omdat NK herstelondersteunende zorg essentieel vindt, krijgen alle teams binnen NK in de komende anderhalf jaar een training van meerdere dagdelen waarin ze leren hoe ze herstelondersteunende zorg in de praktijk kunnen toepassen. Deze training door ervaringsdeskundigen wordt gecombineerd met een online module. Tijdens de training wordt onder meer besproken wat herstel is, hoe (ex-)cliënten leren leven met hun aandoening, wat keerpunten in herstel zijn en wat dit van ons als professionals binnen NK vraagt. Maar ook wordt ingegaan op effecten van bepaald taalgebruik en hoe herstelondersteunend werken van waarde is voor de ambitie van NK. In de training wordt benadrukt dat herstelondersteunende zorg niet een nieuwe manier van werken is, maar een aanvulling op de zorg die begeleiders en behandelaars al bieden.

De ervaringsdeskundigen leren hen hoe ze nog meer kunnen kijken vanuit krachten en talenten, en niet vanuit problemen en beperkingen. Dit is niet alleen van toepassing op de casuïstiek van cliënten, maar kan ook worden toegepast als een begeleider of behandelaar zelf vastloopt. In plaats van blijven focussen op wat er mis gaat, wordt gevraagd: wat heb jij nodig om verder te kunnen? De teams ervaren de training als heel positief: dit blijkt zowel uit spontane reacties na de training, als uit de metingen voor- en achteraf. De training zal binnen heel NK worden uitgerold, zodat alle cliënten die zich bij NK aanmelden, nog positiever en fijner behandeld worden.

Ervaringsgroepen voor cliënten in kliniek

Mensen die willen herstellen van hun verslavingsproblemen, kunnen naast een (eventuele) reguliere behandeling binnen of buiten NK, vrijwillig deelnemen aan een gefaseerd leertraject met ondersteuning en begeleiding door opgeleide ervaringsdeskundigen. De eerste stap daarin is deelname aan een ervaringsgroep. Deze groepen, waarin deelnemers hun ervaringen met verslaving en herstel delen, zijn zeer laagdrempelig. Stoppen met gebruik is hier niet verplicht. Echter, voor mensen die bij NK zijn opgenomen, voldeden deze groepen niet volledig aan de behoeften. Daarom is nu ook gestart met interne ervaringsgroepen. Deelnemers van deze groepen hebben immers al gekozen voor behandeling: ze beginnen vanuit een ander startpunt, hebben andere vragen (bijvoorbeeld over hun behandeling) en gebruiken ook niet meer. De interne ervaringsgroepen vinden nu plaats in Eindhoven en Vught, maar zullen uiteindelijk in meerdere klinieken en op meerdere afdelingen worden gehouden.

Ervaringsdeskundige docent Angela Aarts draagt expertise uit

Verschillende medewerkers bij NK zijn daarnaast ook docent op hogescholen of universiteiten. Zo ontstaat een intensieve uitwisseling tussen wetenschappelijke kennis en kennis uit de praktijk, en bovendien wordt zo geïnvesteerd in kwalitatief hoogwaardig toekomstig personeel. Steeds meer wordt daarbij ook ervaringsdeskundigheid meegenomen. Ervaringsdeskundig medewerkster Angela Aarts geeft sinds kort samen met senior wetenschappelijk medewerker Harmen Beurmanjer les over (GHB-)verslaving aan GZ-psychologen in opleiding op de Radboud Universiteit en voor opleidingsinstituut RINO Zuid. Harmen geeft daarbij onder meer uitleg over hoe verslaving werkt in het brein, Angela gaat in op herstelondersteunende zorg en bejegening. Door ervaringsdeskundigheid en herstelondersteunende zorg op dat moment in de carrière van behandelaars al onder de aandacht te brengen, wordt het steeds vanzelfsprekender om dit ook tijdens de behandeling toe te passen naast CGT en motiverende gespreksvoering. De onderwijsmiddag is onderdeel van een bredere vijfdaagse cursus binnen de GZ-opleiding waarin cursisten leren hoe verslaving ontstaat, in stand gehouden wordt en welke behandelingen er beschikbaar zijn.

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

Cijfers herstelondersteunende zorg tweede kwartaal 2019

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Breda/Roosendaal 145
Tilburg 81
Den Bosch/Oss 70
Eindhoven/Helmond 168

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda maandag 53
Breda vrijdag 31
Bergen op Zoom
Tilburg 25
Den Bosch 3
Den Bosch ouderengroep 8 (t/m 28-05)
Eindhoven 6 (t/m 05-04)

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 26
Tilburg 22
Den Bosch 23 (t/m 24-05)
Eindhoven 18 (t/m 10-04)
Bergen op Zoom 7

Aantal herstelmedewerkers herstelpunten

Regio Aantal medewerkers
Vught 7
Eindhoven 5

Aantal herstelmedewerkers afdelingen

Afdeling Aantal medewerkers
Beschermde woonvorm Bergen op Zoom 1
Hostel Den Bosch 2
Hostel Eindhoven 1
Dag- en nachtopvang 1

Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Sint-Oedenrode 1
Bergen op Zoom 1
Tilburg 1
Den Bosch 4
Eindhoven 1
Vught 2
Breda 2
Helmond 2

Totaal aantal herstelmedewerkers per regio (samen herstellen)

Functie Aantal medewerkers
Bergen op Zoom 2
Breda 7
Tilburg 7
Den Bosch 4
Eindhoven/Helmond 7
Sint-Oedenrode 2

Aantal stagiaires 

Regio Aantal stagiaires
Breda 1
Den Bosch 2
Vught 1

 Aantal BBL 

Regio Aantal BBL
Bergen op Zoom 1
Vught 1
Den Bosch 1
Eindhoven 1
Tilburg 1

De Reden (ondersteuning Verslavingsreclassering) Breda

Regio Aantal deelnemers
Individuele begeleiding 26 (2 Tilburg, 1 Roosendaal / Bergen op Zoom)
Herstelmedewerkers 2

Totaal aantal herstelmedewerkers per project

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 29
Herstelpunten 12
Ervaringsdeskundigen 14
Studenten 9
De Reden 2
Herstelmedewerkers op afdelingen 5

 

 

Terugblik Forensische verslavingszorg en verslavingsreclassering tweede kwartaal 2019

Cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij Novadic-Kentron begeleid door de verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. In een groter artikel gaan we uitgebreid in op het Spreekuur huiselijk geweld en kindermishandeling in Eindhoven. In deze terugblik aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • training “In gesprek met je LVB-cliënt”;
  • VR gaat activiteiten binnen PI Vught uitbreiden;
  • Lieke Knapen nieuwe programmamanager FVZ;
  • NK voldoet aan nieuwe eisen DJI;
  • wijkrechtbank Eindhoven op locatie;
  • cliënten zeer tevreden over FVZ.

Training “In gesprek met je LVB-cliënt”

Mensen met een licht verstandelijke beperking zijn oververtegenwoordigd in de justitieketen. 3RO – de landelijke organisatie van reclasseringsorganisaties – vindt het daarom belangrijk de kennis over LVB en de vaardigheden hoe om te gaan met LVB-cliënten uit te breiden. Daarom wordt binnen NK aan alle medewerkers de eendaagse training “In gesprek met je LVB-cliënt” aangeboden.

Tijdens de training wordt vooral aandacht besteed aan bejegening van LVB-cliënten. Er wordt met een acteur geoefend hoe ‘LVB-tools’ op een effectieve manier in te zetten. Een belangrijke tip is om geduld te hebben en creatief te zijn in de zoektocht naar aansluiting. Het resultaat moet zijn dat LVB-cliënten sneller aanhaken en de begeleiding aangepast wordt aan de cliënt om zo langzaam tot verandering van gedrag te komen en recidive te verminderen. De training is door de eerste deelnemers uiterst positief ontvangen.

VR gaat activiteiten binnen PI Vught uitbreiden

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft voor de periode 2019-2020 gelden vrijgemaakt voor de extra inzet van reclasseringswerkers van de 3RO in de Penitentiaire Inrichtingen in Vught en Grave. Met extra inzet kan beter zorggedragen worden voor het verminderen van recidive van specifieke doelgroepen die ook na detentie veel overlast veroorzaken in de samenleving. Dat gebeurt door gezamenlijk beter invulling te geven aan het thema ‘de levensloop centraal’. Detentie wordt niet meer gezien als een afgebakend deel van iemands leven, maar is er een onderdeel van. Er wordt ingezet op integrale trajecten en kwalitatief betere D&R-plannen (detentie en re-integratie). Ook wordt de overgang van binnen naar buiten gezamenlijk voorbereid met het oog op het verlagen van recidive-risico.

De aanvullende subsidie is toegekend voor extra inzet bij met name het PPC (Penitentiair Psychiatrisch Centrum) voor een project van tweeënhalf jaar, dat begin september van start gaat. Zowel NK als Reclassering Nederland krijgen 1 fte ter beschikking. Op basis van een effectiviteitsonderzoek wordt na de projectperiode besloten of de extra inzet van verslavingsreclassering structureel wordt.

Lieke Knapen nieuwe programmamanager FVZ

Sinds 1 april is GZ-psycholoog Lieke Knapen programmamanager Forensische Verslavingszorg. Het betreft een nieuwe functie binnen NK. Lieke combineert de functie van programmamanager tot september met haar werk bij de GGzE. Daar is zij gedetacheerd in het kader van haar opleiding tot klinisch psycholoog en is ze regiebehandelaar van een afdeling voor cliënten met een verstandelijke beperking en psychische problemen. Zie ook artikel elders in deze e-mailnieuwsbrief.

Als programmamanager geeft Lieke leiding aan het forensisch team en zorgt ze voor een goede proces- en communicatiestructuur. Daarnaast is Lieke verantwoordelijk voor de ontwikkeling van nieuwe (zorg)producten en diensten voor FVZ en de implementatie daarvan. Lieke: “De forensische teams zijn voor mij vertrouwd; ik was eerder werkzaam als regiebehandelaar forensisch in de regio West. Ik weet dus dat ik terecht kom in een leuk en dynamisch veld met fijne en betrokken medewerkers.”

NK voldoet aan nieuwe eisen DJI

De laatste tijd is naar aanleiding van een aantal incidenten veel media-aandacht geweest rond de forensische zorg. Onder andere de bevindingen uit het rapport over de casus Michael P. worden door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) vertaald in het aanscherpen van de eisen en normen aan aanbieders van forensische zorg. Het verbeteren van het risicomanagement en het wegnemen van belemmeringen in informatie-uitwisseling zijn daarbij belangrijke speerpunten.

NK gaat bij alle forensische cliënten een risicotaxatie afnemen, die geïntegreerd wordt in het behandelplan en de basis vormt voor het verlenen van verlof en vrijheden aan cliënten. Ook gaat NK werken met een overeenkomst met de cliënt, waarin behandelafspraken worden vastgelegd en waarin de cliënt toestemming geeft voor de uitwisseling van alle benodigde informatie. NK voldoet daarmee in ruime mate aan de nieuwe eisen.

Wijkrechtbank Eindhoven op locatie

In onze vorige nieuwsbrief hebben we gemeld dat VR betrokken is bij de wijkrechtbank (community court) in Eindhoven. In de wijkrechtbank staat de mens achter de rechtszaak centraal. Immers, vaak is er meer aan de hand dan alleen het strafbare feit, bijvoorbeeld spijbelen, schulden, ruzie in de familie of het ontbreken van een nuttige dagbesteding. In de wijkrechtbank is ook hier aandacht voor. Zittingen werden aanvankelijk nog gehouden bij het kantongerecht in Eindhoven. Inmiddels worden de zittingen in de wijk gehouden, en wel binnen het wijkgebouw aan de Nieuw Fellenoord.

Cliënten zeer tevreden over FVZ

Aan het eind van de behandeling binnen de forensische verslavingszorg vullen cliënten de tevredenheidsmeting CQI (Consumer Quality Index) in. De CQI is een gestandaardiseerde methodiek voor het meten van ervaringen van cliënten met de zorg. Hieronder een overzicht over 2018 en het eerste kwartaal van 2019, waaruit blijkt dat de tevredenheid groot is en de zorg steeds beter gewaardeerd wordt.

Totaaloordeel (0-10)
FVZ ambulant
Jan-Jun 2018

(Q1-Q2)

Jul-Dec 2018

(Q3-Q4)

Jan-Mrt 2019

(Q1)

Gemiddelde 7,9 8,3 8,6
Aantal respondenten 38 32 22

Voorwoord kwartaalbericht april 2019: vertrouwen

Als we om ons heen kijken, lijkt het vaak alsof vertrouwen een schaars goed begint te worden. We hebben allemaal veel informatiebronnen tot onze beschikking, en de rechten van het individu zijn belangrijker dan ooit. Er is niks mis mee om kritisch te kijken naar de uitspraken en beslissingen van anderen, en wat die voor jou betekenen. Om vragen te stellen als je twijfelt. Maar dat lijkt tegenwoordig ook nogal eens te leiden tot een haast ongeneeslijk wantrouwen: in de zorg, in de overheid, en zelfs in de wetenschap. Kijk bijvoorbeeld naar het groeiend aantal ouders die hun kinderen weigeren in te enten, ondanks al het wetenschappelijk bewijs dat vaccinaties veilig en effectief zijn. Of de enorme ophef die vaak ontstaat als ergens een woonvoorziening voor verslaafden wordt gepland, ondanks onderzoek in andere steden dat uitwijst dat deze woonvoorzieningen niet leiden tot overlast of onveiligheid.

‘Eerst zien, dan geloven’, is het motto van veel mensen. Maar werkt het vaak niet zo dat je juist ziet wat je gelooft? Als mensen eenmaal verankerd zijn in hun wantrouwen, lijkt geen enkel argument, geen enkel wetenschappelijk onderbouwd bewijs, geen enkel persoon dat standpunt weer te kunnen wijzigen. Het wordt vaak allemaal bijeengeveegd onder het stempel ‘misleiding’. Terwijl de incidenten die jouw geloof juist wél ondersteunen, zelfs al zijn die zwaar in de minderheid, wél gezien worden.

Zo werkt het in het groot, zo werkt het in het klein. Mensen die herstellen van een verslaving, moeten een hoop vertrouwensbreuken helen. Ten eerste van henzelf: vaak hebben ze voor ze hulp zoeken al talloze keren geprobeerd zelf te veranderen. En ook als ze wél die zo belangrijke stap naar behandeling zetten, is herstel vaak een pad van vallen en opstaan. Hou dan nog maar eens vertrouwen in de goede afloop. Dat geldt ook voor de omgeving: het vertrouwen is vaak enorm beschadigd en de mensen om je heen zijn sceptisch en cynisch geworden. Dat is ook meestal gebaseerd op veel negatief bewijs en veel nare incidenten in het verleden. Maar voor herstel is dat geen goed uitgangspunt. In giftige grond kan weinig groeien.

Van geloof, hoop en liefde, gaat geloof het eerst onderuit. De hoop is hardnekkig, lijkt soms helemaal uitgedoofd, maar is verbazingwekkend veerkrachtig en kan zomaar weer opvlammen. De liefde blijft het langst overeind. En vanuit die bron kan ook weer gewerkt worden aan hoop, aan geloof: aan vertrouwen. Dat gaat met kleine stapjes, maar tegelijkertijd is er een sprong voor nodig: een sprong in het duister en er dan maar op vertrouwen dat je goed terecht komt. Je kind of je partner je vertrouwen laten zien door hem of haar weer iets meer verantwoordelijkheid terug te geven. Voor een deel van het huishouden. Voor zelf de wekker zetten om naar school te gaan. Het vertrouwen geven en, vanuit de persoon in herstel, dat vertrouwen verdienen. Zo wordt stap voor stap gewerkt aan het herstel van de verslaving, en dat gaat vaak gelijk op met het herstel van het vertrouwen. Maar wat komt er eerst? Eerst zien, dan geloven? Of eerst geloven en dan zien?

Bij NK geloven we in Nieuwe Kansen. Altijd. Voor iedereen.

Walther Tibosch
Bestuurder NK

Praktische handvatten bij autisme en verslaving

“Als het niet 100% goed gaat, gaat het dus verkeerd”

Ieder mens is anders, maar mensen met autisme zijn ánders anders. Hoe zij de wereld om zich heen waarnemen, hoe ze die informatie verwerken, hoe ze daarop reageren: het brein van mensen met autisme werkt op een wezenlijke manier anders dan dat van ‘neurotypische’ mensen (een benaming van autistische mensen voor “normale” mensen). Dat betekent ook dat behandelmethodes voor psychische problemen of verslaving bij deze groep soms minder effectief zijn. Aandacht voor autisme bij volwassenen met een normale intelligentie is nog relatief nieuw, en hulpverleners binnen de verslavingszorg hebben dringend behoefte aan direct toepasbare kennis. Marc Bosma en Johan van Zanten, beiden GZ-psycholoog bij NK, werken er hard aan om daarin te voorzien.  Hier een aantal praktische handvatten die zij geleerd hebben van hun gretige, nieuwsgierige, zwart-witte, creatieve, vastgelopen, autonome cliënten.

Marc en Johan hebben hun kennis en ervaringen vertaald in een groepstraining, die sinds een jaar in Eindhoven en Den Bosch wordt gegeven en in de toekomst ook elders in het werkgebied van NK.

Johan: “Mensen met autisme hebben vaak al hun hele leven het gevoel dat ze afwijken van iedereen om hen heen. Ze vinden andere dingen leuk, interessant, makkelijk of juist moeilijk, en begrijpen niet wat de mensen om hen heen beweegt. Ze doen alsof, ze volgen de regels, maar ze horen er voor hun gevoel nooit echt bij. Die eenzaamheid is een factor die middelengebruik, en uiteindelijk verslaving, in de hand kan werken. Maar ook bijvoorbeeld de stress die ze ervaren door allerlei zintuiglijke en sociale prikkels. Alcohol kan dan helpen om die prikkels te dempen.”

Marc: “Andere mensen met autisme hebben juist weer last van onderprikkeling, ze voelen juist te weinig, en gebruiken bijvoorbeeld xtc om meer te voelen. De meeste mensen met autisme hebben echter een voorkeur voor cannabis of alcohol.”

Alle gedachten afmaken

Johan: “Daarnaast hebben veel mensen met autisme ook last van angst en somberheid, van eindeloos piekeren. Mensen met autisme willen vaak elke gedachte in hun hoofd afmaken, en ook elke gedachte die daar een zijsprong van is, waardoor hun hoofd op hol slaat en ze ook geen beslissingen meer kunnen nemen. Ze gebruiken dan alcohol of cannabis om rust in hun hoofd te krijgen. En ten slotte lijken dit soort middelen sociale gebeurtenissen minder stressvol te maken.”

Marc: “Het voelt voor mensen met autisme soms alsof ze onder invloed van alcohol of cannabis sociaal adequater handelen en communiceren, maar het tegendeel is vaak het geval. Autisme brengt sowieso al een hoge mate van eerlijkheid met zich mee en onder invloed kunnen mensen daar nog eens in doorschieten. De omgeving ervaart dit als ongepast of eigenaardig gedrag. Het middelengebruik blijkt dus geen oplossing te zijn voor sociale problemen. En het gebruik zelf komt er als probleem bij. Want gaandeweg ervaart men minder grip op het gebruik en het eigen leven.”    

Mentale encyclopedie faalt

Johan: “En dat is vaak de reden dat ze hulp gaan zoeken, want veel autistische mensen vinden autonomie en controle juist heel belangrijk. Middelengebruik lijkt tijdelijk een oplossing te bieden, maar bij een verslaving gaat deze groep vaak nog harder achteruit dan mensen zonder autisme. Als er sprake is van een normale intelligentie, compenseren zij hun beperkingen met een uitgebreide mentale encyclopedie, die ze hebben opgebouwd door eerdere ervaringen. Ze weten bijvoorbeeld: bij die persoon moet ik altijd eerst naar de kinderen vragen. En als die persoon met zijn pen zit te prutsen, betekent het dat hij bezorgd is. Hun beperkte vermogen om te improviseren, compenseren ze door vaste structuren en gedetailleerde planningen. Maar als door middelengebruik de cognitie en het geheugen worden belemmerd, kunnen ze hun beperkingen niet meer goed compenseren.”

Marc: “Ze lopen dan op allerlei terreinen volledig vast, ook in praktische zaken en de organisatie van het dagelijks leven. En waar je in het algemeen vaak ziet dat de omgeving een grote rol speelt bij de beslissing om hulp te zoeken, is het voor mensen met autisme vaak cruciaal dat ze zelf die beslissing nemen. Als ze dan hier aan de behandelgroepen deelnemen, krijgen ze weer meer houvast. Ze zijn vaak enorm nieuwsgierig en heel gretig om te ontdekken hoe hun autisme samenhangt met hun verslaving.”

Niet in discussie gaan

Johan: “Autonomie en controle spelen ook een belangrijke rol bij de behandeling zelf. We geven bewust geen gedetailleerde instructies over hoe ze het huiswerk tussen de sessies moeten maken. Als je hen daar enige vrijheid in geeft, komen ze vaak met heel originele en creatieve inzichten.”

Marc: “Het heeft trouwens ook totaal geen zin om met hen in discussie te gaan over de beste manier om iets te doen. Die discussie winnen ze namelijk. We geven wel opties en delen onze kennis. Daarmee komen ze dan zelf tot oplossingen en beslissingen.”

Wees nieuwsgierig

Marc: “Behandelaars van mensen met autisme zijn soms bang om fouten te maken. Mijn belangrijkste tip: wees authentiek! Mensen met autisme zijn over het algemeen heel eerlijk, ze lezen en spreken niet tussen de regels. Maar ze zijn wel zo oplettend en zo alert, dat ze het meteen zien als je je anders gedraagt dan anders. Ze weten alleen niet hoe ze dat moeten interpreteren. Zeg het dus gewoon als je moe bent of je dag niet hebt. En wees vooral ook heel nieuwsgierig. Vraag door, vanuit oprechte interesse hoe het bij hem of haar werkt. Dat wordt vaak erg gewaardeerd.”

Eigen logica

Johan: “Denk minder in methodes en probeer vooral de wereld van de ander te begrijpen. Mensen met autisme hebben hun eigen logica. Zo werken we binnen NK bij andere groepen vaak met het belonen van goed gedrag omdat dat zo goed werkt, maar bij mensen met autisme zien we nogal eens de reactie: ‘Wat een flauwekul die beloningen, dat moet ik toch gewoon kunnen.’ Zoek dan naar andere motivators, soms zijn ze bijvoorbeeld wel gevoelig voor de beloning dat juist hun omgeving gelukkiger is als het goed met hen gaat. Een andere aanpassing van de cognitieve gedragstherapie is het omgaan met catastrofale gedachten. Alle mensen hebben moeite met een terugval, maar bij autistische cliënten is het vaak alles of niets. Een terugval betekent voor hen, heel zwart-wit, dat ze helemaal opnieuw moeten beginnen. Ze zien de wereld in scherp omlijnde concepten: als iets niet 100% goed gaat, gaat het dus verkeerd. Je kunt hen dan wel helpen om een nieuw concept te maken: het concept ‘leermoment.’ ”

Zelfacceptatie

Johan: “Bij verslaving werk je aan de onderliggende problemen, vanuit de gedachte dat als die zijn opgelost, het ook makkelijker is van de verslaving te herstellen. Probleem is alleen dat autisme niet ‘op te lossen’ is. Dus wat dan heel belangrijk is, is zelfacceptatie en het leren hanteren van beperkingen of verminderen van klachten die voortvloeien uit autisme.”

Marc: “Mensen met autisme leggen de lat vaak heel hoog: ze mogen niets uit de weg gaan, en moeten aan alle verwachtingen voldoen. Maar dat levert zoveel stress op, dat is op termijn niet vol te houden. Als je accepteert dat bepaalde dingen jou meer moeite kosten, kun je ook keuzes maken, zodat je minder stress ervaart en minder behoefte hebt aan middelen. Bijvoorbeeld alleen naar de feesten gaan die echt belangrijk zijn, en niet van jezelf verwachten dat je bij elke receptie, elke verjaardag en elk uitje aanwezig bent. Mindfulness kan helpen bij die zelfacceptatie.”

Puzzelen

Johan: “We zijn nog aan het puzzelen. Er is behoorlijk veel bekend over autisme bij volwassenen met een normale intelligentie, maar de vertaalslag naar de praktijk is nog nauwelijks gemaakt. Wij zijn nu een werkboek aan het maken vanuit onze eigen kennis en ervaring. Veel instrumenten kunnen we overnemen van andere behandelmethodes, maar die moeten wel worden aangepast aan de informatieverwerking bij autisme. Neem nu een vragenlijst met een vraag als ‘Bent u geneigd om middelen te gebruiken in die of die situatie.’ Daar kan iemand met autisme vaak niks mee. Want wat is dat precies: ‘geneigd zijn’? Mensen zonder autisme maken vaak automatische aannames bij vage omschrijvingen. Mensen met autisme kunnen je precies aanwijzen waar de communicatie niet concreet of specifiek genoeg is. Daar kunnen wij ook veel van leren.”

Ketamine bezig aan een opmars

Het gebruik van ketamine, door gebruikers ook wel ket of keta genoemd, wint snel aan populariteit. Ketamine is door farmaceuten ontwikkeld als narcosemiddel en pijnstiller voor mensen en dieren. Het werd ironisch genoeg ontwikkeld als alternatief voor het narcosemiddel PCP – later eveneens gebruikt als drug (‘angel dust’) – omdat PCP te veel bijwerkingen had. De laatste jaren wordt ketamine steeds vaker gebruikt, vooral door jongeren tijdens het uitgaan, op festivals, dance events en bij after party’s. En zorgt daar steeds vaker voor problemen, weet preventiewerker en drugsexpert Alex van Dongen. Zoals een traumatische bijna-doodervaring.

“Er zijn genoeg signalen die erop wijzen dat we kunnen spreken van een nieuwe trend in drugsgebruik,” zegt Alex. “In de Nationale Drugsmonitor van het Trimbos instituut staat dat in 2016 150.000 volwassenen ketamine gebruikt hebben en dat onder bezoekers van party’s en festivals het gebruik fors is gestegen: in 2016 gebruikt ruim 17 procent van de party- en festivalbezoekers dit middel, in 2017 ruim 33 procent. Ook het aantal gezondheidsincidenten is de laatste jaren toegenomen. Daarnaast merken we het als preventiewerkers in onze dagelijkse praktijk: het middel wordt steeds vaker aangeboden bij onze testservice en we krijgen steeds meer vragen, ook hulpvragen, van gebruikers en familieleden. Ook is ketamine steeds vaker gespreksonderwerp van preventiewerkers bij hangjongeren, uitgaanders en festivalbezoekers.”

Bijna-doodervaring

Ketamine is vooral in poedervorm op de drugsmarkt en wordt meestal gesnoven. Vaak wordt het gebruikt in combinatie met andere middelen. Alex: “Ketamine is een dissociatief tripmiddel, dat zorgt als het ware voor een scheiding van lichaam en geest. In een lage dosering zorgt dat voor een dromerige roes die ervoor zorgt dat mensen zich vrijer voelen. Zo’n tien minuten na het snuiven beginnen de effecten, die ongeveer een uur aanhouden. Sommige gebruikers krijgen last van misselijkheid. Acute risico’s zijn er vooral bij hoge doseringen. Dan kunnen heftige tripverschijnselen optreden, waarbij hallucinaties voorkomen. Het besef van tijd kan veranderen, maar je kunt ook een soort bijna-doodervaring krijgen, waarin je als het ware uit je lichaam treedt en je je in een tunnel naar het licht lijkt te bevinden. Die toestand wordt K-hole genoemd en die kan leiden tot een extreme paniekaanval die een psychose veroorzaakt en een zeer traumatische ervaring oplevert. Ook is er kans op verslaving, met name geestelijke afhankelijkheid. Als iemand regelmatig gebruikt, treedt er snel tolerantie op, waardoor de gebruiker een steeds hogere dosering nodig heeft voor hetzelfde effect.”

Volledig in paniek

Alex zegt dat het gebruik vaak begint via vrienden, waarna een sneeuwbaleffect ontstaat en de groep gebruikers groeit. Gebruikers vinden het gevoel bij ketamine soms gek en grappig. Maar het is niet voor iedereen grappig. Dat blijkt wel uit het verhaal van de 28-jarige Peter*.

Peter: “Ik ging een paar jaar geleden naar een vriend in Engeland, daar zouden we met een groep naar een festival gaan. Op dat festival werd volop keta gebruikt, dus ik dacht: laat ik dat ook maar eens proberen. Na het eerste lijntje was het best wel tof, maar na het derde lijntje ging ik out. Dat was heftig, ik dacht dat ik dood ging, was volledig in paniek en schreeuwde tegen mijn vrienden dat er een ambulance moest komen. Die groep wist kennelijk dat het wel weer goed zou komen, ze probeerden me gerust te stellen. Dat lukte ook, na een half uurtje was ik weer gekalmeerd. Later besefte ik dat ik een K-hole had meegemaakt. Als ik vooraf had geweten wat er zou kunnen gebeuren, was ik misschien niet zo in paniek geraakt. Maar voor mij hoeft keta niet meer. Ik heb sindsdien ook nooit meer gebruikt, zoiets wil ik nooit meer meemaken.”

Drugsincidenten

Maar als het zo flink mis kan gaan, is het dan niet nodig om een grootschalige waarschuwingscampagne te starten, vragen we aan Alex. “Nee, wat mij betreft niet,” is zijn antwoord. “Met zo’n campagne kun je ook mensen nieuwsgierig maken. Het is beter om preventie kleinschalig in te zetten, gericht op plekken waar al gebruikt wordt en op groepen die al nieuwsgierig zijn naar het middel en dus potentiële gebruikers zijn. In feite doen we dit al. In gesprekken bij de testservice geven preventiewerkers mensen informatie en maken we het gebruik bespreekbaar. Op festivals en evenementen gaan onze Unity peers, al dan niet vanuit hun eigen ervaring, het gesprek aan met bezoekers. We wijzen daarbij uiteraard ook op de risico’s, want er zijn genoeg gebruikers bij wie het hopeloos fout loopt. Dat blijkt ook wel uit de toename van het aantal drugsincidenten met ketamine. Maar in feite geldt dat voor elk middel. We blijven dus ook benadrukken dat het gebruik van drugs altijd risico’s met zich meebrengt.”

Vijf dingen die je niet moet zeggen tegen een verslaafde in herstel

En wat juist wél helpt!

Een verslaving maakt veel kapot. Niet alleen bij de persoon die hieraan lijdt, ook bij zijn of haar omgeving. Maar de steun van de omgeving is wel heel hard nodig bij het herstel. Een verslaving overwinnen vraagt een enorme dosis moed, kracht en doorzettingsvermogen. Het is een pad vol valkuilen en obstakels. En ook al is het wantrouwen en onbegrip van de omgeving tot op zekere hoogte begrijpelijk, het werkt averechts. Want, aldus ervaringsdeskundige Angela Aarts: “Al die verwijten roepen alleen maar verzet op… je weet zelf ook wel dat je niet goed bezig bent.” Uiteindelijk is ook de omgeving gebaat bij het herstel, dus hier een aantal dingen die je beter niet kunt zeggen. En, omdat we weten dat veel naasten (én hulpverleners!) heel graag juist willen helpen: ook die dingen die het herstel juist wel bevorderen!

“Je snapt toch zelf ook wel dat je jezelf de goot in zuipt”

Hoe motiveer je iemand om überhaupt hulp te zoeken? Kort antwoord: dat kan je niet. Uiteindelijk moet het toch vanuit de persoon zelf komen. Maar je kunt er wel bij helpen. Ervaringsdeskundige John Remmers: “Het gaat honderd keer mis voor je om hulp vraagt. Je maakt keer op keer afspraken met jezelf om het anders te doen, en als dat mislukt, is dat heel slecht voor je zelfvertrouwen. Wat dan zeker niet helpt, zijn verwijten en beschuldigingen. Dat roept alleen maar weerstand op, je wordt in de verdediging gedrukt en zet je hakken in het zand.” Angela: “Al die opmerkingen van je omgeving, je wilt het gewoon niet horen. Pas toen ik zelf in begon te zien dat ik een grens over ging, dat mijn normen en waarden veranderden, besloot ik me aan te melden.”

Als omgeving kun je helpen dat inzicht te vergroten door open vragen te stellen, niet veroordelen maar begrip tonen, én… door grenzen te stellen. John: “Wat mij erg hielp, was het begrip van mensen die hetzelfde hadden meegemaakt. Die wisten wat het was: de eenzaamheid, de schaamte.” Angela: “Mijn ouders hebben me op een gegeven moment het huis uit gezet. Daardoor werd ik veel meer geconfronteerd met de gevolgen van mijn GHB-verslaving. Want tot dat moment werd er toch altijd nog voor me gezorgd, nu moest ik dat zelf doen. Tegelijkertijd hielden ze wel de deur voor me open: ik mocht altijd komen eten, douchen, praten… Maar ik mocht niet meer bij hen wonen of slapen. Dat is heel moeilijk voor hen geweest, maar het was het beste wat ze hadden kunnen doen.”

“Zo, vertel nou maar eens het ergste wat je ooit hebt gedaan.”

Heb je eenmaal de eerste stappen gezet richting hulp, dan ben je erg kwetsbaar. Je zelfvertrouwen is gedaald tot een nulpunt, je moet toegeven dat het je alleen niet lukt. Je eerste contact met de zorg is dan cruciaal. Angela: “Ik had helemaal geen vertrouwen in de zorg. Nadat mijn ouders me uit huis gezet hadden, sliep ik vaak bij gebruikersvrienden. Zelfs nadat ik inzag dat ik hulp nodig had, lukte het me niet om op intake te komen. Dat leverde zoveel stress op, dat ik te veel ging gebruiken en ik er daardoor niet meer toe in staat was. In die tijd kwam preventiewerker Alex van Dongen veel bij mijn gebruikersvrienden over de vloer. Hij zei: ‘Zie maar, ik zit hier, kijk maar wat haalbaar is, en kom maar als je wilt praten.’ Geen verwijten over dat het me niet gelukt was om op de intake te komen; hij bood mij gewoon, zonder oordelen, een opening. Soms zat hij wel twee of drie uur binnen voor ik naar de huiskamer durfde te komen. Gewoon aanwezig zijn, luisteren: dat is zo belangrijk voor je gevoel van veiligheid en vertrouwen.”

John: “Veel hulpverleners zeggen in feite meteen: ‘Ga maar delen, vertel maar eens het ergste wat je ooit hebt gedaan.’ Dat gaat veel te snel! Vraag eerst eens gewoon: ‘Hoe gaat het met je?’ ” Angela: “Mijn behandelaar deelde ook veel uit zijn eigen leven. Hij liet me bijvoorbeeld foto’s van zijn vakanties zien. Dat was zo fijn! Dan voelde ik me even niet alleen een cliënt, maar bijna normaal. Hij gaf me een inkijkje hoe het ook kon zijn.”

“Ik had toch niet verwacht dat je zover zou komen.”

Essentieel is ook het vertrouwen van je omgeving. Soms is dit voor de omgeving het moeilijkste wat er is. Maar ook een factor die erg kan helpen. Angela: “Ik had mijn casemanager gevraagd me op een wachtlijst voor beschermd wonen te zetten. Aan het eind van mijn behandeling zei mijn verantwoordelijk behandelaar tegen me dat er nog niks was geregeld. Toen ik mijn casemanager daarnaar vroeg, antwoordde hij dat hij de aanmelding niet open had gezet. De reden: ‘Ik had toch niet verwacht dat je zover zou komen.’ En dat is dan een hulpverlener! Dat maakte me erg boos en dat riep bij mij strijdlust op, ik zou hem wel eens laten zien dat het me wel lukte! Maar als je nul zelfvertrouwen hebt, en geen steunsysteem, dan haalt zo’n opmerking je helemaal onderuit.”

John: “Als het vertrouwen beschadigd is, vraagt dat om tijd om dat weer op te bouwen. Dat moet je omgeving, maar ook jijzelf, begrijpen. Je moet beiden investeren, soms wel jarenlang. De persoon in herstel moet ook anderen ruimte geven.” Angela: “Het is fijn als mensen hun hoop en vertrouwen uitspreken. ‘Ik geloof in je’, ‘Het gaat jou lukken’. In mijn tijd dat ik bij gebruikersvrienden woonde, heeft een agent een keer tegen me gezegd: ‘Het komt wel goed met jou, het gaat jou wel lukken om hieruit te komen.’ Dat gaf zoveel hoop, dat was echt een lichtpuntje.”

“Je bent toch hersteld? Dan kun je toch wel weer een biertje drinken?”

Na de behandeling willen mensen in de directe omgeving nog wel eens denken dat alle problemen nu opgelost zijn. Angela: “Mijn ouders zeiden tegen me, toen ik was opgenomen: ‘Fijn hè? Over twee maanden ben je hier weg, en is alles achter de rug.’ Superlief bedoeld, maar toen heb ik toch nog wel even moeten uitleggen dat het zo niet werkte. Na de behandeling begint het échte leven pas!”

John: “Op feestjes werd mij regelmatig drank aangeboden, want ‘je bent toch hersteld?’ ” Angela: “Ik wilde na mijn behandeling ook een tijd niet drinken, en daarvoor moet je je steeds verdedigen. Er werd zo vaak aan mij gevraagd waarom ik niet dronk! Anderzijds is het ook niet fijn als mensen je voortdurend gaan checken: ‘Oh, lukt dat wel? Krijg je hier geen zucht van?’ Ik zou mensen willen aanraden om gewoon open te bespreken waar je behoefte aan hebt.”

“Het wordt toch nooit wat met jou.”

Als je je oude leven achter je moet laten, wat komt er dan voor in de plek? John: “Soms is het het beste om je oude omgeving achter je te laten. Waar ik vandaan kwam, waren veel te veel prikkels, maar ik had ook geen zin meer in de oude vooroordelen.” Angela: “Ik ben helemaal opnieuw begonnen, in een andere stad. Er waren daar helemaal geen prikkels meer die met mijn gebruik te maken hadden. Dat hielp enorm. En mensen in mijn nieuwe omgeving kenden de oude Angela niet. Die kennen alleen de nieuwe Angela, dus gaan ze toch anders met me om. Maar ik moest wel echt een nieuwe identiteit vinden. Ik kon niet meer worden wie ik was, maar wie wilde ik dan wel worden? Juist in die tijd vroegen andere ervaringsdeskundigen of het niet iets voor mij was om ook mensen verder te helpen met mijn ervaringen. Dat zij dat in mij zagen, dat vertrouwen hadden, dat was zo fijn. Dat bood me perspectief, ik had ineens weer een doel om naartoe te werken! Sterker nog, ik kwam er toen achter dat alle ellende er toe deed, want wat ik had meegemaakt, kon ik weer gebruiken om anderen te helpen bij hun herstel. Wat ik heb meegemaakt, is dus niet een zwakte gebleven, maar juist weer een kracht geworden.”

“Nuchter blijven moet de makkelijke keuze worden”

Alcohol- en drugsgebruik zijn nog veel te normaal

Als je vraagt aan mensen wat hun eerste associatie is bij alcohol, komt vaak het woord ‘gezelligheid’ naar boven. Veel volwassenen zetten vraagtekens bij het drugsgebruik van jongeren op feesten, maar vinden het zelf volledig vanzelfsprekend om op elk feest en bij elke sociale gebeurtenis alcohol te drinken. De aangevoerde redenen zijn identiek aan die van jongeren op feesten: “met genotmiddelen kom je makkelijker los en heb je meer plezier dan zonder.” We praten met preventiewerker Daniëlle Ketelaars over de verregaande normalisering van alcohol en drugs, en hoe we een cultuurverandering in kunnen zetten.

‘I need a drink’

Daniëlle: “Van jongs af aan worden mensen geconditioneerd om op feestjes en bij andere sociale gebeurtenissen alcohol te drinken. Alcohol wordt dan ook regelmatig geassocieerd met gezelligheid. We vinden dit heel normaal en terwijl het inmiddels een uitzondering is om rokers te zien in series en films, zien we nog wel volop drank. Bij elk etentje of elk feestje staan de glazen wijn op tafel. Daarnaast zien we dat alcohol niet alleen wordt geassocieerd met gezelligheid en sociale gebeurtenissen, maar wordt op tv ook vaak naar de fles gegrepen als dingen mis gaan. Dan wordt alcohol ingezet om een moeilijke dag te vergeten of een lastig moment te overwinnen. ‘I need a drink.’ En alcohol lijkt misschien heel ‘normaal’, maar kan wel leiden tot gezondheidsschade en andere problemen, misbruik en verslaving.”

Indrinken

Met zoveel voorbeelden en rolmodellen is het niet vreemd dat jongeren ook worden ‘geprogrammeerd’ om te gaan drinken. Daniëlle: “Nu de minimale leeftijdgrens is aangepast naar achttien jaar, zien we dat veel ouders maar ook bijvoorbeeld de schoolleiding strenger zijn. Zo zijn feesten op school vaak alcoholvrij en wordt dat ook goed gecontroleerd. Hierdoor zie je dat jongeren pas op latere leeftijd alcohol gaan drinken. Maar toch zijn er ook jongeren die dan van tevoren al indrinken en aangeschoten of dronken naar het feest gaan, omdat ze dat bij een feestje vinden horen. Jongeren die dan niet drinken, gaan soms eerder naar huis, omdat het verschil met hun dronken vrienden te groot is. Dáárdoor is het niet leuk. Hoe meer ouders duidelijk ‘nee’ zeggen, hoe meer jongeren ook nuchter blijven en merken dat het dan net zo goed een leuk feestje kan worden.”

Flauwe grappen

Volwassenen die de BOB zijn of gewoon niet drinken, merken dat verschil met drinkers ook: aan het begin van de avond vindt iedereen dezelfde dingen leuk, aan het eind van de avond lach je vaak om andere dingen. Daniëlle: “De grappen en de gesprekken worden niet beter, integendeel, maar je bent wat losser als je drinkt. En dat kun je wel als een probleem ervaren als je zelf niet drinkt: het verschil is merkbaar en de grappen zijn in jouw ogen nogal eens flauw. Maar ook zonder drank of drugs kun je plezier hebben, helemaal los gaan of een fantastische avond hebben, alleen mis je soms wel de aansluiting als iedereen in je omgeving wél gebruikt.”

Fitter

Gelukkig willen veel mensen wél bewuster omgaan met hun alcoholgebruik. Daniëlle: “Acties als IkPas, dat steeds populairder wordt, dragen er aan bij dat mensen gaan nadenken over de drinkgewoontes die ze hebben ontwikkeld. Over hoe ze haast automatisch alcohol drinken bij allerlei gebeurtenissen. En over hoe vaak ze zich dan moeten verdedigen als ze niet drinken. Het is nog steeds meer bijzonder om niet te drinken dan om wel te drinken. Maar toch zorgt zo’n actie ervoor dat het langzaam aan wel normaler wordt om ‘nee’ te zeggen. Sterker nog, mensen die meedoen met IkPas, drinken zes maanden ná de actie nog steeds 30% minder. Als je er eenmaal aan gewend bent, heb je nuchter net zoveel plezier. En je voelt je mentaal en fysiek een stuk fitter. Hoe meer mensen niet drinken, hoe kleiner het verschil in aansluiting wordt. En daarmee zijn al die niet-drinkende volwassenen een voorbeeld voor elkaar, en ook voor jongeren.”

Blurring stap achteruit

Het is een kleine eerste stap in het denormaliseren van alcohol- en drugsgebruik. Daniëlle: “Er zijn geen kant en klare oplossingen, maar we kunnen wel samen kijken naar hoe we positieve gezondheid kunnen bevorderen. Nuchter zijn moet de norm worden; niet drinken en niet gebruiken moet de mákkelijke keuze worden. Jongeren moeten het gevoel krijgen dat drugs en drank er niet vanzelfsprekend maar bij horen. Ouders spelen daar een enorme rol in, die ze zelf vaak nog onderschatten. Duidelijke regels helpen, plus het goede voorbeeld geven en laten zien dat je ook zonder drank een geweldige tijd kunt hebben. Daarnaast zou het ook mooi zijn als andere rolmodellen gaan nadenken over hun invloed. Alcohol- en drugsgebruik hebben altijd al een grote rol gespeeld in de muziek, maar het lijkt de afgelopen decennia wel meer ‘mainstream’ te zijn geworden, en meer gericht op een jonger publiek. En zoiets als blurring, het toestaan van alcohol in kapperszaken en dergelijke, dat is natuurlijk echt een stap achteruit. Alcohol is al op zoveel plekken aanwezig! Is het nou echt zo’n goed idee als een glas wijn zelfs bij de kapper normaal wordt?”

Groepsdruk

Ook bij Preventie van NK wordt nagedacht over het denormaliseren van alcohol en drugs. Daniëlle: “We zijn met elkaar aan het bekijken hoe we met Preventie ook meer kunnen gaan werken vanuit positieve gezondheid. Natuurlijk blijven we gebruik, en daarmee ook de risico’s, belichten. Maar we willen ook meer focus leggen op de nuchtere jongere. Het is voor een jongere al erg moeilijk om zich te verzetten tegen groepsdruk als vrienden wel gebruiken, het helpt als ze zien dat het alternatief ook een reële optie is. We zouden bijvoorbeeld ook peer supporters kunnen inzetten die nooit gebruikt hebben en die weten en laten zien dat je wel degelijk net zo uit je dak kan gaan als je nuchter blijft. Het gaat er niet om dat we gebruik helemaal uit kunnen bannen – genotmiddelen zullen altijd een rol spelen in de maatschappij – maar wel dat we met zijn allen gaan beseffen: het kan ook zonder en dat is minstens net zo leuk.”

De wijkrechtbank: hulp in plaats van straf

In onze rechtsstaat worden overtredingen en delicten bestraft. Dat is al sinds mensenheugenis het geval. In een grijs verleden gebeurde dat op barbaarse wijze door bijvoorbeeld zweep- en stokslagen, een hand afhakken, vierendelen of ophangen. Die tijd ligt gelukkig ver achter ons. Nu worden boetes, werk- en gevangenisstraffen opgelegd. Om de maatschappij te beschermen, en om te laten zien dat het overtreden van weten en regels niet wordt geaccepteerd. Maar is gevangenisstraf ook het beste middel om recidive te voorkomen? Wat als iemand vanwege een uitzichtloze financiële situatie en torenhoge schulden een diefstal pleegt of de zolder heeft verbouwd tot wietplantage? Of als iemand vanwege psychische problemen of een verslaving een ander tegen de grond slaat? Helpt het dan om iemand op te sluiten? Misschien is hulp dan veel effectiever. Deze nieuwe aanpak wordt uitgeprobeerd in de wijkrechtbank.

Oud-Woensel: veel overlast en criminaliteit

De rechtbank in Oost-Brabant start in samenspraak met het Openbaar Ministerie en de gemeente Eindhoven in april 2019 de wijkrechtbank als proefproject in de Eindhovense wijk Oud-Woensel, een wijk waar relatief veel overlast en criminaliteit voorkomt. Eric Traa, unitmanager van het verslavingsreclasseringsteam Arrondissement Den Bosch (waaronder regio Eindhoven): “Wij werken binnen NK graag mee aan deze proef. De wijkrechtbank is afgeleid van het in de Verenigde Staten met succes ingevoerde ‘Community Court’. De hoofdofficier van het arrondissement maakte tijdens een werkbezoek kennis met deze vorm van rechtspraak. Hij was direct enthousiast, bracht het ter sprake in ons reguliere overleg met het OM en ook wij, samen met de andere reclasseringsinstanties in Nederland, hebben het idee direct omarmd. Het is immers onze kerntaak om mensen met een justitiële titel te begeleiden en recidive te voorkomen. Ik ben ervan overtuigd dat we daartoe met de wijkrechtbank nog beter in staat zijn.”

First offender

Eric legt uit hoe de wijkrechtbank werkt: “In de wijkrechtbank staat niet het strafbare feit, maar de mens daarachter centraal. Wijkbewoners die als ‘first offender’ een niet al te zwaar delict hebben gepleegd en daarover een bekentenis hebben afgelegd, worden voorgeleid voor de rechter. Dat hoeft niet in een officiële rechtbank plaats te vinden, maar kan gewoon in een locatie in de wijk, of bij de kantonrechtbank tot een geschikte locatie gevonden is. De wijkrechter kan dan als er sprake is van delictgerelateerde problemen als schulden, psychische nood, verslaving of verveling een hulpverleningstraject opleggen. De veroordeelde wordt dan geacht om in vier maanden die onderliggende problemen aan te pakken. Dat hoeft hij of zij niet alleen te doen: ketenpartners in de wijk helpen daarbij. Als het om veroordeelden gaat met wie de verslavingsreclassering bemoeienis heeft, zal onze organisatie daarin een rol spelen. Senior reclasseringswerker Karlijn de Vos heeft die taak op zich genomen.”

Direct zin om in te stappen

Karlijn was meteen gemotiveerd toen ze gevraagd werd voor deze klus. Karlijn: “Het project in Oud-Woensel moet nog beginnen, maar ik had direct zin om in te stappen. Samen met twee collega’s van Reclassering Nederland krijgen we casussen voorgedragen. Inmiddels hebben we een eerste casus waarvoor na de casuïstiekbespreking een plan van aanpak wordt opgesteld, inclusief de partijen die betrokken zouden moeten worden. Denk daarbij niet alleen aan de reclassering, maar ook aan bijvoorbeeld de woningbouwvereniging, generalisten van WijEindhoven, verslavingszorg en het Gemeentelijk De-escalatieteam, het GDT. Het GDT vervult de rol van regievoerder. Vervolgens gaat een van de drie reclasseringswerkers mee naar de zitting, die binnen vier weken gepland wordt om de snelheid erin te houden. De wijkrechter vraagt de veroordeelde of hij of zij mee wil werken aan het begeleidingsplan. Dit is niet verplicht: bij weigering volgt een reguliere strafrechtelijke afhandeling van de zaak bij een reguliere rechtbank.”

Straf als stok achter de deur

Maar ook als de veroordeelde wel meedoet, blijft strafrechtelijke afhandeling een stok achter de deur. Karlijn: “Na afloop van de opgelegde begeleidingsperiode moet hij of zij opnieuw naar de wijkrechtbank. De wijkrechter toetst dan of de veroordeelde er voldoende in is geslaagd zijn of haar problemen aan te pakken. Mijn reclasseringscollega’s of ik leveren daarvoor een voortgangsverslag aan en indien nodig zijn we daar weer bij aanwezig. Als de wijkrechter van mening is dat er nauwelijks vooruitgang is geboekt, moet de veroordeelde alsnog voorkomen en zal de rechter van een reguliere rechtbank een passende straf opleggen.”

Positieve verwachtingen

Karlijn weet nog niet of de wijkrechtbank ook in Nederland zijn waarde zal bewijzen: “Maar de enthousiaste verhalen over de ‘community court’ in Amerika zijn veelbelovend. Natuurlijk kan een maatschappij niet zonder boetes en straffen. Maar ik verwacht dat de wijkrechtbank zeker een uitkomst kan zijn voor de groep ‘first offenders’ die bij hun bekentenis al in enige mate spijt hebben betuigd en met hun medewerking aan het behandelplan aangegeven hebben hun situatie te willen veranderen. De toekomst zal uitwijzen of mijn positieve verwachtingen terecht zijn. Ik wil je over een tijdje graag bijpraten aan de hand van de praktijk!”

Hulp in de wijk effectief en kostenbesparend

Buiten de lijntjes kleuren om te doen wat nodig is

Zinvolle dagbesteding of werk, een sociaal netwerk, een stabiele woonsituatie en de financiën op orde hebben, zijn belangrijke voorwaarden voor herstel. Bij problemen worden mensen dan ook steeds vaker ondersteund op die plek waar hun levens zich ook daadwerkelijk afspelen: in de eigen wijk. Bovendien werkt deze aanpak mee aan het terugdringen van de zorgkosten. Bij hulp in de wijk is de behoefte van de cliënt uitgangspunt. Verschillende partijen werken intensief samen en doen vanuit ieders expertise wat nodig is. Dat is niet alleen gunstig voor het herstel van wijkbewoners, maar ook heel kosteneffectief: met het project Proeftuin Ruwaard is al een besparing van 2,5 ton gerealiseerd. 

Proeftuin Ruwaard voorbeeld voor gemeenten

In de wijk Ruwaard in Oss werd medio 2016 gestart met Proeftuin Ruwaard. De naamgeving maakt direct duidelijk dat er destijds nog veel ontdekt en ontwikkeld moest worden. Inmiddels heeft Proeftuin Ruwaard zijn meerwaarde bewezen en is dit project voorbeeld voor een wijkgerichte aanpak in andere gemeenten. In Den Bosch bijvoorbeeld, waar het project Thuis in Zuidoost (TIZO) gestart is. Maar ook de gemeente Breda heeft plannen om het voorbeeld uit Oss te ‘importeren’. Wat maakt dit project zo succesvol? 

Buiten de lijntjes kleuren

Novadic-Kentron is intensief betrokken bij zowel Proeftuin Ruwaard als TIZO. We brengen onze kennis en ervaring in als verslaving een rol speelt en bedenken samen met huisarts, ggz, de wijkagent, de woningbouwvereniging en welzijnsorganisaties een passende aanpak. Daarbij is het doel om te doen wat nodig is, ook als dat niet helemaal past binnen de voorgeschreven kaders. Als het nodig is, wordt dus ‘buiten de lijntjes gekleurd’.      

Geen 9-tot-5-mentaliteit

In Ruwaard werkt ervaringsdeskundige Eric Kruiswijk vanuit NK mee aan het project. Eric legt de werkwijze van de Proeftuin uit: “In de beginperiode is er veel aandacht besteed aan het opbouwen van een sluitend netwerk met korte lijntjes. Dat is niet alleen van belang om de snelheid erin te houden, maar is ook kostenbesparend. Becijferd is dat interventies van de Proeftuin een kostenbesparing hebben opgeleverd 250.000 euro: van 1,2 miljoen naar 950.000 euro. Iedere twee weken bespreken we welke wijkbewoners problemen hebben, en wie daarbij kan helpen. Samen met de hulpvrager stellen we dan een ondersteuningsplan op. De uren die hiervoor nodig zijn, worden gefinancierd via een gemeentelijke beschikking door de Wmo. Met die uren ga ik overigens flexibel om: een 9-tot-5-mentaliteit en strikte handhaving van het aantal afgesproken uren per week, botsen immers nogal met doen wat nodig is.”  

Onhoudbaar

Eric geeft een voorbeeld uit de praktijk. Eric: “Sinds een half jaar begeleid ik een man die al een jaar of twaalf verslaafd is aan drugs en daarnaast psychische problemen heeft, vermoedelijk veroorzaakt door die middelen. Zijn thuissituatie was onhoudbaar geworden en hij was zijn baan kwijtgeraakt. Dat was de concrete aanleiding voor zijn aanmelding bij Proeftuin Ruwaard. Vanuit het ondersteuningsplan was mijn opdracht hem zo spoedig mogelijk ergens anders onder te brengen. Daarvoor had ik vier uur per week. Hij heeft als tussenoplossing een ambulante behandeling gevolgd bij Novadic-Kentron. Daarna is hij in een beschermdwonentraject geplaatst.” 

Op eigen benen verder

“Zijn situatie is nu behoorlijk stabiel,” vervolgt Eric. “Hij is nu al geruime tijd abstinent, al is er af en toe wel sprake geweest van een uitglijder. Laatst had hij weer gebruikt, maar dat had hij verzwegen. Daar heb ik het uitgebreid met hem over gehad. Ik vroeg hem wie hij daarmee voor de gek hield en heb hem op het hart gedrukt om eerlijk te zijn. Hij heeft nu 36 uur per week dagbesteding, maar hij heeft de neiging om veel meer uren te werken. Hij vlucht in het werk, en juist dat vluchtgedrag belemmert zijn herstel. Ook dat is een gespreksthema: ik praat met hem over het belang van grenzen stellen. Ook ben ik met hem aan de slag om het contact met de familie te herstellen. Ik ga vaak mee op bezoek. Ik heb er alle vertrouwen in dat het uiteindelijk lukt om hem weer op eigen benen te laten staan en weer mee te laten doen in de samenleving. Zo is er al werk geregeld als hij het dagbestedingstraject verlaat. Ik ben best wel trots op wat we bereikt hebben. Het was niet altijd even gemakkelijk om met deze cliënt te werken, maar dat vind ik niet erg. Een casus kan wat mij betreft niet zwaar genoeg zijn.”

Cijfers eerste kwartaal 2019

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers van het eerste kwartaal van 2019: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand in het eerste kwartaal van 2019.

Alle cliënten

In het eerste kwartaal van 2019 waren 5.192 cliënten in behandeling, versus 5.272 in het eerste kwartaal van 2018. Van hen zijn 402 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels).

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 1.758
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 852
Opiaten 695
Cannabis 621
GHB 140
Gokken 161
Medicijnen (o.a. benzodiazepines) 197
Internet (gamen, chatten, erotiek) 37
Ketamine 42
Xtc 6
Overig1 67
Onbekend2 616

1 Bijvoorbeeld: lachgas, nicotine, hallucinogenen
2 Bijvoorbeeld omdat cliënten zich nog in de intake/diagnostiekfase bevinden, omdat ze alleen nog urinecontroles krijgen of omdat het cliënten zijn van de dag- en nachtopvang of een woonvoorziening.

Geslacht Aantal
man 3.953
vrouw 1.239

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.504
24-50 jaar 3.291
18-23 jaar 372
< 18 jaar 25

 Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste kwartaal van 2019 zijn in totaal 397 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 460 in het eerste kwartaal van 2018.

Primaire problematiek Aantal
Cannabis 157
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 63
Alcohol 36
Gamen 38
Gokken 17
GHB 12
Xtc 4
Opiaten 3
Overig 32
Onbekend 35

 

Leeftijd aantal
14 3
15 5
16 8
17 9
18 27
19 33
20 68
21 68
22 86
23 90

 

Geslacht Aantal
man 323
vrouw 74

 Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 januari 2019: 748
Aantal medewerkers per 1 januari 2019: 879

Aantal fte per 1 april 2019: 757
Aantal medewerkers per 1 april 2019: 891

Terugblik Novadic-Kentron algemeen eerste kwartaal 2019

In dit artikel vindt u een terugblik op een aantal ontwikkelingen en gebeurtenissen binnen onze organisatie in het eerste kwartaal van 2019. Lees meer over:

  • Novadic-Kentron versterkt netwerk Zorg van de Zaak;
  • deelnemers positief over ‘loopbaanwerkplaats’ BRABANT WERKtZEKER;
  • Novadic-Kentron wil leren van incidenten en calamiteiten;
  • Youth in Transition: landelijk onderzoek naar gepersonaliseerde zorg. 

Novadic-Kentron versterkt netwerk Zorg van de Zaak

In de afgelopen periode is het voorgenomen besluit van de bestuurder om aan te sluiten bij het netwerk van Zorg van de Zaak voorgelegd aan de CR en OR. Ook is instemming gevraagd aan diverse stakeholders zoals verzekeraars, gemeenten, banken, justitie en Waarborgfonds Zorg. Mede op basis van de ontvangen reacties heeft de Raad van Toezicht op 19 maart definitief goedkeuring verleend aan het besluit. De belangrijkste reden voor aansluiting bij Zorg van de Zaak is het waarborgen van de continuïteit van onze organisatie. Daarnaast draagt de samenwerking bij aan het versterken en toekomstbestendig maken van NK. Zorg van de Zaak is een netwerk van organisaties die mensen op impactvolle momenten in het leven ondersteuning wil bieden. Het bundelen van kennis en expertise geeft ons meer slagkracht om te komen tot ontwikkeling en innovatie. Hiermee verstevigen wij onze kwaliteit van dienstverlening, ontstaan er Nieuwe Kansen voor cliënten en medewerkers en ook daarmee borgen wij onze continuïteit.

De laatste stappen voor finale afronding van de aansluiting zijn de goedkeuring van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA). Naar verwachting kunnen we  tegen de zomer die goedkeuring tegemoet zien en het hele traject afronden. Vooruitlopend daarop is donderdag 18 april door de bestuurders de samenwerkingsovereenkomst ondertekend en is die dag het samengaan gemeld via de pers, klik hier voor het persbericht.

Deelnemers positief over ‘loopbaanwerkplaats’ BRABANT WERKtZEKER

Eind vorig jaar is NK aangesloten bij BRABANT WERKtZEKER (BWZ). BWZ is een alliantie van negen zorg- en welzijnsorganisaties die samenwerken om talent binnen de sector te behouden en zo te werken aan duurzame inzetbaarheid van personeel. Een van de activiteiten van BWZ zijn de ‘loopbaanwerkplaatsen’. Daar kunnen medewerkers kennismaken met alle BWZ-partners, hun cv laten checken en speeddaten over carrièremogelijkheden. De eerste ‘loopbaanwerkplaats’ vond plaats op maandag 28 januari. De deelnemers waren zonder uitzondering positief over deze werkplaats en zien deze als een goede mogelijkheid om zich te oriënteren op de diverse carrièremogelijkheden binnen Brabantse zorginstellingen.

Novadic-Kentron wil leren van incidenten en calamiteiten

NK heeft wil graag een lerende organisatie zijn. In die ambitie past het leerprogramma ‘Leren van incidenten en calamiteiten’. Projectleider Mariken Hulscher: “Het gaat niet alleen om het leren van situaties waarin zaken niet goed gaan, maar ook om situaties waarin het wél goed gaat. Uiteindelijk doel is dat we beter gaan leren van incidenten en calamiteiten en zo de kwaliteit van zorg verbeteren. Daarnaast willen we de kans op toekomstige incidenten en calamiteiten natuurlijk verkleinen.”

In februari heeft een eerste workshop plaatsgevonden en is een eerste aanzet voor een actieplan gemaakt. In april is een volgende bijeenkomst gepland om te bespreken op welke wijze leren van incidenten en calamiteiten ingebed en geïmplementeerd kan worden binnen de vitale teams van NK.

Youth in Transition: landelijk onderzoek naar gepersonaliseerde zorg

Novadic-Kentron werkt met een aantal andere instellingen van Verslavingskunde Nederland mee aan een grootschalig onderzoek naar de ontwikkeling van verslaving bij jongeren tussen 16 en 22 jaar. ‘Youth in transition’ is een studie die 420 jongeren die binnen de verslavingszorg in behandeling zijn, vier jaar lang gaat volgen. Het onderzoek richt zich op herstel van verslaving en psychische stoornissen (klinisch herstel), maar ook op het functioneel/maatschappelijk herstel van jongeren. Cliëntorganisaties benadrukken het belang van meer gepersonaliseerde zorg in de ggz en van vroege herkenning en tijdige zorg om chroniciteit en maatschappelijke ontwrichting te voorkomen. Beide aspecten staan centraal in dit onderzoek. De studie zal de komende twaalf maanden uitgevoerd worden door intakers en jeugdbehandelaars binnen NK. Nieuwsgierig naar Youth in Transition? Neem contact op met: laura.de.fuentes@novadic-kentron.nl of cor.verbrugge@novadic-kentron.nl.

Terugblik Preventie en zorg eerste kwartaal 2019 

Novadic-Kentron biedt een breed pakket aan preventie en zorg. Preventie verzorgt informatie, advies en voorlichting, maar beheert ook testservices en verricht veldonderzoek. Binnen de gemeente biedt NK onder meer bemoeizorg, dag- en nachtopvang en medische heroïne-units. Ambulante en klinische zorg wordt geleverd door onze Specialistische en BasisGGZ-teams. Hieronder leest u over een aantal ontwikkelingen in dit kwartaal. In deze nieuwsbrief leest u over:

  • invoering Wet verplichte ggz komt snel dichterbij;
  • NK op zoek naar nieuwe behandelmethoden pijngerelateerde verslaving;
  • tweede hostel Den Bosch in aantocht;
  • uitbreiding inzet casemanagers Wmo naar West-Brabant. 

Invoering Wet verplichte ggz komt snel dichterbij

Per 1 januari 2020 wordt de Wet verplichte ggz (Wvggz) van kracht. Samen met de Wet zorg en dwang (Wzd) en de Wet forensische zorg (Wfz) vervangt deze wet de bestaande Wet Bopz (bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen). In de kern is het de bedoeling van de Wvggz dat cliënten zo min mogelijk (gedwongen) klinisch worden opgenomen, maar bij voorkeur ambulant – in hun eigen thuissituatie of omgeving – worden behandeld.

Met de Wvggz worden de belangen en de rechtspositie van de cliënt beter gediend, de kwaliteit van verplichte zorg verhoogd en de samenwerking tussen diverse partijen rond de cliënt verbeterd. Het is essentieel dat NK zich goed voorbereidt op de nieuwe wet. In dit kader is plaatsvervangend geneesheer-directeur en psychiater Xaro Sánchez als projectleider aangesteld. Xaro zal  de projectgroep Wvggz binnen NK gaan voorzitten. Deze projectgroep zal de implementatie van de wet voorbereiden en begeleiden, in samenspraak met de regiebehandelaars en het managementteam.

NK op zoek naar nieuwe behandelmethoden pijngerelateerde verslaving

Eén op de vijf Nederlanders heeft aanhoudende pijnklachten. Om door te kunnen met hun dagelijkse bezigheden, gebruikt een steeds groter deel van deze groep middelen zoals opioïde pijnmedicatie (Oxycodon, Fentanil, Tramadol), maar ook alcohol en drugs. Vooral het gebruik van Oxycodon neemt toe, en dit brengt behoorlijke risico’s met zich mee. Pijn is ons belangrijkste waarschuwingsmechanisme en het wegdrukken van dit signaal kan fysieke problemen verhullen. Daarnaast is er een aanzienlijke kans op verslaving. En ten slotte kunnen deze middelen pijn juist verergeren in plaats van verhelpen.

Het is dus belangrijk om aanhoudende pijnklachten op andere manieren te behandelen. In de regio Den Bosch start NK daarom een pilot. Daarin wordt het gebruik van middelen afgebouwd en worden cliënten behandeld met de methodes Acceptance and Commitment Therapy, Explain pain en Graded Exposure. De pilot moet tot een integraal behandelaanbod leiden voor zowel pijnklachten als verslaving. GZ-psycholoog Katinka Damen gaat deze pilot leiden. Naast Katinka neemt in ieder geval psychiater Alex Saridi deel, als expert op het gebied van somatisch onverklaarde lichamelijke klachten, en een nader te bepalen verslavingsarts voor verantwoorde afbouw van de pijnmedicatie.

Tweede hostel Den Bosch in aantocht

De plannen voor een tweede beschermdwonenvoorziening (hostel) aan de Zuiderparkweg in Den Bosch zijn er al geruime tijd. Inmiddels is besloten dat het hostel aan de Zuiderparkweg er gaat komen. Daarom vond medio maart een informatiebijeenkomst voor omwonenden plaats, die door 130 buurtbewoners werd bezocht. Deze bijeenkomst verliep op een rustige en prettige wijze.

Als alles volgens planning verloopt, wordt het hostel medio 2021 geopend. Er komen 34 bedden, waarvan er dertig permanent bezet zullen zijn. Vier bedden worden gereserveerd voor acute situaties. Reinier van Arkel wordt ‘hoofduitbater’ en runt het hostel samen met medewerkers van NK. Het eerste hostel aan de Van Broeckhovenlaan was aanvankelijk bedoeld voor een permanent verblijf binnen de voorziening. Inmiddels wordt daar ingezet op uitstroom uit het hostel en bewoners kansen bieden om weer mee te doen in de maatschappij. Die nieuwe opzet is inmiddels voor een aantal bewoners succesvol gebleken. Ook bij het hostel aan de Zuiderparkweg zal voor iedere bewoner bekeken worden of uitstroom naar een andere woonvorm en meer zelfstandigheid haalbaar is.

Klik hier voor een artikel op de website van Brabants Dagblad.

Uitbreiding inzet casemanagers Wmo naar West-Brabant

In de regio’s Den Bosch en Oss bieden we al enkele jaren individuele ambulante begeleiding door casemanagers Wmo (financiering door de gemeente). Door hun snelle en brede inzetbaarheid, en andere financiering, kunnen zij vaak náást andere (verzekerde) zorg ingezet worden. Hiermee hebben de casemanagers hun meerwaarde al bewezen. De casemanager kan ingezet worden op verschillende leefgebieden, zoals thuisadministratie, ondersteunen bij therapie-afspraken, motiveren, en het voeren van een zelfstandig huishouden. NK gaat deze diensten nu uitbreiden naar het westen van Brabant: eerst in Breda en later in Roosendaal. In West-Brabant zal de casemanager Wmo intensief gaan samenwerken met ervaringsdeskundigen. In samenspraak met de cliënt zal bekeken worden welke zorg voor hem of haar het best passend is.

Terugblik Herstelondersteunende zorg eerste kwartaal 2019

Eigen regie bij de cliënt, streven naar meer participatie en inzet van ervaringsdeskundigheid: enkele belangrijke doelen van de Herstelondersteunende zorg van NK (zie kader onderaan artikel). De inzet van ervaringswerkers en –deskundigen is een zeer waardevolle aanvulling op de reguliere zorg, waar de kosten hoog zijn en de wachtlijsten nog steeds heel lang. Herstelondersteunende zorg is snel, praktisch en veelzijdig. Ook in het eerste kwartaal van 2019 waren er weer belangrijke ontwikkelingen:

  • binnenkort ambulante begeleiding in meerdere gemeenten;
  • leertraject voor herstel en participatie;
  • “hersteldromen” in Den Bosch;
  • positief resultaat in audit Herstelondersteunende zorg NK! 

Binnenkort ambulante begeleiding in meerdere gemeenten

In Breda, Oss, Bergen op Zoom en Den Bosch gaan de ervaringsdeskundigen van team Herstelondersteunende zorg samen met de Wmo-consulenten begeleiding bieden binnen de gemeente. Mensen die aan dit traject mee willen doen, hoeven niet per se in behandeling te gaan bij NK, al kan daar – afhankelijk van de wensen van de cliënt – wel naar worden toegewerkt. De begeleiding is heel veelzijdig en volledig op maat. De Wmo-consulent en de ervaringsdeskundige gaan samen naar de cliënt. Vervolgens wordt de keuze gemaakt of de consulent of ervaringsdeskundige dit verder oppakt (beiden in het kader van de Wmo). Het traject kan eventueel ook samen opgepakt worden. Uiteraard ligt de regie bij de cliënt. De begeleider in kwestie bekijkt samen met de cliënt waar de grootste problemen liggen, stelt een ondersteuningsplan op en ondersteunt de cliënt bij het behalen van zijn of haar doelen. De wens is om deze vorm van begeleiding uit te rollen over heel Brabant.

Leertraject voor herstel en participatie

Mensen die willen herstellen van hun verslavingsproblemen, kunnen naast een (eventuele) reguliere behandeling binnen of buiten NK, vrijwillig deelnemen aan een gefaseerd leertraject met ondersteuning en begeleiding door opgeleide ervaringsdeskundigen. Een behandeltraject bij NK is niet verplicht om mee te kunnen doen aan het leertraject! Via laagdrempelige ervaringsgroepen en coachingsgroepen kunnen mensen de transitie maken van cliënt naar herstelondersteuner, waarbij ze hun ervaringen gaan inzetten om anderen te helpen. Vanuit de coachingsgroepen kunnen ze vervolgens als vrijwilliger in één van de vijf werkprojecten binnen NK aan de slag, waarbij ze in de praktijk werknemers­vaardigheden opdoen en verantwoording leren dragen. Bij voldoende ervaring en motivatie, kan de ervaringswerker vervolgens eventueel een scholing volgen tot ervaringsdeskundige, of uitstromen naar betaald werk in de oude of een nieuwe omgeving.

Mensen met verslavingsproblemen die langdurig thuis zijn en een uitkering hebben, kunnen door de gemeente naar ons doorgestuurd worden voor ervaring en coaching, zodat we weer samen met hen kunnen werken aan participatie. Ook individuele begeleiding door een ervaringsdeskundige is mogelijk, in het kader van de Wmo. Meer weten? Bekijk hier alle informatie of neem direct contact op met Marcella Mulder, via telefoonnummer 073-684 95 00.

Hersteldromen in Den Bosch

Dit voorjaar organiseert team Herstelondersteunende zorg samen met welzijnsorganisaties een evenement in Den Bosch onder de naam “Hersteldromen”. Doel is om te komen tot een regionale visie in Den Bosch. Tijdens dit evenement kunnen ervaringswerkers, ervaringsdeskundigen en professionals workshops volgen en brainstormen over samenwerking op het gebied van herstelondersteunende zorg. Hoe en waar kunnen we ervaringsdeskundigheid het beste inzetten? Hoe leggen we de regie écht bij de cliënt? Interesse om deel te nemen aan dit evenement? Neem contact op met Marcella Mulder, via telefoonnummer 073-684 95 00.

Positief resultaat audit Herstelondersteunende zorg 

Eind januari hield de GGD West-Brabant een audit op onze locatie in Bergen op Zoom. De GGD houdt in die regio namelijk toezicht op de kwaliteit binnen de Wmo-zorg. Aanleiding voor deze audit was het nieuwe product ambulante begeleiding vanuit herstelondersteunende zorg. Dit product is gestart in Bergen op Zoom. De audit was goed voorbereid en we konden de meeste vragen dan ook uitstekend beantwoorden. Die vragen gingen bijvoorbeeld over het begeleidingsplan, over de eigen regie van de cliënt, over doelen, maar ook over veiligheid en deskundigheid van de ervaringsdeskundige. Inmiddels is het rapport van de GGD binnen en is gebleken dat de ambulante begeleiding het op alle punten goed doet en dat ook alle ondersteunende documenten op orde zijn.

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

Cijfers herstelondersteunende zorg

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Breda/Roosendaal 133
Tilburg 156
Den Bosch/Oss 150
Eindhoven/Helmond 208

 Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda ochtendgroep 16
Breda avondgroep 14
Bergen op Zoom 2
Tilburg 23
Den Bosch 11
Den Bosch ouderengroep 9
Eindhoven 15
Vught interne ervaringsgroep 35

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 20
Tilburg 25
Den Bosch 31
Eindhoven 32

 Aantal herstelmedewerkers herstelpunten

Regio Aantal medewerkers
Vught 7
Eindhoven 5

 Aantal herstelmedewerkers afdelingen

Afdeling Aantal medewerkers
Beschermde woonvorm Bergen op Zoom 1
Hostel Den Bosch 2
Hostel Eindhoven 1
Dag & Nacht 1

 Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Sint-Oedenrode 1
Tilburg 1
Den Bosch 4
Eindhoven 1
Vught 2
Breda 2
Helmond 1
Oss 1

 Totaal aantal herstelmedewerkers per regio (samen herstellen)

Functie Aantal medewerkers
Bergen op Zoom 1
Breda 7
Tilburg 7
Den Bosch 4
Eindhoven/Helmond 7
Sint-Oedenrode 2

Aantal stagiaires 

Regio Aantal stagiaires
Breda 1
Den Bosch 1
Vught 1

 Aantal BBL 

Regio Aantal BBL
Bergen op Zoom 1
Tilburg 1
Den Bosch 1
Eindhoven 1
Sint-Oedenrode 1

 De reden (ondersteuning Verslavingsreclassering) Breda

Regio Aantal deelnemers
Individuele begeleiding 13
Coachinggroep  3
Herstelmedewerkers 1

 Totaal aantal herstelmedewerkers per project

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 28
Herstelpunten 12
Ervaringsdeskundigen 13
Studenten 8
De Reden 1
Herstelmedewerkers op afdelingen 5

 

 

 

 

 

Terugblik Forensische verslavingszorg en verslavingsreclassering eerste kwartaal 2019

Cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij Novadic-Kentron begeleid door de verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. In deze terugblik aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • inzet ervaringsdeskundigheid bij Verslavingsreclassering;
  • doorontwikkeling gedragsinterventie ‘Alcohol en geweld’;
  • pilot middelengebruik en reclasseringswerk;
  • alcoholmeter: enkelband meet alcoholgebruik. 

Inzet ervaringsdeskundigheid bij Verslavingsreclassering

Op 1 november is met subsidie van het Ministerie van Justitie in Breda het pilotproject ‘De reden’ gestart, waarbij ervaringswerkers worden ingezet om cliënten binnen de Verslavingsreclassering te ondersteunen. Ervaringsdeskundig projectleider John Remmers: “Samen met een collega-ervaringswerker ben ik dit project aan het vormgeven. We hebben een moeilijke start gehad. Een goede vertrouwensband met cliënten is van groot belang, en juist binnen het gedwongen kader van justitie hebben cliënten veel wantrouwen. We voeren nu met een aantal cliënten individuele gesprekken om het vertrouwen op te bouwen. Dat lukt behoorlijk goed: we hebben inmiddels vier cliënten in de coachingsgroep en mijn collega en ikzelf begeleiden twaalf cliënten individueel.”

Daarnaast ontbrak ook draagvlak bij een aantal reclasseringswerkers. John merkt dat nu ’De reden’ steeds meer vorm krijgt, ook de reclasseringswerkers de meerwaarde van de inzet van ervaringsdeskundigheid gaan inzien. Als de pilot succesvol is, worden ook in andere regio’s ervaringswerkers binnen VR ingezet en wordt mogelijk ook landelijk een vervolg gegeven aan ‘De reden’.    

Doorontwikkeling gedragsinterventie ‘Alcohol en geweld’

Gedragsinterventies zijn een belangrijk instrument voor de 3RO (de drie reclasseringsorganisaties Reclassering Nederland, Stichting Verslavingsreclassering GGZ en Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering) om het risico op recidive te verkleinen. Een van de gedragsinterventies die bij NK worden gebruikt, is de interventie Alcohol en Geweld. Alcohol en Geweld is een interventie voor (jong)volwassen personen die veroordeeld zijn voor een geweldsdelict onder invloed van alcohol. Het doel van de training is dat de deelnemer de relatie tussen het alcoholgebruik en agressief gedrag inziet en het eigen gedrag in risicosituaties onder controle krijgt. De training bestaat uit drie individuele gesprekken en negen groepsbijeenkomsten.

Om goedkeuring te krijgen van de Erkenningscommissie Justitiële Interventies, moet de interventie worden doorontwikkeld. Dit project wordt door onderzoeksinstituut IVO uitgevoerd in samenwerking met een aantal samenwerkingspartners. Op dit moment hebben verschillende voorbereidende activiteiten plaatsgevonden en is een begin gemaakt met het aanpassen van de interventie en de trainershandleiding. Na deze verbeterslag zal de interventie nog effectiever ingezet kunnen worden. 

Pilot middelengebruik en reclasseringswerk

In 2018 is de training Middelengebruik en reclasseringswerk als verdiepingsmodule ontwikkeld door 3RO in samenwerking met NK, VNN, Fivoor en Opleidingshuis 3RO. Aanleiding was de beperkte kennis bij reclasseringswerkers over de relatie tussen criminaliteit en middelen en hoe hiermee binnen de kaders van justitie kan worden omgegaan. In september 2018 is deze vierdelige training aangeboden in het kader van een pilot, waarbij de verslavingsreclassering en forensische verslavingszorg van NK de primeur hadden. Inmiddels is de training geëvalueerd en is besloten deze verder te ontwikkelen. Meerdere experts zijn benaderd om mee te werken aan de ontwikkeling van de training. Een van hen was Harmen Beurmanjer, verslavingsonderzoeker bij NK en hoofddocent Verslaving RCSW/Rino Zuid. 

Alcoholmeter: enkelband meet alcoholgebruik

In 2017 en 2018 heeft de pilot Alcoholmeter plaatsgevonden in de regio’s Oost-Nederland en Rotterdam. Met behulp van een enkelband wordt de inname van alcohol gemeten en dagelijks  uitgelezen. De ervaringen met deze pilot bij zowel cliënten als toezichthouders zijn positief. Cliënten die meededen, bleven 97% van de tijd dat ze de band om hadden alcoholvrij en geen enkele deelnemer is binnen drie maanden na verwijdering van de band opnieuw met politie of justitie in aanraking gekomen. Ook is door wetenschappelijk onderzoek vastgesteld dat de Alcoholmeter een betrouwbaar controlemiddel is voor de naleving van een alcoholverbod.

De positieve resultaten hebben ertoe geleid dat de proef wordt voortgezet en landelijk wordt uitgebreid. NK heeft besloten om aan deze uitbreiding deel te nemen. In elke Brabantse regio zijn reclasseringswerkers van NK opgeleid om de Alcoholmeter in te kunnen zetten binnen een vrijwillig kader. Dit betekent dat de Alcoholmeter (vooralsnog) niet in het vonnis opgenomen mag worden, maar dat wel met de cliënt kan worden afgesproken om de Alcoholmeter voor onbepaalde tijd te dragen, om het alcoholgebruik inzichtelijk te maken.

Blog Walther Tibosch: goede zorg is (on)betaalbaar

De samenleving is nog steeds volop bereid om te investeren in sociale verbetering, gezondheid, geluk, zinvolheid, duurzaamheid en ga zo maar door. We stellen wel steeds vaker de vraag wat deze investeringen allemaal opleveren. Een terechte vraag. Ook in de zorg zijn we veel kritischer geworden: de tijd waarin iemand zonder behandelplan jaar in jaar uit therapie kreeg, zonder dat iemand ooit vragen stelde bij de effectiviteit ervan, is gelukkig al lang voorbij. We bepalen nu vooraf de doelen, meten de behandelresultaten en krijgen alleen betaald voor zorg die past binnen het afgesproken aantal uren. Dat heeft ook binnen de verslavingszorg geleid tot een sterke ontwikkeling van de kwaliteit en het werken met bewezen effectieve behandelmethodes. Maar aan de andere kant slaan we nu wel regelmatig door in het bedrijfsmatig bekijken van de zorg. 

Vooral voor kwetsbare groepen is het de vraag of de bedrijfsmatige focus en marktwerking werkelijk hebben bijgedragen aan het vinden van oplossingen voor toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Een markt is ingericht waarin aanbestedingen zouden moeten leiden tot betere kwaliteit, vermindering van zorgvragen en verhoging van kwaliteit. Maar we zien dat mensen met complexe problemen nu regelmatig tussen wal en schip vallen. Hun problemen zijn zo met elkaar verweven, en zo specifiek, dat deskundigheid en maatwerk nodig zijn. De zorg die ze nodig hebben, valt niet altijd netjes binnen de kaders van de producten die we met elkaar vaststellen.

Daarom pleit ik niet voor meer marktwerking, maar voor meer ondernemerschap bij burgers, professionals en zorgondernemingen. Als kennis en kunde van onze professionals gekoppeld worden aan effect en kosten, kun je met minder zorg meer bereiken. Daarbij moeten we ook verder kijken dan onze eigen ‘winkel’ en meer zoeken naar passende en betaalbare oplossingen binnen de eigen omgeving van de hulpvrager. Door bijvoorbeeld het netwerk van de hulpvrager zelf te activeren, ervaringsdeskundigheid in te zetten, of door binnen de wijk samen te werken met andere partijen. En door waar mogelijk – en zo snel als mogelijk – de regie terug te leggen bij de hulpvrager. Zet in op de drie kernvragen: (1) wat is volgens u uw vraag of probleem? (2) wat is volgens u de oplossing en wat kunt u zelf doen, samen met familie, vrienden of naasten, om de vraag te beantwoorden? en ten slotte (3) wat verwacht u van mij als zorgprofessional? Zo voorkom je dat onnodige, dure zorg wordt ingezet als dat niet nodig is, en betrek je de hulpvrager actief bij het zelf aandragen van oplossingen buiten de (betaalde) zorg.

Van zorgprofessionals mag deze koppeling van vakmanschap en ondernemerschap worden gevraagd. Op hun beurt moeten zorgprofessionals dan wel meer en vaker kunnen rekenen op vertrouwen van overheid, beleidsbepalers en bestuurders. Ze moeten de ruimte krijgen om, met oog op effect én kosten, die zorg te kunnen inzetten die daadwerkelijk nodig is. Meer vertrouwen in vakmanschap en expertise, gekoppeld aan meer ondernemerschap, leidt tot meer samenwerking, minder verspilling en vooral tot Nieuwe Kansen en effectief herstel. Ook als je níet netjes binnen de kaders past.

Blog Walther Tibosch: Meer investeren in sociaal netwerk

Er is in Nederland een paradigmaverschuiving aan de gang. De verzorgingsstaat is geen vanzelfsprekendheid meer. De overheid neemt niet langer alle verantwoordelijkheid om voor je te zorgen van de wieg tot het graf. In plaats daarvan vindt een verschuiving plaats naar een participatiestaat. Burgers worden geacht om zélf verantwoordelijkheid te nemen voor elkaar. Iedereen moet kunnen meedoen. Zo lang mogelijk voor jezelf zorgen en als dat niet meer lukt, moeten je familie en naasten worden ingeschakeld, als dat niet meer lukt vrijwilligers, en in allerlaatste instantie pas de professionals uit de nulde (sociale wijkteams) tot de derde lijn (zeer gespecialiseerde zorg). Door de hoge kosten van de zorg en het sociale vangnet is de houdbaarheid van de verzorgingsstaat op zijn minst twijfelachtig. De bedoeling is dus goed, maar de overgang naar de participatiestaat verloopt niet zonder kleerscheuren en risico’s.

Er zijn investeringen nodig om zoveel mogelijk mensen mee te kunnen laten kunnen doen in de samenleving. Daarvoor is in de eerste plaats meer draagvlak nodig. Solidariteit en tolerantie bij afwijkingen van de norm nemen eerder af dan toe. In vrijwel elke wijk waar een voorziening voor mensen met psychische of verslavingsproblemen wordt gepland, lopen de gemoederen hoog op. En mensen in herstel lopen keer op keer tegen wantrouwen, stigma’s en vooroordelen aan. Het idee dat mensen met problemen geen deel zouden moeten uitmaken van de maatschappij, maar hiervan moeten worden afgezonderd in zorg- of welzijnsinstellingen, is diep geworteld. Begrip voor elkaar en de mate waarin mensen een beroep op anderen moeten kunnen doen, vragen om een herijking.

Als we de ambitie hebben dat iedereen naar vermogen mee kan doen en blijven doen, vraagt dit om een aanzienlijke investering. Het overdragen van een groot deel van de zorg naar de sociale netwerken, vraagt om ruimte binnen de zorg om het netwerk hierop voor te bereiden. Binnen NK richten we ons nadrukkelijk op het sociale netwerk van cliënten, op het leven na de behandeling. De community reinforcement approach, een van de pijlers van onze zorg, richt zich juist op die factoren in de omgeving van een cliënt – familie, vrienden, zinvol werk, hobby’s – die meer beloningen opleveren dan het gebruik. Bij systeemtherapie werken we aan het herstel van vertrouwen, aan het doorbreken van ongezonde patronen binnen een gezin die het herstel van verslaving belemmeren. En ook onze ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers, die zelf hersteld zijn van een verslaving, richten zich nadrukkelijk op de zelfredzaamheid van de cliënt, op re-integratie en het opbouwen van een netwerk.

Medewerkers van NK en andere zorginstellingen, maar ook mensen die initiatieven buiten de zorg ontplooien, moeten de ruimte krijgen om te investeren in sociale samenhang, in mogelijkheden om elkaar te ontmoeten, elkaar te leren kennen, elkaar te leren vertrouwen. Vooral dat laatste is voor veel mensen een uitdaging, zeker als problemen in het verleden dat vertrouwen hebben geschaad. Stapje voor stapje moet dat vertrouwen weer worden opgebouwd, omdat herstel alleen mogelijk is als je van je omgeving ook een Nieuwe Kans krijgt. We moeten weer samen leren werken, zien dat we verschillen kunnen overbruggen. Bijvoorbeeld door inzet van ervaringsdeskundigheid, waarbij mensen in herstel anderen inspireren, motiveren en ondersteunen om ook weer mee te doen in de maatschappij. Zodat die op hun beurt niet alleen zelf hun leven weer op orde krijgen, maar zelf ook in veel gevallen weer anderen kunnen helpen. Burgers, vrijwilligers en professionals kunnen heel veel zelf organiseren en oplossen, maar moeten die ruimte wel krijgen. Zodat zij verbindende initiatieven binnen de zorg en de wijk kunnen ontwikkelen, waarbij de oplossing leidend is, en niet de systemen.

Sociaal investeren gaat niet over stenen, structuren en instanties, maar over ik, jij en wij. Voor elkaar zorgen is de verantwoordelijkheid van ons allemaal, en dat gaat verder dan alleen onze ouders en kinderen. Het gaat over onze straat, onze wijk, onze stad, ons land. We kunnen allemaal bijdragen aan een samenleving waar de verschillen kleiner worden in plaats van groter, zodat iedereen zich gezien en gehoord voelt, en zich zelf ook inzet om anderen te helpen. Waarin we samen meer bereiken, meer zin en vreugde ervaren dan wanneer ieder voor zich staat en alleen de staat voor ons allen.

Blog Walther Tibosch: Niemand afschrijven

Onze samenleving worstelt flink met haar missie dat zoveel mogelijk burgers zo lang mogelijk mee moeten kunnen doen in de samenleving. We kunnen met versterking van ambulante behandeling en begeleiding nog een aantal stappen zetten. Maar we horen ook geluiden dat de grenzen van de inclusieve samenleving in zicht komen. Als het uitgangspunt is dat iedereen (weer) mee moet kunnen doen in onze samenleving, dan begint het ermee dat we als standpunt formuleren “Wij schrijven niemand af”. Iedereen krijgt kansen en iedereen krijgt ook nieuwe kansen. Ook als dat heel klein begint en ook als iemand al meerdere keren uit is gevallen.

Natuurlijk moet iemand wel eerst de wil hebben om mee te doen. Maar als dat zo is, moeten wij, alle mensen die de samenleving samen vormen, daarvoor open staan. Samen leven betekent met elkaar in gesprek gaan, elkaar respecteren, elkaar helpen en steunen, iets voor een ander over hebben.

Als iemand in de fout gaat, afwijkend gedrag vertoont, een verslaving of psychische aandoening heeft, verstandelijk beperkt, bejaard of hulpbehoevend is, dan lijkt dat vaak moeilijk te passen in onze samenleving. Maar juist dan moeten we verbindend en creatief zijn. Bij NK zijn we daar heel goed in. Kleine stapjes worden beloond, zelfvertrouwen vergroot, en de regie wordt zoveel mogelijk weer bij de ander gelegd. En de omgeving – een stukje van de samenleving van die cliënt – wordt gestimuleerd om hetzelfde te doen. Om vertrouwen uit te stralen, ook als er misschien nog twijfels zijn.

Onze samenleving is mooier en rijker als we een diverse samenleving hebben. Een samenleving waarin mensen met allerlei verschillende achtergronden en ambities de wil hebben om met elkaar op een waardevolle manier samen te leven. Elkaar te kennen, en te respecteren en waarderen dat er verschillen zijn, maar vanuit het standpunt dat samen leven nog altijd veel meer geluk en welzijn met zich meebrengt dan ieder voor zich. En waar we kunnen leren van de ervaringen van die mensen die hard hebben gevochten om weer mee te kunnen doen. Want juist wie er ooit buiten viel, heeft een uniek perspectief op onze samenleving.

En als iemand echt niet wil of kan meedoen? Als iemand op geen enkele manier past in een woning, wijk of gemeenschap? Als de grenzen van de inclusieve samenleving écht zijn bereikt? Dan moeten we dat ook respecteren. Samenleven mag niet als dogma worden beschouwd. Voor deze kleine groep moeten we vanuit beschaving en respect een passende, goede en veilige plek creëren. Maar de uitnodiging blijft staan om mee te doen.

Voorwoord kwartaalbericht januari 2019: Oude krassen, Nieuwe Kansen

Wie wel eens een nieuwe vloer heeft laten leggen of een nieuwe tafel heeft aangeschaft, kent het fenomeen. Je wilt die mooie spullen zo lang mogelijk vlek- en smetteloos houden. Maar ergens kan het ook een opluchting zijn als je een keer een zware vaas laat vallen en het eerste deukje ontstaat. Dan is de volgende kras ook niet zo erg meer. Naarmate de tijd verstrijkt, geven die beschadigingen je spullen vaak juist karakter. Het zijn getuigen van mooie en minder mooie momenten in je leven. Oh, weet je nog, dat putje in de vloer kwam van toen onze hond als puppy dat beeldje van de salontafel kwispelde. En die vlek? Van toen onze jongste een schilderij ging maken voor moederdag.

Als we bedenken welke spullen ons het meest dierbaar zijn, dan zijn dat vaak juist de spullen die door de jaren heen versleten en beschadigd zijn geraakt. Het kerstengeltje waarvan de verf allang is afgebladderd. Het fotoalbum met ezelsoren en vlekken. Een tot op de draad versleten knuffelbeest. En dat geldt zelfs voor spullen die niet eens van ons waren: nieuwe spullen zijn mooi, maar antiek en vintage zijn bijzonder en uniek.

Die krassen en vlekken, dat zijn de sporen die het leven nalaat. Dat is bij mensen niet anders. We hebben allemaal onze levenservaringen en littekens. Soms zichtbaar, soms onzichtbaar. Maar in tegenstelling tot onze meest waardevolle spullen, zien we onze eigen beschadigingen vaak als iets om ons voor te schamen. Als we getekend zijn door ons verleden, willen we dat vaak verbergen, vergeten. We zouden weer helemaal nieuw willen zijn. Dat dat niet kan, is voor sommige mensen zelfs een reden om niet eens meer te vechten: “Waarom zou ik nog die moeite doen? Ik ben oud / versleten / ziek / beschadigd…”

Maar kunnen we er niet naar kijken zoals we ook kijken naar onze meest dierbare spullen? Het zijn sporen van een leven, met goede en slechte ervaringen, maar het is jouw leven en het maakt jou uniek. Je kunt die sporen niet meer helemaal uitwissen. Maar herstellen kan wél. Zodat je weer opgewassen bent tegen het leven, en jouw doelen weer kunt bereiken. Dát is wat we bedoelen met een Nieuwe Kans. Wat hersteld is, is niet meer nieuw. Je begint niet bij nul. Je houdt je littekens, je bent vintage. Maar na een zorgvuldig herstel, kun jij juist met al jouw oude krassen een heel nieuw leven leiden. Betekenisvol. Waardevol.

Walther Tibosch
Bestuurder Novadic-Kentron

Behandeling van ADHD en verslaving: “ADHD’ers zijn echt zulke leuke mensen om mee te werken”

Bij mensen met een verslaving is er vaak ook sprake van bijkomende psychische problemen. Zo zien we heel regelmatig de combinatie van verslavingsproblemen en ADHD. Ingrid Balkenende, senior behandelaar bij NK: “We zien bij mensen met ADHD vaak dat ze middelen gaan gebruiken als een soort ‘zelfmedicatie’. Ze gaan bijvoorbeeld blowen of drinken om wat rustiger te worden. Dat hoeven niet altijd dempende middelen te zijn. Als iemand in mijn spreekkamer zegt dat hij van speed rustig wordt, gaan bij mij alle alarmbellen rinkelen, want speed werkt op een bepaalde manier hetzelfde als Ritalin.” Over volle papierbakken, saaie wachtkamers en keihard fietsen met een lekke band…

Genotmiddelen als zelfmedicatie creëren meer problemen dan ze oplossen, maar dat mensen met ADHD er soms hun toevlucht toe nemen, begrijpt Ingrid wel: “Ik zie het al meteen bij de intake: dit zijn mensen met een enorme onrust in hun lijf en hun hoofd. Het is alsof ze altijd leven met een volle papierbak; terwijl ze een papiertje oprapen dat er uit valt, komen er alweer nieuwe papieren bij. Ze zijn voortdurend aan het verzamelen en opruimen.”

Niet beseffen hoe druk je bent

Het gebeurt regelmatig dat bij Ingrid mensen op gesprek komen die nog helemaal geen diagnose ADHD hebben, maar wel dit soort gedrag vertonen. Ingrid: “Die denken: zo ben ik gewoon. Ze herkennen zichzelf niet in andere mensen met ADHD, maar ze beseffen niet hoe druk en onrustig ze zelf zijn. Ik vraag dan of ze typische ADHD-kenmerken herkennen: moeite met autoriteit, met tien dingen tegelijk bezig zijn maar er geen eentje afmaken, moeite om ergens op te focussen of weerstand te bieden aan impulsen… Het is aan hen of ze dit verder willen laten onderzoeken of niet. Een diagnose kan je verder helpen, maar het is ook mogelijk dat je het helemaal niet wilt weten.”

De pieken missen

ADHD speelt niet alleen een rol bij het ontstaan van verslaving, maar ook bij de behandeling ervan. Ingrid: “Als je moeite hebt met impulsbeheersing en concentratie, dan is dat wel een factor die het herstel wat lastiger maakt. Medicijnen zoals Ritalin zouden je dan rustiger kunnen maken, zodat ook het stoppen met gebruiken makkelijker wordt, maar helaas moet je wel drie maanden abstinent zijn voor je onderzocht kan worden op ADHD en medicijnen mag gaan gebruiken… Als je al een diagnose hebt voordat je verslavingsproblemen kreeg, ligt dat anders. Maar ook dan is het instellen van de medicatie vaak een heel traject, een traject waar mensen met ADHD weinig geduld voor hebben. Terugval hoort er vaak echt bij. En vergeet niet dat medicijngebruik ook nadelen heeft. Je wordt er rustiger van, maar mensen met ADHD vinden die pieken soms ook fijn en handig bij hun werk of hobby’s. Als die er niet zijn, voelt dat soms als een gemis. Voor iedereen is dat een individuele afweging, en het is belangrijk dat je als behandelaar meedenkt met de wensen en behoeften van die persoon. Want die staan centraal.”

Keihard fietsen met een lekke band

“Als behandelaar van mensen met ADHD moet je extra investeren in de werkrelatie. In de behandeling is psycho-educatie een heel belangrijk onderdeel: hoe werkt het brein van iemand met ADHD? Maar je benadering is misschien nog wel belangrijker dan de behandeling zelf. Mensen met ADHD hebben vaak hun hele leven al gehoord dat ze dingen niet goed konden. ‘Let nou eens op! Doe nou eens je best!’ Ze werden als kind gezien als vervelende lastpakken die niet wilden luisteren. Maar het is geen onwil, het is onmacht! Een positieve benadering is dus cruciaal. Zeg niet: ‘jij moet dit of dat’, want daar zijn ze vaak allergisch voor geworden. Vraag liever ‘zou het handig zijn om…?’ Neem hen serieus, focus op wat ze wél goed kunnen en doen, daar bloeien mensen met ADHD vaak enorm van op.

Het is echt een vooroordeel, helaas soms ook nog binnen de zorg, dat mensen met ADHD ongemotiveerd zouden zijn. Ze zijn vaak juist heel erg gemotiveerd! Ze komen te laat op de afspraak, ze vergeten hun huiswerk, maar ze komen wel. Ik had een cliënte die er voor een afspraak veel te laat achter kwam dat de band van haar fiets lek was. Ze heeft die toen zo hard mogelijk opgepompt en extra middelen genomen om nog sneller te kunnen fietsen, zodat ze zo ver mogelijk kwam voor die band weer leeg was. Dan kun je zeggen: ‘Het was wel een heel slecht idee om meer middelen te gebruiken.’ Maar je kunt haar ook, voor je het over verstandige keuzes hebt, prijzen omdat ze zo ontzettend haar best heeft gedaan om toch nog op de afspraak te komen. Je kunt er van alles van vinden, maar ze was wél gemotiveerd!”

‘Jemig wat is het hier saai!’

“Ja weet je, ik hou van die doelgroep. Het zijn zulke leuke mensen om mee te werken. Ze zijn energiek, eerlijk, recht voor zijn raap, leggen hele snelle, vaak originele en grappige associaties. Als ik met een cliënt in de wachtkamer bij de huisarts zit, en ze roept ineens uit: ‘Jemig wat is het saai hier!’, dan moet ik daar gewoon erg om lachen. Ze prikken er ook meteen doorheen als jij niet eerlijk bent, als jij uitvluchten en smoezen verzint, dus als behandelaar moet je ook heel oprecht zijn. En als je hen dan met een positieve benadering, een goede behandeling en veel duidelijke structuur kan helpen bij hun herstel, dan is dat toch geweldig? Ik vind mijn werk echt heel leuk!”

Xtc: een onderschatte drug?

Eind 2018 werd in verschillende media gepleit voor het legaliseren van xtc. Xtc wordt immers voornamelijk recreatief gebruikt, heeft nauwelijks verslavingspotentieel en zuivere xtc zou minder schadelijk voor de gezondheid zijn dan legale middelen als alcohol en tabak. Legaliseren zou bovendien criminelen de wind uit de zeilen nemen. Als expert op het gebied van middelen en verslaving vonden we het belangrijk hierin enkele nuances aan te brengen en een tegengeluid te laten horen. Het gebruik van xtc, al of niet zuiver, heeft namelijk wel degelijk serieuze gezondheidsrisico’s. Bovendien willen we ook tegenwicht bieden tegen de verregaande normalisering van drugsgebruik. Daarom schreef senior preventiewerker en drugsexpert Alex van Dongen een gastopinie, die geplaatst werd in het Brabants Dagblad en BN de Stem. We vroegen Alex waarom xtc toch echt niet zo onschuldig is, én vroegen bovendien enkele cliënten hoe zij tegen legalisering aankijken.

Agressie of overdosis

Alex: “In het pleidooi voor legalisering wordt gesteld dat gebruik in vergelijking met bijvoorbeeld alcohol nauwelijks gezondheidsrisico’s geeft. Dat is appels met peren vergelijken. Schade bij alcohol is op korte termijn vaak gevolgschade, zoals rijden onder invloed en agressiedelicten;  gezondheidsschade ontstaat vaak pas op lange termijn. Het grootste risico van xtc is juist een overdosis. Dat zijn verschillende soorten risico’s die lastig met elkaar te vergelijken zijn. Ook de aantallen lopen enorm uiteen. Veel meer mensen drinken alcohol, dus komen incidenten als gevolg hiervan ook vaker voor. Maar dat wil niet zeggen dat xtc niet schadelijk is.”

Familie van overleden gebruikers

Ook bij de lagere risico’s van zuivere xtc plaatst Alex kanttekeningen. Hij weet uit testresultaten van het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) dat slechts bij uitzondering vervuilde xtc wordt aangetroffen. Er overlijden meer mensen na het gebruik van xtc met alleen de werkzame stof MDMA dan na het gebruik van vervuilde pillen.

Alex: “Ik weet uit mijn contacten met gebruikers, ouders en netwerkpartners dat gebruik van xtc – ook gebruik van ‘zuivere’ xtc – wel degelijk tot gezondheidsklachten kan leiden. Sommige frequente gebruikers hebben klachten als depressieve gevoelens, concentratie- en waarnemingsproblemen. Maar het kan ook acuut fatale gevolgen hebben. Twee keer heb ik contact gehad met de familie van overleden gebruikers. Eén keer werd dat veroorzaakt door overgevoeligheid voor MDMA en één keer door het slikken van meerdere pillen op een avond. Gebruikers weten wel dat meerdere pillen op een avond nemen gevaarlijk is, maar zodra zij onder invloed zijn, verandert de risicobeoordeling. En dan doen ze het toch, ook al kennen ze de feiten.”

Alex pleit voor de uitbreiding van de DIMS-testlocaties, waarvan er in Brabant zeven zijn: Breda, Den Bosch, Eindhoven, Helmond, Oss, Roosendaal en Tilburg. De openingstijden zouden verruimd moeten worden en de laboratoriumcapaciteit vergroot. Alex: “Je houdt dan goed zicht op de markt en kunt met gebruikers in gesprek over gebruik en risico’s.”

Een miljard pillen

Daarnaast heeft Alex bedenkingen bij de veronderstelling dat legaliseren drugscriminelen de wind uit de zeilen zou nemen en het aantal illegale dumpingen van drugsafval zou terugdringen. Alex: “Uit onderzoek blijkt dat slechts een klein deel van de in ons land geproduceerde xtc voor de Nederlandse markt bestemd is. Het leeuwendeel is voor de export. Dat is ook logisch, omdat in het buitenland veel meer betaald wordt voor de xtc. Schattingen uit 2017 geven aan dat in ons land in dat jaar bijna een miljard xtc-pillen werden geproduceerd met een straatwaarde van een kleine 20 miljoen euro.”

Kansloos

Alex: “Legaliseren van xtc is dus zeker niet het ei van Columbus: niet voor het voorkomen van gezondheidsproblemen, en niet voor het terugdringen van criminaliteit. Ik verwacht ook zeker niet dat hiervoor binnen de politiek een groot draagvlak zal zijn. Een voorstel om xtc te legaliseren of reguleren lijkt op voorhand kansloos. Dat betekent zeker niet dat onze organisatie voorstander is van het criminaliseren van gebruik en gebruikers. Wij zijn juist voorstander van het niet strafbaar stellen van het bezit van middelen die voor eigen gebruik zijn bestemd.”

“Uiteindelijk is het goed dat deze proefballon opgelaten werd. Ik hoop dat de discussie aanleiding vormt om het huidige drugsbeleid tegen het licht te houden en na te denken over wat nodig is om problemen door xtc, maar ook door andere middelen, te voorkomen. Een goede monitoring, adequate preventie en voorlichting en effectieve behandelmethoden zijn daarbij cruciale instrumenten.”

Wat vinden cliënten?

Pieter*: “Ik snap niet dat ze van plan zijn xtc te legaliseren. Dat er geen gezondheidsrisico’s zijn bij zuivere xtc is absolute nonsens. Ik heb genoeg overdoseringen gezien die leidden tot ziekenhuisopnames door bijvoorbeeld oververhitting of psychoses. Het zijn gewoon harddrugs, die zorgen voor een enorme kater. Maar ook depressies, omdat de geluksstofjes die je aanmaakt, op raken. En ook de criminaliteit zal niet verdwijnen. Ik denk dat het overgrote deel van alles wat in Nederland geproduceerd wordt naar het buitenland gaat. We hebben hier de meeste kennis.”

Sara*: “Voor de gezondheid zou het wel kunnen helpen. Als xtc legaal gemaakt wordt, kan de kwaliteit in de gaten gehouden worden. Er is volgens mij nu veel rotzooi op de markt, je weet nooit precies wat je slikt. Of het drugscriminaliteit tegen gaat? Zou kunnen, maar die laten zich toch niet stoppen. Die komen vast met sterkere pillen zoals die bij mijn vriendengroep in ieder geval geliefder waren, of met iets nieuws. Ik zit niet in dat productiewereldje, maar weet wel dat het om heel veel geld gaat. Dat laten ze zich niet zomaar afpakken.”

Karel*: “Legaliseren zal niet beter zijn voor de gezondheid. Ik denk dat er weinig vervuiling is, ik hoor of lees daar niets over. En je kunt nu ook altijd pillen laten testen. Ik denk dat legaliseren eerder nadelig is. Ik verwacht dat er meer mensen zullen kiezen om te gaan gebruiken, dat er meer gebruikt gaat worden en al op jongere leeftijd. Ook zal legaliseren geen oplossing zijn voor de criminaliteit. Ik denk dat het meeste direct naar het buitenland gaat.”

* Pieter, Sara en Karel zijn gefingeerde namen.

Ouderen en verslaving: “Het maakt niet uit hoe oud je bent, ook een kleine verandering kan veel winst opleveren”

Alcoholgebruik bij 55-plussers wordt vaak gebagatelliseerd. Buiten de eigen (soms beperkte) kring is overmatig gebruik nagenoeg onzichtbaar en er is weinig overlast. Daarnaast wordt vaak gedacht, óók door ouderen zelf, dat verandering op oudere leeftijd toch geen zin meer heeft. Of dat je hem of haar dat borreltje ‘niet ook nog eens kunt afnemen’. Door deze stigma’s doen we een grote groep mensen ernstig tekort. Senior preventiewerker Bernard van ’t Klooster: “Onderschat nooit de positieve, lichamelijke effecten van minder drinken, zeker ook op oudere leeftijd.”

55-plussers komen via ons centrale telefoonnummer of via de huisarts terecht bij Novadic-Kentron, waar ze bij de afdeling Preventie een korte interventie van vier gesprekken kunnen volgen: de Moti 4. Senior preventiewerker Yvonne Rühl: “55-plussers die via hun huisarts voor de Moti 4 worden aangemeld, vinden zichzelf meestal niet verslaafd, maar realiseren zich wel dat ze een probleem hebben. Ze zijn vaak door omstandigheden meer gaan drinken. Denk aan het verlies van een partner of het wegvallen van werk en daarmee een nuttige dagbesteding én sociale context.”

Respect voor de huisarts

Bernard: “Bij jongeren zie je vaak dat ze het probleem wegwuiven: ‘Het was maar één keertje, het stelt niks voor, iedereen gebruikt…’ Bij ouderen is er vaker een gevoel van urgentie. En zeker als ze via de huisarts of praktijkondersteuner komen, nemen ze de gesprekken hier vaak heel serieus. Deze generatie heeft nog veel respect voor de autoriteit van de huisarts.”

Te weinig omhanden

Yvonne: “De hulp van Moti 4 is laagdrempelig en vooral gericht op inzicht in het eigen gebruik. Welke rol speelt het alcoholgebruik? Hoe is dat zo ontstaan? Bij 55-plussers vult het vaak een leegte. Mensen hebben bijvoorbeeld veel te weinig omhanden en voelen zich eenzaam. We kunnen dan bijvoorbeeld samen gaan kijken welke activiteiten plaatsvinden in de wijk waar deze persoon woont. Soms blijkt dat een uitgebreider zorgtraject nodig is. Maar vaak is bewustwording al genoeg, en hebben mensen aan de vier gesprekken voldoende om zelf weer de regie te kunnen nemen over hun eigen gebruik.”

Stigma

Bernard: “Het is heel belangrijk om de regie bij de cliënt te laten liggen. We gaan samen onderzoeken wat er aan de hand is, maar cliënten bepalen zelf welke keuzes ze maken. Wij adviseren daarbij. Daarin probeer ik vooral heel uitnodigend te zijn. Soms moet je daarin ook wel wat lichtheid brengen. Ouderen hebben de naam minder flexibel te zijn, maar ik merk dat dat vooral een stigma is van de maatschappij. En ook zelfstigma. Ze geloven soms zelf ook dat het geen zin meer heeft om te proberen te veranderen of dat ze überhaupt nog andere keuzes kunnen maken.”

Yvonne: “Als mensen al gewend zijn om te drinken, zorgen verlieservaringen – die toch vaak horen bij het ouder worden – er nogal eens voor dat bijna ongemerkt steeds meer wordt gedronken. Als bijvoorbeeld een partner wegvalt, denken mensen nogal eens: ‘Ach, wat maakt het uit, ik zit hier toch maar alleen.’ Ze geven het op. Maar ook ouderen kunnen nog heel goed veranderen. Zo kunnen ze werken aan hun zelfvertrouwen en het vergroten van hun netwerk door nieuwe activiteiten te ondernemen, vrijwilligerswerk te gaan doen.”

Zingeving

Bernard: “Het gaat in gesprekken vaak over zingeving. Als er een leegte ontstaat in je leven, bijvoorbeeld doordat je niet meer werkt en je kinderen het huis uit zijn, dan is het de vraag hoe je die leegte weer kunt vullen. Ik merk als preventiewerker dat die gesprekken soms heel intens zijn, het gaat vaak om wezenlijke dingen: je eigen sterfelijkheid en kwetsbaarheid, eenzaamheid, je relatie met kinderen en kleinkinderen, verbinding zoeken, een doel in je leven hebben.”

Yvonne: “Zo had ik een cliënt die eerder in behandeling was geweest en nu weer meer dronk dan ze zelf wilde. Haar moeder was overleden en ze had nu te veel lege tijd. Het was niet direct nodig om weer in zorg te gaan, dus hebben we samen gezocht naar een nieuwe invulling van haar tijd. Ze is toen vrijwilliger geworden in een buurthuis, wat haar zelfvertrouwen een grote boost gaf. Zeker nadat ze daar in alle openheid had verteld over haar verslavingsgevoeligheid. Ze voelde zich weer nuttig, haar leven had nieuwe zin gekregen.”

Afgeschreven

Bernard: “Ouderen worden veel te snel afgeschreven! Er wordt gezegd: ‘Waarom zou je nog zoveel moeite doen? Meneer is 82!’ Maar misschien leeft hij nog wel tien of vijftien jaar! Het zou toch mooi zijn als dat met een zekere kwaliteit van leven kon? Mensen onderschatten de effecten van een paar glazen per dag minder drinken. Je gaat er bijvoorbeeld beter van slapen, je bent minder suf overdag, hebt daardoor ook een beter contact met je omgeving… En vergeet ook het risico op vallen niet, dat door alcoholgebruik stukken hoger is. Een val kan, zeker op hogere leeftijd, ernstige gevolgen hebben, zoals blijvende invaliditeit. Minder drinken kan ervoor zorgen dat je langer actief en zelfstandig blijft, meer uit het leven haalt. Veel klachten die aan ouderdom worden toegeschreven, worden mede veroorzaakt of verergerd door alcoholgebruik.”

Minder snel van de wijs

Yvonne: “Ouder zijn heeft ook voordelen. Oudere mensen hebben veel levenservaring, ze kunnen putten uit een rijke encyclopedie van problemen die ze overwonnen hebben. Daar kun je op teruggrijpen: als dit je toen is gelukt, lukt dit vast ook wel. Ook hebben ze meer zelfkennis en zijn ze minder snel van de wijs te brengen. Een jongere denkt vaak heel zwart-wit: ‘Nee, dat kan ik echt niet, het komt nóóit meer goed!’, een oudere kan vaak beter nuanceren en relativeren. Ze hebben alles al eens meegemaakt. Dat kan een bron van kracht zijn om ook dit probleem grondig aan te pakken. Hoe oud je ook bent, je hebt altijd een Nieuwe Kans!”

Heel veel winst

Bernard: “We krijgen soms de vraag: moeten we nog aan die mevrouw of meneer gaan sjorren? Ik vind dat zo’n enorme dooddoener. Weegt het gedoe zwaarder dan de voordelen van minderen of stoppen? Ja, de alcohol kan de eenzaamheid minder voelbaar maken, maar je komt er daardoor ook niet eenvoudig meer uit. Mensen worden steeds ouder, de 70-jarige van nu is niet de 70-jarige van vroeger. Wijkteams, huisartsen en andere zorgverleners zouden veel alerter kunnen zijn op alcohol als bepalende factor voor zowel gezondheid als kwaliteit van leven. Maar er wordt nog steeds maar heel beperkt naar gevraagd of nog eens op teruggekomen. Alcohol is zo normaal dat je het niet meer ziet. Het maakt niet uit hoe oud je bent, ook een kleine verandering in je drinkgedrag kan heel veel winst opleveren.”

Terugblik Specialistische en BasisGGZ 2018 en vierde kwartaal

In dit overzicht vindt u de actuele ontwikkelingen in het vierde kwartaal van 2018 binnen de door de zorgverzekeraars gefinancierde zorg (Zvw-domein), die geleverd wordt door onze Specialistische en BasisGGZ-teams. U kunt lezen over de volgende thema’s:

  • opvallende ontwikkelingen in 2018:
    • Intensive Home Treatment (IHT) breidt zich uit;
    • het Etten-Leurse model;
    • pilot nieuwe GHB-behandeling;
    • vof Dubbele Diagnose Tilburg grondig verbouwd;
  • LVB-profielenstudie;
  • Dubbele Diagnose krijgt manager behandelzaken;
  • cliënten Kentra24 aan de wandel;
  • Brabantse gemeenten verdiepen zich in het Etten-Leurse model. 

Opvallende ontwikkelingen in 2018

Intensive Home Treatment (IHT) breidt zich uit

In de regio Noordoost had NK al een IHT-team, in 2018 is ook in de regio West-Brabant een IHT team gestart. De medewerkers van het IHT-team bieden maximaal zes weken acute zorg aan verslaafden in crisissituaties, bij voorkeur in de eigen omgeving en met partijen die al zorg verlenen aan of bemoeienis hebben met de betreffende cliënt. IHT heeft een positieve invloed op de wachttijd omdat met deze intensieve ambulante zorg een opname voorkomen of verkort kan worden. 

Het Etten-Leurse model

Afkicken van GHB is erg moeilijk, terugval komt in vergelijking met andere verslavingen vaak voor. De kans op terugval is een stuk groter als verslaafden na behandeling in hun eigen omgeving terugkeren. Daarom heeft NK met de gemeente Etten-Leur een specifieke aanpak voor GHB-cliënten ontwikkeld, inmiddels ook bekend als het ‘Etten-Leurse model’. Kern van die aanpak is de samenwerking tussen diverse partijen (gemeente, politie, verslavingszorg en jongerenwerk) maar vooral ook de manier waarop terugval wordt voorkomen. Die blijkt bij GHB in vergelijking met andere verslavingen extreem hoog. Een terugkeer in de eigen omgeving, waar cliënten weer volop met gebruik geconfronteerd worden, speelt daarbij een grote rol. Daarom wordt getracht om bovenregionale afspraken te maken om cliënten uit Etten-Leur na hun behandeling een (begeleide) woonplek aan te bieden buiten de eigen regio. Deze aanpak krijgt inmiddels ook landelijk de nodige waardering. In het vierde kwartaal vond ook een bijeenkomst plaats met de Brabantse gemeenten waarin dit model werd besproken. (Zie verder in dit overzicht.)

Pilot nieuwe GHB-behandeling

Binnen NK is een protocol ontwikkeld voor de detoxificatie van GHB-cliënten. In 2018 zijn als logische vervolgstap behandelrichtlijnen ontwikkeld, die onder andere het hoge terugvalpercentage moeten terugdringen. Daarvoor is het van belang dat de behandeling is afgestemd op bijkomende problematiek (bijvoorbeeld angst- en stemmingsklachten, het ontbreken van dagbesteding en een ondersteunend netwerk) en de voor GHB-cliënten specifieke hulpvraag. Kenmerkend zijn onder andere moedeloosheid door de vele stoppogingen en behoefte aan hulp bij praktische zaken als werk, wonen en tijdsbesteding. De nieuwe richtlijn, die door ZonMW gefinancierd werd, is eind 2018 als pilot gestart in de regio Roosendaal.

Vof Dubbele Diagnose Tilburg grondig verbouwd

In juni werden na een grondige renovatie de gebouwen van de Vof Dubbele Diagnose aan de Jan Wierhof heropend. De gebouwen zijn lichter en moderner geworden: een optimale omgeving om cliënten fijn te behandelen en hen Nieuwe Kansen te bieden.

Hieronder een terugblik op de ontwikkelingen in het vierde kwartaal.      

LVB-profielenstudie

In de regio Midden- en Noordoost-Brabant wonen ruim 4.600 mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Een kwetsbare doelgroep, bij wie vaak sprake is van “triple trouble”: naast de verstandelijke beperking hebben deze mensen ook een verslaving en psychische en sociale problematiek. Om te komen tot passende zorg(afspraken) is in deze regio’s de afgelopen twee jaar een door KPMG gefinancierde profielenstudie uitgevoerd.

Naast onze organisatie hebben achttien partijen uit de geestelijke gezondheidszorg, LVB-zorg, maatschappelijke opvang en onderwijs samen met gemeente Tilburg en zorgverzekeraar VGZ de doelgroep van mensen met een LVB in deze regio’s in kaart gebracht. De stuurgroep, waar namens NK Peter van Rijsbergen en Irene Dijkstra aan deelnemen, heeft met het opleveren van de eindrapportage LVB Profielenstudie inmiddels fase 1 en 2 afgerond: zes LVB-profielen zijn gedefinieerd en een ‘foto’ van de regio is gemaakt. Voor meer informatie hierover, zie de eindrapportage.

Inmiddels is een start gemaakt met fase 3, waarbij antwoord gezocht wordt op de vraag hoe we de zorg voor deze doelgroep goed vormgeven. Er zijn drie regionale werkgroepen ingericht (Den Bosch, Hart van Brabant Noord en Hart van Brabant Zuid), waarbij NK vertegenwoordigd is door Peter van Rijsbergen. Peter: “Onze opdracht is te komen tot een passend en effectief aanbod voor deze complexe doelgroep. Dat gebeurt in regionale werkgroepen, omdat samenwerking tussen partijen in de regio van cruciaal belang is. We zijn nu bezig om afspraken te maken over een gezamenlijk stappen- en zorgplan. Naar verwachting kan fase 3 medio 2019 afgerond worden.”

Dubbele Diagnose krijgt manager behandelzaken

Medio november is Coos Meester begonnen als manager behandelzaken voor de vof Dubbele Diagnose van NK en GGz Breburg in Tilburg en Breda. Coos gaat in deze nieuwe functie, die gecreëerd is om de inhoudelijke doorontwikkeling van Dubbele Diagnose vorm te geven, de zorg- en behandelinhoudelijke coördinatie op zich nemen. Belangrijke doelen zijn de implementatie van kwalitatief goed en passend zorgbeleid en versterking van de samenwerking met de moedermaatschappijen. Samen met de manager bedrijfsvoering, Jessie Nijman, gaat Coos integraal leidinggeven aan de multidisciplinaire teams van Dubbele Diagnose en is hij lid van het managementteam.

Cliënten Kentra24 aan de wandel

Sinds de evaluatie van het klinisch programma van Kentra24 in oktober is besloten de gebruikelijke ochtendbespreking na het ontbijt in een gezond en actief jasje te gieten. Iedere ochtend gaat de groep samen met de begeleiding om 9.00 uur een half uur wandelen. Voorheen was er op dit tijdstip een groepsmoment gepland, waarbij iedereen aan tafel zat (hing) en nog niet helemaal wakker was. Om de jongeren positief te activeren, is er besloten om te starten in de buitenlucht. In het begin gebeurde dit nog met enige tegenzin van de jongeren, maar inmiddels is dit volledig veranderd in enthousiasme. Nu zien we de jongeren al voor 9.00 uur klaar staan voor vertrek!

Daarbij valt op dat cliënten meer motivatie hebben om op tijd uit hun bed te komen en deel te nemen aan de wandeling, en zo dagelijks het weer (wind, regen en kou) te trotseren. Tijdens deze wandeling worden een aantal doelen bereikt: bewegen in de frisse lucht, wakker worden en ruimte maken voor een goed gesprek. De jongeren hebben op deze manier ook prettig onderling contact.

Brabantse gemeenten verdiepen zich in het Etten-Leurse model

Al eerder hebben wij bericht over de lof en waardering, ook landelijk, voor het Etten-Leurse model bij de behandeling van GHB-verslaafden. Op 6 november kwamen afgevaardigden en beleidsmedewerkers van zes regiogemeenten bijeen die zich bezig houden met beschermd wonen, opvang en/of indicatiestelling van GHB-cliënten om zich meer te verdiepen in de GHB-problematiek en kennis te maken met de aanpak van Etten-Leur.

Tijdens de bijeenkomst werd door Angela Aarts, Harmen Beurmanjer en Boukje Dijkstra, GHB-experts en onderzoekers van NK, aandacht besteed aan de specifieke kenmerken van de doelgroep. Wat maakt deze cliënten uniek en wat betekent dit voor behandeling, begeleiding en huisvesting? Vervolgens gaven senior preventiewerker Alex van Dongen en Jaap Malcontent van de gemeente Etten-Leur een toelichting op de Etten-Leurse aanpak. Begin 2019 staat dit thema weer op de agenda van het overleg tussen de zeven centrumgemeenten in Brabant, zodat de goede intenties van alle centrumgemeenten in afspraken vertaald kunnen worden.

Succesvolle aanpak GHB-verslaving in de startblokken

Voor de meeste mensen is een opname op de spoedeisende eerste hulp een traumatische gebeurtenis. Als je in coma raakt, met loeiende sirenes wordt afgevoerd en ontwaakt in een ziekenhuisbed, dan zal je daar op zijn minst enorm van schrikken. Maar mensen met een GHB-verslaving reageren vaak totaal anders. Als ze wakker worden uit een coma, zijn ze volledig helder, staan ze op en gaan ze weer naar huis. ‘Even een GHB-slaapje,’ noemen ze het zelf. Voor hen is dit bijna normaal.

Het is natuurlijk niet normaal, het is zelfs levensgevaarlijk, maar het geeft wel aan hoe grondig een GHB-verslaving op je leven inhakt. Omdat je elke twee of drie uur GHB moet gebruiken om zeer heftige ontwenningsverschijnselen te voorkomen, zijn mensen met een GHB-verslaving altijd onder invloed. Ze voelen niet meer hoe groot hun problemen zijn. En die zijn vaak enorm: werk, wonen, relaties, vrienden, familie, financiën, gezondheid: alles ligt op zijn kop. Gemeenten en instanties, zoals de politie, wooncorporaties, zorginstellingen enzovoorts, hebben er vaak hun handen vol aan. Want hoewel de aantallen GHB-gebruikers in absolute zin klein zijn – een fractie van bijvoorbeeld het aantal problematische alcoholgebruikers – veroorzaken ze buitenproportioneel veel overlast.

Dank aan de ziekenhuizen!

De indruk bij ziekenhuizen is dat het aantal toeneemt, maar er zijn cijfers nodig om dit beeld helder te krijgen. Boukje Dijkstra, senior wetenschappelijk medewerker: “Hoeveel mensen worden opgenomen op de SEH door GHB-gebruik? Dat willen we graag weten. Daarom hebben we de Brabantse ziekenhuizen benaderd en gevraagd of ze dit wilden registreren, en alle ziekenhuizen hebben toegezegd hieraan mee te doen! Dat is echt fantastisch, want het is volledig op vrijwillige basis. We waarderen dat enorm, dit geeft ons zeer waardevolle informatie!”

Heel veel leed voorkomen

Met de cijfers willen Boukje en haar collega’s een beter beeld krijgen van de gemeenten die eruit springen wat betreft GHB-problematiek. Boukje: “Deze gemeenten willen we benaderen om samen, op basis van deze getallen, de problemen in de gemeente door GHB nog beter in beeld te krijgen, én samen te gaan werken aan een effectieve aanpak ervan. GHB-verslaving is een zeer ernstige verslaving, waarvan het behoorlijk lastig is om te herstellen. Als expertisecentrum op dit gebied doet NK veel onderzoek naar een effectieve aanpak, en daarbij zijn ook al successen geboekt: de kans op terugval is de laatste jaren een stuk kleiner dan een aantal jaar geleden, van 65% naar 50% drie maanden na detoxificatie. Maar hoe eerder je de problemen aanpakt, hoe groter de kans op volledig herstel. Je kunt dan met minder complexe interventies voorkomen dat iemand volledig afglijdt, en daarmee voorkom je niet alleen heel veel leed voor de persoon zelf én zijn of haar omgeving, maar ook veel dure politie-inzet, spoedopnames, enzovoorts.”

Wat heeft iemand nú nodig?

Behalve een goed detoxificatieprotocol, waarbij NK de dosis medische GHB langzaam afbouwt, is het vooral van belang om de omgeving goed in te richten. Boukje: “Al voor detoxificatie moet je weten waar iemand daarna terecht komt. Waar gaat deze cliënt wonen, hoe brengt hij of zij de dag door? Problemen met instanties moeten worden opgelost, onderliggende psychische problemen behandeld. Het is dan van doorslaggevend belang dat je kunt samenwerken met alle andere betrokken partijen. In Etten-Leur is hiervoor een succesvolle aanpak ontwikkeld, waarbij iedereen bij elkaar aan tafel zit. De gemeente heeft de regie, maar aan tafel zitten ook politie, ggz, verslavingszorg, maatschappelijke opvang, wooncorporaties enzovoorts.”

Alex van Dongen, senior preventiemedewerker en één van de sleutelfiguren bij deze aanpak: “Samen bekijken we: wat heeft iemand nú nodig, en wie kan dat oppakken? We schakelen heel snel, en de rollen zijn heel duidelijk. Doordat iedereen er heel dicht bovenop zit, kan meteen de juiste hulp worden ingeschakeld. Deze ‘Etten-Leurse aanpak’ willen we graag ook in andere gemeenten toepassen.”

Een nieuwe start in een nieuwe omgeving

Als meer gemeenten meedoen met deze aanpak, wordt het hopelijk ook makkelijker om herstellende GHB-verslaafden buiten hun eigen regio te herhuisvesten. Boukje: “We zien dat de kans op terugval een stuk kleiner wordt als ze na hun opname in een heel andere omgeving opnieuw kunnen beginnen. Als ze na behandeling terugkeren in hun oude netwerk, vallen ze vaak binnen enkele maanden terug. Maar een écht nieuwe start, met een andere woning, een andere dagbesteding en een ander sociaal netwerk, vergroot de kansen op succes in aanzienlijke mate. Helaas beroepen veel gemeenten zich juist op regiobinding. We hopen dat meer gemeenten onderling afspraken gaan maken, zodat plaatsing buiten de eigen regio makkelijker wordt. Uiteindelijk is daar iedereen bij gebaat, ook de gemeenten zelf! Met steun van de cijfers uit de ziekenhuizen hopen we een eerste beeld te kunnen schetsen over de verspreiding van GHB-problemen over de gemeenten. Aan de hand daarvan kunnen we weer nieuwe stappen zetten.”

Cijfers 2018

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers van 2018: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand en de cliënttevredenheid in 2018.

Alle cliënten

In 2018 waren 7.688 cliënten in behandeling, versus 8.023 in 2017. Van hen zijn 1.145 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels).

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.617
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 1.284
Opiaten 778
Cannabis 952
GHB 238
Gokken 261
Medicijnen (o.a. benzodiazepines) 97
Internet (gamen, chatten, erotiek) 90
Ketamine 52
Xtc 10
Overig1 54
Onbekend2 1.255

1 Bijvoorbeeld: lachgas, nicotine, hallucinogenen

2 Bijvoorbeeld omdat cliënten zich nog in de intake/diagnostiekfase bevinden, omdat ze alleen nog urinecontroles krijgen of omdat het cliënten zijn van de dag- en nachtopvang of een woonvoorziening.

Geslacht Aantal
man 5.811
vrouw 1.877

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.907
24-50 jaar 4.920
18-23 jaar 769
< 18 jaar 92

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In 2018 zijn in totaal 861 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 931 in 2017.

Primaire problematiek Aantal
Cannabis 332
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 150
Alcohol 83
Gamen 48
Gokken 54
GHB 18
Xtc 8
Opiaten 2
Overig 56
Onbekend 110

 

Leeftijd aantal
12 1
13 7
14 5
15 11
16 23
17 45
18 71
19 121
20 113
21 146
22 143
23 175

 

Geslacht Aantal
man 667
vrouw 194

 Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 januari 2018: 725
Aantal medewerkers per 1 januari 2018: 858

Aantal fte per 31 december 2018: 757
Aantal medewerkers per 31 december 2018: 890

Cliënttevredenheid

Domein N GEM
Totaal NK (Ambulant) 839 8,3
Specialistische GGZ en BasisGGZ 752 8,4
Zorg betaald vanuit de Wmo (gemeente) 88 8,1
Forensische zorg 51 8,0

N = aantal respondenten; GEM = gemiddelde score (0-10)

Het meetinstrument (CQI-GGZ-VZ-AMB) is een online vragenlijst van dertien vragen die aan het einde van de behandeling anoniem wordt ingevuld door de cliënt. De Specialistische GGZ en de Basis GGZ zijn binnen NK ondergebracht binnen hetzelfde team.

Conclusies

  • Cliënten die ambulant bij NK zijn behandeld en de CQI-vragenlijst hebben ingevuld, zijn erg tevreden over de behandeling die zij bij NK hebben gehad (rapportcijfer voor heel NK: 8,3).
  • Bijna de helft beoordeelt de behandeling bij NK met een 9 of hoger (46%), terwijl slechts 3% een 5 of lager geeft.
  • Vooral op het gebied van Bejegening (serieus nemen en begrijpelijk uitleggen) scoort NK hoog (gemiddeld 4,9 op een schaal van 1 tot 5).
  • De cliënttevredenheid van totaal NK is gedurende het afgelopen jaar gelijk gebleven ten opzichte van 2017. NK streeft er altijd naar om haar cliënttevredenheid te verbeteren!
  • De informatieverstrekking over zelfhulpprogramma’s, cliëntondersteuning en/of patiëntenverenigingen scoort het laagst (gemiddeld 3,9 op een schaal van 1 tot 5, 17% geeft score 1 of 2) en vormt daarmee een punt van aandacht.

Terugblik Novadic-Kentron algemeen 2018 en vierde kwartaal

In 2019 staat kwaliteit centraal voor Novadic-Kentron, zoals verwoord in het ambitiedocument Nu Kwaliteit 2.0. Het komende jaar zullen we u hierover met regelmaat informeren. Maar eerst blikken we terug op 2018: zowel op de highlights van afgelopen jaar als op een aantal recente ontwikkelingen in het vierde kwartaal van 2018. Lees meer over:

  • opvallende ontwikkelingen in 2018:
    • NK Rookvrij;
    • eerste Landelijke Dag Verslavingskunde;
    • alle activiteiten in Tilburg vanuit één locatie;
  • Nationaal Preventieakkoord;
  • BRABANT WERKtZEKER;
  • veranderingen topstructuur;
  • NK stopt met Kentra Business;
  • officiële opening en burendag Jan Wierhof Tilburg. 

Opvallende ontwikkelingen in 2018 

NK Rookvrij

Een rookvrije zorg is een belangrijk thema voor NK. In en rond onze gebouwen mag door medewerkers en bezoekers niet meer gerookt worden. Maar ook voor cliënten wordt het rookbeleid aangepast. In 2018 ontving NK de zilveren status van het Dutch Network For Tobacco Free Healthcare Services. En ten slotte ondersteunde NK als lid van Verslavingskunde Nederland (VKN) de aangifte tegen de tabaksindustrie vanwege misleidende reclame (de zogenoemde ‘sjoemelsigaret’).     

Eerste Landelijke Dag Verslavingskunde

Op 16 oktober organiseerde VKN de eerste Landelijke Dag Verslavingskunde. Onze organisatie was nadrukkelijk betrokken bij de organisatie van deze dag en diverse medewerkers van NK hebben deze dag presentaties verzorgd. Hoogtepunt was ‘Anita wordt Opgenomen, twee jaar later’. Daarin sprak Anita Witzier met drie ex-cliënten van NK over hun gebruik, hun behandeling en over hoe het hen de afgelopen twee jaar vergaan is.

Alle activiteiten in Tilburg vanuit één locatie

Eind augustus verhuisden de ambulante behandeling, preventie en reclassering van NK in Tilburg van de Edisonlaan naar de Jan Wierhof. Omdat daar ook al de medische heroïne-unit (MHU) en de vof Dubbele Diagnose gevestigd zijn, worden nu alle diensten van NK aangeboden vanaf de Jan Wierhof. Omdat hier ook GGz Breburg gevestigd is, wordt de samenwerking met een belangrijke ketenpartner bovendien vergemakkelijkt. In oktober vond de officiële opening plaats, met aansluitend een goed bezochte burendag voor omwonenden (zie ook verder in dit overzicht).  

In het vierde kwartaal van 2018 hebben NK-breed de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden.

Nationaal Preventieakkoord

In 2018 is door een groot aantal landelijke partijen, waaronder naast Verslavingskunde Nederland (VKN, de koepel van verslavingsinstellingen waar NK deel van uitmaakt) onder andere het Voedingscentrum, de Hartstichting, de Alliantie Nederland Rookvrij, GGD-GHOR en de Fietsersbond, gewerkt aan een Nationaal Preventieakkoord. Er zijn drie hoofdthema’s benoemd: roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht. De komende jaren kunnen andere thema’s toegevoegd worden.

Vrijdag 23 november werd het akkoord in Den Haag ondertekend door zo’n zeventig vertegenwoordigers van de partijen die zich aan het akkoord verbonden hebben. Een van die partijen is VKN, dat het akkoord wel ondertekende, maar ook enkele kanttekeningen plaatste bij de thema’s Problematisch Alcoholgebruik en Tabak/Roken. VKN is van mening dat de maatregelen om problemen door alcoholgebruik te voorkomen, niet ver genoeg gaan. VKN pleit voor de inzet van objectieve, wetenschappelijk gefundeerde beleidsmaatregelen en interventies, en wil hier vanuit haar maatschappelijke opdracht en expertise bij betrokken worden. Uiteindelijk moet dit tot toetsbare verbeteringen leiden. Op het thema Roken/Tabak onderschrijft VKN de preventiemaatregelen, maar pleit ervoor deze te versterken door ook hulpverlening aan te bieden. Het is van belang dat zwaar verslaafde rokers behandeling kunnen krijgen in de verslavingszorg.

BRABANT WERKtZEKER

Maandag 26 november vond bij NK in Vught de kick-off plaats van BRABANT WERKtZEKER. Zeven Brabantse zorg- en welzijnsorganisaties – SMO Traverse, Oosterpoort, NEOS, GGz Breburg, SMO Breda, Combinatie Jeugdzorg en RIBW Brabant – werken binnen dit initiatief samen om de instroom en zij-instroom van nieuwe medewerkers te bevorderen en huidige medewerkers voor zorg en welzijn te behouden. Tijdens deze bijeenkomst ondertekenden zij het samenwerkingsakkoord.

Harry Crielaars, voorzitter van de stuurgroep en bestuurder van SMO Traverse over het ontstaan van dit samenwerkingsverband: “We hoefden het wiel niet uit te vinden, omdat in Gelderland al een vergelijkbaar project bestond. Toch hebben we een jaar lang keihard gewerkt om BRABANT WERKtZEKER van de grond te krijgen. Vandaag gaan we officieel van start. Het gaat in dit samenwerkingsverband om vertrouwen. En dat heb ik de afgelopen periode altijd volop ervaren. We gaan samen het beste neerzetten om onze werknemers binnenboord te houden. Dat gebeurt met de steun van alle Ondernemingsraden.”

Inmiddels heeft ook Bureau Maks het samenwerkingsakkoord ondertekend.

Veranderingen topstructuur

In september nam onze organisatie afscheid van twee managers, namelijk Ellen Rutgers (gemeentelijk domein en Wmo) en Gisela Reefman (verslavingsreclassering en forensische verslavingszorg). Begin oktober is Marjan Pols gestart als manager bij NK. Zij is als opvolger van Ellen Rutgers verantwoordelijk voor alle gemeentelijke zorg/jeugd vanuit NK.

Inmiddels is besloten een van de vacatures niet in te vullen en verder te gaan met twee managers. Dat betekent dat Marjan ook verantwoordelijkheid krijgt voor de verslavingsreclassering (VR). De verantwoordelijkheid voor de forensische verslavingszorg (FVZ) wordt belegd bij Rogier Eijsink, die als manager ook de specialistische en BasisGGZ onder zijn hoede heeft. Met die functieverandering wordt ook de naam van de functie gewijzigd naar directeur. Zowel voor VR als FVZ worden bovendien programmamanagers benoemd die rapporteren aan Marjan en Rogier.

NK stopt met Kentra Business

De afgelopen maanden heeft het team van Kentra Business in opdracht van het Managementteam onderzoek gedaan naar de toekomst van Kentra Business, het onderdeel van NK dat advies en trainingen verzorgde voor bedrijven en organisaties. Allereerst is naar de huidige activiteiten van Kentra Business gekeken en moest worden vastgesteld dat Kentra Business, zoals het nu georganiseerd is binnen NK, niet levensvatbaar is en geen toekomst heeft. Er zitten te veel financiële en organisatorische risico’s aan. Daarnaast wil NK zich focussen op onze core business, namelijk ondersteuning van het herstel van verslavingsproblemen en preventie hiervan. Daarom is besloten om Kentra Business in zijn huidige vorm per 1 januari 2019 stop te zetten. Aanvragen voor training of advies van bedrijven en organisaties worden na 1 januari kritisch bekeken en kunnen slechts onder bepaalde voorwaarden gehonoreerd worden.

Officiële opening en burendag Jan Wierhof Tilburg

Donderdag 15 november is onze nieuwe vestiging in Tilburg aan de Jan Wierhof 14 officieel geopend. Voor zo’n tachtig aanwezigen hield Walther Tibosch een openingsspeech. Walther gaf aan verheugd te zijn dat alle afdelingen van NK in Tilburg nu op hetzelfde terrein gehuisvest zijn. En dat in een geheel gerenoveerde moderne werkomgeving, die sinds de verhuizing in augustus een prettige werkomgeving is gebleken, maar ook een onderkomen waar cliënten op optimale wijze ontvangen kunnen worden door behandelaars. Ook noemde hij huisvesting op het terrein van GGz Breburg een voordeel, omdat die de samenwerking met de GGZ en andere externe partners bevordert. De openingshandeling werd vervolgens verricht door teamleider VR en locatieverantwoordelijke Carlijn Rijntjens.

Aansluitend vond van 19.00 tot 21.00 uur de burendag plaats en konden omwonenden kennis maken en een kijkje achter de schermen nemen. Ruim dertig wijkbewoners troffen er een prima ontvangst en medewerkers die als NK-ambassadeurs vol enthousiasme vertelden over aspecten van hun werk.

Terugblik zorg binnen de gemeente 2018 en vierde kwartaal

Binnen het gemeentelijk domein biedt onze organisatie een breed pakket. Preventie verzorgt informatie, advies en voorlichting, maar beheert ook testservices en verricht indien gewenst veldonderzoek. Ook binnen de Wmo voert NK veel verschillende activiteiten uit, variërend van bemoeizorg, dag- en nachtopvang en medische heroïne-units tot jeugdzorg. Er gebeurt dus veel binnen het gemeentelijk domein en ook in het vierde kwartaal vonden bijzondere ontwikkelingen plaats. In deze nieuwsbrief leest u over:

  • opvallende ontwikkelingen in 2018:
    • gesprekstafels jeugd;
    • testservice als monitoringsinstrument;
  • follow-up veldonderzoek Nuland;
  • Happy Ouders Tilburg zeer geslaagd;
  • meer tijd nodig voor ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’;
  • lachgascampagne Den Bosch en Oss;
  • MHU’s gaan werken met Utrechts screeningsmodel;
  • koerswijziging woonvoorziening Bergen op Zoom.

Opvallende ontwikkelingen in 2018 

Gesprekstafels jeugd

De transities in de jeugdzorg van de afgelopen jaren dreigen hun tol te eisen voor het specialisme jeugdverslavingszorg. Als niet snel actie wordt ondernomen, zou passende hulp voor jongeren met verslavingsproblematiek kunnen verdwijnen. Daarom zijn door het hele land gesprekstafels jeugd georganiseerd tussen partijen uit de jeugdzorg, gemeenten en verslavingszorg. Thema: hoe borgen we met elkaar dat de kennis en ervaring van de verslavingszorg voor jongeren behouden blijft? In Tilburg krijgt dat vorm binnen het samenwerkingsverband tussen NK en Sterk huis. (Zie ook Terugblik ZVW-domein.)  

Testservice als monitoringsinstrument

In de zeven grote steden van Brabant beheert NK de testservice van het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS). Daar kunnen gebruikers pillen en poeders laten testen en wordt met die gebruikers gepraat over hun gebruik en de risico’s. Daarnaast is deze activiteit een uitstekend monitoringsinstrument dat veel nuttige informatie oplevert. Die informatie gebruiken we indien mogelijk om een breed publiek te informeren via de landelijke en regionale pers. Afgelopen jaar gebeurde dat onder andere rond het thema nieuwe internetdrugs en rond de discussie om xtc te legaliseren.

Hieronder een terugblik op de ontwikkelingen in het vierde kwartaal.       

Follow-up veldonderzoek Nuland

Op verzoek van de gemeente Nuland hebben preventiewerkers van NK onderzoek gedaan naar het gebruik van drugs en/of alcohol in die gemeente. In september werd het rapport opgeleverd en besproken binnen de gemeente. Ondanks het feit dat in Nuland geen sprake is van een extreme situatie, is het gebruik van alcohol en drugs door jongeren aanleiding geweest om een aantal preventieve activiteiten voor zowel ouders als jongeren te plannen.

De eerste activiteiten hebben inmiddels plaatsgevonden. Op uitnodiging van wijkregisseur Rutger Janssens, die ouders uit Nuland via een mailing opgeroepen heeft, hebben er inmiddels in Café Kerkzicht twee informatieavonden voor ouders plaatsgevonden. Op de eerste avond, waar zo’n honderd ouders aanwezig waren, zijn de ouders voorgelicht over alcohol en drugs door onze preventiewerker Charles Dorpmans en door Carla Schoot van de GGD. Zij gingen vooral in op de vraag welke middelen jongeren zoal gebruiken en welke risico’s dat gebruik heeft. Bij de tweede avond, waar het thema Signaleren en bespreekbaar maken centraal stond, waren zo’n vijftig ouders aanwezig. Een deel daarvan had de eerste avond ook bezocht, maar er waren ook veel nieuwkomers die goede verhalen hadden gehoord. Deze avond werd verzorgd door Charles Dorpmans en Teun Michiels van jongerenwerk PowerUp073.

In het voorjaar van 2019 zijn de volgende activiteiten gepland:

  • een informatieavond voor sportverenigingen;
  • vervolgavonden voor ouders;
  • activiteiten door preventiewerkers van NK die samen met het jongerenwerk jongeren gaan opzoeken en met hen in gesprek gaan over hun gebruik;
  • vervolgonderzoek naar aard en omvang van gebruik onder jongeren.

Happy Ouders Tilburg zeer geslaagd

Een aantal Tilburgse kroegen opende woensdagavond 28 november hun deuren speciaal voor ouders, zodat zij kunnen zien waar hun kinderen gaan stappen. Tijdens deze bijzondere interactieve “kroegentocht” met de naam Happy Ouders, krijgen ouders van 16- tot en met 18-jarigen een uniek kijkje achter de schermen van het uitgaansleven en krijgen zij voorlichting van de mensen die uitgaan veilig houden. Happy Ouders is een project dat in diverse gemeenten in Brabant wordt uitgevoerd. In Tilburg gaat het om een samenwerkingsproject van de Gemeente Tilburg, Halt, Politie, GGD Hart voor Brabant en NK. Team Preventie Tilburg coördineerde het project.

Tijdens deze avond deden de ouders mee aan vier korte interactieve workshops, die werden gegeven in uitgaansgelegenheden in het Tilburgse centrum, waaronder Poppodium 013 (waar ouders ook een rondleiding kregen). De workshops gingen onder meer over Veiligheid in de binnenstad (Politie en Halt), Happy Ouders? (herkenbare puberperikelen uitgevoerd door Helder Theater), Alcohol en uw opgroeiende kind (door Roeland van Roosmalen van Preventie) en Uitgaan alcohol & drugs (door Charles Dorpmans van Preventie). Wij zijn blij dat zoveel partijen op deze wijze samenwerken.

We kunnen spreken van een succesvolle avond met zo’n tachtig belangstellende ouders! Een van hen was NK-beleidsmedewerker Mariken Hulscher, moeder van drie opgroeiende kinderen. Mariken:  “Zeker een geslaagde avond, met verrassende workshops en afwisselende thema’s om ouders te prikkelen. En leuk om ook de verhalen van andere ouders te horen, die je niet kent en die er soms ook heel anders in staan dan je eigen vertrouwde vrienden- en familieclub. Maar tegelijk vaak een feest van herkenning. In ieder geval genoeg input gekregen voor nog eens een goed gesprek met mijn man en later met onze kinderen hierover. We verwachten niet dat ze zwaar gaan drinken en daarom hebben we eigenlijk nooit duidelijke regels gemaakt rondom alcoholgebruik. Ten slotte nog een tip: ga er vooral sámen heen als ouders.”

Klik hier voor een artikel op de website van het Brabants Dagblad.

Meer tijd nodig voor ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’

Begin december is de stuurgroep ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’ bijeen geweest om te bespreken hoe het verder moet gaan met het project om drugsgebruik onder jongeren te denormaliseren. De stuurgroep heeft moeten concluderen dat het draagvlak voor dit project op dit moment te laag is om een succesvolle start te kunnen maken. De kwartiermakersfase is daarom eind december afgerond.

Een aantal gemeenten zal op initiatief van de stuurgroepleden in een bestuurlijk en ambtelijk overleg de koers bepalen. Als er een opening wordt gevonden om het project toch weer op de rit te krijgen, roept de stuurgroep zichzelf bijeen om vervolgstappen te bepalen.

Lachgascampagne Den Bosch en Oss

Sinds een paar jaar zijn in het publieke straatbeeld in Den Bosch en Oss, net als in andere gemeenten, rondslingerende lachgaspatronen te vinden. Een belangrijk signaal dat lachgas regelmatig in de openbare ruimte gebruikt wordt. Dat was de reden voor de gemeente Den Bosch om NK en jongerenwerk PowerUp073 te vragen een campagne te starten om dit probleem aan te pakken. Om meer duidelijkheid te krijgen over de reikwijdte van het probleem en passende acties, is gestart met een enquête onder inwoners van zowel Den Bosch als Oss. Deze enquête is eind 2018 afgenomen. De uitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen als onderlegger voor toekomstige vervolgacties en om de gemeenten te adviseren.

In Oss zijn inmiddels ook de eerste acties uitgevoerd. Verkooppunten hebben informatie gekregen en zijn gevraagd hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen bij verkoop aan jongeren. Ook heeft de gemeente een beleidsadvies (handreiking met mogelijke interventies) ontvangen. Begin dit  jaar zal tijdens het jongerenwerkoverleg tijd ingeruimd worden om ook de deelnemers daar te informeren over de schadelijkheid van lachgas. Daarnaast zal een aanzet gemaakt worden om afspraken te maken over gezamenlijke acties. In Den Bosch worden op basis van de enquête in 2019 vervolgacties uitgevoerd door NK en haar ketenpartners.

Medische heroïne-units (MHU’s) gaan werken met Utrechts screeningsmodel

De Utrechtse Somatische Screening 2.0 is speciaal ontwikkeld voor langdurig verslaafde en/of psychiatrische cliënten, die niet of zelden de praktijk van een huisarts bezoeken. De USS screent op veelvoorkomende ernstige somatische aandoeningen waar mensen met psychiatrische en/of verslavingsproblemen mee te maken kunnen krijgen. De uitkomsten van deze gezondheidsaspecten gaan uiteindelijk de basis vormen voor een integraal behandelplan.

In de MHU in Den Bosch starten twee verpleegkundigen met de training ‘Train de trainer’. Het doel van deze training is dat de verpleegkundigen na afloop weten welke onderwerpen bij verslaving en somatiek aandacht verdienen, dat ze in staat zijn om zelf een USS af te nemen en dat zij zelf weer collega’s kunnen trainen om de USS af te nemen. Er loopt parallel aan de invoering van het werken volgens dit screeningsmodel een onderzoek. Tijdens het implementatieproces kan de USS-werkwijze nog bijgeschaafd worden.

Koerswijziging woonvoorziening Bergen op Zoom

Bij de woonvoorziening aan de Erasmuslaan heeft afgelopen periode een koerswijziging plaatsgevonden. De focus is verlegd naar de doelgroep met meer complexe problemen (indicatie zwaar).

Coördinator Linda Reijnders: “Daarbij gaat het om verslaafde cliënten die ook op vele andere levensgebieden zijn vastgelopen. In principe willen zij niets met hun verslaving. Wij hanteren een gedoogbeleid ten aanzien van alcohol en drugs. We richten ons vooral op verbetering van leefgebieden als daginvulling, financiën en sociaal netwerk. Stoppen met gebruik is dus geen doel, maar we merken wel dat als de situatie op andere levensgebieden verbetert, dit ook een positieve invloed heeft op de frequentie van en de mate van gebruik. Op dit moment hebben we negen cliënten in huis met indicatie zwaar en twee met indicatie midden. Voor die twee zijn we op zoek naar een goed alternatief. Dat is ook de basis geweest van onze koerswijziging: voor indicaties licht en midden zijn er alternatieven, voor de doelgroep met indicatie zwaar zijn die er nauwelijks.”

Terugblik herstelondersteunende zorg 2018 en vierde kwartaal

Herstelondersteunende zorg (zie kader onderaan artikel) krijgt veel ruimte en aandacht binnen Novadic-Kentron. In dit klimaat hebben onze bevlogen en bedreven ervaringswerkers en –deskundigen ook in 2018 weer veel positieve ontwikkelingen weten te bewerkstelligen. Tot de hoogtepunten van het team Herstelondersteunende zorg in 2018 behoorden zeker het opleiden van stagiaires en BBL’ers van de opleiding Specifieke doelgroepen met ervaringsdeskundigheid, het voorlichten van teams binnen NK en daarmee het versterken van de samenwerking tussen ervaringsdeskundige en professionele zorg, en het winnen van verschillende prijzen voor projectvoorstellen. Prachtige resultaten, die de herstelondersteunende zorg binnen maar ook buiten NK steeds beter op de kaart zetten! Ook in het vierde kwartaal van 2018 waren er weer belangrijke ontwikkelingen:

  • aandacht voor wachttijden op landelijk congres BasisGGZ;
  • prijs GGZ herstelspecial voor participatiehuis;
  • project en ervaringsgroep ‘De reden’ bij de Verslavingsreclassering;
  • samenwerking proeftuin Ruwaard in Oss goed van start.

Aandacht voor wachttijden op landelijk congres BasisGGZ

Eind november vond het landelijk congres BasisGGZ plaats, waar teamleider Herstelondersteunende zorg Marcella Mulder een van de sprekers was. Zij gaf een presentatie over het project Samen herstellen, waarbij ervaringswerkers cliënten ondersteunen voor, tijdens en na de behandeling. In het voortraject, tijdens de soms helaas veel te lange wachttijd tot intake en behandeling, kan een ervaringswerker een cliënt alvast helpen zich voor te bereiden op de behandeling, de motivatie op peil houden, en ook al starten met het bieden van ondersteuning bij het herstel. Naar aanleiding van deze dag zal ook contact worden gelegd met GGZ Noord-Holland-Noord, die een innovatieve herstelondersteunende intake (HOI) hebben ontwikkeld, waarbij niet alleen een professional maar ook een ervaringsdeskundige betrokken is. De aandacht ligt veel meer op de eigen regie, en doordat cliënten hierdoor minder vaak doorstromen naar de specialistische GGZ maar vaker – aansluitend op hun eigen wensen – naar andere vormen van hulp en zorg, zijn de wachttijden fors afgenomen, soms wel van vier maanden tot enkele weken! Team Herstelondersteunende zorg is uitermate geïnteresseerd in deze aanpak en onderzoekt de mogelijkheid om bij GGZ Noord-Holland-Noord op werkbezoek te gaan en deze intake in de toekomst ook binnen NK te implementeren.

Prijs GGZ herstelspecial voor participatiehuis

NK heeft samen met ervaringsplatform Nex2next en Herstelbeweging Nederland een plan ingediend bij de VGZ om in aanmerking te komen voor de GGZ herstelspecial. In het plan is het idee uitgewerkt om een cliëntgestuurd participatie/herstelhuis op te zetten: een huis gestuurd door ervaringsdeskundigen en vrijwilligers, gericht op herstel, eigen regie en empowerment. Een huis waar burgers met verslavingsproblemen terecht kunnen voor ondersteuning/opname of gewoon weer meedoen. Met dit idee hebben wij de GGZ herstelspecial gewonnen! Op 31 oktober heeft Marcella Mulder, teamleider Herstelondersteunende zorg, de prijs GGZ herstelspecial in ontvangst genomen. Aan deze prijs is een geldbedrag van € 10.000 verbonden, waarmee de plannen verder uitgewerkt kunnen worden. Hierbij wordt ook de gemeente Den Bosch betrokken.

Project en ervaringsgroep ‘De reden’ bij de Verslavingsreclassering

Op 1 november is een nieuw project gestart bij de Verslavingsreclassering in Breda, op basis van subsidie vanuit het Ministerie van Justitie. Tijdens dit project wordt onderzocht of en hoe inzet van ervaringswerkers binnen de Verslavingsreclassering gerealiseerd kan worden. De introductie van het project is positief ontvangen binnen het team VR in Breda. In de startfase van het project wordt een ervaringsgroep met de naam ‘De reden’ gestart, waaraan mensen met een justitiële en verslavingsachtergrond kunnen deelnemen.

Samenwerking proeftuin Ruwaard in Oss goed van start

In de Ruwaard, een wijk in de gemeente Oss, bedenken wijkbewoners en organisaties samen oplossingen waarbij mensen meer voor zichzelf en voor elkaar kunnen gaan doen. Zo kunnen meer mensen sneller, en buiten de formele paden om, geholpen worden met wat op dat moment nodig is. Een van onze ervaringswerkers is aangesloten bij proeftuin Ruwaard en neemt deel aan besprekingen over hoe de hulp aan cliënten ingezet wordt. Ook is inmiddels een ervaringsdeskundige aan de slag met de individuele begeleiding van meerdere burgers met verslavingsproblemen in Oss.

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

Cijfers herstelondersteunende zorg vierde kwartaal 2018 

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Breda/Roosendaal 82
Bergen op Zoom 26
Tilburg 53
Den Bosch/Oss 51
Eindhoven/Helmond 150

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal groep 1 10
Roosendaal groep 2 8
Roosendaal naastengroep 1
Roosendaal naastengroep 2
Breda middaggroep 12
Breda avondgroep 10
Bergen op Zoom  3
Tilburg 8
Den Bosch 6
Den Bosch ouderengroep 5
Eindhoven 10
Oss 2

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 9
Bergen op Zoom
Tilburg 13
Den Bosch 26
Eindhoven 23

Aantal herstelmedewerkers herstelpunten

Regio Aantal medewerkers
Vught 7
Eindhoven 3

Aantal herstelmedewerkers afdelingen

Afdeling Aantal medewerkers
BOPZ Vught 0
Beschermde woonvorm Bergen op Zoom 1
Hostel Den Bosch 2

Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Sint-Oedenrode 1
Bergen op Zoom 1
Tilburg 3
Den Bosch 4
Eindhoven 1
Vught 2

 Totaal aantal herstelmedewerkers per regio

Functie Aantal medewerkers
Roosendaal 1
Bergen op Zoom 2
Breda 6
Tilburg 6
Vught 7
Den Bosch 5
Oss 2
Eindhoven/Helmond 8
Sint-Oedenrode 2

Aantal stagiaires 

Regio Aantal stagiaires
Breda 1
Bergen op Zoom
Tilburg
Den Bosch 2
Eindhoven 1
Vught 1
Sint-Oedenrode

Aantal BBL 

Regio Aantal BBL
Breda
Bergen op Zoom
Tilburg 1
Den Bosch 2
Eindhoven 1
Vught 1
Sint-Oedenrode 1

Totaal aantal herstelmedewerkers per project

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 31
Herstelpunten 10
Ervaringsdeskundigen 12
Studenten 11
Unity 25
Cliëntenraad 6

 

Terugblik forensische verslavingszorg en verslavingsreclassering 2018 en vierde kwartaal

Cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij Novadic-Kentron begeleid door de verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. In deze terugblik aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • opvallende ontwikkelingen in 2018:
    • Forensisch Klinische Zorg gaat GHB-cliënten zelf detoxen;
    • gedragstraining jongeren voortgezet;
    • Verslavingsreclassering heeft volop aandacht voor kwaliteit;
    • Forensisch Klinische Zorg aan de slag met groepsmodule ‘Weet wat je kan!’
  • Verslavingsreclassering leidt medewerkers op voor casuïstiekbespreking;
  • veranderingen management;
  • Verslavingsreclassering in de PI Grave
  • training Middelengebruik en reclasseringswerk;
  • NK-delegatie krijgt veel belangstelling op landelijk Festival Forensische Zorg. 

Opvallende ontwikkelingen in 2018

Forensisch Klinische Zorg gaat GHB-cliënten zelf detoxen

GHB-cliënten van de FKZ werden altijd voor detoxificatie opgenomen op de afdeling Crisis, Detox en Diagnostiek. In 2018 is FKZ de detox zelf gaan verzorgen. Daarvoor is gekozen omdat dan vanaf de start van de behandeling ook gewerkt kan worden aan delictgedrag. Tijdens de eerste twee, meest kritieke dagen verblijft de cliënt nog op CDD, het verdere detoxtraject vindt bij FKZ plaats. Er is dan wel intensief contact met CDD.

Gedragstraining jongeren voortgezet

De Verslavingsreclassering heeft enkel cliënten van 18 jaar en ouder. Bij wijze van proef is in 2017 begonnen om de gedragstraining voor de doelgroep 16 tot 18 jaar uit te voeren. Dat gebeurde in samenwerking met de jeugdofficier, de Raad voor de Kinderbescherming (RvK) en de Jeugdreclassering (JR). In mei werd de proef door genoemde partijen positief geëvalueerd en is besloten gedragstrainingen aan jongeren te blijven aanbieden. 

Verslavingsreclassering heeft volop aandacht voor kwaliteit

De Verslavingsreclassering van NK heeft veel aandacht voor kwaliteit. Met regelmaat worden interne en externe audits gehouden om de kwaliteit te bewaken, waarover we in 2018 regelmatig berichten hebben geplaatst. Maar ook de cliënten zelf zijn in 2018 gevraagd hun mening over de VR te geven. Dat leverde 121 reacties op. Op een schaal van 1 tot 10 kregen de vier regionale afdelingen een score van 8,6 tot 9,2. Een mooie blijk van waardering voor alle VR-medewerkers!

Forensisch Klinische Zorg aan de slag met groepsmodule ‘Weet wat je kan!’

Medio 2018 is de FKZ gestart met de groepsmodule ‘Weet wat je kan!’, die speciaal ontwikkeld is voor forensische cliënten met LVB-problematiek. In de module worden psycho-educatie, zelfacceptatie en praktische handvatten gecombineerd. De module is erg toegankelijk, zonder moeilijk vakjargon of ellenlange teksten. Korte stukjes tekst worden afgewisseld met kleine invulopdrachten en filmpjes, waardoor de module erg afwisselend is. De cliënten zijn unaniem enthousiast over deze module.

Hieronder belangrijke ontwikkelingen binnen het justitieel domein van het afgelopen kwartaal.

Verslavingsreclassering leidt medewerkers op voor casuïstiekbespreking

De VR gaat vanaf februari voorzitters van casuïstiekgroepen opleiden. Casuïstiekbespreking in groepen vormt een belangrijk onderdeel van het reclasseringswerk. In het Opleidingsplan VR, dat zich richt op deskundigheidsbevordering van reclasseringswerkers, is beschreven dat deelname aan casuïstiekgroepen vanaf 2019 verplicht is voor elke reclasseringswerker. De verantwoordelijkheid voor de cliënten wordt gedeeld door de casus te bespreken met collega’s, er is oog voor blinde vlekken en er is plaats voor onderlinge feedback.

Veranderingen management VR en FVZ

Begin november heeft Gisela Reefman, manager VR en FVZ, onze organisatie verlaten. Inmiddels is besloten dat er geen nieuwe vacature voor dit domein wordt uitgezet. De aansturing van beide afdelingen wordt verdeeld over de twee zittende managers. Marjan Pols wordt verantwoordelijk voor VR, Rogier Eijsink voor de FVZ. Zij worden bijgestaan door twee te werven programmamanagers die aan Marjan en Rogier rapporteren.

VR in de PI Grave

Vorig jaar is besloten weer reclasseringswerkers van NK binnen de muren van de penitentiaire inrichtingen (PI) in te zetten. In de PI Vught zijn begin 2018 de eerste werkers ingezet. Sinds oktober wordt ook in de PI Grave een NK reclasseringswerker ingezet: senior reclasseringswerker Debby Toepoel. Zij werkt in de PI samen met twee collega’s van Reclassering Nederland.

Debby: “Ik ben twee dagen per week aanwezig in PI Grave. In het begin waren we samen met de casemanagers van de PI nog aan het zoeken naar werkzaamheden die voor zowel de reclassering als de PI meerwaarde zouden hebben. Momenteel screenen we voor de casemanagers de gedetineerden die binnenkomen en hier langer dan vier weken moeten zitten, op de contacten die er zijn of zijn geweest met de reclassering en hoe die verlopen zijn. De resultaten van die screening worden besproken in de multidisciplinaire overleggen.”

“Inmiddels is het bij de gedetineerden en Penitentiair Inrichtingswerkers ook bekend geworden dat we binnen zitten, en doen zij regelmatig een beroep op ons,” vervolgt Debby. “Maar ook krijgen we vragen van collega’s in het hele land of we iets voor hen kunnen betekenen. Ik vind de dynamische omgeving binnen de PI erg leuk om in te werken. De gevangeniscultuur is een mooie afwisseling op het werk voor de VR. Dat kent ook meer kantoorwerk. Nog steeds zijn we op zoek naar de best passende en meest efficiënte werkwijze. Regelmatig terugkerende evaluaties leiden tot bijstelling van de huidige werkwijze, zodat onze aanwezigheid steeds meer vorm krijgt en we echt iets toe kunnen voegen aan het aanbod binnen de PI.” 

Training Middelengebruik en reclasseringswerk

In 2018 is in opdracht van 3RO (Verslavingsreclassering GGZ, Leger des Heils en Reclassering Nederland) de verdiepingstraining Middelengebruik en reclasseringswerk ontwikkeld. Dit gebeurde onder leiding van de SVG (Stichting Verslavingsreclassering GGZ) door een samenwerkingsverband van NK, VNN (Verslavingszorg Noord Nederland), Fivoor en het Opleidingshuis van 3RO.

Vanaf september 2018 hebben speciaal opgeleide trainers van het Opleidingshuis van de SVG (Stichting Verslavingsreclassering GGZ) als pilot de vierdelige training Middelengebruik en reclasseringswerk uitgevoerd. Deze training is uitgevoerd in het kader van het kwaliteitsbeleid van de VR en FVZ. Het doel van de training is een verdere verdiepingsslag te maken in de aanwezige kennis van ervaren reclasseringswerkers en medewerkers van FVZ en deze te actualiseren. Aan deze pilottraining hebben twaalf medewerkers van VR en FVZ deelgenomen.

Een van hen is reclasseringswerker Patty Gubbels: “Ik vond het een heel leuke en leerzame training. Vooral aan de bijeenkomst over de invloed van middelengebruik op de kwetsbaarheid van cliënten heb ik veel gehad. Zeker omdat die een belangrijke indicatie vormt voor de kans op recidive. Wat ik zelf een beetje miste, was informatie over trends en effecten van middelen. Wat mij betreft wordt dat onderwerp alsnog toegevoegd. Dat zou een goede aanvulling zijn op de informatie die we oppikken uit de verhalen van onze individuele cliënten. En het was goed dat er ook collega’s van de FVZ deelgenomen hebben, die combinatie werkte uitstekend en is met name voor de communicatie over de uit te voeren bijzondere voorwaarden van belang.”

Kort voor kerst heeft de laatste trainingsdag plaatsgevonden. Inmiddels is de pilottraining geëvalueerd. Nagenoeg alle deelnemers waren enthousiast over de training. Deze voorziet in een behoefte en draagt zeker bij aan de kwaliteitsslag die VR en FVZ willen maken. Het is ook nadrukkelijk de wens van het VR- managementteam dat alle reclasseringswerkers worden opgeleid. De pilot krijgt dus zeker een vervolg in 2019.  

NK-delegatie krijgt veel belangstelling op landelijk Festival Forensische Zorg

Dinsdag 22 januari was NK met zeven collega’s van de Forensische Verslavingszorg aanwezig op het landelijke Festival Forensische Zorg. Zo’n achthonderd medewerkers uit het FVZ-werkveld waren hiervoor naar DeFabrique in Utrecht gekomen. NK had dit jaar voor het eerst een actieve rol in het programma. Een perfecte manier om onze organisatie goed op de kaart te zetten als aanbieder van forensische verslavingszorg. We hebben zo niet alleen veel kennis en informatie kunnen delen, maar hebben ook veel nieuwe kennis en ideeën opgedaan waarmee we zelf aan de slag kunnen.

Onze delegatie stond met een stand op het ervaringsterras, waar we de bezoekers konden informeren over wat NK doet op het gebied van verslavingszorg en met name forensische zorg. Ook onze ervaringsdeskundige was erbij, en dat bleek een goede zet. Er kwamen veel vragen over hoe onze organisatie ervaringsdeskundigen inzet en te zien was dat Novadic-Kentron hierin vooruitstrevend te werk gaat. Onze delegatie kijkt terug op een bijzonder geslaagd evenement. Een kleine tweehonderd bezoekers bezochten de stand, gingen in gesprek met onze medewerkers en vertrokken met een complimentenbutton.

Terugblik Kwaliteit en onderzoek 2018

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, heeft Novadic-Kentron veel aandacht voor het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. We doen dat door opleidingen te organiseren en (toegepast) wetenschappelijk onderzoek uit te voeren binnen onze behandelafdelingen, vrijwel altijd in samenwerking met universiteiten. De wetenschappers van NK werkten in 2018 (mee) aan onder meer de volgende onderzoeken op dit gebied:

  • onderzoek naar interventies met licht bij mensen met een chronische alcoholverslaving;
  • internationaal onderzoek naar ADHD en verslaving;
  • inventarisatie en informatie rondom GHB-terugvalmanagement;
  • onderzoek naar toepassingen van Virtual Reality bij de behandeling van verslaving. 

In het overzicht leest u meer over deze en andere onderzoeken. Ook vonden belangrijke ontwikkelingen plaats op het gebied van kwaliteit:

  • Kwaliteitsstatuut NK hernieuwd;
  • NK actief binnen Maak de Zorg Rookvrij;
  • Zorgstandaarden;
  • Verslavingskunde Nederland in 2018. 

Ook hierover leest u meer in de terugblik op 2018. 

Onderzoeken 

Onderzoek naar interventies met licht bij mensen met een chronische alcoholverslaving

Alcoholverslaving gaat vaak gepaard met ontregeling van bioritme en slaap-waakproblemen. Maar omgekeerd kan een verstoring van het bioritme ook zorgen voor een verhoogde alcoholconsumptie. Dit leidt tot een negatieve spiraal, die vaak moeilijk te doorbreken is. Een mogelijk veelbelovende oplossing om deze spiraal te doorbreken, is het aanbieden van een lichtinterventie die kan helpen bij het bieden van structuur en rust op de juiste momenten van de dag, en daarmee alcoholgebruik kan verminderen en kwaliteit van leven kan verbeteren. Na een succesvolle pilot in 2017 is in 2018 samen met de Technische Universiteit Eindhoven en verslavingszorginstelling Arkin Amsterdam een groot onderzoek voorbereid dat vanaf begin 2019 uitgevoerd zal worden.

Participatie bij internationaal onderzoek naar ADHD en verslaving

INCAS (International Naturalistic Cohort Study of ADHD and Substance Use Disorders) is een internationaal onderzoek naar ADHD en verslaving dat in dertien landen binnen en buiten Europa wordt uitgevoerd. NK participeert in Nederland aan deze studie en voert sinds oktober 2018 het onderzoek uit bij mensen die zowel een ADHD-diagnose als een verslavingsdiagnose hebben. Door de grote omvang van de studie wordt een betrouwbaar beeld verkregen van het effect van verschillende behandelingen op zowel de ADHD-symptomen als de verslaving. 

Participatie aan internationaal onderzoek naar herstel bij verslaving

In een internationaal onderzoek naar herstel bij verslaving wordt in drie landen gekeken naar factoren die van betekenis zijn in meerdere fasen bij herstel van verslaving. In eerste instantie ligt de focus op persoonlijk herstel bij individuen, waarbij wordt bekeken welke triggers en mechanismen van gedragsverandering (bijvoorbeeld een twaalfstappen herstelgroep) bij mensen met problematisch middelengebruik succesvol zijn. In de tweede plaats worden structurele invloeden onderzocht op een maatschappelijke schaal. Zo krijgen we meer zicht op factoren die positief (en negatief) bijdragen aan een voortdurend en stabiel herstel van mensen met problematisch gebruik. In 2018 hebben NK-cliënten die in herstel van verslaving zijn, en vrijwilligers die al langer niet meer gebruiken, deelgenomen aan deze studie. 

Inventarisatie en informatie rondom GHB-terugvalmanagement

In 2018 heeft NK meegewerkt aan een literatuurstudie naar risicoprofielen en een praktijkinventarisatie van bestaande interventies rondom GHB. Verder is NK in 2018 in opdracht van ZonMw aangemerkt als ‘pilot-proeftuin Implementatie GHB Richtlijn’ als onderdeel van ontwikkeling van de Richtlijn GHB. Tijdens deze pilot krijgen hulpverleners een training in het toepassen van de Richtlijn GHB. Tien cliënten worden door middel van kwalitatief onderzoek (interviews) gevolgd voor een periode van zes maanden, waarbij hun ervaringen rondom de GHB-behandeling en de nazorg worden vastgelegd.

Onderzoek naar gebruik van benzodiazepinen

Met inzet van medische student-onderzoekers doet NK doorlopend onderzoek naar de effecten van het gebruik van benzodiazepinen in samenhang met verslaving, stoppen met gebruik en herstel van een verslaving. Dit gebeurt in samenwerking met Universiteit Utrecht.

Onderzoeken in het kader van de opleiding tot Klinisch Psycholoog

Twee NK-psychologen in opleiding hebben in 2018 onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit en betrouwbaarheid van diagnostische meetinstrumenten. Lieke Knapen heeft zich in haar onderzoek gericht op de voorspellende validiteit van een screeninginstrument (de MATE-(S)+) bij ruim 1.100 cliënten in behandeling bij NK, en Maaike van Irsel deed onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit van de Nederlandse versie van de CRA-Tevredenheid van Leven-vragenlijst bij 260 cliënten. Beiden hebben hun onderzoek in 2018 afgerond en de resultaten zullen in 2019 gepubliceerd worden in wetenschappelijke tijdschriften.

Psycholoog Nicolle van Mil heeft in het kader van haar opleiding tot klinisch psycholoog/specialist een studie voorbereid naar het effect van training van impliciete cognities in de detoxfase en behandelfase bij mensen met een alcoholverslaving. Hierbij wordt gekeken naar nieuwe manieren om de neurocognitieve processen te beïnvloeden die een rol spelen bij de ontwikkeling van terugval in alcoholmisbruik. Dit onderzoek zal vanaf begin 2019 uitgevoerd worden op de klinische afdelingen in Vught.

Onderzoek naar toepassingen van Virtual Reality bij de behandeling van verslaving

Kan het toepassen van Virtual Reality-technieken bijdragen aan de behandeling van verslaving? Kan je met levensechte beelden in een virtuele situatie getraind worden om beter bestand te zijn tegen echte situaties waarin je geconfronteerd wordt met het verslavend middel of in situaties die zucht naar het middel oproepen? NK heeft in samenwerking met NHTV hbo-onderwijs (nieuwe technologieën) een onderzoeksvoorstel geschreven om in pilotvorm onderzoek hiernaar op te starten in de klinieken van Vught. In 2018 hebben verkennende vooronderzoeken plaatsgevonden en is voorwerk verricht om dit onderzoek in 2019 te realiseren.

Onderzoek naar beloop van verslaving bij jongeren tussen 16 en 22 jaar

In deze studie onderzoeken de verslavingszorginstellingen in Nederland het langetermijnverloop – van de adolescentie tot de jongvolwassenheid – van verslaving onder adolescenten in de bevolking. NK participeert in dit onderzoek door jongeren te werven voor deelname. Deze jongeren worden na de start van hun behandeling vier jaar lang gevolgd. In het onderzoek wordt niet alleen gekeken naar het verloop van de verslaving, maar ook naar de aanwezigheid van andere psychische stoornissen en naar het sociaal-maatschappelijk functioneren van de jongeren. De resultaten van het onderzoek zullen een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de vroege herkenning van jongeren met een hoog risico op chronische verslaving.

Indicatiestelling in de verslavingszorg

In 2018 hebben NK-medewerkers een bijdrage geleverd aan een literatuurstudie naar een meer evidence based wijze van indicatiestelling. Uit dit onderzoek, verricht door Laura DeFuentes-Merillas en Boukje Dijkstra, komt naar voren dat er nog betrekkelijk weinig bruikbaar onderzoek is verricht op basis waarvan men harde criteria kan opstellen. Met Verslavingskunde Nederland zal een vervolgonderzoek worden uitgevoerd om, samen met experts, de huidige werkwijze van indicatiestelling in de verslavingszorg te verbeteren. NK levert ook een actieve bijdrage in dit vervolgonderzoek.

Rapport validatie MATE-Q

NK heeft enkele jaren geleden de MATE-Q ontwikkeld – een digitale versie van de MATE (indicatie-instrument) – met de auteurs van de MATE: Schippers & Broekman. In 2018 heeft NK meegewerkt, via inbreng van expertise en advies, aan een valideringsonderzoek naar de MATE-Q, dat werd uitgevoerd door Jellinek (Arkin). Uit het onderzoek blijkt dat op hoofdlijnen de MATE-Q ingezet kan worden ten behoeve van indicatiestelling in de verslavingszorg. De MATE-Q zou het aanmeldproces kunnen vereenvoudigen, en de intaker meer de tijd kunnen geven om in te zoomen op het verhaal van de cliënt. Komend jaar wordt de indicatiestelling verder uitgewerkt in een werkgroep met experts. 

Opleidingsplaatsen en onderzoek

Alle opleidingsplaatsen die NK aanbiedt, zijn erkend door universiteiten, beroepsverenigingen en na-scholingsinstituten. NK heeft jaarlijks onder andere opleidingsplaatsen beschikbaar voor de volgende opleidingen: verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, verslavingsartsen, GZ-psychologen, klinisch psychologen en AIOS psychiatrie. Voor bovenstaande opleidingen is wetenschappelijk onderzoek onderdeel van de opleiding, waarbij het ook een vereiste is dat er begeleiding kan worden geboden door wetenschappelijk medewerkers binnen NK, om te voldoen aan de eisen als praktijkopleidingsinstelling. Dit geldt ook voor een aantal hbo-opleidingen die vanuit NK worden verzorgd. 

Kwaliteitsstatuut NK hernieuwd

Zorgaanbieders, belangenbehartigers van cliënten, beroepsgroepen in de GGZ en zorgverzekeraars hebben in 2016 een model kwaliteitsstatuut GGZ opgesteld. Dit beschrijft wat zorgaanbieders moeten regelen op het gebied van kwaliteit en verantwoording om binnen de Zorgverzekeringswet curatieve geestelijke gezondheidszorg te mogen verlenen. Het statuut bepaalt onder andere welke beroepsgroepen in verschillende onderdelen van de GGZ als regiebehandelaar op mogen treden. Vanaf 1 januari 2017 zijn alle aanbieders van GGZ in de Zorgverzekeringswet verplicht om een kwaliteitsstatuut te hebben. Per 1 januari 2018 is het kwaliteitsstatuut GGZ geactualiseerd, vooral met betrekking tot de evaluatiesystematiek en de eisen rondom het multidisciplinair overleg. Het kwaliteitsstatuut borgt dat de zorgaanbieder de juiste hulp levert, op de juiste plaats en door de juiste zorgprofessional, binnen een professioneel kader. De zorgaanbieder bevordert daarmee gepaste zorg, waarin de patient journey centraal staat.

NK actief binnen Maak de Zorg Rookvrij!

NK heeft de afgelopen drie jaar ingezet op de invoering van NK Rookvrij. Samen met andere GGZ-instellingen en medische instellingen heeft NK in mei 2017 een intentieverklaring getekend om de zorg rookvrij te maken en is NK lid geworden van de Alliantie Nederland Rookvrij. Dit initiatief is een onderdeel van een breed maatschappelijk tabaksontmoedigingsbeleid dat er toe moet leiden dat alle GGZ- en verslavingszorginstellingen per 1 mei 2019 volledig rookvrij zijn. Nog rokende medewerkers kunnen steun krijgen (als ze dat willen) door een Stoppen-met-roken-training te volgen. Hiervoor kunnen zij worden verwezen naar de eigen huisarts. Bij cliënten wordt stoppen met roken gekoppeld aan een breder plan om vitaler en gezonder te leven. Hierbij spelen (gezonde) activiteiten op de afdelingen een grote rol.

Zorgstandaarden

In 2018 zijn voor de verslavingszorg diverse zorgstandaarden verschenen, zie www.ggzstandaarden.nl. NK heeft met diverse experts en ervaringsdeskundigen een bijdrage geleverd aan de totstandkoming hiervan. Een zorgstandaard beschrijft in algemene termen vanuit het perspectief van de cliënt wat goede zorg en ondersteuning inhouden voor mensen met verslavingsproblemen en/of een psychische aandoening gedurende het gehele zorgproces: de patient journey. Een zorgstandaard omschrijft de (landelijke) norm waar multidisciplinaire, integrale zorg bij psychische aandoeningen aan moet voldoen. In 2019 worden de zorgstandaarden ingebed in de zorgpaden van NK. De implementatie zal ondersteund worden vanuit het nieuw opgerichte Akwa (Alliantie Kwaliteit in de GGZ).

Verslavingskunde Nederland in 2018

Verslavingskunde Nederland is een netwerk waarin instellingen voor verslavingszorg, cliëntvertegenwoordigers, kenniscentra en brancheorganisatie GGZ Nederland samenwerken om:

  • het behandelbereik van de verslavingskunde te vergroten;
  • het stigma rondom verslaving te doorbreken;
  • de kwaliteit van herstelondersteunende zorg verder te verbeteren.

Verslavingskunde Nederland heeft in 2018 een aantal belangrijke stappen gezet.

Landelijke Dag Verslavingskunde

Ruim 500 deelnemers, afkomstig uit vele disciplines, namen in oktober deel aan de landelijke Dag Verslavingskunde in Amersfoort, ter gelegenheid van één jaar Verslavingskunde Nederland. Rode draad door het hele programma was het thema herstel. Aan de orde kwamen een groot aantal thema’s, zoals rookvrije zorg en denormalisering van drugsgebruik. De ochtend werd op indrukwekkende wijze afgesloten door Anita Witzier, die indringende gesprekken voerde met drie cliënten die twee jaar geleden meegewerkt hebben aan de bij NK gefilmde televisieserie Anita wordt opgenomen. ’s Middags werd de Herstelaward uitgereikt aan het Straatconsulaat uit Den Haag. De dag werd afgesloten met de theatervoorstelling ‘Hunker’ van Coup Cura en de film ‘Slaaf’ van Jack Wouterse. De reacties op deze dag waren unaniem zeer positief. 

Nationaal preventieakkoord

Het afgelopen jaar is door een groot aantal landelijke partijen, waaronder het Voedingscentrum, de Hartstichting, de Alliantie Nederland Rookvrij, GGD-GHOR en de Fietsersbond, gewerkt aan een Nationaal Preventieakkoord. Er zijn drie hoofdthema’s benoemd: roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht. De komende jaren kunnen andere thema’s toegevoegd worden. Dit akkoord is eind 2018 ondertekend, onder meer door Verslavingskunde Nederland. 

Aangifte tabaksindustrie

Begin februari heeft Verslavingskunde Nederland, waaraan ook NK deelneemt, aangifte gedaan tegen de tabaksindustrie. Met die aangifte nam een groot aantal zorginstellingen stelling tegen roken, met als doel de nieuwe generatie te beschermen tegen de schadelijke gevolgen en het roken te denormaliseren. In de aangifte ging het vooral om de zogenaamde sjoemelsigaret. Helaas gaat het OM niet over tot vervolging van de tabaksindustrie, omdat binnen de huidige wet- en regelgeving een kansrijke vervolging van de tabaksproducenten onmogelijk is.

Verslavingskunde Nederland spreekt zich uit tegen ‘blurring’

In juni sprak Verslavingskunde Nederland zich met een persbericht uit tegen de mogelijke verruiming van de drank- en horecawet, waardoor het bijvoorbeeld mogelijk zou zijn om wijn te schenken bij de kapper. In het persbericht geeft VKN aan dat ‘blurring’ risico’s geeft voor de volksgezondheid. Meer verkooppunten kunnen leiden tot meer alcoholconsumptie, bij kinderen leidt tot het veranderen van normen en verwachtingen die samenhangen met beginnend drankgebruik, en bij (ex-) verslaafden tot een grotere kans op terugval.

 

Terugblik Governance vierde kwartaal 2018

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. En ook op de wijze waarop we intern en extern in gesprek gaan en verantwoording afleggen over ons handelen, onze ambities en activiteiten, onze leerpunten en kwetsbaarheden, en onze behaalde resultaten. Hierbij zijn de cliëntresultaten, de ervaren herstelondersteuning en onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend. In dit artikel een overzicht van de governance-ontwikkelingen in het vierde kwartaal van 2018.

Samenwerking met Zorg van de Zaak

In 2018 zijn we intensief bezig geweest met de verkenning van een mogelijke aansluiting bij het netwerk van Zorg van de Zaak (ZvdZ). Gedurende deze periode is het vertrouwen gegroeid. De wederzijdse verkenning heeft bevestigd dat er veel mogelijkheden zijn om elkaar te versterken: bijvoorbeeld op het gebied van aanvullende en gezamenlijke nieuwe dienstverlening, investeren in innovatie (Virtual Reality en EHealth) en kennis uitwisselen. Gezamenlijk kunnen wij een totaal aanbod van begeleiding en behandeling bieden om de inzetbaarheid van mensen op impactvolle momenten te verbeteren en ervoor te zorgen dat zij (weer) kunnen participeren in de samenleving. Door samen te werken met elkaar, bijvoorbeeld vanuit schuldhulpverlening, loopbaanbegeleiding of arbodienstverlening, en door onze kennis in te brengen in de netwerkbedrijven van ZvdZ, versterken we over en weer onze krachten. In de komende periode zal het formele proces rondom de samenwerking worden opgepakt.

NK heeft jongerenraad

Op dinsdagavond 20 november 2018 hebben bestuurder Walther Tibosch en Denise Valk, teamleider Kentra24, in het kader van Nu Kwaliteit 2.0, gesproken met de cliënten van jeugdkliniek Kentra24 in Sint-Oedenrode. Naar aanleiding van dat overleg is intern gesproken over de wens om een jongerenraad te starten. Hiervoor bleek veel animo te zijn, waarop besloten werd om te starten met het oprichten van een jongerenraad in de kliniek. Het doel van deze jongerenraad is de kwaliteit van de behandeling te verbeteren en de jongeren te betrekken bij veranderingen en verbeteringen. Op deze manier zorgen we voor transparantie en draagvlak.

Inmiddels hebben cliënten zich beschikbaar kunnen stellen. Vier jongeren zijn bereid gevonden zitting te nemen in de jongerenraad. Naast bovengenoemd doel zien we dat de jongeren door deelname aan deze raad hun persoonlijke kwaliteiten versterken. Met de jongerenraad draagt Kentra24 een steentje bij aan Nu Kwaliteit 2.0.

Cliëntenraad

Op 20 november 2018 is in de Tweede Kamer de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen 2018 (WMCZ 2018) met een ruime meerderheid van stemmen aangenomen. De Wet ligt nu voor in de Eerste Kamer. Onder meer door het LOC Zeggenschap in Zorg (belangenbehartiger van Cliëntenraden in de Zorg) wordt aangedrongen op een snelle behandeling en daarna een snelle invoering van de WMCZ 2018. Daarmee wordt een jarenlang proces om te komen tot aanpassing van de bestaande wet uit 1996 afgerond.

De gemeente Eindhoven moest door tekorten in het sociale domein op deze post bezuinigingen doorvoeren. Al deze wijzigingen zouden gevolgen hebben voor de zorgverlening door NK, met name binnen de woonvoorziening. In een brief aan de leden van de gemeenteraad en de verantwoordelijke wethouder heeft de Cliëntenraad zijn zorgen uitgesproken over de gevolgen van de voorgenomen maatregelen voor de kwetsbare burgers met een verslavingsprobleem. Voor 2019 is inmiddels een oplossing voor de zorgverlening binnen de woonvoorziening gevonden.

Ondernemingsraad

Het laatste kwartaal van 2018 heeft de OR afgesloten met een instemming op het Arbobeleid. De OR vindt het belangrijk dat medewerkers betrokken worden bij de RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie) en dat er een goede samenwerking is tussen de bedrijfsarts, medewerkers en OR.

Verder heeft de OR geadviseerd om conform de ingediende adviesaanvraag Kentra Business af te bouwen, aangezien dit onderdeel onvoldoende rendement opbrengt.

De OR heeft ten slotte ingestemd met de richtlijnen salarisinschaling zij-instromers en hoopt dat NK hiermee nieuwe en enthousiaste collega’s kan verwelkomen. Aandacht is gevraagd voor opleiding en kwaliteit.

Raad van Toezicht

In het vierde kwartaal van 2018 heeft de Raad van Toezicht onder meer het Ambitiedocument NK 2019-2020-2021 besproken met de bestuurder. De raad ziet dat dit een belangrijke aanzet is voor de gewenste ontwikkeling van een professioneel klimaat en cultuur. De raad heeft ook goedkeuring gegeven aan het jaarplan en de begroting 2019. Daarnaast heeft in dit kwartaal vooral de samenwerking met Zorg van de Zaak de volle aandacht gehad van de raad. De strategische meerwaarde van de samenwerking en de borging van financiële continuïteit zijn voor de raad belangrijke argumenten om de verdere samenwerking vorm te geven.

Blog Walther Tibosch: Terug naar vertrouwen

De media, maar ook de ‘talk of the town’, worden gedomineerd door beelden over bureaucratie en wachtlijsten. En helaas niet door trotse verhalen van kanjers die werken in de GGZ, verslavingszorg en verslavingsreclassering. Dagelijks zetten tienduizenden zeer betrokken medewerkers in Nederland zich in voor de geestelijke gezondheid van honderdduizenden Nederlanders. En met resultaat! Door gerichte behandeling, door preventie, door begeleiding, door reclassering, door herstelondersteuning enzovoorts, verbeteren wij de levens van talloze mensen.

Alleen, maar vaak ook samen met andere partners, werken mensen in de zorg keihard aan het voorkomen of het zo beperkt mogelijk houden van het persoonlijk leed dat voortkomt uit verslaving. Daarbij wordt ook altijd rekening gehouden met de maatschappelijke impact.

Helaas worden onze kanjers, onze zorgprofessionals, in hun werk vaker geconfronteerd met regels en administratie dan met vertrouwen in hun kennis en kunnen. Landelijke campagnes zoals Minder Regelgekte Meer Zorg proberen het tij te keren. Maar zo’n actie is niet voldoende om de bureaucratie te verminderen. Laten wij binnen de zorg vooral werken vanuit vertrouwen, bouwen aan vertrouwen en ieder voor zich heel kritisch zijn in welke regels en administratie bijdragen aan échte oplossingen, échte kwaliteit en échte professionele werkvreugde.

Ik roep zorgmedewerkers op om hun werk zodanig in te richten dat het vertrouwen in jou en de zorg groeit en we samen werken aan het verminderen van regels en administratieve rompslomp. Ga daarover in gesprek met elkaar, met je leidinggevenden, met je ketenpartners, en wees trots op jezelf als professional. Investeer in de kwaliteit en professionaliteit van je werk, bouw samen met je collega’s aan het verdienen en waarmaken van vertrouwen. De regels zijn er niet voor niets, maar de regels moeten ondersteunend zijn aan het bieden van deskundige, menselijke zorg en herstelondersteuning. Als we er samen zo naar kijken en zo naar handelen, creëren we samen de beste resultaten en de meeste werkvreugde.

Voorwoord kwartaalbericht derde kwartaal 2018: laat uw bagage achter

“Laat uw bagage achter”

Wie wel eens met de trein reist, hoort regelmatig een conducteur omroepen: “We naderen het volgende station. Denk erom dat u uw bagage niet achterlaat.” Goed advies, maar soms zou je willen dat je je bagage juist wél kon achterlaten.

Onze genen en onze ervaringen vormen bagage waar we ons leven mee starten en die we gaandeweg verzamelen. Als je een fijne jeugd hebt gehad met betrouwbare en liefdevolle ouders, een robuuste psychische en lichamelijke gezondheid hebt en bovendien een portie geluk, dan heb je een stevige basis voor de rest van je leven. Die bagage kan je helpen bij tegenslagen en verlies.

Maar je bagage kan ook behoorlijk zwaar zijn en je ernstig dwars zitten in je leven. Door een combinatie van genen, opvoeding en ervaringen, kun je bijvoorbeeld persoonlijkheidsstoornissen ontwikkelen. Kom je al vroeg in aanraking met drugs en alcohol, dan maakt dat je kwetsbaarder voor het ontwikkelen van psychische of verslavingsproblemen. En dat geldt ook voor kinderen van wie de ouders zelf ernstige problemen hebben. Traumatische ervaringen kunnen bovendien, in één vreselijk moment of gedurende een langere tijd, een enorm pak extra bagage op je schouders leggen.

Die bagage kan een belangrijke factor zijn bij het ontwikkelen of in stand houden van een verslaving. Bijvoorbeeld om bepaalde nare ervaringen niet meer te voelen. Het lijkt alsof de bagage dan even een beetje minder zwaar weegt. Maar hij is er natuurlijk nog wel. Erger nog, het gebruik zelf zorgt weer voor extra bagage.

Bij NK is die bagage een belangrijk onderwerp. Waar mogelijk willen we voorkomen dat mensen extra belast worden. Bijvoorbeeld bij gebruikende jongeren of bij kinderen van verslaafde ouders. Bij mensen die zich bij NK aanmelden, is de reeds verzamelde bagage eveneens een essentieel thema. De bagage gewoon achterlaten, net zoals in de trein, dat kan helaas niet. Maar wel kunnen we samen bekijken wat we ermee kunnen doen. In deze nieuwsbrief vindt u daar verschillende voorbeelden van. Zo kunnen we met bepaalde therapieën anders naar de ervaringen uit het verleden leren kijken, zodat de last ervan een stuk lichter wordt. Dan wordt het ook gemakkelijker om te stoppen of minderen met middelengebruik. Opnieuw beginnen met een volledig schone lei, dat is misschien niet mogelijk. Maar Nieuwe Kansen, die zijn er voor iedereen.

Walther Tibosch
Bestuurder Novadic-Kentron

EMDR bij verslaafde cliënten: opnieuw door de hel om trauma’s voorgoed op te ruimen

EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is een vorm van traumabehandeling die in de media een bijna mythische status heeft aangenomen: door eenvoudigweg een vinger voor je ogen te volgen, kun je de vreselijkste gebeurtenissen eindelijk achter je laten. Zó simpel is het nu ook weer niet, legt regiebehandelaar Karen Gilijamse uit, EMDR vraagt om een zorgvuldige voorbereiding en de behandeling is zwaar: “Ik voel me soms een beul omdat ik mijn cliënten naar hun diepste en donkerste gedachten moet sturen, zonder hen te mogen troosten.” Maar wat dit de moeite waard maakt: EMDR is wonderbaarlijk effectief.

Karen: “Bij cliënten met een ernstige verslaving is er meestal meer aan de hand dan alleen de verslaving. Veel van onze cliënten hebben psychische problemen, en er kan ook sprake zijn van een genetische aanleg. Maar vaak is er ook sprake van hele nare ervaringen.”

Mishandeling en verwaarlozing

“Het is opvallend hoe vaak onze cliënten getraumatiseerd zijn. Cliënten zijn bijvoorbeeld vroeger mishandeld of misbruikt. Dat kan eenmalig geweest zijn – één verschrikkelijke gebeurtenis zoals een verkrachting – maar ook langdurig. Als je als kind stelselmatig werd verwaarloosd, kan elk incident op zichzelf niet zo intens zijn, maar opgeteld kan dit wel leiden tot een langdurig trauma.

Zo’n trauma kan een grote rol spelen bij het ontstaan of in stand houden van een verslaving. Als je niet om kunt gaan met die indringende, negatieve gevoelens en emoties, is het mogelijk dat je in middelengebruik vlucht om deze te verdoven. Maar natuurlijk gaan ze daardoor niet weg. EMDR kan dan een manier zijn om de traumatische herinneringen voorgoed op te ruimen.”

Ontregelend

“Het is niet zo dat we meteen een cliënt in een behandelkamer zetten en beginnen met EMDR. Sowieso moet de cliënt eerst stoppen met middelengebruik, omdat de behandeling anders niet werkt. En daarnaast vraagt EMDR om een goede voorbereiding. We maken dus eerst een zogenoemde casusconceptualisatie. We bekijken wat de klachten zijn, wat iemands sterke en zwakke kanten zijn en wat de risico’s zijn: is iemand eerder bijvoorbeeld suïcidaal geweest? Of zou het kunnen gebeuren dat iemand wraak gaat nemen op een vroegere dader? EMDR is heel ontregelend, daar moeten we wel rekening mee houden. Bij sommige cliënten passen we EMDR bijvoorbeeld alleen toe tijdens een opname.

Ook brengen we gedetailleerd de nare gebeurtenissen in iemands leven in kaart: zowel in tijd als in intensiteit. We bepalen dan wat de ‘targets’ van de EMDR zijn, dat zijn de beelden die de meeste emoties en spanning met zich meebrengen. Daarnaast beginnen we, voor de start van EMDR als het kan, en anders naast de EMDR, met het aanleren van andere manieren van ‘coping’. EMDR brengt een heleboel naar boven wat de cliënt altijd heeft vermeden. Als je je cliënt daar niet op voorbereidt, met een goed plan, dan is het risico op terugval in het middelengebruik heel groot. Zo is het goed om cliënten technieken aan te leren om zelf rustiger te worden, bij zichzelf te blijven. En ten slotte is ook de motivatie heel belangrijk. We passen alleen EMDR toe als de cliënt het zelf graag wil.”

Spanningsniveau van tien naar nul

“Na deze voorbereiding, waarover je in mediaberichten over EMDR zelden hoort, kunnen we starten met het EMDR-protocol. Ik ga met een cliënt in de behandelkamer zitten, en vraag hem of haar te denken aan een specifieke traumatische ervaring, een target. Tegelijk vraag ik de cliënt om met zijn ogen mijn vingers te volgen, die ik snel heen en weer beweeg. Na elke set van zo’n 30 seconden vraag ik wat er nu in hem of haar opkomt en hoe hoog het spanningsniveau nu is. Belangrijk is om daar niet verder op in te gaan, want dan kan de cliënt weer gaan vermijden. Dus we gaan onmiddellijk door. Bij enkelvoudige trauma’s kunnen één tot drie sessies al genoeg zijn om het spanningsniveau van tien helemaal naar nul te brengen. Het negatieve beeld roept dan geen enkele spanning meer op, wat natuurlijk niet betekent dat iemand er niet verdrietig om kan zijn. Maar het beeld dringt zich niet meer onverwachts op. Bij complexe en langdurige trauma’s in combinatie met een verslaving, zijn natuurlijk meer sessies nodig, als onderdeel van een bredere behandeling.”

Niet troosten

“Het klinkt allemaal heel eenvoudig, maar de praktijk is wel heftig. Je moet alleen een EMDR-behandeling volgen als je echt last hebt van die negatieve beelden en als je weet waar je aan begint. Je moet namelijk iets heel tegennatuurlijks doen en die beelden en emoties opzoeken die je juist het liefste vermijdt. Ook de therapeut moet veel doorzettingsvermogen hebben. Cliënten kunnen hele sterke fysieke sensaties krijgen, gespannenheid, paniek, misselijkheid, keihard huilen. En je mag hen als behandelaar niet troosten, want dan haal je hen weer weg uit de emotie, dat is nu juist niet de bedoeling. Je mag hen alleen aanmoedigen om door te gaan, zeggen dat ze het goed doen.

Gelukkig merk je vrij snel of EMDR effect heeft. Vaak neemt de spanning na één sessie al af, dat helpt cliënten ook om het vol te houden. Als je het goed voorbereidt en goed uitvoert, als je net zo lang doorgaat tot de spanning die het beeld oproept helemaal nul is, is EMDR zeer effectief. De spanning is weg, het negatieve beeld is waziger, minder indringend. En dat effect is ook voor altijd. Wel kan het, bij complexe of langdurige trauma’s, gebeuren dat cliënten zich pas na verloop van tijd gebeurtenissen herinneren die ze vergeten waren. Maar de traumatische herinnering die effectief is behandeld, die wordt niet opnieuw traumatisch. Dat ruimt dus lekker op.”

Het wordt nooit meer zo erg als het toen was

“De effectiviteit van EMDR is al vele malen wetenschappelijk bewezen, maar het blijft bijzonder. Lang was niet bekend waaróm het precies werkte, inmiddels is dat veel duidelijker geworden. De meeste nare gebeurtenissen die mensen mee maken, krijgen na verloop van tijd hun plaats. De emoties, bijvoorbeeld bij rouw, worden in de loop van de tijd minder sterk. De herinneringen worden een deel van wie je bent. Natuurlijk kunnen ze nog steeds emoties oproepen, maar je wordt er niet meer voortdurend door overvallen. Bij een traumatische gebeurtenis wordt de herinnering soms niet goed verwerkt. Hij wordt niet op de juiste manier opgeslagen, maar blijft het werkgeheugen belasten. Daardoor kunnen mensen met een posttraumatische stressstoornis ook niet goed nieuwe informatie opnemen. Door de gebeurtenis met EMDR opnieuw te bekijken, terwijl je ondertussen het werkgeheugen afleidt met bepaalde prikkels, kan die herinnering opnieuw worden verwerkt. Je doet dat vanuit het nu, vanuit wie je nu bent, je gaat je niet opnieuw verplaatsen in die tijd. Ook dat is een deel van de herevaluatie van die gebeurtenis. Dat is ook een troost voor cliënten: hoe heftig de EMDR ook is, het ergste is al gebeurd. Het is zwaar, maar het wordt nooit meer zo zwaar als het toen was.”

Unieke therapie helpt mensen met borderline en verslaving: “Het is vooral heel veel onmacht en eenzaamheid”

Over de borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) wordt veel geschreven: ‘borderliners’ zouden destructieve en manipulatieve mensen zijn, onmogelijk om mee om te gaan. Robert Spierings, verpleegkundig GGZ-specialist bij NK, vindt dat soort beschrijvingen vreselijk. Robert: “Ik doe daar niet aan mee. Manipulatief impliceert bijvoorbeeld dat je bepaald gedrag bewust vertoont, maar in mijn ogen schreeuwt de onmacht erdoorheen. Deze mensen hebben ernstige problemen.” BPS is een stoornis die, zeker in combinatie met middelengebruik, veel problemen en vooral heel veel eenzaamheid tot gevolg heeft. Maar gelukkig is er een therapie om deze doelgroep te helpen: de mentalization based treatment.

Robert: “Bij mensen met borderline zie je veel instabiele relaties en stemmingsproblemen. Daar zit waarschijnlijk een genetische component in, zoals een temperamentvol karakter, maar de oorzaken van het ontwikkelen van een BPS liggen vooral in de jeugd. Mensen met borderline zijn als kind meestal ‘onveilig gehecht’. Ze hadden ouders die, vaak omdat ze zelf ook problemen hadden, heel inconsistent waren in de opvoeding. Hetzelfde gedrag van het kind werd de ene keer beloond en de andere keer bestraft. Door die onvoorspelbaarheid heeft het kind nooit leren vertrouwen op anderen. Daardoor kan zich een persoonlijkheidsstoornis ontwikkelen, zoals borderline.”

Tot wanhoop gedreven

“Mensen met borderline hebben geen vertrouwen in anderen, en evenmin in henzelf. Ze zijn heel slecht in ‘mentaliseren’: nadenken over gevoelens, overtuigingen en gedachten. Overtuigingen zijn bij hen daardoor heel rigide. Als ze bijvoorbeeld het gevoel hebben door iemand in de steek te zijn gelaten, dan is dat gevoel een absolute waarheid. Dat soort overtuigingen dicteren de relaties die ze hebben. Dat leidt tot destructief en grensoverschrijdend gedrag, zoals ontrouw: mensen zoeken dan als het ware redding bij iemand anders. De partner wordt vaak tot wanhoop gedreven. Daarom hebben mensen met borderline vaak een heel spoor van verbroken relaties achter zich. Uiteindelijk hebben ze zoveel angst voor een relatie dat ze er niet meer aan beginnen, maar omdat ze er wel intens naar verlangen, zijn ze ontzettend eenzaam. Niet zelden leidt dat tot suïcidepogingen.”

Dempen en stimuleren

Om de extreme, negatieve gevoelens te dempen die gekoppeld zijn aan rigide overtuigingen, kunnen mensen met borderline naar genotmiddelen grijpen, zoals alcohol. Robert: “Daardoor neemt die sterke emotie natuurlijk af, maar daardoor schieten ze weer in de modus dat ze helemaal niets meer voelen. Dan kunnen ze juist weer stimulerende middelen gaan gebruiken. Maar terwijl ze in die vicieuze cirkel zitten, leren ze nooit op een gezondere manier omgaan met de gedachten en emoties die hen volledig in hun grip houden.”

Aan jezelf twijfelen is gezond

Bij MBT – mentalization based treatment – leren mensen met borderline om te mentalizeren: na te denken en te praten over hun gedachten en emoties. Robert: “Een belangrijk deel daarvan vindt plaats tijdens groepstherapie. We focussen daarbij op het hier en nu. Het nadenken over jezelf, de ander en de relatie wordt daarbij gestimuleerd. ‘Waarom reageer je nu zo? Wat gebeurt er nu tussen jou en mij? Het lijkt alsof wat je denkt waar is, maar laten we dat samen eens onderzoeken.’ Zo leren ze afstand te nemen van hun eigen absolute waarheid. Aan jezelf twijfelen is eigenlijk heel gezond!”

Oprecht en betrouwbaar

Voor een therapeut is goede timing daarbij essentieel. Als de emotie nog heel erg hoog zit, is het vooral belangrijk om steunend en empathisch te zijn. Robert: “Je gaat dan niet inhoudelijk in discussie, dat heeft totaal geen zin, maar je geeft aan dat je ziet dat iets hen heel erg aangrijpt, dat iets belangrijk voor hen is. Pas als de emotie enigszins zakt, kun je op zoek gaan naar de patronen in het gedrag, naar het onderliggende gevoel. Oprechtheid en betrouwbaarheid zijn daarbij sleutelbegrippen. Als jouw gedrag als behandelaar consistent en voorspelbaar is, kunnen cliënten zich hechten aan jou, en zo ook weer langzaamaan gaan geloven dat een relatie ook voor hen mogelijk is.”

Niet goed genoeg

“Dat kan een heel bijzonder proces zijn. Zo had ik als cliënt een jonge vrouw die haar hele jeugd van haar ouders gehoord had dat ze niet goed genoeg was, dat ze zich niet gedroeg zoals het hoorde. Bij haar was het vooral ‘doen alsof’. Zij had volledig afstand genomen van haar eigen emoties, en was verslaafd geraakt aan stimulerende middelen om nog maar íets te voelen. In de loop van de behandeling begreep ze waarom ze eigenlijk middelen gebruikte, en kon ze heel langzaam weer gaan vertrouwen op de behandelaars, wat in het begin heel erg moeilijk voor haar was. Ze leerde veel beter reflecteren op wat ze eigenlijk voelde en dacht, en bereikte daarin een gezond evenwicht. Ze verliet klachtenvrij de kliniek, verbrak de relatie met haar gebruikende vriend en ging studeren. Ik kwam haar laatst, twee jaar later, toevallig tegen, en ze was nog steeds klachtenvrij, clean, had een baan en een relatie. Dat is voor een therapeut ook heel bijzonder, want een oprecht hechtingsproces is wederzijds. Het is fantastisch dat je met de juiste ‘taal’ ook echt cliënten op ziet knappen.”

Steun voor volwassen kinderen van verslaafde ouders: “het taboe moet er echt af”

Ook al ben je volwassen, je blijft je hele leven het kind van je ouders. Dus als je ouders psychische problemen hebben of verslaafd zijn, heeft dat een enorme impact op je leven. Veel kinderen blijven zich hun hele leven schamen voor wat er thuis gebeurde. Maar Anne wil dat taboe doorbreken. “Je kunt er zelf niets aan doen, het is belangrijk dat het in de openbaarheid komt, zodat deze kinderen de juiste hulp en steun krijgen.” Anne (25) vertelt hoe zij langzaam maar zeker haar eigen leven volledig opofferde voor haar zieke ouders. Tot het moment dat ze zei: “En nu is het genoeg.”

Anne: “Mijn vader dronk al zolang ik me herinnerde. Hij was een heel intelligente, introverte en verlegen man. Mijn moeder was kostwinner en mijn vader zorgde voor mij. Als kind vond ik het heel normaal dat mijn vader vaak een biertje nam, ook als dat al ’s ochtends was. Wel moest ik vaker voor mijn vader zorgen dan mijn leeftijdsgenoten. Gelukkig had ik een opa en oma waar ik vaak naar toe kon en waar ik wel echt kind kon zijn.

Toen de verslaving van mijn vader erger werd, ging hij wel een paar keer naar een verslavingskliniek, daar ging het dan goed, tot hij weer thuis kwam. Toen ik in de brugklas zat, gingen mijn ouders scheiden. Ik ging aanvankelijk bij mijn vader wonen, maar zijn gezondheid werd steeds slechter. Hij dronk veel, at slecht en hij viel vaak. Toen ik vijftien was, ging ik dus weer bij mijn moeder wonen.”

Politie op de stoep

“En toen ging het helemaal mis. Na een paar maanden stond er ineens politie op de stoep. Mijn vader was dood gevonden in zijn huis. Een van de agenten, die nog niet wist dat mijn moeder nog niet op de hoogte was, zei: ‘Gecondoleerd met uw ex-man.’ We weten niet precies wat er gebeurd is, zijn lichaam heeft het misschien gewoon begeven. Het was echt een enorme schok, ik kon het eerst helemaal niet geloven. ‘Hij zit vast gewoon thuis, een boek te lezen’, dacht ik vaak. Maar op andere momenten stortte ik volledig in. Ik vond het niet eerlijk, ik had helemaal geen afscheid kunnen nemen. Ik miste hem verschrikkelijk, ik was echt een vaderskindje. Ik heb vaak gedacht: had ik niet meer moeten doen, mezelf meer moeten opofferen?”

Niemand deed iets

“Het klinkt misschien vreemd, maar ik neem het mijn vader helemaal niet kwalijk dat hij zoveel dronk. Hij probeerde mij altijd te beschermen, mij er niet mee te belasten. Ik was wel erg boos op onze familie. Niemand deed iets. Wij leefden van de bijstand, zij hadden een dikke auto onder hun kont, maar ze kwamen nooit langs, behandelden ons als vreemden. Ze zijn wel op komen dagen op de begrafenis, toen vonden ze het ineens heel erg. Maar waar waren ze toen wij hen nodig hadden? Ik heb toen alle banden doorgesneden.”

Zwervers

“Mijn beeld van mensen werd door die gebeurtenissen heel negatief. Niet alleen door mijn familie, ook door omstanders. Als mijn vader naar het café ging, ging ik mee, ik speelde dan met de kinderen van de cafébaas. Als we dan terug naar huis gingen, gebeurde het vaak dat mijn vader viel. Als kind moest ik hem dan optillen, wat natuurlijk niet lukte. Ik riep dan om hulp, maar werd volledig genegeerd. Iedereen dacht dat wij zwervers waren.”

Opnieuw in de hel

“Door alles wat er gebeurd was, besloot ik mijn derde jaar op het vmbo-t opnieuw te doen, zodat ik niet zou zakken in het aankomende examenjaar. Ik ben toen afgestudeerd en ging een grafische opleiding doen. Dat was de leukste periode van mijn leven. Maar toen ging het bergafwaarts met mijn moeder, die ook steeds meer ging drinken. Het was alsof ik van de ene in de andere hel terecht kwam. Ik woonde nog steeds bij haar en ook zij had valpartijen en opnieuw werden we door niemand geholpen. Voor mij was dit veel erger dan bij mijn vader. Toen was ik een kind, mijn vader had mijn moeder om hem te helpen. Nu stond ik er alleen voor. Terwijl mijn vader zijn problemen zoveel mogelijk bij mij weg probeerde te houden, leunde mijn moeder volledig op mij, en vond ze dat ook vanzelfsprekend.”

Voortdurend in de gaten houden

“Ik zorgde langdurige periodes voor mijn moeder, moest haar voortdurend in de gaten houden. Ik moest alles regelen, haar oprapen, instanties bellen, voor haar zorgen. Ik heb wel eens gedacht: ‘Zo hoeft het voor mij niet meer.’ Toen voor de zoveelste keer een ambulance naar ons huis moest komen, zei de ambulancebroeder tegen mij ‘Jij bent dus de mantelzorger.’ Voor mij was dat een nieuw idee, ik dacht dat mantelzorgers mensen waren die af en toe in een bejaardenhuis met de bewoners gingen wandelen, een kopje thee dronken met hulpbehoevenden. Deze man vroeg: ‘Hoe gaat het met jou?’ en pakte in het ziekenhuis ook een stoel voor mij. Ik moest bijna huilen door die vriendelijkheid, ik was het zo gewend om mezelf volledig weg te cijferen.”

Niet opkroppen

“Via de huisarts hoorde ik van hulpgroepen voor kinderen van psychisch zieke en verslaafde ouders. Vorig jaar kwam ik terecht bij zo’n gespreksgroep. Dat was zo fijn. Het was heel ongedwongen, en voor het eerst kon ik mijn verhaal vertellen, vond ik herkenning, steun en bevestiging van mensen die hetzelfde hadden meegemaakt. Toen besefte ik ook dat ik het niet moest blijven opkroppen, want daar ging ik aan kapot. En ook realiseerde ik me dat zolang ik bij mijn moeder bleef, ik zou blijven opdraaien voor haar zorg. Er kwam niemand, want ik was er. Dat heeft me gesloopt.

Ik heb toen een ander huis voor haar gezocht en eindelijk kwam er een goede regeling voor mijn moeder, met hulp aan huis. Ik kan nu mijn eigen leven opbouwen, mijn werk, vrienden, sport. Ik ben nog contactpersoon, maar ik word niet meer 24 uur per dag met de problemen geconfronteerd. Ik ben er klaar mee, ik moet wel. Natuurlijk was dat moeilijk, je voelt je als kind verantwoordelijk, maar de hulpverleners die er toen gelukkig wél waren, en de begeleiders van de gespreksgroep, gaven me de kracht om door te zetten.”

Achter de voordeur

“Met mijn verhaal hoop ik mensen te bereiken die zelf ook in deze shit zitten. Je moet echt niet in je eentje met je verhaal blijven lopen, het geeft je kracht en energie om het eruit te gooien. Daarna kun je weer verder. Het taboe moet er echt af, het gebeurt nu allemaal achter de voordeur. Er moet aandacht zijn voor het kind, en niet meteen jeugdzorg, want geen enkel kind wil het huis uit. Mijn verhaal is dus ook een oproep voor hulpverleners: let ook op het kind! Ga er niet van uit dat het met het kind goed gaat als de ouder of omgeving zegt: ‘Oh het gaat prima, mijn kind haalt alleen maar tienen op school.’ Ik was ook zo’n overpresteerder en ik kan je zeggen: het gaat vaak niet goed. Als er sprake is van een verslaving, is het kind vaak ook beschadigd.”

Steun in de KOPP/KOV-groepen

Er zijn KOPP/KOV-groepen (groepen voor kinderen van ouders met psychische problemen of een verslaving) door heel Brabant en voor alle leeftijdscategorieën, zowel kinderen als volwassenen. Neem contact op met preventie@novadic-kentron.nl voor meer informatie.

PITD-project Oss: snel hulp voor ontsporende jongeren

In Oss wordt al jaren gewerkt met het succesvolle PITD (Project Individuele Trajectbegeleiding Drugsgebruikers). Doel van dit project is om jongeren die door drugsgebruik in de problemen zitten of dreigen te komen, zo snel mogelijk in beeld te krijgen en met hen in gesprek te gaan. Hoe sneller dat gebeurt, hoe groter de kans dat we ernstige problemen kunnen voorkomen of deze succesvol kunnen behandelen. Angela Aben en Dennis van Dun, behandelaars van Kentra24, de jeugdkliniek van Novadic-Kentron in Sint-Oedenrode, werken voor PITD in Oss. Angela: “PITD heeft in Oss zijn waarde bewezen. Dennis is dit jaar ook in Meierijstad begonnen. Drugsgebruik onder jongeren speelt in alle gemeenten. Het zou mooi zijn als ook andere gemeenten gelden vrij maken voor PITD.”

Angela en Dennis zijn 24 uur per week actief in Oss. Ze zijn gehuisvest in het gebouw van de Stichting Jeugd en Gezin bij het jeugdteam van Ons Welzijn. Angela: “Voor vroegsignalering en vroeghulp is het een groot voordeel om vanuit één gebouw te werken. We hebben daardoor direct contact met de jeugdhulpverleners in Oss. Zij hebben daardoor meer oog voor drugsgebruik bij jongeren en weten dat problemen bij jongeren, bijvoorbeeld spijbelen, met gebruik te maken kunnen hebben. Als zij, of andere netwerkpartners zoals politie en onderwijs, problemen met drugs bij jongeren signaleren, worden wij direct ingeschakeld. Dat is pure winst.”

Op een bankje buiten

Angela en Dennis werken vooral outreachend: zij gaan in gesprek met jongeren op plekken die de jongeren zelf gekozen hebben. Dat kan thuis zijn, op school of ergens op een bankje buiten. Angela: “Veel jongeren hebben geen probleembesef als het gaat om drugsgebruik. “Iedereen gebruikt toch wel eens” is een zinnetje dat we regelmatig horen. Waarom zouden ze daarvoor naar een hulpverleningsinstantie gaan?

School, maatschappelijk werkers, jongerenwerk en jeugdagenten bespreken risicovolle gebruikers met ons. Als we denken dat dit een passende casus voor ons is, zoeken wij hen op voor een gesprek, meestal met een van de netwerkpartners. Soms zet zo’n gesprek een jongere al direct aan het denken, en gaat hij of zij zelf met het gebruik aan de slag. Maar het gebeurt ook dat jongeren pas na een tijd weer contact opnemen. Vaak is dan een verwijzing naar onze hulpverlening nodig. Dat gaat altijd geleidelijk, omdat Dennis en ik bij Kentra24 zelf de intake doen en verantwoordelijk behandelaar van die jongere zijn.”

Houvast bij moeilijke momenten

Een van de jongeren met wie Angela via PITD in contact kwam, is Sanne*, nu 19 jaar. Sanne: “Vier jaar geleden ging het niet best met me. Ik had problemen op school en er dreigde uithuisplaatsing. Ik blowde wel in die tijd, maar zag dat niet als probleem. Ik heb toen voor het eerst gesproken met Angela bij Jeugd en Gezin. En daarna ging ik naar Novadic-Kentron in Oss voor gesprekken. Toen werd me wel duidelijk dat ik problemen had door dat blowen.”

Sanne werd opgenomen bij Kentra24 in Sint-Oedenrode en Angela werd haar behandelaar. Later volgden nog twee opnames. “Inmiddels gaat het goed met me”, zegt Sanne. “Ik heb nu een eigen kamer en heb dagbesteding. Ik gebruik nog af en toe, maar dat is nu onder controle. Er zijn nog wel momenten dat ik het even moeilijk heb. Dan is het fijn dat ik altijd Angela kan bellen. Dat geeft het houvast dat ik nodig heb.”

Agressie oppikken

Minggoes Pessy van ONS Welzijn, medewerker basisteam jeugd in Oss, werkt veel samen met Angela en Dennis: “Het PITD is voor ons erg belangrijk. Het is in Oss veel makkelijker om met jongeren in gesprek te gaan over gebruik. Nu kan ik zeggen dat ik een collega heb die gespecialiseerd is in gebruik en verslaving en die graag met hen wil praten. Dat is toch anders dan dat ik die jongere moet verwijzen naar Novadic-Kentron. En elke dinsdag en donderdag spreken we elkaar, is ook een groot voordeel. Ik ben toevallig vanochtend nog op huisbezoek geweest met Dennis. Daar was sprake van agressie door gebruik. Ik pik dan de agressie op, Dennis het gebruik. Dat is toch perfect?” 

Kruisbestuiving

Naast de snelle interventies bij jongeren met drugsproblemen, heeft de intensieve samenwerking met de netwerkpartners nog een groot voordeel. Angela: “We kunnen veel van elkaar leren. Omdat we vanuit hetzelfde gebouw werken, is er sprake van een natuurlijke kruisbestuiving. Dennis en ik weten inmiddels veel van jeugdhulpverlening, onze collega’s in Oss weten nu op welke signalen ze moeten letten en hoe ze met jongeren het gesprek kunnen aangaan over drugsgebruik. We kunnen altijd bij elkaar terecht voor overleg en advies. Het PITD in Oss heeft een grote meerwaarde. Het is niet voor niets dat het Trimbos-instituut landelijk pleit voor intensivering van de samenwerking tussen verslavingszorg en jeugdhulpverlening. Ik hoop dan ook van harte dat dit artikel andere Brabantse gemeenten over de streep trekt.”

*Sanne is een gefingeerde naam

Cijfers derde kwartaal 2018

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers tot en met het derde kwartaal van 2018: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In de eerste drie kwartalen van 2018 waren 6.872 cliënten in behandeling, versus 7.165 in de eerste drie kwartalen van 2017. Van hen zijn 932 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels).

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.334
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 1.141
Opiaten 754
Cannabis 841
GHB 218
Gokken 224
Medicijnen (o.a. benzodiazepines) 98
Internet (gamen, chatten, erotiek) 79
Ketamine 43
Xtc 9
Overig1 44
Onbekend2 1.087

1 Bijvoorbeeld: lachgas, nicotine, hallucinogenen

2 Bijvoorbeeld omdat cliënten zich nog in de intake/diagnostiekfase bevinden, omdat ze alleen nog urinecontroles krijgen of omdat het cliënten zijn van de dag- en nachtopvang of een van onze woonvoorzieningen.

Geslacht Aantal
man 5.196
vrouw 1.676

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.806
24-50 jaar 4.391
18-23 jaar 614
< 18 jaar 61

 Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In de eerste drie kwartalen van 2018 zijn in totaal 675 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 798 in de eerste drie kwartalen van 2017.

Primaire problematiek Aantal
Cannabis 275
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 110
Alcohol 62
Gamen 45
Gokken 41
GHB 14
Xtc 7
Opiaten 6
Overig 42
Onbekend 73

 

Leeftijd Aantal
13 3
14 2
15 9
16 16
17 31
18 43
19 86
20 100
21 122
22 124
23 139

 

Geslacht Aantal
man 518
vrouw 157

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 juli: 733
Aantal medewerkers per 1 juli: 864

Aantal fte per 1 oktober: 755
Aantal medewerkers per 1 oktober: 885

Terugblik Novadic-Kentron algemeen derde kwartaal 2018

In dit artikel vindt u een terugblik op een aantal ontwikkelingen en gebeurtenissen binnen onze organisatie in het derde kwartaal van 2018. Er is weer veel gebeurd! Lees hieronder meer over:

  • locatie Tilburg verhuisd;
  • landelijke Dag Verslavingskunde bijzonder geslaagd;
  • VKN werkt mee aan Nationaal Preventieakkoord;
  • MHC fraai voorbeeld van ‘nieuwe GGZ’.

Locatie Tilburg verhuisd

Eind augustus is onze locatie in Tilburg verhuisd van de Edisonlaan naar de Jan Wierhof 14. De goed voorbereide verhuizing is vlot verlopen. Inmiddels is Jan Wierhof 14 zo’n twee maanden in gebruik. Het fraaie nieuwe onderkomen bestaat uit een grote open werkruimte, vijftien spreekkamers en er is een aparte ingang voor urinecontroles.

Anja (receptioniste): “Zelf zag ik wel op tegen de verhuizing; ik heb bijna veertien jaar aan de Edisonlaan gewerkt. Maar inmiddels bevalt deze nieuwe omgeving mij uitstekend. Alles is nieuw, de open werkruimte zorgt ervoor dat medewerkers elkaar makkelijk weten te vinden. Er zijn nog wel wat kinderziektes en verbeterpunten, maar die zijn of worden opgelost. Ook de cliënten zijn zeer te spreken over de nieuwe locatie. Ze vinden het in ieder geval allemaal mooi. Er zijn er nog wel die moeite hebben de ingang te vinden, maar dat is natuurlijk een eenmalig probleem.”

Carlijn, teamleider van de reclasseringswerkers in Tilburg, heeft de taak van ‘locatiemanager’. Zij gaat zitting nemen in de beheergroep van omwonenden en is eerste aanspreekpunt voor deze locatie. Carlijn is bezig met het voorbereiden van de officiële opening die voor donderdag 15 november gepland staat. Ketenpartners en medewerkers worden dan uitgenodigd voor de officiële opening aan het eind van de middag. Aansluitend worden in de vroege avond de deuren opengezet voor omwonenden en medewerkers die een kijkje willen komen nemen.

Landelijke Dag Verslavingskunde bijzonder geslaagd 

Ruim 500 deelnemers, afkomstig uit vele disciplines (behandelaars, ervaringsdeskundigen, mensen in herstel, wetenschappers en vertegenwoordigers van zorgverzekeraars, gemeenten en andere samenwerkingspartners) waren erbij op 16 oktober in Amersfoort, waar in de Rijtuigenloods ter gelegenheid van één jaar Verslavingskunde Nederland de eerste landelijke Dag verslavingskunde gehouden werd. Met als rode draad door het hele programma het thema herstel. In de opening door dagvoorzitter Walther Tibosch (voorzitter VKN en bestuurslid NK) kreeg Robert van de Graaf, initiatiefnemer van ‘Rook de zorg uit!’ en voorvechter van rookvrije generatie, de gelegenheid om drie organisaties (Mondriaan, Vincent van Gogh en Brijder) de bronzen en/of zilveren status te overhandigen. In het ochtendgedeelte was verder het woord aan twee keynotesprekers: Anneke Goudriaan (Van cliëntperspectief tot psychofarmaca) en Wouter Vanderplasschen (De rol van de hulpverlening bij herstel van verslaving). De ochtend werd op indrukwekkende wijze afgesloten door Anita Witzier. Zij voerde indringende gesprekken met drie cliënten die twee jaar geleden meegewerkt hebben aan de bij NK gefilmde televisieserie ‘Anita wordt opgenomen’.

In de pauze was er muziek van Re-Cover, de huisband van NK bestaande uit ex-cliënten die hun muzikale talenten benutten voor een gezamenlijke route naar herstel. Na de pauze waren er zestien deelsessies waar thema’s via workshops, presentaties en debatten werden besproken. Daaronder NK Charles Dorpmans over drugstrends en Martijn Planken over het project ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken!’.

Vervolgens werd in de centrale hal de Herstelaward uitgereikt. Hendrik Hartevelt, vice-voorzitter van Stichting het Zwarte gat en voorzitter van de Cliëntenraad van NK, presenteerde dit onderdeel. Hij legde uit hoe uit 32 inzendingen drie projecten genomineerd waren en nodigde vertegenwoordigers van die projecten uit om een pitch te houden. Op basis van die pitches besliste het publiek door stemming over de eerste prijs. Die werd gewonnen door het Straatconsulaat uit Den Haag.

Aansluitend blikte Gabriel Anthonio, secretaris van VKN, terug op deze dag. Wat hem betreft was die bijzonder geslaagd en voor herhaling vatbaar. Deze goed georganiseerde dag werd afgesloten met de theatervoorstelling ‘Hunker’ van Coup Cura en de film ‘Slaaf’ van Jack Wouterse. Na afloop bleek dat de deelnemers het met Anthonio eens waren: de reacties op deze dag waren unaniem zeer positief. 

VKN werkt mee aan Nationaal Preventieakkoord 

Het afgelopen jaar is door een groot aantal landelijke partijen, waaronder naast Verslavingskunde Nederland onder andere het Voedingscentrum, de Hartstichting, de Alliantie Nederland Rookvrij, GGD-GHOR en de Fietsersbond, gewerkt aan een Nationaal Preventieakkoord. Er zijn drie hoofdthema’s benoemd: roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht. De komende jaren kunnen andere thema’s toegevoegd worden. Dit akkoord zal naar verwachting eind dit jaar  gelanceerd worden tijdens een officiële ondertekeningsbijeenkomst waarbij zoveel mogelijk samenwerkende partijen betrokken worden. Zo wordt een mijlpaal gemarkeerd waarbij de ondertekening niet het eindpunt, maar de start van een langere samenwerking is.

MHC fraai voorbeeld van ‘nieuwe GGZ’

Ruim vijf jaar na de oprichting van MHC (Mental Health Caribbean) is in het Tijdschrift voor Psychiatrie van juli haar ontstaansgeschiedenis beschreven. Deze maakt zichtbaar hoe de gehanteerde uitgangspunten, met daarbij nadruk op aansluiting bij lokale behoeften en mogelijkheden, hebben geleid tot een geïntegreerde, ontschotte, wijkgerichte, laagdrempelige en brede GGZ. Generalistisch werken op kleine schaal blijkt goed samen te kunnen gaan met kwalitatief hoogstaande ambulante zorg en met heel weinig beroep op klinische opnames.

Terwijl het FACT-team op Bonaire eind vorig jaar het predikaat ‘excellent’ ontving, is inmiddels ook besloten definitief af te zien van inrichting van een PAAZ in het ziekenhuis. Incidenteel wordt, in een goede samenwerking, kort beroep gedaan op reguliere bedden van het ziekenhuis. Ook de in het artikel geschetste afname van de noodzaak om cliënten tijdelijk uit te zenden naar andere eilanden of naar Europees Nederland, is sindsdien verder doorgezet. De data in het artikel bestrijken de periode tot 2016. Maar ook daarna zijn de kosten van het uitzenden van patiënten naar een ander eiland sterk afgenomen (tussen 2016 naar 2017 met ruim 80%). De herstelondersteunende zorg van MHC wordt dan ook met recht gezien als aanmoediging voor soortgelijke initiatieven in Nederland.

Terugblik Gemeentelijk domein derde kwartaal 2018

Het gemeentelijk domein omvat veel verschillende activiteiten – van jeugdzorg tot medische heroïne-units – maar al deze activiteiten hebben als gemeenschappelijk doel om mensen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te helpen. Er gebeurt veel binnen het gemeentelijk domein en ook in het derde kwartaal vonden bijzondere ontwikkelingen plaats. In deze nieuwsbrief leest u over:

  • cijfers testservice 2017;
  • veldonderzoek Nuland;
  • ex-cliënten Kentra24 worden opgeleid tot peersupporter;
  • Kentra24 aan de slag bij ‘Sterk Huis’.

Cijfers testservice 2017

Al 15 jaar kunnen gebruikers in zeven Brabantse steden bij onze testservice terecht om pillen, poeders en vloeistoffen te laten testen. De testservice is onderdeel van DIMS (Drugs Informatie en Monitoring Systeem), dat is ondergebracht bij het Trimbos-instituut. DIMS heeft 32 testservices door het hele land. DIMS geeft zicht op en inzicht in ontwikkelingen die zich voordoen op de Nederlandse drugsmarkt en de werkzame stoffen en samenstelling van middelen. Bij het aantreffen van vervuilde drugs met een groot risico voor de gezondheid, volgt er een regionale of landelijke waarschuwingscampagne (Red Alert). Zie ook het artikel dat hier eerder over is verschenen.

Niet voor ouders

Preventiewerker Charles Dorpmans, coördinator van de NK-testlocaties, noemt nog een belangrijk doel van de testservice: “Via de testservice komen wij in contact met gebruikers en gaan met hen in gesprek over drugs en drugsgebruik, met de boodschap dat het gebruik van drugs altijd risico’s met zich meebrengt. Ook als de consument de uitslag goed vindt.”

Bij de testservice melden zich soms ook ouders met samples die ze bij hun kind gevonden hebben. Zij willen achterhalen of hun kind drugs gebruikt. “We testen echter nooit voor ouders,” zegt Charles. “Alleen gebruikers zelf kunnen drugs laten testen. Uiteraard gaan we wel met die ouder in gesprek en verwijzen desgewenst naar andere mogelijkheden.”

Xtc koploper

Dat de testservice inmiddels veel bekendheid heeft en voorziet in een behoefte, blijkt wel uit de cijfers. In 2017 lieten 1.813 consumenten hun drugs testen. In de meeste gevallen werd xtc aangeboden (859 keer), gevolgd door cocaïne (210 keer) en speed (11 keer). Klik hier voor de volledige rapportage over 2017.

Veldonderzoek Nuland

Op verzoek van gemeenten doen preventiewerkers van NK onderzoek naar het gebruik van drugs en/of alcohol in Brabantse gemeenten. Doel is de mate van gebruik in de betreffende gemeente inzichtelijk te maken en op basis daarvan preventieve maatregelen te nemen. Eind vorig jaar trokken netwerkpartners in Nuland bij de gemeente aan de bel met signalen over drugsgebruik. Daarop werd de preventieafdeling gevraag een voorverkenning uit te voeren. Op basis van die verkenning gaat de gemeente met onze organisatie en andere netwerkpartners in gesprek over vervolgstappen.

Een van de onderzoekers is preventiewerker Patrick van Zon. Patrick: “We hebben de verkenning in Nuland uitgevoerd met de zogenaamde RAR-methode, dit staat voor Rapid Assessment and Respons. Begin dit jaar zijn we sleutelfiguren uit het jongerennetwerk gaan interviewen met een vaste vragenlijst. En via hen kregen we ook contact met een aantal jongeren met wie we in gesprek zijn gegaan over drugsgebruik in de gemeente. We waren vooral ongerust over de signalen van gebruik van ketamine. Het gebruik van die drug geeft grote risico’s. Ketamine heeft een groot verslavingspotentieel: er kan in tegenstelling tot andere trippers gemakkelijk psychische afhankelijkheid optreden. Door tolerantie heb je bovendien een steeds hogere dosis nodig. Langdurig ketaminegebruik is daarnaast schadelijk voor blaas en nieren.”

Bij deze voorverkenning in Nuland zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat er sprake is van een extreme situatie. Net als in alle Brabantse steden en dorpen worden ook in Nuland drugs gebruikt. Om daar meer zicht op te krijgen, en met name met betrekking tot ketaminegebruik, zou vervolgonderzoek nodig zijn. Patrick: ”Drugsgebruik is al lang niet meer een exclusief probleem van de grote steden. Ook in plattelandsgemeenten krijgt men te maken met drugsgebruik. Daar vallen de excessen echter eerder op, trekken sleutelfiguren eerder aan de bel. De jongeren die wij tot nu gesproken hebben, doen er geheel ten onrechte vrij laconiek over. Zo kregen we van hen het volgende opvallende advies: “richt je meer op 12- en 13-jarigen, wij zijn toch al naar de kloten”. Dat advies maakt opnieuw duidelijk dat drugsgebruik langzaam maar zeker steeds normaler wordt. Een probleem dat we in de hele regio via het project ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’ willen aanpakken. Klik hier voor het volledige rapport.

Ex-cliënten Kentra24 worden opgeleid tot peersupporter

Onlangs is een pilot gestart waarin preventiewerkers Hanneke van Weert en Patrick van Zon ex-cliënten van Kentra24 opleiden tot peersupporter. De bedoeling is dat de ex-cliënten na een korte opleiding kunnen worden ingezet bij preventieactiviteiten. Zij kunnen dan vanuit hun eigen ervaring in gesprek gaan met en als vraagbaak dienen voor jonge gebruikers.

Afgelopen donderdag is gestart met de eerste twee aspirant-peersupporters. Hanneke en Patrick hebben met hen jongerencentra en ontmoetingsplekken van jongeren bezocht in Oss, Heesch en Uden. Ze hebben de vindplaatsen laten zien en het duo met de doelgroep kennis laten maken. Deze eerste kennismaking is de aspirant peers goed bevallen. De opleiding krijg nu een vervolg met een deskundigheidsbevordering van beide kandidaten. Aansluitend wordt een uitgebreidere kennismaking met de doelgroep gepland, waarbij de aanstaande peersupporters in gesprek gaan met de jongeren. Dan wordt definitief besloten of zij als peersupporter aan de slag kunnen.

Kentra24 aan de slag bij ‘Sterk huis’

Met ingang van 1 oktober heeft Kentra24 twee medewerkers gedetacheerd bij ‘Sterk huis’, een Tilburgse instelling die op vele terreinen hulp biedt. Wilma van den Oetelaar en Eefje Cools zijn voor respectievelijk acht en vier uur gestationeerd in het zogenaamde Fasehuis. Daar worden jongeren tussen 16 en 18 jaar getraind om zelfstandig te kunnen wonen. Wilma: “Veel van de jongeren van het Fasehuis gebruiken drugs. Het formele beleid is dat gebruikende jongeren weg moeten. In de praktijk gebeurt dat vooral bij gebruik van harddrugs; blowen wordt gedoogd als dat de begeleiding niet in de weg staat. Onze taak is divers: we praten met jongeren en begeleiders over hun gebruik, we adviseren en scholen medewerkers in het signaleren van gebruik en dit bespreekbaar maken en we adviseren de leiding over het beleid. Om hier goed invulling aan te geven, zitten we bij de cliëntbespreking en zijn we aanwezig op de afdeling.”

“We zijn nog zoekende naar wat allemaal moet gebeuren”, vervolgt Wilma. “We gaan beginnen met  individuele gesprekken met jongeren en begeleiders. Maar we willen later modules gaan inzetten als terugvalpreventie, cognitieve gedragstraining en sociale vaardigheidstraining, waarmee we in onze kliniek in Sint-Oedenrode werken. Die moeten we dan wel aanpassen, omdat het Fasehuis een andere setting heeft. Overigens hebben niet alle gebruikende jongeren een probleem. We hebben dus ook een preventieve taak om ervoor te zorgen dat dat zo blijft.”

De detachering is een proeftuin, waarin gedaan wordt wat ‘Sterk huis’ op dat moment nodig heeft. Wilma en Eefje zijn zich daarom ook nog aan het oriënteren. Wellicht is het nodig om hun uren uit te breiden. En er wordt bekeken of zij ook op andere afdelingen ingezet moeten of kunnen worden. Doel van het project is uiteindelijk dat leiding en medewerkers van ‘Sterk huis’ zelf met drugsgebruik leren omgaan.

Terugblik Zvw-domein derde kwartaal 2018

In dit overzicht vindt u de actuele ontwikkelingen in het derde kwartaal van 2018 binnen de door de zorgverzekeraars gefinancierde zorg (Zvw-domein), die geleverd wordt door onze Specialistische en BasisGGZ-teams. U kunt lezen over de volgende thema’s:

  • pilot nieuwe richtlijn GHB-behandeling;
  • onderzoek naar gebruik benzodiazepinen;
  • app ‘Alcohol in de hand’ niet meer beschikbaar;
  • GHB-protocol voor hostel en opvang Den Bosch.

 Pilot nieuwe richtlijn GHB-behandeling

Er is binnen NK inmiddels veel ervaring opgedaan met de detoxificatie van GHB-cliënten, waarvoor ook een protocol is ontwikkeld. Een logische vervolgstap is de ontwikkeling van behandelrichtlijnen die na de detox ingezet kunnen worden. Want hoewel cliënten met een GHB-verslaving veel lijken op cliënten met een verslaving aan andere middelen, onderscheiden zij zich daarvan vaak door hun relatief jonge leeftijd en korte verslavingsduur in relatie tot vaak ernstige problematiek en hoge terugval. Met financiering door ZonMw start binnen NK een pilot voor de nieuwe richtlijn. De pilot gaat in november van start in de regio Roosendaal. In oktober zijn de behandelaars uit deze regio getraind.

Hieronder een beknopt overzicht van veelvoorkomende bijkomende problemen en kenmerken van de hulpvraag bij behandeling van cliënten met een GHB-verslaving. De complete richtlijn zal medio 2019 gepresenteerd worden.

Kenmerken bijkomende problematiek:

  • poly-middelengebruik en hoge (kruis)tolerantie voor alcohol en kalmerende middelen;
  • aanwezigheid van angst- en stemmingsklachten (na detoxificatie);
  • aanwezigheid van cognitieve problemen (vooral bij cliënten met coma’s door GHB-gebruik);
  • beperkte/geen zinvolle dagbesteding en/of beperkt/geen steunend (en niet-gebruikend) netwerk;
  • cliënten ervaren ondanks nadelen vooral veel voordelen van GHB.

Kenmerken hulpvraag van de cliënt:

  • vaak gericht op niet meer afhankelijk willen zijn van GHB, maar niet direct een abstinentiewens;
  • overige hulpvragen vaak gericht op angst, stemming en emotieregulatie;
  • vraag om hulp bij praktische zaken als woning, werk en vrijetijdsbesteding;
  • beperkt inzicht ten aanzien van de (langetermijn)effecten van GHB;
  • hoge mate van moedeloosheid, vaak al meerdere behandelingen gestart in het verleden;
  • het vele ‘out gaan’ en bijkomstige vreemde gedrag wordt door naasten en hulpverlening vaak als zeer problematisch ervaren. Cliënten zijn zich hier beperkt van bewust en ervaren out gaan vaak niet als problematisch en zien het soms zelfs als doel.

Onderzoek naar gebruik benzodiazepinen

Veel verslaafden die bij NK in behandeling zijn, gebruiken naast het middel waaraan zij verslaafd zijn ook benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen, ook wel benzo’s genoemd). Vaak worden deze in hoge doseringen en over een langere periode gebruikt, waardoor ook een benzoverslaving is ontstaan. Deze blijft echter vaak onderbelicht in de behandeling, omdat de focus van de behandelaar ligt op de primaire verslaving en de cliënt zelf het gebruik van benzo’s vaak niet als een (belangrijk) probleem ervaart.

Bovendien: als cliënten zelf tijdens de behandeling niet melden dat benzo’s een probleem zijn, pakt de behandelaar het meestal niet op. Een eerste onderzoek leverde op dat een kwart van de cliënten voor aanmelding al benzodiazepinen gebruikt, vaak in grote hoeveelheden en voor lange tijd. Slechts 2,5% van alle cliënten vermeldt benzo’s als hun primaire probleemmiddel. Uit dit eerste onderzoek bleek ook dat cliënten die benzo’s gebruiken, vaak complexere problematiek hebben.

In januari zijn Gerdien de Weert (senior wetenschappelijk medewerker NK) en Victor Buwalda (psychiater en geneesheer-directeur NK) gestart met een serie onderzoeken om meer zicht te krijgen op en meer inzicht in de aard en omvang van dit probleem. Daarnaast is onderzocht of cliënten het gebruik van benzo’s willen aanpakken. Voor dit onderzoek werden interviews afgenomen onder cliënten van de detox. Gevraagd werd of ze benzo’s gebruiken, of ze dat als probleem ervaren en of ze ermee willen stoppen of al stoppogingen hebben ondernomen. Voor de helft van de respondenten is benzogebruik geen probleem: ze beschouwen benzo’s als helpend. De andere helft wil ervanaf en een enkeling vindt zelfs dat artsen deze middelen niet zouden moeten voorschrijven. Zij slagen er wel vaak in te minderen, maar de meerderheid lukt het niet helemaal te stoppen. Overigens worden benzo’s volgens protocol wel voorgeschreven tijdens de detox, om de ontwenningsverschijnselen te dempen. Daarbij wordt het gebruik altijd direct afgebouwd.

Inmiddels zijn de eerste resultaten verwerkt in een artikel dat is aangeboden aan het internationale tijdschrift Addiction Research and Theory. Ook zijn de resultaten besproken in het artsenoverleg van NK, met de nadrukkelijke aanbeveling alerter te zijn op benzogebruik en -verslaving. In november krijgt het onderzoek een vervolg. Dan wordt bekeken wat er op dit moment in de praktijk gebeurt. Tien tot vijftien cliënten worden intensief gevolgd tijdens hun detox met benzo’s. Onderzocht wordt hoe de afbouw van benzo’s verloopt en waarom dit wel of niet lukt binnen de gestelde periode.

App ‘Alcohol in de hand’ niet meer beschikbaar

Een jaar of zes geleden hebben twee medewerkers de app ‘Alcohol in de hand’ ontwikkeld. Deze app was door zowel cliënten als andere mensen met alcoholproblemen te downloaden als hulpmiddel om het gebruik van alcohol te minderen of te stoppen. Inmiddels is deze app niet meer beschikbaar. De app voldeed inhoudelijk en technisch niet meer aan de normen van deze tijd en was niet meer te actualiseren.

Inmiddels is er een nieuw digitaal hulpmiddel bij alcoholproblemen beschikbaar via MindDistrict. Deze app is in tegenstelling tot ‘Alcohol in de hand’ uitsluitend te gebruiken door cliënten van NK. Daarmee is de app ondergebracht bij alle andere online modules die onze organisatie via MindDistrict aanbiedt. De app is daardoor altijd up-to-date. Ook de MindDistrict-app is ontworpen om gedragsverandering zo dicht mogelijk bij de mensen te brengen. Hulp zit letterlijk in de broekzak: gebruikers kunnen de app gebruiken voor registratie, zelfhulp, gesprekken en sociale steun door naasten. De combinatie van al deze onderdelen maakt deze app zo krachtig. De MindDistrict-app bestaat uit de volgende onderdelen:

Het alcoholdagboek

In het dagboek worden alcoholgebruik en de drang om alcohol te drinken bijgehouden, inclusief een  beschrijving van de situatie. Dit geeft inzicht in het alcoholgebruik en de triggers.

Zelfhulp: je probleem in kaart

De zelfhulpmodule brengt problemen en klachten in beeld, geeft inzicht in de eigen copingstijl en probleemoplossende vaardigheden en vergoot de motivatie om te stoppen of te minderen.

Sociale steun

Naasten kunnen worden betrokken bij behandeling en herstel; via de social support functie kunnen cliënten de mensen die hen steunen uitnodigen en met hen delen waar ze aan werken. Zo staan ze er niet alleen voor.

GHB-protocol voor hostel en opvang Den Bosch

Op verzoek van medewerkers van het hostel en de nachtopvang in Den Bosch is een GHB-protocol opgesteld. Opname van GHB-gebruikers in opvangvoorzieningen was een probleem; gebruik van GHB was in tegenstelling tot andere drugs niet toegestaan, omdat er meerdere negatieve ervaringen waren in de vorm van overdoseringen en grensoverschrijdend gedrag. Omdat daardoor de groep GHB-gebruikende daklozen buiten de boot dreigde te vallen, is het bestaande protocol geactualiseerd voor de nachtopvang en het hostel in Den Bosch.

Het nieuwe protocol is vanuit verschillende invalshoeken opgesteld. Uitgangspunt is dat de cliënt zelf  verantwoordelijkheid draagt voor zijn middelengebruik, dus ook GHB, en dat middel kan gebruiken binnen de grenzen van de huisregels van de voorziening. In principe gelden dezelfde afspraken voor alle middelen en is er voor GHB extra aandacht.

Het protocol is een handleiding voor het personeel van het hostel en de nachtopvang over hoe ze om moeten gaan met deze specifieke gebruikersgroep. Met het protocol is plaatsing voor onderdak mogelijk geworden en zijn de verantwoordelijkheden duidelijk beschreven. Aan de invoering van het protocol is een GHB-training voor medewerkers gekoppeld, die inmiddels bij het hostel is gegeven. Voor andere woon- en opvangvoorzieningen worden deze trainingen ook gepland.

Terugblik Herstelondersteunende zorg derde kwartaal 2018

Ook in het derde kwartaal van 2018 zijn weer een aantal stappen gezet op het gebied van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid (zie kader onderaan artikel). Ervaringswerkers ontwikkelen hun kwaliteiten en hulp van ervaringswerkers is op steeds meer plaatsen beschikbaar. In dit overzicht aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • ontwikkeling herstelondersteunende zorg bij ggz-instelling Vincent van Gogh;
  • team Herstelondersteunende zorg gaat stagiaires en BBL’ers opleiden;
  • voorlichting over herstelondersteunende zorg aan alle teams;
  • samenwerking team Herstelondersteunende zorg en Nei Skoen (Helmond);
  • voorstel voor opzetten van participatie/herstelhuis;
  • samenwerking proeftuin Ruwaard in Oss.

Ontwikkeling herstelondersteunende zorg bij ggz-instelling Vincent van Gogh

Na een succesvolle voorlichting door onze ervaringsdeskundigen bij Reclassering Nederland, was ggz-instelling Vincent van Gogh zeer enthousiast. Zij hebben hulp gevraagd aan het team Herstelondersteunende zorg van NK bij het breder inzetten van vrijwilligers met ervaringsdeskundigheid. De voorlichting had overigens meer positieve gevolgen: binnen onze eigen VR wordt eveneens een project gestart voor het breder inzetten van ervaringswerkers. Bekeken wordt  wat daar voor nodig is, zoals een training van ervaringswerkers om cliënten te kunnen begeleiden binnen een justitieel kader.

Team Herstelondersteunende zorg gaat stagiaires en BBL’ers begeleiden

Het team Herstelondersteunende zorg heeft onlangs overleg gevoerd met de afdeling Opleidingen. Een van onze ervaringsdeskundigen gaat een coördinerende functie vervullen voor stagiaires en BBL’ers (beroepsbegeleidende leerweg) van de mbo-opleiding Specifieke doelgroepen met ervaringsdeskundigheid. Dit zal de drempel voor ervaringsdeskundigen in opleiding verder verlagen.

Voorlichting over herstelondersteunende zorg aan alle teams

Het team Herstelondersteunende zorg is momenteel bezig met voorlichting geven aan alle teams binnen NK over herstel, herstelondersteuning en de inzet van ervaringsdeskundigheid. We zien daarbij steeds vaker positieve reacties; het draagvlak voor het inzetten van deze waardevolle bron van kennis en zorg neemt steeds verder toe. In de toekomst zullen de teams ook een meer diepgaande training krijgen.

Samenwerking team Herstelondersteunende zorg en Nei Skoen (Helmond)

Nei Skoen is een huis in Helmond waar activiteiten vanuit de wijk plaatsvinden, met als kern ervaringsdeskundigheid. Voorbeelden van deze activiteiten zijn zelfhulpgroepen, maaltijden voor minderbedeelden, muziekavonden, creatieve activiteiten, enzovoorts. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een ‘bottom up’-benadering: initiatieven komen niet van bovenaf, maar vanuit de doelgroep zelf. Afgesproken is dat Nei Skoen in Helmond en HOZ “vrienden” worden. NK zal als vriend burgers uit Helmond verwijzen naar Nei Skoen. Daarnaast opent dit netwerk deuren voor mogelijke samenwerking bij bijvoorbeeld coachingsgroepen.

Opzetten van participatie/herstelhuis

Samen met Samen Sterk Zonder Stigma, Herstelbeweging Nederland en ervaringsplatform Nex2Next hebben we een voorstel ontwikkeld voor het opzetten van een participatie/herstelhuis. In dit huis kunnen mensen met een verslaving en andere problemen tijdelijk opgevangen worden (bijvoorbeeld bij een crisis of als er sprake is van verward gedrag), ter overbrugging tussen de acute behoefte en het inzetten van zorg of beschermd wonen. De tijdelijke bewoners wordt niets uit handen genomen, maar zij worden meteen gestimuleerd om zelf hun doelen te formuleren en hieraan te gaan werken, met steun van ervaringsdeskundigen en professionele hulpverleners op consultbasis. Het huis zal worden beheerd door ervaringsdeskundigen. Het voorstel is ingediend voor de Herstelaward bij Verslavingskunde Nederland en voor de GGZ herstelspecial van de VGZ, met als doel subsidie te verkrijgen voor het uitwerken van het plan. Inmiddels is bekend geworden dat we de GGZ herstelspecial hebben gewonnen! Na een pitch bij de uitreiking van de prijs, wordt het exacte bedrag bekend gemaakt.

Samenwerking proeftuin Ruwaard in Oss

In de Ruwaard, een wijk in de gemeente Oss, bedenken wijkbewoners en organisaties samen oplossingen waarbij mensen meer voor zichzelf en voor elkaar kunnen gaan doen. Zo kunnen meer mensen sneller, en buiten de formele paden om, geholpen worden met wat op dat moment nodig is. Een van onze ervaringswerkers is inmiddels aangesloten bij proeftuin Ruwaard en neemt deel aan besprekingen over hoe de hulp aan cliënten ingezet wordt. Een (betaalde) ervaringsdeskundige gaat aan de slag met de individuele begeleiding van cliënten.

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

Cijfers herstelondersteunende zorg derde kwartaal 

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Breda/Roosendaal 116
Bergen op Zoom 76
Tilburg 115
Den Bosch/Oss 205
Eindhoven/Helmond 174

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal groep 1 8
Roosendaal groep 2 9
Roosendaal naastengroep 1 2
Roosendaal naastengroep 2 2
Breda groep 1 10
Breda groep 2 10
Breda avondgroep 10
Bergen op Zoom 4
Tilburg 9
Den Bosch 10
Den Bosch ouderengroep 6
Eindhoven 8
Oss 2

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 8
Bergen op Zoom 6
Tilburg 8
Den Bosch 17
Eindhoven 10

 Aantal herstelmedewerkers herstelpunten

Regio Aantal medewerkers
Vught 6
Eindhoven 6

Aantal herstelmedewerkers afdelingen

Afdeling Aantal medewerkers
BOPZ Vught 0

 Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 2
Bergen op Zoom 2
Tilburg 1
Den Bosch 2
Eindhoven 3
Vught 2
Sint-Oedenrode 3

 Totaal aantal herstelmedewerkers per regio

Functie Aantal medewerkers
Roosendaal 2
Bergen op Zoom 3
Breda 5
Tilburg 5
Vught 7
Den Bosch 5
Oss  2
Eindhoven/Helmond 9
Sint-Oedenrode 3

Totaal aantal herstelmedewerkers per project

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 20
Unity 27
Cliëntenraad 6
Herstelpunten 12

 

Terugblik Justitieel domein derde kwartaal 2018

Cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. In deze terugblik op het derde kwartaal van 2018 aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • doorontwikkeling gedragsinterventie Alcohol en geweld;
  • groepsmodule ‘Weet wat je kan’;
  • grootschalige interne audit VR;
  • VR gaat samenwerking in sociaal domein intensiveren.

Doorontwikkeling gedragsinterventie ‘Alcohol en geweld’

Al geruime tijd voeren gecertificeerde gedragstrainers van onze Verslavingsreclassering de gedragsinterventie ‘Alcohol en geweld’ uit. Deze interventie kan als straf opgelegd worden door de rechter, maar cliënten onder toezicht van de VR kunnen hiervoor ook een aanwijzing krijgen. Alle deelnemers hebben onder invloed van alcohol geweldsdelicten, vaak uitgaansgeweld, gepleegd. De interventie heeft als doel de relatie tussen alcoholgebruik, of liever misbruik, bespreekbaar en inzichtelijk te maken om zo recidive in deze delicten te voorkomen. Deze training bestaat uit drie individuele gesprekken en negen groepsbijeenkomsten.

Deze interventie is een belangrijk instrument voor de 3RO (Verslavingsreclassering, Reclassering Nederland en de reclassering van Leger des Heils) om criminaliteit en recidive te voorkomen. Om goedkeuring voor deze interventie door de Erkenningscommissie Justitiële Interventies te behouden, wordt onderzoek gedaan. Op basis van de uitkomsten van dat onderzoek wordt de interventie verder ontwikkeld. Aandachtspunten bij die doorontwikkeling zijn onder andere minder verbale aanpak, meer gericht op het aanleren van vaardigheden en een betere afstemming op de doelgroep jongvolwassenen. Er is een onderzoeksteam samengesteld met vertegenwoordigers van SVG, IVO, Tactus, Het zwarte gat en Nispa.

Groepsmodule ‘Weet wat je kan!’

Sinds juni is de Forensisch Klinische Zorg gestart met een nieuwe groepsmodule, namelijk ‘Weet wat je kan’. Deze module is ontwikkeld door het landelijke programma KFZ (Kwaliteit Forensische Zorg) en is speciaal ontwikkeld voor forensische cliënten met LVB-problematiek. In de module worden psycho-educatie, zelfacceptatie en praktische handvatten gecombineerd. De pilot is inmiddels afgerond en zowel de cliënten als het team zijn erg enthousiast. De module lijkt zijn vruchten al af te werpen. De module is erg toegankelijk, zonder moeilijk vakjargon of ellenlange teksten. Korte stukjes tekst worden afgewisseld met kleine invulopdrachten en filmpjes, waardoor de module erg afwisselend is. Cliënten geven aan er veel aan te hebben, voorbeelden herkenbaar te vinden en ze noemen de groep zelfs ‘leuk’!

Op dit moment zijn we bezig om alle collega’s van zowel de FKZ als de ambulante tak van de FVZ op te leiden, zodat ‘Weet wat je kan’ straks aan alle cliënten binnen de forensische doelgroep aangeboden kan worden. Inmiddels is er ook belangstelling voor de module bij de afdeling LVB. “Maar eigenlijk is het een module die organisatiebreed uitgezet zou moeten worden”, zegt Evelien Tulp, die de trainingen voor de forensische collega’s verzorgt. “Veel afdelingen hebben te maken met cliënten met LVB-problematiek. Binnenkort bespreken we hoe we die verbreding in gang kunnen zetten.”

Grootschalige interne audit VR

Met het uitvoeren van audits wil de Verslavingsreclassering van NK regelmatig uitgebreid toetsen of de kwaliteit van onze werksoort en hoe die georganiseerd is, voldoet aan de normen. Die audits gebeuren vaak extern, bijvoorbeeld in het kader van HKZ-R, dat staat voor duurzame kwaliteitsverbetering in zorg en welzijn. Daarnaast toetsen de externe auditoren van 3RO of de verschillende producten van de reclassering aan de kwaliteitsstandaarden van het Handboek Reclassering 3RO voldoen.

Onze VR heeft een team Kwaliteit en Beleid, dat sinds 2017 ook interne audits uitvoert op teamniveau. Daarbij richt het team zich op speerpunten die voortkomen uit de kaderbrief en het jaarplan van de SVG, de kaderbrief van NK en de programmalijn Koers en Kansen van het Ministerie van veiligheid en justitie. Door het uitvoeren van deze interne audits wordt duidelijk waar de vier teams op gebied van kwaliteit en beleid staan, en wat er nog moet gebeuren. In september is het team van Breda geaudit, de overige drie teams worden de komende maanden geaudit. In december wordt deze interne audit afgerond. Dan worden de uitkomsten aan de teams aangeboden, waarna de teams met de conclusies aan de slag gaan. Hierdoor wordt beleid niet van bovenaf opgelegd, maar integraal aangeboden en uitgevoerd. Op deze manier stimuleren we deskundigheid en professionaliteit, waarbij we direct aansluiting hebben bij landelijke ontwikkelingen.

VR gaat samenwerking in sociaal domein intensiveren

Op dinsdag 2 oktober heeft dr. Jacqueline Bosker, lector Werken in Justitieel Kader bij de Hogeschool Utrecht, in Vught een workshop verzorgd over de nieuwe ontwikkelingen op het forensisch gebied.

Jacqueline is met zo’n dertig medewerkers van de Forensische Verslavingszorg en de Verslavingsreclassering in gesprek gegaan over de gevolgen van de samenwerking in het sociaal domein. Daarbij was er uitgebreid aandacht voor drie veranderlijnen uit het programma Koers en Kansen van het ministerie: levensloop centraal, veilig dichtbij en vakmanschap. Bij dat laatste thema  is stil gestaan bij de zeven competenties die volgens het kennisinstituut Movisie nodig zijn voor de forensisch-sociale professional. Deze zijn:

  1. Is vasthoudend in het nastreven van een effectieve werkalliantie met een cliënt die gedwongen is een maatregel of vorm van behandeling of begeleiding te accepteren.
  2. Combineert het beheersen van risicovol gedrag met het ondersteunen van gedragsverandering, en treedt hierin zelfstandig en weloverwogen op.
  3. Is in samenwerking met (netwerk)partners sturend en richtinggevend wanneer het juridisch kader daartoe aanleiding geeft.
  4. Legt verantwoording af aan de cliënt, de samenleving en de rechtstaat.
  5. Komt binnen het gedwongen kader zoveel mogelijk tegemoet aan de zelfbeschikking van een cliënt.
  6. Blijft mentaal stabiel handelen, vooral tijdens spanningsvolle situaties.
  7. Handelt op basis van gedeelde normen, ethische standaarden en gezamenlijke professionele verantwoordelijkheid.

De VR en FVZ van Novadic-Kentron hebben een goede inhoudelijke slag kunnen maken die de medewerkers als professional meer handvatten geeft om vanuit de eigen opdracht en expertise de samenwerking met het sociale domein uit te kunnen bouwen.

Terugblik Governance derde kwartaal 2018

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. En ook op de wijze waarop we intern en extern in gesprek gaan en verantwoording afleggen over ons handelen, onze ambities en activiteiten, onze leerpunten en kwetsbaarheden, en onze behaalde resultaten. Hierbij zijn de cliëntresultaten, de ervaren herstelondersteuning en onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend. In dit artikel een overzicht van de governance-ontwikkelingen in het derde kwartaal van 2018:

  • veranderingen in het management;
  • dialoog over nieuwe visie en ambitie;
  • update samengaan Zorg van de Zaak;
  • Cliëntenraad: vergroten digitale mogelijkheden cliënten en verbeterpunten Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen;
  • Ondernemingsraad: jaarrekening 2017.

Veranderingen in het management 

In relatief korte tijd hebben om verschillende redenen drie MT-leden, te weten Ellen Rutgers (manager Gemeentelijke zorg en jeugd), Gisela Reefman (manager Justitieel domein) en bestuurssecretaris Inge Kruit onze organisatie verlaten. Inmiddels is al een nieuwe manager aangetrokken voor het domein Gemeentelijke zorg en jeugd. Die functie zal ingevuld worden door Marjan Pols. Marjan heeft sinds 1990 ruime ervaring opgedaan in het werken in de dienstverlening en het sociaal domein (Wmo, jeugd, participatie, sport). Zij heeft onder andere in Den Bosch, Tilburg en Eindhoven zowel als ambtenaar (programma- en lijnmanager) als extern ingehuurde adviseur/manager beleidsmatig en uitvoerend werk gedaan.

De veranderingen in het management zijn aanleiding om de aansturing van NK tegen het licht te houden. Op basis van de uitkomsten van die evaluatie worden afgewogen keuzes gemaakt over de (her)inrichting van het management. 

Dialoog over nieuwe visie en ambitie 

Begin oktober is binnen NK het ambitiedocument NK 2019-2020-2021 in de organisatie gedeeld. Thema van dit ambitiedocument is Nu Kwaliteit 2.0. In het document worden, op een groot aantal gebieden, een aantal doelen voorgesteld waaraan de komende jaren gewerkt kan worden om de kwaliteit van ons aanbod en de deskundigheid van onze medewerkers verder te vergroten. Alle medewerkers zijn uitgenodigd om kennis te nemen van deze kwaliteitsambitie en de vertaalslag naar het eigen werk te maken. Het ambitiedocument geeft alleen de bredere kaders, de invulling ervan vindt grotendeels binnen de teams plaats. Als de ambities verder zijn uitgewerkt, zullen deze ook extern worden gecommuniceerd.

Update samengaan Zorg van de Zaak 

Anderhalf jaar geleden is NK zoals bekend gestart met het traject naar de mogelijke aanhaking van onze organisatie bij het netwerk van Zorg van de Zaak. Dat is begonnen met een zogeheten due diligence onderzoek. Op basis van dat onderzoek konden we verder in gesprek met elkaar, en is uitgebreid gesproken over wederzijdse voorwaarden. NK moest zwarte cijfers laten zien, wat inmiddels al een aantal maanden het geval is, duidelijkheid hebben over de claim van de zorgverzekeraars (die er inmiddels is) en de vastgoedsituatie op orde hebben: dat traject is aardig gevorderd, maar loopt nog. Zorg van de Zaak moest gaan voor een volledige overname, aansluiten bij de visie van NK en zorgen voor investeringskapitaal.

Op basis van voorgaande is gewerkt aan conceptcontracten. Daarover is de afgelopen periode intensief overleg geweest met Zorg van de Zaak. Inmiddels zijn er conceptcontracten en wordt inhoudelijk gesproken over welke Nieuwe Kansen er ontstaan door samengaan van onze organisatie. Concreet wordt gesproken over het jaarplan NK 2019 en welke eventuele extra ondersteuning nodig en mogelijk is. Als dat interne traject positief verloopt, wordt het contract definitief gemaakt en voorgelegd aan de Cliëntenraad, de Ondernemingsraad, de Raad van Toezicht en externe partijen voor akkoord op het voorgenomen samengaan.

Cliëntenraad 

Nadat eerder dit jaar toestemming was verkregen voor het plaatsen van een cliënten-pc bij de MHU in Tilburg, bleek dit kwartaal dat de plaatsing nog niet was geëffectueerd. Opnieuw is aangedrongen op plaatsing en dat blijkt inmiddels ook daadwerkelijk gebeurd te zijn. Ook in Bergen op Zoom bleken er problemen te zijn rondom de digitale mogelijkheden voor cliënten. Hier blijkt door het plaatsen van een nieuwe router het probleem (deels) opgelost te zijn.

Begin september heeft in de Tweede Kamer een eerste bespreking plaatsgevonden over de aangepaste WMCZ 2018 (Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018). De beschikbare tijd bleek onvoldoende om de besprekingen af te ronden. De bespreking zou dit najaar worden voortgezet. De cliëntenorganisaties hebben verbetervoorstellen ingebracht om de positie van de Cliëntenraden te versterken. Tegelijkertijd hebben de brancheorganisaties stevige kritiek geuit op de WMCZ 2018. Ook zij hebben daarom voorstellen ingebracht. Een van die voorstellen betreft het behouden van het verzwaard adviesrecht voor cliëntenraden in plaats van het toekennen van instemmingsrecht.

Ondernemingsraad 

In het derde kwartaal heeft de OR onder meer kennis genomen van de Jaarrekening 2017. Deze belangrijke financiële rapportages en de maandelijkse financiële rapportages laten voorzichtige groei en herstel zien. Aangegeven is dat er binnen NK weer wat ruimte ontstaat voor ontwikkeling en innovatie, wat de kwaliteit en medewerkerstevredenheid ten goede komt. De OR laat zich goed informeren en heeft naast het overleg met de bestuurder ook regelmatig overleg met de concern controller over de financiële cijfers.

Blog #6 Walther Tibosch: de juiste vragen stellen

De eigen kracht van ‘de burger’ wordt meer en meer aangesproken om mee te kunnen doen in Nederland. Een heel goed uitgangsprincipe, waarbij we wel moeten erkennen dat er niet zoiets bestaat als ‘dé burger’ of ‘de gemiddelde burger’. In veruit de meeste situaties kunnen burgers zich uitstekend redden en op een plezierige wijze meedoen in de samenleving. Heel veel mensen willen graag een bijdrage leveren aan de samenleving en denken na over het toevoegen van waarde aan het eigen leven (bewuster leven) of het leven van een ander (bijvoorbeeld mantelzorg). Maar op sommige momenten kan een burger voor korte of langere tijd heel kwetsbaar zijn of worden, en is deelnemen aan de samenleving niet meer vanzelfsprekend.

Juist dan is het belangrijk dat er zo veel mogelijk opties open blijven om mee te kunnen blijven doen. Dat de eigen kracht wordt gesteund en gestut en, als dat onvoldoende blijkt te zijn, dat er tijdelijk of langdurig passende ondersteuning wordt geboden.

In een innovatief project in de gemeente Oss (proeftuin Ruwaard) worden, wanneer het meedoen in het geding is, drie vragen gesteld: “Wat wil je bereiken?”, “Wat kun je zelf of met je naasten realiseren?” en “Waarbij heb je ondersteuning nodig?” Ik denk dat normaal gesproken iedereen het liefste gewoon mee kan doen zonder dat deze vragen worden gesteld. Maar is dat wél nodig, en het antwoord op die vragen leidt naar (betaalde) zorg of (betaalde) ondersteuning, dan moet professionele beoordeling plaatsvinden of de vraag en het doel reëel zijn en ook bijdraagt aan perspectief: weer mee kunnen doen.

Als aan die voorwaarden is voldaan, dan moeten we alle drempels wegnemen en moeten we, indien nodig, de zorg over muren en structuren heen organiseren. Als niet aan die voorwaarden is voldaan, is een goed en open gesprek nodig om (eigen) verantwoordelijkheden te duiden, grenzen aan te geven, wederzijdse verwachtingen aan te scherpen en inzicht te geven in het vervolg. In uiterste gevallen is juist niet ondersteunen of behandelen, of stoppen met ondersteuning of behandeling, ook een ingreep om de eigen kracht aan te boren en te versterken.

Binnen NK stimuleren we onze medewerkers om een open, positieve en professionele houding aan te nemen bij het stellen van deze vragen. Met onze kennis en kunde als basis luisteren en kijken we goed naar onze cliënten, en waar dat nodig is bieden we adequaat en zo snel mogelijk ondersteuning of behandeling, zodat we bijdragen aan het mee blijven doen of weer mee gaan doen! Maar ook onze samenwerkingspartners zijn onmisbaar om dit te kunnen doen. Dus laten we samen verantwoordelijkheid nemen en over muren en structuren heen denken en handelen. In nieuwe netwerken, met nieuwe bewezen methodes, zodat de eigen kracht niet wordt gefrustreerd maar juist blijvend wordt gestimuleerd.

Voorwoord kwartaalbericht tweede kwartaal 2018: kwetsbaarheid en kracht

We noemen de doelgroep van de ggz en de verslavingszorg vaak ‘kwetsbaar’. Dat is al een hele verbetering ten aanzien van stigmatiserende termen die van oudsher gebruikt werden om mensen met complexe problemen te omschrijven, zoals ‘probleemjongeren’ of ‘junks’. Met de term ‘kwetsbaarheid’ nemen we afstand van associaties zoals eigen schuld, maar geven we aan dat iemand risico loopt om (meer) problemen te ontwikkelen op het gebied van gezondheid, relaties, wonen, werk, financiën, enzovoorts. ‘Kwetsbaar’ impliceert dat iemand hulp en bescherming nodig heeft. Het is een begrip dat prima past bij de reden waarom veel mensen in de zorg werken: andere mensen willen helpen. Maar het woord ‘kwetsbaarheid’ heeft ook een gevaarlijk kantje en kan op een subtielere manier net zo goed stigmatiserend werken.

Wie een persoon ziet als kwetsbaar, als iemand die het alleen nooit redt, als iemand bij wie het élk moment mis kan gaan, creëert ook verwachtingen. Als goedbedoelende hulpverlener, maar ook als ouder, leraar of werkgever, kun je op die manier mensen juist tegenhouden in hun ontwikkeling, door onbewust of bewust minder van hen te verwachten, op een minder positieve manier met hen om te gaan en dingen van hen over te nemen.

Natuurlijk zijn er mensen die bepaalde dingen (nu nog) niet kunnen. En die onze hulp en onze ondersteuning heel hard nodig hebben. Maar goede hulpverleners kunnen ook inschatten wanneer ze juist een stapje terug moeten doen. De herstelondersteunende visie is daarbij een goede leidraad: ga uit van de eigen kracht en van de eigen doelen van de cliënt. Wat willen onze cliënten bereiken? Kun jij écht voor hen bepalen of dat haalbaar is of niet? Kunnen we in plaats daarvan nadenken over hoe we cliënten kunnen ondersteunen en helpen zo dicht mogelijk bij hun doelen te komen? Hun krachten en talenten helpen ontwikkelen zodat zij weerbaarder worden?

In deze nieuwsbrief vindt u, naast overzichten op het afgelopen kwartaal, verschillende artikelen over hoe kwetsbaarheid wordt omgezet in kracht. Over schematherapie, waarbij cliënten zich op hun kwetsbaarst tonen maar tegelijk op hun krachtigst, door de hulpverlener te laten zien wat ze voor iedereen verborgen hielden. Over het weerbaar maken van jonge cliënten op het gebied van seksualiteit en zwangerschap. Over het sterker maken van kinderen van verslaafde ouders. En over Re-Cover, de pop- en rockband van ex-cliënten: misschien nog wel het sprekendste voorbeeld van mensen die hun eigen krachten ontdekken en hun talenten ontplooien!

Laten we samen blijven kijken hoe we kwetsbaarheden om kunnen bouwen tot Nieuwe Kansen!

Walther Tibosch
Bestuurder Novadic-Kentron

Kinderen van ouders met psychische problemen of een verslaving: “Mama doet zo gek”

Een kind van wie de vader of moeder een psychische aandoening of verslaving heeft, heeft vaak geen onbezorgde jeugd. Niet voor niets vroeg kinderombudsman Margrite Kalverboer onlangs meer aandacht voor deze kinderen: een op de drie van hen ontwikkelt later zelf problemen. Om dit te voorkomen, kan het helpen om deel te nemen aan een KOPP/KOV-groep (Kinderen van ouders met psychische problemen of een verslaving). Daar ervaren ze dat ook andere kinderen zich soms kunnen schamen, boos zijn, teleurgesteld of verdrietig zijn over de situatie thuis. Daar zien ze dat ze niet alleen zijn en leren ze woorden te geven aan hun emoties. Welk effect heeft het op je kindertijd als je ouders psychisch ziek zijn of verslaafd? “Kinderen denken vaak dat het aan hen ligt: ‘Als ik maar lief genoeg ben, wil mama wel blijven leven.’ ”

Boosheid, verdriet en onmacht

Saskia Noach en Yvonne Rühl zijn preventiewerker bij Novadic-Kentron en begeleiden KOPP/KOV-groepen. Saskia: “We hebben groepen voor verschillende leeftijden, in samenwerking met de GGZ. De problemen zijn bij elke leeftijdsgroep anders, maar we zien vooral veel overeenkomsten: boosheid, verdriet, onmacht. Bij pubers zien we vaak teleurstelling, en het besef dat ze nooit de ouders zullen hebben die ze zich gewenst hadden.”

Anke van Ettinger, gezinsbegeleider bij de GGzE, geeft samen met Saskia de KOPP/KOV-groepen in de regio Eindhoven. Anke: “Bij kinderen van verslaafde ouders zie je iets vaker dat ze het gevoel hebben dat ze niet belangrijk zijn. Want papa of mama kiest voor de drank of drugs, en niet voor hen. Maar de overeenkomsten tussen de groepen zijn veel groter. Ze realiseren zich dat het thuis anders gaat dan bij andere kinderen. Dat begint al heel jong, zelfs al weten ze nog niet goed hoe dat komt: ‘Mama is altijd moe’, zeggen ze bij een depressieve moeder, of ‘papa is vaak boos’. En beide groepen hebben te maken met onvoorspelbare situaties en angst.”

Door het lint

Yvonne: “Kinderen kunnen zich zó schamen. ‘Mama doet zo gek’, zeggen ze dan. Nou zegt elk kind dat wel eens – zo vinden veel kinderen het gênant om uitgebreid geknuffeld worden als je moeder je afzet op school – maar hier gaat het vaak om extremer gedrag, een moeder die door het lint gaat als een vriendinnetje komt spelen bijvoorbeeld.”

Anke: “Kinderen hebben sterk de neiging om te denken dat zij het gedrag van hun ouders veroorzaken. Voor een deel geeft dat ook een gevoel van controle. Als het aan jou ligt, kun je er misschien wat aan doen. ‘Als ik maar lief genoeg ben, wil mama wel blijven leven.’ Maar andersom denken ze ook dat woedeaanvallen het gevolg zijn van ‘stout’ gedrag. De reactie is vaak dat ze zich heel erg gaan aanpassen.”

Te volwassen

Saskia: “Je ziet bij deze kinderen vaak verwarring over hun eigen gevoelens. Wat willen en voelen ze nu eigenlijk zelf? Ze weten dat hun ouders het moeilijk hebben, en wat je vaak ziet is dat ze de ouderrol dan overnemen. Dat kan gaan om taken, zoals koken of de zorg voor kleinere broertjes of zusjes, maar ook om ondersteuning en bijvoorbeeld het aanspreken op ongewenst gedrag. Deze kinderen tonen te volwassen gedrag.”

Yvonne: “Dat geeft hen ook controle, houvast. Er was een kind in mijn groep dat zei: ‘Mijn moeder is opgenomen, nou kan ik fijn de keuken opnieuw inrichten, helemaal zoals ik het wil.’ Je moet zo’n kind niet afvallen, niet zeggen dat dat niet mag. Voor een kind kan dat een manier zijn om met die onbekende situatie van een opname om te gaan.”

Saskia: “We kijken wel: wat kun je blijven doen voor je vader of moeder en wat hoort echt bij hen? Het weer op zich nemen van verantwoordelijkheden kan ook deel zijn van het herstel van de ouder.”

Op slot

Yvonne: “Bij kinderen zie je verschillende reacties: sommige kinderen uiten zich sterk naar buiten, bijvoorbeeld door veel aandacht te vragen, maar anderen praten er liever helemaal niet over. Ze gaan op slot, ze voelen niks meer. Het is hun reactie op een onveilige en onvoorspelbare omgeving. Dat hoeft niet per se tot psychische problemen te leiden. Als de omgeving weer stabiel en rustig wordt, bijvoorbeeld omdat de ouder goede hulp krijgt, verdwijnt het gedrag ook. Maar je ziet ook kinderen over wie je je zorgen maakt. Dan moet je juist op die leeftijd al proberen om de situatie te verbeteren, daar waar dat haalbaar is.”

Stoelen die door de kamer vliegen

Anke: “We proberen in de eerste plaats kinderen te laten beseffen dat het niet hun schuld is. We proberen hen te leren om makkelijker woorden te geven aan wat ze voelen, en om beter te begrijpen wat er gebeurt. Doel is dan niet meer begrip voor de ouder te hebben, maar te beseffen dat het niet hun schuld is. Als papa zijn medicijnen niet inneemt, kunnen we uitleggen hoe zijn aandoening werkt, waaróm hij dat niet doet, en dat dat niet komt doordat hij jou niet lief vindt. En daarnaast is de herkenning van leeftijdsgenootjes ook heel belangrijk, al moeten we dat soms wel in een kader plaatsen. Een kind in mijn groep zei dat bij hen thuis de stoelen door de kamer vlogen toen de ouder een woede-uitbarsting had. Waarop een ander reageerde: ‘Oh maar dat is normaal, dat gebeurt bij ons ook’. We leggen dan uit dat het heel fijn is dat ze elkaar begrijpen, maar dat dát niet normaal is.”

Extra aandacht

Saskia: “We moeten niet vergeten dat het vaak ook goed gaat met kinderen van ouders die problemen hebben. Maar ook voor deze kinderen is de KOPP/KOV-groep fijn: de groepen kunnen ook die kinderen meer begrip, erkenning en handvatten geven. Het is geweldig als ouders zichzelf kunnen overstijgen en kunnen zeggen: ‘Het zal wel loslopen met mijn kind, maar ik wil toch die extra aandacht geven’. Elk kind dat last heeft thuis van de problemen van een ouder – of die ouder nu wel of geen diagnose of een hulptraject heeft – is welkom bij ons! 

Angst voor uithuisplaatsing

Anke: “Het is voor mensen in de omgeving vaak moeilijk om signalen bij kinderen te herkennen, ook omdat ze zich soms juist erg aangepast gedragen, op school de ideale leerling zijn om zo niet nog meer problemen te krijgen. Maar als een leerkracht wel kennis heeft van de thuissituatie, geef dat kind dan een beetje extra aandacht. In de meeste gevallen is het echter de hulpverlener van de ouder die de beste ingang heeft. Je zou denken dat de vraag ‘hoe is het met je kinderen’ vanzelfsprekend is, maar dat is helaas nog niet zo.” 

Saskia: “En nog een tip voor mensen in de directe omgeving van zo’n kind: wees niet te confronterend. Vraag niet: ‘Hoe gaat het nu met je moeder? Kan ik je helpen?’. Vooral jonge kinderen zijn heel bang dat ze uit huis worden geplaatst: wie moet er dan voor papa of mama zorgen? Zij vinden het heel bedreigend om toe te geven dat hun ouders grote problemen hebben. Vraag dus liever iets als: ‘Hoe was je weekend, heb je nog iets leuks gedaan?’ Het is fijn als een kind wat extra aandacht krijgt, als dat kind zelf eens centraal staat.”

Kind aanmelden?

Kent u een kind dat baat kan hebben bij steun van leeftijdsgenootjes en deskundige begeleiders? Neem contact met ons op via preventie@novadic-kentron.nl!

Re-Cover: ex-cliënten NK maken professionele rockmuziek

De leden van de band Re-Cover hebben niet alleen hun passie voor muziek gemeen. Naast hun muzikale talent delen ze ook hun ervaring als ex-cliënt van NK. De band begon ooit als The Stoneds, later werd het de NK-band, met veel wisselingen en een beperkt repertoire. Maar inmiddels heeft Re-Cover een vaste bezetting, wordt er elke week gerepeteerd, is het repertoire uitgebreid en wordt de band gevraagd voor optredens in het hele land, zoals onlangs in het stadion van FC Twente. Muziek als strategie om het herstel van verslaving door te zetten! Op 16 oktober is het volgende landelijke optreden gepland: dan speelt Re-Cover in Amersfoort tijdens de landelijke dag van Verslavingskunde Nederland. Lees hier het verhaal van een heel bijzondere band!

Hoe het begon: de Will Hawkins Foundation

Eerst terug naar het begin. We praten daarover met Cor Verbrugge, wetenschappelijk medewerker bij NK en bestuurslid van de Will Hawkins Foundation (WHF), de stichting die Re-Cover financieel ondersteunt. Cor is vanaf het begin de initiator van de band en fungeert nu als een soort roadmanager. Cor: “Het begon allemaal met The Stoneds: een band van verslaafde gebruikers die geformeerd werd rond gitarist Willie Haerkens, die in het regionale muziekcircuit bekend stond als Will Hawkins. Deel uitmaken van The Stoneds gaf alle leden weer perspectief, zingeving en discipline. Samen met NK werkte de band aan ‘Hoed je voor drugs’, een muzikaal en interactief voorlichtings-programma waarmee The Stoneds langs scholen toerde. Het werd Willy’s missie om met muziek scholieren voor te lichten over de gevaren van drugs. Op 6 januari 2009 overleed Willy onverwacht aan een longontsteking. Ter nagedachtenis aan Willy Haerkens werd de ‘Will Hawkins Foundation’ (WHF) opgericht. De WHF had als doel op muzikale en creatieve wijze de beeldvorming rondom verslaving positief te beïnvloeden. (Ex-)cliënten zetten hun muzikale talenten in om iets terug te brengen naar de maatschappij. Hierbij sluit de WHF aan bij de herstelbeweging en participatiemaatschappij zoals die zich nu ontwikkelt.” 

‘Stadionconcert’

“De WHF steunde vele muzikale initiatieven, waaronder de NK-band. In wisselende samenstelling verzorgden leden van de band optredens bij de theatervoorstelling ‘Who cares!?’, die de WHF samen met de theateropleiding van het Koning Willem I College organiseert. Gitarist Theo* werkte ook mee aan ‘Hunker’, een theatervoorstelling van Coup Cura en NK, die in januari 2018 te zien was in theaters van de zeven grote steden in Brabant. En de NK-band speelde bij vele activiteiten van NK, zoals de Herstelmarkt en de opening van het Herstelpunt in Vught. Vanaf 2017 kreeg de NK-band een vaste bezetting en werd de aanpak steeds professioneler. Zo ontstond Re-Cover. De band timmert inmiddels ook landelijk aan de weg. De band heeft er zelfs hun eerste ‘stadionconcert’ op zitten. Met veel succes werd opgetreden voor zorgorganisatie Aveleijn in het FC Twente stadion in Enschede. Ook trad de band op tijdens een theateravond over maatschappelijke participatie in Helmond. Inmiddels is Re-Cover dus ook gevraagd voor de landelijke dag van Verslavingskunde Nederland. Dat is toch super, ik vind het geweldig dat ik namens de WHF daaraan een bijdrage heb kunnen leveren.” 

“Zingen geeft me rust”

Een van de bandleden is Farida*, 22 jaar, die sinds een paar maanden bij Re-Cover zit: “Ik was in behandeling bij Kentra24 [de jeugdkliniek van NK, red.] voor GHB-verslaving. Daar werd me gevraagd of ik niet als zangeres in de band aan de slag wilde. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Zingen en muziek vond ik altijd al heel leuk, en het leek me super om dat ook in een band te gaan doen. En daar heb ik nog geen minuut spijt van gehad, het bevalt me uitstekend. Ik ben er pas bij en zing nu alleen nog Rise like a phoenix, het nummer waarmee Conchita Wurst het songfestival won. Dat hebben we laatst ook in een stadion gespeeld. Dat was echt een succes, het publiek was erg enthousiast. We zouden vier nummers spelen, maar dat werden er zeven. Ik hoop dat er nog andere nummers bijkomen en misschien kan ik ook als achtergrondzangeres nummers meezingen. Ieder bandlid kan nummers voorstellen, waarna we samen beslissen of we met dat nummer verder willen. Ik heb een voorkeur voor Engelstalige nummers. Zingen geeft me rust en een goed gevoel. Ik zing ook vaak als ik alleen thuis ben. Het helpt me, zeker nu ik lid ben van de band, om van de GHB af te blijven.” 

“Muziek maken heeft mijn leven verrijkt”

Theo*, de vaste gitarist en muzikaal leider van Re-Cover, is al jaren betrokken bij alle muzikale activiteiten die door de WHF worden georganiseerd: “In 2007 begon het met The Stoneds. Ik zat zwaar in de put: was verslaafd, mijn vriendin kwam in de gevangenis en ik kwam alleen nog maar de deur uit om methadon te halen. Muziek maken heeft me toen uit die ellende gehaald, en doet dat in feite nog steeds. Spelen in een band heeft mijn leven drastisch verrijkt. Sinds 2007 ben ik altijd met muziek bezig geweest: met de scholentoer van The Stoneds, bij activiteiten van NK, bij de theaterprojecten van NK als ‘Who cares?!’ en ‘Hunker’, enzovoorts. Dat heb ik mede aan mijn ouders te danken, die me altijd gesteund hebben.” 

Muziek die het publiek raakt

En sinds vorig jaar dus bij Re-Cover. Theo: “Ik ben een van de eerste leden. Het bevalt me uitstekend om lid van die band te zijn. De bandleden zijn allemaal bijzonder muzikaal, geweldig gemotiveerd en toffe gasten. En we worden langzaam maar zeker steeds professioneler. Ik moet er niet aan denken dat we als zielige verslaafden gezien worden, die alleen maar gevraagd worden omdat ze een gitaar vast kunnen houden. We staan graag op het podium en willen muziek maken die het publiek raakt. Dat gaat steeds beter, zoals onlangs in dat stadion in Enschede. De steun van WHF en in het bijzonder Cor Verbrugge helpt ons verder te professionaliseren. Zij zorgen voor kwalitatief goede instrumenten en zijn nu bezig om begeleiding door een beroepsmuzikant te organiseren.” 

Een eigen hit

Theo heeft ook grote plannen: “Met Re-Cover in de vaste bezetting maken we harde rockmuziek.   Maar we willen ook een meer melodische lijn ontwikkelen, unplugged muziek maken. Er zijn meerdere muzikanten, een pianist en een zangeres, die bij gelegenheid met ons repeteren en zich meer thuis voelen bij dat genre. We coveren nu nummers van andere bands. Maar we hebben de potentie in huis om ook eigen muziek te gaan spelen. Een van de leden schrijft arrangementen en Farida schrijft songteksten. Het zou mooi zijn als we over een paar jaar een eigen album zouden kunnen uitbrengen. En nog mooier als die een hit oplevert. Een beetje dromen mag toch wel?”

Re-Cover bestaat op dit moment uit een drummer, een bassist, een zanger/gitarist, een gitarist en twee zangeressen. De band repeteert iedere woensdag van 19.00 tot 21.00 uur in de kliniek in Vught.   Op dit moment bestaat het repertoire onder andere uit Psycho killer (Talking Heads), Niemand in de stad (De Dijk), Smoorverliefd (Doe maar), Won’t back down (Tom Petty), The one I love (R.E.M.), You are the reason (Calum Scott).

*Farida en Theo zijn gefingeerde namen.

Nu Niet Zwanger: voorlichting aan meisjes en vrouwen op jongerenafdeling voorkomt ongewenste of ondoordachte zwangerschappen

In 2015 is de GGD Hart voor Brabant samen met de gemeente Tilburg gestart met een innovatief project om te voorkomen dat kinderen geboren worden in onveilige en ongezonde situaties. Om onnodig leed te voorkomen, plus op termijn dure zorg voor deze kinderen, is gestart met het bespreken van de kinderwens en mogelijke anticonceptie met kwetsbare (potentiële) ouders, zoals mensen met ernstige psychische problemen, een verslaving, verstandelijke beperking of illegaliteit. Deze unieke aanpak heeft geleid tot het programma Nu Niet Zwanger. Ook NK gaat hier vanaf deze zomer aan meedoen. Senior verpleegkundige Judith Janssen, werkzaam op jongerenafdeling Kentra24, vertelt over verslaafde meisjes en vrouwen, en hun verlangen naar het droomgezinnetje met de ideale man…

Judith: “Nu Niet Zwanger geeft precies aan wat de bedoeling is van dit project. Als je worstelt met een alcohol- of drugsverslaving, en vaak ook nog allerlei bijkomende problemen hebt zoals met wonen, werken en financiën, is het niet handig om nu zwanger te worden. Maar dat thema was bij ons, en ook bij andere zorginstellingen, helemaal geen structureel onderwerp van gesprek. Met dit project willen wij seks en zwangerschap bespreekbaar maken. Als aandachtsfunctionaris voor Nu Niet Zwanger ga ik dit bij Kentra24, de jongerenafdeling van NK, vormgeven.”

De prins op het witte paard

Judith: “Als meisjes en vrouwen geen kinderwens hebben, gaat het gesprek vooral over anticonceptie. Sommige van onze cliënten zijn door hun problemen erg ontremd, en zijn seksueel erg actief. Seks zetten ze ook in als middel om een man aan zich te binden, de prins op het witte paard te vinden. Voor hen is het soms dé manier om aandacht te geven of te krijgen. Het is dan wel heel belangrijk dat dit veilig gebeurt. Soms hebben ze daar nauwelijks aandacht voor, maar vaak is het ook een gebrek aan kennis en informatie. Ze kennen dan alleen de pil en het condoom. Het condoom is niet erg betrouwbaar, zeker niet als je het niet goed gebruikt. De pil werkt prima, maar dan moet je hem wel trouw innemen. Tijdens de behandeling bij ons gaat dat vaak uitstekend, maar daarna wordt het lastiger, en bij een terugval is de pil vaak het eerste dat vergeten wordt. Andere vormen van conceptie, zoals een spiraaltje, kunnen dan veel effectiever zijn. Maar vaak weten ze helemaal niet dat dat soort dingen bestaan! We gaan dus met onze cliënten bespreken wat voor hun situatie de beste oplossing is.”

Succespercentage: 80%

Uit het project Nu Niet Zwanger blijkt dat de persoonlijke, maatwerkaanpak heel effectief is. Tot nu toe zijn met het project in heel Brabant 300 kwetsbare (potentiële) ouders bereikt, van wie 80% vrijwillig besloot de juiste anticonceptie te gaan gebruiken.

Baby als oplossing voor alle problemen

En als er wel een kinderwens is? Judith: “Dan bespreken we dat met onze cliënten. Veel jonge vrouwen zien het krijgen van een kind, of nóg een kind, als een middel om de ideale man aan zich te binden, of de relatie met een minder ideale man te redden. Ze willen graag dat droomgezinnetje en in hun ogen lost een baby alle problemen op. In de praktijk werkt het natuurlijk helemaal niet zo, de realiteit van het krijgen van een kindje in een instabiele situatie is verre van rooskleurig. Voor hen en voor het kind. We bespreken dan met hen de gevolgen van het krijgen van een baby. Wat houdt het allemaal in, wat zijn de gevolgen, wat is er voor nodig? En kun je dat ook bieden?

Niet dwingen en manipuleren

Judith: “We gaan hen niet dwingen of manipuleren om anticonceptie te gaan gebruiken, we willen de behoeften van onze cliënten in kaart brengen en vooral onze cliënten informeren, ervoor zorgen dat ze voldoende kennis hebben om een weloverwogen beslissing te nemen. En in veel gevallen zal dat zijn: zwangerschap uitstellen.”

Tip

Elders in dit magazine vindt u een uitgebreid artikel over de andere kant van het verhaal: het leven van kinderen van verslaafde ouders.

Schematherapie: het kwetsbare kind in de cliënt zien

Als je om tien uur een afspraak hebt met iemand, en je vergeet die afspraak, dan is dat vervelend. Je verwacht echter niet dat die ander een woedeaanval krijgt. Maar wat als die persoon al van kinds af aan structureel is teleurgesteld door mensen die heel belangrijk voor hem of haar waren, en die afspraken zelden nakwamen? Die steeds weer dingen beloofden die ze vervolgens niet waarmaakten? Dan kan een gemiste afspraak iemand heel erg raken en wordt die woedeaanval ineens veel logischer. Ons temperament, opvoeding- en omgevingsfactoren en onze ervaringen bepalen hoe we interpreteren wat ons overkomt, en hoe we daarop reageren. Dat geldt voor iedereen. Maar bij sommige mensen zijn die reacties buiten proportie: zij worden er volledig door uitgeschakeld. Dan kan schematherapie helpen. Lieke Knapen, junior schematherapeut bij NK en de GGzE, vertelt hoe je ingesleten patronen kunt herkennen én doorbreken. Bij cliënten met persoonlijkheidsproblemen, trauma en verslaving… maar ook bij jezelf.

Nooit goed genoeg

Lieke: “Schematherapie is een vorm van psychotherapie die is gericht op hardnekkige patronen. Bij schematherapie proberen we daar grip op te krijgen en ze via bepaalde technieken aan te passen en te veranderen. Die patronen ontstaan meestal in de kindertijd. Als ik bijvoorbeeld als kind altijd kreeg te horen dat ik niets waard was, dat het nooit goed genoeg was wat ik deed, dan kan ik als volwassene heel erg overtrokken reageren als ik kritiek krijg op mijn werk. Ik heb dan geleerd te denken en handelen volgens het schema Tekortschieten/Schaamte.”

Stampvoeten

Mensen kunnen vanuit een schema op verschillende manieren reageren, we hebben allemaal verschillende kanten in onszelf. In de schematherapie noemen we dat modi. We onderscheiden kind-, coping- en oudermodi. Lieke: “Als een reactie overtrokken is, duidt dat er vaak op dat een kindmodus geraakt wordt. Zo kun je reageren vanuit de modus Boos Kind en bijna letterlijk lopen stampvoeten als iemand je kritiek geeft. Maar je kunt ook reageren als Willoze Inschikkelijke, je volledig overgeven aan die kritiek en je helemaal aanpassen aan de wensen van de ander, zelfs als je het eigenlijk niet eens bent met de kritiek. Je gaat dan continu over je eigen grenzen heen. De meeste mensen kunnen die automatische reacties wel een plek geven en uiteindelijk reageren vanuit de modus Gezonde Volwassene: je erkent voor jezelf dat de kritiek je pijn doet, maar kijkt ook in hoeverre die kritiek terecht was.”

Nare emoties niet voelen

Sommige mensen lopen echter helemaal vast, door een combinatie van psychische problemen, verslaving, trauma’s en/of persoonlijkheidsproblematiek zoals borderline. In hun reacties worden dan modi geactiveerd die hun problemen niet oplossen, maar juist erger maken. Lieke: “Als je in de modus Razend Kind schiet, kun je anderen ‘beschadigen’. Die modus had waarschijnlijk nut toen je echt een machteloos kind was, maar werkt nu averechts. Cliënten binnen de verslavingszorg reageren ook vaak met de modus Onthechte Zelfsusser: iemand drinkt bijvoorbeeld alcohol om nare emoties niet te voelen. Bij schematherapie gaan we dan onderzoeken waarom deze cliënt die modus ontwikkeld heeft en welk schema hieronder ligt.”

Kwetsbaar Kind helpen

Als de patronen in kaart zijn gebracht, kunnen we proberen die te doorbreken. Lieke: “Vaak is het zo dat in de kindertijd bepaalde basisbehoeften niet zijn vervuld, zoals veiligheid, geborgenheid, spontaniteit, autonomie, duidelijke grenzen of zelfexpressie. Bij schematherapie gaan we dan opnieuw proberen tegemoet te komen aan die behoeften, gaan we het Kwetsbare Kind helpen. Dat gebeurt niet alleen met praten, maar ook met ervaren. Imaginatie is daarbij een belangrijke techniek: de cliënt wordt gevraagd zich een bepaalde situatie weer voor de geest te halen en te beschrijven wat er gebeurde en wat hij of zij voelde. De hulpverlener kan dan als het ware mee ‘in het beeld’ stappen en helpen die situatie te interpreteren of anders te reageren op bijvoorbeeld een veel te strenge ouder. Ook passen we in de therapie de meerstoelentechniek toe. Je praat dan bijvoorbeeld tegen het Kwetsbare Kind dat je toen was en dat je nog steeds ‘meedraagt’, of tegen je Veeleisende Ouder. Die ouder had je misschien écht vroeger, maar nu heb je die als het ware in jezelf opgenomen: het is dat stemmetje in je hoofd dat zegt dat je tekort schiet en beter je best moet doen. Of we doen een historisch rollenspel, waarbij je tegen jezelf praat zoals je ouder dat deed en vice versa. Je komt dan meer in contact met wat jij nodig had en hebt, maar het kan ook gebeuren dat je je realiseert, doordat je zelf vanuit een andere rol spreekt, dat je ouders het zo slecht niet bedoelden maar dat ze de beste intenties hadden, vanuit alle beperkingen die ze zelf misschien hadden.”

Heftig

“Ja, dat is best heftig. Je vraagt iemand om zich volledig aan je bloot te geven. Het is een behoorlijke drempel om jouw Kwetsbare Kind te durven voelen en te laten zien, zeker als je geleerd hebt om jezelf achter een enorme muur te verschuilen. Als therapeut neem ik de rol op me van de ‘goede ouder’. Ik geef de cliënt wat hij of zij nu nodig heeft. Dat gaat niet van de ene op de andere dag, het is belangrijk dat je eerst een goede werkrelatie opbouwt met je cliënt. Je moet er als therapeut echt zijn voor je cliënt, je afspraken nakomen en doen wat je zegt. Schematherapie geven is intensief, maar het is ook heel bijzonder als iemand je zo vertrouwt en zich zo openstelt voor je. Het is ontwapenend als iemand kanten van zichzelf laat zien die al zo lang verborgen zijn. Als ‘goede ouder’ leg ik niet zozeer sancties op aan een cliënt die woedend reageert als ik weet dat dat voortkomt uit een mishandeld en verwaarloosd kind. Natuurlijk stel ik grenzen, dat moet een goede ouder ook. Maar ik ga ook kijken: waarom reageer jij zo, wat kom jij tekort, wat heb jij nodig?”

Normaal of abnormaal

Iedereen heeft schema’s en modi. Je karakter, je sterke en minder sterke kanten en je ervaringen bepalen hoe jij reageert. Zo zal een introvert persoon anders reageren dan een extravert persoon. Maar iedereen heeft ingesleten patronen ontwikkeld. Lieke: “Wat dat betreft is de grens tussen normaal en abnormaal niet zwart-wit, het is een schaal. Ik herken bij mezelf ook bepaalde schema’s en modi. Als ik me daarvan bewust ben, kan ik onderzoeken waarom ik zo reageer, en welke behoefte daaronder ligt. Lang niet iedereen heeft uiteraard schematherapie nodig. Het is een intensieve vorm van hulp, die vaak lang duurt. Maar bij complexe problemen, bij trauma’s in combinatie met verslaving en persoonlijkheidsproblematiek, is het wel een heel goede methode. Je kunt dan beter iemand langduriger met schematherapie behandelen en de patronen doorbreken, dan dat iemand steeds kortdurend behandeld wordt en weer terugvalt.”

Cijfers eerste helft 2018

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over het eerste half jaar van 2018: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In het eerste half jaar van 2018 waren 6.087 cliënten in behandeling, versus 6.309 in het eerste half jaar van 2017. Van hen zijn 679 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.043
Opiaten 730
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 994
Xtc 8
Cannabis 722
GHB 186
Gokken 193
Overig (1) 226
Onbekend (2) 985

(1) Bijvoorbeeld: internet, medicijnen, ketamine of hallucinogenen
(2) Bijvoorbeeld omdat cliënten zich nog in de intake/diagnostiekfase bevinden, omdat ze alleen nog urinecontroles krijgen of omdat het cliënten zijn van de dag- en nachtopvang of een van onze woonvoorzieningen.

Geslacht Aantal
man 4.611
vrouw 1.476

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.638
24-50 jaar 3.893
18-23 jaar 506
< 18 jaar 50

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste half jaar van 2018 zijn in totaal 617 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 687 in het eerste half jaar van 2017.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 55
Opiaten 5
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 100
Xtc 6
Cannabis 243
GHB 14
Gokken 41
Gamen 40
Overig 37
Onbekend 76

 

Leeftijd Aantal
13 3
14 3
15 8
16 20
17 30
18 47
19 85
20 82
21 107
22 107
23 125

 

Geslacht Aantal
man 473
vrouw 144

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 april: 726
Aantal medewerkers per 1 april: 859

Aantal fte per 1 juli: 733
Aantal medewerkers per 1 juli: 864

 

Terugblik Novadic-Kentron algemeen tweede kwartaal 2018

In dit artikel vindt u een terugblik op een aantal ontwikkelingen en gebeurtenissen binnen onze organisatie in het tweede kwartaal van 2018. Er is weer heel veel gebeurd! Lees meer over:

  • werkbezoek staatssecretaris Paul Blokhuis;
  • save the date! 16 oktober 2018: Landelijke Dag Verslavingskunde;
  • vastgoedontwikkelingen: Edisonlaan Tilburg en Schijndelseweg Sint-Oedenrode;
  • nieuwe locatie in Waalwijk;
  • RECOVRY: virtual reality-therapie voor mensen met een alcoholverslaving. 

Werkbezoek staatssecretaris Paul Blokhuis

Maandag 18 juni bracht Paul Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een werkbezoek aan Novadic-Kentron in Vught. Op verzoek van Blokhuis was er veel ruimte voor het gesprek met cliënten en cliëntvertegenwoordigers. De staatssecretaris sprak onder andere met Hendrik Hartevelt, voorzitter van onze Cliëntenraad, met een GHB-cliënt en met ervaringsdeskundigen van het project Samen herstellen. Dat waren open en informele gesprekken waarin Blokhuis veel aandacht toonde voor de menselijke kant van verslaving en de problemen waar cliënten tegenaan lopen bij hun herstel. Daarna sprak de staatssecretaris met onder meer preventiewerker Alex van Dongen. Alex vertelde over de Etten-Leurse aanpak en wees erop dat het essentieel is om GHB-verslaafden, na het afkicken, buiten hun eigen regio verder te begeleiden. Vanwege het argument ‘regiobinding’ worden verzoeken voor plaatsing buiten de regio vaak afgewezen. De staatssecretaris merkte hierbij direct op dat dit argument niet rechtsgeldig is en dat hij hier samen met de VNG al eens op gewezen heeft.

Ook sprak de staatssecretaris met geneesheer-directeur Victor Buwalda. Die ging in op het belang van de ketensamenwerking, de positie van de MIAM-artsen en de complexe regelgeving waar NK en andere instellingen mee te maken hebben. Verder verzorgde Martijn Planken een toelichting op het project ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken!’ (zie terugblik gemeentelijk domein). Als afsluiting van dit geslaagde bezoek bezocht Blokhuis de afdeling Dubbele Diagnose. 

Save the date! 16 oktober 2018: Landelijke Dag Verslavingskunde

Zoals al eerder gemeld, wordt op 16 oktober de eerste Landelijke Dag Verslavingskunde georganiseerd in de Rijtuigenloods te Amersfoort. Het thema van deze dag is ‘Verslavingskunde, nu en in de toekomst’. Onze organisatie is nauw betrokken bij de voorbereiding en levert een bijdrage aan het programma met de theatervoorstelling ‘Hunker’ en met ‘Anita Wordt Opgenomen, twee jaar later’, waarin Anita Witzier in gesprek gaat met cliënten die destijds aan de serie hebben meegewerkt. De muzikale omlijsting wordt verzorgd door Re-Cover (voorheen de NK huisband, zie artikel elders in deze nieuwsbrief LINK). Verder wordt voor het eerst de Herstel Award uitgereikt, voor de beste vernieuwing op het gebied van herstel in de verslavingszorg. De inschrijving om mee te dingen naar die prijs is inmiddels begonnen. De dag is bedoeld voor medewerkers van alle aangesloten organisaties, ketenpartners, cliënten en stakeholders. Meer informatie vind je op de congresbalie.

Vastgoedontwikkelingen: Edisonlaan Tilburg en Schijndelseweg Sint-Oedenrode

In het kader van het terugdringen van de kosten en optimaliseren van de bedrijfsvoering, is NK zich al geruime tijd aan het bezinnen over het vastgoed in eigendom. Inmiddels is besloten de panden aan de Edisonlaan te Tilburg en de Schijndelseweg in Sint-Oedenrode te verkopen. 

Tilburg, Edisonlaan

In Tilburg is al een paar jaar geleden besloten te verhuizen naar de locatie Jan Wierhof. Daar is onze medische heroïne-unit al gehuisvest. Een ander voordeel van die verhuizing is dat we dan op het terrein van GGz Breburg zitten, een belangrijke samenwerkingspartner in Tilburg en omgeving. Inmiddels is gebouw 1 op dat terrein grondig gerenoveerd en opgeknapt en ingericht volgens de wensen van NK. Het is een mooie, overzichtelijke locatie geworden met een warme uitstraling voor zowel cliënten als personeel. De verhuizing is inmiddels gepland: op 24 en 25 augustus verhuizen alle diensten van Novadic-Kentron aan de Edisonlaan in Tilburg naar het terrein van GGz Breburg. Vanaf 27 augustus zal Novadic-Kentron de nieuwe locatie in gebruik nemen.

Sint-Oedenrode, Schijndelseweg

In Sint-Oedenrode aan de Schijndelseweg (in het voormalige Damianenklooster) is momenteel onze jeugdkliniek van Kentra24 gevestigd. Die blijft daar tot er een koper gevonden is. Daarna verhuist de jeugdkliniek naar een andere locatie. Daarvoor is onder andere onze locatie aan de Rompertsebaan in Den Bosch in beeld. Eerder was ten onrechte in de krant te lezen dat die locatie al definitief was. De Rompertsebaan is een optie, maar daarover wordt nog overlegd met de gemeente Den Bosch en andere belanghebbenden. Ook wordt er nog steeds onderzocht of een andere locatie een adequate oplossing zou kunnen zijn. Dat onderzoek verloopt langs de volgende criteria: voldoende vierkante meters, een goede ligging en bereikbaarheid, draagkracht van omwonenden, financiële haalbaarheid en vooral of de locatie dusdanig is ingericht – of in te richten is – dat we de cliënten optimaal kunnen behandelen.   

Nieuwe locatie in Waalwijk

Al een aantal jaar is NK ook in Waalwijk vertegenwoordigd. Per 1 juli hebben we voor onze dienstverlening in die plaats een nieuwe locatie gehuurd. De afgelopen jaren werd gewerkt vanuit het gebouw BaLaDe, maar vanaf maandag zitten onze medewerkers op de nieuwe locatie: Dr. Kuyperlaan 54 in Waalwijk. Op deze locatie zijn medewerkers actief van VR, Forensische zorg en Zvw. Met de verhuizing naar deze locatie hopen we rust te brengen voor onze medewerkers, aangezien het werken in BaLaDe de afgelopen tijd gepaard ging met veel wisselingen van ruimtes. Ook voldoen de ruimtes beter dan op de oude locatie en hebben medewerkers nu de privacy die gewenst wordt. Daarnaast zijn er andere instellingen actief in dit gebouw, zoals MEE, Indigo en Bijonz, wat leidt tot Nieuwe Kansen voor de samenwerking. We wensen onze cliënten en medewerkers een fijne tijd toe in De Kuyp! 

RECOVRY: virtual reality-therapie voor mensen met een alcoholverslaving

Op verzoek van NK werken NHTV Breda (Academy for Digital Entertainment, expert op het gebied van virtual reality-technologie) en NK samen om te onderzoeken hoe VR kan bijdragen aan het herstel van cliënten na detox van alcohol. Het project vindt plaats onder de naam RECOVRY, dat staat voor RElapse COntrole VR TherapY. Het doel is om cliënten in de veilige omgeving van de kliniek voor te bereiden op hun terugkeer naar huis en zo de kans op terugval te verkleinen. Virtual reality heeft inmiddels op diverse manieren en bij verschillende (angst))stoornissen (bijvoorbeeld PTSS, spinnenfobie en hoogtevrees) bewezen dat het behandeleffect bij de toepassing ervan aanmerkelijk verbetert in vergelijking met andere, meer traditionele therapieën.

In dit onderzoek worden meerdere virtuele omgevingen gecreëerd waarin de cliënt onder begeleiding van de hulpverlener kan toetreden. Dat zijn zowel omgevingen waarin cliënten zich op hun gemak voelen, zoals de eigen huiskamer, als omgevingen die stress opleveren en waar de druk om te gaan gebruiken sterk verhoogd is, zoals bijvoorbeeld een café. De hulpverlener begeleidt tijdens de therapie de cliënt bij het toetreden tot deze virtuele werelden om de cliënt zo meer controle over het eigen herstel te geven.

Geneesheer-directeur Victor Buwalda over REVOVRY: “In Brabant zijn er ongeveer 125.000 alcoholverslaafden. Het is de meest voorkomende soort verslaving in Nederland. Van hen gaat een groot deel [schattingen variëren van 49 tot 75%, red.] weer drinken in het eerste jaar na het afkicken. Dit aantal moet omlaag, en we hebben de verwachting dat virtual reality daar zeker bij kan helpen.” Eind 2018 worden de eerste onderzoeksresultaten verwacht.

Terugblik Gemeentelijk domein tweede kwartaal 2018

Het gemeentelijk domein omvat veel verschillende activiteiten – van jeugdzorg tot medische heroïne-units – maar al deze activiteiten hebben als gemeenschappelijk doel om mensen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te helpen. Er gebeurt veel binnen het gemeentelijk domein en ook in het tweede kwartaal vonden bijzondere ontwikkelingen plaats. In deze nieuwsbrief leest u over:

  • project ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’;
  • NK gastheer van geslaagde Gesprekstafel jeugdverslavingszorg;
  • lof voor Etten-Leurse aanpak GHB;
  • Bossche burgemeester op de koffie bij de opvang;
  • De Kempen aan de slag met het IJslandse model.

Project ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’

Drugsgebruik was ooit een probleem van de grote stad. Wat dat betreft is er veel veranderd. Drugsgebruik is ook in kleinere plaatsen steeds normaler aan het worden. In Oost-Brabant is daarom op initiatief van Theo Maas, wethouder van Someren, en Marnix Bakermans, burgemeester van Landerd, een start gemaakt met een uniek project: ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’. Maar liefst veertig gemeenten in deze regio gaan samenwerken met NK, de GGD, de politie en andere partners om de normalisering van drugsgebruik tegen te gaan.

Om de plannen verder uit te werken is Martijn Planken sinds medio april aangesteld als kwartiermaker. Martijn: “Ik ben als kwartiermaker aangehaakt bij het team Preventie van NK. Ik ga de komende zes maanden in gesprek met de gemeenten en instellingen in de regio Oost-Brabant om de energie te bundelen en te komen tot een gezamenlijke aanpak. Op basis van die gesprekken ga ik een projectplan opstellen waarmee de komende vier jaar de normalisering van het drugsgebruik onder met name jongeren aangepakt gaat worden. Een belangrijke rol daarbij zal weggelegd zijn voor de ouders. Zij kunnen, of liever moeten, grenzen stellen en met hun kinderen het gesprek aangaan.”

Martijn is ooit begonnen als preventiewerker bij het voormalig Zeeuws Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs. Daarna werd hij campagneleider van de landelijke alcoholmatigingscampagnes DRANK maakt meer kapot dan je lief is en DRANK De kater komt later. De laatste jaren was hij bij de GGD Gelderland-Zuid projectleider van het regionaal alcoholmatigingsproject in die regio. Naast zijn werk is Martijn initiatiefnemer en campagneleider van IkPas. Klik hier voor een interview met Martijn in het Brabants Dagblad.

NK gastheer van geslaagde Gesprekstafel jeugdverslavingszorg

De transities in de jeugdzorg van de afgelopen jaren dreigen hun tol te eisen voor het specialisme jeugdverslavingszorg. Als gemeenten en jeugdregio’s niet snel actie ondernemen, zou passende hulp voor jongeren met verslavingsproblematiek kunnen verdwijnen. Overal in het land ​organiseert het Ondersteuningsteam Zorglandschap (van de VNG, VWS en de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd) daarom samen met betrokken partijen regionale gesprektafels. 27 juni was NK gastheer voor de Brabantse gesprekstafel in het nieuwe Van der Valk-hotel in Tilburg.

Met 90 gasten uit heel Brabant, gemeentes, onderwijs en ketenpartners, aangevuld met collega’s van  Brijder, Tactus en VNN, was deze gesprekstafel goed bezocht. Jan Menting, ambassadeur van het zorglandschap voor de VNG, opende als dagvoorzitter de bijeenkomst. Na een korte aftrap door NK-bestuurder Walther Tibosch was het woord aan twee cliënten. Hun indrukwekkende ervaringsverhalen maakten duidelijk dat vroegsignalering nog onvoldoende is ingebed in de handelwijze van jeugdprofessionals en onderwijs. Maar ook hoe belangrijk het is voor professionals om echt in contact te komen met de jongeren en door te vragen, en aandacht te hebben voor wat de jongere wil. Vervolgens werd aan de hand van cijfers de ernst van het probleem geschat. Bijvoorbeeld met de cijfers van Kentra24; van de 100 jongeren die na hun 18e waren opgenomen, waren er 85 gestart met middelen tussen de 13 en 16 jaar en hadden 45 jongeren eerder jeugdzorg gekregen.

Michiel Verbeek, wethouder van het Groningse Haren, heeft ook in zijn gemeente te maken met drugsgebruik door jongeren. Hij vertelde hoe hij samen met een ervaringsdeskundige uit Haren en VNN nu in gesprek is met lokale middelbare scholen over een programma dat jongeren ondersteunt in weerbaarheid. Peter van der Laan, relatiebeheerder jeugd bij VNN, schetste op welke wijze VNN bezig is de kennis van en ervaring met jeugdverslavingszorg in te zetten binnen de jeugdzorg.

En ten slotte presenteerde Peter Dijkshoorn, bestuurder Accare en jeugdpsychiater, als inhoudelijk adviseur voor het Zorglandschap de ontwikkelcirkels, die landelijk worden gezien als de onderlegger om de regionale jeugdzorg hernieuwd in te richten en het zorglandschap op een kwalitatief verantwoorde wijze te verbeteren. Dat gebeurt door met een kritische en gedegen benadering knelpunten in de alledaagse praktijk aan te pakken en op die manier stap voor stap de kwaliteit te verbeteren.

Lof voor Etten-Leurse aanpak GHB

In april publiceerde het Trimbos-instituut Bezieling en bereikbaarheid, een rapportage over ‘De aanpak van drugsproblematiek en GHB-problematiek in het bijzonder in de gemeente Twenterand’. Opvallend was dat in die rapportage veel aandacht was voor de Etten-Leurse aanpak. Een citaat uit het rapport:

“Het laatste onderdeel van de scanner is om inspiratie op te doen aan de hand van aanpakken die ontwikkeld zijn in gemeenten waar ook een sterke GHB-problematiek speelt. Op diverse congressen en studiedagen is de ‘Etten-Leurse aanpak’ gepresenteerd. Deskundigen zijn enthousiast over deze aanpak omdat er optimaal gebruikt wordt gemaakt van de lokale deskundigheid over GHB en bevoegdheden van de gemeente om hulp te organiseren en regie te voeren op het GHB-dossier. Aan  de basis van de aanpak staan Alex van Dongen, preventiewerker bij Novadic-Kentron, en Jaap Malcontent, adviseur integrale veiligheid van de gemeente Etten-Leur. Op basis van hun praktijkervaringen hebben ze een unieke gemeentelijke aanpak voor de GHB-problematiek ontwikkeld van waaruit de zorg voor GHB-verslaving wordt gecoördineerd. Hieronder beschrijven we uitgebreid deze aanpak omdat hij model kan staan voor de aanpak in Twenterand en andere gemeenten in Nederland. De ‘Etten-Leurse’ aanpak is beschreven door Novadic-Kentron (van Dongen, Malcontent & Dijkstra, 2017).”

Bossche burgemeester op de koffie bij de opvang

Woensdag 23 mei kwam de Bossche burgemeester Jack Mikkers op bezoek bij de dag- en nachtopvang Den Bosch. Met inzet van passanten en medewerkers werd het bezoek goed voorbereid. Voor dit bezoek werden alle betrokkenen rond de opvang uitgenodigd. Naast de burgemeester en zijn gevolg, waren medewerkers van de dag- en nachtopvang, Walther Tibosch, enkele buurtbewoners, de wijkagent en een cliënt van de opvang aanwezig. De burgemeester blijkt een spontane, warme, begripvolle man, met een luisterend oor voor iedereen. Er is een uitgebreid, ontspannen en informeel gesprek gevoerd, met ruimte voor de ervaring van alle aanwezigen.

Onze cliënt heeft haar verhaal verteld, onze ervaringsdeskundige heeft uitgelegd welke levensverandering verslaving en werken aan je verslaving met zich meebrengt, buurtbewoners hebben verteld welke gevoelens van onveiligheid een verslaafdenopvang in de wijk geeft, maar ook hoe de goede samenwerking tussen de buurt, NK, politie en gemeente positief bijdraagt aan het gevoel van veiligheid.

Er is gesproken over wat wonen in een opvang nu voor alle betrokken betekent en over de beperkte mogelijkheden die er voor onze doelgroep zijn om door te stromen. Actuele ontwikkelingsplannen rond doorstroom en de daarbij behorende knelpunten, zowel vanuit NK als vanuit de gemeente, waren daarom een belangrijk gespreksthema. Het gesprek leverde begrip op voor ieders positie, zowel voor de cliënt als de buurtbewoners en betrokken partijen. Het werkbezoek werd afgesloten met een korte rondleiding. Met een positief gevoel en als belangrijk uitgangspunt de gezamenlijke wil om een stip aan de horizon te zetten, ging het gezelschap uit elkaar.

De Kempen aan de slag met het IJslandse model

‘IJsland kampioen in preventie van jeugdproblematiek’, kopt een nieuwsbericht van het Trimbos-instituut. En terecht, want het zogenaamde IJslandse model heeft zijn waarde bewezen: in 1998 was bijna de helft van alle 15- en 16-jarigen in de voorgaande maand weleens dronken geweest, in 2016 is dat nog maar 5 procent in die leeftijdsgroep. Cannabisgebruik daalde van 17 naar 7% en het percentage jongeren van 14 tot 16 jaar dat dagelijks rookt van 23 naar 3%. Die cijfers maken indruk. Daarom gingen vertegenwoordigers van zes Nederlandse gemeenten, waaronder de Reuselse wethouder Peter van de Noort namens de Kempengemeenten, zich oriënteren in IJsland.

Inmiddels is in de gemeente een werkgroep gestart, waarin namens onze organisatie preventiewerker Floris Brocaar is afgevaardigd. Floris: “Het IJslandse model richt zich op de hele bevolking. Als je de drinkcultuur wilt veranderen, kun je je niet alleen op de jongere richten. Alle inwoners van de Kempen gaan hier dus iets van meekrijgen. Met name voor ouders en andere opvoeders is een belangrijke rol weggelegd. In IJsland is een van de grote succesfactoren dat jongeren gezondere alternatieven kregen aangeboden voor alcohol- en drugsgebruik. Denk aan sporten, muziek maken en andere ontspannende activiteiten na school. Dat sluit prima aan bij de CRA-filosofie van NK. Daarbinnen werken we ook met belonen en gezonde alternatieven. In de werkgroep zitten vertegenwoordigers van gemeente, politie, jeugdwerk, sportclubs en onderwijs. Daardoor kunnen we de drinkcultuur gezamenlijk aanpakken. Dat begint met een nulmeting om het actuele gebruik van alcohol en drugs onder jongeren goed in beeld te krijgen.”

Het IJslandse model wordt inmiddels al uitgevoerd in 18 landen.

Terugblik Zvw-domein tweede kwartaal 2018

In dit overzicht vindt u de actuele ontwikkelingen in het tweede kwartaal van 2018 binnen de door de zorgverzekeraars gefinancierde zorg (Zvw-domein), die geleverd wordt door onze Specialistische en BasisGGZ-teams. U kunt lezen over de volgende thema’s:

  • veranderingen FACT regio Eindhoven;
  • HKZ-audit;
  • spetterende opening VOF Dubbele Diagnose Tilburg;
  • IHT (intensive home treatment) in Breda. 

Veranderingen FACT regio Eindhoven

Vanaf medio 2016 werkt NK in de regio Eindhoven intensief samen met de FACT-teams van GGzE vanuit de plaatsen Valkenswaard, Veldhoven en Son en Breugel. In alle teams werd een casemanager geplaatst, die de verslavingsbehandeling vorm gaf. Alle teams konden verder een beroep doen op een verpleegkundig specialist en een arts. Dat maakte het mogelijk om de behandeling van NK te integreren binnen deze FACT-teams. 

Teamleider Frank Valkenburg: “Gebleken is echter dat een stijgende groep NK-cliënten niet geholpen kon worden binnen de gezamenlijke teams wegens bovenliggende verslavingsproblematiek. Om ook die cliënten een goed hulpaanbod te kunnen bieden, hebben we de inzet van NK-medewerkers losgekoppeld van de GGzE-teams in bovengenoemde plaatsen en verder uitgebreid, waarbij wel intensief samengewerkt wordt met de FACT-teams van de GGzE. Vanuit onze locatie aan de Dr. Poletlaan in Eindhoven opereert nu één eigen FACT-team voor de hele regio, inclusief de stad Eindhoven. Het team wordt momenteel opgebouwd en door middel van trainingsbijeenkomsten gevormd tot een volwaardig FACT-team. Met de GGzE is afgesproken dat de gecombineerde FACT-teams in de stad zich met name richten op verslaving in combinatie met psychotische problematiek, terwijl het regionaal FACT-team zich meer zal toeleggen op de verslaving in combinatie met AS-II-problematiek. We hopen op deze wijze een passend outreachend aanbod te bieden voor deze complexe groep cliënten.”

Bij vragen over deze teams kunt u contact opnemen met Frank Valkenburg (frank.valkenburg@novadic-kentron.nl).

HKZ-audit

In juni kreeg ons onderdeel Zvw weer bezoek van een HKZ-auditor. De auditgesprekken hadden een positieve, trefzekere sfeer. Tijdens de eerste auditdagen vertelden Rogier Eijsink, RVE-manager Zvw, en Peter Greeven in de rol van coördinator behandelbeleid, onder meer over de gestage afbouw van klinische bedden en de vorming van geïntegreerde ambulante teams, die verschillende producten aanbieden. Ook was er een gesprek met Victor Buwalda (geneesheer-directeur) en Jeffry Bontenbal (beleidsmedewerker BOPZ). Zij gaven onder meer aan dat frequent gemonitord wordt op het terugdringen van dwang en drang. De week erna sprak de auditor met teamleider Thom van den Brule, met cliëntenraadvoorzitter Hendrik Harteveld en met diverse medewerkers. Gespreksthema’s waren onder meer de aansturing van de teams, de keuzeruimte voor cliënten, no-show, de snelle wisseling in groepsdynamiek bij klinische afdelingen en behandeling gericht op door cliënten geformuleerde doelen.

Er werden vier tekortkomingen toebedeeld, maar dat waren er wél drie minder dan in 2017 en ook van een andere orde. De eerste tekortkoming bij NK Zorg had betrekking op de weinig uniforme manier waarop we lijken om te gaan met het formuleren van behandeldoelen en het wegschrijven ervan in het programma Alta. De andere twee hadden betrekking op de observatie dat we nog niet goed lijken te kunnen sturen op zorgpaden of op de vereiste inzet van de regiebehandelaars. Met die punten gaan we de komende tijd aan de slag.

Spetterende heropening VOF Dubbele Diagnose Tilburg

Na een renovatieperiode van slechts negen maanden was het dan zover: de gebouwen 2 en 3 van de VOF Dubbele Diagnose aan de Jan Wierhof zijn klaar. De gebouwen zijn lichter en moderner geworden en dragen nu beter bij aan het herstel van de cliënt. Op 26 juni vond de officiële en feestelijke openingshandeling plaats en was er de gelegenheid om alle vernieuwingen te bekijken. Enkele reacties van de aanwezigen:

  • Rogier Eijsink, manager Zvw van NK en bestuurder van de VOF DD: “Ik wens alle collega’s veel werkplezier in deze sterk verbeterde omgeving, het zal zeker ook bijdragen aan het herstel van cliënten.”
  • Josephine Colijn, vanuit GGz Breburg bestuurder van de VOF DD: “De VOF gaat een mooie toekomst tegemoet; een nieuwe kliniek met een echt helende omgeving, sterke teams, waarvan het ACT Team Tilburg onlangs nog gecertificeerd is, en bevlogen en zeer betrokken collega’s.”
  • Projectleider van de renovatie, Johan Manders: “Vanaf de start had ik een mooi schilderij voor ogen. Vandaag is dat schilderij onthuld en een wens uitgekomen. Ik ben erg tevreden.”

De opening is zeer goed bezocht door onder meer buurtbewoners, medewerkers en de mensen die betrokken waren bij de realisatie van deze goed geslaagde renovatie. Op 28 juni zijn de gebouwen weer in gebruik genomen.

IHT (intensive home treatment) in Breda

Sinds een paar maanden heeft ook Breda een IHT-team (intensive home treatment). IHT past prima bij de ambitie van verdergaande ambulantisering. Het team biedt acute zorg aan verslaafden in crisissituaties, vaak met comorbide psychiatrische en/of somatische stoornissen. “Maar we doen nog meer”, aldus Claudia Ackermans, senior SPV’er bij Novadic-Kentron en vanaf januari als projectleider bezig om het IHT-team op te starten. Claudia: “We vervullen ook een rol om de wachttijd te verkorten. Wanneer wordt ingeschat dat met intensieve ambulante zorg een opname voorkomen kan worden, kunnen we cliënten ondersteunen bij bijvoorbeeld thuis detoxen. En ook in het natraject van een opname kunnen we een rol spelen. Dat kan de opnameduur terugbrengen en heeft ook weer een gunstig effect op de wachtlijsten.”

Het IHT-team in Breda is zes weken geleden van start gegaan met zes medewerkers: een psychiater, een verslavingsarts, twee verpleegkundigen en twee SPV’ers. Claudia: “We nemen cliënten voor maximaal zes weken in zorg. Daarbij betrekken we de eigen behandelaar en andere mensen uit de directe omgeving van de cliënt. Het betrekken van die naasten is cruciaal voor een succesvolle interventie. We werken tijdens kantooruren; buiten die uren is er de crisisdienst van de GGZ met wie we de samenwerking willen aanhalen. Als we aan zien komen dat een cliënt de crisisdienst nodig heeft, laten we dat de crisisdienst via een ‘vooraanmelding’ weten.”

Claudia hoopt voor de toekomst dat het team zich snel kan settelen en dat de andere hulpverleners van NK het team snel weten te vinden. Vooralsnog werkt IHT primair voor ingeschreven cliënten bij NK en dit zal tot 1 januari 2019 zo blijven. Per 1 januari 2019 kan NK mogelijk crisis-DBC’s zonder beschikbaarheidsbijdrage gaan inzetten. Hier zal dit najaar verder over worden onderhandeld. Het initiatief van NK omdat al in 2018 te doen, is door de NZA afgewezen, wat helaas een vertraging met zich meebrengt in de verbetering van de acute zorgketen.

Terugblik Herstelondersteunende zorg tweede kwartaal 2018

Ook in het tweede kwartaal van 2018 zijn er weer grote stappen gezet op het gebied van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid (zie kader onderaan artikel). Ervaringswerkers ontwikkelen hun kwaliteiten en hulp van ervaringswerkers is op steeds meer plaatsen beschikbaar. In dit overzicht aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • Centrale Dag ervaringswerkers over privacy;
  • eerste ervaringsdeskundigen afgestudeerd die zijn gestart bij NK;
  • inzet ervaringswerkers bij Verslavingsreclassering;
  • ervaringswerkers bieden ondersteuning in Bergen op Zoom;
  • voorlichting voor alle teams binnen NK over herstelondersteunende zorg;
  • procesbeschrijving route van cliënt naar ervaringsdeskundige;
  • inventarisatie taken herstelondersteunende zorg.

Centrale Dag ervaringswerkers over privacy

Om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren, komen de ervaringswerkers regelmatig bij elkaar. 1 juni vond de Centrale Dag binnen NK plaats voor alle ervaringswerkers. Belangrijkste thema van de dag waren de strengere privacyregels in het kader van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), waarover een van de vrijwilligers, Harry van de Vorst, een presentatie verzorgde. Voor de vrijwillige ervaringswerkers, die vaak onderweg zijn, meestal niet op NK-locaties werken en niet standaard toegang hebben tot de systemen van NK, is zorgvuldig omgaan met cliëntgegevens cruciaal. Zo is het naar huis meenemen van papieren mappen met daarin cliëntgegevens een behoorlijk groot risico; afgesproken is dat dit niet meer gebeurt. Wel moet nog worden bekeken welke werkbare oplossingen er zijn, bijvoorbeeld uitsluitend gebruik van voornamen of initialen, de beschikking over NK-laptops of toegang tot het elektronisch dossier van de cliënten die zij begeleiden.

Eerste ervaringsdeskundigen afgestudeerd die zijn gestart bij NK

Cliënten die over hun ervaringen willen praten met anderen, kunnen deelnemen aan een ervaringsgroep. Als ze hun ervaringen in willen zetten voor anderen, kunnen ze doorstromen naar de coachingsgroep. Van daaruit kunnen zij worden geselecteerd om ervaringswerker te worden binnen Samen Herstellen. En vervolgens  zijn er groeimogelijkheden. Ervaringswerkers die heel gemotiveerd zijn, kunnen een opleiding gaan volgen tot ervaringsdeskundige: MBO Specifieke Doelgroepen met Ervaringsdeskundigheid. Inmiddels kunnen wij met trots vermelden dat de eerste twee ervaringsdeskundigen, Eefje Cools en Angela Aarts, binnen NK zijn afgestudeerd. Eefje werkt inmiddels bij Kentra24 – waar zij ooit als cliënt is begonnen! – en Angela is werkzaam bij de afdeling Dubbele Diagnose. Als afstudeerproject hebben zij ervoor gezorgd dat in de introductie voor nieuwe medewerkers aandacht is voor herstelondersteunende zorg en de inzet van ervaringsdeskundigheid.

Inzet ervaringswerkers bij Verslavingsreclassering

Na een zeer succesvolle ‘pitch’ over Samen Herstellen en ervaringsgroepen op een landelijke dag voor reclasseringswerkers in Utrecht, is besloten om als pilot te starten met de inzet van vrijwilligers binnen de verslavingsreclassering. Bij de forensische zorg binnen NK zijn al ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen werkzaam, maar nu kan ook de verslavingsreclassering profiteren van de kennis van ervaringswerkers over het omgaan met een justitieel kader.

Ervaringswerkers bieden ondersteuning in Bergen op Zoom

Cliënten in Bergen op Zoom kunnen voortaan, buiten de locaties van NK, steun en begeleiding krijgen van ervaringswerkers. Het traject kan worden afgestemd op de behoeften van de cliënt (laag/middel/zwaar). De gemeente Bergen op Zoom heeft dit product ingekocht, maar ook in andere gemeentes wordt bekeken of deze zorg met een offerte op maat kan worden geboden.

Voorlichting voor alle teams binnen NK over herstelondersteunende zorg

Om de professionals nog beter te scholen in de inzet van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid, zijn onze ervaringsdeskundigen en -werkers gestart met het geven van voorlichting aan alle teams. Gestart wordt met het gemeentelijk domein; de overige teams volgen in het najaar.

Procesbeschrijving route van cliënt naar ervaringsdeskundige

De komende tijd wordt in kaart gebracht wat nu precies de route is van cliënt tot ervaringsdeskundige. Hoeveel cliënten stromen in de ervaringsgroepen in? Hoeveel van hen gaan door naar de coachingsgroepen? Hoeveel ervaringswerkers komen hier uit voort en hoeveel van hen worden uiteindelijk ervaringsdeskundige? Hoe tevreden zijn de deelnemers over de verschillende groepen? Welk pad volgen de cliënten in herstel die in elke stap uitstromen, vinden zij elders een baan of dagbesteding? Door dit proces beter in kaart te brengen, kunnen we beter inspelen op wat cliënten in herstel nodig hebben en hoe ervaringsdeskundigheid zich optimaal kan ontwikkelen.

Inventarisatie taken herstelondersteunende zorg

Naast het in kaart brengen van de routes van de cliënt in herstel, willen we ook een inventarisatie en omschrijvingen maken van de taken van de vrijwilliger (ervaringswerker), coördinator en ervaringsdeskundige. Op basis daarvan willen we een ‘vacaturebord’ maken zodat cliënten die hun eigen ervaringen in willen zetten, snel kunnen achterhalen welke vacatures er zijn (bijvoorbeeld: vrijwilliger in een hostel) én wat ervoor nodig is om de specifieke taken uit te kunnen voeren.

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

Cijfers herstelondersteunende zorg

 Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Breda/Roosendaal 62
Bergen op Zoom 57
Tilburg 105
Den Bosch/Oss 67
Eindhoven/Helmond 149

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal groep 1 10
Roosendaal groep 2 10
Roosendaal naastengroep 1 4
Roosendaal naastengroep 2 4
Breda groep 1 12
Breda groep 2 12
Breda avondgroep 12
Bergen op Zoom 6
Tilburg 8
Den Bosch 6
Den Bosch ouderengroep 6
Eindhoven 10
Oss 6

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 14
Bergen op Zoom 8
Tilburg 17
Den Bosch 36
Eindhoven 13

 Aantal herstelmedewerkers herstelpunten

Regio Aantal medewerkers
Vught 6
Eindhoven 3

 Aantal herstelmedewerkers afdelingen

Afdeling Aantal medewerkers
BOPZ Vught 1

 Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 1
Bergen op Zoom 1
Tilburg 2
Den Bosch 4
Eindhoven 2
Vught 2
Sint-Oedenrode 2

 Totaal aantal herstelmedewerkers per regio

Functie Aantal medewerkers
Roosendaal 3
Bergen op Zoom 4
Breda 6
Tilburg 6
Vught 7
Den Bosch 7
Oss 1
Eindhoven/Helmond 12
Sint-Oedenrode 3

Totaal aantal herstelmedewerkers per project

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 28
Unity 26
Cliëntenraad 7
Herstelpunten 9

 

Terugblik Justitieel domein tweede kwartaal 2018

Cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. In deze terugblik op het tweede kwartaal van 2018 aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • trainingen Conclusie schrijven en Coachen en organiseren van tijd en taken;
  • reclasseringswerkers Leger des Heils te gast bij VR Den Bosch;
  • HKZ-R Audit: “Foutloos traject: complimenten”;
  • implementatie nieuwe RISC;
  • wat vinden cliënten van de VR?;
  • evaluatie gedragstrainingen jongeren.

Trainingen Conclusie schrijven en Coachen en organiseren van tijd en taken

Donderdag 17 mei vond voor alle adviseurs van de Verslavingsreclassering (VR) de training Conclusie schrijven plaats, gericht op de adviesrapporten die medewerkers opstellen voor Justitie. Door deze training zal de kwaliteit van de rapporten van de VR verder toenemen.

Op 24 mei namen zestien VR-medewerkers deel aan de training Coachen en organiseren van tijd en taken, zodat medewerkers hun werkstijl kunnen optimaliseren. Deze training werd gegeven op verzoek van het team Kwaliteit en Beleid van de VR, en verzorgd door het Opleidingshuis 3RO. De belangrijkste tips van deze dag waren:

  • Beslis meteen of je verzoeken direct, later of niet afhandelt.
  • Als je een verzoek afhandelt, doe dat dan in één keer volledig.
  • Voorkom of verminder interne of externe verstoringen van de afhandeling.
  • Zorg ervoor dat zaken niet onnodig uit de hand lopen. 

Reclasseringswerkers Leger des Heils te gast bij VR Den Bosch

Sinds begin juni zijn vier medewerkers van de reclassering Leger des Heils gestationeerd bij de VR Den Bosch aan de Rompertsebaan. Zij werkten vooral in de regio Eindhoven, maar sinds anderhalf jaar ook voor de regio Den Bosch. De belangrijkste doelgroepen van deze medewerkers zijn dak- en thuislozen, cliënten met psychiatrische problematiek en zigeuners. In de praktijk is er veel overlap met de cliënten van onze medewerkers in Den Bosch en wordt er samengewerkt met dezelfde partijen, bijvoorbeeld met Exodus, SMO Den Bosch en Reinier van Arkel. Bossche cliënten spraken zij tot voor kort bij SMO Den Bosch, maar gelet op het groeiende aantal cliënten had die locatie onvoldoende mogelijkheden. Nu vinden de afspraken plaats op woensdag en vrijdag bij de VR Den Bosch. Een praktische oplossing met kwalitatieve voordelen: door vanuit één locatie te werken, kunnen de medewerkers van elkaar leren en is het gemakkelijker de situatie van gezamenlijke cliënten te bespreken.

HKZ-R Audit: “Foutloos traject: complimenten”

Eind mei kreeg de VR weer bezoek van een HKZ-R-auditor. De HKZ-R (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector – Reclassering) is een audit die beoordeelt of de kwaliteit nog op orde is en behouden wordt, met andere woorden: of het kwaliteitsmanagementsysteem nog effectief is. De VR kon de audits afronden zonder tekortkomingen. De auditor gaf aan de gesprekken met de VR-medewerkers als positief en betrokken ervaren te hebben, en deelde een compliment uit voor wat de VR in twee jaar tijd tot stand had gebracht. Sterke punten waren de feedbackcultuur, de bewaking van professionaliteit en de ruimte die er binnen de strakke kaders is voor kwaliteit. Er waren ook een paar aandachtspunten: de VR zou een prominente plek in moeten nemen in de directiebeoordeling en de communicatie rondom Vitale Teams en de structuur en rollen die daarbij horen, kan verder worden geoptimaliseerd.

Implementatie nieuwe RISC

In september 2017 startte binnen het project Slimmer reclasseren een pilot met een nieuw diagnose-instrument voor de reclassering, met als werktitel Geïntegreerd Diagnose Instrument (GDI). De instrumenten die destijds gebruikt werden, zoals de RISC (Recidive Inschattings Schalen), QuickScan, de B-SAFER en het Snel Advies, werden niet gebruiksvriendelijk bevonden. Inmiddels is de pilot, waaraan zo’n 150 reclasseringswerkers uit het hele land hebben meegewerkt, afgerond en wordt landelijk de nieuwe RISC geïmplementeerd. Hiervoor zijn reclasseringswerkers opgeleid die als koploper collega’s trainen.

Een van hen is onze reclasseringswerker Linda Keijzers, die in Breda en Tilburg de VR-medewerkers traint. Linda: “Ik heb in Utrecht een speciale training gevolgd. De RISC-trainingen doe ik samen met een collega. We maken onze collega’s bewust van de neiging te snel conclusies te trekken en in de valkuil van beslisfouten te trappen, en geven hen handvatten hoe je met de RISC een professioneel, gestructureerd en onderbouwd advies schrijft. In de nieuwe RISC zijn per leefgebied kernvragen beschreven die richtlijn geven voor een analyse. We beschrijven nu meer de beschermende factoren, waarbij het natuurlijk van belang blijft om de risico’s niet uit het oog te verliezen. Het instrument heeft een logische volgorde, waarbij het ook essentieel blijft om je advies te toetsen bij collega’s.” Linda heeft in Tilburg op verzoek ook de collega’s van Reclassering Nederland geschoold. In Den Bosch en Eindhoven worden de trainingen gegeven door VR-medewerkers uit die regio.

Wat vinden cliënten van de VR?

De mening van onze cliënten is van groot belang in de hulp- en zorgverlening. Ook voor onze VR, die de mening ook gebruikt om de kwaliteit van de dienstverlening op een hoger plan te brengen. Daarom werd dit jaar een grootschalige Cliëntraadpleging gehouden. Eind april werden de resultaten gepubliceerd, die waren gebaseerd op 121 ingevulde formulieren van cliënten uit het hele werkgebied. De resultaten worden beschouwd als nulmeting en zijn uitgangspunt voor volgende Cliëntraadplegingen.

Mona van Roij, werkbegeleider en lid van het team Kwaliteit en Beleid van VR: “De vier afdelingen kregen een beoordeling op een schaal van 1 tot 10, die varieerde van 8,6 tot 9,2. Er werden drie kenmerken onderzocht: betrouwbaarheid, bejegening en veiligheid. Deze werden op een schaal van 1 tot 5 gewaardeerd met gemiddeld 4,54 voor betrouwbaarheid, 4,42 voor bejegening en 4,14 voor veiligheid. Als team Kwaliteit en Beleid zijn we erg blij met de resultaten en zullen die gebruiken om verdere kwaliteitsborging op poten te zetten. Speciale aandacht zal uitgaan naar goede informatieverstrekking rondom de klachtenprocedure en meer transparantie met betrekking tot het omgaan met persoonlijke gegevens.”

Klik hier voor het volledige rapport.

Evaluatie gedragstrainingen jongeren

De VR voert al jaren trainingen uit met als doel cliënten die een delict hebben gepleegd, te helpen om hun gedrag te veranderen. Vorig jaar werden die trainingen, in samenwerking met de jeugdofficier, de Raad voor de Kinderbescherming (RvK) en de Jeugdreclassering (JR) op proef gegeven voor jongeren van 16 tot 18 jaar. Ook bij deze doelgroep speelt middelengebruik een rol.

In mei hebben de samenwerkende partijen dat experiment geëvalueerd. Onze VR-trainers zijn enthousiast over de doelgroep en de training. De resultaten zijn positief: ze zien het op zo vroeg mogelijke leeftijd inzetten van de training als een grote meerwaarde. De JR is positief over het proces rond de training en over de samenwerking met de trainers. Er wordt goed overlegd, waardoor de samenwerking soepel verloopt. Ook de proactieve, outreachende houding naar JR en jongeren is een groot pluspunt. Bij de RvK zijn geen reacties binnengekomen. Een minpunt was de onduidelijkheid over de financiering.

De samenwerkende partijen willen gezien de positieve ervaringen de trainingen blijven aanbieden. Ook past dat bij de maatschappelijke opdracht om zorg op maat te leveren. Voorwaarde is wel dat de training in de beschikking van de rechter is opgenomen, zodat de financiering geborgd is.

Terugblik Governance tweede kwartaal 2018

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. En ook op de wijze waarop we intern en extern in gesprek gaan en verantwoording afleggen over ons handelen, onze ambities en activiteiten, onze leerpunten en kwetsbaarheden, en onze behaalde resultaten. Hierbij zijn de cliëntresultaten, de ervaren herstelondersteuning en onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend. In dit artikel een overzicht van de governance-ontwikkelingen in het tweede kwartaal van 2018:

  • strategie herijkt;
  • Cliëntenraad: noodzaak nieuwe leden, positief advies waarschuwingsregister Zorg en Welzijn en aanpassingen Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen;
  • Ondernemingsraad: positief advies persoonsalarmsysteem en instemming waarschuwingsregister;
  • Raad van Toezicht: ontwikkelingen rondom Zorg van de Zaak, vastgoedplannen en strategieherijking.

Strategie herijkt

Op dinsdag 29 mei zijn zo’n dertig collega’s vanuit alle geledingen van NK met veel aandacht voor de inhoud aan de slag gegaan om de huidige strategische koers van NK te actualiseren en de kaders voor 2019 op te stellen. In roulerende groepen is per resultaatgebied (Cliënt, Medewerker, Kwaliteit en Rendement) gebrainstormd en gediscussieerd over doelen voor NK in 2019. Context voor de dag waren de huidige ontwikkelingen in de zorg. Er is onder meer gesproken over het profileren van NK als expertisecentrum, uitbreiding van het (gemeentelijk) portfolio, het benutten van digitale kansen en het NK leerklimaat. Managementteam en bestuur zullen nu eerst het totaal inclusief een financiële paragraaf vaststellen in een kaderbrief, vervolgens zullen de teams bepalen hoe ze de kaders verder uit zullen werken.

Cliëntenraad

Met het vertrek van een ervaren CR-lid per 2 juli is de noodzaak van de instroom van nieuwe leden in de Cliëntenraad nog groter geworden. In het vorige kwartaalbericht werd gemeld dat er twee snuffelleden actief waren binnen de CR, maar helaas is een van de twee inmiddels weer afgehaakt. Nieuwe vrijwilligers voor Cliëntenraad en/of Naastbetrokkenenraad zijn moeilijk te vinden. Dit werd door de voorzitter van de CR ook aangekaart tijdens het bezoek van staatssecretaris Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) aan Novadic-Kentron Vught op 18 juni. Nieuwe leden en nieuwe ideeën met betrekking tot ledenwerving zijn altijd welkom (cr@novadic-kentron.nl).

In het tweede kwartaal van 2018 heeft de CR een positief advies gegeven ten aanzien van de deelname van NK aan het Waarschuwingsregister Zorg en Welzijn. Door hierbij aan te sluiten, komt sneller naar boven of sollicitanten bij eerdere zorginstellingen strafbare feiten hebben gepleegd (zoals mishandeling van cliënten). Aansluiting bij het register draagt bij aan een betrouwbare, professionele organisatie. De CR ondersteunt de insteek van NK om er alles aan te doen om de zorg aan de cliënten in een veilige omgeving te laten plaatsvinden. Met het waarschuwingssysteem, waarin ook vrijwilligers meegenomen kunnen worden, heeft de organisatie een instrument in handen waarmee voorkomen kan worden dat medewerkers/vrijwilligers die bij een andere organisatie over de schreef zijn gegaan, blanco binnen NK aan de slag kunnen gaan. Meer info is te lezen op https://www.waarschuwingsregisterzorgenwelzijn.nl/waarschuwingsregister/

Ten slotte kunnen we melden dat in het traject om te komen tot een aangepaste WMCZ (Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen) een volgende stap is gezet. Minister Bruins van Medische zorg heeft na ruim vier maanden de meer dan 300 vragen van Kamerleden beantwoord over de WMCZ 2018. Ook heeft hij de conceptwet op een aantal technische punten gewijzigd. In een eerste reactie geeft het netwerk LOC zeggenschap in zorg aan dat de aanpassingen geen verbetering voor de positie van cliëntenraden lijken te zijn. LOC pleit voor een spoedige behandeling van de wet in de Tweede Kamer, zodat duidelijk wordt welke aanpassingen de minister precies heeft doorgevoerd.

Ondernemingsraad

Veiligheid is een belangrijke voorwaarde om het werk goed en prettig te kunnen uitvoeren. Afgelopen periode heeft de OR positief geadviseerd ten aanzien van een investering voor een nieuw persoonsalarmsysteem voor de klinieken. Medewerkers zijn betrokken in het voortraject en konden zo zelf invloed uitoefenen op hun arbeidsomstandigheden en de aanschaf van het systeem dat zij zelf het beste vonden.

Verder heeft de OR ingestemd met deelname aan het Waarschuwingsregister Zorg en Welzijn (zie informatie hierover bij onderdeel Cliëntenraad).

Raad van Toezicht

Ook in het tweede kwartaal van 2018 heeft de Raad van Toezicht met het bestuur gesproken over het aanhaken in het netwerk van Zorg van de Zaak. Ook heeft de RvT zelf nog met de Raad van Commissarissen van Zorg van de Zaak gesproken.

Verder zijn met de RvT de diverse vastgoedplannen besproken en is goedkeuring van de RvT ontvangen voor de verkoop van de Edisonlaan te Tilburg.

En ten slotte is met de RvT teruggeblikt op de strategieherijking (zie ook hierboven). Eind augustus zal de kaderbrief worden besproken.

Blog #5 Walther Tibosch: Verantwoordelijkheid of schijnzekerheid?

 

Afgelopen week liet ik ’s avonds per ongeluk de deur van de diepvries open staan. ’s Ochtends werd ik gealarmeerd door een pieptoon en tot mijn schrik was al het ingevroren goed zacht en ontdooid. Helaas: veel lekkers was niet meer te gebruiken. Ik had een vergissing begaan die veel invloed had op de kwaliteit van onze ingevroren producten. Ik had ook het risicosysteem niet gehoord, omdat we lagen te slapen. De consequenties voor de inhoud van de diepvries waren groot, ik moest veel opruimen en vooral nadenken hoe ik ervoor kan zorgen dat me dit niet meer overkomt!

Aan dit soort voorbeelden moet ik vaak denken als het gaat over kwaliteitsmanagement, risicomanagement, arbo-management en ga zo maar door. Zoals ik wel vaker zeg: ik beschouw alle zorgmedewerkers ook als kwaliteitsmanagers, risicomanagers en arbo-managers. Systemen en procesbeschrijvingen moeten daaraan ondersteunend zijn.

Ja, de protocollen moeten we ook kennen en kunnen toepassen, maar het gaat vooral ook om ons eigen gedrag. Zijn we ons bewust van onze invloed op kwaliteit, (voorkomen van) risico’s en optimale arbeidsomstandigheden? Zo ja, zetten we dan juist die professionele stap extra om de kwaliteit structureel op het hoogst haalbare plan te krijgen en houden? Zijn we structureel en bewust bezig met voorkomen van (potentiële) risico’s? Voelen we ons zelf medeverantwoordelijk om te streven naar en werken aan de best mogelijke arbeidsomstandigheden?

In het kader van Vitale Teams, waarbij onze medewerkers zelf inzicht hebben in en verantwoordelijk zijn voor het behalen van hun doelen, werken we binnen NK dag in dag uit aan het kantelen van onze organisatie. Alle ondersteuning en elk kader is er op gericht om onze werkzaamheden optimaal te kunnen uitvoeren, met plezier en gewenst resultaat. Daarom delen wij gezamenlijk onze verantwoordelijkheid als kwaliteitsmanager, risicomanager en arbo-manager. Vitale organisaties zijn gebaseerd op vertrouwen in de professional en het dragen en oppakken van verantwoordelijkheid. Niet op afvinklijstjes en schijnzekerheid!

Voorwoord eerste kwartaal 2018: toonaangevend

Nu we na enkele uitdagende jaren weer op koers zijn, kunnen we onze focus weer meer leggen op kwaliteit. Een van onze kernwaarden is niet voor niets Toonaangevend. NK wil toonaangevend zijn en blijven: in Brabant op het gebied van verslavingskunde in brede zin, en op een aantal specifieke thema’s – zoals GHB en zeer specialistische detoxificatie– ook daarbuiten. Want kennis zorgt voor betere behandeling én minder vooroordelen. 

Onze cliënten mogen erop vertrouwen dat hun herstel wordt ondersteund met bewezen effectieve behandelmethodes, en dat zij behandeld worden door hulpverleners met ‘warmte voor mensen’, liefde voor het vak en verstand van zaken. Om de kwaliteit van onze behandelingen en hulpverleners op peil te houden, volgen we de laatste trends, houden we wetenschappelijk onderzoek bij en doen we zelf onderzoek, trainen we onze medewerkers en vullen we de professionele en wetenschappelijke kennis aan met ervaringsdeskundigheid. Bovendien meten we de behandelresultaten, die we in de behandelkamer direct kunnen gebruiken om de zorg aan te passen.

Maar onze expertise houden we niet alleen ‘binnenskamers’: we stellen die ook graag beschikbaar aan onze ketenpartners. Via samenwerkingsverbanden, voorlichting, training, casuïstiekbespreking en deskundigheidsbevordering zorgen wij ervoor dat verwijzers en ggz-medewerkers, wijkteams en huisartsen, maar ook bijvoorbeeld horeca-ondernemers, docenten en vrijwilligers van sportverenigingen, beter weten hoe ze in een vroeg stadium problemen met alcohol, drugs, gokken of gamen kunnen herkennen en hoe ze dit bespreekbaar kunnen maken.

Nog steeds wachten mensen die problemen ervaren door gebruik, vaak vele jaren voor ze hulp zoeken. Het verspreiden van kennis en expertise zorgt ervoor dat meer problemen in een vroeg stadium herkend worden door artsen en onderwijzers, door werkgevers en sportinstructeurs, door professionals en door naasten in de omgeving van de persoon die worstelt met gebruik. Ook zorgen meer kennis en expertise ervoor dat vooroordelen rondom verslaving weggenomen worden. Dit is ook de drijvende kracht achter Verslavingskunde Nederland, een landelijk netwerk van instellingen op het gebied van verslavingszorg en geestelijke gezondheidszorg. Meer kennis en samenwerking zorgen voor Nieuwe Kansen!

In deze nieuwsbrief vindt u weer veel artikelen waarin het uitbreiden, toepassen en delen van onze expertise een rol spelen. Ik wens u veel leesplezier!

Walther Tibosch
Bestuurder NK

 

Op bezoek bij mensen die geen bezoek willen: “Er is geen mooiere job dan Bemoeizorg”

Het is een vorm van zorg waarvan de naam de lading helemaal dekt: bemoeizorg. Bemoeizorg richt zich op die mensen die heel hard zorg nodig hebben, maar die zorg tegelijk ook heel hard vermijden. Geïsoleerde, teruggetrokken, angstige of boze mensen. Verwarde personen die soms een hoop overlast en niet zelden angst veroorzaken. Mensen die zichzelf verwaarlozen en hun huis verloederen. Ontspoorde jongeren. Zwervers. Klanten van justitie. Ze hebben zich meestal niet populair gemaakt bij hun omgeving, en de meeste mensen gaan hen uit de weg. Maar bemoeizorgers komen onaangekondigd en ongevraagd juist op die mensen af, kloppen op hun deur, spreken hen aan. Een bijzondere baan, die vraagt om een bijzonder mens. Zoals Adri van der Pas.

Adri: “De cliënten van bemoeizorg, daar is vaak van alles mee aan de hand: verslaving, psychische problemen, schulden, problemen met wonen, werken, justitie… Dus werken wij binnen het Zorg- en Veiligheidshuis samen met politie, GGZ en welzijnsorganisaties. Die krijgen van verschillende kanten meldingen van mensen bij wie de problemen helemaal uit de hand lopen. En dan gaan wij op pad: samen met een collega vanuit de GGZ doorkruis ik de hele regio om deze zorgmeldingen na te gaan.”

Villawijk of woonwagencentra

“We bezoeken de mensen op straat of achter de voordeur, in een villawijk of in woonwagencentra, in een kerkdorpje of een volkswijk: wij komen overal. Maar ook bij zwervers op straat of in een tentje tussen de struiken. En dan is onze belangrijkste taak: het contact aangaan. Je komt onverwacht en ongevraagd langs en je weet: deze mensen zitten niet op jou te wachten. Ze taxeren je binnen een seconde: wat hebben ze aan je, ben je de moeite waard om ook maar enige tijd en energie aan te verspillen. Dit zijn mensen die vaak veel wantrouwen hebben tegen alle vormen van hulp die hen worden opgedrongen. Je moet jezelf dus meteen goed neerzetten.”

“Stil even, de poes heeft ook aandacht nodig”

“Hoe doe je dat? Misschien moet ik een voorbeeld geven. Mijn collega en ik hadden een melding van een drugsverslaafde man die heel wantrouwig en angstig was en het huis niet uit kwam. De GGZ wilde contact leggen, maar dat lukte niet: de deur bleef dicht. Ik klop dan misschien wat harder, ben wat brutaler. Aan de andere kant van de deur hoor ik die man verwarde taal uitslaan. Ik blijf vastberaden kloppen, herhaal steeds dat ik met goede bedoelingen kom. Ik hoor gegrom en gegil, maar ik laat me niet wegjagen. Soms is het een tijdje stil. Ik blijf vriendelijk en rustig, maar wel volhardend. Na dertig minuten gaat de deur toch open. Ik zie een jongen staan, helemaal strak van de drugs en de zenuwen, ogen als schoteltjes. En ik zie vooral veel angst.

Dus we staan even voor de deur te praten voor ik voorstel om, vanwege de privacy, naar binnen te gaan. Hij stemt in, maar ik zie dat hij meteen weer nerveus wordt. Binnen een hoop rommel, spullen kapot. Dan zie ik een kattenbak, helemaal vol poep, lege etensbakjes en de poes zelf. Ik richt al mijn aandacht op de poes. De jongen is helemaal verbaasd, begint te praten, maar ik zeg: ‘Stil even, de poes heeft ook aandacht nodig.’ Dan zeg ik tegen hem dat dit toch niet kan zo, en dat ik wel even brokjes en nieuwe kattenbakvulling ga halen. Doet hij de deur dan weer open? Hij stemt in. Als we terugkomen, is de deur al voor me geopend. Ik verschoon de kattenbak, vul de etensbakjes en ga meteen door met afwassen en een beetje opruimen. De jongen begint te helpen. Zo zijn we zo’n anderhalf uur bezig. En pas daarna beginnen we te praten over hoe het met hem gaat, en wat ik kan doen om hem te helpen, ik probeer hem het belang te laten inzien.”

Geen oordeel over huiselijk geweld

“Je moet nooit vergeten dat jij onuitgenodigd in de wereld van deze mensen op komt duiken. Dat betekent dat je altijd respect moet hebben voor de leefwereld, de taal, de normen en waarden van die wereld. Wat die ook zijn. Het is niet mijn rol om hun gedrag te veroordelen. Ook niet als er een drugsdealer – een brooddealer – of een dame of heer voor me staat die zijn of haar centen op straat moet verdienen door zich te prostitueren, of als er sprake is van huiselijk geweld. Mijn rol is het contact aangaan, vertrouwen op te bouwen. En pas als ik die positie heb opgebouwd, kan ik de hulpvraag bespreekbaar maken en iemand langzaam maar zeker toeleiden naar zorg. En dan worden die problemen, ook het huiselijk geweld of de criminele activiteiten, aangepakt.”

Gespannen situaties

“Je eigen veiligheid en die van je partner staan voorop. Je komt soms in gespannen situaties terecht, mensen hebben zichzelf – ook onder invloed van middelen – niet altijd onder controle. Van tevoren win ik altijd informatie in, bijvoorbeeld bij de ketenpartners, bij de huisarts of bij de omgeving, zodat ik ongeveer weet wat me te wachten staat. En je bent zelf je belangrijkste instrument. Ik heb in mijn jongere jaren ook op gesloten units gewerkt, dus je mag van mij verwachten hoe ik een crisis kan de-escaleren. Ook probeer ik van tevoren sleutelfiguren in de buurt te benaderen. Is er een persoon in de omgeving die veel mensen kent, die het vertrouwen heeft van de buurt en die veel overwicht heeft? Dan vraag ik of die persoon het goed vindt dat ik eens langs ga. Dat kan een wijkagent zijn, een consulent maar ook een tante die veel invloed heeft. Vervolgens is je eigen presentatie erg belangrijk, je moet er wel echt staan. Je moet overwicht hebben, maar tegelijk rustig en respectvol zijn. Ik heb in twintig jaar maar één keer meegemaakt dat iemand me iets aan wilde doen. Dat is gelukkig niet uit de hand gelopen, maar ik heb toen wel aangifte gedaan, want dat is niet acceptabel.”

Geen kunstjes flikken

“Je moet als bemoeizorger veel in huis hebben. Veel achtergrondkennis van psychische aandoeningen en verslaving, maar ook moet je een situatie heel snel kunnen inschatten. Je moet je aan kunnen passen aan alle rangen en standen in de maatschappij. Je moet in elke situatie de taal kunnen spreken, letterlijk en figuurlijk. Je moet stevig in je schoenen staan, stressbestendig zijn en flexibel. Een valkuil van een onervaren bemoeizorger is dat je probeert een kunstje te flikken. Als je doet alsof, val je door de mand. Je moet jezelf niet overschreeuwen uit angst, dat voelen mensen meteen aan. Het is dus heel belangrijk dat je jezelf goed kent. Een andere valkuil is dat je je laat verleiden tot waardeoordelen. Als de omgeving zegt: ‘Je snapt toch wel, meneer, dat dat niet kan wat hij doet’ en je stemt daarmee in, dan zit je in the pocket bij die persoon. En je moet geduldig maar volhardend zijn. Niet meteen de hulpvraag benoemen, maar eerst een goed contact opbouwen.”

Onder de radar

“Het huidige zorgklimaat is niet altijd gunstig voor bemoeizorgers. Wij hebben gelukkig nog wel de flexibiliteit om alle uren te besteden die nodig zijn voor het leggen van contact, en een deel van de bureaucratie gaat daarmee gelukkig aan ons voorbij. Maar we staan niet alleen, we willen onze cliënten ook zorg op maat bieden, toeleiden naar andere instellingen. En dat is lastig, omdat organisaties vaak moeilijk toegankelijk zijn. Er zijn wachtlijsten en alles moet helemaal formeel geregeld zijn voor een cliënt ergens kan starten. Gelukkig zijn daar wel ontwikkelingen in, maar dat mag van mij wel wat harder gaan. Er zijn maar weinig partijen die zo outreachend te werk gaan. Als bemoeizorger probeer je mensen terug te halen die onder de radar zijn verdwenen, die misschien wel eens lastig, maar vooral heel eenzaam en kwetsbaar zijn. Er is echt geen mooiere job dan bemoeizorg.”

Red alert voor ‘foute’ drugs

Dinsdag 6 maart loopt een man van twintig binnen bij de NK-testservice in Tilburg. Hij wil zijn cocaïne laten testen, omdat een vriend na het gebruik onwel geworden is. De laboratoriumtest wijst uit dat de coke de levensgevaarlijke stof atropine bevat. Gebruik kan fatale gevolgen hebben. Om doden te voorkomen, wordt onmiddellijk de procedure Red alert gestart. 

Op basis van deze fictieve maar realistische casus praten we met Charles Dorpmans, coördinator van de zeven testservicelocaties van NK in Brabant, over een Red alert. Deze regionale of landelijke alarmeringscampagne treedt in werking als er gevaar is voor de volksgezondheid. Sinds Charles de testservices coördineert, vanaf 2002, zijn in Brabant negen keer vervuilde drugs aangetroffen die tot een Red alert hebben geleid. De laatste keer was in januari van dit jaar.

Dinsdag 6 maart: sample wordt aangeleverd en gaat naar het lab

Charles: “Onze fictieve man loopt op dinsdag binnen in Tilburg met een sample cocaïne. Als recreatieve gebruiker kan hij terecht bij onze testservices. Veel pillen herkennen we uit de landelijke DIMS-database*. Pillen die we niet herkennen, plus poeders en vloeistoffen, worden doorgestuurd naar het DIMS voor een laboratoriumtest. Zo ook zijn cocaïne. Hij kan later telefonisch de uitslag opvragen. We testen anoniem, maar vragen wel altijd waar de drugs vandaan komen en onder welke naam ze verkocht zijn. Overigens krijgen bezoekers van de testservice nooit te horen dat de drug die zij aangeboden hebben, goed is. Drugsgebruik heeft altijd risico’s, ook als het geleverde sample niet vervuild is.”

Donderdag 8 maart: DIMS belt Charles met de mededeling dat er atropine is aangetroffen in sample 17038 uit Tilburg.  

Charles: “We treffen een vervuiling aan, dus starten de Red alert-procedure. Het Landelijk Kernteam Red Alert, waaraan de Inspectie Volksgezondheid, het Trimbos-instituut en VWS deelnemen, wordt bijeengeroepen. Zij brengen de risico’s in kaart en formuleren een advies voor de staatssecretaris van VWS, die uiteindelijk bepaalt of er een Red alert moet komen. In het geval van deze atropinevervuiling zijn de risico’s hallucinaties, hartkloppingen, rusteloosheid en gedaald bewustzijn tot bewusteloosheid. In extreme gevallen kan gebruik een dodelijke afloop hebben, als gevolg van ademhalings- en hartritmestoornissen. Ik informeer altijd eerst de direct betrokkenen binnen Novadic-Kentron en er gaat een melding naar de zogenaamde lokale driehoek – de burgemeester, de officier of hoofdofficier van justitie en de lokale politiechef – van de betreffende gemeente. Dan is de gemeente voorbereid als het Red alert van kracht wordt en kan bijvoorbeeld bepaald worden of de burgemeester als woordvoerder een rol gaat spelen.

Vrijdag 9 maart, 14.15 uur: de gebruiker belt voor de uitslag.

Charles: “Een van onze testers bespreekt de uitslag en welke vervuiling is aangetroffen. De uitgebreide vragenlijst Aanlevertraject wordt afgenomen om meer details over het sample te achterhalen. Daarin staan vragen als: waar is het middel aangekocht, op welke locaties wordt het middel gebruikt, in welke setting wordt het middel gebruikt – bijvoorbeeld binnen een bepaalde uitgaansgelegenheid, waar is het middel populair en wat is bekend over de verspreiding van het middel? De antwoorden worden direct gerapporteerd aan het DIMS-hoofdbureau en er volgt spoedoverleg met de staatssecretaris van VWS. Deze beslist of het Red alert officieel afgekondigd wordt en op welke schaal.”

Vrijdag 9 maart, 16.00 uur: de staatssecretaris kondigt een regionaal Red alert af.

Charles: “Nu het alert een feit is, moet er een hele hoop gebeuren, volgens een specifiek protocol. In de eerste plaats informeer ik het Kernteam Red alert van NK, dat zijn de bestuurder, geneesheer-directeur, teamleider Preventie en afdeling Communicatie. Vervolgens wordt de afdeling Communicatie gevraagd alle medewerkers van NK te informeren en het alarmeringsbericht op de website en social media te plaatsen. Ook verspreiden zij de persberichten naar de regionale en zo nodig landelijke media. Vervolgens worden de GHOR, ambulancediensten, SEH-afdelingen van ziekenhuizen en huisartsenposten per mail geïnformeerd. Alle testers informeren via bestaande mailinglijsten hun gemeentelijke netwerkpartners. Op deze manier bereiken we een zo breed mogelijk publiek.”

Vrijdag 30 maart: er zijn gelukkig geen slachtoffers gevallen. De vervuilde drug is niet opnieuw aangetroffen, dus wordt het Red alert in opdracht van de staatssecretaris door DIMS opgeheven.

Charles: “Als tot drie of vier weken na de formele afkondiging van het Red alert de vervuilde drug niet meer wordt aangetroffen, vraag ik onze afdeling Communicatie en de netwerkpartners om intern en op hun websites een melding te plaatsen met de mededeling dat er geruime tijd geen nieuwe vervuiling is aangetroffen. De pers wordt niet geïnformeerd, omdat we afgesproken hebben dat het de voorkeur heeft een Red alert zogezegd een ‘zachte dood te laten sterven’. Bij het volgende vervuilde sample staan we weer paraat!

*DIMS staat voor Drugs Informatie en Monitoring Systeem van het Trimbos-instituut. Daar worden de resultaten van alle testlocaties in ons land geregistreerd.

Je leven op de rit: een woning en werk voor dakloze cliënten

Als je problemen zich zo hebben opgestapeld, en je leven zo is ontspoord dat je geen netwerk meer hebt, geen huis, geen geld, geen structuur in je leven; als je verslaafd bent en misschien ook nog psychische problemen hebt; als bijna iedereen je bovendien beschouwt als onbetrouwbaar, minderwaardig, nutteloos: kun je daar dan ooit nog uit komen? Kun je je leven op de rit krijgen en dat negatieve stempel van je afschudden? Wat pak je het eerst aan om aan het leven op straat te ontsnappen? Bij Rapid Rehousing zeggen ze: werken en wonen. En daar zijn heel wat daklozen – én werkgevers – voor te vinden.

Loes Ceelen, coördinator dag- en nachtopvang in Den Bosch: “Eind 2017 zijn wij een samenwerking gestart met Springplank073, een organisatie die mensen met complexe problemen zo snel mogelijk aan werk helpt. Met deze samenwerking richten we ons op een van de meest kwetsbare groepen in deze maatschappij: dak- en thuislozen met een verslaving. Deze groep krijgt in de maatschappij heel weinig kansen. Veel mensen denken dat ze het wel prettig vinden zo, de vrijheid van het leven op straat. En sommigen vinden het inderdaad wel oké zoals het is, of zien er geen heil in om te proberen iets te veranderen, maar anderen willen heel graag hun leven weer op de rit krijgen. Mijn inschatting is dat zeker een op de drie cliënten van de opvang aan de slag wil.”

IJzersterke mensen

Margot de Vetten, werkbegeleider bij Springplank073: “Wij hebben een breed netwerk van werkgevers die sociaal willen ondernemen en mensen weer perspectief willen bieden. In ons netwerk hebben we veel bedrijven met lage instapbanen, zoals in de bouw, de schoonmaakbranche en de groenvoorziening. En we zijn ook aangesloten bij Weener XL, het werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente. We kijken samen met de werknemer en de werkgever waar de beste match ligt. Soms duurt de zoektocht wat langer en hebben we een plan B, omdat het belangrijk is dat kandidaten snel weer in het arbeidsproces komen. Vandaaruit kunnen we verder zoeken naar hun ‘droombaan’. Doordat we werk voorop zetten, boeken we verrassende resultaten. Door weer te werken, kunnen kandidaten ook weer sneller gaan wonen, en daardoor houden ze het werk weer beter vol. Maar de sleutel tot succes ligt bij de kandidaat zelf, natuurlijk met hulp van NK, Springplank073 en de werkgevers uit ons netwerk.

Dat moeten wel werkgevers zijn die medewerkers de kans geven om weer te wennen: deze kandidaten zijn al heel lang uit het normale werkritme, dus ze moeten wennen aan op tijd opstaan, afspraken nakomen, een vaste dagstructuur volgen. Dat betekent ook dat je niet meteen je nieuwe werknemer ontslaat als hij een keer te laat komt, maar dat we samen kijken wat die werknemer nodig heeft om te kunnen werken. En wat de werkgever nodig heeft: want soms willen werkgevers heel graag, maar weten ze niet goed hoe ze om moeten gaan met bijvoorbeeld middelengebruik.”

Loes: “Met wat meer tijd en een open blik komen de werkgever en werknemer er samen wel uit. Want de wil is er echt wel. En vergeet ook niet: dit zijn geen zwakke mensen, dit zijn ijzersterke mensen, die jarenlang hebben overleefd in zeer moeilijke omstandigheden.”

Wantrouwen

Loes: “Natuurlijk helpen we hen, samen met Springplank 073, om van hun nieuwe baan een succes te maken. Dat begint al voor de intake: we helpen bijvoorbeeld bij het in kaart brengen van hun sterke kanten en het maken van een cv. Cliënten hebben soms moeite om die eerste drempel over te komen. Daarbij speelt ook scepsis. Dit zijn mensen op wie een enorm negatief stempel rust, die door anderen vaak zijn genegeerd, of slecht zijn behandeld. Of ze hebben meegemaakt dat allerlei mooie beloftes zijn gedaan, die vervolgens nergens toe leidden. Dat heeft gezorgd voor een basishouding van wantrouwen. Waarom zouden ze zich inzetten om weer teleurgesteld te worden? Ze hebben daar vaak wat extra aansturing bij nodig.”

Margot: “We helpen hen bij elke stap. Na de intake gaan wij mee naar het sollicitatiegesprek. Als er een goede klik is, kan de kandidaat beginnen met een leer-werktraject, met behoud van uitkering voor drie maanden. Als dat goed gaat, volgt in elk geval een halfjaarcontract. We bieden tijdens en vaak ook nog na die periode begeleiding op de werkvloer en bij de kandidaten thuis. Daarbij kijken we naar alle obstakels die het werken in de weg kunnen staan. Als iemand bijvoorbeeld schulden heeft, helpen we daar ook bij. Want een deurwaarder op bezoek geeft stress, waardoor iemand weer kan gaan drinken en daardoor te laat komt op zijn werk. Onze vraag is steeds: wat heeft iemand nodig om te kunnen werken? Dit zijn mensen die heel veel hebben meegemaakt, maar die vaak goed in staat zijn om te werken en heel gemotiveerd zijn om te beginnen aan een nieuw leven.”

Werkkamers in de opvang

Loes: “Het vooruitzicht op een woning helpt daar absoluut bij. Naast werk moet er zo snel mogelijk een eigen, vaste plek komen. Zodra dat kan, gaan cliënten bijvoorbeeld wonen in een kamer van Springplank073. Vandaaruit stromen ze weer door naar andere woonvormen, beschermd of zelfstandig. Helaas zijn er maar weinig geschikte woonvormen, dus het kan voorkomen dat een cliënt van ons wel kan werken, maar toch nog niet kan wonen. We gaan de opvang hier ook op aanpassen, door bijvoorbeeld speciale werkkamers te creëren. Cliënten kunnen elkaar dan in een andere sfeer motiveren en helpen, door samen op tijd op te staan en te ontbijten bijvoorbeeld. Als cliënten eenmaal op de goede weg zitten, hebben ze een andere omgeving nodig om niet terug te vallen.”

Wonen is overweldigend

Loes: “Als ze wel eenmaal een eigen plek hebben, bieden we hen woonbegeleiding aan. Bij zelfstandig wonen komt heel wat kijken, zeker als je ook een baan hebt. Je moet op tijd opstaan, ontbijten, eraan denken dat je je lunchpakketje meeneemt, na je werk een maaltijd koken, opruimen, boodschappen doen… Ook waren ze nooit alleen; nu is het huis stil nadat ze de afwas hebben gedaan en liggen verveling en isolatie op de loer. Je huishouden en je financiën op orde houden, sociale contacten onderhouden en je eigen tijd invullen: voor de meeste mensen lijkt dat vanzelfsprekend, maar als je kijkt naar wat ‘wonen’ eigenlijk allemaal inhoudt… voor onze cliënten is dat soms overweldigend.”

Stigma’s doorbreken

Loes: “Het is voor onze cliënten dus een hele klus, maar we hebben er alle vertrouwen in dat dit project levens gaat veranderen. We hebben nu verschillende cliënten die een intake gaan doen bij Springplank073. Het begint wat langzaam, omdat veel van onze cliënten nu nog denken: ‘Eerst zien, dan geloven.’ Dus we starten nu met de pioniers, maar als de andere cliënten van de opvang zien dat mensen een baan hebben en een woning, dan zullen veel meer cliënten denken: ‘Als hij het kan, kan ik het ook.’ Dan gaan wij echt heel mooie nieuwe kansen creëren voor deze doelgroep, en bovendien heel wat stigma’s doorbreken!”

Margot: “Je ziet mensen echt opbloeien. Ze komen vaak van zo ver, en voor het eerst in jaren doen ze weer mee, verdienen ze hun eigen geld. Ze hebben weer een doel. En dat kan ook weer een motivatie zijn om het middelengebruik te minderen of te stoppen. Soms komen we erachter dat betaald werk een brug te ver is. Maar we zijn dan wel een traject gestart en leren de kandidaat kennen, weten wat hij zelf graag wil en wat hij wél kan. We hebben dan handvatten om te adviseren wat dan wel, bijvoorbeeld dat een dagbesteding op dit moment het hoogst haalbare doel is. En dan is hij over een jaar misschien wel klaar voor een werk-leertraject bij Springplank. Ik ben er zeker van – en dat zie ik ook steeds weer in mijn werk– dat veel cliënten van de opvang met de juiste hulp en de inzet van betrokken werkgevers weer van de straat af kunnen komen en aan het werk kunnen. En dan heb je een zeer gemotiveerde, hoogwaardige werknemer.”

Cool zeker! Uniek voorlichtingsproject voor speciaal onderwijs

Uit onderzoek blijkt dat leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) meer middelen gebruiken dan leerlingen uit het reguliere onderwijs. Voorlichting op maat, zoals NK die levert, is dus hard nodig. GGD Hart voor Brabant kreeg hiervoor subsidie van de provincie en gaf NK, samen met Helder Theater en het Trimbos-instituut, de opdracht om een interventie te ontwikkelen en onderzoek te doen naar de effecten. Zij maakten samen ‘Cool zeker!’, een bijzondere combinatie van voorlichting en interactief theater, met als thema’s onder meer middelengebruik, groepsdruk en je vrienden helpen.

Extra gevoelig voor groepsdruk

Senior preventiewerker Bernard van ’t Klooster was betrokken bij de ontwikkeling van Cool zeker!, dat inmiddels op verschillende VSO-scholen in Brabant is uitgevoerd. Het project is speciaal afgestemd op leerlingen van VSO-cluster 4: een kwetsbare doelgroep die extra gevoelig is voor groepsdruk. Cool zeker! is een tweeluik, met een theatervoorstelling van Helder Theater en een docentenscholing, die ook door Bernard wordt uitgevoerd.

Uit de voorstelling stappen

De voorstelling in de klassen wordt gespeeld door drie acteurs van Helder Theater, waarmee NK al jaren intensief samenwerkt. Hester Dadema, artistiek leider van Helder Theater, noemt Cool zeker! een vorm van interactief theater. Hester: “Dat betekent dat de personages met regelmaat uit het stuk stappen en in gesprek gaan met de leerlingen over wat ze hebben gezien. Het verschil met onze reguliere voorstellingen is dat we veel minder gericht zijn op het zenden van informatie, maar veel meer vormen van gedrag laten zien en daarover praten met de leerlingen. Na zo’n onderbreking pakken de acteurs de draad weer op.”

Stoere verhalen negeren

De drie acteurs spelen scholieren die de opdracht van school hebben om een vlog te maken over hoe hun leven er over tien jaar uitziet. Dat gebeurt door een meisje met een alcoholprobleem, een autistische jongen die gamet en een stoere gast die experimenteert met drugs. Hester: “De discussie met de groep vindt plaats op basis van gerichte vragen, met als doel gedragsbeïnvloeding. Daarbij focussen onze mensen zoveel mogelijk op de nadelen en risico’s die vanuit de groep genoemd  worden. Stoere verhalen negeren we zoveel mogelijk. Die formule blijkt te werken: leerlingen mengen zich actief in de discussie. En ook de leerkrachten zijn enthousiast.”

Middelengebruik signaleren

De rol van de leerkrachten is essentieel en daarom een belangrijk onderdeel van Cool zeker! Bernard: “In het VSO wordt gewerkt met groepsdocenten, die als vaste begeleider intensief contact hebben met hun leerlingen. Vanuit die rol is het van groot belang dat zij kunnen signaleren wanneer leerlingen risicovol middelen gebruiken en dat ze dit gedrag vervolgens bespreekbaar kunnen maken. Ik reik de docenten in de scholing, die vooraf gaat aan de lessen, de tools aan om die rol beter te kunnen oppakken. Na de training blijken docenten zich meer bewust van hun rol en voelen ze zich meer toegerust om die rol ook op zich te nemen. Dat is het mooie van deze gecombineerde interventie. Het zou zonde zijn als Cool zeker! na het theaterstuk in de klas geen vervolg krijgt.”

Veelbelovend

Vorig jaar heeft onderzoek plaatsgevonden naar de effectiviteit van Cool zeker!, dat is gehouden onder 325 leerlingen van vijf verschillende VSO-scholen in Brabant. De meeste leerlingen volgden het vmbo. 179 leerlingen hadden de voorstelling gezien, 146 leerlingen vormden de controlegroep.

Hoewel er geen sprake was van statistisch significante verschillen, zijn de resultaten wel positief. Leerlingen vonden het leuk om de voorstelling te bekijken. Maar ook scoorden de leerlingen die Cool zeker! gezien hebben, gunstiger op middelengebruik en afwijkend gedrag, en op de intentie om een vriend te ondersteunen bij problemen. Ook docenten waren positief. Zij vonden dat de voorstelling goed aansloot bij de leefwereld van hun leerlingen en waren tevreden over de docentenworkshop. Wel hebben docenten enkele duidelijke verbeterpunten naar voren gebracht, zoals: maak meer gebruik van praktijkvoorbeelden uit het VSO en laat meer diepgang zien.

Bernard is blij met de onderzoeksresultaten: “We hebben met Cool zeker! een goed onderbouwde interventie die we kunnen inzetten bij de vele verzoeken om gastlessen. Er zullen op basis van het onderzoek nog aanpassingen gedaan worden, daarna kan de interventie landelijk uitgerold worden als onderdeel van het Trimbos-programma ‘De Gezonde School en Genotmiddelen’.

Eric Kruiswijk, ervaringsdeskundige: “Je moet je eigen verhaal eerst een plek geven”

We kunnen heel mooi uitleggen waarom wij de inzet van ervaringsdeskundigheid zo belangrijk vinden. Derde kennisbron, meer hulp beschikbaar voor cliënten, stimuleren van eigen regie, belangrijke stap voor ervaringswerkers zelf, enzovoorts, enzovoorts. Maar zoals vaak gaat het pas echt leven als je van één persoon het unieke verhaal hoort. Eric Kruiswijk helpt al jarenlang met zijn eigen ervaringen anderen om zelf ook weer de regie over het eigen leven op te pakken. Hij deelt zijn verhaal, van een jeugd vol mishandeling tot een zeer veelzijdige kracht binnen NK, nu ook met u. Eric laat precies zien waarom het inzetten van ervaringsdeskundigheid zo waardevol is. En het mooie is dat hij dat doet zoals hij ook anderen verder helpt: met zijn eigen verhaal.

Eric: “Ik had geen mooie jeugd. Mijn vader mishandelde me, stelselmatig elke vrijdag. Ik heb er trauma’s en oogletsel aan overgehouden: stomp trauma staar. Dus ik ontvluchtte het huis, was veel op straat. Ik rookte al op mijn negende, op mijn elfde gebruikte ik alcohol en cannabis en op mijn vijftiende was ik aan de harddrugs: cocaïne, heroïne en daarnaast ook nog benzo’s.”

Van zwerver naar vader

“Ik zwierf rond, ging van opvang naar opvang. Gebruik speelde daar overal, en ik had er geen idee van dat er ook hulp was. Het leek uitzichtloos, maar op mijn negentiende ontmoette ik een vrouw die zelf niet gebruikte. Daar ben ik dertien jaar mee samen geweest. Mijn gebruik werd toen al minder. Heroïne, mijn ergste verslaving, gebruikte ik niet meer. De cocaïne en met name de alcohol bleven hangen, en ik was gokverslaafd. Ik had ook een kledingwinkel, dus mijn leven had ik beter op de rit, maar de eerste echte omslag kwam toen ik op mijn 23e hoorde dat ik vader zou worden. Toen dacht ik: ‘Nu heb ik negen maanden om helemaal nuchter te worden’. Dat is gelukt, zonder ondersteuning, door keihard tegen mezelf te zijn. Mijn eerste zoontje werd geboren en twee jaar later de tweede. Ik ben toen tot mijn 32e abstinent geweest. Ik dronk zelfs geen biertje, het zat niet meer in mijn systeem.”

Tientallen dealers

“Maar het ging helemaal mis toen mijn vrouw en ik uit elkaar gingen. Ik kwam in een enorme leegte terecht, miste mijn kinderen, en zocht heil in het uitgaansleven. Ik ging weer bier drinken, want ik dacht dat dat wel moest kunnen, maar dat zette de deur wijd open naar andere middelen. Binnen een maand was ik weer aan de coke. Daarnaast stortte ik me ook op alle nieuwe drugs die beschikbaar waren: designer drugs, xtc… Dat was allemaal makkelijk te verkrijgen. Mijn huidige vriendin is daar wel verbaasd over, maar als je de weg weet, vind je zo tientallen dealers, zelfs in de kleinere steden.

Ik gebruikte allerlei soorten drugs door elkaar, dronk veel en werkte keihard. Ik was inmiddels zzp’er en werkte soms wel 100 uur per week als stratenmaker of aan het spoor. Jarenlang was dat mijn leven. Ik kreeg weer een serieuze relatie. Ik gebruikte toen wel wat minder, maar bleef wel blowen en alcohol drinken. Dat maakte mij geen leuker mens, ik was agressief en onvoorspelbaar.”

Manipuleren

“Vooral onder druk van mijn vriendin zocht ik in 2009 voor het eerst hulp bij NK. Dat was ambulante hulp, maar ik manipuleerde die gesprekken gewoon, ik was daar vooral omdat mijn vriendin dat wilde. Ja hoor, het ging hartstikke goed, vertelde ik, en ik beweerde dat ik aan het afbouwen was. Maar ondertussen gebruikte ik nog net zoveel als daarvoor. De behandeling verwaterde en ik legde het bijltje erbij neer. Ik wist dat de zucht voorbij ging als ik de afslag naar de supermarkt voorbij was waar ik bier kon kopen, maar ik gaf het helemaal op en ging door met drinken.”

In elkaar geklapt

“In 2010 klapte ik helemaal in elkaar. Mijn vriendin verliet me, ik was al mijn opdrachtgevers kwijt, ik woonde in een te dure bungalow die ik niet meer kon betalen en ik had geen vrienden meer. Toen kwam voor mij pas echt het besef: ‘Nu moet ik echt.’ Er volgde een opname en ik kreeg diagnostiek. Ik bleek ADHD en PTSS te hebben. Meerdere opnames waren ervoor nodig, maar vanaf toen was ik wel in herstel. In 2013 kreeg ik de derde lange behandeling en kreeg ik EMDR om de trauma’s uit mijn jeugd te kunnen verwerken. Een heel belangrijke stap voor mij. Toen kwam ik ook terecht bij de coachingsgroep van Marcella Mulder, die als coördinator net was gestart met het trainen van ervaringswerkers die hun eigen ervaringen wilden inzetten om anderen te helpen.”

Rauw

“Ik zat nog vol oud gedrag, liep rond als een grote, stoere vent die het allemaal wel al wist. Maar ik besefte wel meteen: ‘Dit wil ik gaan doen.’ Mensen kwamen altijd al naar me toe om hulp en raad, zelfs toen ik zelf nog gebruikte. Marcella heeft me toen getraind om mijn eigen ervaringsdeskundigheid te kunnen inzetten. Er komt veel bij kijken: dat je zelf ervaring hebt met verslaving is niet voldoende, je moet je eigen verhaal ook een plek kunnen geven. Mijn grootste valkuil was dat ik zelf te betrokken was, dat ik zelf nog veel emoties te verwerken had. Ik zat toen nog vrij kort in herstel, sommige dingen waren nog té herkenbaar. Als het bijvoorbeeld over trauma’s ging: dat was voor mij nog echt te rauw. Inmiddels gaat dat beter, ik kan me nog steeds goed inleven, maar ik voel er niet té veel bij.”

Niet verheerlijken en shockeren

“Na zeven maanden in de kliniek ben ik als vrijwilliger – herstelmedewerker – gaan werken bij het project Samen Herstellen. Ik ondersteunde twaalf tot zestien cliënten voor, tijdens en na hun behandeling. Daarnaast deed ik ook nog jeugdwerk. En ik breidde mijn netwerk snel uit. Ik werd hoofd van alle herstelmedewerkers in de regio Oss-Den Bosch en ging ook meer samenwerken met Preventie. Voorlichting geven op scholen, daar heb ik veel positieve feedback op gekregen. Na de voorlichting aan de klas kwamen kinderen vaak spontaan naar me toe om me hun verhaal te vertellen. Ik gebruikte mijn verhaal niet om mijn losgeslagen leven te verheerlijken of om hen te shockeren, maar ik was gewoon eerlijk en open, en dat sprak aan. Inmiddels ben ik medecoördinator van de herstelpunten en dan werk ik ook nog als ervaringsdeskundige bij de forensische verslavingszorg, waar ik meedraai met de groep, gesprekken voer met cliënten en coachingsgroepen leid.”

Zelf de regie

“Ik heb veel zien veranderen in de jaren dat ik zelf ervaringsdeskundige ben. In het begin waren er alleen de vrijwilligers van Samen Herstellen. Nu werken er herstelmedewerkers in de woonvoorzieningen, op de opvang, bij de herstelpunten en op verschillende afdelingen. Het groeit enorm en er is ook nog veel in ontwikkeling, zoals nog meer ervaringsgroepen en coachingsgroepen. Want daar begint het allemaal, daar haak je de mensen echt aan. Voor mij betekende dit dat ik toen pas echt ging denken vanuit het idee dat ik zelf de regie heb. Wat wil ik zelf eigenlijk? Om dit met gelijkgestemden op te pakken, geeft veel kracht. Je kunt elkaar echt verder helpen, waar lopen anderen tegenaan, hoe hebben zij dat aangepakt?”

Trouw

“Ik merk ook dat de houding van professionals verandert, binnen maar ook buiten NK. Ze staan voor veel meer dingen open. In het begin was er soms wat weerstand tegen de inzet van ervaringsdeskundigheid, maar inmiddels is dat veel minder. Op de forensisch klinische zorg bijvoorbeeld werken we heel goed samen. Cliënten worden meteen in hun eigen kracht gezet. In plaats van dat gezegd wordt ‘Dit mag jij allemaal niet’, krijgen cliënten meteen te horen: ‘Dit zijn jouw verantwoordelijkheden, doe ermee wat je wilt, de consequenties zijn ook voor jou.’ In de samenwerking tussen ervaringsdeskundigen en professionals kunnen we gebruik maken van elkaars skills, we hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen: de beste zorg voor cliënten!

Ik ben heel trouw aan Novadic-Kentron, dit is waar mijn herstel begonnen is, dus ik wil graag blijven meedenken hoe we samen de kwaliteit van de zorg verbeteren, de regie bij de cliënt leggen, en ook naar buiten toe een positieve boodschap uitdragen. Een boodschap die mensen laat weten: ‘Wow, bij NK komt het goed!’ ”

Seks en drugs en rock and roll… Festivalseizoen 2018 van start

Het begon ooit in 1969 met Woodstock, het eerste grootschalige muziekfestival in de open lucht. In 1970 was Pinkpop een van de festivalpioniers in Nederland. Daarna namen de festivals een enorme vlucht. Vanaf 1980 kennen we grootschalige dance-events en anno 2018 is er sprake van een gigantisch commercieel circus. Jaarlijks zijn er zo’n 600 festivals met in totaal ruim 4,5 miljoen bezoekers. Zeker in Brabant heeft elk zichzelf respecterend dorp zijn eigen festival. Eén ding is niet veranderd in al die jaren: drugs (en dus ook alcohol) zijn altijd onlosmakelijk verbonden geweest met die festivals. Daarom is ook NK er druk mee: op twintig festivals zijn preventiewerkers en Unity-peers* in de weer om vanuit de Unity-voorlichtingsstand problemen door drugs of alcohol te voorkomen en bespreekbaar te maken.

“Die twintig is een tussenstand”, aldus NK-preventiewerker Xandra Laplante, projectleider van Unity Brabant. “In de loop van het seizoen komen er vast nog een aantal bij. Dat vergt een flinke inzet van onze achttien Unity-vrijwilligers. Afhankelijk van het aantal bezoekers hebben we naast een of twee preventiecollega’s zes tot negen peers nodig, waarbij we gelukkig ook peers uit andere regio’s in kunnen schakelen.”

De gevaren van het festival

Xandra: “Er zijn nogal wat omstandigheden op festivals die de veiligheid en gezondheid van bezoekers in gevaar kunnen brengen. Tachtig procent van de bezoekers gebruikt drugs, negentig procent drinkt alcohol, al dan niet gecombineerd. De hulpverlening bij die evenementen heeft het dan ook erg druk. In 2016 waren er bij alle festivals ruim 15.500 zorgcontacten, waarvan er ruim 2.600 te maken hadden met alcohol, bijna 1.500 met xtc en zo’n 800 met de designer drugs 4FA en 2CB. Maar ook andere factoren, zoals extreme weersomstandigheden, uitputting, uitdroging en geluidsoverlast, kunnen leiden tot gezondheidsverstoringen, zeker in combinatie met middelengebruik.”

Xandra is dan ook blij dat VWS het project ‘Celebrate safe’ met twee jaar verlengd heeft. Bij dit project staan de veiligheid en gezondheid van de bezoekers centraal. Xandra: “Celebrate safe roept op om tijdens evenementen op elkaar te letten, die oproep ondersteunen wij van harte.”

Er zijn twee groepen waarover Xandra extra bezorgd is. Dat zijn de nieuwkomers die komen met de intentie om volledig los te gaan, en de dance-toeristen. Xandra: “Die komen vaak uit landen waar een strenger drugsbeleid bestaat. Als bij die groep iets misgaat, zijn ze bang om hulp in te roepen, uit angst voor gedoe met de politie. Daarom hameren we op de boodschap: ‘the first aid team is your friend’.” 

Zero tolerance is papieren tijger

Ook Xandra’s collega preventiewerker Charles Dorpmans, coördinator van de DIMS-testservice in Brabant (zie het artikel over een Red alert elders in dit magazine LINK), heeft het druk met de festivals. Als adviseur van de drie GHOR’s (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) in Brabant is hij vooral actief in het voortraject. Charles: “Aan een vergunning voor een festival worden een aantal voorwaarden verbonden, zoals professionele hulpverlening, voldoende security, voorlichtingsstands en gratis water. Over het algemeen geldt ook een zero tolerance beleid, maar dat is een papieren tijger. Het is bij die enorme bezoekersaantallen simpelweg niet te doen om drugs buiten het festivalterrein te houden.”

Taboe doorbreken

Een van de Unity-vrijwilligers die ingezet wordt in het komende festivalseizoen, is de 26-jarige Joran uit Tilburg: “Ik ben nu voor het tweede jaar Unity-peer. Ik heb me aangemeld omdat een vriend van mij enthousiaste verhalen vertelde over Unity. Ook was ik geïnteresseerd in alles wat met drugs en drugsgebruik te maken had. Vanuit die interesse en de overtuiging dat mensen altijd drugs zullen gebruiken, wilde ik het taboe doorbreken en gebruik bespreekbaar maken. Om vervolgens door het aangaan van een gesprek te voorkomen dat mensen door gebruik in de problemen komen.”

Sterke pillen

Met die intentie staat Joran met enige regelmaat in de Unity-stand op de festivals. Dit seizoen is hij al zes keer ingepland voor Brabantse festivals, maar misschien wordt hij ook nog buiten de provincie ingezet. Joran: “Vanuit de stand proberen we in gesprek te komen met festivalgangers. De aanleiding is vaak een kennistest die we afnemen. Op die manier geven we informatie over risico’s van drugsgebruik, maar de testen zijn vooral aanleiding om in gesprek te raken over gebruik. In die gesprekken geven we jongeren inzicht in hun gebruik, gaan we in op risico’s en hoe ze feesten veilig kunnen houden. Dat kan gaan over drugsgebruik, maar ook over andere zaken. Soms hebben bezoekers gehoord dat ze veel water moeten drinken, maar schieten ze daarin door. Te veel water is ook niet goed. Als het om drugs gaat, is ‘less is more’ ons devies. Er zijn namelijk nogal wat sterke pillen in omloop.”

*Unity is een landelijk vrijwilligersproject met meer dan 150 peers die opgeleid en gemotiveerd zijn om problemen door drugs- of alcoholgebruik op dance festivals en feesten te voorkomen. 

Ook Unity-peer worden?

Unity heeft veel peers nodig! Er zijn veel festivals en er is een groot verloop, omdat de Unity-peers vaak studenten zijn die afhaken als ze een baan vinden. Nieuwe peers stromen vaak in via mond-tot-mondreclame, maar kunnen zich ook melden via preventie@novadic-kentron.nl. Xandra Laplante voert dan een intakegesprek. Als dat positief verloopt, volgen de kandidaten een training, waarna ze ingezet kunnen worden.

Cijfers eerste kwartaal 2018

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over het eerste kwartaal van 2018: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In het eerste kwartaal van 2018 waren 5.272 cliënten in behandeling, versus 5.422 in het eerste kwartaal van 2017. Van hen zijn 413 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 1.768
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 859
Opiaten 692
Cannabis 621
GHB 159
Gokken 156
Medicijnen (o.a. benzodiazepines) 71
Internet (gamen, chatten, erotiek) 63
Ketamine 25
Xtc 7
Overig (1) 51
Onbekend (2) 800

(1) Bijvoorbeeld: lachgas, nicotine, hallucinogenen
(2) Bijvoorbeeld omdat cliënten zich nog in de intake/diagnostiekfase bevinden, omdat ze alleen nog urinecontroles krijgen of omdat het cliënten zijn van de dag- en nachtopvang of een van onze woonvoorzieningen.

Geslacht Aantal
man 3.986
vrouw 1.286

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.605
24-50 jaar 3.207
18-23 jaar 414
< 18 jaar 46

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste kwartaal van 2018 zijn in totaal 512 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 537 in het eerste kwartaal van 2017.

Primaire problematiek Aantal
Cannabis 210
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 86
Alcohol 43
Gamen 37
Gokken 32
GHB 10
Xtc 5
Opiaten 4
Overig 27
Onbekend 58

 

Leeftijd Aantal
13 3
15 8
16 12
17 23
18 31
19 53
20 65
21 84
22 91
23 90
24 52

 

Geslacht Aantal
man 391
vrouw 121

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 januari 2018: 726
Aantal medewerkers per 1 januari 2018: 858

Aantal fte per 1 april 2018: 726
Aantal medewerkers per 1 april 2018: 859

Cliënttevredenheid 2017

  Aantal respondenten Gemiddelde score
Specialistische zorg 552 8,2
BasisGGZ 396 8,6
Wet maatschappelijke opvang (Wmo) 5 8,6

(onvoldoende data)

Forensische zorg 60 7,5
Jeugd 6 9,0

(onvoldoende data)

Overig 27 7,9
Totaal 1.046 8,3

 

Terugblik Novadic-Kentron algemeen eerste kwartaal 2018

In het eerste kwartaal van 2018 heeft de samenwerking binnen het netwerk Verslavingskunde Nederland concreet vorm gekregen, onder meer via de gezamenlijke aangifte tegen de tabaksindustrie. Ook heeft NK met partners van GGZ Nederland een vervolg gegeven aan de campagne van eind 2017 om de regelgekte binnen de zorg aan te pakken. Ruim 160.000 mensen hebben het manifest ondertekend. Nu worden met collega-instellingen en andere ketenpartners regels en procedures kritisch tegen het licht gehouden. Over deze zaken en andere recente ontwikkelingen dit eerste kwartaal leest u hieronder meer. 

Aangifte tabaksindustrie

Begin februari heeft Verslavingskunde Nederland, waaraan ook NK deelneemt, aangifte gedaan tegen de tabaksindustrie. Met die aangifte nam een groot aantal zorginstellingen stelling tegen roken, met als doel de nieuwe generatie te beschermen tegen de schadelijke gevolgen en het roken te denormaliseren. In de aangifte ging het vooral om de zogenaamde sjoemelsigaret: sigaretten met gaatjes die ervoor zorgen dat apparatuur minder schadelijke stoffen meet dan een roker daadwerkelijk binnenkrijgt, omdat rokers met hun vingers en mond de luchtgaatjes deels dichtknijpen. De aanklacht is dat dit een bewuste werkwijze van de tabaksindustrie is om een maximum aan nicotine in de sigaret te stoppen, zodat de sigaret zeer verslavend is. Inmiddels is helaas duidelijk geworden dat het OM niet overgaat tot vervolging van de tabaksindustrie, omdat binnen de huidige wet- en regelgeving een kansrijke vervolging van de tabaksproducenten onmogelijk is.

Schrapsessies landelijke campagne ‘Minder Regelgekte Meer Zorg’

Eind maart organiseerde GGZ Nederland de ‘Regelgekte-4daagse’. In die week werden op landelijk niveau besprekingen georganiseerd tussen GGZ, zorgverzekeraars, VNG en het ministerie van VWS over nut en noodzaak van regels en procedures. Tegelijkertijd maakten in Amersfoort zeven GGZ-‘koploperinstellingen’, waaronder NK, een start met de zogenaamde schrapsessies. Zij inventariseerden welke opgelegde én eigen regels overbodig zijn of effectiever zouden kunnen. Vervolgens werd een top drie geselecteerd waarbij werd aangegeven op welke wijze de instellingen daar zelf verandering in zouden kunnen brengen. Ook werden thema’s meegegeven die op landelijk niveau aangepakt moeten worden. Het is de bedoeling dat alle GGZ-instellingen zelf schrapsessies gaan organiseren. Ook NK is hiermee bezig, om het aantal regels terug te dringen. Binnenkort verschijnt een speciale website waarop landelijk ervaringen kunnen worden uitgewisseld.

Clubdag Verslavingskunde Nederland (VKN)

Vrijdag 26 maart vond in Amersfoort de tweede clubdag plaats van Verslavingskunde Nederland (VKN). Zo’n tachtig hulpverleners en ervaringsdeskundigen van de twaalf deelnemende instellingen waren aanwezig, waaronder een NK-delegatie. Onze bestuurder Walther Tibosch, tevens bestuursvoorzitter van VKN, praatte de bijeenkomst aan elkaar. Na zijn welkom verzorgde hij een korte presentatie over VKN: “VKN is geen centrum, maar een beweging. We willen jullie meenemen in die beweging. Samen moeten we eraan werken dat we als expert in verslavingszorg worden gezien en dus een belangrijke gesprekspartner zijn van beleidsmakers en opdrachtgevers. Dat is nodig om meer mensen passende, op herstel gerichte behandeling te bieden en stigma’s te doorbreken. Zo wil VKN bijdragen aan een gezonde, veilige en sociale samenleving.” Aansluitend hield Dewi Segaar van de Alliantie Nederland Rookvrij een presentatie over effectieve samenwerking en een pleidooi voor het bundelen van krachten. Daarna was het de beurt aan vertegenwoordigers van de zeven programmalijnen. Zij hielden een flitsende pecha kucha-presentatie. De middag werd afgesloten met een stellingendiscussie.

Save the date! 16 oktober 2018: landelijke Dag Verslavingskunde

Op 16 oktober 2018 bestaat VKN precies een jaar. Die dag wordt voor het eerst de Landelijke Dag Verslavingskunde georganiseerd in de Rijtuigenloods te Amersfoort. Het thema van deze dag is ‘Verslavingskunde, nu en in de toekomst’. Er wordt gewerkt aan een rijk en gevarieerd programma met interessante sprekers, verrassende workshops, storytelling, muziek, film, theater én een award voor de beste vernieuwing op het gebied van herstel in de verslavingszorg. De dag is bedoeld voor medewerkers van alle aangesloten organisaties, ketenpartners, cliënten en stakeholders. Een uitnodiging met het volledige programma volgt te zijner tijd. Als u die wilt ontvangen, vul dan het formulier in op de website van de Congresbalie.

Vastgoedbeleid

In het kader van het terugdringen van de kosten en optimaliseren van de bedrijfsvoering is NK zich al geruime tijd aan het bezinnen over het vastgoed in eigendom. Inmiddels is besloten de panden aan de Edisonlaan te Tilburg en de Schijndelseweg in Sint-Oedenrode te verkopen. In Tilburg is al een paar jaar geleden besloten te verhuizen naar de locatie Jan Wierhof. Daar is onze medische heroïne-unit al gehuisvest. Een ander voordeel is dat we dan op het terrein van GGZ Breburg zitten, een belangrijke samenwerkingspartner in Tilburg en omgeving.

In onze locatie in Sint-Oedenrode (het voormalige Damianenklooster) is momenteel onze jeugdkliniek van Kentra24 gevestigd. Die blijft daar tot er een koper voor deze locatie gevonden is. Daarna verhuist de jeugdkliniek naar de Rompertsebaan in Den Bosch, waar door sluiting van de klinische afdeling ruimte beschikbaar is. Ook voor andere locaties wordt onderzocht of het in het kader van zogenoemde waarde-optimalisatie wenselijk is die locatie te verkopen.

Terugblik Gemeentelijk domein eerste kwartaal 2018 

Er gebeurt veel binnen het gemeentelijk domein. Om dat allemaal goed te stroomlijnen, zijn onlangs accountmanagers benoemd. Het gemeentelijk domein omvat veel verschillende activiteiten – van jeugdzorg tot medische heroïne-units – maar al deze activiteiten hebben als gemeenschappelijk doel om mensen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te helpen. Dat gebeurt onder meer door wijkteams en instellingen voor jeugdzorg, waarmee NK intensief samenwerkt. NK ondersteunt en adviseert deze samenwerkingspartners en kan als specialist worden ingeschakeld bij ernstige verslavingsproblemen. Daarover hieronder meer. Ook leest u over ontwikkelingen binnen preventie en andere Wmo-terreinen, zoals de medische heroïne-units. Elders in deze nieuwsbrief vindt u bovendien een aantal artikelen die dieper ingaan op het boeiende en zinvolle werk van preventie en bemoeizorg! 

Nieuwe accountmanagers voor gemeenten aangesteld

Sinds 1 maart 2018 zijn bij Novadic-Kentron twee accountmanagers aangesteld, die aanspreekpunt en contactpersoon zijn voor de gemeenten in ons werkgebied. Met de aanstelling van de accountmanagers wil NK invulling geven aan een optimale werkrelatie met uw gemeente. De accountmanagers zijn altijd direct bereikbaar voor antwoord op uw vragen en overleg over de verschillende vormen van zorg en contracten op het gebied van het sociaal domein, de Wmo en de Jeugdwet. Voor preventie en jeugd is Irene Dijkstra accountmanager. Irene was tot voor kort hoofd van de jeugdkliniek Kentra24. Voor de chronische doelgroep (mensen met langdurige en complexe verslavingsproblemen) en voorzieningen als medische heroïne-units (MHU), bemoeizorg, dag- en nachtopvang en woonvoorzieningen, is dat Ton van Pelt, die tot 1 maart coördinator was van de drie MHU’s.

Kentra24 opent afdeling 18-min

Op 5 april heeft Kentra24, de afdeling waar jongeren tussen de 12 en 24 jaar met lichte tot ernstige verslavingsproblematiek behandeld worden, een speciale behandelafdeling (de Tongelreep) geopend voor de doelgroep jonger dan 18 jaar. Senior sociotherapeut Froukje Olivier, contactpersoon aanmelding 18-min, is een van de stuwende krachten achter de start van deze afdeling. Froukje: “We hebben geconstateerd dat we steeds vaker aanmeldingen krijgen van deze kwetsbare doelgroep. Die kwetsbaarheid wordt nog groter omdat de jongeren de neiging hebben het gedrag van de oudere cliënten over te nemen. Meer dan bij de wat oudere cliënten is voor hen ook opvoedkundige zorg nodig. Ook is er sprake van een andere financieringsstroom, wat meer mogelijkheden biedt voor een leeftijdsspecifieke aanpak, waarbij coaching van belang is. De begeleiding richt zich op spiegelen, confronteren en de verantwoordelijkheid bij de jongere leggen. Het team van de nieuwe afdeling bestaat uit zes collega’s. Omdat zij alleen met de doelgroep 18-min aan de slag gaan, kunnen zij zich ontwikkelen tot expert.”

Het nieuwe team van de Tongelreep werkt intensief samen met de dagbehandeling (Intensief ambulant). Froukje: “Zo kunnen we sneller op- en afschalen. We willen deze doelgroep niet te lang in de kliniek houden. De focus ligt op gedragsverandering, daartoe worden concrete en haalbare doelen gesteld. We gaan ook intensief met het systeem rond de cliënt aan de slag. We willen dat de cliënten zoveel mogelijk contact houden met de eigen omgeving en daar oefenen. Binnen deze afdeling is er dus sprake van flexibele omgang met overnachtingen.”

Voor de instroom van 18-minners is geen verwijzing nodig, maar wel een beschikking vanuit de gemeente. De aanmeldingen worden met voorrang afgehandeld, waardoor er een snellere doorstroom is. Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Froukje Olivier, 06-13 85 67 18. 

Preventie informeert ketenpartners tijdens Snakepit

In december vond in het Klokgebouw in Eindhoven het dance-event Snakepit plaats, waar zo’n 6.000 dance-liefhebbers op af kwamen. Preventiewerkers van het Unity-project hebben in het kader van Celebrate safe een aantal belangrijke partners uitgenodigd om tijdens een werkbezoek een kijkje te komen nemen achter de schermen van dit event. Dat gebeurde onder de noemer ‘Samen sterk voor een veilige en gezonde dance-cultuur’. Voor dit werkbezoek werden onder andere raadsleden, ambtenaren en vertegenwoordigers van veiligheidsdiensten uitgenodigd. Zij kregen van de organisator, locatiemanager Klokgebouw, beveiliging, EHBO en uiteraard onze Unity-mensen uitleg over de rol die zij spelen om dergelijke evenementen gezond en veilig te houden.

‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’

Drugsgebruik is allang geen probleem meer van alleen ‘de grote stad’. Ook in de kleinere plattelandsgemeenten raakt het gebruik van drugs steeds meer ingeburgerd. Het gebruik van illegale middelen wordt steeds normaler gevonden, met veel risico’s tot gevolg. Daarom hebben veertig gemeenten in Oost-Brabant, waar in totaal 1,4 miljoen burgers wonen, de handen ineen geslagen om deze ongewenste normalisering van drugsgebruik tegen te gaan. Zij hebben partijen als Novadic-Kentron, GGD, politie en jongerenwerk gevraagd samen met de gemeenten de integrale aanpak ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’ te ontwikkelen. Deze aanpak heeft twee doelen: gezondheidsproblemen en uitval in de maatschappij voorkomen, en het gevoel van veiligheid onder burgers vergroten.

Inmiddels hebben de gemeenten van de Veiligheidsregio Oost Brabant budget vrijgemaakt om Martijn Planken, die zowel bij de GGD als in de verslavingszorg heeft gewerkt en ervaring heeft als kartrekker van projecten op landelijk en regionaal niveau, als kwartiermaker aan te stellen. Hij wordt gestationeerd bij Novadic-Kentron en heeft als opdracht om samen met een begeleidingsgroep en afgevaardigden van de gemeenten te komen tot een breed gedragen en effectieve aanpak. 

Onderzoek wijkteams regio Den Bosch

Op verzoek van de afdeling Preventie hebben beleidsmedewerker Mariken Hulscher en Marloes van Elderen van de afdeling Advies en Informatie eind 2017 onderzoek gedaan naar het versterken van de relatie met de wijkteams in de regio Den Bosch. Steeds meer zorgtaken vallen onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Dat vraagt bij problemen met middelengebruik om een gezamenlijke aanpak op het snijvlak van zorg en behandeling. Tijdens de voorbereiding bleek dat de relatie met de teams in gemeente Den Bosch op orde was. Voor dit onderzoek zijn daarom gesprekken gevoerd met wijkteams in de regiogemeenten Zaltbommel, Vught, Haaren, Boxtel, Sint-Michielsgestel, Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel. De gesprekken hadden een tweeledige insteek: er werd geïnventariseerd welke vragen en wensen de wijkteams hebben, maar tegelijkertijd ook informatie verstrekt over wat NK te bieden heeft.

In februari werden de resultaten van het onderzoek en de daaruit voortvloeiende adviezen gepresenteerd. De wijkteams zijn zeker bereid samen te werken, maar vinden het lastig om de juiste ingang te vinden. Omdat verschillende afdelingen van NK betrokken zijn, is het advies om goed in beeld te brengen welke rol die afdelingen kunnen spelen bij de zorg voor en behandeling van probleemgebruikers. Ook kan de onderlinge samenwerking verder worden versterkt. Volgende stap is overleg met de wijkteams om NK proactief te positioneren als verslavingsexpert en de zichtbaarheid in de wijk te verbeteren. Een werkgroep zal de adviezen in de praktijk vormgeven. Er wordt gestart met een pilot in de regio Den Bosch, met als doel deze werkwijze daarna ook door te voeren in de andere regio’s.

Gesprekstafels jeugdverslavingszorg Brabant

De transities in de jeugdzorg van de afgelopen jaren dreigen hun tol te eisen voor het specialisme jeugdverslavingszorg. Als gemeenten en jeugdregio’s niet snel actie ondernemen, zou passende hulp voor jongeren met verslavingsproblematiek kunnen verdwijnen. Overal in het land organiseert het Ondersteuningsteam Zorglandschap (van de VNG, VWS en de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd) daarom samen met betrokken partijen regionale gesprektafels. In Brabant organiseert Novadic-Kentron zo’n gesprekstafel. Dat gebeurt op woensdag 27 juni van 17.00 tot 20.00 uur op onze hoofdlocatie in Vught. Wij nodigen alle betrokkenen uit de Brabantse jeugdzorg uit om deze datum alvast in de agenda te noteren. Een uitnodiging met het definitieve programma en de locatie volgt binnenkort. 

Meer onderzoek nodig naar effecten aantal verstrekkingen heroïne per dag

Als richtlijn voor de medische heroïne-units (MHU’s) geldt dat medische heroïne driemaal per dag verstrekt wordt. Er zijn echter ook studies die aangeven dat twee verstrekkingen per dag tot de mogelijkheden behoren. NK is daarom bij wijze van proef in 2015 op de MHU Eindhoven gestart met het tweemaal daags verstrekken van heroïne. De MHU’s Tilburg en Den Bosch verstrekken nog drie maal daags. NK heeft inmiddels een studie uitgevoerd naar de effecten van deze wijziging op de mentale, fysieke en sociale gezondheid van cliënten van de MHU’s. Ook is gekeken naar het gemiddeld aantal keer dat cliënten komen voor hun heroïne. De studie is uitgevoerd onder 49 cliënten: 18 van de MHU Eindhoven en 31 van Den Bosch en Tilburg (controlegroep). Uiteindelijk waren er slechts van 25 (8 en 17) cliënten gegevens beschikbaar. Er werden geen verschillen gevonden tussen de groepen, maar omdat de aantallen te laag zijn om harde conclusies te kunnen trekken, is meer onderzoek nodig.

Inmiddels is een landelijke werkgroep opgericht, waaraan NK deelneemt. Naast het aantal verstrekkingen gaat deze werkgroep ook aan de slag met thema’s als de benodigde personeelsmix op een MHU, het aantal behandelcontacten, de mogelijke integratie van de MHU met een unit voor methadonverstrekking en mogelijkheden van thuisbehandeling.

Ook gebruiksruimte Tilburg overgedragen

Met ingang van 1 januari is de gebruiksruimte aan de Gasthuisring in Tilburg overgedragen aan de Tilburgse instelling voor maatschappelijke opvang Traverse. Al eerder werd de gebruiksruimte in Eindhoven gesloten en die in Breda overgenomen door de SMO Breda. De sluiting en overname hebben plaatsgevonden in overleg met de gemeenten. Omdat het aantal bezoekers daalde, zijn de activiteiten van de gebruiksruimtes geïntegreerd in het bestaande aanbod van voorzieningen voor maatschappelijke opvang. Bij de overdracht is ook het grootste deel van de Novadic-Kentronmedewerkers door de maatschappelijke opvang overgenomen. Onze organisatie heeft nu alleen nog in Den Bosch, waar we ook nog dag- en nachtopvang bieden, diverse gebruiksruimtes.

Terugblik Zvw-domein eerste kwartaal 2018

In dit overzicht leest u welke actuele ontwikkelingen spelen in de door de zorgverzekeraars gefinancierde zorg, die geleverd wordt door onze Specialistische en BasisGGZ-teams. Afgelopen kwartaal waren er twee belangrijke ontwikkelingen: de veranderingen rond FACT in Oost-Brabant en de certificering van het ACT-team van de VOF Dubbele Diagnose. 

Veranderingen FACT Oost-Brabant

GGZ Oost Brabant, De Rooyse Wissel en Novadic-Kentron hebben na zorgvuldig overleg gezamenlijk besloten FACT+ (een zeer intensieve vorm van ambulante hulp aan huis) in de huidige vorm niet te continueren en met deze samenwerkingsvorm te stoppen. De huidige vorm sluit onvoldoende aan bij de strategische en organisatorische doelstellingen van de drie partijen. Wel onderzoeken de betrokken partijen de haalbaarheid van een forensisch FACT (ForFact). Het organiseren van een ForFact biedt de mogelijkheid expertises verder te ontwikkelen en het team sterker te positioneren.

Mede door deze richting verandert de samenwerkingsvorm tussen de drie partijen. GGZ Oost Brabant en De Rooyse Wissel zijn voornemens een nieuw samenwerkingsverband ForFact aan te gaan. Novadic-Kentron zal geen direct onderdeel meer zijn van dit nieuwe samenwerkingsverband, maar op consultbasis worden betrokken.

Onze organisatie zal naar aanleiding van de businesscase een besluit nemen over deelname aan het ForFact. NK zal in Helmond een passend aanbod creëren om de mogelijke lacune in de hulpverlening op te vangen. Het jaar 2018 wordt gezien als een overgangsjaar, waarbij de transitie zorgvuldig wordt doorlopen, met respect voor cliënten en medewerkers. Momenteel wordt uitgewerkt welke stappen daarvoor genomen moeten worden.

CCAF keurmerk voor ACT-team VOF Dubbele Diagnose

Op 25 januari 2018 vond ten behoeve van (her)certificering bij het Tilburgse ACT Team van de VOF Dubbele Diagnose (een gezamenlijke afdeling van GGz Breburg en NK) een audit plaats door de stichting Centrum Certificering ACT en FACT (CCAF). Op 21 februari heeft het team het conceptverslag ontvangen. Daarin waren al aanwijzingen voor een positief eindresultaat. Lovende termen als uitstekend en optimaal waren in het concept frequent te vinden. Op 10 april werd het CCAF-keurmerk volgens de veldnorm ACT via een officiële brief toegekend. Het CCAF was met name positief over de outreachende zorg, het multidisciplinair team met behandelaars en begeleiders, de integrale aandacht voor verslavingsproblematiek, de mogelijkheid de zorg snel te intensiveren en het doelgroepgericht en wijkgericht werken. Het team is opgenomen in het keurmerkregister van het CCAF.

Terugblik Herstelondersteunende zorg eerste kwartaal 2018

Ook in 2018 wordt er weer flink aan de weg getimmerd op het gebied van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid (zie kader onderin). Zo zijn er succesvolle ervaringsgroepen opgericht in de woonvoorzieningen in Eindhoven en Den Bosch, gaan ervaringswerkers individuele begeleiding bieden in de gemeente Bergen op Zoom en is in Eindhoven een zogenoemde ervaringsvijver gestart om samen met ervaringswerkers van andere instellingen de zorg in Eindhoven te verbeteren. Ook zoeken wij nog naasten die in navolging van onze succesvolle naastengroep in Roosendaal zelf ook een groep willen opzetten! Lees hier meer over deze en andere ontwikkelingen in het eerste kwartaal van 2018.

Ervaringswerkers gaan individuele begeleiding bieden in Bergen op Zoom

In de gemeente Bergen op Zoom gaan ervaringswerkers in het kader van de Wmo individuele begeleiding bieden aan cliënten. Dit zijn cliënten met verslavingsproblemen, maar zij hoeven niet per se in behandeling te zijn bij NK. Via contacten met onder meer de GGzE stromen de eerste cliënten inmiddels binnen. De ervaringswerkers kunnen een unieke aanvulling bieden op de reguliere zorg binnen de wijk.

Training ZRM (zelfredzaamheidsmatrix) voor ervaringswerkers

Een aantal ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers zijn onlangs getraind in het gebruik van de ZRM (zelfredzaamheidsmatrix). Dit is een effectieve methode om problemen op alle leefgebieden in kaart te brengen, bijvoorbeeld of iemand een uitkering heeft, een relatie, kinderen, psychische problemen, enzovoorts. Op basis hiervan wordt een ‘score’ vastgesteld en wordt duidelijk welke begeleiding iemand nodig heeft. De training zal intern verder worden uitgezet zodat alle ervaringswerkers ZRM-deskundig zijn, waardoor ze in meer gemeentes kunnen worden ingezet.

Ervaringsvijver in Eindhoven

In Eindhoven is een ervaringsvijver gestart. Ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers uit verschillende organisaties binnen de regio – zoals Neos, GGzE, Markieza en dus ook NK – fungeren als ‘denktank’ om samen acties te bedenken om de zorg in de regio te verbeteren. Zo wordt gedacht aan het oprichten van een netwerk van ervaringswerkers die concreet hulp bieden in de wijk.

Herstelpunt Eindhoven

Na Herstelpunt Vught is medio maart ook een Herstelpunt in Eindhoven geopend. De officiële opening heeft plaatsgevonden tijdens een feestelijke ‘herstelmarkt’ met als thema Op Eigen Kracht. Eigen Kracht was zeker te horen in de inspirerende, persoonlijke verhalen van de sprekers, bij de Aikido-demonstratie die gegeven werd en bij de muziek van de Will Hawkins Foundation Band. Vele externe ketenpartners toonden hun betrokkenheid door zichzelf te presenteren in verschillende kraampjes.

Bij het Herstelpunt kunnen nieuwe en bestaande cliënten, hun naasten en hulpverleners (ook bij onze samenwerkingspartners!) terecht voor informatie over herstel, herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid.

Training visie herstelondersteunende zorg aan alle teams

Ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers gaan intern alle teams voorlichting geven over de herstelvisie en het bieden van herstelondersteunende zorg. Eind dit jaar worden twee teams verder getraind in de concrete werkwijze, zodat onze zorgverleners meer gericht aan de slag gaan met herstelondersteunende zorg, waaronder het (terug)leggen van de regie bij de cliënt, en de inzet van ervaringsdeskundigheid.

Succesvolle ervaringsgroepen bij woonvoorzieningen

In Eindhoven en Den Bosch is onlangs gestart met ervaringsgroepen voor de bewoners van de woonvoorzieningen. In deze groepen wisselen bewoners ervaringen uit en vormen ze samen een netwerk om elkaar te helpen bij het uitstromen naar meer zelfstandige woonvormen. De ervaringsgroepen zijn een groot succes. De bewoners weten elkaar te motiveren en stimuleren. Door de verschillende woonvormen, de twee appartementen en de woonvoorziening, te combineren in de groep, zien de bewoners dat doorstroom mogelijk is en dagbesteding zinvol is. Hierdoor zijn al meerdere bewoners weer gestart met dagbesteding op verschillende locaties, zoals bij Neos en NovaFarm-Grip en binnen de woonvoorziening zelf.

Naastengroep Roosendaal

In Roosendaal zijn twee naastengroepen gestart, begeleid door een naaste zelf. Alle naasten en familie van (ex-)verslaafden zijn hier welkom om ervaringen te delen en elkaar verder te helpen bij het omgaan met de verslaving van hun kind, ouder, vriend, et cetera. We willen graag ook in andere regio’s naastengroepen opzetten, dus we zoeken nog naasten die hieraan willen deelnemen of die misschien zelf wel zo’n groep willen opzetten. Wij helpen je daarbij! Interesse? Mail naar herstelpunt.nieuwe-kansen@novadic-kentron.nl!

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

Cijfers herstelondersteunende zorg

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Bergen op zoom 53
Breda 104
Tilburg 112
Den Bosch/Oss 146
Eindhoven/Helmond 121

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal 12
Bergen op Zoom 6
Breda 24
Tilburg 8
Den Bosch 12
Eindhoven 8
Oss 6
Den Bosch ouderengroep 8

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 10
Bergen op Zoom 6
Tilburg 8
Den Bosch 18
Eindhoven 8

Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 0
Tilburg 1
Den Bosch 4
Eindhoven 3
Vught 3
Sint-Oedenrode 2
Bergen op Zoom 1

Aantal vrijwilligers/ervaringswerkers

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 31
Unity 18
Cliëntenraad 9
Kentra24 3
Naasten 1

Aantal vrijwilligers/ervaringswerkers herstelpunt

Functie Aantal medewerkers
Herstelmedewerker 9

Aantal vrijwilligers afdelingen

Functie Aantal medewerkers
Herstelmedewerker 3

 

Terugblik Justitieel domein eerste kwartaal 2018

Cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. In deze terugblik op het eerste kwartaal van 2018 vindt u daarvan enkele voorbeelden, zoals een kort verslag van de audits in het VR-team in Eindhoven en detoxificatie van GHB binnen de forensisch klinische zorg.  

Audits VR-team Eindhoven

Eind vorig jaar zijn bij het reclasseringsteam Eindhoven audits afgenomen door de 3RO-werkgroep audits (samenwerkingsverband Verslavingsreclassering, Reclassering Nederland en Reclassering Leger des Heils). Er is via dossieronderzoek, vragenlijsten en interviews met medewerkers kritisch gekeken naar de producten Werkstraffen en Advies. Inmiddels is de rapportage van de werkgroep binnen en is het team aan de slag gegaan met de conclusies en aanbevelingen om de kwaliteit van deze diensten te behouden dan wel te verhogen. We zetten de belangrijkste conclusies en aanbevelingen hieronder op een rijtje.

Werkstraffen

Het auditteam is positief over:

  • de wijze waarop het team het zorgperspectief van cliënten bewaakt;
  • de wijze waarop het team binnen de werkstraf aandacht blijft geven aan het delict, de verschillende leefgebieden en de (on)mogelijkheden van de cliënt;
  • de wijze waarop het team met elkaar samenwerkt: er zijn duidelijke afspraken over intercollegiaal overleg en feedback.

Aandachts- en verbeterpunten:

  • Maak de werkstraf methodisch zichtbaar in de organisatie, zodat de re-integratiedoelen gezamenlijk opgepakt kunnen worden.
  • Leg professionele overwegingen vast, zodat ook andere reclasseringswerkers inzicht hebben in de voortgang van de werkstraf.
  • Start tijdig met de werkstraf; het duurt vaak lang voor er een geschikt werkproject is gevonden. Maak van de zoektocht naar nieuwe mogelijkheden een voortdurend proces.

Adviesproducten

Het auditteam is positief over de volgende punten:

  • Adviezen worden tijdig geleverd, sneller dan het landelijke gemiddelde.
  • Adviezen zijn altijd afgestemd met de adviseur, toezichthouder en zorgmedewerker.
  • Adviseurs brengen altijd advies uit: zelfs als de cliënt niet op de uitnodiging verschijnt, is de benodigde informatie beschikbaar.

Aandachts- en verbeterpunten:

  • Rapporteer expliciet over de overwegingen die ten grondslag liggen aan het advies.
  • Benoem nadrukkelijk beschermende factoren.
  • Benoem het informeel netwerk als referent.
  • Leg verbindingen tussen teamleider, medewerker kwaliteit en beleid en reclasseringswerkers. De vele wijzigingen maken nieuwe structuren en afspraken nodig.

VR-medewerkers volgen masteropleiding

In september 2017 zijn vier reclasseringswerkers van de verslavingsreclassering (Francis van de Meer, Paul Wijbenga, Kim van Winkel en Debby Toepoel) gestart met de masteropleiding Forensisch Sociale Professional aan de Hogeschool van Utrecht. Het betreft een tweejarige opleiding die bestaat uit vijf modules: Verantwoord beslissen, Regisseren van risico en verandering, Begeleiden van leerprocessen, Regisseren en samenwerken en Onderzoek vaardigheden voor forensisch sociale beroepspraktijken.

Tijdens de masteropleiding Forensisch Sociale Professional leren de vier studenten waarom cliënten antisociaal gedrag vertonen en welke interventies werken. Daarnaast verbeteren zij hun vak en kunnen zij VR-collega’s ondersteunen bij het dagelijks werk. Het blijven leren en deze nieuwe opgedane kennis toepassen in de werkpraktijk is ook een belangrijke reden geweest om deze opleiding te volgen. 

FKZ verzorgt detox GHB-cliënten voortaan zelf

Binnen de forensisch klinische zorg (FKZ) van NK worden cliënten behandeld die in aanraking zijn gekomen met justitie. Als deze cliënten verslaafd waren aan GHB, werden zij tot voor kort de eerste weken van de behandeling voor detoxificatie opgenomen op de afdeling Crisis, Detox en Diagnostiek. CDD is immers speciaal ingericht en toegerust om GHB-verslaafden, die vaak heftige en mogelijk levensbedreigende ontwenningsverschijnselen hebben, te laten ontgiften van GHB.

Op FKZ wordt naast het detoxen en behandelen van verslaving ook aandacht besteed aan het voorkomen van delictgedrag. Doordat forensische cliënten met een GHB-verslaving vaak weken op CDD verbleven – zolang is het nodig om de medicinale GHB tot nul af te bouwen – was er te weinig tijd over om op FKZ ook bij GHB-cliënten aandacht aan delictgedrag te besteden. Om die reden gaat FKZ de GHB-detoxificatie voortaan zelf doen.

In samenspraak met CDD is er nu een efficiënte werkwijze opgesteld. De eerste 48 uur van de GHB-detox zijn medisch gezien het meest complex. Die 48 uur is de cliënt op CDD met een extra collega van FKZ die onder supervisie van CDD deze cliënt mee instelt op de medicinale GHB. Na die 48 uur gaat de cliënt over naar FKZ waar deze meedoet met het reguliere programma, terwijl de medicinale GHB tot nul afgebouwd wordt. 

VR in de PI

In onze vorige nieuwsbrief hebben we al gemeld dat vanaf 1 januari reclasseringswerkers van NK binnen de muren van de penitentiaire inrichtingen (PI) ingezet gaan worden. Daarbij werd vermeld dat VR op zoek was naar geschikte kandidaten. Die zoektocht is inmiddels afgerond: in Vught worden  Inge Vos en haar collega Chantal Hoeberigs ingezet. Ook in de PI Grave zal in de nabije toekomst een VR-medewerker ingezet worden.

Inge: “Samen met de casemanager van de PI doen wij, in het kader van het project Ruim Baan, voor gedetineerden met de status preventief gehecht en gevangenhouding datgene wat nodig is om recidive te voorkomen. Een traject met interventies die we – tijdens en aansluitend aan de detentie – nodig achten, kan hier een onderdeel van zijn. Daarnaast ben ik een dag in de twee weken beschikbaar voor de ISD-afdeling, voor veelplegers dan wel stelselmatige daders. Ik sluit dan onder andere aan bij het trajectbepalingsoverleg, waar afspraken gemaakt worden over het intramurale en extramurale traject dat uitgezet gaat worden. Chantal en ik zijn nog maar kort aan de slag in Vught en ons dus nog aan het oriënteren, maar wat mij betreft bevalt het tot nu toe prima en ik heb zin in deze nieuwe uitdaging.”

Terugblik Kwaliteit en onderzoek eerste kwartaal 2018

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, heeft NK veel aandacht voor het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. Ook in het eerste kwartaal van 2018 vonden belangrijke ontwikkelingen plaats op dit gebied, zoals het rioolwateronderzoek. Deze en andere ontwikkelingen vindt u in dit overzicht.

Kwaliteitsstatuut NK hernieuwd

Zorgaanbieders, belangenbehartigers van cliënten, beroepsgroepen in de GGZ en zorgverzekeraars hebben in 2016 een model kwaliteitsstatuut GGZ opgesteld. Dit beschrijft wat zorgaanbieders moeten regelen op het gebied van kwaliteit en verantwoording om binnen de Zorgverzekeringswet curatieve geestelijke gezondheidszorg te mogen verlenen. Het statuut bepaalt onder andere welke beroepsgroepen in verschillende onderdelen van de GGZ als regiebehandelaar op mogen treden. Vanaf 1 januari 2017 zijn alle aanbieders van GGZ in de Zorgverzekeringswet verplicht om een kwaliteitsstatuut te hebben. Per 1 januari 2018 is het kwaliteitsstatuut GGZ geactualiseerd, vooral met betrekking tot de evaluatiesystematiek en de eisen rondom het multidisciplinair overleg.

Het kwaliteitsstatuut borgt dat de zorgaanbieder de juiste hulp levert, op de juiste plaats en door de juiste zorgprofessional, binnen een professioneel kader. De zorgaanbieder bevordert daarmee gepaste zorg, waarin de ‘patient journey’ centraal staat.

Resultaten rioolwateronderzoek 2017

Ieder jaar brengt de EMCDDA (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction) een rapport over het drugsgebruik (of productie) in Europese steden. Deze week is de ‘wastewater analysis 2017’ verschenen. NK-medewerker Peter Greeven was hierbij betrokken als lid van de Nationale Drug Monitor Raad (NDM).

De analyse van rioolwater afkomstig uit een bepaalde stad, is een nieuwe methode om een inschatting te maken van drugsgebruik (en productie). Het is een zich ontwikkelend onderzoeksgebied waarbij wetenschappers vanuit verschillende disciplines betrokken zijn. Rioolwateronderzoek kan een aanvulling zijn op bestaande onderzoeken; de vraag blijft echter of het een goede graadmeter is voor het drugsgebruik van de Nederlander uit een onderzochte stad, omdat ook veel lozingen voor drugsproductie worden gedaan op het riool.

In ieder geval blijkt over 2017 dat Amsterdam bovenaan staat (in Europa) als het gaat om MDMA, Eindhoven eindigt hoog als het gaat om amfetamine (maar staat op gelijke hoogte met enkele andere steden in EU-verband). Verder opvallend is dat methamfetamine in Amsterdam relatief hoog scoort.

Echter, bij geen van deze metingen kan opgemaakt worden of het gaat om lozingen van productielocaties of om humane consumptie. Het ligt voor de hand dat het in Amsterdam (MDMA) eerder gaat om gebruik (uitgaanspubliek van houseparty’s bijvoorbeeld) en in Eindhoven meer om dumpingen, maar we weten het niet zeker. Dit geeft ook de beperkingen aan van het onderzoek met rioolwater.

Bekijk hier aanvullende informatie over het onderzoek in de drie Nederlandse steden die hebben meegewerkt aan de analyses.

Multidisciplinaire richtlijn drugs

In maart is de Multidisciplinaire richtlijn “Stoornissen in het gebruik van cannabis, cocaïne, amfetamine, ecstasy, GHB en benzodiazepines” (kortweg MDR Drugs) officieel verschenen. Deze is onlangs geautoriseerd en te raadplegen via de website GGZ Standaarden.

Aan deze richtlijn hebben vanuit Novadic-Kentron diverse (oud-)medewerkers een bijdrage geleverd: Peter Greeven, Maaike Habra en Piet Visser (oktober 2015 overleden).

Aanbevelingen MDR Drugs

De aanbevelingen zijn gebaseerd op zowel wetenschappelijke evidentie, professionele kennis, ervaringskennis als, waar van toepassing, ‘overige overwegingen’ (bijvoorbeeld klinische relevantie, kosten, of beschikbaarheid van een behandeling) en zijn het resultaat van de integratie van deze informatiebronnen. Het bijzondere van deze MDR is dat deze is gebaseerd op de uitgangspunten van herstel. Het gaat daarbij om het leren leven met een stoornis en de beperkingen die daaruit voortvloeien.

Algemene aanbevelingen:

  • Het verdient aanbeveling om op middelengebruik gericht contingentiemanagement breed in de specialistische GGZ (verslavingszorg) in Nederland te implementeren.
  • Het verdient aanbeveling om, waar mogelijk, het systeem rond de cliënt te betrekken bij de behandeling.
  • Het verdient aanbeveling om in de behandeling expliciet aandacht te besteden aan de therapeutische relatie en de keuze en wensen van de cliënt.
  • Het verdient aanbeveling om cliënten tijdens hun behandeling te informeren over aanvullende zelfhulpmogelijkheden, waaronder zelfhulpgroepen.
  • Aanbevolen wordt om in de behandeling – naast psychiatrische comorbiditeit – ook aandacht te hebben voor behandeldoelen die niet (noodzakelijk) op abstinentie gericht zijn, en voor herstelondersteunende zorg op andere domeinen, waaronder de sociale inbedding, huisvesting en financiële situatie van de cliënt.
  • Er is geen (overtuigende) evidentie voor een farmacologische behandeling van een stoornis in het gebruik van cannabis, cocaïne, amfetamine, xtc en GHB – behoudens geleidelijke dosisverlaging benzodiazepines – en er kan daarom geen (sec evidence based) farmacologische behandeling voor deze stoornissen aanbevolen worden. Wanneer besloten wordt om farmacotherapie aan te bieden voor de behandeling van een stoornis in het gebruik van deze drugs, dient de arts de cliënt duidelijk te informeren dat het om een ‘off label’ voorgeschreven medicijn gaat en dient de cliënt daar toestemming (‘informed consent’) voor te geven. Het verdient aanbeveling dit zorgvuldig te legitimeren en documenteren en de voortgang van de behandeling, waaronder bijwerkingen, regelmatig te monitoren.

Bekijk hier de volledige MDR Drugs, of de samenvatting van de belangrijkste aanbevelingen.

Symposium Zorgstandaarden Verslavingszorg

Begin april werden de zorgstandaarden verslaving gepresenteerd op een symposium georganiseerd door het Nederlands Instituut voor Psychologen, Resultaten Scoren en het IVO in Utrecht. Peter Greeven verzorgde als voorzitter een deel van dit symposium. Dr. Arnt Schellekens (psychiater en wetenschappelijk directeur van het NISPA) vertelde over hoe nieuwe wetenschappelijke en neurobiologische inzichten steeds meer vragen om ‘persoonlijk maatwerk’ voor de cliënt. Met biomarkers kan men nagaan of bepaalde medicatie voor een bepaalde cliënt zal werken of niet.

In het middagdeel werden de zorgstandaarden voor de verslavingszorg gepresenteerd. Aansluitend waren er workshops over de zorgstandaarden, herstelondersteunende zorg en de nieuwe richtlijn MDR niet-opioïde drugs. Met deze bijeenkomst zijn de zorgstandaarden verslaving nu officieel gepresenteerd. Voor meer informatie over de zorgstandaarden, kijk op de website GGZ Standaarden.

Bekijk hier een kort filmpje waarin Peter Greeven en Jo Swinkels (Cliëntenraad) de zorgstandaarden toelichten.

Terugblik Governance eerste kwartaal 2018

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. En ook op de wijze waarop we intern en extern in gesprek gaan en verantwoording afleggen over ons handelen, onze ambities en activiteiten, onze leerpunten en kwetsbaarheden, en onze behaalde resultaten. Hierbij zijn de cliëntresultaten, de ervaren herstelondersteuning en onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend. In dit artikel een overzicht van de governance-ontwikkelingen in het eerste kwartaal van 2018. 

Naastbetrokkenenraad

Op verzoek van het bestuur van NK zijn stappen ondernomen om, na een eerste initiatief vanuit de Cliëntenraad, te komen tot het opzetten van een Naastbetrokkenenraad (NBR). Alhoewel het geen wettelijk verplichting is, vindt NK het van belang om de mening van naastbetrokken te kennen rond bepaalde thema’s en hun ervaringen te benutten bij verbeteringen in de zorg en het herstel van cliënten. Medio maart vond de oprichtingsbijeenkomst plaats van de NBR. Tijdens de bijeenkomst hebben de aanwezige leden kennis gemaakt met elkaar en bestuurder Walther Tibosch. Tijdens de volgende vergadering zullen de doelen en werkzaamheden van de NBR nader worden besproken. Vragen over de NBR of interesse om als naaste hieraan deel te nemen? Mail naar nico.schreurs@novadic-kentron.nl (ondersteuner van de NBR en de CR).

Ondernemingsraad

NK wil de (mede)zeggenschap meer bij de teams leggen. Ook de OR wil dit. Onderdeel hiervan is dat zij meer in verbinding komen met onze medewerkers en hun teams. Al een paar jaar werkt de OR daarom met contactpersonen, wat inmiddels zijn vruchten afwerpt. Regelmatig legt de OR vragen aan de contactpersonen voor, die vervolgens in de teams aan de orde komen. De contactpersonen geven deze reacties namens hun team weer door aan de OR. Hoe de medezeggenschap binnen NK belegd wordt, is mede afhankelijk van hoe we de zeggenschap beleggen, want ‘de medezeggenschap volgt de zeggenschap’. De (door)ontwikkeling van de Vitale Teams is in dit kader zeer relevant. De OR volgt de processen waarbij de werkwijze van Vitale Teams dit jaar verder geborgd zal worden binnen NK en sluit hierbij aan.

Cliëntenraad

Al enige tijd was aandachtspunt voor de CR de cliëntenmedezeggenschap binnen de VOF Dubbele Diagnose in Tilburg. Pogingen om hier samen met de Cliëntenraad van GGz Breburg handen en voeten aan te geven, liepen op niets uit. Ingestoken wordt nu op het inrichten van een volledig van de CR’s van de samenwerkingspartners onafhankelijke en dus eigen CR voor de VOF DD. NK heeft vertrouwen in de herstart van cliëntenmedezeggenschap die hiermee weer zal ontstaan.

De CR heeft verder een eerste evaluatie gehouden van de in 2017 vastgestelde nieuwe klachtenregeling van NK. Deze is positief bevonden. En tot slot, maar heel bepalend voor NK en haar CR: vrij snel achter elkaar overleden begin dit jaar twee al langdurig actieve CR-leden. Het overlijden van deze leden heeft niet alleen verlies doen voelen, maar het ook noodzakelijk gemaakt om de inzet van de CR op alle voorgenomen activiteiten te heroverwegen. Bovendien maakt het de instroom van nieuwe leden in de CR urgenter. Inmiddels zijn twee snuffelleden actief binnen de CR, maar meer nieuwe leden, vooral uit West- en Midden-Brabant, zijn van harte welkom. Ben je cliënt en heb je interesse? Meld jezelf aan bij Nico Schreurs via mail naar nico.schreurs@novadic-kentron.nl (ondersteuner van de NBR en de CR), of tip andere geschikte kandidaten met (verslavings)ervaring en behoefte anderen te helpen en NK verder te brengen!

Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht werkte in het eerste kwartaal van 2018 met een kleiner aantal leden. Vanwege het verstrijken van de maximale zittingstermijn eind 2017 is de heer Herman Kuijpers als lid afgetreden. Zijn zetel binnen de RvT is niet opnieuw ingevuld, omdat de RvT besloten heeft om eerst de ontwikkelingen af te wachten in het proces om NK aan te haken in het netwerk van Zorg van de Zaak (ZvdZ). In het eerste kwartaal was het belangrijkste onderwerp tussen de bestuurder en de RvT dan ook de beoogde samenwerking met Zorg van de Zaak, waarbij geldt dat de afronding van de LOI-fase (‘letter of intent’) in zicht is gekomen. Verder was een belangrijk thema om tot de ontvlechting van de personele unie op bestuurlijk en toezichthoudend niveau te komen van stichting NK en Stichting MHC (Mental Health Caribbean). Per 1 maart is dit formeel gerealiseerd en heeft MHC een eigen RvT en een eigen bestuurder.

Blog #4 Walther Tibosch, bestuurder NK: Voorkomen is beter dan genezen

Nederland is een rijk land. Alcohol en drugs zijn makkelijk bereikbaar voor jong en oud en er is een behoorlijke tolerantie in onze samenleving voor het gebruik ervan. Alcohol wordt geassocieerd met gezelligheid en successen vieren en drugs met muziek, en deze middelen zijn voor velen een onderdeel van een avondje uit. Maar toch: als je weet (of zou weten) welke schade gebruik van alcohol en drugs in je lichaam kan veroorzaken, dan kijk je anders aan tegen het ‘gezellige glaasje wijn’, ‘de biertjes in de derde helft’ en het ‘sfeerverhogende xtc-pilletje of slokje GHB’.

Daarom moeten GGD’s, huisartsen en instellingen voor verslavingszorg de samenleving en vooral de jongeren en hun ouders/opvoeders optimaal informeren over de schadelijke stoffen en de risico’s van alcohol en drugs. Er is bij veel en vaak gebruik van alcohol en drugs een groot risico op aanzienlijk persoonlijk lijden met vaak ook grote maatschappelijke kosten als gevolg. Denk aan schooluitval, een moeilijke start in het arbeidsproces, schulden, sociaal isolement, geweld en vernielingen.

Ik pleit dan ook voor veel meer nadruk op mogelijkheden om ouders en jongeren goed en veelvuldig te informeren over de effecten van alcohol en drugs. Het eerste drankje of middelengebruik moet veel meer een bewuste keuze worden, en niet het gevolg van groepsdruk en sociaal gewenst gedrag. Ouders hebben daarbij een veel grotere invloed dan ze zelf vaak denken!

Naast de focus op voorkomen van problemen, moeten we zwaar inzetten op zo vroeg mogelijk opsporen van misbruik en de schadelijke gevolgen voor gezondheid en maatschappelijk uitvallen. Mensen die problemen ervaren door gebruik, zoeken meestal pas na jaren hulp. De problemen zijn dan vaak al behoorlijk uit de hand gelopen. Onze beste specialisten moeten dan ook zo vroeg mogelijk in het proces worden ingezet met effectieve interventies. Een juiste diagnose, het goed inrichten van behandeling en herstelondersteuning en het volgen van de effecten ervan, voorkomen onnodige verlenging of verergering van persoonlijk leed en hoge maatschappelijke kosten.

Preventie moet in samenspraak tussen gemeentes (inwoners), zorgverzekeraars (patiënten) en aanbieders (wijkteams, huisartsen, GGD, verslavingszorg) structureel worden ingericht. Op scholen, bij (sport)verenigingen, in culturele centra, in fitnesscentra, et cetera. Voorlichting over alcohol en drugs zou een natuurlijk en vanzelfsprekend onderdeel moeten worden van opvoeding, onderwijs en samenleving.

Ook om het stigma op verslaving weg te nemen. Want hoewel er veel tolerantie in onze maatschappij is voor het gebruik van alcohol en (recreatieve) drugs, rust er op problemen door misbruik en verslaving juist een groot taboe. Het gezellig glaasje wijn vinden we vanzelfsprekend, dat je hierdoor in de problemen kunt komen, daarvoor sluiten we liever onze ogen. Maak de risico’s en gevolgen van gebruik dus bespreekbaar voordat de ellende begint!

Blog #3 2018 Walther Tibosch, bestuurder NK: Fijn behandeld door Herstelpunt

‘Fijn behandeld’ benoemen tot een van de kernwaarden van NK is niet zo moeilijk. Invulling geven aan wat ‘fijn behandeld’ voor jou betekent, is al veel moeilijker. Wanneer voel je je fijn behandeld? Dat is zo persoonlijk! Een warm welkom betekent voor de één aandacht en gezien en gehoord worden, maar dat kan door de ander als ongewenste bemoeizucht worden ervaren. Hoe geef je er dan toch invulling aan?

Door goed te luisteren, te kijken en oprecht, welgemeend en respectvol het contact aan te gaan. Afgestemd op de persoon die voor je staat en afgestemd op de situatie. Door warme, échte aandacht te hebben voor cliënten, naasten, collega’s, opdrachtgevers en samenwerkingspartners. Het goede gesprek op het juiste moment is vakwerk!

Dit soort gesprekken vinden op dit moment al plaats in en vanuit het Herstelpunt in Vught, en vanaf de feestelijke opening op vrijdag 16 maart ook vanuit Herstelpunt Eindhoven. Hoera! De herstelpunten worden gerund door ervaringswerkers die cliënten en hun naasten steunen tijdens het proces van herstel. Het Herstelpunt vult de professionele behandeling aan en versterkt die waar nodig. Hier wordt hulp, begeleiding en perspectief geboden door mensen die als geen ander weten waar ze het over hebben, want samen sta je sterker. Hier worden (positieve) ervaringen en goede adviezen gedeeld. Hier worden kwaliteiten gevonden die professionals, al willen ze dat nog zo graag, niet kunnen bieden. Het zou waardevol zijn als die herstelpunten uitgroeien tot ontmoetingspunten waar cliënten, naasten, ervaringswerkers, ervaringsdeskundigen en professionals samenwerken aan herstelondersteuning.

‘Fijn behandeld’ in de verslavingszorg betekent voor mij: een optimale mix van professionele ondersteuning en ervaringsdeskundigheid, oprechte aandacht en effectieve behandeling en ondersteuning voor de cliënt en zo nodig ook voor de naasten. Werken aan herstel kost kracht, veel kracht en veel moed. Laten we daar dan de juiste ondersteunende sfeer en omgeving voor scheppen:  Samen Nieuwe Kansen Creëren!

Blog #2 2018 Walther Tibosch, bestuurder NK: Nu Kwaliteit, wat betekent dat voor ons?

‘Nu Kwaliteit’ is het thema van onze ambities voor 2018. Dat betekent dat cliënten, medewerkers, samenwerkingspartners en opdrachtgevers mogen verwachten dat de kwaliteit van het ‘totale NK-aanbod’ en van de organisatie als beter wordt ervaren dan in 2014, 2015, 2016 en 2017. Maar kwaliteit is een breed begrip. En wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor? 

De belangrijkste kwaliteit in een mensgerichte organisatie is openstaan voor de persoon die zich (aan)meldt bij NK, die als collega werkt bij NK of die samenwerkt met NK. Luisteren, kijken, willen horen, willen zien en ons vanuit betrokkenheid en professionaliteit zo goed mogelijk inzetten voor die ander waar en wanneer dat nodig is. Een goed menselijk contact vormt een belangrijke basis voor succesvol herstel en succesvolle samenwerking.

Een tweede belangrijke voorwaarde voor kwaliteit is dat de ondersteunende processen op orde zijn. In veel organisaties hoor je medewerkers zeggen dat deze processen de verantwoordelijkheid van iets of iemand anders zijn en dat je ze niet of nauwelijks kunt beïnvloeden. Maar binnen NK zijn we van mening dat elke medewerker zelf (mede)verantwoordelijk is voor efficiënte en effectieve ondersteunende processen en daar ook zelf invloed op heeft. We werken met Vitale Teams: zij hebben zelf inzicht in de kwaliteit en de prestaties, en bepalen als professionals hoe ze hun doelen bereiken. We stimuleren en faciliteren onze medewerkers om zelf, samen met hun team, te verbeteren wat ze kunnen verbeteren. En voorstellen te doen als anderen een proces moeten verbeteren.

De kwaliteit verbeteren is iets wat we samen doen. En daarmee bedoelen we niet alleen samen met onze medewerkers, maar ook samen met onze cliënten, ervaringswerkers en ketenpartners. Ieder heeft vanuit het eigen perspectief zinvolle suggesties voor het verbeteren van de kwaliteit. Via uw contactpersoon bij NK, via onze overleggen, via de Cliëntenraad of via Zorgkaart Nederland horen wij die suggesties graag!

Kwaliteitsverbetering begint bij ieder van ons en daarom plaatsen wij dit thema hoog op de agenda. Zodat wij onze belofte voor 2018 aan onze cliënten, onze medewerkers samenwerkingspartners en opdrachtgevers kunnen waarmaken. Nu Kwaliteit!

Voorwoord terugblik 2017 en vierde kwartaal

Nieuwe Kansen: aan het begin van het nieuwe jaar hebben deze woorden extra grote zeggingskracht. In 2017 hebben wij, met de stevige inzet van onze medewerkers en ervaringswerkers en in constructieve en enthousiaste samenwerking met onze ketenpartners, een enorme omwenteling teweeg gebracht. Onze cliënten geven ons mooie rapportcijfers, onze teams zijn op weg naar Vitale Teams, onze samenwerkingspartners en opdrachtgevers zijn enthousiast over wat we voor hen kunnen doen en we schrijven weer voorzichtig zwarte cijfers. 

NK ligt beter op koers en wij hebben er dan ook het volste vertrouwen in dat we in 2018 meer dan ooit samen Nieuwe Kansen kunnen creëren. In het voorwoord van het vorige kwartaalbericht heb ik al kort toegelicht waar wij ons het komende jaar op willen richten. Ook in onze nieuwjaarskrant, die we hebben uitgegeven ter gelegenheid van de theatervoorstelling Hunker die deze maand te zien was in zeven theaters in Brabant, gaan we in op onze koers in 2018. In een notendop: na een aantal jaren waarin wij veel  aandacht hebben besteed aan het gezond maken van onze bedrijfsvoering, ligt nu de focus weer meer op doorontwikkeling en kwaliteit.

In dit kwartaalbericht blikken we nog een keer terug op 2017. Zoals u ook in de afgelopen kwartaalberichten heeft kunnen lezen, hebben dit jaar een groot aantal positieve ontwikkelingen plaatsgevonden, op het gebied van ons aanbod in de gemeente, de zorg binnen de specialistische en BasisGGZ, en de forensische zorg en verslavingsreclassering. In de overzichtsartikelen in dit kwartaalbericht vindt u een korte terugblik op het hele jaar en specifiek op het laatste kwartaal. Een belangrijk NK-overstijgend initiatief dat ik wil noemen, is de oprichting van het netwerk Verslavingskunde Nederland, waarin vele instellingen zich samen hard maken voor een betere kwaliteit van de zorg en destigmatisering van het begrip verslaving. We houden u hiervan op de hoogte!

In deze uitgave vindt u ook de cijfers over het hele jaar 2017. Daarnaast vindt u natuurlijk weer informatieve en boeiende artikelen over een aantal highlights. Ik wens u veel leesplezier!

Walther Tibosch
Bestuurder Novadic-Kentron

* Wilt u meer weten over het succes van Vitale Teams? Op de website van P5COM, het bureau dat ons bij deze ontwikkeling heeft geholpen, vindt u een uitgebreid artikel, een interview met Walther Tibosch en een enthousiasmerende video over de vernieuwende aanpak.