Blog Walther Tibosch: Terug naar vertrouwen

De media, maar ook de ‘talk of the town’, worden gedomineerd door beelden over bureaucratie en wachtlijsten. En helaas niet door trotse verhalen van kanjers die werken in de GGZ, verslavingszorg en verslavingsreclassering. Dagelijks zetten tienduizenden zeer betrokken medewerkers in Nederland zich in voor de geestelijke gezondheid van honderdduizenden Nederlanders. En met resultaat! Door gerichte behandeling, door preventie, door begeleiding, door reclassering, door herstelondersteuning enzovoorts, verbeteren wij de levens van talloze mensen.

Alleen, maar vaak ook samen met andere partners, werken mensen in de zorg keihard aan het voorkomen of het zo beperkt mogelijk houden van het persoonlijk leed dat voortkomt uit verslaving. Daarbij wordt ook altijd rekening gehouden met de maatschappelijke impact.

Helaas worden onze kanjers, onze zorgprofessionals, in hun werk vaker geconfronteerd met regels en administratie dan met vertrouwen in hun kennis en kunnen. Landelijke campagnes zoals Minder Regelgekte Meer Zorg proberen het tij te keren. Maar zo’n actie is niet voldoende om de bureaucratie te verminderen. Laten wij binnen de zorg vooral werken vanuit vertrouwen, bouwen aan vertrouwen en ieder voor zich heel kritisch zijn in welke regels en administratie bijdragen aan échte oplossingen, échte kwaliteit en échte professionele werkvreugde.

Ik roep zorgmedewerkers op om hun werk zodanig in te richten dat het vertrouwen in jou en de zorg groeit en we samen werken aan het verminderen van regels en administratieve rompslomp. Ga daarover in gesprek met elkaar, met je leidinggevenden, met je ketenpartners, en wees trots op jezelf als professional. Investeer in de kwaliteit en professionaliteit van je werk, bouw samen met je collega’s aan het verdienen en waarmaken van vertrouwen. De regels zijn er niet voor niets, maar de regels moeten ondersteunend zijn aan het bieden van deskundige, menselijke zorg en herstelondersteuning. Als we er samen zo naar kijken en zo naar handelen, creëren we samen de beste resultaten en de meeste werkvreugde.

Voorwoord kwartaalbericht derde kwartaal 2018: laat uw bagage achter

“Laat uw bagage achter”

Wie wel eens met de trein reist, hoort regelmatig een conducteur omroepen: “We naderen het volgende station. Denk erom dat u uw bagage niet achterlaat.” Goed advies, maar soms zou je willen dat je je bagage juist wél kon achterlaten.

Onze genen en onze ervaringen vormen bagage waar we ons leven mee starten en die we gaandeweg verzamelen. Als je een fijne jeugd hebt gehad met betrouwbare en liefdevolle ouders, een robuuste psychische en lichamelijke gezondheid hebt en bovendien een portie geluk, dan heb je een stevige basis voor de rest van je leven. Die bagage kan je helpen bij tegenslagen en verlies.

Maar je bagage kan ook behoorlijk zwaar zijn en je ernstig dwars zitten in je leven. Door een combinatie van genen, opvoeding en ervaringen, kun je bijvoorbeeld persoonlijkheidsstoornissen ontwikkelen. Kom je al vroeg in aanraking met drugs en alcohol, dan maakt dat je kwetsbaarder voor het ontwikkelen van psychische of verslavingsproblemen. En dat geldt ook voor kinderen van wie de ouders zelf ernstige problemen hebben. Traumatische ervaringen kunnen bovendien, in één vreselijk moment of gedurende een langere tijd, een enorm pak extra bagage op je schouders leggen.

Die bagage kan een belangrijke factor zijn bij het ontwikkelen of in stand houden van een verslaving. Bijvoorbeeld om bepaalde nare ervaringen niet meer te voelen. Het lijkt alsof de bagage dan even een beetje minder zwaar weegt. Maar hij is er natuurlijk nog wel. Erger nog, het gebruik zelf zorgt weer voor extra bagage.

Bij NK is die bagage een belangrijk onderwerp. Waar mogelijk willen we voorkomen dat mensen extra belast worden. Bijvoorbeeld bij gebruikende jongeren of bij kinderen van verslaafde ouders. Bij mensen die zich bij NK aanmelden, is de reeds verzamelde bagage eveneens een essentieel thema. De bagage gewoon achterlaten, net zoals in de trein, dat kan helaas niet. Maar wel kunnen we samen bekijken wat we ermee kunnen doen. In deze nieuwsbrief vindt u daar verschillende voorbeelden van. Zo kunnen we met bepaalde therapieën anders naar de ervaringen uit het verleden leren kijken, zodat de last ervan een stuk lichter wordt. Dan wordt het ook gemakkelijker om te stoppen of minderen met middelengebruik. Opnieuw beginnen met een volledig schone lei, dat is misschien niet mogelijk. Maar Nieuwe Kansen, die zijn er voor iedereen.

Walther Tibosch
Bestuurder Novadic-Kentron

EMDR bij verslaafde cliënten: opnieuw door de hel om trauma’s voorgoed op te ruimen

EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is een vorm van traumabehandeling die in de media een bijna mythische status heeft aangenomen: door eenvoudigweg een vinger voor je ogen te volgen, kun je de vreselijkste gebeurtenissen eindelijk achter je laten. Zó simpel is het nu ook weer niet, legt regiebehandelaar Karen Gilijamse uit, EMDR vraagt om een zorgvuldige voorbereiding en de behandeling is zwaar: “Ik voel me soms een beul omdat ik mijn cliënten naar hun diepste en donkerste gedachten moet sturen, zonder hen te mogen troosten.” Maar wat dit de moeite waard maakt: EMDR is wonderbaarlijk effectief.

Karen: “Bij cliënten met een ernstige verslaving is er meestal meer aan de hand dan alleen de verslaving. Veel van onze cliënten hebben psychische problemen, en er kan ook sprake zijn van een genetische aanleg. Maar vaak is er ook sprake van hele nare ervaringen.”

Mishandeling en verwaarlozing

“Het is opvallend hoe vaak onze cliënten getraumatiseerd zijn. Cliënten zijn bijvoorbeeld vroeger mishandeld of misbruikt. Dat kan eenmalig geweest zijn – één verschrikkelijke gebeurtenis zoals een verkrachting – maar ook langdurig. Als je als kind stelselmatig werd verwaarloosd, kan elk incident op zichzelf niet zo intens zijn, maar opgeteld kan dit wel leiden tot een langdurig trauma.

Zo’n trauma kan een grote rol spelen bij het ontstaan of in stand houden van een verslaving. Als je niet om kunt gaan met die indringende, negatieve gevoelens en emoties, is het mogelijk dat je in middelengebruik vlucht om deze te verdoven. Maar natuurlijk gaan ze daardoor niet weg. EMDR kan dan een manier zijn om de traumatische herinneringen voorgoed op te ruimen.”

Ontregelend

“Het is niet zo dat we meteen een cliënt in een behandelkamer zetten en beginnen met EMDR. Sowieso moet de cliënt eerst stoppen met middelengebruik, omdat de behandeling anders niet werkt. En daarnaast vraagt EMDR om een goede voorbereiding. We maken dus eerst een zogenoemde casusconceptualisatie. We bekijken wat de klachten zijn, wat iemands sterke en zwakke kanten zijn en wat de risico’s zijn: is iemand eerder bijvoorbeeld suïcidaal geweest? Of zou het kunnen gebeuren dat iemand wraak gaat nemen op een vroegere dader? EMDR is heel ontregelend, daar moeten we wel rekening mee houden. Bij sommige cliënten passen we EMDR bijvoorbeeld alleen toe tijdens een opname.

Ook brengen we gedetailleerd de nare gebeurtenissen in iemands leven in kaart: zowel in tijd als in intensiteit. We bepalen dan wat de ‘targets’ van de EMDR zijn, dat zijn de beelden die de meeste emoties en spanning met zich meebrengen. Daarnaast beginnen we, voor de start van EMDR als het kan, en anders naast de EMDR, met het aanleren van andere manieren van ‘coping’. EMDR brengt een heleboel naar boven wat de cliënt altijd heeft vermeden. Als je je cliënt daar niet op voorbereidt, met een goed plan, dan is het risico op terugval in het middelengebruik heel groot. Zo is het goed om cliënten technieken aan te leren om zelf rustiger te worden, bij zichzelf te blijven. En ten slotte is ook de motivatie heel belangrijk. We passen alleen EMDR toe als de cliënt het zelf graag wil.”

Spanningsniveau van tien naar nul

“Na deze voorbereiding, waarover je in mediaberichten over EMDR zelden hoort, kunnen we starten met het EMDR-protocol. Ik ga met een cliënt in de behandelkamer zitten, en vraag hem of haar te denken aan een specifieke traumatische ervaring, een target. Tegelijk vraag ik de cliënt om met zijn ogen mijn vingers te volgen, die ik snel heen en weer beweeg. Na elke set van zo’n 30 seconden vraag ik wat er nu in hem of haar opkomt en hoe hoog het spanningsniveau nu is. Belangrijk is om daar niet verder op in te gaan, want dan kan de cliënt weer gaan vermijden. Dus we gaan onmiddellijk door. Bij enkelvoudige trauma’s kunnen één tot drie sessies al genoeg zijn om het spanningsniveau van tien helemaal naar nul te brengen. Het negatieve beeld roept dan geen enkele spanning meer op, wat natuurlijk niet betekent dat iemand er niet verdrietig om kan zijn. Maar het beeld dringt zich niet meer onverwachts op. Bij complexe en langdurige trauma’s in combinatie met een verslaving, zijn natuurlijk meer sessies nodig, als onderdeel van een bredere behandeling.”

Niet troosten

“Het klinkt allemaal heel eenvoudig, maar de praktijk is wel heftig. Je moet alleen een EMDR-behandeling volgen als je echt last hebt van die negatieve beelden en als je weet waar je aan begint. Je moet namelijk iets heel tegennatuurlijks doen en die beelden en emoties opzoeken die je juist het liefste vermijdt. Ook de therapeut moet veel doorzettingsvermogen hebben. Cliënten kunnen hele sterke fysieke sensaties krijgen, gespannenheid, paniek, misselijkheid, keihard huilen. En je mag hen als behandelaar niet troosten, want dan haal je hen weer weg uit de emotie, dat is nu juist niet de bedoeling. Je mag hen alleen aanmoedigen om door te gaan, zeggen dat ze het goed doen.

Gelukkig merk je vrij snel of EMDR effect heeft. Vaak neemt de spanning na één sessie al af, dat helpt cliënten ook om het vol te houden. Als je het goed voorbereidt en goed uitvoert, als je net zo lang doorgaat tot de spanning die het beeld oproept helemaal nul is, is EMDR zeer effectief. De spanning is weg, het negatieve beeld is waziger, minder indringend. En dat effect is ook voor altijd. Wel kan het, bij complexe of langdurige trauma’s, gebeuren dat cliënten zich pas na verloop van tijd gebeurtenissen herinneren die ze vergeten waren. Maar de traumatische herinnering die effectief is behandeld, die wordt niet opnieuw traumatisch. Dat ruimt dus lekker op.”

Het wordt nooit meer zo erg als het toen was

“De effectiviteit van EMDR is al vele malen wetenschappelijk bewezen, maar het blijft bijzonder. Lang was niet bekend waaróm het precies werkte, inmiddels is dat veel duidelijker geworden. De meeste nare gebeurtenissen die mensen mee maken, krijgen na verloop van tijd hun plaats. De emoties, bijvoorbeeld bij rouw, worden in de loop van de tijd minder sterk. De herinneringen worden een deel van wie je bent. Natuurlijk kunnen ze nog steeds emoties oproepen, maar je wordt er niet meer voortdurend door overvallen. Bij een traumatische gebeurtenis wordt de herinnering soms niet goed verwerkt. Hij wordt niet op de juiste manier opgeslagen, maar blijft het werkgeheugen belasten. Daardoor kunnen mensen met een posttraumatische stressstoornis ook niet goed nieuwe informatie opnemen. Door de gebeurtenis met EMDR opnieuw te bekijken, terwijl je ondertussen het werkgeheugen afleidt met bepaalde prikkels, kan die herinnering opnieuw worden verwerkt. Je doet dat vanuit het nu, vanuit wie je nu bent, je gaat je niet opnieuw verplaatsen in die tijd. Ook dat is een deel van de herevaluatie van die gebeurtenis. Dat is ook een troost voor cliënten: hoe heftig de EMDR ook is, het ergste is al gebeurd. Het is zwaar, maar het wordt nooit meer zo zwaar als het toen was.”

Unieke therapie helpt mensen met borderline en verslaving: “Het is vooral heel veel onmacht en eenzaamheid”

Over de borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) wordt veel geschreven: ‘borderliners’ zouden destructieve en manipulatieve mensen zijn, onmogelijk om mee om te gaan. Robert Spierings, verpleegkundig GGZ-specialist bij NK, vindt dat soort beschrijvingen vreselijk. Robert: “Ik doe daar niet aan mee. Manipulatief impliceert bijvoorbeeld dat je bepaald gedrag bewust vertoont, maar in mijn ogen schreeuwt de onmacht erdoorheen. Deze mensen hebben ernstige problemen.” BPS is een stoornis die, zeker in combinatie met middelengebruik, veel problemen en vooral heel veel eenzaamheid tot gevolg heeft. Maar gelukkig is er een therapie om deze doelgroep te helpen: de mentalization based treatment.

Robert: “Bij mensen met borderline zie je veel instabiele relaties en stemmingsproblemen. Daar zit waarschijnlijk een genetische component in, zoals een temperamentvol karakter, maar de oorzaken van het ontwikkelen van een BPS liggen vooral in de jeugd. Mensen met borderline zijn als kind meestal ‘onveilig gehecht’. Ze hadden ouders die, vaak omdat ze zelf ook problemen hadden, heel inconsistent waren in de opvoeding. Hetzelfde gedrag van het kind werd de ene keer beloond en de andere keer bestraft. Door die onvoorspelbaarheid heeft het kind nooit leren vertrouwen op anderen. Daardoor kan zich een persoonlijkheidsstoornis ontwikkelen, zoals borderline.”

Tot wanhoop gedreven

“Mensen met borderline hebben geen vertrouwen in anderen, en evenmin in henzelf. Ze zijn heel slecht in ‘mentaliseren’: nadenken over gevoelens, overtuigingen en gedachten. Overtuigingen zijn bij hen daardoor heel rigide. Als ze bijvoorbeeld het gevoel hebben door iemand in de steek te zijn gelaten, dan is dat gevoel een absolute waarheid. Dat soort overtuigingen dicteren de relaties die ze hebben. Dat leidt tot destructief en grensoverschrijdend gedrag, zoals ontrouw: mensen zoeken dan als het ware redding bij iemand anders. De partner wordt vaak tot wanhoop gedreven. Daarom hebben mensen met borderline vaak een heel spoor van verbroken relaties achter zich. Uiteindelijk hebben ze zoveel angst voor een relatie dat ze er niet meer aan beginnen, maar omdat ze er wel intens naar verlangen, zijn ze ontzettend eenzaam. Niet zelden leidt dat tot suïcidepogingen.”

Dempen en stimuleren

Om de extreme, negatieve gevoelens te dempen die gekoppeld zijn aan rigide overtuigingen, kunnen mensen met borderline naar genotmiddelen grijpen, zoals alcohol. Robert: “Daardoor neemt die sterke emotie natuurlijk af, maar daardoor schieten ze weer in de modus dat ze helemaal niets meer voelen. Dan kunnen ze juist weer stimulerende middelen gaan gebruiken. Maar terwijl ze in die vicieuze cirkel zitten, leren ze nooit op een gezondere manier omgaan met de gedachten en emoties die hen volledig in hun grip houden.”

Aan jezelf twijfelen is gezond

Bij MBT – mentalization based treatment – leren mensen met borderline om te mentalizeren: na te denken en te praten over hun gedachten en emoties. Robert: “Een belangrijk deel daarvan vindt plaats tijdens groepstherapie. We focussen daarbij op het hier en nu. Het nadenken over jezelf, de ander en de relatie wordt daarbij gestimuleerd. ‘Waarom reageer je nu zo? Wat gebeurt er nu tussen jou en mij? Het lijkt alsof wat je denkt waar is, maar laten we dat samen eens onderzoeken.’ Zo leren ze afstand te nemen van hun eigen absolute waarheid. Aan jezelf twijfelen is eigenlijk heel gezond!”

Oprecht en betrouwbaar

Voor een therapeut is goede timing daarbij essentieel. Als de emotie nog heel erg hoog zit, is het vooral belangrijk om steunend en empathisch te zijn. Robert: “Je gaat dan niet inhoudelijk in discussie, dat heeft totaal geen zin, maar je geeft aan dat je ziet dat iets hen heel erg aangrijpt, dat iets belangrijk voor hen is. Pas als de emotie enigszins zakt, kun je op zoek gaan naar de patronen in het gedrag, naar het onderliggende gevoel. Oprechtheid en betrouwbaarheid zijn daarbij sleutelbegrippen. Als jouw gedrag als behandelaar consistent en voorspelbaar is, kunnen cliënten zich hechten aan jou, en zo ook weer langzaamaan gaan geloven dat een relatie ook voor hen mogelijk is.”

Niet goed genoeg

“Dat kan een heel bijzonder proces zijn. Zo had ik als cliënt een jonge vrouw die haar hele jeugd van haar ouders gehoord had dat ze niet goed genoeg was, dat ze zich niet gedroeg zoals het hoorde. Bij haar was het vooral ‘doen alsof’. Zij had volledig afstand genomen van haar eigen emoties, en was verslaafd geraakt aan stimulerende middelen om nog maar íets te voelen. In de loop van de behandeling begreep ze waarom ze eigenlijk middelen gebruikte, en kon ze heel langzaam weer gaan vertrouwen op de behandelaars, wat in het begin heel erg moeilijk voor haar was. Ze leerde veel beter reflecteren op wat ze eigenlijk voelde en dacht, en bereikte daarin een gezond evenwicht. Ze verliet klachtenvrij de kliniek, verbrak de relatie met haar gebruikende vriend en ging studeren. Ik kwam haar laatst, twee jaar later, toevallig tegen, en ze was nog steeds klachtenvrij, clean, had een baan en een relatie. Dat is voor een therapeut ook heel bijzonder, want een oprecht hechtingsproces is wederzijds. Het is fantastisch dat je met de juiste ‘taal’ ook echt cliënten op ziet knappen.”

Steun voor volwassen kinderen van verslaafde ouders: “het taboe moet er echt af”

Ook al ben je volwassen, je blijft je hele leven het kind van je ouders. Dus als je ouders psychische problemen hebben of verslaafd zijn, heeft dat een enorme impact op je leven. Veel kinderen blijven zich hun hele leven schamen voor wat er thuis gebeurde. Maar Anne wil dat taboe doorbreken. “Je kunt er zelf niets aan doen, het is belangrijk dat het in de openbaarheid komt, zodat deze kinderen de juiste hulp en steun krijgen.” Anne (25) vertelt hoe zij langzaam maar zeker haar eigen leven volledig opofferde voor haar zieke ouders. Tot het moment dat ze zei: “En nu is het genoeg.”

Anne: “Mijn vader dronk al zolang ik me herinnerde. Hij was een heel intelligente, introverte en verlegen man. Mijn moeder was kostwinner en mijn vader zorgde voor mij. Als kind vond ik het heel normaal dat mijn vader vaak een biertje nam, ook als dat al ’s ochtends was. Wel moest ik vaker voor mijn vader zorgen dan mijn leeftijdsgenoten. Gelukkig had ik een opa en oma waar ik vaak naar toe kon en waar ik wel echt kind kon zijn.

Toen de verslaving van mijn vader erger werd, ging hij wel een paar keer naar een verslavingskliniek, daar ging het dan goed, tot hij weer thuis kwam. Toen ik in de brugklas zat, gingen mijn ouders scheiden. Ik ging aanvankelijk bij mijn vader wonen, maar zijn gezondheid werd steeds slechter. Hij dronk veel, at slecht en hij viel vaak. Toen ik vijftien was, ging ik dus weer bij mijn moeder wonen.”

Politie op de stoep

“En toen ging het helemaal mis. Na een paar maanden stond er ineens politie op de stoep. Mijn vader was dood gevonden in zijn huis. Een van de agenten, die nog niet wist dat mijn moeder nog niet op de hoogte was, zei: ‘Gecondoleerd met uw ex-man.’ We weten niet precies wat er gebeurd is, zijn lichaam heeft het misschien gewoon begeven. Het was echt een enorme schok, ik kon het eerst helemaal niet geloven. ‘Hij zit vast gewoon thuis, een boek te lezen’, dacht ik vaak. Maar op andere momenten stortte ik volledig in. Ik vond het niet eerlijk, ik had helemaal geen afscheid kunnen nemen. Ik miste hem verschrikkelijk, ik was echt een vaderskindje. Ik heb vaak gedacht: had ik niet meer moeten doen, mezelf meer moeten opofferen?”

Niemand deed iets

“Het klinkt misschien vreemd, maar ik neem het mijn vader helemaal niet kwalijk dat hij zoveel dronk. Hij probeerde mij altijd te beschermen, mij er niet mee te belasten. Ik was wel erg boos op onze familie. Niemand deed iets. Wij leefden van de bijstand, zij hadden een dikke auto onder hun kont, maar ze kwamen nooit langs, behandelden ons als vreemden. Ze zijn wel op komen dagen op de begrafenis, toen vonden ze het ineens heel erg. Maar waar waren ze toen wij hen nodig hadden? Ik heb toen alle banden doorgesneden.”

Zwervers

“Mijn beeld van mensen werd door die gebeurtenissen heel negatief. Niet alleen door mijn familie, ook door omstanders. Als mijn vader naar het café ging, ging ik mee, ik speelde dan met de kinderen van de cafébaas. Als we dan terug naar huis gingen, gebeurde het vaak dat mijn vader viel. Als kind moest ik hem dan optillen, wat natuurlijk niet lukte. Ik riep dan om hulp, maar werd volledig genegeerd. Iedereen dacht dat wij zwervers waren.”

Opnieuw in de hel

“Door alles wat er gebeurd was, besloot ik mijn derde jaar op het vmbo-t opnieuw te doen, zodat ik niet zou zakken in het aankomende examenjaar. Ik ben toen afgestudeerd en ging een grafische opleiding doen. Dat was de leukste periode van mijn leven. Maar toen ging het bergafwaarts met mijn moeder, die ook steeds meer ging drinken. Het was alsof ik van de ene in de andere hel terecht kwam. Ik woonde nog steeds bij haar en ook zij had valpartijen en opnieuw werden we door niemand geholpen. Voor mij was dit veel erger dan bij mijn vader. Toen was ik een kind, mijn vader had mijn moeder om hem te helpen. Nu stond ik er alleen voor. Terwijl mijn vader zijn problemen zoveel mogelijk bij mij weg probeerde te houden, leunde mijn moeder volledig op mij, en vond ze dat ook vanzelfsprekend.”

Voortdurend in de gaten houden

“Ik zorgde langdurige periodes voor mijn moeder, moest haar voortdurend in de gaten houden. Ik moest alles regelen, haar oprapen, instanties bellen, voor haar zorgen. Ik heb wel eens gedacht: ‘Zo hoeft het voor mij niet meer.’ Toen voor de zoveelste keer een ambulance naar ons huis moest komen, zei de ambulancebroeder tegen mij ‘Jij bent dus de mantelzorger.’ Voor mij was dat een nieuw idee, ik dacht dat mantelzorgers mensen waren die af en toe in een bejaardenhuis met de bewoners gingen wandelen, een kopje thee dronken met hulpbehoevenden. Deze man vroeg: ‘Hoe gaat het met jou?’ en pakte in het ziekenhuis ook een stoel voor mij. Ik moest bijna huilen door die vriendelijkheid, ik was het zo gewend om mezelf volledig weg te cijferen.”

Niet opkroppen

“Via de huisarts hoorde ik van hulpgroepen voor kinderen van psychisch zieke en verslaafde ouders. Vorig jaar kwam ik terecht bij zo’n gespreksgroep. Dat was zo fijn. Het was heel ongedwongen, en voor het eerst kon ik mijn verhaal vertellen, vond ik herkenning, steun en bevestiging van mensen die hetzelfde hadden meegemaakt. Toen besefte ik ook dat ik het niet moest blijven opkroppen, want daar ging ik aan kapot. En ook realiseerde ik me dat zolang ik bij mijn moeder bleef, ik zou blijven opdraaien voor haar zorg. Er kwam niemand, want ik was er. Dat heeft me gesloopt.

Ik heb toen een ander huis voor haar gezocht en eindelijk kwam er een goede regeling voor mijn moeder, met hulp aan huis. Ik kan nu mijn eigen leven opbouwen, mijn werk, vrienden, sport. Ik ben nog contactpersoon, maar ik word niet meer 24 uur per dag met de problemen geconfronteerd. Ik ben er klaar mee, ik moet wel. Natuurlijk was dat moeilijk, je voelt je als kind verantwoordelijk, maar de hulpverleners die er toen gelukkig wél waren, en de begeleiders van de gespreksgroep, gaven me de kracht om door te zetten.”

Achter de voordeur

“Met mijn verhaal hoop ik mensen te bereiken die zelf ook in deze shit zitten. Je moet echt niet in je eentje met je verhaal blijven lopen, het geeft je kracht en energie om het eruit te gooien. Daarna kun je weer verder. Het taboe moet er echt af, het gebeurt nu allemaal achter de voordeur. Er moet aandacht zijn voor het kind, en niet meteen jeugdzorg, want geen enkel kind wil het huis uit. Mijn verhaal is dus ook een oproep voor hulpverleners: let ook op het kind! Ga er niet van uit dat het met het kind goed gaat als de ouder of omgeving zegt: ‘Oh het gaat prima, mijn kind haalt alleen maar tienen op school.’ Ik was ook zo’n overpresteerder en ik kan je zeggen: het gaat vaak niet goed. Als er sprake is van een verslaving, is het kind vaak ook beschadigd.”

Steun in de KOPP/KVO-groepen

Er zijn KOPP/KVO-groepen (groepen voor kinderen van ouders met psychische problemen/kinderen van verslaafde ouders) door heel Brabant en voor alle leeftijdscategorieën, zowel kinderen als volwassenen. Neem contact op met preventie@novadic-kentron.nl voor meer informatie.

PITD-project Oss: snel hulp voor ontsporende jongeren

In Oss wordt al jaren gewerkt met het succesvolle PITD (Project Individuele Trajectbegeleiding Drugsgebruikers). Doel van dit project is om jongeren die door drugsgebruik in de problemen zitten of dreigen te komen, zo snel mogelijk in beeld te krijgen en met hen in gesprek te gaan. Hoe sneller dat gebeurt, hoe groter de kans dat we ernstige problemen kunnen voorkomen of deze succesvol kunnen behandelen. Angela Aben en Dennis van Dun, behandelaars van Kentra24, de jeugdkliniek van Novadic-Kentron in Sint-Oedenrode, werken voor PITD in Oss. Angela: “PITD heeft in Oss zijn waarde bewezen. Dennis is dit jaar ook in Meierijstad begonnen. Drugsgebruik onder jongeren speelt in alle gemeenten. Het zou mooi zijn als ook andere gemeenten gelden vrij maken voor PITD.”

Angela en Dennis zijn 24 uur per week actief in Oss. Ze zijn gehuisvest in het gebouw van de Stichting Jeugd en Gezin bij het jeugdteam van Ons Welzijn. Angela: “Voor vroegsignalering en vroeghulp is het een groot voordeel om vanuit één gebouw te werken. We hebben daardoor direct contact met de jeugdhulpverleners in Oss. Zij hebben daardoor meer oog voor drugsgebruik bij jongeren en weten dat problemen bij jongeren, bijvoorbeeld spijbelen, met gebruik te maken kunnen hebben. Als zij, of andere netwerkpartners zoals politie en onderwijs, problemen met drugs bij jongeren signaleren, worden wij direct ingeschakeld. Dat is pure winst.”

Op een bankje buiten

Angela en Dennis werken vooral outreachend: zij gaan in gesprek met jongeren op plekken die de jongeren zelf gekozen hebben. Dat kan thuis zijn, op school of ergens op een bankje buiten. Angela: “Veel jongeren hebben geen probleembesef als het gaat om drugsgebruik. “Iedereen gebruikt toch wel eens” is een zinnetje dat we regelmatig horen. Waarom zouden ze daarvoor naar een hulpverleningsinstantie gaan?

School, maatschappelijk werkers, jongerenwerk en jeugdagenten bespreken risicovolle gebruikers met ons. Als we denken dat dit een passende casus voor ons is, zoeken wij hen op voor een gesprek, meestal met een van de netwerkpartners. Soms zet zo’n gesprek een jongere al direct aan het denken, en gaat hij of zij zelf met het gebruik aan de slag. Maar het gebeurt ook dat jongeren pas na een tijd weer contact opnemen. Vaak is dan een verwijzing naar onze hulpverlening nodig. Dat gaat altijd geleidelijk, omdat Dennis en ik bij Kentra24 zelf de intake doen en verantwoordelijk behandelaar van die jongere zijn.”

Houvast bij moeilijke momenten

Een van de jongeren met wie Angela via PITD in contact kwam, is Sanne*, nu 19 jaar. Sanne: “Vier jaar geleden ging het niet best met me. Ik had problemen op school en er dreigde uithuisplaatsing. Ik blowde wel in die tijd, maar zag dat niet als probleem. Ik heb toen voor het eerst gesproken met Angela bij Jeugd en Gezin. En daarna ging ik naar Novadic-Kentron in Oss voor gesprekken. Toen werd me wel duidelijk dat ik problemen had door dat blowen.”

Sanne werd opgenomen bij Kentra24 in Sint-Oedenrode en Angela werd haar behandelaar. Later volgden nog twee opnames. “Inmiddels gaat het goed met me”, zegt Sanne. “Ik heb nu een eigen kamer en heb dagbesteding. Ik gebruik nog af en toe, maar dat is nu onder controle. Er zijn nog wel momenten dat ik het even moeilijk heb. Dan is het fijn dat ik altijd Angela kan bellen. Dat geeft het houvast dat ik nodig heb.”

Agressie oppikken

Minggoes Pessy van ONS Welzijn, medewerker basisteam jeugd in Oss, werkt veel samen met Angela en Dennis: “Het PITD is voor ons erg belangrijk. Het is in Oss veel makkelijker om met jongeren in gesprek te gaan over gebruik. Nu kan ik zeggen dat ik een collega heb die gespecialiseerd is in gebruik en verslaving en die graag met hen wil praten. Dat is toch anders dan dat ik die jongere moet verwijzen naar Novadic-Kentron. En elke dinsdag en donderdag spreken we elkaar, is ook een groot voordeel. Ik ben toevallig vanochtend nog op huisbezoek geweest met Dennis. Daar was sprake van agressie door gebruik. Ik pik dan de agressie op, Dennis het gebruik. Dat is toch perfect?” 

Kruisbestuiving

Naast de snelle interventies bij jongeren met drugsproblemen, heeft de intensieve samenwerking met de netwerkpartners nog een groot voordeel. Angela: “We kunnen veel van elkaar leren. Omdat we vanuit hetzelfde gebouw werken, is er sprake van een natuurlijke kruisbestuiving. Dennis en ik weten inmiddels veel van jeugdhulpverlening, onze collega’s in Oss weten nu op welke signalen ze moeten letten en hoe ze met jongeren het gesprek kunnen aangaan over drugsgebruik. We kunnen altijd bij elkaar terecht voor overleg en advies. Het PITD in Oss heeft een grote meerwaarde. Het is niet voor niets dat het Trimbos-instituut landelijk pleit voor intensivering van de samenwerking tussen verslavingszorg en jeugdhulpverlening. Ik hoop dan ook van harte dat dit artikel andere Brabantse gemeenten over de streep trekt.”

*Sanne is een gefingeerde naam

Cijfers derde kwartaal 2018

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers tot en met het derde kwartaal van 2018: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In de eerste drie kwartalen van 2018 waren 6.872 cliënten in behandeling, versus 7.165 in de eerste drie kwartalen van 2017. Van hen zijn 932 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels).

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.334
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 1.141
Opiaten 754
Cannabis 841
GHB 218
Gokken 224
Medicijnen (o.a. benzodiazepines) 98
Internet (gamen, chatten, erotiek) 79
Ketamine 43
Xtc 9
Overig1 44
Onbekend2 1.087

1 Bijvoorbeeld: lachgas, nicotine, hallucinogenen

2 Bijvoorbeeld omdat cliënten zich nog in de intake/diagnostiekfase bevinden, omdat ze alleen nog urinecontroles krijgen of omdat het cliënten zijn van de dag- en nachtopvang of een van onze woonvoorzieningen.

Geslacht Aantal
man 5.196
vrouw 1.676

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.806
24-50 jaar 4.391
18-23 jaar 614
< 18 jaar 61

 Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In de eerste drie kwartalen van 2018 zijn in totaal 675 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 798 in de eerste drie kwartalen van 2017.

Primaire problematiek Aantal
Cannabis 275
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 110
Alcohol 62
Gamen 45
Gokken 41
GHB 14
Xtc 7
Opiaten 6
Overig 42
Onbekend 73

 

Leeftijd Aantal
13 3
14 2
15 9
16 16
17 31
18 43
19 86
20 100
21 122
22 124
23 139

 

Geslacht Aantal
man 518
vrouw 157

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 juli: 733
Aantal medewerkers per 1 juli: 864

Aantal fte per 1 oktober: 755
Aantal medewerkers per 1 oktober: 885

Terugblik Novadic-Kentron algemeen derde kwartaal 2018

In dit artikel vindt u een terugblik op een aantal ontwikkelingen en gebeurtenissen binnen onze organisatie in het derde kwartaal van 2018. Er is weer veel gebeurd! Lees hieronder meer over:

  • locatie Tilburg verhuisd;
  • landelijke Dag Verslavingskunde bijzonder geslaagd;
  • VKN werkt mee aan Nationaal Preventieakkoord;
  • MHC fraai voorbeeld van ‘nieuwe GGZ’.

Locatie Tilburg verhuisd

Eind augustus is onze locatie in Tilburg verhuisd van de Edisonlaan naar de Jan Wierhof 14. De goed voorbereide verhuizing is vlot verlopen. Inmiddels is Jan Wierhof 14 zo’n twee maanden in gebruik. Het fraaie nieuwe onderkomen bestaat uit een grote open werkruimte, vijftien spreekkamers en er is een aparte ingang voor urinecontroles.

Anja (receptioniste): “Zelf zag ik wel op tegen de verhuizing; ik heb bijna veertien jaar aan de Edisonlaan gewerkt. Maar inmiddels bevalt deze nieuwe omgeving mij uitstekend. Alles is nieuw, de open werkruimte zorgt ervoor dat medewerkers elkaar makkelijk weten te vinden. Er zijn nog wel wat kinderziektes en verbeterpunten, maar die zijn of worden opgelost. Ook de cliënten zijn zeer te spreken over de nieuwe locatie. Ze vinden het in ieder geval allemaal mooi. Er zijn er nog wel die moeite hebben de ingang te vinden, maar dat is natuurlijk een eenmalig probleem.”

Carlijn, teamleider van de reclasseringswerkers in Tilburg, heeft de taak van ‘locatiemanager’. Zij gaat zitting nemen in de beheergroep van omwonenden en is eerste aanspreekpunt voor deze locatie. Carlijn is bezig met het voorbereiden van de officiële opening die voor donderdag 15 november gepland staat. Ketenpartners en medewerkers worden dan uitgenodigd voor de officiële opening aan het eind van de middag. Aansluitend worden in de vroege avond de deuren opengezet voor omwonenden en medewerkers die een kijkje willen komen nemen.

Landelijke Dag Verslavingskunde bijzonder geslaagd 

Ruim 500 deelnemers, afkomstig uit vele disciplines (behandelaars, ervaringsdeskundigen, mensen in herstel, wetenschappers en vertegenwoordigers van zorgverzekeraars, gemeenten en andere samenwerkingspartners) waren erbij op 16 oktober in Amersfoort, waar in de Rijtuigenloods ter gelegenheid van één jaar Verslavingskunde Nederland de eerste landelijke Dag verslavingskunde gehouden werd. Met als rode draad door het hele programma het thema herstel. In de opening door dagvoorzitter Walther Tibosch (voorzitter VKN en bestuurslid NK) kreeg Robert van de Graaf, initiatiefnemer van ‘Rook de zorg uit!’ en voorvechter van rookvrije generatie, de gelegenheid om drie organisaties (Mondriaan, Vincent van Gogh en Brijder) de bronzen en/of zilveren status te overhandigen. In het ochtendgedeelte was verder het woord aan twee keynotesprekers: Anneke Goudriaan (Van cliëntperspectief tot psychofarmaca) en Wouter Vanderplasschen (De rol van de hulpverlening bij herstel van verslaving). De ochtend werd op indrukwekkende wijze afgesloten door Anita Witzier. Zij voerde indringende gesprekken met drie cliënten die twee jaar geleden meegewerkt hebben aan de bij NK gefilmde televisieserie ‘Anita wordt opgenomen’.

In de pauze was er muziek van Re-Cover, de huisband van NK bestaande uit ex-cliënten die hun muzikale talenten benutten voor een gezamenlijke route naar herstel. Na de pauze waren er zestien deelsessies waar thema’s via workshops, presentaties en debatten werden besproken. Daaronder NK Charles Dorpmans over drugstrends en Martijn Planken over het project ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken!’.

Vervolgens werd in de centrale hal de Herstelaward uitgereikt. Hendrik Hartevelt, vice-voorzitter van Stichting het Zwarte gat en voorzitter van de Cliëntenraad van NK, presenteerde dit onderdeel. Hij legde uit hoe uit 32 inzendingen drie projecten genomineerd waren en nodigde vertegenwoordigers van die projecten uit om een pitch te houden. Op basis van die pitches besliste het publiek door stemming over de eerste prijs. Die werd gewonnen door het Straatconsulaat uit Den Haag.

Aansluitend blikte Gabriel Anthonio, secretaris van VKN, terug op deze dag. Wat hem betreft was die bijzonder geslaagd en voor herhaling vatbaar. Deze goed georganiseerde dag werd afgesloten met de theatervoorstelling ‘Hunker’ van Coup Cura en de film ‘Slaaf’ van Jack Wouterse. Na afloop bleek dat de deelnemers het met Anthonio eens waren: de reacties op deze dag waren unaniem zeer positief. 

VKN werkt mee aan Nationaal Preventieakkoord 

Het afgelopen jaar is door een groot aantal landelijke partijen, waaronder naast Verslavingskunde Nederland onder andere het Voedingscentrum, de Hartstichting, de Alliantie Nederland Rookvrij, GGD-GHOR en de Fietsersbond, gewerkt aan een Nationaal Preventieakkoord. Er zijn drie hoofdthema’s benoemd: roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht. De komende jaren kunnen andere thema’s toegevoegd worden. Dit akkoord zal naar verwachting eind dit jaar  gelanceerd worden tijdens een officiële ondertekeningsbijeenkomst waarbij zoveel mogelijk samenwerkende partijen betrokken worden. Zo wordt een mijlpaal gemarkeerd waarbij de ondertekening niet het eindpunt, maar de start van een langere samenwerking is.

MHC fraai voorbeeld van ‘nieuwe GGZ’

Ruim vijf jaar na de oprichting van MHC (Mental Health Caribbean) is in het Tijdschrift voor Psychiatrie van juli haar ontstaansgeschiedenis beschreven. Deze maakt zichtbaar hoe de gehanteerde uitgangspunten, met daarbij nadruk op aansluiting bij lokale behoeften en mogelijkheden, hebben geleid tot een geïntegreerde, ontschotte, wijkgerichte, laagdrempelige en brede GGZ. Generalistisch werken op kleine schaal blijkt goed samen te kunnen gaan met kwalitatief hoogstaande ambulante zorg en met heel weinig beroep op klinische opnames.

Terwijl het FACT-team op Bonaire eind vorig jaar het predikaat ‘excellent’ ontving, is inmiddels ook besloten definitief af te zien van inrichting van een PAAZ in het ziekenhuis. Incidenteel wordt, in een goede samenwerking, kort beroep gedaan op reguliere bedden van het ziekenhuis. Ook de in het artikel geschetste afname van de noodzaak om cliënten tijdelijk uit te zenden naar andere eilanden of naar Europees Nederland, is sindsdien verder doorgezet. De data in het artikel bestrijken de periode tot 2016. Maar ook daarna zijn de kosten van het uitzenden van patiënten naar een ander eiland sterk afgenomen (tussen 2016 naar 2017 met ruim 80%). De herstelondersteunende zorg van MHC wordt dan ook met recht gezien als aanmoediging voor soortgelijke initiatieven in Nederland.

Terugblik Gemeentelijk domein derde kwartaal 2018

Het gemeentelijk domein omvat veel verschillende activiteiten – van jeugdzorg tot medische heroïne-units – maar al deze activiteiten hebben als gemeenschappelijk doel om mensen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te helpen. Er gebeurt veel binnen het gemeentelijk domein en ook in het derde kwartaal vonden bijzondere ontwikkelingen plaats. In deze nieuwsbrief leest u over:

  • cijfers testservice 2017;
  • veldonderzoek Nuland;
  • ex-cliënten Kentra24 worden opgeleid tot peersupporter;
  • Kentra24 aan de slag bij ‘Sterk Huis’.

Cijfers testservice 2017

Al 15 jaar kunnen gebruikers in zeven Brabantse steden bij onze testservice terecht om pillen, poeders en vloeistoffen te laten testen. De testservice is onderdeel van DIMS (Drugs Informatie en Monitoring Systeem), dat is ondergebracht bij het Trimbos-instituut. DIMS heeft 32 testservices door het hele land. DIMS geeft zicht op en inzicht in ontwikkelingen die zich voordoen op de Nederlandse drugsmarkt en de werkzame stoffen en samenstelling van middelen. Bij het aantreffen van vervuilde drugs met een groot risico voor de gezondheid, volgt er een regionale of landelijke waarschuwingscampagne (Red Alert). Zie ook het artikel dat hier eerder over is verschenen.

Niet voor ouders

Preventiewerker Charles Dorpmans, coördinator van de NK-testlocaties, noemt nog een belangrijk doel van de testservice: “Via de testservice komen wij in contact met gebruikers en gaan met hen in gesprek over drugs en drugsgebruik, met de boodschap dat het gebruik van drugs altijd risico’s met zich meebrengt. Ook als de consument de uitslag goed vindt.”

Bij de testservice melden zich soms ook ouders met samples die ze bij hun kind gevonden hebben. Zij willen achterhalen of hun kind drugs gebruikt. “We testen echter nooit voor ouders,” zegt Charles. “Alleen gebruikers zelf kunnen drugs laten testen. Uiteraard gaan we wel met die ouder in gesprek en verwijzen desgewenst naar andere mogelijkheden.”

Xtc koploper

Dat de testservice inmiddels veel bekendheid heeft en voorziet in een behoefte, blijkt wel uit de cijfers. In 2017 lieten 1.813 consumenten hun drugs testen. In de meeste gevallen werd xtc aangeboden (859 keer), gevolgd door cocaïne (210 keer) en speed (11 keer). Klik hier voor de volledige rapportage over 2017.

Veldonderzoek Nuland

Op verzoek van gemeenten doen preventiewerkers van NK onderzoek naar het gebruik van drugs en/of alcohol in Brabantse gemeenten. Doel is de mate van gebruik in de betreffende gemeente inzichtelijk te maken en op basis daarvan preventieve maatregelen te nemen. Eind vorig jaar trokken netwerkpartners in Nuland bij de gemeente aan de bel met signalen over drugsgebruik. Daarop werd de preventieafdeling gevraag een voorverkenning uit te voeren. Op basis van die verkenning gaat de gemeente met onze organisatie en andere netwerkpartners in gesprek over vervolgstappen.

Een van de onderzoekers is preventiewerker Patrick van Zon. Patrick: “We hebben de verkenning in Nuland uitgevoerd met de zogenaamde RAR-methode, dit staat voor Rapid Assessment and Respons. Begin dit jaar zijn we sleutelfiguren uit het jongerennetwerk gaan interviewen met een vaste vragenlijst. En via hen kregen we ook contact met een aantal jongeren met wie we in gesprek zijn gegaan over drugsgebruik in de gemeente. We waren vooral ongerust over de signalen van gebruik van ketamine. Het gebruik van die drug geeft grote risico’s. Ketamine heeft een groot verslavingspotentieel: er kan in tegenstelling tot andere trippers gemakkelijk psychische afhankelijkheid optreden. Door tolerantie heb je bovendien een steeds hogere dosis nodig. Langdurig ketaminegebruik is daarnaast schadelijk voor blaas en nieren.”

Bij deze voorverkenning in Nuland zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat er sprake is van een extreme situatie. Net als in alle Brabantse steden en dorpen worden ook in Nuland drugs gebruikt. Om daar meer zicht op te krijgen, en met name met betrekking tot ketaminegebruik, zou vervolgonderzoek nodig zijn. Patrick: ”Drugsgebruik is al lang niet meer een exclusief probleem van de grote steden. Ook in plattelandsgemeenten krijgt men te maken met drugsgebruik. Daar vallen de excessen echter eerder op, trekken sleutelfiguren eerder aan de bel. De jongeren die wij tot nu gesproken hebben, doen er geheel ten onrechte vrij laconiek over. Zo kregen we van hen het volgende opvallende advies: “richt je meer op 12- en 13-jarigen, wij zijn toch al naar de kloten”. Dat advies maakt opnieuw duidelijk dat drugsgebruik langzaam maar zeker steeds normaler wordt. Een probleem dat we in de hele regio via het project ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’ willen aanpakken. Klik hier voor het volledige rapport.

Ex-cliënten Kentra24 worden opgeleid tot peersupporter

Onlangs is een pilot gestart waarin preventiewerkers Hanneke van Weert en Patrick van Zon ex-cliënten van Kentra24 opleiden tot peersupporter. De bedoeling is dat de ex-cliënten na een korte opleiding kunnen worden ingezet bij preventieactiviteiten. Zij kunnen dan vanuit hun eigen ervaring in gesprek gaan met en als vraagbaak dienen voor jonge gebruikers.

Afgelopen donderdag is gestart met de eerste twee aspirant-peersupporters. Hanneke en Patrick hebben met hen jongerencentra en ontmoetingsplekken van jongeren bezocht in Oss, Heesch en Uden. Ze hebben de vindplaatsen laten zien en het duo met de doelgroep kennis laten maken. Deze eerste kennismaking is de aspirant peers goed bevallen. De opleiding krijg nu een vervolg met een deskundigheidsbevordering van beide kandidaten. Aansluitend wordt een uitgebreidere kennismaking met de doelgroep gepland, waarbij de aanstaande peersupporters in gesprek gaan met de jongeren. Dan wordt definitief besloten of zij als peersupporter aan de slag kunnen.

Kentra24 aan de slag bij ‘Sterk huis’

Met ingang van 1 oktober heeft Kentra24 twee medewerkers gedetacheerd bij ‘Sterk huis’, een Tilburgse instelling die op vele terreinen hulp biedt. Wilma van den Oetelaar en Eefje Cools zijn voor respectievelijk acht en vier uur gestationeerd in het zogenaamde Fasehuis. Daar worden jongeren tussen 16 en 18 jaar getraind om zelfstandig te kunnen wonen. Wilma: “Veel van de jongeren van het Fasehuis gebruiken drugs. Het formele beleid is dat gebruikende jongeren weg moeten. In de praktijk gebeurt dat vooral bij gebruik van harddrugs; blowen wordt gedoogd als dat de begeleiding niet in de weg staat. Onze taak is divers: we praten met jongeren en begeleiders over hun gebruik, we adviseren en scholen medewerkers in het signaleren van gebruik en dit bespreekbaar maken en we adviseren de leiding over het beleid. Om hier goed invulling aan te geven, zitten we bij de cliëntbespreking en zijn we aanwezig op de afdeling.”

“We zijn nog zoekende naar wat allemaal moet gebeuren”, vervolgt Wilma. “We gaan beginnen met  individuele gesprekken met jongeren en begeleiders. Maar we willen later modules gaan inzetten als terugvalpreventie, cognitieve gedragstraining en sociale vaardigheidstraining, waarmee we in onze kliniek in Sint-Oedenrode werken. Die moeten we dan wel aanpassen, omdat het Fasehuis een andere setting heeft. Overigens hebben niet alle gebruikende jongeren een probleem. We hebben dus ook een preventieve taak om ervoor te zorgen dat dat zo blijft.”

De detachering is een proeftuin, waarin gedaan wordt wat ‘Sterk huis’ op dat moment nodig heeft. Wilma en Eefje zijn zich daarom ook nog aan het oriënteren. Wellicht is het nodig om hun uren uit te breiden. En er wordt bekeken of zij ook op andere afdelingen ingezet moeten of kunnen worden. Doel van het project is uiteindelijk dat leiding en medewerkers van ‘Sterk huis’ zelf met drugsgebruik leren omgaan.

Terugblik Zvw-domein derde kwartaal 2018

In dit overzicht vindt u de actuele ontwikkelingen in het derde kwartaal van 2018 binnen de door de zorgverzekeraars gefinancierde zorg (Zvw-domein), die geleverd wordt door onze Specialistische en BasisGGZ-teams. U kunt lezen over de volgende thema’s:

  • pilot nieuwe richtlijn GHB-behandeling;
  • onderzoek naar gebruik benzodiazepinen;
  • app ‘Alcohol in de hand’ niet meer beschikbaar;
  • GHB-protocol voor hostel en opvang Den Bosch.

 Pilot nieuwe richtlijn GHB-behandeling

Er is binnen NK inmiddels veel ervaring opgedaan met de detoxificatie van GHB-cliënten, waarvoor ook een protocol is ontwikkeld. Een logische vervolgstap is de ontwikkeling van behandelrichtlijnen die na de detox ingezet kunnen worden. Want hoewel cliënten met een GHB-verslaving veel lijken op cliënten met een verslaving aan andere middelen, onderscheiden zij zich daarvan vaak door hun relatief jonge leeftijd en korte verslavingsduur in relatie tot vaak ernstige problematiek en hoge terugval. Met financiering door ZonMw start binnen NK een pilot voor de nieuwe richtlijn. De pilot gaat in november van start in de regio Roosendaal. In oktober zijn de behandelaars uit deze regio getraind.

Hieronder een beknopt overzicht van veelvoorkomende bijkomende problemen en kenmerken van de hulpvraag bij behandeling van cliënten met een GHB-verslaving. De complete richtlijn zal medio 2019 gepresenteerd worden.

Kenmerken bijkomende problematiek:

  • poly-middelengebruik en hoge (kruis)tolerantie voor alcohol en kalmerende middelen;
  • aanwezigheid van angst- en stemmingsklachten (na detoxificatie);
  • aanwezigheid van cognitieve problemen (vooral bij cliënten met coma’s door GHB-gebruik);
  • beperkte/geen zinvolle dagbesteding en/of beperkt/geen steunend (en niet-gebruikend) netwerk;
  • cliënten ervaren ondanks nadelen vooral veel voordelen van GHB.

Kenmerken hulpvraag van de cliënt:

  • vaak gericht op niet meer afhankelijk willen zijn van GHB, maar niet direct een abstinentiewens;
  • overige hulpvragen vaak gericht op angst, stemming en emotieregulatie;
  • vraag om hulp bij praktische zaken als woning, werk en vrijetijdsbesteding;
  • beperkt inzicht ten aanzien van de (langetermijn)effecten van GHB;
  • hoge mate van moedeloosheid, vaak al meerdere behandelingen gestart in het verleden;
  • het vele ‘out gaan’ en bijkomstige vreemde gedrag wordt door naasten en hulpverlening vaak als zeer problematisch ervaren. Cliënten zijn zich hier beperkt van bewust en ervaren out gaan vaak niet als problematisch en zien het soms zelfs als doel.

Onderzoek naar gebruik benzodiazepinen

Veel verslaafden die bij NK in behandeling zijn, gebruiken naast het middel waaraan zij verslaafd zijn ook benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen, ook wel benzo’s genoemd). Vaak worden deze in hoge doseringen en over een langere periode gebruikt, waardoor ook een benzoverslaving is ontstaan. Deze blijft echter vaak onderbelicht in de behandeling, omdat de focus van de behandelaar ligt op de primaire verslaving en de cliënt zelf het gebruik van benzo’s vaak niet als een (belangrijk) probleem ervaart.

Bovendien: als cliënten zelf tijdens de behandeling niet melden dat benzo’s een probleem zijn, pakt de behandelaar het meestal niet op. Een eerste onderzoek leverde op dat een kwart van de cliënten voor aanmelding al benzodiazepinen gebruikt, vaak in grote hoeveelheden en voor lange tijd. Slechts 2,5% van alle cliënten vermeldt benzo’s als hun primaire probleemmiddel. Uit dit eerste onderzoek bleek ook dat cliënten die benzo’s gebruiken, vaak complexere problematiek hebben.

In januari zijn Gerdien de Weert (senior wetenschappelijk medewerker NK) en Victor Buwalda (psychiater en geneesheer-directeur NK) gestart met een serie onderzoeken om meer zicht te krijgen op en meer inzicht in de aard en omvang van dit probleem. Daarnaast is onderzocht of cliënten het gebruik van benzo’s willen aanpakken. Voor dit onderzoek werden interviews afgenomen onder cliënten van de detox. Gevraagd werd of ze benzo’s gebruiken, of ze dat als probleem ervaren en of ze ermee willen stoppen of al stoppogingen hebben ondernomen. Voor de helft van de respondenten is benzogebruik geen probleem: ze beschouwen benzo’s als helpend. De andere helft wil ervanaf en een enkeling vindt zelfs dat artsen deze middelen niet zouden moeten voorschrijven. Zij slagen er wel vaak in te minderen, maar de meerderheid lukt het niet helemaal te stoppen. Overigens worden benzo’s volgens protocol wel voorgeschreven tijdens de detox, om de ontwenningsverschijnselen te dempen. Daarbij wordt het gebruik altijd direct afgebouwd.

Inmiddels zijn de eerste resultaten verwerkt in een artikel dat is aangeboden aan het internationale tijdschrift Addiction Research and Theory. Ook zijn de resultaten besproken in het artsenoverleg van NK, met de nadrukkelijke aanbeveling alerter te zijn op benzogebruik en -verslaving. In november krijgt het onderzoek een vervolg. Dan wordt bekeken wat er op dit moment in de praktijk gebeurt. Tien tot vijftien cliënten worden intensief gevolgd tijdens hun detox met benzo’s. Onderzocht wordt hoe de afbouw van benzo’s verloopt en waarom dit wel of niet lukt binnen de gestelde periode.

App ‘Alcohol in de hand’ niet meer beschikbaar

Een jaar of zes geleden hebben twee medewerkers de app ‘Alcohol in de hand’ ontwikkeld. Deze app was door zowel cliënten als andere mensen met alcoholproblemen te downloaden als hulpmiddel om het gebruik van alcohol te minderen of te stoppen. Inmiddels is deze app niet meer beschikbaar. De app voldeed inhoudelijk en technisch niet meer aan de normen van deze tijd en was niet meer te actualiseren.

Inmiddels is er een nieuw digitaal hulpmiddel bij alcoholproblemen beschikbaar via MindDistrict. Deze app is in tegenstelling tot ‘Alcohol in de hand’ uitsluitend te gebruiken door cliënten van NK. Daarmee is de app ondergebracht bij alle andere online modules die onze organisatie via MindDistrict aanbiedt. De app is daardoor altijd up-to-date. Ook de MindDistrict-app is ontworpen om gedragsverandering zo dicht mogelijk bij de mensen te brengen. Hulp zit letterlijk in de broekzak: gebruikers kunnen de app gebruiken voor registratie, zelfhulp, gesprekken en sociale steun door naasten. De combinatie van al deze onderdelen maakt deze app zo krachtig. De MindDistrict-app bestaat uit de volgende onderdelen:

Het alcoholdagboek

In het dagboek worden alcoholgebruik en de drang om alcohol te drinken bijgehouden, inclusief een  beschrijving van de situatie. Dit geeft inzicht in het alcoholgebruik en de triggers.

Zelfhulp: je probleem in kaart

De zelfhulpmodule brengt problemen en klachten in beeld, geeft inzicht in de eigen copingstijl en probleemoplossende vaardigheden en vergoot de motivatie om te stoppen of te minderen.

Sociale steun

Naasten kunnen worden betrokken bij behandeling en herstel; via de social support functie kunnen cliënten de mensen die hen steunen uitnodigen en met hen delen waar ze aan werken. Zo staan ze er niet alleen voor.

GHB-protocol voor hostel en opvang Den Bosch

Op verzoek van medewerkers van het hostel en de nachtopvang in Den Bosch is een GHB-protocol opgesteld. Opname van GHB-gebruikers in opvangvoorzieningen was een probleem; gebruik van GHB was in tegenstelling tot andere drugs niet toegestaan, omdat er meerdere negatieve ervaringen waren in de vorm van overdoseringen en grensoverschrijdend gedrag. Omdat daardoor de groep GHB-gebruikende daklozen buiten de boot dreigde te vallen, is het bestaande protocol geactualiseerd voor de nachtopvang en het hostel in Den Bosch.

Het nieuwe protocol is vanuit verschillende invalshoeken opgesteld. Uitgangspunt is dat de cliënt zelf  verantwoordelijkheid draagt voor zijn middelengebruik, dus ook GHB, en dat middel kan gebruiken binnen de grenzen van de huisregels van de voorziening. In principe gelden dezelfde afspraken voor alle middelen en is er voor GHB extra aandacht.

Het protocol is een handleiding voor het personeel van het hostel en de nachtopvang over hoe ze om moeten gaan met deze specifieke gebruikersgroep. Met het protocol is plaatsing voor onderdak mogelijk geworden en zijn de verantwoordelijkheden duidelijk beschreven. Aan de invoering van het protocol is een GHB-training voor medewerkers gekoppeld, die inmiddels bij het hostel is gegeven. Voor andere woon- en opvangvoorzieningen worden deze trainingen ook gepland.

Terugblik Herstelondersteunende zorg derde kwartaal 2018

Ook in het derde kwartaal van 2018 zijn weer een aantal stappen gezet op het gebied van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid (zie kader onderaan artikel). Ervaringswerkers ontwikkelen hun kwaliteiten en hulp van ervaringswerkers is op steeds meer plaatsen beschikbaar. In dit overzicht aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • ontwikkeling herstelondersteunende zorg bij ggz-instelling Vincent van Gogh;
  • team Herstelondersteunende zorg gaat stagiaires en BBL’ers opleiden;
  • voorlichting over herstelondersteunende zorg aan alle teams;
  • samenwerking team Herstelondersteunende zorg en Nei Skoen (Helmond);
  • voorstel voor opzetten van participatie/herstelhuis;
  • samenwerking proeftuin Ruwaard in Oss.

Ontwikkeling herstelondersteunende zorg bij ggz-instelling Vincent van Gogh

Na een succesvolle voorlichting door onze ervaringsdeskundigen bij Reclassering Nederland, was ggz-instelling Vincent van Gogh zeer enthousiast. Zij hebben hulp gevraagd aan het team Herstelondersteunende zorg van NK bij het breder inzetten van vrijwilligers met ervaringsdeskundigheid. De voorlichting had overigens meer positieve gevolgen: binnen onze eigen VR wordt eveneens een project gestart voor het breder inzetten van ervaringswerkers. Bekeken wordt  wat daar voor nodig is, zoals een training van ervaringswerkers om cliënten te kunnen begeleiden binnen een justitieel kader.

Team Herstelondersteunende zorg gaat stagiaires en BBL’ers begeleiden

Het team Herstelondersteunende zorg heeft onlangs overleg gevoerd met de afdeling Opleidingen. Een van onze ervaringsdeskundigen gaat een coördinerende functie vervullen voor stagiaires en BBL’ers (beroepsbegeleidende leerweg) van de mbo-opleiding Specifieke doelgroepen met ervaringsdeskundigheid. Dit zal de drempel voor ervaringsdeskundigen in opleiding verder verlagen.

Voorlichting over herstelondersteunende zorg aan alle teams

Het team Herstelondersteunende zorg is momenteel bezig met voorlichting geven aan alle teams binnen NK over herstel, herstelondersteuning en de inzet van ervaringsdeskundigheid. We zien daarbij steeds vaker positieve reacties; het draagvlak voor het inzetten van deze waardevolle bron van kennis en zorg neemt steeds verder toe. In de toekomst zullen de teams ook een meer diepgaande training krijgen.

Samenwerking team Herstelondersteunende zorg en Nei Skoen (Helmond)

Nei Skoen is een huis in Helmond waar activiteiten vanuit de wijk plaatsvinden, met als kern ervaringsdeskundigheid. Voorbeelden van deze activiteiten zijn zelfhulpgroepen, maaltijden voor minderbedeelden, muziekavonden, creatieve activiteiten, enzovoorts. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een ‘bottom up’-benadering: initiatieven komen niet van bovenaf, maar vanuit de doelgroep zelf. Afgesproken is dat Nei Skoen in Helmond en HOZ “vrienden” worden. NK zal als vriend burgers uit Helmond verwijzen naar Nei Skoen. Daarnaast opent dit netwerk deuren voor mogelijke samenwerking bij bijvoorbeeld coachingsgroepen.

Opzetten van participatie/herstelhuis

Samen met Samen Sterk Zonder Stigma, Herstelbeweging Nederland en ervaringsplatform Nex2Next hebben we een voorstel ontwikkeld voor het opzetten van een participatie/herstelhuis. In dit huis kunnen mensen met een verslaving en andere problemen tijdelijk opgevangen worden (bijvoorbeeld bij een crisis of als er sprake is van verward gedrag), ter overbrugging tussen de acute behoefte en het inzetten van zorg of beschermd wonen. De tijdelijke bewoners wordt niets uit handen genomen, maar zij worden meteen gestimuleerd om zelf hun doelen te formuleren en hieraan te gaan werken, met steun van ervaringsdeskundigen en professionele hulpverleners op consultbasis. Het huis zal worden beheerd door ervaringsdeskundigen. Het voorstel is ingediend voor de Herstelaward bij Verslavingskunde Nederland en voor de GGZ herstelspecial van de VGZ, met als doel subsidie te verkrijgen voor het uitwerken van het plan. Inmiddels is bekend geworden dat we de GGZ herstelspecial hebben gewonnen! Na een pitch bij de uitreiking van de prijs, wordt het exacte bedrag bekend gemaakt.

Samenwerking proeftuin Ruwaard in Oss

In de Ruwaard, een wijk in de gemeente Oss, bedenken wijkbewoners en organisaties samen oplossingen waarbij mensen meer voor zichzelf en voor elkaar kunnen gaan doen. Zo kunnen meer mensen sneller, en buiten de formele paden om, geholpen worden met wat op dat moment nodig is. Een van onze ervaringswerkers is inmiddels aangesloten bij proeftuin Ruwaard en neemt deel aan besprekingen over hoe de hulp aan cliënten ingezet wordt. Een (betaalde) ervaringsdeskundige gaat aan de slag met de individuele begeleiding van cliënten.

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

Cijfers herstelondersteunende zorg derde kwartaal 

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Breda/Roosendaal 116
Bergen op Zoom 76
Tilburg 115
Den Bosch/Oss 205
Eindhoven/Helmond 174

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal groep 1 8
Roosendaal groep 2 9
Roosendaal naastengroep 1 2
Roosendaal naastengroep 2 2
Breda groep 1 10
Breda groep 2 10
Breda avondgroep 10
Bergen op Zoom 4
Tilburg 9
Den Bosch 10
Den Bosch ouderengroep 6
Eindhoven 8
Oss 2

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 8
Bergen op Zoom 6
Tilburg 8
Den Bosch 17
Eindhoven 10

 Aantal herstelmedewerkers herstelpunten

Regio Aantal medewerkers
Vught 6
Eindhoven 6

Aantal herstelmedewerkers afdelingen

Afdeling Aantal medewerkers
BOPZ Vught 0

 Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 2
Bergen op Zoom 2
Tilburg 1
Den Bosch 2
Eindhoven 3
Vught 2
Sint-Oedenrode 3

 Totaal aantal herstelmedewerkers per regio

Functie Aantal medewerkers
Roosendaal 2
Bergen op Zoom 3
Breda 5
Tilburg 5
Vught 7
Den Bosch 5
Oss  2
Eindhoven/Helmond 9
Sint-Oedenrode 3

Totaal aantal herstelmedewerkers per project

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 20
Unity 27
Cliëntenraad 6
Herstelpunten 12

 

Terugblik Justitieel domein derde kwartaal 2018

Cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. In deze terugblik op het derde kwartaal van 2018 aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • doorontwikkeling gedragsinterventie Alcohol en geweld;
  • groepsmodule ‘Weet wat je kan’;
  • grootschalige interne audit VR;
  • VR gaat samenwerking in sociaal domein intensiveren.

Doorontwikkeling gedragsinterventie ‘Alcohol en geweld’

Al geruime tijd voeren gecertificeerde gedragstrainers van onze Verslavingsreclassering de gedragsinterventie ‘Alcohol en geweld’ uit. Deze interventie kan als straf opgelegd worden door de rechter, maar cliënten onder toezicht van de VR kunnen hiervoor ook een aanwijzing krijgen. Alle deelnemers hebben onder invloed van alcohol geweldsdelicten, vaak uitgaansgeweld, gepleegd. De interventie heeft als doel de relatie tussen alcoholgebruik, of liever misbruik, bespreekbaar en inzichtelijk te maken om zo recidive in deze delicten te voorkomen. Deze training bestaat uit drie individuele gesprekken en negen groepsbijeenkomsten.

Deze interventie is een belangrijk instrument voor de 3RO (Verslavingsreclassering, Reclassering Nederland en de reclassering van Leger des Heils) om criminaliteit en recidive te voorkomen. Om goedkeuring voor deze interventie door de Erkenningscommissie Justitiële Interventies te behouden, wordt onderzoek gedaan. Op basis van de uitkomsten van dat onderzoek wordt de interventie verder ontwikkeld. Aandachtspunten bij die doorontwikkeling zijn onder andere minder verbale aanpak, meer gericht op het aanleren van vaardigheden en een betere afstemming op de doelgroep jongvolwassenen. Er is een onderzoeksteam samengesteld met vertegenwoordigers van SVG, IVO, Tactus, Het zwarte gat en Nispa.

Groepsmodule ‘Weet wat je kan!’

Sinds juni is de Forensisch Klinische Zorg gestart met een nieuwe groepsmodule, namelijk ‘Weet wat je kan’. Deze module is ontwikkeld door het landelijke programma KFZ (Kwaliteit Forensische Zorg) en is speciaal ontwikkeld voor forensische cliënten met LVB-problematiek. In de module worden psycho-educatie, zelfacceptatie en praktische handvatten gecombineerd. De pilot is inmiddels afgerond en zowel de cliënten als het team zijn erg enthousiast. De module lijkt zijn vruchten al af te werpen. De module is erg toegankelijk, zonder moeilijk vakjargon of ellenlange teksten. Korte stukjes tekst worden afgewisseld met kleine invulopdrachten en filmpjes, waardoor de module erg afwisselend is. Cliënten geven aan er veel aan te hebben, voorbeelden herkenbaar te vinden en ze noemen de groep zelfs ‘leuk’!

Op dit moment zijn we bezig om alle collega’s van zowel de FKZ als de ambulante tak van de FVZ op te leiden, zodat ‘Weet wat je kan’ straks aan alle cliënten binnen de forensische doelgroep aangeboden kan worden. Inmiddels is er ook belangstelling voor de module bij de afdeling LVB. “Maar eigenlijk is het een module die organisatiebreed uitgezet zou moeten worden”, zegt Evelien Tulp, die de trainingen voor de forensische collega’s verzorgt. “Veel afdelingen hebben te maken met cliënten met LVB-problematiek. Binnenkort bespreken we hoe we die verbreding in gang kunnen zetten.”

Grootschalige interne audit VR

Met het uitvoeren van audits wil de Verslavingsreclassering van NK regelmatig uitgebreid toetsen of de kwaliteit van onze werksoort en hoe die georganiseerd is, voldoet aan de normen. Die audits gebeuren vaak extern, bijvoorbeeld in het kader van HKZ-R, dat staat voor duurzame kwaliteitsverbetering in zorg en welzijn. Daarnaast toetsen de externe auditoren van 3RO of de verschillende producten van de reclassering aan de kwaliteitsstandaarden van het Handboek Reclassering 3RO voldoen.

Onze VR heeft een team Kwaliteit en Beleid, dat sinds 2017 ook interne audits uitvoert op teamniveau. Daarbij richt het team zich op speerpunten die voortkomen uit de kaderbrief en het jaarplan van de SVG, de kaderbrief van NK en de programmalijn Koers en Kansen van het Ministerie van veiligheid en justitie. Door het uitvoeren van deze interne audits wordt duidelijk waar de vier teams op gebied van kwaliteit en beleid staan, en wat er nog moet gebeuren. In september is het team van Breda geaudit, de overige drie teams worden de komende maanden geaudit. In december wordt deze interne audit afgerond. Dan worden de uitkomsten aan de teams aangeboden, waarna de teams met de conclusies aan de slag gaan. Hierdoor wordt beleid niet van bovenaf opgelegd, maar integraal aangeboden en uitgevoerd. Op deze manier stimuleren we deskundigheid en professionaliteit, waarbij we direct aansluiting hebben bij landelijke ontwikkelingen.

VR gaat samenwerking in sociaal domein intensiveren

Op dinsdag 2 oktober heeft dr. Jacqueline Bosker, lector Werken in Justitieel Kader bij de Hogeschool Utrecht, in Vught een workshop verzorgd over de nieuwe ontwikkelingen op het forensisch gebied.

Jacqueline is met zo’n dertig medewerkers van de Forensische Verslavingszorg en de Verslavingsreclassering in gesprek gegaan over de gevolgen van de samenwerking in het sociaal domein. Daarbij was er uitgebreid aandacht voor drie veranderlijnen uit het programma Koers en Kansen van het ministerie: levensloop centraal, veilig dichtbij en vakmanschap. Bij dat laatste thema  is stil gestaan bij de zeven competenties die volgens het kennisinstituut Movisie nodig zijn voor de forensisch-sociale professional. Deze zijn:

  1. Is vasthoudend in het nastreven van een effectieve werkalliantie met een cliënt die gedwongen is een maatregel of vorm van behandeling of begeleiding te accepteren.
  2. Combineert het beheersen van risicovol gedrag met het ondersteunen van gedragsverandering, en treedt hierin zelfstandig en weloverwogen op.
  3. Is in samenwerking met (netwerk)partners sturend en richtinggevend wanneer het juridisch kader daartoe aanleiding geeft.
  4. Legt verantwoording af aan de cliënt, de samenleving en de rechtstaat.
  5. Komt binnen het gedwongen kader zoveel mogelijk tegemoet aan de zelfbeschikking van een cliënt.
  6. Blijft mentaal stabiel handelen, vooral tijdens spanningsvolle situaties.
  7. Handelt op basis van gedeelde normen, ethische standaarden en gezamenlijke professionele verantwoordelijkheid.

De VR en FVZ van Novadic-Kentron hebben een goede inhoudelijke slag kunnen maken die de medewerkers als professional meer handvatten geeft om vanuit de eigen opdracht en expertise de samenwerking met het sociale domein uit te kunnen bouwen.

Terugblik Governance derde kwartaal 2018

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. En ook op de wijze waarop we intern en extern in gesprek gaan en verantwoording afleggen over ons handelen, onze ambities en activiteiten, onze leerpunten en kwetsbaarheden, en onze behaalde resultaten. Hierbij zijn de cliëntresultaten, de ervaren herstelondersteuning en onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend. In dit artikel een overzicht van de governance-ontwikkelingen in het derde kwartaal van 2018:

  • veranderingen in het management;
  • dialoog over nieuwe visie en ambitie;
  • update samengaan Zorg van de Zaak;
  • Cliëntenraad: vergroten digitale mogelijkheden cliënten en verbeterpunten Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen;
  • Ondernemingsraad: jaarrekening 2017.

Veranderingen in het management 

In relatief korte tijd hebben om verschillende redenen drie MT-leden, te weten Ellen Rutgers (manager Gemeentelijke zorg en jeugd), Gisela Reefman (manager Justitieel domein) en bestuurssecretaris Inge Kruit onze organisatie verlaten. Inmiddels is al een nieuwe manager aangetrokken voor het domein Gemeentelijke zorg en jeugd. Die functie zal ingevuld worden door Marjan Pols. Marjan heeft sinds 1990 ruime ervaring opgedaan in het werken in de dienstverlening en het sociaal domein (Wmo, jeugd, participatie, sport). Zij heeft onder andere in Den Bosch, Tilburg en Eindhoven zowel als ambtenaar (programma- en lijnmanager) als extern ingehuurde adviseur/manager beleidsmatig en uitvoerend werk gedaan.

De veranderingen in het management zijn aanleiding om de aansturing van NK tegen het licht te houden. Op basis van de uitkomsten van die evaluatie worden afgewogen keuzes gemaakt over de (her)inrichting van het management. 

Dialoog over nieuwe visie en ambitie 

Begin oktober is binnen NK het ambitiedocument NK 2019-2020-2021 in de organisatie gedeeld. Thema van dit ambitiedocument is Nu Kwaliteit 2.0. In het document worden, op een groot aantal gebieden, een aantal doelen voorgesteld waaraan de komende jaren gewerkt kan worden om de kwaliteit van ons aanbod en de deskundigheid van onze medewerkers verder te vergroten. Alle medewerkers zijn uitgenodigd om kennis te nemen van deze kwaliteitsambitie en de vertaalslag naar het eigen werk te maken. Het ambitiedocument geeft alleen de bredere kaders, de invulling ervan vindt grotendeels binnen de teams plaats. Als de ambities verder zijn uitgewerkt, zullen deze ook extern worden gecommuniceerd.

Update samengaan Zorg van de Zaak 

Anderhalf jaar geleden is NK zoals bekend gestart met het traject naar de mogelijke aanhaking van onze organisatie bij het netwerk van Zorg van de Zaak. Dat is begonnen met een zogeheten due diligence onderzoek. Op basis van dat onderzoek konden we verder in gesprek met elkaar, en is uitgebreid gesproken over wederzijdse voorwaarden. NK moest zwarte cijfers laten zien, wat inmiddels al een aantal maanden het geval is, duidelijkheid hebben over de claim van de zorgverzekeraars (die er inmiddels is) en de vastgoedsituatie op orde hebben: dat traject is aardig gevorderd, maar loopt nog. Zorg van de Zaak moest gaan voor een volledige overname, aansluiten bij de visie van NK en zorgen voor investeringskapitaal.

Op basis van voorgaande is gewerkt aan conceptcontracten. Daarover is de afgelopen periode intensief overleg geweest met Zorg van de Zaak. Inmiddels zijn er conceptcontracten en wordt inhoudelijk gesproken over welke Nieuwe Kansen er ontstaan door samengaan van onze organisatie. Concreet wordt gesproken over het jaarplan NK 2019 en welke eventuele extra ondersteuning nodig en mogelijk is. Als dat interne traject positief verloopt, wordt het contract definitief gemaakt en voorgelegd aan de Cliëntenraad, de Ondernemingsraad, de Raad van Toezicht en externe partijen voor akkoord op het voorgenomen samengaan.

Cliëntenraad 

Nadat eerder dit jaar toestemming was verkregen voor het plaatsen van een cliënten-pc bij de MHU in Tilburg, bleek dit kwartaal dat de plaatsing nog niet was geëffectueerd. Opnieuw is aangedrongen op plaatsing en dat blijkt inmiddels ook daadwerkelijk gebeurd te zijn. Ook in Bergen op Zoom bleken er problemen te zijn rondom de digitale mogelijkheden voor cliënten. Hier blijkt door het plaatsen van een nieuwe router het probleem (deels) opgelost te zijn.

Begin september heeft in de Tweede Kamer een eerste bespreking plaatsgevonden over de aangepaste WMCZ 2018 (Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018). De beschikbare tijd bleek onvoldoende om de besprekingen af te ronden. De bespreking zou dit najaar worden voortgezet. De cliëntenorganisaties hebben verbetervoorstellen ingebracht om de positie van de Cliëntenraden te versterken. Tegelijkertijd hebben de brancheorganisaties stevige kritiek geuit op de WMCZ 2018. Ook zij hebben daarom voorstellen ingebracht. Een van die voorstellen betreft het behouden van het verzwaard adviesrecht voor cliëntenraden in plaats van het toekennen van instemmingsrecht.

Ondernemingsraad 

In het derde kwartaal heeft de OR onder meer kennis genomen van de Jaarrekening 2017. Deze belangrijke financiële rapportages en de maandelijkse financiële rapportages laten voorzichtige groei en herstel zien. Aangegeven is dat er binnen NK weer wat ruimte ontstaat voor ontwikkeling en innovatie, wat de kwaliteit en medewerkerstevredenheid ten goede komt. De OR laat zich goed informeren en heeft naast het overleg met de bestuurder ook regelmatig overleg met de concern controller over de financiële cijfers.

Blog #6 Walther Tibosch: de juiste vragen stellen

De eigen kracht van ‘de burger’ wordt meer en meer aangesproken om mee te kunnen doen in Nederland. Een heel goed uitgangsprincipe, waarbij we wel moeten erkennen dat er niet zoiets bestaat als ‘dé burger’ of ‘de gemiddelde burger’. In veruit de meeste situaties kunnen burgers zich uitstekend redden en op een plezierige wijze meedoen in de samenleving. Heel veel mensen willen graag een bijdrage leveren aan de samenleving en denken na over het toevoegen van waarde aan het eigen leven (bewuster leven) of het leven van een ander (bijvoorbeeld mantelzorg). Maar op sommige momenten kan een burger voor korte of langere tijd heel kwetsbaar zijn of worden, en is deelnemen aan de samenleving niet meer vanzelfsprekend.

Juist dan is het belangrijk dat er zo veel mogelijk opties open blijven om mee te kunnen blijven doen. Dat de eigen kracht wordt gesteund en gestut en, als dat onvoldoende blijkt te zijn, dat er tijdelijk of langdurig passende ondersteuning wordt geboden.

In een innovatief project in de gemeente Oss (proeftuin Ruwaard) worden, wanneer het meedoen in het geding is, drie vragen gesteld: “Wat wil je bereiken?”, “Wat kun je zelf of met je naasten realiseren?” en “Waarbij heb je ondersteuning nodig?” Ik denk dat normaal gesproken iedereen het liefste gewoon mee kan doen zonder dat deze vragen worden gesteld. Maar is dat wél nodig, en het antwoord op die vragen leidt naar (betaalde) zorg of (betaalde) ondersteuning, dan moet professionele beoordeling plaatsvinden of de vraag en het doel reëel zijn en ook bijdraagt aan perspectief: weer mee kunnen doen.

Als aan die voorwaarden is voldaan, dan moeten we alle drempels wegnemen en moeten we, indien nodig, de zorg over muren en structuren heen organiseren. Als niet aan die voorwaarden is voldaan, is een goed en open gesprek nodig om (eigen) verantwoordelijkheden te duiden, grenzen aan te geven, wederzijdse verwachtingen aan te scherpen en inzicht te geven in het vervolg. In uiterste gevallen is juist niet ondersteunen of behandelen, of stoppen met ondersteuning of behandeling, ook een ingreep om de eigen kracht aan te boren en te versterken.

Binnen NK stimuleren we onze medewerkers om een open, positieve en professionele houding aan te nemen bij het stellen van deze vragen. Met onze kennis en kunde als basis luisteren en kijken we goed naar onze cliënten, en waar dat nodig is bieden we adequaat en zo snel mogelijk ondersteuning of behandeling, zodat we bijdragen aan het mee blijven doen of weer mee gaan doen! Maar ook onze samenwerkingspartners zijn onmisbaar om dit te kunnen doen. Dus laten we samen verantwoordelijkheid nemen en over muren en structuren heen denken en handelen. In nieuwe netwerken, met nieuwe bewezen methodes, zodat de eigen kracht niet wordt gefrustreerd maar juist blijvend wordt gestimuleerd.

Voorwoord kwartaalbericht tweede kwartaal 2018: kwetsbaarheid en kracht

We noemen de doelgroep van de ggz en de verslavingszorg vaak ‘kwetsbaar’. Dat is al een hele verbetering ten aanzien van stigmatiserende termen die van oudsher gebruikt werden om mensen met complexe problemen te omschrijven, zoals ‘probleemjongeren’ of ‘junks’. Met de term ‘kwetsbaarheid’ nemen we afstand van associaties zoals eigen schuld, maar geven we aan dat iemand risico loopt om (meer) problemen te ontwikkelen op het gebied van gezondheid, relaties, wonen, werk, financiën, enzovoorts. ‘Kwetsbaar’ impliceert dat iemand hulp en bescherming nodig heeft. Het is een begrip dat prima past bij de reden waarom veel mensen in de zorg werken: andere mensen willen helpen. Maar het woord ‘kwetsbaarheid’ heeft ook een gevaarlijk kantje en kan op een subtielere manier net zo goed stigmatiserend werken.

Wie een persoon ziet als kwetsbaar, als iemand die het alleen nooit redt, als iemand bij wie het élk moment mis kan gaan, creëert ook verwachtingen. Als goedbedoelende hulpverlener, maar ook als ouder, leraar of werkgever, kun je op die manier mensen juist tegenhouden in hun ontwikkeling, door onbewust of bewust minder van hen te verwachten, op een minder positieve manier met hen om te gaan en dingen van hen over te nemen.

Natuurlijk zijn er mensen die bepaalde dingen (nu nog) niet kunnen. En die onze hulp en onze ondersteuning heel hard nodig hebben. Maar goede hulpverleners kunnen ook inschatten wanneer ze juist een stapje terug moeten doen. De herstelondersteunende visie is daarbij een goede leidraad: ga uit van de eigen kracht en van de eigen doelen van de cliënt. Wat willen onze cliënten bereiken? Kun jij écht voor hen bepalen of dat haalbaar is of niet? Kunnen we in plaats daarvan nadenken over hoe we cliënten kunnen ondersteunen en helpen zo dicht mogelijk bij hun doelen te komen? Hun krachten en talenten helpen ontwikkelen zodat zij weerbaarder worden?

In deze nieuwsbrief vindt u, naast overzichten op het afgelopen kwartaal, verschillende artikelen over hoe kwetsbaarheid wordt omgezet in kracht. Over schematherapie, waarbij cliënten zich op hun kwetsbaarst tonen maar tegelijk op hun krachtigst, door de hulpverlener te laten zien wat ze voor iedereen verborgen hielden. Over het weerbaar maken van jonge cliënten op het gebied van seksualiteit en zwangerschap. Over het sterker maken van kinderen van verslaafde ouders. En over Re-Cover, de pop- en rockband van ex-cliënten: misschien nog wel het sprekendste voorbeeld van mensen die hun eigen krachten ontdekken en hun talenten ontplooien!

Laten we samen blijven kijken hoe we kwetsbaarheden om kunnen bouwen tot Nieuwe Kansen!

Walther Tibosch
Bestuurder Novadic-Kentron

Kinderen van ouders met psychische problemen of een verslaving: “Mama doet zo gek”

Een kind van wie de vader of moeder een psychische aandoening of verslaving heeft, heeft vaak geen onbezorgde jeugd. Niet voor niets vroeg kinderombudsman Margrite Kalverboer onlangs meer aandacht voor deze kinderen: een op de drie van hen ontwikkelt later zelf problemen. Om dit te voorkomen, kan het helpen om deel te nemen aan een KOPP/KVO-groep (Kinderen van ouders met psychische problemen/kinderen van ouders met een verslaving). Daar ervaren ze dat ook andere kinderen zich soms kunnen schamen, boos zijn, teleurgesteld of verdrietig zijn over de situatie thuis. Daar zien ze dat ze niet alleen zijn en leren ze woorden te geven aan hun emoties. Welk effect heeft het op je kindertijd als je ouders psychisch ziek zijn of verslaafd? “Kinderen denken vaak dat het aan hen ligt: ‘Als ik maar lief genoeg ben, wil mama wel blijven leven.’ ”

Boosheid, verdriet en onmacht

Saskia Noach en Yvonne Rühl zijn preventiewerker bij Novadic-Kentron en begeleiden KOPP/KVO-groepen. Saskia: “We hebben groepen voor verschillende leeftijden, in samenwerking met de GGZ. De problemen zijn bij elke leeftijdsgroep anders, maar we zien vooral veel overeenkomsten: boosheid, verdriet, onmacht. Bij pubers zien we vaak teleurstelling, en het besef dat ze nooit de ouders zullen hebben die ze zich gewenst hadden.”

Anke van Ettinger, gezinsbegeleider bij de GGzE, geeft samen met Saskia de KOPP/KVO-groepen in de regio Eindhoven. Anke: “Bij kinderen van verslaafde ouders zie je iets vaker dat ze het gevoel hebben dat ze niet belangrijk zijn. Want papa of mama kiest voor de drank of drugs, en niet voor hen. Maar de overeenkomsten tussen de groepen zijn veel groter. Ze realiseren zich dat het thuis anders gaat dan bij andere kinderen. Dat begint al heel jong, zelfs al weten ze nog niet goed hoe dat komt: ‘Mama is altijd moe’, zeggen ze bij een depressieve moeder, of ‘papa is vaak boos’. En beide groepen hebben te maken met onvoorspelbare situaties en angst.”

Door het lint

Yvonne: “Kinderen kunnen zich zó schamen. ‘Mama doet zo gek’, zeggen ze dan. Nou zegt elk kind dat wel eens – zo vinden veel kinderen het gênant om uitgebreid geknuffeld worden als je moeder je afzet op school – maar hier gaat het vaak om extremer gedrag, een moeder die door het lint gaat als een vriendinnetje komt spelen bijvoorbeeld.”

Anke: “Kinderen hebben sterk de neiging om te denken dat zij het gedrag van hun ouders veroorzaken. Voor een deel geeft dat ook een gevoel van controle. Als het aan jou ligt, kun je er misschien wat aan doen. ‘Als ik maar lief genoeg ben, wil mama wel blijven leven.’ Maar andersom denken ze ook dat woedeaanvallen het gevolg zijn van ‘stout’ gedrag. De reactie is vaak dat ze zich heel erg gaan aanpassen.”

Te volwassen

Saskia: “Je ziet bij deze kinderen vaak verwarring over hun eigen gevoelens. Wat willen en voelen ze nu eigenlijk zelf? Ze weten dat hun ouders het moeilijk hebben, en wat je vaak ziet is dat ze de ouderrol dan overnemen. Dat kan gaan om taken, zoals koken of de zorg voor kleinere broertjes of zusjes, maar ook om ondersteuning en bijvoorbeeld het aanspreken op ongewenst gedrag. Deze kinderen tonen te volwassen gedrag.”

Yvonne: “Dat geeft hen ook controle, houvast. Er was een kind in mijn groep dat zei: ‘Mijn moeder is opgenomen, nou kan ik fijn de keuken opnieuw inrichten, helemaal zoals ik het wil.’ Je moet zo’n kind niet afvallen, niet zeggen dat dat niet mag. Voor een kind kan dat een manier zijn om met die onbekende situatie van een opname om te gaan.”

Saskia: “We kijken wel: wat kun je blijven doen voor je vader of moeder en wat hoort echt bij hen? Het weer op zich nemen van verantwoordelijkheden kan ook deel zijn van het herstel van de ouder.”

Op slot

Yvonne: “Bij kinderen zie je verschillende reacties: sommige kinderen uiten zich sterk naar buiten, bijvoorbeeld door veel aandacht te vragen, maar anderen praten er liever helemaal niet over. Ze gaan op slot, ze voelen niks meer. Het is hun reactie op een onveilige en onvoorspelbare omgeving. Dat hoeft niet per se tot psychische problemen te leiden. Als de omgeving weer stabiel en rustig wordt, bijvoorbeeld omdat de ouder goede hulp krijgt, verdwijnt het gedrag ook. Maar je ziet ook kinderen over wie je je zorgen maakt. Dan moet je juist op die leeftijd al proberen om de situatie te verbeteren, daar waar dat haalbaar is.”

Stoelen die door de kamer vliegen

Anke: “We proberen in de eerste plaats kinderen te laten beseffen dat het niet hun schuld is. We proberen hen te leren om makkelijker woorden te geven aan wat ze voelen, en om beter te begrijpen wat er gebeurt. Doel is dan niet meer begrip voor de ouder te hebben, maar te beseffen dat het niet hun schuld is. Als papa zijn medicijnen niet inneemt, kunnen we uitleggen hoe zijn aandoening werkt, waaróm hij dat niet doet, en dat dat niet komt doordat hij jou niet lief vindt. En daarnaast is de herkenning van leeftijdsgenootjes ook heel belangrijk, al moeten we dat soms wel in een kader plaatsen. Een kind in mijn groep zei dat bij hen thuis de stoelen door de kamer vlogen toen de ouder een woede-uitbarsting had. Waarop een ander reageerde: ‘Oh maar dat is normaal, dat gebeurt bij ons ook’. We leggen dan uit dat het heel fijn is dat ze elkaar begrijpen, maar dat dát niet normaal is.”

Extra aandacht

Saskia: “We moeten niet vergeten dat het vaak ook goed gaat met kinderen van ouders die problemen hebben. Maar ook voor deze kinderen is de KOPP/KVO-groep fijn: de groepen kunnen ook die kinderen meer begrip, erkenning en handvatten geven. Het is geweldig als ouders zichzelf kunnen overstijgen en kunnen zeggen: ‘Het zal wel loslopen met mijn kind, maar ik wil toch die extra aandacht geven’. Elk kind dat last heeft thuis van de problemen van een ouder – of die ouder nu wel of geen diagnose of een hulptraject heeft – is welkom bij ons! 

Angst voor uithuisplaatsing

Anke: “Het is voor mensen in de omgeving vaak moeilijk om signalen bij kinderen te herkennen, ook omdat ze zich soms juist erg aangepast gedragen, op school de ideale leerling zijn om zo niet nog meer problemen te krijgen. Maar als een leerkracht wel kennis heeft van de thuissituatie, geef dat kind dan een beetje extra aandacht. In de meeste gevallen is het echter de hulpverlener van de ouder die de beste ingang heeft. Je zou denken dat de vraag ‘hoe is het met je kinderen’ vanzelfsprekend is, maar dat is helaas nog niet zo.” 

Saskia: “En nog een tip voor mensen in de directe omgeving van zo’n kind: wees niet te confronterend. Vraag niet: ‘Hoe gaat het nu met je moeder? Kan ik je helpen?’. Vooral jonge kinderen zijn heel bang dat ze uit huis worden geplaatst: wie moet er dan voor papa of mama zorgen? Zij vinden het heel bedreigend om toe te geven dat hun ouders grote problemen hebben. Vraag dus liever iets als: ‘Hoe was je weekend, heb je nog iets leuks gedaan?’ Het is fijn als een kind wat extra aandacht krijgt, als dat kind zelf eens centraal staat.”

Kind aanmelden?

Kent u een kind dat baat kan hebben bij steun van leeftijdsgenootjes en deskundige begeleiders? Neem contact met ons op via preventie@novadic-kentron.nl!

Re-Cover: ex-cliënten NK maken professionele rockmuziek

De leden van de band Re-Cover hebben niet alleen hun passie voor muziek gemeen. Naast hun muzikale talent delen ze ook hun ervaring als ex-cliënt van NK. De band begon ooit als The Stoneds, later werd het de NK-band, met veel wisselingen en een beperkt repertoire. Maar inmiddels heeft Re-Cover een vaste bezetting, wordt er elke week gerepeteerd, is het repertoire uitgebreid en wordt de band gevraagd voor optredens in het hele land, zoals onlangs in het stadion van FC Twente. Muziek als strategie om het herstel van verslaving door te zetten! Op 16 oktober is het volgende landelijke optreden gepland: dan speelt Re-Cover in Amersfoort tijdens de landelijke dag van Verslavingskunde Nederland. Lees hier het verhaal van een heel bijzondere band!

Hoe het begon: de Will Hawkins Foundation

Eerst terug naar het begin. We praten daarover met Cor Verbrugge, wetenschappelijk medewerker bij NK en bestuurslid van de Will Hawkins Foundation (WHF), de stichting die Re-Cover financieel ondersteunt. Cor is vanaf het begin de initiator van de band en fungeert nu als een soort roadmanager. Cor: “Het begon allemaal met The Stoneds: een band van verslaafde gebruikers die geformeerd werd rond gitarist Willie Haerkens, die in het regionale muziekcircuit bekend stond als Will Hawkins. Deel uitmaken van The Stoneds gaf alle leden weer perspectief, zingeving en discipline. Samen met NK werkte de band aan ‘Hoed je voor drugs’, een muzikaal en interactief voorlichtings-programma waarmee The Stoneds langs scholen toerde. Het werd Willy’s missie om met muziek scholieren voor te lichten over de gevaren van drugs. Op 6 januari 2009 overleed Willy onverwacht aan een longontsteking. Ter nagedachtenis aan Willy Haerkens werd de ‘Will Hawkins Foundation’ (WHF) opgericht. De WHF had als doel op muzikale en creatieve wijze de beeldvorming rondom verslaving positief te beïnvloeden. (Ex-)cliënten zetten hun muzikale talenten in om iets terug te brengen naar de maatschappij. Hierbij sluit de WHF aan bij de herstelbeweging en participatiemaatschappij zoals die zich nu ontwikkelt.” 

‘Stadionconcert’

“De WHF steunde vele muzikale initiatieven, waaronder de NK-band. In wisselende samenstelling verzorgden leden van de band optredens bij de theatervoorstelling ‘Who cares!?’, die de WHF samen met de theateropleiding van het Koning Willem I College organiseert. Gitarist Theo* werkte ook mee aan ‘Hunker’, een theatervoorstelling van Coup Cura en NK, die in januari 2018 te zien was in theaters van de zeven grote steden in Brabant. En de NK-band speelde bij vele activiteiten van NK, zoals de Herstelmarkt en de opening van het Herstelpunt in Vught. Vanaf 2017 kreeg de NK-band een vaste bezetting en werd de aanpak steeds professioneler. Zo ontstond Re-Cover. De band timmert inmiddels ook landelijk aan de weg. De band heeft er zelfs hun eerste ‘stadionconcert’ op zitten. Met veel succes werd opgetreden voor zorgorganisatie Aveleijn in het FC Twente stadion in Enschede. Ook trad de band op tijdens een theateravond over maatschappelijke participatie in Helmond. Inmiddels is Re-Cover dus ook gevraagd voor de landelijke dag van Verslavingskunde Nederland. Dat is toch super, ik vind het geweldig dat ik namens de WHF daaraan een bijdrage heb kunnen leveren.” 

“Zingen geeft me rust”

Een van de bandleden is Farida*, 22 jaar, die sinds een paar maanden bij Re-Cover zit: “Ik was in behandeling bij Kentra24 [de jeugdkliniek van NK, red.] voor GHB-verslaving. Daar werd me gevraagd of ik niet als zangeres in de band aan de slag wilde. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Zingen en muziek vond ik altijd al heel leuk, en het leek me super om dat ook in een band te gaan doen. En daar heb ik nog geen minuut spijt van gehad, het bevalt me uitstekend. Ik ben er pas bij en zing nu alleen nog Rise like a phoenix, het nummer waarmee Conchita Wurst het songfestival won. Dat hebben we laatst ook in een stadion gespeeld. Dat was echt een succes, het publiek was erg enthousiast. We zouden vier nummers spelen, maar dat werden er zeven. Ik hoop dat er nog andere nummers bijkomen en misschien kan ik ook als achtergrondzangeres nummers meezingen. Ieder bandlid kan nummers voorstellen, waarna we samen beslissen of we met dat nummer verder willen. Ik heb een voorkeur voor Engelstalige nummers. Zingen geeft me rust en een goed gevoel. Ik zing ook vaak als ik alleen thuis ben. Het helpt me, zeker nu ik lid ben van de band, om van de GHB af te blijven.” 

“Muziek maken heeft mijn leven verrijkt”

Theo*, de vaste gitarist en muzikaal leider van Re-Cover, is al jaren betrokken bij alle muzikale activiteiten die door de WHF worden georganiseerd: “In 2007 begon het met The Stoneds. Ik zat zwaar in de put: was verslaafd, mijn vriendin kwam in de gevangenis en ik kwam alleen nog maar de deur uit om methadon te halen. Muziek maken heeft me toen uit die ellende gehaald, en doet dat in feite nog steeds. Spelen in een band heeft mijn leven drastisch verrijkt. Sinds 2007 ben ik altijd met muziek bezig geweest: met de scholentoer van The Stoneds, bij activiteiten van NK, bij de theaterprojecten van NK als ‘Who cares?!’ en ‘Hunker’, enzovoorts. Dat heb ik mede aan mijn ouders te danken, die me altijd gesteund hebben.” 

Muziek die het publiek raakt

En sinds vorig jaar dus bij Re-Cover. Theo: “Ik ben een van de eerste leden. Het bevalt me uitstekend om lid van die band te zijn. De bandleden zijn allemaal bijzonder muzikaal, geweldig gemotiveerd en toffe gasten. En we worden langzaam maar zeker steeds professioneler. Ik moet er niet aan denken dat we als zielige verslaafden gezien worden, die alleen maar gevraagd worden omdat ze een gitaar vast kunnen houden. We staan graag op het podium en willen muziek maken die het publiek raakt. Dat gaat steeds beter, zoals onlangs in dat stadion in Enschede. De steun van WHF en in het bijzonder Cor Verbrugge helpt ons verder te professionaliseren. Zij zorgen voor kwalitatief goede instrumenten en zijn nu bezig om begeleiding door een beroepsmuzikant te organiseren.” 

Een eigen hit

Theo heeft ook grote plannen: “Met Re-Cover in de vaste bezetting maken we harde rockmuziek.   Maar we willen ook een meer melodische lijn ontwikkelen, unplugged muziek maken. Er zijn meerdere muzikanten, een pianist en een zangeres, die bij gelegenheid met ons repeteren en zich meer thuis voelen bij dat genre. We coveren nu nummers van andere bands. Maar we hebben de potentie in huis om ook eigen muziek te gaan spelen. Een van de leden schrijft arrangementen en Farida schrijft songteksten. Het zou mooi zijn als we over een paar jaar een eigen album zouden kunnen uitbrengen. En nog mooier als die een hit oplevert. Een beetje dromen mag toch wel?”

Re-Cover bestaat op dit moment uit een drummer, een bassist, een zanger/gitarist, een gitarist en twee zangeressen. De band repeteert iedere woensdag van 19.00 tot 21.00 uur in de kliniek in Vught.   Op dit moment bestaat het repertoire onder andere uit Psycho killer (Talking Heads), Niemand in de stad (De Dijk), Smoorverliefd (Doe maar), Won’t back down (Tom Petty), The one I love (R.E.M.), You are the reason (Calum Scott).

*Farida en Theo zijn gefingeerde namen.

Nu Niet Zwanger: voorlichting aan meisjes en vrouwen op jongerenafdeling voorkomt ongewenste of ondoordachte zwangerschappen

In 2015 is de GGD Hart voor Brabant samen met de gemeente Tilburg gestart met een innovatief project om te voorkomen dat kinderen geboren worden in onveilige en ongezonde situaties. Om onnodig leed te voorkomen, plus op termijn dure zorg voor deze kinderen, is gestart met het bespreken van de kinderwens en mogelijke anticonceptie met kwetsbare (potentiële) ouders, zoals mensen met ernstige psychische problemen, een verslaving, verstandelijke beperking of illegaliteit. Deze unieke aanpak heeft geleid tot het programma Nu Niet Zwanger. Ook NK gaat hier vanaf deze zomer aan meedoen. Senior verpleegkundige Judith Janssen, werkzaam op jongerenafdeling Kentra24, vertelt over verslaafde meisjes en vrouwen, en hun verlangen naar het droomgezinnetje met de ideale man…

Judith: “Nu Niet Zwanger geeft precies aan wat de bedoeling is van dit project. Als je worstelt met een alcohol- of drugsverslaving, en vaak ook nog allerlei bijkomende problemen hebt zoals met wonen, werken en financiën, is het niet handig om nu zwanger te worden. Maar dat thema was bij ons, en ook bij andere zorginstellingen, helemaal geen structureel onderwerp van gesprek. Met dit project willen wij seks en zwangerschap bespreekbaar maken. Als aandachtsfunctionaris voor Nu Niet Zwanger ga ik dit bij Kentra24, de jongerenafdeling van NK, vormgeven.”

De prins op het witte paard

Judith: “Als meisjes en vrouwen geen kinderwens hebben, gaat het gesprek vooral over anticonceptie. Sommige van onze cliënten zijn door hun problemen erg ontremd, en zijn seksueel erg actief. Seks zetten ze ook in als middel om een man aan zich te binden, de prins op het witte paard te vinden. Voor hen is het soms dé manier om aandacht te geven of te krijgen. Het is dan wel heel belangrijk dat dit veilig gebeurt. Soms hebben ze daar nauwelijks aandacht voor, maar vaak is het ook een gebrek aan kennis en informatie. Ze kennen dan alleen de pil en het condoom. Het condoom is niet erg betrouwbaar, zeker niet als je het niet goed gebruikt. De pil werkt prima, maar dan moet je hem wel trouw innemen. Tijdens de behandeling bij ons gaat dat vaak uitstekend, maar daarna wordt het lastiger, en bij een terugval is de pil vaak het eerste dat vergeten wordt. Andere vormen van conceptie, zoals een spiraaltje, kunnen dan veel effectiever zijn. Maar vaak weten ze helemaal niet dat dat soort dingen bestaan! We gaan dus met onze cliënten bespreken wat voor hun situatie de beste oplossing is.”

Succespercentage: 80%

Uit het project Nu Niet Zwanger blijkt dat de persoonlijke, maatwerkaanpak heel effectief is. Tot nu toe zijn met het project in heel Brabant 300 kwetsbare (potentiële) ouders bereikt, van wie 80% vrijwillig besloot de juiste anticonceptie te gaan gebruiken.

Baby als oplossing voor alle problemen

En als er wel een kinderwens is? Judith: “Dan bespreken we dat met onze cliënten. Veel jonge vrouwen zien het krijgen van een kind, of nóg een kind, als een middel om de ideale man aan zich te binden, of de relatie met een minder ideale man te redden. Ze willen graag dat droomgezinnetje en in hun ogen lost een baby alle problemen op. In de praktijk werkt het natuurlijk helemaal niet zo, de realiteit van het krijgen van een kindje in een instabiele situatie is verre van rooskleurig. Voor hen en voor het kind. We bespreken dan met hen de gevolgen van het krijgen van een baby. Wat houdt het allemaal in, wat zijn de gevolgen, wat is er voor nodig? En kun je dat ook bieden?

Niet dwingen en manipuleren

Judith: “We gaan hen niet dwingen of manipuleren om anticonceptie te gaan gebruiken, we willen de behoeften van onze cliënten in kaart brengen en vooral onze cliënten informeren, ervoor zorgen dat ze voldoende kennis hebben om een weloverwogen beslissing te nemen. En in veel gevallen zal dat zijn: zwangerschap uitstellen.”

Tip

Elders in dit magazine vindt u een uitgebreid artikel over de andere kant van het verhaal: het leven van kinderen van verslaafde ouders.

Schematherapie: het kwetsbare kind in de cliënt zien

Als je om tien uur een afspraak hebt met iemand, en je vergeet die afspraak, dan is dat vervelend. Je verwacht echter niet dat die ander een woedeaanval krijgt. Maar wat als die persoon al van kinds af aan structureel is teleurgesteld door mensen die heel belangrijk voor hem of haar waren, en die afspraken zelden nakwamen? Die steeds weer dingen beloofden die ze vervolgens niet waarmaakten? Dan kan een gemiste afspraak iemand heel erg raken en wordt die woedeaanval ineens veel logischer. Ons temperament, opvoeding- en omgevingsfactoren en onze ervaringen bepalen hoe we interpreteren wat ons overkomt, en hoe we daarop reageren. Dat geldt voor iedereen. Maar bij sommige mensen zijn die reacties buiten proportie: zij worden er volledig door uitgeschakeld. Dan kan schematherapie helpen. Lieke Knapen, junior schematherapeut bij NK en de GGzE, vertelt hoe je ingesleten patronen kunt herkennen én doorbreken. Bij cliënten met persoonlijkheidsproblemen, trauma en verslaving… maar ook bij jezelf.

Nooit goed genoeg

Lieke: “Schematherapie is een vorm van psychotherapie die is gericht op hardnekkige patronen. Bij schematherapie proberen we daar grip op te krijgen en ze via bepaalde technieken aan te passen en te veranderen. Die patronen ontstaan meestal in de kindertijd. Als ik bijvoorbeeld als kind altijd kreeg te horen dat ik niets waard was, dat het nooit goed genoeg was wat ik deed, dan kan ik als volwassene heel erg overtrokken reageren als ik kritiek krijg op mijn werk. Ik heb dan geleerd te denken en handelen volgens het schema Tekortschieten/Schaamte.”

Stampvoeten

Mensen kunnen vanuit een schema op verschillende manieren reageren, we hebben allemaal verschillende kanten in onszelf. In de schematherapie noemen we dat modi. We onderscheiden kind-, coping- en oudermodi. Lieke: “Als een reactie overtrokken is, duidt dat er vaak op dat een kindmodus geraakt wordt. Zo kun je reageren vanuit de modus Boos Kind en bijna letterlijk lopen stampvoeten als iemand je kritiek geeft. Maar je kunt ook reageren als Willoze Inschikkelijke, je volledig overgeven aan die kritiek en je helemaal aanpassen aan de wensen van de ander, zelfs als je het eigenlijk niet eens bent met de kritiek. Je gaat dan continu over je eigen grenzen heen. De meeste mensen kunnen die automatische reacties wel een plek geven en uiteindelijk reageren vanuit de modus Gezonde Volwassene: je erkent voor jezelf dat de kritiek je pijn doet, maar kijkt ook in hoeverre die kritiek terecht was.”

Nare emoties niet voelen

Sommige mensen lopen echter helemaal vast, door een combinatie van psychische problemen, verslaving, trauma’s en/of persoonlijkheidsproblematiek zoals borderline. In hun reacties worden dan modi geactiveerd die hun problemen niet oplossen, maar juist erger maken. Lieke: “Als je in de modus Razend Kind schiet, kun je anderen ‘beschadigen’. Die modus had waarschijnlijk nut toen je echt een machteloos kind was, maar werkt nu averechts. Cliënten binnen de verslavingszorg reageren ook vaak met de modus Onthechte Zelfsusser: iemand drinkt bijvoorbeeld alcohol om nare emoties niet te voelen. Bij schematherapie gaan we dan onderzoeken waarom deze cliënt die modus ontwikkeld heeft en welk schema hieronder ligt.”

Kwetsbaar Kind helpen

Als de patronen in kaart zijn gebracht, kunnen we proberen die te doorbreken. Lieke: “Vaak is het zo dat in de kindertijd bepaalde basisbehoeften niet zijn vervuld, zoals veiligheid, geborgenheid, spontaniteit, autonomie, duidelijke grenzen of zelfexpressie. Bij schematherapie gaan we dan opnieuw proberen tegemoet te komen aan die behoeften, gaan we het Kwetsbare Kind helpen. Dat gebeurt niet alleen met praten, maar ook met ervaren. Imaginatie is daarbij een belangrijke techniek: de cliënt wordt gevraagd zich een bepaalde situatie weer voor de geest te halen en te beschrijven wat er gebeurde en wat hij of zij voelde. De hulpverlener kan dan als het ware mee ‘in het beeld’ stappen en helpen die situatie te interpreteren of anders te reageren op bijvoorbeeld een veel te strenge ouder. Ook passen we in de therapie de meerstoelentechniek toe. Je praat dan bijvoorbeeld tegen het Kwetsbare Kind dat je toen was en dat je nog steeds ‘meedraagt’, of tegen je Veeleisende Ouder. Die ouder had je misschien écht vroeger, maar nu heb je die als het ware in jezelf opgenomen: het is dat stemmetje in je hoofd dat zegt dat je tekort schiet en beter je best moet doen. Of we doen een historisch rollenspel, waarbij je tegen jezelf praat zoals je ouder dat deed en vice versa. Je komt dan meer in contact met wat jij nodig had en hebt, maar het kan ook gebeuren dat je je realiseert, doordat je zelf vanuit een andere rol spreekt, dat je ouders het zo slecht niet bedoelden maar dat ze de beste intenties hadden, vanuit alle beperkingen die ze zelf misschien hadden.”

Heftig

“Ja, dat is best heftig. Je vraagt iemand om zich volledig aan je bloot te geven. Het is een behoorlijke drempel om jouw Kwetsbare Kind te durven voelen en te laten zien, zeker als je geleerd hebt om jezelf achter een enorme muur te verschuilen. Als therapeut neem ik de rol op me van de ‘goede ouder’. Ik geef de cliënt wat hij of zij nu nodig heeft. Dat gaat niet van de ene op de andere dag, het is belangrijk dat je eerst een goede werkrelatie opbouwt met je cliënt. Je moet er als therapeut echt zijn voor je cliënt, je afspraken nakomen en doen wat je zegt. Schematherapie geven is intensief, maar het is ook heel bijzonder als iemand je zo vertrouwt en zich zo openstelt voor je. Het is ontwapenend als iemand kanten van zichzelf laat zien die al zo lang verborgen zijn. Als ‘goede ouder’ leg ik niet zozeer sancties op aan een cliënt die woedend reageert als ik weet dat dat voortkomt uit een mishandeld en verwaarloosd kind. Natuurlijk stel ik grenzen, dat moet een goede ouder ook. Maar ik ga ook kijken: waarom reageer jij zo, wat kom jij tekort, wat heb jij nodig?”

Normaal of abnormaal

Iedereen heeft schema’s en modi. Je karakter, je sterke en minder sterke kanten en je ervaringen bepalen hoe jij reageert. Zo zal een introvert persoon anders reageren dan een extravert persoon. Maar iedereen heeft ingesleten patronen ontwikkeld. Lieke: “Wat dat betreft is de grens tussen normaal en abnormaal niet zwart-wit, het is een schaal. Ik herken bij mezelf ook bepaalde schema’s en modi. Als ik me daarvan bewust ben, kan ik onderzoeken waarom ik zo reageer, en welke behoefte daaronder ligt. Lang niet iedereen heeft uiteraard schematherapie nodig. Het is een intensieve vorm van hulp, die vaak lang duurt. Maar bij complexe problemen, bij trauma’s in combinatie met verslaving en persoonlijkheidsproblematiek, is het wel een heel goede methode. Je kunt dan beter iemand langduriger met schematherapie behandelen en de patronen doorbreken, dan dat iemand steeds kortdurend behandeld wordt en weer terugvalt.”

Cijfers eerste helft 2018

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over het eerste half jaar van 2018: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In het eerste half jaar van 2018 waren 6.087 cliënten in behandeling, versus 6.309 in het eerste half jaar van 2017. Van hen zijn 679 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.043
Opiaten 730
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 994
Xtc 8
Cannabis 722
GHB 186
Gokken 193
Overig (1) 226
Onbekend (2) 985

(1) Bijvoorbeeld: internet, medicijnen, ketamine of hallucinogenen
(2) Bijvoorbeeld omdat cliënten zich nog in de intake/diagnostiekfase bevinden, omdat ze alleen nog urinecontroles krijgen of omdat het cliënten zijn van de dag- en nachtopvang of een van onze woonvoorzieningen.

Geslacht Aantal
man 4.611
vrouw 1.476

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.638
24-50 jaar 3.893
18-23 jaar 506
< 18 jaar 50

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste half jaar van 2018 zijn in totaal 617 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 687 in het eerste half jaar van 2017.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 55
Opiaten 5
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 100
Xtc 6
Cannabis 243
GHB 14
Gokken 41
Gamen 40
Overig 37
Onbekend 76

 

Leeftijd Aantal
13 3
14 3
15 8
16 20
17 30
18 47
19 85
20 82
21 107
22 107
23 125

 

Geslacht Aantal
man 473
vrouw 144

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 april: 726
Aantal medewerkers per 1 april: 859

Aantal fte per 1 juli: 733
Aantal medewerkers per 1 juli: 864

 

Terugblik Novadic-Kentron algemeen tweede kwartaal 2018

In dit artikel vindt u een terugblik op een aantal ontwikkelingen en gebeurtenissen binnen onze organisatie in het tweede kwartaal van 2018. Er is weer heel veel gebeurd! Lees meer over:

  • werkbezoek staatssecretaris Paul Blokhuis;
  • save the date! 16 oktober 2018: Landelijke Dag Verslavingskunde;
  • vastgoedontwikkelingen: Edisonlaan Tilburg en Schijndelseweg Sint-Oedenrode;
  • nieuwe locatie in Waalwijk;
  • RECOVRY: virtual reality-therapie voor mensen met een alcoholverslaving. 

Werkbezoek staatssecretaris Paul Blokhuis

Maandag 18 juni bracht Paul Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een werkbezoek aan Novadic-Kentron in Vught. Op verzoek van Blokhuis was er veel ruimte voor het gesprek met cliënten en cliëntvertegenwoordigers. De staatssecretaris sprak onder andere met Hendrik Hartevelt, voorzitter van onze Cliëntenraad, met een GHB-cliënt en met ervaringsdeskundigen van het project Samen herstellen. Dat waren open en informele gesprekken waarin Blokhuis veel aandacht toonde voor de menselijke kant van verslaving en de problemen waar cliënten tegenaan lopen bij hun herstel. Daarna sprak de staatssecretaris met onder meer preventiewerker Alex van Dongen. Alex vertelde over de Etten-Leurse aanpak en wees erop dat het essentieel is om GHB-verslaafden, na het afkicken, buiten hun eigen regio verder te begeleiden. Vanwege het argument ‘regiobinding’ worden verzoeken voor plaatsing buiten de regio vaak afgewezen. De staatssecretaris merkte hierbij direct op dat dit argument niet rechtsgeldig is en dat hij hier samen met de VNG al eens op gewezen heeft.

Ook sprak de staatssecretaris met geneesheer-directeur Victor Buwalda. Die ging in op het belang van de ketensamenwerking, de positie van de MIAM-artsen en de complexe regelgeving waar NK en andere instellingen mee te maken hebben. Verder verzorgde Martijn Planken een toelichting op het project ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken!’ (zie terugblik gemeentelijk domein). Als afsluiting van dit geslaagde bezoek bezocht Blokhuis de afdeling Dubbele Diagnose. 

Save the date! 16 oktober 2018: Landelijke Dag Verslavingskunde

Zoals al eerder gemeld, wordt op 16 oktober de eerste Landelijke Dag Verslavingskunde georganiseerd in de Rijtuigenloods te Amersfoort. Het thema van deze dag is ‘Verslavingskunde, nu en in de toekomst’. Onze organisatie is nauw betrokken bij de voorbereiding en levert een bijdrage aan het programma met de theatervoorstelling ‘Hunker’ en met ‘Anita Wordt Opgenomen, twee jaar later’, waarin Anita Witzier in gesprek gaat met cliënten die destijds aan de serie hebben meegewerkt. De muzikale omlijsting wordt verzorgd door Re-Cover (voorheen de NK huisband, zie artikel elders in deze nieuwsbrief LINK). Verder wordt voor het eerst de Herstel Award uitgereikt, voor de beste vernieuwing op het gebied van herstel in de verslavingszorg. De inschrijving om mee te dingen naar die prijs is inmiddels begonnen. De dag is bedoeld voor medewerkers van alle aangesloten organisaties, ketenpartners, cliënten en stakeholders. Meer informatie vind je op de congresbalie.

Vastgoedontwikkelingen: Edisonlaan Tilburg en Schijndelseweg Sint-Oedenrode

In het kader van het terugdringen van de kosten en optimaliseren van de bedrijfsvoering, is NK zich al geruime tijd aan het bezinnen over het vastgoed in eigendom. Inmiddels is besloten de panden aan de Edisonlaan te Tilburg en de Schijndelseweg in Sint-Oedenrode te verkopen. 

Tilburg, Edisonlaan

In Tilburg is al een paar jaar geleden besloten te verhuizen naar de locatie Jan Wierhof. Daar is onze medische heroïne-unit al gehuisvest. Een ander voordeel van die verhuizing is dat we dan op het terrein van GGz Breburg zitten, een belangrijke samenwerkingspartner in Tilburg en omgeving. Inmiddels is gebouw 1 op dat terrein grondig gerenoveerd en opgeknapt en ingericht volgens de wensen van NK. Het is een mooie, overzichtelijke locatie geworden met een warme uitstraling voor zowel cliënten als personeel. De verhuizing is inmiddels gepland: op 24 en 25 augustus verhuizen alle diensten van Novadic-Kentron aan de Edisonlaan in Tilburg naar het terrein van GGz Breburg. Vanaf 27 augustus zal Novadic-Kentron de nieuwe locatie in gebruik nemen.

Sint-Oedenrode, Schijndelseweg

In Sint-Oedenrode aan de Schijndelseweg (in het voormalige Damianenklooster) is momenteel onze jeugdkliniek van Kentra24 gevestigd. Die blijft daar tot er een koper gevonden is. Daarna verhuist de jeugdkliniek naar een andere locatie. Daarvoor is onder andere onze locatie aan de Rompertsebaan in Den Bosch in beeld. Eerder was ten onrechte in de krant te lezen dat die locatie al definitief was. De Rompertsebaan is een optie, maar daarover wordt nog overlegd met de gemeente Den Bosch en andere belanghebbenden. Ook wordt er nog steeds onderzocht of een andere locatie een adequate oplossing zou kunnen zijn. Dat onderzoek verloopt langs de volgende criteria: voldoende vierkante meters, een goede ligging en bereikbaarheid, draagkracht van omwonenden, financiële haalbaarheid en vooral of de locatie dusdanig is ingericht – of in te richten is – dat we de cliënten optimaal kunnen behandelen.   

Nieuwe locatie in Waalwijk

Al een aantal jaar is NK ook in Waalwijk vertegenwoordigd. Per 1 juli hebben we voor onze dienstverlening in die plaats een nieuwe locatie gehuurd. De afgelopen jaren werd gewerkt vanuit het gebouw BaLaDe, maar vanaf maandag zitten onze medewerkers op de nieuwe locatie: Dr. Kuyperlaan 54 in Waalwijk. Op deze locatie zijn medewerkers actief van VR, Forensische zorg en Zvw. Met de verhuizing naar deze locatie hopen we rust te brengen voor onze medewerkers, aangezien het werken in BaLaDe de afgelopen tijd gepaard ging met veel wisselingen van ruimtes. Ook voldoen de ruimtes beter dan op de oude locatie en hebben medewerkers nu de privacy die gewenst wordt. Daarnaast zijn er andere instellingen actief in dit gebouw, zoals MEE, Indigo en Bijonz, wat leidt tot Nieuwe Kansen voor de samenwerking. We wensen onze cliënten en medewerkers een fijne tijd toe in De Kuyp! 

RECOVRY: virtual reality-therapie voor mensen met een alcoholverslaving

Op verzoek van NK werken NHTV Breda (Academy for Digital Entertainment, expert op het gebied van virtual reality-technologie) en NK samen om te onderzoeken hoe VR kan bijdragen aan het herstel van cliënten na detox van alcohol. Het project vindt plaats onder de naam RECOVRY, dat staat voor RElapse COntrole VR TherapY. Het doel is om cliënten in de veilige omgeving van de kliniek voor te bereiden op hun terugkeer naar huis en zo de kans op terugval te verkleinen. Virtual reality heeft inmiddels op diverse manieren en bij verschillende (angst))stoornissen (bijvoorbeeld PTSS, spinnenfobie en hoogtevrees) bewezen dat het behandeleffect bij de toepassing ervan aanmerkelijk verbetert in vergelijking met andere, meer traditionele therapieën.

In dit onderzoek worden meerdere virtuele omgevingen gecreëerd waarin de cliënt onder begeleiding van de hulpverlener kan toetreden. Dat zijn zowel omgevingen waarin cliënten zich op hun gemak voelen, zoals de eigen huiskamer, als omgevingen die stress opleveren en waar de druk om te gaan gebruiken sterk verhoogd is, zoals bijvoorbeeld een café. De hulpverlener begeleidt tijdens de therapie de cliënt bij het toetreden tot deze virtuele werelden om de cliënt zo meer controle over het eigen herstel te geven.

Geneesheer-directeur Victor Buwalda over REVOVRY: “In Brabant zijn er ongeveer 125.000 alcoholverslaafden. Het is de meest voorkomende soort verslaving in Nederland. Van hen gaat een groot deel [schattingen variëren van 49 tot 75%, red.] weer drinken in het eerste jaar na het afkicken. Dit aantal moet omlaag, en we hebben de verwachting dat virtual reality daar zeker bij kan helpen.” Eind 2018 worden de eerste onderzoeksresultaten verwacht.

Terugblik Gemeentelijk domein tweede kwartaal 2018

Het gemeentelijk domein omvat veel verschillende activiteiten – van jeugdzorg tot medische heroïne-units – maar al deze activiteiten hebben als gemeenschappelijk doel om mensen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te helpen. Er gebeurt veel binnen het gemeentelijk domein en ook in het tweede kwartaal vonden bijzondere ontwikkelingen plaats. In deze nieuwsbrief leest u over:

  • project ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’;
  • NK gastheer van geslaagde Gesprekstafel jeugdverslavingszorg;
  • lof voor Etten-Leurse aanpak GHB;
  • Bossche burgemeester op de koffie bij de opvang;
  • De Kempen aan de slag met het IJslandse model.

Project ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’

Drugsgebruik was ooit een probleem van de grote stad. Wat dat betreft is er veel veranderd. Drugsgebruik is ook in kleinere plaatsen steeds normaler aan het worden. In Oost-Brabant is daarom op initiatief van Theo Maas, wethouder van Someren, en Marnix Bakermans, burgemeester van Landerd, een start gemaakt met een uniek project: ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’. Maar liefst veertig gemeenten in deze regio gaan samenwerken met NK, de GGD, de politie en andere partners om de normalisering van drugsgebruik tegen te gaan.

Om de plannen verder uit te werken is Martijn Planken sinds medio april aangesteld als kwartiermaker. Martijn: “Ik ben als kwartiermaker aangehaakt bij het team Preventie van NK. Ik ga de komende zes maanden in gesprek met de gemeenten en instellingen in de regio Oost-Brabant om de energie te bundelen en te komen tot een gezamenlijke aanpak. Op basis van die gesprekken ga ik een projectplan opstellen waarmee de komende vier jaar de normalisering van het drugsgebruik onder met name jongeren aangepakt gaat worden. Een belangrijke rol daarbij zal weggelegd zijn voor de ouders. Zij kunnen, of liever moeten, grenzen stellen en met hun kinderen het gesprek aangaan.”

Martijn is ooit begonnen als preventiewerker bij het voormalig Zeeuws Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs. Daarna werd hij campagneleider van de landelijke alcoholmatigingscampagnes DRANK maakt meer kapot dan je lief is en DRANK De kater komt later. De laatste jaren was hij bij de GGD Gelderland-Zuid projectleider van het regionaal alcoholmatigingsproject in die regio. Naast zijn werk is Martijn initiatiefnemer en campagneleider van IkPas. Klik hier voor een interview met Martijn in het Brabants Dagblad.

NK gastheer van geslaagde Gesprekstafel jeugdverslavingszorg

De transities in de jeugdzorg van de afgelopen jaren dreigen hun tol te eisen voor het specialisme jeugdverslavingszorg. Als gemeenten en jeugdregio’s niet snel actie ondernemen, zou passende hulp voor jongeren met verslavingsproblematiek kunnen verdwijnen. Overal in het land ​organiseert het Ondersteuningsteam Zorglandschap (van de VNG, VWS en de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd) daarom samen met betrokken partijen regionale gesprektafels. 27 juni was NK gastheer voor de Brabantse gesprekstafel in het nieuwe Van der Valk-hotel in Tilburg.

Met 90 gasten uit heel Brabant, gemeentes, onderwijs en ketenpartners, aangevuld met collega’s van  Brijder, Tactus en VNN, was deze gesprekstafel goed bezocht. Jan Menting, ambassadeur van het zorglandschap voor de VNG, opende als dagvoorzitter de bijeenkomst. Na een korte aftrap door NK-bestuurder Walther Tibosch was het woord aan twee cliënten. Hun indrukwekkende ervaringsverhalen maakten duidelijk dat vroegsignalering nog onvoldoende is ingebed in de handelwijze van jeugdprofessionals en onderwijs. Maar ook hoe belangrijk het is voor professionals om echt in contact te komen met de jongeren en door te vragen, en aandacht te hebben voor wat de jongere wil. Vervolgens werd aan de hand van cijfers de ernst van het probleem geschat. Bijvoorbeeld met de cijfers van Kentra24; van de 100 jongeren die na hun 18e waren opgenomen, waren er 85 gestart met middelen tussen de 13 en 16 jaar en hadden 45 jongeren eerder jeugdzorg gekregen.

Michiel Verbeek, wethouder van het Groningse Haren, heeft ook in zijn gemeente te maken met drugsgebruik door jongeren. Hij vertelde hoe hij samen met een ervaringsdeskundige uit Haren en VNN nu in gesprek is met lokale middelbare scholen over een programma dat jongeren ondersteunt in weerbaarheid. Peter van der Laan, relatiebeheerder jeugd bij VNN, schetste op welke wijze VNN bezig is de kennis van en ervaring met jeugdverslavingszorg in te zetten binnen de jeugdzorg.

En ten slotte presenteerde Peter Dijkshoorn, bestuurder Accare en jeugdpsychiater, als inhoudelijk adviseur voor het Zorglandschap de ontwikkelcirkels, die landelijk worden gezien als de onderlegger om de regionale jeugdzorg hernieuwd in te richten en het zorglandschap op een kwalitatief verantwoorde wijze te verbeteren. Dat gebeurt door met een kritische en gedegen benadering knelpunten in de alledaagse praktijk aan te pakken en op die manier stap voor stap de kwaliteit te verbeteren.

Lof voor Etten-Leurse aanpak GHB

In april publiceerde het Trimbos-instituut Bezieling en bereikbaarheid, een rapportage over ‘De aanpak van drugsproblematiek en GHB-problematiek in het bijzonder in de gemeente Twenterand’. Opvallend was dat in die rapportage veel aandacht was voor de Etten-Leurse aanpak. Een citaat uit het rapport:

“Het laatste onderdeel van de scanner is om inspiratie op te doen aan de hand van aanpakken die ontwikkeld zijn in gemeenten waar ook een sterke GHB-problematiek speelt. Op diverse congressen en studiedagen is de ‘Etten-Leurse aanpak’ gepresenteerd. Deskundigen zijn enthousiast over deze aanpak omdat er optimaal gebruikt wordt gemaakt van de lokale deskundigheid over GHB en bevoegdheden van de gemeente om hulp te organiseren en regie te voeren op het GHB-dossier. Aan  de basis van de aanpak staan Alex van Dongen, preventiewerker bij Novadic-Kentron, en Jaap Malcontent, adviseur integrale veiligheid van de gemeente Etten-Leur. Op basis van hun praktijkervaringen hebben ze een unieke gemeentelijke aanpak voor de GHB-problematiek ontwikkeld van waaruit de zorg voor GHB-verslaving wordt gecoördineerd. Hieronder beschrijven we uitgebreid deze aanpak omdat hij model kan staan voor de aanpak in Twenterand en andere gemeenten in Nederland. De ‘Etten-Leurse’ aanpak is beschreven door Novadic-Kentron (van Dongen, Malcontent & Dijkstra, 2017).”

Bossche burgemeester op de koffie bij de opvang

Woensdag 23 mei kwam de Bossche burgemeester Jack Mikkers op bezoek bij de dag- en nachtopvang Den Bosch. Met inzet van passanten en medewerkers werd het bezoek goed voorbereid. Voor dit bezoek werden alle betrokkenen rond de opvang uitgenodigd. Naast de burgemeester en zijn gevolg, waren medewerkers van de dag- en nachtopvang, Walther Tibosch, enkele buurtbewoners, de wijkagent en een cliënt van de opvang aanwezig. De burgemeester blijkt een spontane, warme, begripvolle man, met een luisterend oor voor iedereen. Er is een uitgebreid, ontspannen en informeel gesprek gevoerd, met ruimte voor de ervaring van alle aanwezigen.

Onze cliënt heeft haar verhaal verteld, onze ervaringsdeskundige heeft uitgelegd welke levensverandering verslaving en werken aan je verslaving met zich meebrengt, buurtbewoners hebben verteld welke gevoelens van onveiligheid een verslaafdenopvang in de wijk geeft, maar ook hoe de goede samenwerking tussen de buurt, NK, politie en gemeente positief bijdraagt aan het gevoel van veiligheid.

Er is gesproken over wat wonen in een opvang nu voor alle betrokken betekent en over de beperkte mogelijkheden die er voor onze doelgroep zijn om door te stromen. Actuele ontwikkelingsplannen rond doorstroom en de daarbij behorende knelpunten, zowel vanuit NK als vanuit de gemeente, waren daarom een belangrijk gespreksthema. Het gesprek leverde begrip op voor ieders positie, zowel voor de cliënt als de buurtbewoners en betrokken partijen. Het werkbezoek werd afgesloten met een korte rondleiding. Met een positief gevoel en als belangrijk uitgangspunt de gezamenlijke wil om een stip aan de horizon te zetten, ging het gezelschap uit elkaar.

De Kempen aan de slag met het IJslandse model

‘IJsland kampioen in preventie van jeugdproblematiek’, kopt een nieuwsbericht van het Trimbos-instituut. En terecht, want het zogenaamde IJslandse model heeft zijn waarde bewezen: in 1998 was bijna de helft van alle 15- en 16-jarigen in de voorgaande maand weleens dronken geweest, in 2016 is dat nog maar 5 procent in die leeftijdsgroep. Cannabisgebruik daalde van 17 naar 7% en het percentage jongeren van 14 tot 16 jaar dat dagelijks rookt van 23 naar 3%. Die cijfers maken indruk. Daarom gingen vertegenwoordigers van zes Nederlandse gemeenten, waaronder de Reuselse wethouder Peter van de Noort namens de Kempengemeenten, zich oriënteren in IJsland.

Inmiddels is in de gemeente een werkgroep gestart, waarin namens onze organisatie preventiewerker Floris Brocaar is afgevaardigd. Floris: “Het IJslandse model richt zich op de hele bevolking. Als je de drinkcultuur wilt veranderen, kun je je niet alleen op de jongere richten. Alle inwoners van de Kempen gaan hier dus iets van meekrijgen. Met name voor ouders en andere opvoeders is een belangrijke rol weggelegd. In IJsland is een van de grote succesfactoren dat jongeren gezondere alternatieven kregen aangeboden voor alcohol- en drugsgebruik. Denk aan sporten, muziek maken en andere ontspannende activiteiten na school. Dat sluit prima aan bij de CRA-filosofie van NK. Daarbinnen werken we ook met belonen en gezonde alternatieven. In de werkgroep zitten vertegenwoordigers van gemeente, politie, jeugdwerk, sportclubs en onderwijs. Daardoor kunnen we de drinkcultuur gezamenlijk aanpakken. Dat begint met een nulmeting om het actuele gebruik van alcohol en drugs onder jongeren goed in beeld te krijgen.”

Het IJslandse model wordt inmiddels al uitgevoerd in 18 landen.

Terugblik Zvw-domein tweede kwartaal 2018

In dit overzicht vindt u de actuele ontwikkelingen in het tweede kwartaal van 2018 binnen de door de zorgverzekeraars gefinancierde zorg (Zvw-domein), die geleverd wordt door onze Specialistische en BasisGGZ-teams. U kunt lezen over de volgende thema’s:

  • veranderingen FACT regio Eindhoven;
  • HKZ-audit;
  • spetterende opening VOF Dubbele Diagnose Tilburg;
  • IHT (intensive home treatment) in Breda. 

Veranderingen FACT regio Eindhoven

Vanaf medio 2016 werkt NK in de regio Eindhoven intensief samen met de FACT-teams van GGzE vanuit de plaatsen Valkenswaard, Veldhoven en Son en Breugel. In alle teams werd een casemanager geplaatst, die de verslavingsbehandeling vorm gaf. Alle teams konden verder een beroep doen op een verpleegkundig specialist en een arts. Dat maakte het mogelijk om de behandeling van NK te integreren binnen deze FACT-teams. 

Teamleider Frank Valkenburg: “Gebleken is echter dat een stijgende groep NK-cliënten niet geholpen kon worden binnen de gezamenlijke teams wegens bovenliggende verslavingsproblematiek. Om ook die cliënten een goed hulpaanbod te kunnen bieden, hebben we de inzet van NK-medewerkers losgekoppeld van de GGzE-teams in bovengenoemde plaatsen en verder uitgebreid, waarbij wel intensief samengewerkt wordt met de FACT-teams van de GGzE. Vanuit onze locatie aan de Dr. Poletlaan in Eindhoven opereert nu één eigen FACT-team voor de hele regio, inclusief de stad Eindhoven. Het team wordt momenteel opgebouwd en door middel van trainingsbijeenkomsten gevormd tot een volwaardig FACT-team. Met de GGzE is afgesproken dat de gecombineerde FACT-teams in de stad zich met name richten op verslaving in combinatie met psychotische problematiek, terwijl het regionaal FACT-team zich meer zal toeleggen op de verslaving in combinatie met AS-II-problematiek. We hopen op deze wijze een passend outreachend aanbod te bieden voor deze complexe groep cliënten.”

Bij vragen over deze teams kunt u contact opnemen met Frank Valkenburg (frank.valkenburg@novadic-kentron.nl).

HKZ-audit

In juni kreeg ons onderdeel Zvw weer bezoek van een HKZ-auditor. De auditgesprekken hadden een positieve, trefzekere sfeer. Tijdens de eerste auditdagen vertelden Rogier Eijsink, RVE-manager Zvw, en Peter Greeven in de rol van coördinator behandelbeleid, onder meer over de gestage afbouw van klinische bedden en de vorming van geïntegreerde ambulante teams, die verschillende producten aanbieden. Ook was er een gesprek met Victor Buwalda (geneesheer-directeur) en Jeffry Bontenbal (beleidsmedewerker BOPZ). Zij gaven onder meer aan dat frequent gemonitord wordt op het terugdringen van dwang en drang. De week erna sprak de auditor met teamleider Thom van den Brule, met cliëntenraadvoorzitter Hendrik Harteveld en met diverse medewerkers. Gespreksthema’s waren onder meer de aansturing van de teams, de keuzeruimte voor cliënten, no-show, de snelle wisseling in groepsdynamiek bij klinische afdelingen en behandeling gericht op door cliënten geformuleerde doelen.

Er werden vier tekortkomingen toebedeeld, maar dat waren er wél drie minder dan in 2017 en ook van een andere orde. De eerste tekortkoming bij NK Zorg had betrekking op de weinig uniforme manier waarop we lijken om te gaan met het formuleren van behandeldoelen en het wegschrijven ervan in het programma Alta. De andere twee hadden betrekking op de observatie dat we nog niet goed lijken te kunnen sturen op zorgpaden of op de vereiste inzet van de regiebehandelaars. Met die punten gaan we de komende tijd aan de slag.

Spetterende heropening VOF Dubbele Diagnose Tilburg

Na een renovatieperiode van slechts negen maanden was het dan zover: de gebouwen 2 en 3 van de VOF Dubbele Diagnose aan de Jan Wierhof zijn klaar. De gebouwen zijn lichter en moderner geworden en dragen nu beter bij aan het herstel van de cliënt. Op 26 juni vond de officiële en feestelijke openingshandeling plaats en was er de gelegenheid om alle vernieuwingen te bekijken. Enkele reacties van de aanwezigen:

  • Rogier Eijsink, manager Zvw van NK en bestuurder van de VOF DD: “Ik wens alle collega’s veel werkplezier in deze sterk verbeterde omgeving, het zal zeker ook bijdragen aan het herstel van cliënten.”
  • Josephine Colijn, vanuit GGz Breburg bestuurder van de VOF DD: “De VOF gaat een mooie toekomst tegemoet; een nieuwe kliniek met een echt helende omgeving, sterke teams, waarvan het ACT Team Tilburg onlangs nog gecertificeerd is, en bevlogen en zeer betrokken collega’s.”
  • Projectleider van de renovatie, Johan Manders: “Vanaf de start had ik een mooi schilderij voor ogen. Vandaag is dat schilderij onthuld en een wens uitgekomen. Ik ben erg tevreden.”

De opening is zeer goed bezocht door onder meer buurtbewoners, medewerkers en de mensen die betrokken waren bij de realisatie van deze goed geslaagde renovatie. Op 28 juni zijn de gebouwen weer in gebruik genomen.

IHT (intensive home treatment) in Breda

Sinds een paar maanden heeft ook Breda een IHT-team (intensive home treatment). IHT past prima bij de ambitie van verdergaande ambulantisering. Het team biedt acute zorg aan verslaafden in crisissituaties, vaak met comorbide psychiatrische en/of somatische stoornissen. “Maar we doen nog meer”, aldus Claudia Ackermans, senior SPV’er bij Novadic-Kentron en vanaf januari als projectleider bezig om het IHT-team op te starten. Claudia: “We vervullen ook een rol om de wachttijd te verkorten. Wanneer wordt ingeschat dat met intensieve ambulante zorg een opname voorkomen kan worden, kunnen we cliënten ondersteunen bij bijvoorbeeld thuis detoxen. En ook in het natraject van een opname kunnen we een rol spelen. Dat kan de opnameduur terugbrengen en heeft ook weer een gunstig effect op de wachtlijsten.”

Het IHT-team in Breda is zes weken geleden van start gegaan met zes medewerkers: een psychiater, een verslavingsarts, twee verpleegkundigen en twee SPV’ers. Claudia: “We nemen cliënten voor maximaal zes weken in zorg. Daarbij betrekken we de eigen behandelaar en andere mensen uit de directe omgeving van de cliënt. Het betrekken van die naasten is cruciaal voor een succesvolle interventie. We werken tijdens kantooruren; buiten die uren is er de crisisdienst van de GGZ met wie we de samenwerking willen aanhalen. Als we aan zien komen dat een cliënt de crisisdienst nodig heeft, laten we dat de crisisdienst via een ‘vooraanmelding’ weten.”

Claudia hoopt voor de toekomst dat het team zich snel kan settelen en dat de andere hulpverleners van NK het team snel weten te vinden. Vooralsnog werkt IHT primair voor ingeschreven cliënten bij NK en dit zal tot 1 januari 2019 zo blijven. Per 1 januari 2019 kan NK mogelijk crisis-DBC’s zonder beschikbaarheidsbijdrage gaan inzetten. Hier zal dit najaar verder over worden onderhandeld. Het initiatief van NK omdat al in 2018 te doen, is door de NZA afgewezen, wat helaas een vertraging met zich meebrengt in de verbetering van de acute zorgketen.

Terugblik Herstelondersteunende zorg tweede kwartaal 2018

Ook in het tweede kwartaal van 2018 zijn er weer grote stappen gezet op het gebied van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid (zie kader onderaan artikel). Ervaringswerkers ontwikkelen hun kwaliteiten en hulp van ervaringswerkers is op steeds meer plaatsen beschikbaar. In dit overzicht aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • Centrale Dag ervaringswerkers over privacy;
  • eerste ervaringsdeskundigen afgestudeerd die zijn gestart bij NK;
  • inzet ervaringswerkers bij Verslavingsreclassering;
  • ervaringswerkers bieden ondersteuning in Bergen op Zoom;
  • voorlichting voor alle teams binnen NK over herstelondersteunende zorg;
  • procesbeschrijving route van cliënt naar ervaringsdeskundige;
  • inventarisatie taken herstelondersteunende zorg.

Centrale Dag ervaringswerkers over privacy

Om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren, komen de ervaringswerkers regelmatig bij elkaar. 1 juni vond de Centrale Dag binnen NK plaats voor alle ervaringswerkers. Belangrijkste thema van de dag waren de strengere privacyregels in het kader van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), waarover een van de vrijwilligers, Harry van de Vorst, een presentatie verzorgde. Voor de vrijwillige ervaringswerkers, die vaak onderweg zijn, meestal niet op NK-locaties werken en niet standaard toegang hebben tot de systemen van NK, is zorgvuldig omgaan met cliëntgegevens cruciaal. Zo is het naar huis meenemen van papieren mappen met daarin cliëntgegevens een behoorlijk groot risico; afgesproken is dat dit niet meer gebeurt. Wel moet nog worden bekeken welke werkbare oplossingen er zijn, bijvoorbeeld uitsluitend gebruik van voornamen of initialen, de beschikking over NK-laptops of toegang tot het elektronisch dossier van de cliënten die zij begeleiden.

Eerste ervaringsdeskundigen afgestudeerd die zijn gestart bij NK

Cliënten die over hun ervaringen willen praten met anderen, kunnen deelnemen aan een ervaringsgroep. Als ze hun ervaringen in willen zetten voor anderen, kunnen ze doorstromen naar de coachingsgroep. Van daaruit kunnen zij worden geselecteerd om ervaringswerker te worden binnen Samen Herstellen. En vervolgens  zijn er groeimogelijkheden. Ervaringswerkers die heel gemotiveerd zijn, kunnen een opleiding gaan volgen tot ervaringsdeskundige: MBO Specifieke Doelgroepen met Ervaringsdeskundigheid. Inmiddels kunnen wij met trots vermelden dat de eerste twee ervaringsdeskundigen, Eefje Cools en Angela Aarts, binnen NK zijn afgestudeerd. Eefje werkt inmiddels bij Kentra24 – waar zij ooit als cliënt is begonnen! – en Angela is werkzaam bij de afdeling Dubbele Diagnose. Als afstudeerproject hebben zij ervoor gezorgd dat in de introductie voor nieuwe medewerkers aandacht is voor herstelondersteunende zorg en de inzet van ervaringsdeskundigheid.

Inzet ervaringswerkers bij Verslavingsreclassering

Na een zeer succesvolle ‘pitch’ over Samen Herstellen en ervaringsgroepen op een landelijke dag voor reclasseringswerkers in Utrecht, is besloten om als pilot te starten met de inzet van vrijwilligers binnen de verslavingsreclassering. Bij de forensische zorg binnen NK zijn al ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen werkzaam, maar nu kan ook de verslavingsreclassering profiteren van de kennis van ervaringswerkers over het omgaan met een justitieel kader.

Ervaringswerkers bieden ondersteuning in Bergen op Zoom

Cliënten in Bergen op Zoom kunnen voortaan, buiten de locaties van NK, steun en begeleiding krijgen van ervaringswerkers. Het traject kan worden afgestemd op de behoeften van de cliënt (laag/middel/zwaar). De gemeente Bergen op Zoom heeft dit product ingekocht, maar ook in andere gemeentes wordt bekeken of deze zorg met een offerte op maat kan worden geboden.

Voorlichting voor alle teams binnen NK over herstelondersteunende zorg

Om de professionals nog beter te scholen in de inzet van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid, zijn onze ervaringsdeskundigen en -werkers gestart met het geven van voorlichting aan alle teams. Gestart wordt met het gemeentelijk domein; de overige teams volgen in het najaar.

Procesbeschrijving route van cliënt naar ervaringsdeskundige

De komende tijd wordt in kaart gebracht wat nu precies de route is van cliënt tot ervaringsdeskundige. Hoeveel cliënten stromen in de ervaringsgroepen in? Hoeveel van hen gaan door naar de coachingsgroepen? Hoeveel ervaringswerkers komen hier uit voort en hoeveel van hen worden uiteindelijk ervaringsdeskundige? Hoe tevreden zijn de deelnemers over de verschillende groepen? Welk pad volgen de cliënten in herstel die in elke stap uitstromen, vinden zij elders een baan of dagbesteding? Door dit proces beter in kaart te brengen, kunnen we beter inspelen op wat cliënten in herstel nodig hebben en hoe ervaringsdeskundigheid zich optimaal kan ontwikkelen.

Inventarisatie taken herstelondersteunende zorg

Naast het in kaart brengen van de routes van de cliënt in herstel, willen we ook een inventarisatie en omschrijvingen maken van de taken van de vrijwilliger (ervaringswerker), coördinator en ervaringsdeskundige. Op basis daarvan willen we een ‘vacaturebord’ maken zodat cliënten die hun eigen ervaringen in willen zetten, snel kunnen achterhalen welke vacatures er zijn (bijvoorbeeld: vrijwilliger in een hostel) én wat ervoor nodig is om de specifieke taken uit te kunnen voeren.

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

Cijfers herstelondersteunende zorg

 Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Breda/Roosendaal 62
Bergen op Zoom 57
Tilburg 105
Den Bosch/Oss 67
Eindhoven/Helmond 149

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal groep 1 10
Roosendaal groep 2 10
Roosendaal naastengroep 1 4
Roosendaal naastengroep 2 4
Breda groep 1 12
Breda groep 2 12
Breda avondgroep 12
Bergen op Zoom 6
Tilburg 8
Den Bosch 6
Den Bosch ouderengroep 6
Eindhoven 10
Oss 6

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 14
Bergen op Zoom 8
Tilburg 17
Den Bosch 36
Eindhoven 13

 Aantal herstelmedewerkers herstelpunten

Regio Aantal medewerkers
Vught 6
Eindhoven 3

 Aantal herstelmedewerkers afdelingen

Afdeling Aantal medewerkers
BOPZ Vught 1

 Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 1
Bergen op Zoom 1
Tilburg 2
Den Bosch 4
Eindhoven 2
Vught 2
Sint-Oedenrode 2

 Totaal aantal herstelmedewerkers per regio

Functie Aantal medewerkers
Roosendaal 3
Bergen op Zoom 4
Breda 6
Tilburg 6
Vught 7
Den Bosch 7
Oss 1
Eindhoven/Helmond 12
Sint-Oedenrode 3

Totaal aantal herstelmedewerkers per project

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 28
Unity 26
Cliëntenraad 7
Herstelpunten 9

 

Terugblik Justitieel domein tweede kwartaal 2018

Cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. In deze terugblik op het tweede kwartaal van 2018 aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • trainingen Conclusie schrijven en Coachen en organiseren van tijd en taken;
  • reclasseringswerkers Leger des Heils te gast bij VR Den Bosch;
  • HKZ-R Audit: “Foutloos traject: complimenten”;
  • implementatie nieuwe RISC;
  • wat vinden cliënten van de VR?;
  • evaluatie gedragstrainingen jongeren.

Trainingen Conclusie schrijven en Coachen en organiseren van tijd en taken

Donderdag 17 mei vond voor alle adviseurs van de Verslavingsreclassering (VR) de training Conclusie schrijven plaats, gericht op de adviesrapporten die medewerkers opstellen voor Justitie. Door deze training zal de kwaliteit van de rapporten van de VR verder toenemen.

Op 24 mei namen zestien VR-medewerkers deel aan de training Coachen en organiseren van tijd en taken, zodat medewerkers hun werkstijl kunnen optimaliseren. Deze training werd gegeven op verzoek van het team Kwaliteit en Beleid van de VR, en verzorgd door het Opleidingshuis 3RO. De belangrijkste tips van deze dag waren:

  • Beslis meteen of je verzoeken direct, later of niet afhandelt.
  • Als je een verzoek afhandelt, doe dat dan in één keer volledig.
  • Voorkom of verminder interne of externe verstoringen van de afhandeling.
  • Zorg ervoor dat zaken niet onnodig uit de hand lopen. 

Reclasseringswerkers Leger des Heils te gast bij VR Den Bosch

Sinds begin juni zijn vier medewerkers van de reclassering Leger des Heils gestationeerd bij de VR Den Bosch aan de Rompertsebaan. Zij werkten vooral in de regio Eindhoven, maar sinds anderhalf jaar ook voor de regio Den Bosch. De belangrijkste doelgroepen van deze medewerkers zijn dak- en thuislozen, cliënten met psychiatrische problematiek en zigeuners. In de praktijk is er veel overlap met de cliënten van onze medewerkers in Den Bosch en wordt er samengewerkt met dezelfde partijen, bijvoorbeeld met Exodus, SMO Den Bosch en Reinier van Arkel. Bossche cliënten spraken zij tot voor kort bij SMO Den Bosch, maar gelet op het groeiende aantal cliënten had die locatie onvoldoende mogelijkheden. Nu vinden de afspraken plaats op woensdag en vrijdag bij de VR Den Bosch. Een praktische oplossing met kwalitatieve voordelen: door vanuit één locatie te werken, kunnen de medewerkers van elkaar leren en is het gemakkelijker de situatie van gezamenlijke cliënten te bespreken.

HKZ-R Audit: “Foutloos traject: complimenten”

Eind mei kreeg de VR weer bezoek van een HKZ-R-auditor. De HKZ-R (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector – Reclassering) is een audit die beoordeelt of de kwaliteit nog op orde is en behouden wordt, met andere woorden: of het kwaliteitsmanagementsysteem nog effectief is. De VR kon de audits afronden zonder tekortkomingen. De auditor gaf aan de gesprekken met de VR-medewerkers als positief en betrokken ervaren te hebben, en deelde een compliment uit voor wat de VR in twee jaar tijd tot stand had gebracht. Sterke punten waren de feedbackcultuur, de bewaking van professionaliteit en de ruimte die er binnen de strakke kaders is voor kwaliteit. Er waren ook een paar aandachtspunten: de VR zou een prominente plek in moeten nemen in de directiebeoordeling en de communicatie rondom Vitale Teams en de structuur en rollen die daarbij horen, kan verder worden geoptimaliseerd.

Implementatie nieuwe RISC

In september 2017 startte binnen het project Slimmer reclasseren een pilot met een nieuw diagnose-instrument voor de reclassering, met als werktitel Geïntegreerd Diagnose Instrument (GDI). De instrumenten die destijds gebruikt werden, zoals de RISC (Recidive Inschattings Schalen), QuickScan, de B-SAFER en het Snel Advies, werden niet gebruiksvriendelijk bevonden. Inmiddels is de pilot, waaraan zo’n 150 reclasseringswerkers uit het hele land hebben meegewerkt, afgerond en wordt landelijk de nieuwe RISC geïmplementeerd. Hiervoor zijn reclasseringswerkers opgeleid die als koploper collega’s trainen.

Een van hen is onze reclasseringswerker Linda Keijzers, die in Breda en Tilburg de VR-medewerkers traint. Linda: “Ik heb in Utrecht een speciale training gevolgd. De RISC-trainingen doe ik samen met een collega. We maken onze collega’s bewust van de neiging te snel conclusies te trekken en in de valkuil van beslisfouten te trappen, en geven hen handvatten hoe je met de RISC een professioneel, gestructureerd en onderbouwd advies schrijft. In de nieuwe RISC zijn per leefgebied kernvragen beschreven die richtlijn geven voor een analyse. We beschrijven nu meer de beschermende factoren, waarbij het natuurlijk van belang blijft om de risico’s niet uit het oog te verliezen. Het instrument heeft een logische volgorde, waarbij het ook essentieel blijft om je advies te toetsen bij collega’s.” Linda heeft in Tilburg op verzoek ook de collega’s van Reclassering Nederland geschoold. In Den Bosch en Eindhoven worden de trainingen gegeven door VR-medewerkers uit die regio.

Wat vinden cliënten van de VR?

De mening van onze cliënten is van groot belang in de hulp- en zorgverlening. Ook voor onze VR, die de mening ook gebruikt om de kwaliteit van de dienstverlening op een hoger plan te brengen. Daarom werd dit jaar een grootschalige Cliëntraadpleging gehouden. Eind april werden de resultaten gepubliceerd, die waren gebaseerd op 121 ingevulde formulieren van cliënten uit het hele werkgebied. De resultaten worden beschouwd als nulmeting en zijn uitgangspunt voor volgende Cliëntraadplegingen.

Mona van Roij, werkbegeleider en lid van het team Kwaliteit en Beleid van VR: “De vier afdelingen kregen een beoordeling op een schaal van 1 tot 10, die varieerde van 8,6 tot 9,2. Er werden drie kenmerken onderzocht: betrouwbaarheid, bejegening en veiligheid. Deze werden op een schaal van 1 tot 5 gewaardeerd met gemiddeld 4,54 voor betrouwbaarheid, 4,42 voor bejegening en 4,14 voor veiligheid. Als team Kwaliteit en Beleid zijn we erg blij met de resultaten en zullen die gebruiken om verdere kwaliteitsborging op poten te zetten. Speciale aandacht zal uitgaan naar goede informatieverstrekking rondom de klachtenprocedure en meer transparantie met betrekking tot het omgaan met persoonlijke gegevens.”

Klik hier voor het volledige rapport.

Evaluatie gedragstrainingen jongeren

De VR voert al jaren trainingen uit met als doel cliënten die een delict hebben gepleegd, te helpen om hun gedrag te veranderen. Vorig jaar werden die trainingen, in samenwerking met de jeugdofficier, de Raad voor de Kinderbescherming (RvK) en de Jeugdreclassering (JR) op proef gegeven voor jongeren van 16 tot 18 jaar. Ook bij deze doelgroep speelt middelengebruik een rol.

In mei hebben de samenwerkende partijen dat experiment geëvalueerd. Onze VR-trainers zijn enthousiast over de doelgroep en de training. De resultaten zijn positief: ze zien het op zo vroeg mogelijke leeftijd inzetten van de training als een grote meerwaarde. De JR is positief over het proces rond de training en over de samenwerking met de trainers. Er wordt goed overlegd, waardoor de samenwerking soepel verloopt. Ook de proactieve, outreachende houding naar JR en jongeren is een groot pluspunt. Bij de RvK zijn geen reacties binnengekomen. Een minpunt was de onduidelijkheid over de financiering.

De samenwerkende partijen willen gezien de positieve ervaringen de trainingen blijven aanbieden. Ook past dat bij de maatschappelijke opdracht om zorg op maat te leveren. Voorwaarde is wel dat de training in de beschikking van de rechter is opgenomen, zodat de financiering geborgd is.

Terugblik Governance tweede kwartaal 2018

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. En ook op de wijze waarop we intern en extern in gesprek gaan en verantwoording afleggen over ons handelen, onze ambities en activiteiten, onze leerpunten en kwetsbaarheden, en onze behaalde resultaten. Hierbij zijn de cliëntresultaten, de ervaren herstelondersteuning en onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend. In dit artikel een overzicht van de governance-ontwikkelingen in het tweede kwartaal van 2018:

  • strategie herijkt;
  • Cliëntenraad: noodzaak nieuwe leden, positief advies waarschuwingsregister Zorg en Welzijn en aanpassingen Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen;
  • Ondernemingsraad: positief advies persoonsalarmsysteem en instemming waarschuwingsregister;
  • Raad van Toezicht: ontwikkelingen rondom Zorg van de Zaak, vastgoedplannen en strategieherijking.

Strategie herijkt

Op dinsdag 29 mei zijn zo’n dertig collega’s vanuit alle geledingen van NK met veel aandacht voor de inhoud aan de slag gegaan om de huidige strategische koers van NK te actualiseren en de kaders voor 2019 op te stellen. In roulerende groepen is per resultaatgebied (Cliënt, Medewerker, Kwaliteit en Rendement) gebrainstormd en gediscussieerd over doelen voor NK in 2019. Context voor de dag waren de huidige ontwikkelingen in de zorg. Er is onder meer gesproken over het profileren van NK als expertisecentrum, uitbreiding van het (gemeentelijk) portfolio, het benutten van digitale kansen en het NK leerklimaat. Managementteam en bestuur zullen nu eerst het totaal inclusief een financiële paragraaf vaststellen in een kaderbrief, vervolgens zullen de teams bepalen hoe ze de kaders verder uit zullen werken.

Cliëntenraad

Met het vertrek van een ervaren CR-lid per 2 juli is de noodzaak van de instroom van nieuwe leden in de Cliëntenraad nog groter geworden. In het vorige kwartaalbericht werd gemeld dat er twee snuffelleden actief waren binnen de CR, maar helaas is een van de twee inmiddels weer afgehaakt. Nieuwe vrijwilligers voor Cliëntenraad en/of Naastbetrokkenenraad zijn moeilijk te vinden. Dit werd door de voorzitter van de CR ook aangekaart tijdens het bezoek van staatssecretaris Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) aan Novadic-Kentron Vught op 18 juni. Nieuwe leden en nieuwe ideeën met betrekking tot ledenwerving zijn altijd welkom (cr@novadic-kentron.nl).

In het tweede kwartaal van 2018 heeft de CR een positief advies gegeven ten aanzien van de deelname van NK aan het Waarschuwingsregister Zorg en Welzijn. Door hierbij aan te sluiten, komt sneller naar boven of sollicitanten bij eerdere zorginstellingen strafbare feiten hebben gepleegd (zoals mishandeling van cliënten). Aansluiting bij het register draagt bij aan een betrouwbare, professionele organisatie. De CR ondersteunt de insteek van NK om er alles aan te doen om de zorg aan de cliënten in een veilige omgeving te laten plaatsvinden. Met het waarschuwingssysteem, waarin ook vrijwilligers meegenomen kunnen worden, heeft de organisatie een instrument in handen waarmee voorkomen kan worden dat medewerkers/vrijwilligers die bij een andere organisatie over de schreef zijn gegaan, blanco binnen NK aan de slag kunnen gaan. Meer info is te lezen op https://www.waarschuwingsregisterzorgenwelzijn.nl/waarschuwingsregister/

Ten slotte kunnen we melden dat in het traject om te komen tot een aangepaste WMCZ (Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen) een volgende stap is gezet. Minister Bruins van Medische zorg heeft na ruim vier maanden de meer dan 300 vragen van Kamerleden beantwoord over de WMCZ 2018. Ook heeft hij de conceptwet op een aantal technische punten gewijzigd. In een eerste reactie geeft het netwerk LOC zeggenschap in zorg aan dat de aanpassingen geen verbetering voor de positie van cliëntenraden lijken te zijn. LOC pleit voor een spoedige behandeling van de wet in de Tweede Kamer, zodat duidelijk wordt welke aanpassingen de minister precies heeft doorgevoerd.

Ondernemingsraad

Veiligheid is een belangrijke voorwaarde om het werk goed en prettig te kunnen uitvoeren. Afgelopen periode heeft de OR positief geadviseerd ten aanzien van een investering voor een nieuw persoonsalarmsysteem voor de klinieken. Medewerkers zijn betrokken in het voortraject en konden zo zelf invloed uitoefenen op hun arbeidsomstandigheden en de aanschaf van het systeem dat zij zelf het beste vonden.

Verder heeft de OR ingestemd met deelname aan het Waarschuwingsregister Zorg en Welzijn (zie informatie hierover bij onderdeel Cliëntenraad).

Raad van Toezicht

Ook in het tweede kwartaal van 2018 heeft de Raad van Toezicht met het bestuur gesproken over het aanhaken in het netwerk van Zorg van de Zaak. Ook heeft de RvT zelf nog met de Raad van Commissarissen van Zorg van de Zaak gesproken.

Verder zijn met de RvT de diverse vastgoedplannen besproken en is goedkeuring van de RvT ontvangen voor de verkoop van de Edisonlaan te Tilburg.

En ten slotte is met de RvT teruggeblikt op de strategieherijking (zie ook hierboven). Eind augustus zal de kaderbrief worden besproken.

Blog #5 Walther Tibosch: Verantwoordelijkheid of schijnzekerheid?

 

Afgelopen week liet ik ’s avonds per ongeluk de deur van de diepvries open staan. ’s Ochtends werd ik gealarmeerd door een pieptoon en tot mijn schrik was al het ingevroren goed zacht en ontdooid. Helaas: veel lekkers was niet meer te gebruiken. Ik had een vergissing begaan die veel invloed had op de kwaliteit van onze ingevroren producten. Ik had ook het risicosysteem niet gehoord, omdat we lagen te slapen. De consequenties voor de inhoud van de diepvries waren groot, ik moest veel opruimen en vooral nadenken hoe ik ervoor kan zorgen dat me dit niet meer overkomt!

Aan dit soort voorbeelden moet ik vaak denken als het gaat over kwaliteitsmanagement, risicomanagement, arbo-management en ga zo maar door. Zoals ik wel vaker zeg: ik beschouw alle zorgmedewerkers ook als kwaliteitsmanagers, risicomanagers en arbo-managers. Systemen en procesbeschrijvingen moeten daaraan ondersteunend zijn.

Ja, de protocollen moeten we ook kennen en kunnen toepassen, maar het gaat vooral ook om ons eigen gedrag. Zijn we ons bewust van onze invloed op kwaliteit, (voorkomen van) risico’s en optimale arbeidsomstandigheden? Zo ja, zetten we dan juist die professionele stap extra om de kwaliteit structureel op het hoogst haalbare plan te krijgen en houden? Zijn we structureel en bewust bezig met voorkomen van (potentiële) risico’s? Voelen we ons zelf medeverantwoordelijk om te streven naar en werken aan de best mogelijke arbeidsomstandigheden?

In het kader van Vitale Teams, waarbij onze medewerkers zelf inzicht hebben in en verantwoordelijk zijn voor het behalen van hun doelen, werken we binnen NK dag in dag uit aan het kantelen van onze organisatie. Alle ondersteuning en elk kader is er op gericht om onze werkzaamheden optimaal te kunnen uitvoeren, met plezier en gewenst resultaat. Daarom delen wij gezamenlijk onze verantwoordelijkheid als kwaliteitsmanager, risicomanager en arbo-manager. Vitale organisaties zijn gebaseerd op vertrouwen in de professional en het dragen en oppakken van verantwoordelijkheid. Niet op afvinklijstjes en schijnzekerheid!

Voorwoord eerste kwartaal 2018: toonaangevend

Nu we na enkele uitdagende jaren weer op koers zijn, kunnen we onze focus weer meer leggen op kwaliteit. Een van onze kernwaarden is niet voor niets Toonaangevend. NK wil toonaangevend zijn en blijven: in Brabant op het gebied van verslavingskunde in brede zin, en op een aantal specifieke thema’s – zoals GHB en zeer specialistische detoxificatie– ook daarbuiten. Want kennis zorgt voor betere behandeling én minder vooroordelen. 

Onze cliënten mogen erop vertrouwen dat hun herstel wordt ondersteund met bewezen effectieve behandelmethodes, en dat zij behandeld worden door hulpverleners met ‘warmte voor mensen’, liefde voor het vak en verstand van zaken. Om de kwaliteit van onze behandelingen en hulpverleners op peil te houden, volgen we de laatste trends, houden we wetenschappelijk onderzoek bij en doen we zelf onderzoek, trainen we onze medewerkers en vullen we de professionele en wetenschappelijke kennis aan met ervaringsdeskundigheid. Bovendien meten we de behandelresultaten, die we in de behandelkamer direct kunnen gebruiken om de zorg aan te passen.

Maar onze expertise houden we niet alleen ‘binnenskamers’: we stellen die ook graag beschikbaar aan onze ketenpartners. Via samenwerkingsverbanden, voorlichting, training, casuïstiekbespreking en deskundigheidsbevordering zorgen wij ervoor dat verwijzers en ggz-medewerkers, wijkteams en huisartsen, maar ook bijvoorbeeld horeca-ondernemers, docenten en vrijwilligers van sportverenigingen, beter weten hoe ze in een vroeg stadium problemen met alcohol, drugs, gokken of gamen kunnen herkennen en hoe ze dit bespreekbaar kunnen maken.

Nog steeds wachten mensen die problemen ervaren door gebruik, vaak vele jaren voor ze hulp zoeken. Het verspreiden van kennis en expertise zorgt ervoor dat meer problemen in een vroeg stadium herkend worden door artsen en onderwijzers, door werkgevers en sportinstructeurs, door professionals en door naasten in de omgeving van de persoon die worstelt met gebruik. Ook zorgen meer kennis en expertise ervoor dat vooroordelen rondom verslaving weggenomen worden. Dit is ook de drijvende kracht achter Verslavingskunde Nederland, een landelijk netwerk van instellingen op het gebied van verslavingszorg en geestelijke gezondheidszorg. Meer kennis en samenwerking zorgen voor Nieuwe Kansen!

In deze nieuwsbrief vindt u weer veel artikelen waarin het uitbreiden, toepassen en delen van onze expertise een rol spelen. Ik wens u veel leesplezier!

Walther Tibosch
Bestuurder NK

 

Op bezoek bij mensen die geen bezoek willen: “Er is geen mooiere job dan Bemoeizorg”

Het is een vorm van zorg waarvan de naam de lading helemaal dekt: bemoeizorg. Bemoeizorg richt zich op die mensen die heel hard zorg nodig hebben, maar die zorg tegelijk ook heel hard vermijden. Geïsoleerde, teruggetrokken, angstige of boze mensen. Verwarde personen die soms een hoop overlast en niet zelden angst veroorzaken. Mensen die zichzelf verwaarlozen en hun huis verloederen. Ontspoorde jongeren. Zwervers. Klanten van justitie. Ze hebben zich meestal niet populair gemaakt bij hun omgeving, en de meeste mensen gaan hen uit de weg. Maar bemoeizorgers komen onaangekondigd en ongevraagd juist op die mensen af, kloppen op hun deur, spreken hen aan. Een bijzondere baan, die vraagt om een bijzonder mens. Zoals Adri van der Pas.

Adri: “De cliënten van bemoeizorg, daar is vaak van alles mee aan de hand: verslaving, psychische problemen, schulden, problemen met wonen, werken, justitie… Dus werken wij binnen het Zorg- en Veiligheidshuis samen met politie, GGZ en welzijnsorganisaties. Die krijgen van verschillende kanten meldingen van mensen bij wie de problemen helemaal uit de hand lopen. En dan gaan wij op pad: samen met een collega vanuit de GGZ doorkruis ik de hele regio om deze zorgmeldingen na te gaan.”

Villawijk of woonwagencentra

“We bezoeken de mensen op straat of achter de voordeur, in een villawijk of in woonwagencentra, in een kerkdorpje of een volkswijk: wij komen overal. Maar ook bij zwervers op straat of in een tentje tussen de struiken. En dan is onze belangrijkste taak: het contact aangaan. Je komt onverwacht en ongevraagd langs en je weet: deze mensen zitten niet op jou te wachten. Ze taxeren je binnen een seconde: wat hebben ze aan je, ben je de moeite waard om ook maar enige tijd en energie aan te verspillen. Dit zijn mensen die vaak veel wantrouwen hebben tegen alle vormen van hulp die hen worden opgedrongen. Je moet jezelf dus meteen goed neerzetten.”

“Stil even, de poes heeft ook aandacht nodig”

“Hoe doe je dat? Misschien moet ik een voorbeeld geven. Mijn collega en ik hadden een melding van een drugsverslaafde man die heel wantrouwig en angstig was en het huis niet uit kwam. De GGZ wilde contact leggen, maar dat lukte niet: de deur bleef dicht. Ik klop dan misschien wat harder, ben wat brutaler. Aan de andere kant van de deur hoor ik die man verwarde taal uitslaan. Ik blijf vastberaden kloppen, herhaal steeds dat ik met goede bedoelingen kom. Ik hoor gegrom en gegil, maar ik laat me niet wegjagen. Soms is het een tijdje stil. Ik blijf vriendelijk en rustig, maar wel volhardend. Na dertig minuten gaat de deur toch open. Ik zie een jongen staan, helemaal strak van de drugs en de zenuwen, ogen als schoteltjes. En ik zie vooral veel angst.

Dus we staan even voor de deur te praten voor ik voorstel om, vanwege de privacy, naar binnen te gaan. Hij stemt in, maar ik zie dat hij meteen weer nerveus wordt. Binnen een hoop rommel, spullen kapot. Dan zie ik een kattenbak, helemaal vol poep, lege etensbakjes en de poes zelf. Ik richt al mijn aandacht op de poes. De jongen is helemaal verbaasd, begint te praten, maar ik zeg: ‘Stil even, de poes heeft ook aandacht nodig.’ Dan zeg ik tegen hem dat dit toch niet kan zo, en dat ik wel even brokjes en nieuwe kattenbakvulling ga halen. Doet hij de deur dan weer open? Hij stemt in. Als we terugkomen, is de deur al voor me geopend. Ik verschoon de kattenbak, vul de etensbakjes en ga meteen door met afwassen en een beetje opruimen. De jongen begint te helpen. Zo zijn we zo’n anderhalf uur bezig. En pas daarna beginnen we te praten over hoe het met hem gaat, en wat ik kan doen om hem te helpen, ik probeer hem het belang te laten inzien.”

Geen oordeel over huiselijk geweld

“Je moet nooit vergeten dat jij onuitgenodigd in de wereld van deze mensen op komt duiken. Dat betekent dat je altijd respect moet hebben voor de leefwereld, de taal, de normen en waarden van die wereld. Wat die ook zijn. Het is niet mijn rol om hun gedrag te veroordelen. Ook niet als er een drugsdealer – een brooddealer – of een dame of heer voor me staat die zijn of haar centen op straat moet verdienen door zich te prostitueren, of als er sprake is van huiselijk geweld. Mijn rol is het contact aangaan, vertrouwen op te bouwen. En pas als ik die positie heb opgebouwd, kan ik de hulpvraag bespreekbaar maken en iemand langzaam maar zeker toeleiden naar zorg. En dan worden die problemen, ook het huiselijk geweld of de criminele activiteiten, aangepakt.”

Gespannen situaties

“Je eigen veiligheid en die van je partner staan voorop. Je komt soms in gespannen situaties terecht, mensen hebben zichzelf – ook onder invloed van middelen – niet altijd onder controle. Van tevoren win ik altijd informatie in, bijvoorbeeld bij de ketenpartners, bij de huisarts of bij de omgeving, zodat ik ongeveer weet wat me te wachten staat. En je bent zelf je belangrijkste instrument. Ik heb in mijn jongere jaren ook op gesloten units gewerkt, dus je mag van mij verwachten hoe ik een crisis kan de-escaleren. Ook probeer ik van tevoren sleutelfiguren in de buurt te benaderen. Is er een persoon in de omgeving die veel mensen kent, die het vertrouwen heeft van de buurt en die veel overwicht heeft? Dan vraag ik of die persoon het goed vindt dat ik eens langs ga. Dat kan een wijkagent zijn, een consulent maar ook een tante die veel invloed heeft. Vervolgens is je eigen presentatie erg belangrijk, je moet er wel echt staan. Je moet overwicht hebben, maar tegelijk rustig en respectvol zijn. Ik heb in twintig jaar maar één keer meegemaakt dat iemand me iets aan wilde doen. Dat is gelukkig niet uit de hand gelopen, maar ik heb toen wel aangifte gedaan, want dat is niet acceptabel.”

Geen kunstjes flikken

“Je moet als bemoeizorger veel in huis hebben. Veel achtergrondkennis van psychische aandoeningen en verslaving, maar ook moet je een situatie heel snel kunnen inschatten. Je moet je aan kunnen passen aan alle rangen en standen in de maatschappij. Je moet in elke situatie de taal kunnen spreken, letterlijk en figuurlijk. Je moet stevig in je schoenen staan, stressbestendig zijn en flexibel. Een valkuil van een onervaren bemoeizorger is dat je probeert een kunstje te flikken. Als je doet alsof, val je door de mand. Je moet jezelf niet overschreeuwen uit angst, dat voelen mensen meteen aan. Het is dus heel belangrijk dat je jezelf goed kent. Een andere valkuil is dat je je laat verleiden tot waardeoordelen. Als de omgeving zegt: ‘Je snapt toch wel, meneer, dat dat niet kan wat hij doet’ en je stemt daarmee in, dan zit je in the pocket bij die persoon. En je moet geduldig maar volhardend zijn. Niet meteen de hulpvraag benoemen, maar eerst een goed contact opbouwen.”

Onder de radar

“Het huidige zorgklimaat is niet altijd gunstig voor bemoeizorgers. Wij hebben gelukkig nog wel de flexibiliteit om alle uren te besteden die nodig zijn voor het leggen van contact, en een deel van de bureaucratie gaat daarmee gelukkig aan ons voorbij. Maar we staan niet alleen, we willen onze cliënten ook zorg op maat bieden, toeleiden naar andere instellingen. En dat is lastig, omdat organisaties vaak moeilijk toegankelijk zijn. Er zijn wachtlijsten en alles moet helemaal formeel geregeld zijn voor een cliënt ergens kan starten. Gelukkig zijn daar wel ontwikkelingen in, maar dat mag van mij wel wat harder gaan. Er zijn maar weinig partijen die zo outreachend te werk gaan. Als bemoeizorger probeer je mensen terug te halen die onder de radar zijn verdwenen, die misschien wel eens lastig, maar vooral heel eenzaam en kwetsbaar zijn. Er is echt geen mooiere job dan bemoeizorg.”

Red alert voor ‘foute’ drugs

Dinsdag 6 maart loopt een man van twintig binnen bij de NK-testservice in Tilburg. Hij wil zijn cocaïne laten testen, omdat een vriend na het gebruik onwel geworden is. De laboratoriumtest wijst uit dat de coke de levensgevaarlijke stof atropine bevat. Gebruik kan fatale gevolgen hebben. Om doden te voorkomen, wordt onmiddellijk de procedure Red alert gestart. 

Op basis van deze fictieve maar realistische casus praten we met Charles Dorpmans, coördinator van de zeven testservicelocaties van NK in Brabant, over een Red alert. Deze regionale of landelijke alarmeringscampagne treedt in werking als er gevaar is voor de volksgezondheid. Sinds Charles de testservices coördineert, vanaf 2002, zijn in Brabant negen keer vervuilde drugs aangetroffen die tot een Red alert hebben geleid. De laatste keer was in januari van dit jaar.

Dinsdag 6 maart: sample wordt aangeleverd en gaat naar het lab

Charles: “Onze fictieve man loopt op dinsdag binnen in Tilburg met een sample cocaïne. Als recreatieve gebruiker kan hij terecht bij onze testservices. Veel pillen herkennen we uit de landelijke DIMS-database*. Pillen die we niet herkennen, plus poeders en vloeistoffen, worden doorgestuurd naar het DIMS voor een laboratoriumtest. Zo ook zijn cocaïne. Hij kan later telefonisch de uitslag opvragen. We testen anoniem, maar vragen wel altijd waar de drugs vandaan komen en onder welke naam ze verkocht zijn. Overigens krijgen bezoekers van de testservice nooit te horen dat de drug die zij aangeboden hebben, goed is. Drugsgebruik heeft altijd risico’s, ook als het geleverde sample niet vervuild is.”

Donderdag 8 maart: DIMS belt Charles met de mededeling dat er atropine is aangetroffen in sample 17038 uit Tilburg.  

Charles: “We treffen een vervuiling aan, dus starten de Red alert-procedure. Het Landelijk Kernteam Red Alert, waaraan de Inspectie Volksgezondheid, het Trimbos-instituut en VWS deelnemen, wordt bijeengeroepen. Zij brengen de risico’s in kaart en formuleren een advies voor de staatssecretaris van VWS, die uiteindelijk bepaalt of er een Red alert moet komen. In het geval van deze atropinevervuiling zijn de risico’s hallucinaties, hartkloppingen, rusteloosheid en gedaald bewustzijn tot bewusteloosheid. In extreme gevallen kan gebruik een dodelijke afloop hebben, als gevolg van ademhalings- en hartritmestoornissen. Ik informeer altijd eerst de direct betrokkenen binnen Novadic-Kentron en er gaat een melding naar de zogenaamde lokale driehoek – de burgemeester, de officier of hoofdofficier van justitie en de lokale politiechef – van de betreffende gemeente. Dan is de gemeente voorbereid als het Red alert van kracht wordt en kan bijvoorbeeld bepaald worden of de burgemeester als woordvoerder een rol gaat spelen.

Vrijdag 9 maart, 14.15 uur: de gebruiker belt voor de uitslag.

Charles: “Een van onze testers bespreekt de uitslag en welke vervuiling is aangetroffen. De uitgebreide vragenlijst Aanlevertraject wordt afgenomen om meer details over het sample te achterhalen. Daarin staan vragen als: waar is het middel aangekocht, op welke locaties wordt het middel gebruikt, in welke setting wordt het middel gebruikt – bijvoorbeeld binnen een bepaalde uitgaansgelegenheid, waar is het middel populair en wat is bekend over de verspreiding van het middel? De antwoorden worden direct gerapporteerd aan het DIMS-hoofdbureau en er volgt spoedoverleg met de staatssecretaris van VWS. Deze beslist of het Red alert officieel afgekondigd wordt en op welke schaal.”

Vrijdag 9 maart, 16.00 uur: de staatssecretaris kondigt een regionaal Red alert af.

Charles: “Nu het alert een feit is, moet er een hele hoop gebeuren, volgens een specifiek protocol. In de eerste plaats informeer ik het Kernteam Red alert van NK, dat zijn de bestuurder, geneesheer-directeur, teamleider Preventie en afdeling Communicatie. Vervolgens wordt de afdeling Communicatie gevraagd alle medewerkers van NK te informeren en het alarmeringsbericht op de website en social media te plaatsen. Ook verspreiden zij de persberichten naar de regionale en zo nodig landelijke media. Vervolgens worden de GHOR, ambulancediensten, SEH-afdelingen van ziekenhuizen en huisartsenposten per mail geïnformeerd. Alle testers informeren via bestaande mailinglijsten hun gemeentelijke netwerkpartners. Op deze manier bereiken we een zo breed mogelijk publiek.”

Vrijdag 30 maart: er zijn gelukkig geen slachtoffers gevallen. De vervuilde drug is niet opnieuw aangetroffen, dus wordt het Red alert in opdracht van de staatssecretaris door DIMS opgeheven.

Charles: “Als tot drie of vier weken na de formele afkondiging van het Red alert de vervuilde drug niet meer wordt aangetroffen, vraag ik onze afdeling Communicatie en de netwerkpartners om intern en op hun websites een melding te plaatsen met de mededeling dat er geruime tijd geen nieuwe vervuiling is aangetroffen. De pers wordt niet geïnformeerd, omdat we afgesproken hebben dat het de voorkeur heeft een Red alert zogezegd een ‘zachte dood te laten sterven’. Bij het volgende vervuilde sample staan we weer paraat!

*DIMS staat voor Drugs Informatie en Monitoring Systeem van het Trimbos-instituut. Daar worden de resultaten van alle testlocaties in ons land geregistreerd.

Je leven op de rit: een woning en werk voor dakloze cliënten

Als je problemen zich zo hebben opgestapeld, en je leven zo is ontspoord dat je geen netwerk meer hebt, geen huis, geen geld, geen structuur in je leven; als je verslaafd bent en misschien ook nog psychische problemen hebt; als bijna iedereen je bovendien beschouwt als onbetrouwbaar, minderwaardig, nutteloos: kun je daar dan ooit nog uit komen? Kun je je leven op de rit krijgen en dat negatieve stempel van je afschudden? Wat pak je het eerst aan om aan het leven op straat te ontsnappen? Bij Rapid Rehousing zeggen ze: werken en wonen. En daar zijn heel wat daklozen – én werkgevers – voor te vinden.

Loes Ceelen, coördinator dag- en nachtopvang in Den Bosch: “Eind 2017 zijn wij een samenwerking gestart met Springplank073, een organisatie die mensen met complexe problemen zo snel mogelijk aan werk helpt. Met deze samenwerking richten we ons op een van de meest kwetsbare groepen in deze maatschappij: dak- en thuislozen met een verslaving. Deze groep krijgt in de maatschappij heel weinig kansen. Veel mensen denken dat ze het wel prettig vinden zo, de vrijheid van het leven op straat. En sommigen vinden het inderdaad wel oké zoals het is, of zien er geen heil in om te proberen iets te veranderen, maar anderen willen heel graag hun leven weer op de rit krijgen. Mijn inschatting is dat zeker een op de drie cliënten van de opvang aan de slag wil.”

IJzersterke mensen

Margot de Vetten, werkbegeleider bij Springplank073: “Wij hebben een breed netwerk van werkgevers die sociaal willen ondernemen en mensen weer perspectief willen bieden. In ons netwerk hebben we veel bedrijven met lage instapbanen, zoals in de bouw, de schoonmaakbranche en de groenvoorziening. En we zijn ook aangesloten bij Weener XL, het werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente. We kijken samen met de werknemer en de werkgever waar de beste match ligt. Soms duurt de zoektocht wat langer en hebben we een plan B, omdat het belangrijk is dat kandidaten snel weer in het arbeidsproces komen. Vandaaruit kunnen we verder zoeken naar hun ‘droombaan’. Doordat we werk voorop zetten, boeken we verrassende resultaten. Door weer te werken, kunnen kandidaten ook weer sneller gaan wonen, en daardoor houden ze het werk weer beter vol. Maar de sleutel tot succes ligt bij de kandidaat zelf, natuurlijk met hulp van NK, Springplank073 en de werkgevers uit ons netwerk.

Dat moeten wel werkgevers zijn die medewerkers de kans geven om weer te wennen: deze kandidaten zijn al heel lang uit het normale werkritme, dus ze moeten wennen aan op tijd opstaan, afspraken nakomen, een vaste dagstructuur volgen. Dat betekent ook dat je niet meteen je nieuwe werknemer ontslaat als hij een keer te laat komt, maar dat we samen kijken wat die werknemer nodig heeft om te kunnen werken. En wat de werkgever nodig heeft: want soms willen werkgevers heel graag, maar weten ze niet goed hoe ze om moeten gaan met bijvoorbeeld middelengebruik.”

Loes: “Met wat meer tijd en een open blik komen de werkgever en werknemer er samen wel uit. Want de wil is er echt wel. En vergeet ook niet: dit zijn geen zwakke mensen, dit zijn ijzersterke mensen, die jarenlang hebben overleefd in zeer moeilijke omstandigheden.”

Wantrouwen

Loes: “Natuurlijk helpen we hen, samen met Springplank 073, om van hun nieuwe baan een succes te maken. Dat begint al voor de intake: we helpen bijvoorbeeld bij het in kaart brengen van hun sterke kanten en het maken van een cv. Cliënten hebben soms moeite om die eerste drempel over te komen. Daarbij speelt ook scepsis. Dit zijn mensen op wie een enorm negatief stempel rust, die door anderen vaak zijn genegeerd, of slecht zijn behandeld. Of ze hebben meegemaakt dat allerlei mooie beloftes zijn gedaan, die vervolgens nergens toe leidden. Dat heeft gezorgd voor een basishouding van wantrouwen. Waarom zouden ze zich inzetten om weer teleurgesteld te worden? Ze hebben daar vaak wat extra aansturing bij nodig.”

Margot: “We helpen hen bij elke stap. Na de intake gaan wij mee naar het sollicitatiegesprek. Als er een goede klik is, kan de kandidaat beginnen met een leer-werktraject, met behoud van uitkering voor drie maanden. Als dat goed gaat, volgt in elk geval een halfjaarcontract. We bieden tijdens en vaak ook nog na die periode begeleiding op de werkvloer en bij de kandidaten thuis. Daarbij kijken we naar alle obstakels die het werken in de weg kunnen staan. Als iemand bijvoorbeeld schulden heeft, helpen we daar ook bij. Want een deurwaarder op bezoek geeft stress, waardoor iemand weer kan gaan drinken en daardoor te laat komt op zijn werk. Onze vraag is steeds: wat heeft iemand nodig om te kunnen werken? Dit zijn mensen die heel veel hebben meegemaakt, maar die vaak goed in staat zijn om te werken en heel gemotiveerd zijn om te beginnen aan een nieuw leven.”

Werkkamers in de opvang

Loes: “Het vooruitzicht op een woning helpt daar absoluut bij. Naast werk moet er zo snel mogelijk een eigen, vaste plek komen. Zodra dat kan, gaan cliënten bijvoorbeeld wonen in een kamer van Springplank073. Vandaaruit stromen ze weer door naar andere woonvormen, beschermd of zelfstandig. Helaas zijn er maar weinig geschikte woonvormen, dus het kan voorkomen dat een cliënt van ons wel kan werken, maar toch nog niet kan wonen. We gaan de opvang hier ook op aanpassen, door bijvoorbeeld speciale werkkamers te creëren. Cliënten kunnen elkaar dan in een andere sfeer motiveren en helpen, door samen op tijd op te staan en te ontbijten bijvoorbeeld. Als cliënten eenmaal op de goede weg zitten, hebben ze een andere omgeving nodig om niet terug te vallen.”

Wonen is overweldigend

Loes: “Als ze wel eenmaal een eigen plek hebben, bieden we hen woonbegeleiding aan. Bij zelfstandig wonen komt heel wat kijken, zeker als je ook een baan hebt. Je moet op tijd opstaan, ontbijten, eraan denken dat je je lunchpakketje meeneemt, na je werk een maaltijd koken, opruimen, boodschappen doen… Ook waren ze nooit alleen; nu is het huis stil nadat ze de afwas hebben gedaan en liggen verveling en isolatie op de loer. Je huishouden en je financiën op orde houden, sociale contacten onderhouden en je eigen tijd invullen: voor de meeste mensen lijkt dat vanzelfsprekend, maar als je kijkt naar wat ‘wonen’ eigenlijk allemaal inhoudt… voor onze cliënten is dat soms overweldigend.”

Stigma’s doorbreken

Loes: “Het is voor onze cliënten dus een hele klus, maar we hebben er alle vertrouwen in dat dit project levens gaat veranderen. We hebben nu verschillende cliënten die een intake gaan doen bij Springplank073. Het begint wat langzaam, omdat veel van onze cliënten nu nog denken: ‘Eerst zien, dan geloven.’ Dus we starten nu met de pioniers, maar als de andere cliënten van de opvang zien dat mensen een baan hebben en een woning, dan zullen veel meer cliënten denken: ‘Als hij het kan, kan ik het ook.’ Dan gaan wij echt heel mooie nieuwe kansen creëren voor deze doelgroep, en bovendien heel wat stigma’s doorbreken!”

Margot: “Je ziet mensen echt opbloeien. Ze komen vaak van zo ver, en voor het eerst in jaren doen ze weer mee, verdienen ze hun eigen geld. Ze hebben weer een doel. En dat kan ook weer een motivatie zijn om het middelengebruik te minderen of te stoppen. Soms komen we erachter dat betaald werk een brug te ver is. Maar we zijn dan wel een traject gestart en leren de kandidaat kennen, weten wat hij zelf graag wil en wat hij wél kan. We hebben dan handvatten om te adviseren wat dan wel, bijvoorbeeld dat een dagbesteding op dit moment het hoogst haalbare doel is. En dan is hij over een jaar misschien wel klaar voor een werk-leertraject bij Springplank. Ik ben er zeker van – en dat zie ik ook steeds weer in mijn werk– dat veel cliënten van de opvang met de juiste hulp en de inzet van betrokken werkgevers weer van de straat af kunnen komen en aan het werk kunnen. En dan heb je een zeer gemotiveerde, hoogwaardige werknemer.”

Cool zeker! Uniek voorlichtingsproject voor speciaal onderwijs

Uit onderzoek blijkt dat leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) meer middelen gebruiken dan leerlingen uit het reguliere onderwijs. Voorlichting op maat, zoals NK die levert, is dus hard nodig. GGD Hart voor Brabant kreeg hiervoor subsidie van de provincie en gaf NK, samen met Helder Theater en het Trimbos-instituut, de opdracht om een interventie te ontwikkelen en onderzoek te doen naar de effecten. Zij maakten samen ‘Cool zeker!’, een bijzondere combinatie van voorlichting en interactief theater, met als thema’s onder meer middelengebruik, groepsdruk en je vrienden helpen.

Extra gevoelig voor groepsdruk

Senior preventiewerker Bernard van ’t Klooster was betrokken bij de ontwikkeling van Cool zeker!, dat inmiddels op verschillende VSO-scholen in Brabant is uitgevoerd. Het project is speciaal afgestemd op leerlingen van VSO-cluster 4: een kwetsbare doelgroep die extra gevoelig is voor groepsdruk. Cool zeker! is een tweeluik, met een theatervoorstelling van Helder Theater en een docentenscholing, die ook door Bernard wordt uitgevoerd.

Uit de voorstelling stappen

De voorstelling in de klassen wordt gespeeld door drie acteurs van Helder Theater, waarmee NK al jaren intensief samenwerkt. Hester Dadema, artistiek leider van Helder Theater, noemt Cool zeker! een vorm van interactief theater. Hester: “Dat betekent dat de personages met regelmaat uit het stuk stappen en in gesprek gaan met de leerlingen over wat ze hebben gezien. Het verschil met onze reguliere voorstellingen is dat we veel minder gericht zijn op het zenden van informatie, maar veel meer vormen van gedrag laten zien en daarover praten met de leerlingen. Na zo’n onderbreking pakken de acteurs de draad weer op.”

Stoere verhalen negeren

De drie acteurs spelen scholieren die de opdracht van school hebben om een vlog te maken over hoe hun leven er over tien jaar uitziet. Dat gebeurt door een meisje met een alcoholprobleem, een autistische jongen die gamet en een stoere gast die experimenteert met drugs. Hester: “De discussie met de groep vindt plaats op basis van gerichte vragen, met als doel gedragsbeïnvloeding. Daarbij focussen onze mensen zoveel mogelijk op de nadelen en risico’s die vanuit de groep genoemd  worden. Stoere verhalen negeren we zoveel mogelijk. Die formule blijkt te werken: leerlingen mengen zich actief in de discussie. En ook de leerkrachten zijn enthousiast.”

Middelengebruik signaleren

De rol van de leerkrachten is essentieel en daarom een belangrijk onderdeel van Cool zeker! Bernard: “In het VSO wordt gewerkt met groepsdocenten, die als vaste begeleider intensief contact hebben met hun leerlingen. Vanuit die rol is het van groot belang dat zij kunnen signaleren wanneer leerlingen risicovol middelen gebruiken en dat ze dit gedrag vervolgens bespreekbaar kunnen maken. Ik reik de docenten in de scholing, die vooraf gaat aan de lessen, de tools aan om die rol beter te kunnen oppakken. Na de training blijken docenten zich meer bewust van hun rol en voelen ze zich meer toegerust om die rol ook op zich te nemen. Dat is het mooie van deze gecombineerde interventie. Het zou zonde zijn als Cool zeker! na het theaterstuk in de klas geen vervolg krijgt.”

Veelbelovend

Vorig jaar heeft onderzoek plaatsgevonden naar de effectiviteit van Cool zeker!, dat is gehouden onder 325 leerlingen van vijf verschillende VSO-scholen in Brabant. De meeste leerlingen volgden het vmbo. 179 leerlingen hadden de voorstelling gezien, 146 leerlingen vormden de controlegroep.

Hoewel er geen sprake was van statistisch significante verschillen, zijn de resultaten wel positief. Leerlingen vonden het leuk om de voorstelling te bekijken. Maar ook scoorden de leerlingen die Cool zeker! gezien hebben, gunstiger op middelengebruik en afwijkend gedrag, en op de intentie om een vriend te ondersteunen bij problemen. Ook docenten waren positief. Zij vonden dat de voorstelling goed aansloot bij de leefwereld van hun leerlingen en waren tevreden over de docentenworkshop. Wel hebben docenten enkele duidelijke verbeterpunten naar voren gebracht, zoals: maak meer gebruik van praktijkvoorbeelden uit het VSO en laat meer diepgang zien.

Bernard is blij met de onderzoeksresultaten: “We hebben met Cool zeker! een goed onderbouwde interventie die we kunnen inzetten bij de vele verzoeken om gastlessen. Er zullen op basis van het onderzoek nog aanpassingen gedaan worden, daarna kan de interventie landelijk uitgerold worden als onderdeel van het Trimbos-programma ‘De Gezonde School en Genotmiddelen’.

Eric Kruiswijk, ervaringsdeskundige: “Je moet je eigen verhaal eerst een plek geven”

We kunnen heel mooi uitleggen waarom wij de inzet van ervaringsdeskundigheid zo belangrijk vinden. Derde kennisbron, meer hulp beschikbaar voor cliënten, stimuleren van eigen regie, belangrijke stap voor ervaringswerkers zelf, enzovoorts, enzovoorts. Maar zoals vaak gaat het pas echt leven als je van één persoon het unieke verhaal hoort. Eric Kruiswijk helpt al jarenlang met zijn eigen ervaringen anderen om zelf ook weer de regie over het eigen leven op te pakken. Hij deelt zijn verhaal, van een jeugd vol mishandeling tot een zeer veelzijdige kracht binnen NK, nu ook met u. Eric laat precies zien waarom het inzetten van ervaringsdeskundigheid zo waardevol is. En het mooie is dat hij dat doet zoals hij ook anderen verder helpt: met zijn eigen verhaal.

Eric: “Ik had geen mooie jeugd. Mijn vader mishandelde me, stelselmatig elke vrijdag. Ik heb er trauma’s en oogletsel aan overgehouden: stomp trauma staar. Dus ik ontvluchtte het huis, was veel op straat. Ik rookte al op mijn negende, op mijn elfde gebruikte ik alcohol en cannabis en op mijn vijftiende was ik aan de harddrugs: cocaïne, heroïne en daarnaast ook nog benzo’s.”

Van zwerver naar vader

“Ik zwierf rond, ging van opvang naar opvang. Gebruik speelde daar overal, en ik had er geen idee van dat er ook hulp was. Het leek uitzichtloos, maar op mijn negentiende ontmoette ik een vrouw die zelf niet gebruikte. Daar ben ik dertien jaar mee samen geweest. Mijn gebruik werd toen al minder. Heroïne, mijn ergste verslaving, gebruikte ik niet meer. De cocaïne en met name de alcohol bleven hangen, en ik was gokverslaafd. Ik had ook een kledingwinkel, dus mijn leven had ik beter op de rit, maar de eerste echte omslag kwam toen ik op mijn 23e hoorde dat ik vader zou worden. Toen dacht ik: ‘Nu heb ik negen maanden om helemaal nuchter te worden’. Dat is gelukt, zonder ondersteuning, door keihard tegen mezelf te zijn. Mijn eerste zoontje werd geboren en twee jaar later de tweede. Ik ben toen tot mijn 32e abstinent geweest. Ik dronk zelfs geen biertje, het zat niet meer in mijn systeem.”

Tientallen dealers

“Maar het ging helemaal mis toen mijn vrouw en ik uit elkaar gingen. Ik kwam in een enorme leegte terecht, miste mijn kinderen, en zocht heil in het uitgaansleven. Ik ging weer bier drinken, want ik dacht dat dat wel moest kunnen, maar dat zette de deur wijd open naar andere middelen. Binnen een maand was ik weer aan de coke. Daarnaast stortte ik me ook op alle nieuwe drugs die beschikbaar waren: designer drugs, xtc… Dat was allemaal makkelijk te verkrijgen. Mijn huidige vriendin is daar wel verbaasd over, maar als je de weg weet, vind je zo tientallen dealers, zelfs in de kleinere steden.

Ik gebruikte allerlei soorten drugs door elkaar, dronk veel en werkte keihard. Ik was inmiddels zzp’er en werkte soms wel 100 uur per week als stratenmaker of aan het spoor. Jarenlang was dat mijn leven. Ik kreeg weer een serieuze relatie. Ik gebruikte toen wel wat minder, maar bleef wel blowen en alcohol drinken. Dat maakte mij geen leuker mens, ik was agressief en onvoorspelbaar.”

Manipuleren

“Vooral onder druk van mijn vriendin zocht ik in 2009 voor het eerst hulp bij NK. Dat was ambulante hulp, maar ik manipuleerde die gesprekken gewoon, ik was daar vooral omdat mijn vriendin dat wilde. Ja hoor, het ging hartstikke goed, vertelde ik, en ik beweerde dat ik aan het afbouwen was. Maar ondertussen gebruikte ik nog net zoveel als daarvoor. De behandeling verwaterde en ik legde het bijltje erbij neer. Ik wist dat de zucht voorbij ging als ik de afslag naar de supermarkt voorbij was waar ik bier kon kopen, maar ik gaf het helemaal op en ging door met drinken.”

In elkaar geklapt

“In 2010 klapte ik helemaal in elkaar. Mijn vriendin verliet me, ik was al mijn opdrachtgevers kwijt, ik woonde in een te dure bungalow die ik niet meer kon betalen en ik had geen vrienden meer. Toen kwam voor mij pas echt het besef: ‘Nu moet ik echt.’ Er volgde een opname en ik kreeg diagnostiek. Ik bleek ADHD en PTSS te hebben. Meerdere opnames waren ervoor nodig, maar vanaf toen was ik wel in herstel. In 2013 kreeg ik de derde lange behandeling en kreeg ik EMDR om de trauma’s uit mijn jeugd te kunnen verwerken. Een heel belangrijke stap voor mij. Toen kwam ik ook terecht bij de coachingsgroep van Marcella Mulder, die als coördinator net was gestart met het trainen van ervaringswerkers die hun eigen ervaringen wilden inzetten om anderen te helpen.”

Rauw

“Ik zat nog vol oud gedrag, liep rond als een grote, stoere vent die het allemaal wel al wist. Maar ik besefte wel meteen: ‘Dit wil ik gaan doen.’ Mensen kwamen altijd al naar me toe om hulp en raad, zelfs toen ik zelf nog gebruikte. Marcella heeft me toen getraind om mijn eigen ervaringsdeskundigheid te kunnen inzetten. Er komt veel bij kijken: dat je zelf ervaring hebt met verslaving is niet voldoende, je moet je eigen verhaal ook een plek kunnen geven. Mijn grootste valkuil was dat ik zelf te betrokken was, dat ik zelf nog veel emoties te verwerken had. Ik zat toen nog vrij kort in herstel, sommige dingen waren nog té herkenbaar. Als het bijvoorbeeld over trauma’s ging: dat was voor mij nog echt te rauw. Inmiddels gaat dat beter, ik kan me nog steeds goed inleven, maar ik voel er niet té veel bij.”

Niet verheerlijken en shockeren

“Na zeven maanden in de kliniek ben ik als vrijwilliger – herstelmedewerker – gaan werken bij het project Samen Herstellen. Ik ondersteunde twaalf tot zestien cliënten voor, tijdens en na hun behandeling. Daarnaast deed ik ook nog jeugdwerk. En ik breidde mijn netwerk snel uit. Ik werd hoofd van alle herstelmedewerkers in de regio Oss-Den Bosch en ging ook meer samenwerken met Preventie. Voorlichting geven op scholen, daar heb ik veel positieve feedback op gekregen. Na de voorlichting aan de klas kwamen kinderen vaak spontaan naar me toe om me hun verhaal te vertellen. Ik gebruikte mijn verhaal niet om mijn losgeslagen leven te verheerlijken of om hen te shockeren, maar ik was gewoon eerlijk en open, en dat sprak aan. Inmiddels ben ik medecoördinator van de herstelpunten en dan werk ik ook nog als ervaringsdeskundige bij de forensische verslavingszorg, waar ik meedraai met de groep, gesprekken voer met cliënten en coachingsgroepen leid.”

Zelf de regie

“Ik heb veel zien veranderen in de jaren dat ik zelf ervaringsdeskundige ben. In het begin waren er alleen de vrijwilligers van Samen Herstellen. Nu werken er herstelmedewerkers in de woonvoorzieningen, op de opvang, bij de herstelpunten en op verschillende afdelingen. Het groeit enorm en er is ook nog veel in ontwikkeling, zoals nog meer ervaringsgroepen en coachingsgroepen. Want daar begint het allemaal, daar haak je de mensen echt aan. Voor mij betekende dit dat ik toen pas echt ging denken vanuit het idee dat ik zelf de regie heb. Wat wil ik zelf eigenlijk? Om dit met gelijkgestemden op te pakken, geeft veel kracht. Je kunt elkaar echt verder helpen, waar lopen anderen tegenaan, hoe hebben zij dat aangepakt?”

Trouw

“Ik merk ook dat de houding van professionals verandert, binnen maar ook buiten NK. Ze staan voor veel meer dingen open. In het begin was er soms wat weerstand tegen de inzet van ervaringsdeskundigheid, maar inmiddels is dat veel minder. Op de forensisch klinische zorg bijvoorbeeld werken we heel goed samen. Cliënten worden meteen in hun eigen kracht gezet. In plaats van dat gezegd wordt ‘Dit mag jij allemaal niet’, krijgen cliënten meteen te horen: ‘Dit zijn jouw verantwoordelijkheden, doe ermee wat je wilt, de consequenties zijn ook voor jou.’ In de samenwerking tussen ervaringsdeskundigen en professionals kunnen we gebruik maken van elkaars skills, we hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen: de beste zorg voor cliënten!

Ik ben heel trouw aan Novadic-Kentron, dit is waar mijn herstel begonnen is, dus ik wil graag blijven meedenken hoe we samen de kwaliteit van de zorg verbeteren, de regie bij de cliënt leggen, en ook naar buiten toe een positieve boodschap uitdragen. Een boodschap die mensen laat weten: ‘Wow, bij NK komt het goed!’ ”

Seks en drugs en rock and roll… Festivalseizoen 2018 van start

Het begon ooit in 1969 met Woodstock, het eerste grootschalige muziekfestival in de open lucht. In 1970 was Pinkpop een van de festivalpioniers in Nederland. Daarna namen de festivals een enorme vlucht. Vanaf 1980 kennen we grootschalige dance-events en anno 2018 is er sprake van een gigantisch commercieel circus. Jaarlijks zijn er zo’n 600 festivals met in totaal ruim 4,5 miljoen bezoekers. Zeker in Brabant heeft elk zichzelf respecterend dorp zijn eigen festival. Eén ding is niet veranderd in al die jaren: drugs (en dus ook alcohol) zijn altijd onlosmakelijk verbonden geweest met die festivals. Daarom is ook NK er druk mee: op twintig festivals zijn preventiewerkers en Unity-peers* in de weer om vanuit de Unity-voorlichtingsstand problemen door drugs of alcohol te voorkomen en bespreekbaar te maken.

“Die twintig is een tussenstand”, aldus NK-preventiewerker Xandra Laplante, projectleider van Unity Brabant. “In de loop van het seizoen komen er vast nog een aantal bij. Dat vergt een flinke inzet van onze achttien Unity-vrijwilligers. Afhankelijk van het aantal bezoekers hebben we naast een of twee preventiecollega’s zes tot negen peers nodig, waarbij we gelukkig ook peers uit andere regio’s in kunnen schakelen.”

De gevaren van het festival

Xandra: “Er zijn nogal wat omstandigheden op festivals die de veiligheid en gezondheid van bezoekers in gevaar kunnen brengen. Tachtig procent van de bezoekers gebruikt drugs, negentig procent drinkt alcohol, al dan niet gecombineerd. De hulpverlening bij die evenementen heeft het dan ook erg druk. In 2016 waren er bij alle festivals ruim 15.500 zorgcontacten, waarvan er ruim 2.600 te maken hadden met alcohol, bijna 1.500 met xtc en zo’n 800 met de designer drugs 4FA en 2CB. Maar ook andere factoren, zoals extreme weersomstandigheden, uitputting, uitdroging en geluidsoverlast, kunnen leiden tot gezondheidsverstoringen, zeker in combinatie met middelengebruik.”

Xandra is dan ook blij dat VWS het project ‘Celebrate safe’ met twee jaar verlengd heeft. Bij dit project staan de veiligheid en gezondheid van de bezoekers centraal. Xandra: “Celebrate safe roept op om tijdens evenementen op elkaar te letten, die oproep ondersteunen wij van harte.”

Er zijn twee groepen waarover Xandra extra bezorgd is. Dat zijn de nieuwkomers die komen met de intentie om volledig los te gaan, en de dance-toeristen. Xandra: “Die komen vaak uit landen waar een strenger drugsbeleid bestaat. Als bij die groep iets misgaat, zijn ze bang om hulp in te roepen, uit angst voor gedoe met de politie. Daarom hameren we op de boodschap: ‘the first aid team is your friend’.” 

Zero tolerance is papieren tijger

Ook Xandra’s collega preventiewerker Charles Dorpmans, coördinator van de DIMS-testservice in Brabant (zie het artikel over een Red alert elders in dit magazine LINK), heeft het druk met de festivals. Als adviseur van de drie GHOR’s (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) in Brabant is hij vooral actief in het voortraject. Charles: “Aan een vergunning voor een festival worden een aantal voorwaarden verbonden, zoals professionele hulpverlening, voldoende security, voorlichtingsstands en gratis water. Over het algemeen geldt ook een zero tolerance beleid, maar dat is een papieren tijger. Het is bij die enorme bezoekersaantallen simpelweg niet te doen om drugs buiten het festivalterrein te houden.”

Taboe doorbreken

Een van de Unity-vrijwilligers die ingezet wordt in het komende festivalseizoen, is de 26-jarige Joran uit Tilburg: “Ik ben nu voor het tweede jaar Unity-peer. Ik heb me aangemeld omdat een vriend van mij enthousiaste verhalen vertelde over Unity. Ook was ik geïnteresseerd in alles wat met drugs en drugsgebruik te maken had. Vanuit die interesse en de overtuiging dat mensen altijd drugs zullen gebruiken, wilde ik het taboe doorbreken en gebruik bespreekbaar maken. Om vervolgens door het aangaan van een gesprek te voorkomen dat mensen door gebruik in de problemen komen.”

Sterke pillen

Met die intentie staat Joran met enige regelmaat in de Unity-stand op de festivals. Dit seizoen is hij al zes keer ingepland voor Brabantse festivals, maar misschien wordt hij ook nog buiten de provincie ingezet. Joran: “Vanuit de stand proberen we in gesprek te komen met festivalgangers. De aanleiding is vaak een kennistest die we afnemen. Op die manier geven we informatie over risico’s van drugsgebruik, maar de testen zijn vooral aanleiding om in gesprek te raken over gebruik. In die gesprekken geven we jongeren inzicht in hun gebruik, gaan we in op risico’s en hoe ze feesten veilig kunnen houden. Dat kan gaan over drugsgebruik, maar ook over andere zaken. Soms hebben bezoekers gehoord dat ze veel water moeten drinken, maar schieten ze daarin door. Te veel water is ook niet goed. Als het om drugs gaat, is ‘less is more’ ons devies. Er zijn namelijk nogal wat sterke pillen in omloop.”

*Unity is een landelijk vrijwilligersproject met meer dan 150 peers die opgeleid en gemotiveerd zijn om problemen door drugs- of alcoholgebruik op dance festivals en feesten te voorkomen. 

Ook Unity-peer worden?

Unity heeft veel peers nodig! Er zijn veel festivals en er is een groot verloop, omdat de Unity-peers vaak studenten zijn die afhaken als ze een baan vinden. Nieuwe peers stromen vaak in via mond-tot-mondreclame, maar kunnen zich ook melden via preventie@novadic-kentron.nl. Xandra Laplante voert dan een intakegesprek. Als dat positief verloopt, volgen de kandidaten een training, waarna ze ingezet kunnen worden.

Cijfers eerste kwartaal 2018

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over het eerste kwartaal van 2018: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In het eerste kwartaal van 2018 waren 5.272 cliënten in behandeling, versus 5.422 in het eerste kwartaal van 2017. Van hen zijn 413 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 1.768
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 859
Opiaten 692
Cannabis 621
GHB 159
Gokken 156
Medicijnen (o.a. benzodiazepines) 71
Internet (gamen, chatten, erotiek) 63
Ketamine 25
Xtc 7
Overig (1) 51
Onbekend (2) 800

(1) Bijvoorbeeld: lachgas, nicotine, hallucinogenen
(2) Bijvoorbeeld omdat cliënten zich nog in de intake/diagnostiekfase bevinden, omdat ze alleen nog urinecontroles krijgen of omdat het cliënten zijn van de dag- en nachtopvang of een van onze woonvoorzieningen.

Geslacht Aantal
man 3.986
vrouw 1.286

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.605
24-50 jaar 3.207
18-23 jaar 414
< 18 jaar 46

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste kwartaal van 2018 zijn in totaal 512 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 537 in het eerste kwartaal van 2017.

Primaire problematiek Aantal
Cannabis 210
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 86
Alcohol 43
Gamen 37
Gokken 32
GHB 10
Xtc 5
Opiaten 4
Overig 27
Onbekend 58

 

Leeftijd Aantal
13 3
15 8
16 12
17 23
18 31
19 53
20 65
21 84
22 91
23 90
24 52

 

Geslacht Aantal
man 391
vrouw 121

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 januari 2018: 726
Aantal medewerkers per 1 januari 2018: 858

Aantal fte per 1 april 2018: 726
Aantal medewerkers per 1 april 2018: 859

Cliënttevredenheid 2017

  Aantal respondenten Gemiddelde score
Specialistische zorg 552 8,2
BasisGGZ 396 8,6
Wet maatschappelijke opvang (Wmo) 5 8,6

(onvoldoende data)

Forensische zorg 60 7,5
Jeugd 6 9,0

(onvoldoende data)

Overig 27 7,9
Totaal 1.046 8,3

 

Terugblik Novadic-Kentron algemeen eerste kwartaal 2018

In het eerste kwartaal van 2018 heeft de samenwerking binnen het netwerk Verslavingskunde Nederland concreet vorm gekregen, onder meer via de gezamenlijke aangifte tegen de tabaksindustrie. Ook heeft NK met partners van GGZ Nederland een vervolg gegeven aan de campagne van eind 2017 om de regelgekte binnen de zorg aan te pakken. Ruim 160.000 mensen hebben het manifest ondertekend. Nu worden met collega-instellingen en andere ketenpartners regels en procedures kritisch tegen het licht gehouden. Over deze zaken en andere recente ontwikkelingen dit eerste kwartaal leest u hieronder meer. 

Aangifte tabaksindustrie

Begin februari heeft Verslavingskunde Nederland, waaraan ook NK deelneemt, aangifte gedaan tegen de tabaksindustrie. Met die aangifte nam een groot aantal zorginstellingen stelling tegen roken, met als doel de nieuwe generatie te beschermen tegen de schadelijke gevolgen en het roken te denormaliseren. In de aangifte ging het vooral om de zogenaamde sjoemelsigaret: sigaretten met gaatjes die ervoor zorgen dat apparatuur minder schadelijke stoffen meet dan een roker daadwerkelijk binnenkrijgt, omdat rokers met hun vingers en mond de luchtgaatjes deels dichtknijpen. De aanklacht is dat dit een bewuste werkwijze van de tabaksindustrie is om een maximum aan nicotine in de sigaret te stoppen, zodat de sigaret zeer verslavend is. Inmiddels is helaas duidelijk geworden dat het OM niet overgaat tot vervolging van de tabaksindustrie, omdat binnen de huidige wet- en regelgeving een kansrijke vervolging van de tabaksproducenten onmogelijk is.

Schrapsessies landelijke campagne ‘Minder Regelgekte Meer Zorg’

Eind maart organiseerde GGZ Nederland de ‘Regelgekte-4daagse’. In die week werden op landelijk niveau besprekingen georganiseerd tussen GGZ, zorgverzekeraars, VNG en het ministerie van VWS over nut en noodzaak van regels en procedures. Tegelijkertijd maakten in Amersfoort zeven GGZ-‘koploperinstellingen’, waaronder NK, een start met de zogenaamde schrapsessies. Zij inventariseerden welke opgelegde én eigen regels overbodig zijn of effectiever zouden kunnen. Vervolgens werd een top drie geselecteerd waarbij werd aangegeven op welke wijze de instellingen daar zelf verandering in zouden kunnen brengen. Ook werden thema’s meegegeven die op landelijk niveau aangepakt moeten worden. Het is de bedoeling dat alle GGZ-instellingen zelf schrapsessies gaan organiseren. Ook NK is hiermee bezig, om het aantal regels terug te dringen. Binnenkort verschijnt een speciale website waarop landelijk ervaringen kunnen worden uitgewisseld.

Clubdag Verslavingskunde Nederland (VKN)

Vrijdag 26 maart vond in Amersfoort de tweede clubdag plaats van Verslavingskunde Nederland (VKN). Zo’n tachtig hulpverleners en ervaringsdeskundigen van de twaalf deelnemende instellingen waren aanwezig, waaronder een NK-delegatie. Onze bestuurder Walther Tibosch, tevens bestuursvoorzitter van VKN, praatte de bijeenkomst aan elkaar. Na zijn welkom verzorgde hij een korte presentatie over VKN: “VKN is geen centrum, maar een beweging. We willen jullie meenemen in die beweging. Samen moeten we eraan werken dat we als expert in verslavingszorg worden gezien en dus een belangrijke gesprekspartner zijn van beleidsmakers en opdrachtgevers. Dat is nodig om meer mensen passende, op herstel gerichte behandeling te bieden en stigma’s te doorbreken. Zo wil VKN bijdragen aan een gezonde, veilige en sociale samenleving.” Aansluitend hield Dewi Segaar van de Alliantie Nederland Rookvrij een presentatie over effectieve samenwerking en een pleidooi voor het bundelen van krachten. Daarna was het de beurt aan vertegenwoordigers van de zeven programmalijnen. Zij hielden een flitsende pecha kucha-presentatie. De middag werd afgesloten met een stellingendiscussie.

Save the date! 16 oktober 2018: landelijke Dag Verslavingskunde

Op 16 oktober 2018 bestaat VKN precies een jaar. Die dag wordt voor het eerst de Landelijke Dag Verslavingskunde georganiseerd in de Rijtuigenloods te Amersfoort. Het thema van deze dag is ‘Verslavingskunde, nu en in de toekomst’. Er wordt gewerkt aan een rijk en gevarieerd programma met interessante sprekers, verrassende workshops, storytelling, muziek, film, theater én een award voor de beste vernieuwing op het gebied van herstel in de verslavingszorg. De dag is bedoeld voor medewerkers van alle aangesloten organisaties, ketenpartners, cliënten en stakeholders. Een uitnodiging met het volledige programma volgt te zijner tijd. Als u die wilt ontvangen, vul dan het formulier in op de website van de Congresbalie.

Vastgoedbeleid

In het kader van het terugdringen van de kosten en optimaliseren van de bedrijfsvoering is NK zich al geruime tijd aan het bezinnen over het vastgoed in eigendom. Inmiddels is besloten de panden aan de Edisonlaan te Tilburg en de Schijndelseweg in Sint-Oedenrode te verkopen. In Tilburg is al een paar jaar geleden besloten te verhuizen naar de locatie Jan Wierhof. Daar is onze medische heroïne-unit al gehuisvest. Een ander voordeel is dat we dan op het terrein van GGZ Breburg zitten, een belangrijke samenwerkingspartner in Tilburg en omgeving.

In onze locatie in Sint-Oedenrode (het voormalige Damianenklooster) is momenteel onze jeugdkliniek van Kentra24 gevestigd. Die blijft daar tot er een koper voor deze locatie gevonden is. Daarna verhuist de jeugdkliniek naar de Rompertsebaan in Den Bosch, waar door sluiting van de klinische afdeling ruimte beschikbaar is. Ook voor andere locaties wordt onderzocht of het in het kader van zogenoemde waarde-optimalisatie wenselijk is die locatie te verkopen.

Terugblik Gemeentelijk domein eerste kwartaal 2018 

Er gebeurt veel binnen het gemeentelijk domein. Om dat allemaal goed te stroomlijnen, zijn onlangs accountmanagers benoemd. Het gemeentelijk domein omvat veel verschillende activiteiten – van jeugdzorg tot medische heroïne-units – maar al deze activiteiten hebben als gemeenschappelijk doel om mensen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te helpen. Dat gebeurt onder meer door wijkteams en instellingen voor jeugdzorg, waarmee NK intensief samenwerkt. NK ondersteunt en adviseert deze samenwerkingspartners en kan als specialist worden ingeschakeld bij ernstige verslavingsproblemen. Daarover hieronder meer. Ook leest u over ontwikkelingen binnen preventie en andere Wmo-terreinen, zoals de medische heroïne-units. Elders in deze nieuwsbrief vindt u bovendien een aantal artikelen die dieper ingaan op het boeiende en zinvolle werk van preventie en bemoeizorg! 

Nieuwe accountmanagers voor gemeenten aangesteld

Sinds 1 maart 2018 zijn bij Novadic-Kentron twee accountmanagers aangesteld, die aanspreekpunt en contactpersoon zijn voor de gemeenten in ons werkgebied. Met de aanstelling van de accountmanagers wil NK invulling geven aan een optimale werkrelatie met uw gemeente. De accountmanagers zijn altijd direct bereikbaar voor antwoord op uw vragen en overleg over de verschillende vormen van zorg en contracten op het gebied van het sociaal domein, de Wmo en de Jeugdwet. Voor preventie en jeugd is Irene Dijkstra accountmanager. Irene was tot voor kort hoofd van de jeugdkliniek Kentra24. Voor de chronische doelgroep (mensen met langdurige en complexe verslavingsproblemen) en voorzieningen als medische heroïne-units (MHU), bemoeizorg, dag- en nachtopvang en woonvoorzieningen, is dat Ton van Pelt, die tot 1 maart coördinator was van de drie MHU’s.

Kentra24 opent afdeling 18-min

Op 5 april heeft Kentra24, de afdeling waar jongeren tussen de 12 en 24 jaar met lichte tot ernstige verslavingsproblematiek behandeld worden, een speciale behandelafdeling (de Tongelreep) geopend voor de doelgroep jonger dan 18 jaar. Senior sociotherapeut Froukje Olivier, contactpersoon aanmelding 18-min, is een van de stuwende krachten achter de start van deze afdeling. Froukje: “We hebben geconstateerd dat we steeds vaker aanmeldingen krijgen van deze kwetsbare doelgroep. Die kwetsbaarheid wordt nog groter omdat de jongeren de neiging hebben het gedrag van de oudere cliënten over te nemen. Meer dan bij de wat oudere cliënten is voor hen ook opvoedkundige zorg nodig. Ook is er sprake van een andere financieringsstroom, wat meer mogelijkheden biedt voor een leeftijdsspecifieke aanpak, waarbij coaching van belang is. De begeleiding richt zich op spiegelen, confronteren en de verantwoordelijkheid bij de jongere leggen. Het team van de nieuwe afdeling bestaat uit zes collega’s. Omdat zij alleen met de doelgroep 18-min aan de slag gaan, kunnen zij zich ontwikkelen tot expert.”

Het nieuwe team van de Tongelreep werkt intensief samen met de dagbehandeling (Intensief ambulant). Froukje: “Zo kunnen we sneller op- en afschalen. We willen deze doelgroep niet te lang in de kliniek houden. De focus ligt op gedragsverandering, daartoe worden concrete en haalbare doelen gesteld. We gaan ook intensief met het systeem rond de cliënt aan de slag. We willen dat de cliënten zoveel mogelijk contact houden met de eigen omgeving en daar oefenen. Binnen deze afdeling is er dus sprake van flexibele omgang met overnachtingen.”

Voor de instroom van 18-minners is geen verwijzing nodig, maar wel een beschikking vanuit de gemeente. De aanmeldingen worden met voorrang afgehandeld, waardoor er een snellere doorstroom is. Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Froukje Olivier, 06-13 85 67 18. 

Preventie informeert ketenpartners tijdens Snakepit

In december vond in het Klokgebouw in Eindhoven het dance-event Snakepit plaats, waar zo’n 6.000 dance-liefhebbers op af kwamen. Preventiewerkers van het Unity-project hebben in het kader van Celebrate safe een aantal belangrijke partners uitgenodigd om tijdens een werkbezoek een kijkje te komen nemen achter de schermen van dit event. Dat gebeurde onder de noemer ‘Samen sterk voor een veilige en gezonde dance-cultuur’. Voor dit werkbezoek werden onder andere raadsleden, ambtenaren en vertegenwoordigers van veiligheidsdiensten uitgenodigd. Zij kregen van de organisator, locatiemanager Klokgebouw, beveiliging, EHBO en uiteraard onze Unity-mensen uitleg over de rol die zij spelen om dergelijke evenementen gezond en veilig te houden.

‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’

Drugsgebruik is allang geen probleem meer van alleen ‘de grote stad’. Ook in de kleinere plattelandsgemeenten raakt het gebruik van drugs steeds meer ingeburgerd. Het gebruik van illegale middelen wordt steeds normaler gevonden, met veel risico’s tot gevolg. Daarom hebben veertig gemeenten in Oost-Brabant, waar in totaal 1,4 miljoen burgers wonen, de handen ineen geslagen om deze ongewenste normalisering van drugsgebruik tegen te gaan. Zij hebben partijen als Novadic-Kentron, GGD, politie en jongerenwerk gevraagd samen met de gemeenten de integrale aanpak ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’ te ontwikkelen. Deze aanpak heeft twee doelen: gezondheidsproblemen en uitval in de maatschappij voorkomen, en het gevoel van veiligheid onder burgers vergroten.

Inmiddels hebben de gemeenten van de Veiligheidsregio Oost Brabant budget vrijgemaakt om Martijn Planken, die zowel bij de GGD als in de verslavingszorg heeft gewerkt en ervaring heeft als kartrekker van projecten op landelijk en regionaal niveau, als kwartiermaker aan te stellen. Hij wordt gestationeerd bij Novadic-Kentron en heeft als opdracht om samen met een begeleidingsgroep en afgevaardigden van de gemeenten te komen tot een breed gedragen en effectieve aanpak. 

Onderzoek wijkteams regio Den Bosch

Op verzoek van de afdeling Preventie hebben beleidsmedewerker Mariken Hulscher en Marloes van Elderen van de afdeling Advies en Informatie eind 2017 onderzoek gedaan naar het versterken van de relatie met de wijkteams in de regio Den Bosch. Steeds meer zorgtaken vallen onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Dat vraagt bij problemen met middelengebruik om een gezamenlijke aanpak op het snijvlak van zorg en behandeling. Tijdens de voorbereiding bleek dat de relatie met de teams in gemeente Den Bosch op orde was. Voor dit onderzoek zijn daarom gesprekken gevoerd met wijkteams in de regiogemeenten Zaltbommel, Vught, Haaren, Boxtel, Sint-Michielsgestel, Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel. De gesprekken hadden een tweeledige insteek: er werd geïnventariseerd welke vragen en wensen de wijkteams hebben, maar tegelijkertijd ook informatie verstrekt over wat NK te bieden heeft.

In februari werden de resultaten van het onderzoek en de daaruit voortvloeiende adviezen gepresenteerd. De wijkteams zijn zeker bereid samen te werken, maar vinden het lastig om de juiste ingang te vinden. Omdat verschillende afdelingen van NK betrokken zijn, is het advies om goed in beeld te brengen welke rol die afdelingen kunnen spelen bij de zorg voor en behandeling van probleemgebruikers. Ook kan de onderlinge samenwerking verder worden versterkt. Volgende stap is overleg met de wijkteams om NK proactief te positioneren als verslavingsexpert en de zichtbaarheid in de wijk te verbeteren. Een werkgroep zal de adviezen in de praktijk vormgeven. Er wordt gestart met een pilot in de regio Den Bosch, met als doel deze werkwijze daarna ook door te voeren in de andere regio’s.

Gesprekstafels jeugdverslavingszorg Brabant

De transities in de jeugdzorg van de afgelopen jaren dreigen hun tol te eisen voor het specialisme jeugdverslavingszorg. Als gemeenten en jeugdregio’s niet snel actie ondernemen, zou passende hulp voor jongeren met verslavingsproblematiek kunnen verdwijnen. Overal in het land organiseert het Ondersteuningsteam Zorglandschap (van de VNG, VWS en de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd) daarom samen met betrokken partijen regionale gesprektafels. In Brabant organiseert Novadic-Kentron zo’n gesprekstafel. Dat gebeurt op woensdag 27 juni van 17.00 tot 20.00 uur op onze hoofdlocatie in Vught. Wij nodigen alle betrokkenen uit de Brabantse jeugdzorg uit om deze datum alvast in de agenda te noteren. Een uitnodiging met het definitieve programma en de locatie volgt binnenkort. 

Meer onderzoek nodig naar effecten aantal verstrekkingen heroïne per dag

Als richtlijn voor de medische heroïne-units (MHU’s) geldt dat medische heroïne driemaal per dag verstrekt wordt. Er zijn echter ook studies die aangeven dat twee verstrekkingen per dag tot de mogelijkheden behoren. NK is daarom bij wijze van proef in 2015 op de MHU Eindhoven gestart met het tweemaal daags verstrekken van heroïne. De MHU’s Tilburg en Den Bosch verstrekken nog drie maal daags. NK heeft inmiddels een studie uitgevoerd naar de effecten van deze wijziging op de mentale, fysieke en sociale gezondheid van cliënten van de MHU’s. Ook is gekeken naar het gemiddeld aantal keer dat cliënten komen voor hun heroïne. De studie is uitgevoerd onder 49 cliënten: 18 van de MHU Eindhoven en 31 van Den Bosch en Tilburg (controlegroep). Uiteindelijk waren er slechts van 25 (8 en 17) cliënten gegevens beschikbaar. Er werden geen verschillen gevonden tussen de groepen, maar omdat de aantallen te laag zijn om harde conclusies te kunnen trekken, is meer onderzoek nodig.

Inmiddels is een landelijke werkgroep opgericht, waaraan NK deelneemt. Naast het aantal verstrekkingen gaat deze werkgroep ook aan de slag met thema’s als de benodigde personeelsmix op een MHU, het aantal behandelcontacten, de mogelijke integratie van de MHU met een unit voor methadonverstrekking en mogelijkheden van thuisbehandeling.

Ook gebruiksruimte Tilburg overgedragen

Met ingang van 1 januari is de gebruiksruimte aan de Gasthuisring in Tilburg overgedragen aan de Tilburgse instelling voor maatschappelijke opvang Traverse. Al eerder werd de gebruiksruimte in Eindhoven gesloten en die in Breda overgenomen door de SMO Breda. De sluiting en overname hebben plaatsgevonden in overleg met de gemeenten. Omdat het aantal bezoekers daalde, zijn de activiteiten van de gebruiksruimtes geïntegreerd in het bestaande aanbod van voorzieningen voor maatschappelijke opvang. Bij de overdracht is ook het grootste deel van de Novadic-Kentronmedewerkers door de maatschappelijke opvang overgenomen. Onze organisatie heeft nu alleen nog in Den Bosch, waar we ook nog dag- en nachtopvang bieden, diverse gebruiksruimtes.

Terugblik Zvw-domein eerste kwartaal 2018

In dit overzicht leest u welke actuele ontwikkelingen spelen in de door de zorgverzekeraars gefinancierde zorg, die geleverd wordt door onze Specialistische en BasisGGZ-teams. Afgelopen kwartaal waren er twee belangrijke ontwikkelingen: de veranderingen rond FACT in Oost-Brabant en de certificering van het ACT-team van de VOF Dubbele Diagnose. 

Veranderingen FACT Oost-Brabant

GGZ Oost Brabant, De Rooyse Wissel en Novadic-Kentron hebben na zorgvuldig overleg gezamenlijk besloten FACT+ (een zeer intensieve vorm van ambulante hulp aan huis) in de huidige vorm niet te continueren en met deze samenwerkingsvorm te stoppen. De huidige vorm sluit onvoldoende aan bij de strategische en organisatorische doelstellingen van de drie partijen. Wel onderzoeken de betrokken partijen de haalbaarheid van een forensisch FACT (ForFact). Het organiseren van een ForFact biedt de mogelijkheid expertises verder te ontwikkelen en het team sterker te positioneren.

Mede door deze richting verandert de samenwerkingsvorm tussen de drie partijen. GGZ Oost Brabant en De Rooyse Wissel zijn voornemens een nieuw samenwerkingsverband ForFact aan te gaan. Novadic-Kentron zal geen direct onderdeel meer zijn van dit nieuwe samenwerkingsverband, maar op consultbasis worden betrokken.

Onze organisatie zal naar aanleiding van de businesscase een besluit nemen over deelname aan het ForFact. NK zal in Helmond een passend aanbod creëren om de mogelijke lacune in de hulpverlening op te vangen. Het jaar 2018 wordt gezien als een overgangsjaar, waarbij de transitie zorgvuldig wordt doorlopen, met respect voor cliënten en medewerkers. Momenteel wordt uitgewerkt welke stappen daarvoor genomen moeten worden.

CCAF keurmerk voor ACT-team VOF Dubbele Diagnose

Op 25 januari 2018 vond ten behoeve van (her)certificering bij het Tilburgse ACT Team van de VOF Dubbele Diagnose (een gezamenlijke afdeling van GGz Breburg en NK) een audit plaats door de stichting Centrum Certificering ACT en FACT (CCAF). Op 21 februari heeft het team het conceptverslag ontvangen. Daarin waren al aanwijzingen voor een positief eindresultaat. Lovende termen als uitstekend en optimaal waren in het concept frequent te vinden. Op 10 april werd het CCAF-keurmerk volgens de veldnorm ACT via een officiële brief toegekend. Het CCAF was met name positief over de outreachende zorg, het multidisciplinair team met behandelaars en begeleiders, de integrale aandacht voor verslavingsproblematiek, de mogelijkheid de zorg snel te intensiveren en het doelgroepgericht en wijkgericht werken. Het team is opgenomen in het keurmerkregister van het CCAF.

Terugblik Herstelondersteunende zorg eerste kwartaal 2018

Ook in 2018 wordt er weer flink aan de weg getimmerd op het gebied van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid (zie kader onderin). Zo zijn er succesvolle ervaringsgroepen opgericht in de woonvoorzieningen in Eindhoven en Den Bosch, gaan ervaringswerkers individuele begeleiding bieden in de gemeente Bergen op Zoom en is in Eindhoven een zogenoemde ervaringsvijver gestart om samen met ervaringswerkers van andere instellingen de zorg in Eindhoven te verbeteren. Ook zoeken wij nog naasten die in navolging van onze succesvolle naastengroep in Roosendaal zelf ook een groep willen opzetten! Lees hier meer over deze en andere ontwikkelingen in het eerste kwartaal van 2018.

Ervaringswerkers gaan individuele begeleiding bieden in Bergen op Zoom

In de gemeente Bergen op Zoom gaan ervaringswerkers in het kader van de Wmo individuele begeleiding bieden aan cliënten. Dit zijn cliënten met verslavingsproblemen, maar zij hoeven niet per se in behandeling te zijn bij NK. Via contacten met onder meer de GGzE stromen de eerste cliënten inmiddels binnen. De ervaringswerkers kunnen een unieke aanvulling bieden op de reguliere zorg binnen de wijk.

Training ZRM (zelfredzaamheidsmatrix) voor ervaringswerkers

Een aantal ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers zijn onlangs getraind in het gebruik van de ZRM (zelfredzaamheidsmatrix). Dit is een effectieve methode om problemen op alle leefgebieden in kaart te brengen, bijvoorbeeld of iemand een uitkering heeft, een relatie, kinderen, psychische problemen, enzovoorts. Op basis hiervan wordt een ‘score’ vastgesteld en wordt duidelijk welke begeleiding iemand nodig heeft. De training zal intern verder worden uitgezet zodat alle ervaringswerkers ZRM-deskundig zijn, waardoor ze in meer gemeentes kunnen worden ingezet.

Ervaringsvijver in Eindhoven

In Eindhoven is een ervaringsvijver gestart. Ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers uit verschillende organisaties binnen de regio – zoals Neos, GGzE, Markieza en dus ook NK – fungeren als ‘denktank’ om samen acties te bedenken om de zorg in de regio te verbeteren. Zo wordt gedacht aan het oprichten van een netwerk van ervaringswerkers die concreet hulp bieden in de wijk.

Herstelpunt Eindhoven

Na Herstelpunt Vught is medio maart ook een Herstelpunt in Eindhoven geopend. De officiële opening heeft plaatsgevonden tijdens een feestelijke ‘herstelmarkt’ met als thema Op Eigen Kracht. Eigen Kracht was zeker te horen in de inspirerende, persoonlijke verhalen van de sprekers, bij de Aikido-demonstratie die gegeven werd en bij de muziek van de Will Hawkins Foundation Band. Vele externe ketenpartners toonden hun betrokkenheid door zichzelf te presenteren in verschillende kraampjes.

Bij het Herstelpunt kunnen nieuwe en bestaande cliënten, hun naasten en hulpverleners (ook bij onze samenwerkingspartners!) terecht voor informatie over herstel, herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid.

Training visie herstelondersteunende zorg aan alle teams

Ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers gaan intern alle teams voorlichting geven over de herstelvisie en het bieden van herstelondersteunende zorg. Eind dit jaar worden twee teams verder getraind in de concrete werkwijze, zodat onze zorgverleners meer gericht aan de slag gaan met herstelondersteunende zorg, waaronder het (terug)leggen van de regie bij de cliënt, en de inzet van ervaringsdeskundigheid.

Succesvolle ervaringsgroepen bij woonvoorzieningen

In Eindhoven en Den Bosch is onlangs gestart met ervaringsgroepen voor de bewoners van de woonvoorzieningen. In deze groepen wisselen bewoners ervaringen uit en vormen ze samen een netwerk om elkaar te helpen bij het uitstromen naar meer zelfstandige woonvormen. De ervaringsgroepen zijn een groot succes. De bewoners weten elkaar te motiveren en stimuleren. Door de verschillende woonvormen, de twee appartementen en de woonvoorziening, te combineren in de groep, zien de bewoners dat doorstroom mogelijk is en dagbesteding zinvol is. Hierdoor zijn al meerdere bewoners weer gestart met dagbesteding op verschillende locaties, zoals bij Neos en NovaFarm-Grip en binnen de woonvoorziening zelf.

Naastengroep Roosendaal

In Roosendaal zijn twee naastengroepen gestart, begeleid door een naaste zelf. Alle naasten en familie van (ex-)verslaafden zijn hier welkom om ervaringen te delen en elkaar verder te helpen bij het omgaan met de verslaving van hun kind, ouder, vriend, et cetera. We willen graag ook in andere regio’s naastengroepen opzetten, dus we zoeken nog naasten die hieraan willen deelnemen of die misschien zelf wel zo’n groep willen opzetten. Wij helpen je daarbij! Interesse? Mail naar herstelpunt.nieuwe-kansen@novadic-kentron.nl!

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

Cijfers herstelondersteunende zorg

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Bergen op zoom 53
Breda 104
Tilburg 112
Den Bosch/Oss 146
Eindhoven/Helmond 121

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal 12
Bergen op Zoom 6
Breda 24
Tilburg 8
Den Bosch 12
Eindhoven 8
Oss 6
Den Bosch ouderengroep 8

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 10
Bergen op Zoom 6
Tilburg 8
Den Bosch 18
Eindhoven 8

Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 0
Tilburg 1
Den Bosch 4
Eindhoven 3
Vught 3
Sint-Oedenrode 2
Bergen op Zoom 1

Aantal vrijwilligers/ervaringswerkers

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 31
Unity 18
Cliëntenraad 9
Kentra24 3
Naasten 1

Aantal vrijwilligers/ervaringswerkers herstelpunt

Functie Aantal medewerkers
Herstelmedewerker 9

Aantal vrijwilligers afdelingen

Functie Aantal medewerkers
Herstelmedewerker 3

 

Terugblik Justitieel domein eerste kwartaal 2018

Cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. In deze terugblik op het eerste kwartaal van 2018 vindt u daarvan enkele voorbeelden, zoals een kort verslag van de audits in het VR-team in Eindhoven en detoxificatie van GHB binnen de forensisch klinische zorg.  

Audits VR-team Eindhoven

Eind vorig jaar zijn bij het reclasseringsteam Eindhoven audits afgenomen door de 3RO-werkgroep audits (samenwerkingsverband Verslavingsreclassering, Reclassering Nederland en Reclassering Leger des Heils). Er is via dossieronderzoek, vragenlijsten en interviews met medewerkers kritisch gekeken naar de producten Werkstraffen en Advies. Inmiddels is de rapportage van de werkgroep binnen en is het team aan de slag gegaan met de conclusies en aanbevelingen om de kwaliteit van deze diensten te behouden dan wel te verhogen. We zetten de belangrijkste conclusies en aanbevelingen hieronder op een rijtje.

Werkstraffen

Het auditteam is positief over:

  • de wijze waarop het team het zorgperspectief van cliënten bewaakt;
  • de wijze waarop het team binnen de werkstraf aandacht blijft geven aan het delict, de verschillende leefgebieden en de (on)mogelijkheden van de cliënt;
  • de wijze waarop het team met elkaar samenwerkt: er zijn duidelijke afspraken over intercollegiaal overleg en feedback.

Aandachts- en verbeterpunten:

  • Maak de werkstraf methodisch zichtbaar in de organisatie, zodat de re-integratiedoelen gezamenlijk opgepakt kunnen worden.
  • Leg professionele overwegingen vast, zodat ook andere reclasseringswerkers inzicht hebben in de voortgang van de werkstraf.
  • Start tijdig met de werkstraf; het duurt vaak lang voor er een geschikt werkproject is gevonden. Maak van de zoektocht naar nieuwe mogelijkheden een voortdurend proces.

Adviesproducten

Het auditteam is positief over de volgende punten:

  • Adviezen worden tijdig geleverd, sneller dan het landelijke gemiddelde.
  • Adviezen zijn altijd afgestemd met de adviseur, toezichthouder en zorgmedewerker.
  • Adviseurs brengen altijd advies uit: zelfs als de cliënt niet op de uitnodiging verschijnt, is de benodigde informatie beschikbaar.

Aandachts- en verbeterpunten:

  • Rapporteer expliciet over de overwegingen die ten grondslag liggen aan het advies.
  • Benoem nadrukkelijk beschermende factoren.
  • Benoem het informeel netwerk als referent.
  • Leg verbindingen tussen teamleider, medewerker kwaliteit en beleid en reclasseringswerkers. De vele wijzigingen maken nieuwe structuren en afspraken nodig.

VR-medewerkers volgen masteropleiding

In september 2017 zijn vier reclasseringswerkers van de verslavingsreclassering (Francis van de Meer, Paul Wijbenga, Kim van Winkel en Debby Toepoel) gestart met de masteropleiding Forensisch Sociale Professional aan de Hogeschool van Utrecht. Het betreft een tweejarige opleiding die bestaat uit vijf modules: Verantwoord beslissen, Regisseren van risico en verandering, Begeleiden van leerprocessen, Regisseren en samenwerken en Onderzoek vaardigheden voor forensisch sociale beroepspraktijken.

Tijdens de masteropleiding Forensisch Sociale Professional leren de vier studenten waarom cliënten antisociaal gedrag vertonen en welke interventies werken. Daarnaast verbeteren zij hun vak en kunnen zij VR-collega’s ondersteunen bij het dagelijks werk. Het blijven leren en deze nieuwe opgedane kennis toepassen in de werkpraktijk is ook een belangrijke reden geweest om deze opleiding te volgen. 

FKZ verzorgt detox GHB-cliënten voortaan zelf

Binnen de forensisch klinische zorg (FKZ) van NK worden cliënten behandeld die in aanraking zijn gekomen met justitie. Als deze cliënten verslaafd waren aan GHB, werden zij tot voor kort de eerste weken van de behandeling voor detoxificatie opgenomen op de afdeling Crisis, Detox en Diagnostiek. CDD is immers speciaal ingericht en toegerust om GHB-verslaafden, die vaak heftige en mogelijk levensbedreigende ontwenningsverschijnselen hebben, te laten ontgiften van GHB.

Op FKZ wordt naast het detoxen en behandelen van verslaving ook aandacht besteed aan het voorkomen van delictgedrag. Doordat forensische cliënten met een GHB-verslaving vaak weken op CDD verbleven – zolang is het nodig om de medicinale GHB tot nul af te bouwen – was er te weinig tijd over om op FKZ ook bij GHB-cliënten aandacht aan delictgedrag te besteden. Om die reden gaat FKZ de GHB-detoxificatie voortaan zelf doen.

In samenspraak met CDD is er nu een efficiënte werkwijze opgesteld. De eerste 48 uur van de GHB-detox zijn medisch gezien het meest complex. Die 48 uur is de cliënt op CDD met een extra collega van FKZ die onder supervisie van CDD deze cliënt mee instelt op de medicinale GHB. Na die 48 uur gaat de cliënt over naar FKZ waar deze meedoet met het reguliere programma, terwijl de medicinale GHB tot nul afgebouwd wordt. 

VR in de PI

In onze vorige nieuwsbrief hebben we al gemeld dat vanaf 1 januari reclasseringswerkers van NK binnen de muren van de penitentiaire inrichtingen (PI) ingezet gaan worden. Daarbij werd vermeld dat VR op zoek was naar geschikte kandidaten. Die zoektocht is inmiddels afgerond: in Vught worden  Inge Vos en haar collega Chantal Hoeberigs ingezet. Ook in de PI Grave zal in de nabije toekomst een VR-medewerker ingezet worden.

Inge: “Samen met de casemanager van de PI doen wij, in het kader van het project Ruim Baan, voor gedetineerden met de status preventief gehecht en gevangenhouding datgene wat nodig is om recidive te voorkomen. Een traject met interventies die we – tijdens en aansluitend aan de detentie – nodig achten, kan hier een onderdeel van zijn. Daarnaast ben ik een dag in de twee weken beschikbaar voor de ISD-afdeling, voor veelplegers dan wel stelselmatige daders. Ik sluit dan onder andere aan bij het trajectbepalingsoverleg, waar afspraken gemaakt worden over het intramurale en extramurale traject dat uitgezet gaat worden. Chantal en ik zijn nog maar kort aan de slag in Vught en ons dus nog aan het oriënteren, maar wat mij betreft bevalt het tot nu toe prima en ik heb zin in deze nieuwe uitdaging.”

Terugblik Kwaliteit en onderzoek eerste kwartaal 2018

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, heeft NK veel aandacht voor het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. Ook in het eerste kwartaal van 2018 vonden belangrijke ontwikkelingen plaats op dit gebied, zoals het rioolwateronderzoek. Deze en andere ontwikkelingen vindt u in dit overzicht.

Kwaliteitsstatuut NK hernieuwd

Zorgaanbieders, belangenbehartigers van cliënten, beroepsgroepen in de GGZ en zorgverzekeraars hebben in 2016 een model kwaliteitsstatuut GGZ opgesteld. Dit beschrijft wat zorgaanbieders moeten regelen op het gebied van kwaliteit en verantwoording om binnen de Zorgverzekeringswet curatieve geestelijke gezondheidszorg te mogen verlenen. Het statuut bepaalt onder andere welke beroepsgroepen in verschillende onderdelen van de GGZ als regiebehandelaar op mogen treden. Vanaf 1 januari 2017 zijn alle aanbieders van GGZ in de Zorgverzekeringswet verplicht om een kwaliteitsstatuut te hebben. Per 1 januari 2018 is het kwaliteitsstatuut GGZ geactualiseerd, vooral met betrekking tot de evaluatiesystematiek en de eisen rondom het multidisciplinair overleg.

Het kwaliteitsstatuut borgt dat de zorgaanbieder de juiste hulp levert, op de juiste plaats en door de juiste zorgprofessional, binnen een professioneel kader. De zorgaanbieder bevordert daarmee gepaste zorg, waarin de ‘patient journey’ centraal staat.

Resultaten rioolwateronderzoek 2017

Ieder jaar brengt de EMCDDA (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction) een rapport over het drugsgebruik (of productie) in Europese steden. Deze week is de ‘wastewater analysis 2017’ verschenen. NK-medewerker Peter Greeven was hierbij betrokken als lid van de Nationale Drug Monitor Raad (NDM).

De analyse van rioolwater afkomstig uit een bepaalde stad, is een nieuwe methode om een inschatting te maken van drugsgebruik (en productie). Het is een zich ontwikkelend onderzoeksgebied waarbij wetenschappers vanuit verschillende disciplines betrokken zijn. Rioolwateronderzoek kan een aanvulling zijn op bestaande onderzoeken; de vraag blijft echter of het een goede graadmeter is voor het drugsgebruik van de Nederlander uit een onderzochte stad, omdat ook veel lozingen voor drugsproductie worden gedaan op het riool.

In ieder geval blijkt over 2017 dat Amsterdam bovenaan staat (in Europa) als het gaat om MDMA, Eindhoven eindigt hoog als het gaat om amfetamine (maar staat op gelijke hoogte met enkele andere steden in EU-verband). Verder opvallend is dat methamfetamine in Amsterdam relatief hoog scoort.

Echter, bij geen van deze metingen kan opgemaakt worden of het gaat om lozingen van productielocaties of om humane consumptie. Het ligt voor de hand dat het in Amsterdam (MDMA) eerder gaat om gebruik (uitgaanspubliek van houseparty’s bijvoorbeeld) en in Eindhoven meer om dumpingen, maar we weten het niet zeker. Dit geeft ook de beperkingen aan van het onderzoek met rioolwater.

Bekijk hier aanvullende informatie over het onderzoek in de drie Nederlandse steden die hebben meegewerkt aan de analyses.

Multidisciplinaire richtlijn drugs

In maart is de Multidisciplinaire richtlijn “Stoornissen in het gebruik van cannabis, cocaïne, amfetamine, ecstasy, GHB en benzodiazepines” (kortweg MDR Drugs) officieel verschenen. Deze is onlangs geautoriseerd en te raadplegen via de website GGZ Standaarden.

Aan deze richtlijn hebben vanuit Novadic-Kentron diverse (oud-)medewerkers een bijdrage geleverd: Peter Greeven, Maaike Habra en Piet Visser (oktober 2015 overleden).

Aanbevelingen MDR Drugs

De aanbevelingen zijn gebaseerd op zowel wetenschappelijke evidentie, professionele kennis, ervaringskennis als, waar van toepassing, ‘overige overwegingen’ (bijvoorbeeld klinische relevantie, kosten, of beschikbaarheid van een behandeling) en zijn het resultaat van de integratie van deze informatiebronnen. Het bijzondere van deze MDR is dat deze is gebaseerd op de uitgangspunten van herstel. Het gaat daarbij om het leren leven met een stoornis en de beperkingen die daaruit voortvloeien.

Algemene aanbevelingen:

  • Het verdient aanbeveling om op middelengebruik gericht contingentiemanagement breed in de specialistische GGZ (verslavingszorg) in Nederland te implementeren.
  • Het verdient aanbeveling om, waar mogelijk, het systeem rond de cliënt te betrekken bij de behandeling.
  • Het verdient aanbeveling om in de behandeling expliciet aandacht te besteden aan de therapeutische relatie en de keuze en wensen van de cliënt.
  • Het verdient aanbeveling om cliënten tijdens hun behandeling te informeren over aanvullende zelfhulpmogelijkheden, waaronder zelfhulpgroepen.
  • Aanbevolen wordt om in de behandeling – naast psychiatrische comorbiditeit – ook aandacht te hebben voor behandeldoelen die niet (noodzakelijk) op abstinentie gericht zijn, en voor herstelondersteunende zorg op andere domeinen, waaronder de sociale inbedding, huisvesting en financiële situatie van de cliënt.
  • Er is geen (overtuigende) evidentie voor een farmacologische behandeling van een stoornis in het gebruik van cannabis, cocaïne, amfetamine, xtc en GHB – behoudens geleidelijke dosisverlaging benzodiazepines – en er kan daarom geen (sec evidence based) farmacologische behandeling voor deze stoornissen aanbevolen worden. Wanneer besloten wordt om farmacotherapie aan te bieden voor de behandeling van een stoornis in het gebruik van deze drugs, dient de arts de cliënt duidelijk te informeren dat het om een ‘off label’ voorgeschreven medicijn gaat en dient de cliënt daar toestemming (‘informed consent’) voor te geven. Het verdient aanbeveling dit zorgvuldig te legitimeren en documenteren en de voortgang van de behandeling, waaronder bijwerkingen, regelmatig te monitoren.

Bekijk hier de volledige MDR Drugs, of de samenvatting van de belangrijkste aanbevelingen.

Symposium Zorgstandaarden Verslavingszorg

Begin april werden de zorgstandaarden verslaving gepresenteerd op een symposium georganiseerd door het Nederlands Instituut voor Psychologen, Resultaten Scoren en het IVO in Utrecht. Peter Greeven verzorgde als voorzitter een deel van dit symposium. Dr. Arnt Schellekens (psychiater en wetenschappelijk directeur van het NISPA) vertelde over hoe nieuwe wetenschappelijke en neurobiologische inzichten steeds meer vragen om ‘persoonlijk maatwerk’ voor de cliënt. Met biomarkers kan men nagaan of bepaalde medicatie voor een bepaalde cliënt zal werken of niet.

In het middagdeel werden de zorgstandaarden voor de verslavingszorg gepresenteerd. Aansluitend waren er workshops over de zorgstandaarden, herstelondersteunende zorg en de nieuwe richtlijn MDR niet-opioïde drugs. Met deze bijeenkomst zijn de zorgstandaarden verslaving nu officieel gepresenteerd. Voor meer informatie over de zorgstandaarden, kijk op de website GGZ Standaarden.

Bekijk hier een kort filmpje waarin Peter Greeven en Jo Swinkels (Cliëntenraad) de zorgstandaarden toelichten.

Terugblik Governance eerste kwartaal 2018

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. En ook op de wijze waarop we intern en extern in gesprek gaan en verantwoording afleggen over ons handelen, onze ambities en activiteiten, onze leerpunten en kwetsbaarheden, en onze behaalde resultaten. Hierbij zijn de cliëntresultaten, de ervaren herstelondersteuning en onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend. In dit artikel een overzicht van de governance-ontwikkelingen in het eerste kwartaal van 2018. 

Naastbetrokkenenraad

Op verzoek van het bestuur van NK zijn stappen ondernomen om, na een eerste initiatief vanuit de Cliëntenraad, te komen tot het opzetten van een Naastbetrokkenenraad (NBR). Alhoewel het geen wettelijk verplichting is, vindt NK het van belang om de mening van naastbetrokken te kennen rond bepaalde thema’s en hun ervaringen te benutten bij verbeteringen in de zorg en het herstel van cliënten. Medio maart vond de oprichtingsbijeenkomst plaats van de NBR. Tijdens de bijeenkomst hebben de aanwezige leden kennis gemaakt met elkaar en bestuurder Walther Tibosch. Tijdens de volgende vergadering zullen de doelen en werkzaamheden van de NBR nader worden besproken. Vragen over de NBR of interesse om als naaste hieraan deel te nemen? Mail naar nico.schreurs@novadic-kentron.nl (ondersteuner van de NBR en de CR).

Ondernemingsraad

NK wil de (mede)zeggenschap meer bij de teams leggen. Ook de OR wil dit. Onderdeel hiervan is dat zij meer in verbinding komen met onze medewerkers en hun teams. Al een paar jaar werkt de OR daarom met contactpersonen, wat inmiddels zijn vruchten afwerpt. Regelmatig legt de OR vragen aan de contactpersonen voor, die vervolgens in de teams aan de orde komen. De contactpersonen geven deze reacties namens hun team weer door aan de OR. Hoe de medezeggenschap binnen NK belegd wordt, is mede afhankelijk van hoe we de zeggenschap beleggen, want ‘de medezeggenschap volgt de zeggenschap’. De (door)ontwikkeling van de Vitale Teams is in dit kader zeer relevant. De OR volgt de processen waarbij de werkwijze van Vitale Teams dit jaar verder geborgd zal worden binnen NK en sluit hierbij aan.

Cliëntenraad

Al enige tijd was aandachtspunt voor de CR de cliëntenmedezeggenschap binnen de VOF Dubbele Diagnose in Tilburg. Pogingen om hier samen met de Cliëntenraad van GGz Breburg handen en voeten aan te geven, liepen op niets uit. Ingestoken wordt nu op het inrichten van een volledig van de CR’s van de samenwerkingspartners onafhankelijke en dus eigen CR voor de VOF DD. NK heeft vertrouwen in de herstart van cliëntenmedezeggenschap die hiermee weer zal ontstaan.

De CR heeft verder een eerste evaluatie gehouden van de in 2017 vastgestelde nieuwe klachtenregeling van NK. Deze is positief bevonden. En tot slot, maar heel bepalend voor NK en haar CR: vrij snel achter elkaar overleden begin dit jaar twee al langdurig actieve CR-leden. Het overlijden van deze leden heeft niet alleen verlies doen voelen, maar het ook noodzakelijk gemaakt om de inzet van de CR op alle voorgenomen activiteiten te heroverwegen. Bovendien maakt het de instroom van nieuwe leden in de CR urgenter. Inmiddels zijn twee snuffelleden actief binnen de CR, maar meer nieuwe leden, vooral uit West- en Midden-Brabant, zijn van harte welkom. Ben je cliënt en heb je interesse? Meld jezelf aan bij Nico Schreurs via mail naar nico.schreurs@novadic-kentron.nl (ondersteuner van de NBR en de CR), of tip andere geschikte kandidaten met (verslavings)ervaring en behoefte anderen te helpen en NK verder te brengen!

Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht werkte in het eerste kwartaal van 2018 met een kleiner aantal leden. Vanwege het verstrijken van de maximale zittingstermijn eind 2017 is de heer Herman Kuijpers als lid afgetreden. Zijn zetel binnen de RvT is niet opnieuw ingevuld, omdat de RvT besloten heeft om eerst de ontwikkelingen af te wachten in het proces om NK aan te haken in het netwerk van Zorg van de Zaak (ZvdZ). In het eerste kwartaal was het belangrijkste onderwerp tussen de bestuurder en de RvT dan ook de beoogde samenwerking met Zorg van de Zaak, waarbij geldt dat de afronding van de LOI-fase (‘letter of intent’) in zicht is gekomen. Verder was een belangrijk thema om tot de ontvlechting van de personele unie op bestuurlijk en toezichthoudend niveau te komen van stichting NK en Stichting MHC (Mental Health Caribbean). Per 1 maart is dit formeel gerealiseerd en heeft MHC een eigen RvT en een eigen bestuurder.

Blog #4 Walther Tibosch, bestuurder NK: Voorkomen is beter dan genezen

Nederland is een rijk land. Alcohol en drugs zijn makkelijk bereikbaar voor jong en oud en er is een behoorlijke tolerantie in onze samenleving voor het gebruik ervan. Alcohol wordt geassocieerd met gezelligheid en successen vieren en drugs met muziek, en deze middelen zijn voor velen een onderdeel van een avondje uit. Maar toch: als je weet (of zou weten) welke schade gebruik van alcohol en drugs in je lichaam kan veroorzaken, dan kijk je anders aan tegen het ‘gezellige glaasje wijn’, ‘de biertjes in de derde helft’ en het ‘sfeerverhogende xtc-pilletje of slokje GHB’.

Daarom moeten GGD’s, huisartsen en instellingen voor verslavingszorg de samenleving en vooral de jongeren en hun ouders/opvoeders optimaal informeren over de schadelijke stoffen en de risico’s van alcohol en drugs. Er is bij veel en vaak gebruik van alcohol en drugs een groot risico op aanzienlijk persoonlijk lijden met vaak ook grote maatschappelijke kosten als gevolg. Denk aan schooluitval, een moeilijke start in het arbeidsproces, schulden, sociaal isolement, geweld en vernielingen.

Ik pleit dan ook voor veel meer nadruk op mogelijkheden om ouders en jongeren goed en veelvuldig te informeren over de effecten van alcohol en drugs. Het eerste drankje of middelengebruik moet veel meer een bewuste keuze worden, en niet het gevolg van groepsdruk en sociaal gewenst gedrag. Ouders hebben daarbij een veel grotere invloed dan ze zelf vaak denken!

Naast de focus op voorkomen van problemen, moeten we zwaar inzetten op zo vroeg mogelijk opsporen van misbruik en de schadelijke gevolgen voor gezondheid en maatschappelijk uitvallen. Mensen die problemen ervaren door gebruik, zoeken meestal pas na jaren hulp. De problemen zijn dan vaak al behoorlijk uit de hand gelopen. Onze beste specialisten moeten dan ook zo vroeg mogelijk in het proces worden ingezet met effectieve interventies. Een juiste diagnose, het goed inrichten van behandeling en herstelondersteuning en het volgen van de effecten ervan, voorkomen onnodige verlenging of verergering van persoonlijk leed en hoge maatschappelijke kosten.

Preventie moet in samenspraak tussen gemeentes (inwoners), zorgverzekeraars (patiënten) en aanbieders (wijkteams, huisartsen, GGD, verslavingszorg) structureel worden ingericht. Op scholen, bij (sport)verenigingen, in culturele centra, in fitnesscentra, et cetera. Voorlichting over alcohol en drugs zou een natuurlijk en vanzelfsprekend onderdeel moeten worden van opvoeding, onderwijs en samenleving.

Ook om het stigma op verslaving weg te nemen. Want hoewel er veel tolerantie in onze maatschappij is voor het gebruik van alcohol en (recreatieve) drugs, rust er op problemen door misbruik en verslaving juist een groot taboe. Het gezellig glaasje wijn vinden we vanzelfsprekend, dat je hierdoor in de problemen kunt komen, daarvoor sluiten we liever onze ogen. Maak de risico’s en gevolgen van gebruik dus bespreekbaar voordat de ellende begint!

Blog #3 2018 Walther Tibosch, bestuurder NK: Fijn behandeld door Herstelpunt

‘Fijn behandeld’ benoemen tot een van de kernwaarden van NK is niet zo moeilijk. Invulling geven aan wat ‘fijn behandeld’ voor jou betekent, is al veel moeilijker. Wanneer voel je je fijn behandeld? Dat is zo persoonlijk! Een warm welkom betekent voor de één aandacht en gezien en gehoord worden, maar dat kan door de ander als ongewenste bemoeizucht worden ervaren. Hoe geef je er dan toch invulling aan?

Door goed te luisteren, te kijken en oprecht, welgemeend en respectvol het contact aan te gaan. Afgestemd op de persoon die voor je staat en afgestemd op de situatie. Door warme, échte aandacht te hebben voor cliënten, naasten, collega’s, opdrachtgevers en samenwerkingspartners. Het goede gesprek op het juiste moment is vakwerk!

Dit soort gesprekken vinden op dit moment al plaats in en vanuit het Herstelpunt in Vught, en vanaf de feestelijke opening op vrijdag 16 maart ook vanuit Herstelpunt Eindhoven. Hoera! De herstelpunten worden gerund door ervaringswerkers die cliënten en hun naasten steunen tijdens het proces van herstel. Het Herstelpunt vult de professionele behandeling aan en versterkt die waar nodig. Hier wordt hulp, begeleiding en perspectief geboden door mensen die als geen ander weten waar ze het over hebben, want samen sta je sterker. Hier worden (positieve) ervaringen en goede adviezen gedeeld. Hier worden kwaliteiten gevonden die professionals, al willen ze dat nog zo graag, niet kunnen bieden. Het zou waardevol zijn als die herstelpunten uitgroeien tot ontmoetingspunten waar cliënten, naasten, ervaringswerkers, ervaringsdeskundigen en professionals samenwerken aan herstelondersteuning.

‘Fijn behandeld’ in de verslavingszorg betekent voor mij: een optimale mix van professionele ondersteuning en ervaringsdeskundigheid, oprechte aandacht en effectieve behandeling en ondersteuning voor de cliënt en zo nodig ook voor de naasten. Werken aan herstel kost kracht, veel kracht en veel moed. Laten we daar dan de juiste ondersteunende sfeer en omgeving voor scheppen:  Samen Nieuwe Kansen Creëren!

Blog #2 2018 Walther Tibosch, bestuurder NK: Nu Kwaliteit, wat betekent dat voor ons?

‘Nu Kwaliteit’ is het thema van onze ambities voor 2018. Dat betekent dat cliënten, medewerkers, samenwerkingspartners en opdrachtgevers mogen verwachten dat de kwaliteit van het ‘totale NK-aanbod’ en van de organisatie als beter wordt ervaren dan in 2014, 2015, 2016 en 2017. Maar kwaliteit is een breed begrip. En wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor? 

De belangrijkste kwaliteit in een mensgerichte organisatie is openstaan voor de persoon die zich (aan)meldt bij NK, die als collega werkt bij NK of die samenwerkt met NK. Luisteren, kijken, willen horen, willen zien en ons vanuit betrokkenheid en professionaliteit zo goed mogelijk inzetten voor die ander waar en wanneer dat nodig is. Een goed menselijk contact vormt een belangrijke basis voor succesvol herstel en succesvolle samenwerking.

Een tweede belangrijke voorwaarde voor kwaliteit is dat de ondersteunende processen op orde zijn. In veel organisaties hoor je medewerkers zeggen dat deze processen de verantwoordelijkheid van iets of iemand anders zijn en dat je ze niet of nauwelijks kunt beïnvloeden. Maar binnen NK zijn we van mening dat elke medewerker zelf (mede)verantwoordelijk is voor efficiënte en effectieve ondersteunende processen en daar ook zelf invloed op heeft. We werken met Vitale Teams: zij hebben zelf inzicht in de kwaliteit en de prestaties, en bepalen als professionals hoe ze hun doelen bereiken. We stimuleren en faciliteren onze medewerkers om zelf, samen met hun team, te verbeteren wat ze kunnen verbeteren. En voorstellen te doen als anderen een proces moeten verbeteren.

De kwaliteit verbeteren is iets wat we samen doen. En daarmee bedoelen we niet alleen samen met onze medewerkers, maar ook samen met onze cliënten, ervaringswerkers en ketenpartners. Ieder heeft vanuit het eigen perspectief zinvolle suggesties voor het verbeteren van de kwaliteit. Via uw contactpersoon bij NK, via onze overleggen, via de Cliëntenraad of via Zorgkaart Nederland horen wij die suggesties graag!

Kwaliteitsverbetering begint bij ieder van ons en daarom plaatsen wij dit thema hoog op de agenda. Zodat wij onze belofte voor 2018 aan onze cliënten, onze medewerkers samenwerkingspartners en opdrachtgevers kunnen waarmaken. Nu Kwaliteit!

Voorwoord terugblik 2017 en vierde kwartaal

Nieuwe Kansen: aan het begin van het nieuwe jaar hebben deze woorden extra grote zeggingskracht. In 2017 hebben wij, met de stevige inzet van onze medewerkers en ervaringswerkers en in constructieve en enthousiaste samenwerking met onze ketenpartners, een enorme omwenteling teweeg gebracht. Onze cliënten geven ons mooie rapportcijfers, onze teams zijn op weg naar Vitale Teams, onze samenwerkingspartners en opdrachtgevers zijn enthousiast over wat we voor hen kunnen doen en we schrijven weer voorzichtig zwarte cijfers. 

NK ligt beter op koers en wij hebben er dan ook het volste vertrouwen in dat we in 2018 meer dan ooit samen Nieuwe Kansen kunnen creëren. In het voorwoord van het vorige kwartaalbericht heb ik al kort toegelicht waar wij ons het komende jaar op willen richten. Ook in onze nieuwjaarskrant, die we hebben uitgegeven ter gelegenheid van de theatervoorstelling Hunker die deze maand te zien was in zeven theaters in Brabant, gaan we in op onze koers in 2018. In een notendop: na een aantal jaren waarin wij veel  aandacht hebben besteed aan het gezond maken van onze bedrijfsvoering, ligt nu de focus weer meer op doorontwikkeling en kwaliteit.

In dit kwartaalbericht blikken we nog een keer terug op 2017. Zoals u ook in de afgelopen kwartaalberichten heeft kunnen lezen, hebben dit jaar een groot aantal positieve ontwikkelingen plaatsgevonden, op het gebied van ons aanbod in de gemeente, de zorg binnen de specialistische en BasisGGZ, en de forensische zorg en verslavingsreclassering. In de overzichtsartikelen in dit kwartaalbericht vindt u een korte terugblik op het hele jaar en specifiek op het laatste kwartaal. Een belangrijk NK-overstijgend initiatief dat ik wil noemen, is de oprichting van het netwerk Verslavingskunde Nederland, waarin vele instellingen zich samen hard maken voor een betere kwaliteit van de zorg en destigmatisering van het begrip verslaving. We houden u hiervan op de hoogte!

In deze uitgave vindt u ook de cijfers over het hele jaar 2017. Daarnaast vindt u natuurlijk weer informatieve en boeiende artikelen over een aantal highlights. Ik wens u veel leesplezier!

Walther Tibosch
Bestuurder Novadic-Kentron

* Wilt u meer weten over het succes van Vitale Teams? Op de website van P5COM, het bureau dat ons bij deze ontwikkeling heeft geholpen, vindt u een uitgebreid artikel, een interview met Walther Tibosch en een enthousiasmerende video over de vernieuwende aanpak.

De vijf best gelezen artikelen van 2017: anabolen en andere fabels

In dit kwartaalbericht kijken we niet alleen terug op het vierde kwartaal, maar ook op heel 2017. Dat doen we vooral inhoudelijk, maar we kunnen ook kijken naar dit magazine zelf. In dit jaar brachten wij vier nieuwsbrieven uit, met tal van boeiende artikelen. Wat waren de best gelezen artikelen van 2017? Hierbij de top vijf, mocht je ze gemist hebben!

  1. Wat zijn de meest schadelijke drugs?
  2. Yolo-types of cleane kneiters: steeds meer jongeren blazen zich op met anabolen
  3. Redenen om te blijven roken: de 90-jarige kettingroker en andere fabels
  4. Ziekmakende communicatie: hoe kan de omgeving het herstel van een verslaving blokkeren of bevorderen?
  5. Slagen of falen? Wat bepaalt of je van je verslaving herstelt of niet?

Gamen bron van zorg voor veel ouders: NK geeft antwoord op prangende vragen

Veel ouders maken zich ongerust over gamen, en voorlichtingen van de preventiewerkers van NK worden dan ook goed bezocht. Zoals in Helmond, waar Daniëlle Ketelaars aan professionals, maar vooral aan ouders, uitleg gaf. Ouders willen weten wanneer het gamen van hun kind nog normaal is en wanneer het een verslaving dreigt te worden. Waar kun je als ouder op letten? Kun je als ouder grenzen stellen? En hoeveel uur mag er eigenlijk gegamed worden? De antwoorden zijn voor ouders vaak verrassend.

“Als ik ouders vraag welke game hun kind speelt, weten ze dat vaak niet”

Daniëlle: “Ouders zijn vaak erg bezorgd, maar gamen hoort tegenwoordig gewoon bij de leefstijl van jongeren, vooral van jongens. Maar omdat zij zelf niet zijn opgevoed met gamen en andere beeldschermactiviteiten, is dit voor veel ouders moeilijk voorstelbaar. De jongeren van nu zijn opgegroeid met computers en online games spelen hoort er gewoon bij. Het is echt niet alleen maar problematisch, het is voor de jongere vaak vooral leuk. Maar als ik ouders vraag: ‘Welke game speelt je kind?’ dan weten ze dat vaak niet.”

Praten over je hobby’s

“Het belangrijkste advies is dan ook het gamen bespreekbaar te maken en te houden. Praat met je kind! Toon interesse! Vraag naar de game, wat het doel is, wat de jongere al heeft bereikt, kijk een keer mee. En kom er later nog eens op terug. Mensen praten graag over hun hobby’s en interesses, en dat geldt ook voor kinderen. Je komt er dan vanzelf achter of het gamen problematisch aan het worden is of een onschuldig tijdverdrijf is.”

Het aantal uur is niet zo belangrijk

“Ouders willen graag weten hoeveel uur gamen nog normaal is. Ze willen duidelijke richtlijnen horen. Maar zo zwart-wit is dat niet. Het aantal uur is minder belangrijk dan de balans tussen het gamen en de andere levensgebieden. Doet je kind ook nog aan andere activiteiten, zoals sport of andere hobby’s? Slaapt je kind normaal, eet hij goed, gaat het goed op school, heeft hij vrienden? Dan is er meestal niks aan de hand. Als een kind niet meer kan stoppen met gamen, als school of hobby’s eronder lijden, als je kind niet meer genoeg slaapt vanwege het gamen, dan wordt het zorgwekkender.

Ook kan je kind fysieke gevolgen ondervinden van het gamen. Zoals hoofdpijn, vermoeidheid of concentratieproblemen. Dit komt door het urenlang intensief gamen, maar ook door slechter eten of slapen als gevolg hiervan. En ook urenlang weinig bewegen is natuurlijk niet gezond voor het lichaam. Dit kunnen signalen zijn van problematisch gamen, of een gameverslaving.”

Autisme, sociale angst en ADHD

“En dan zijn er nog risicogroepen. Kinderen met bijvoorbeeld sociale angsten of een stoornis op het autistische spectrum, vluchten vaak in het gamen. Dat kan voor hen een heel belangrijke uitlaatklep of vorm van ontspanning zijn. Maar ook bij deze kinderen geldt dat het belangrijk is dat er aandacht blijft voor gezondheid, voor gezond eten en een goede dag- en nachtstructuur, voor andere activiteiten, voor sociaal contact buiten het gamen, voor beweging en voor school. Wat veel mensen niet weten, is dat ook kinderen met ADHD gevoeliger zijn voor problematisch gamen. Tv kijken en gamen is voor hen vaak erg ontspannend, ze kunnen zich beter focussen en worden er rustig van. Ook zijn ze door hun impulsiviteit erg gevoelig voor de snelle beloningen van games. Daardoor zijn ze ook gevoeliger voor gameverslaving. Maar neem niet zomaar aan dat het gamen een probleem is: praat erover!”

Grenzen stellen werkt

“Als je gamen bespreekbaar maakt, is het ook makkelijker om grenzen te stellen. Ouders onderschatten nogal eens hun invloed, net als bij het stellen van grenzen bij alcohol. Maar ouders hebben een erg grote invloed op het gedrag van hun kinderen en grenzen stellen helpt echt, ook bij gamen. Zoveel uur gamen en dan iets anders doen bijvoorbeeld. Bij jongere kinderen kun je eenvoudig de regels stellen en hier consequent mee omgaan, bij oudere kinderen zal je wat meer moeten onderhandelen. Maar bij alle kinderen geldt: maak het gamen eerst bespreekbaar, praat ook over de leuke kanten, toon interesse, en maak dan afspraken.”

Bevordering deskundigheid professionals

“Ook voor professionals is het belangrijk om te weten hoe gameverslaving werkt. Bij deze groepen gaan we wat meer de diepte in: waarom wordt het ene kind verslaafd en het andere niet, wat zijn de signalen en hoe werkt dat precies bij risicogroepen.

En als een kind inderdaad risicogedrag vertoont, dan kunnen we natuurlijk altijd doorpraten met professionals of ouders, en zo nodig kunnen we het kind behandelen. Dus heb je als ouder of professional vragen over het gamegedrag? Blijf er niet mee rondlopen, maar neem contact met ons op!”

Mindfulness voor verslaafde cliënten: “Omdat je letterlijk stilstaat bij wat je ervaart, valt het kwartje”

Mindfulness heeft inmiddels bewezen meer te zijn dan een hype. Er zijn nog mensen die denken dat dit een zweverige, alternatieve stroming is, maar wie er zich in verdiept, ontdekt dat mindfulness juist erg concreet is en praktische handvatten biedt om problemen in het leven het hoofd te bieden. Door op het hier en nu te focussen word je je bewust van de (destructieve) automatische reacties en patronen die je hebt en leer je die los te laten. Je kunt ze daarna vervangen door gezonde en constructieve patronen. Mindfulness based cognitive therapy (MBCT) is een bewezen effectieve training die ook kan worden ingezet bij verslaafde cliënten. Gerrie van Heck, mindfulnesstrainer in Tilburg: “Voor verslaafden is mindfulness vaak een verademing. Met verslaving hangen gedragspatronen samen die vervangen kunnen worden, waardoor de verslaving minder belangrijk wordt en onder controle kan worden gebracht.”

Gerrie: “Ik geef sinds vier maanden mindfulnesstraining aan ambulante cliënten in Tilburg. Bij mindfulness draait het om bewustwording. Veel mensen reageren volgens automatische patronen als ze tegenslag ervaren. Bij verslaafden is dat de drank, de drugs, het gokken of het gamen. Bij mindfulness word je je bewust van die automatische destructieve patronen. Niet door erover te praten en erover te redeneren, maar door deze patronen te doorvoelen en te ervaren. Het is een effectieve methode om constructief met je problemen om te leren gaan.”

Zucht komt… en gaat

“Neem bijvoorbeeld zucht. Als cliënten zucht ervaren om middelen te gaan gebruiken, zijn ze geneigd daar intens over te gaan nadenken, ze krijgen automatisch  – vaak destructieve – gedachten en gaan daarop handelen om die gedachten kwijt te raken. In de training leer ik cliënten om die gedachten, en het gevoel dat ze teweeg brengen, te aanschouwen en te ervaren zonder er meteen op te reageren. Cliënten ervaren dan dat de zucht op een gegeven moment ook weer wegebt.”

Een terugval is slechts een terugval

“De kracht van mindfulness is dat het je leert je bewust te zijn van je gedachten en dat je kunt relativeren. Een gedachte is niets meer of minder dan een gedachte, daar hoef je niet tegen te vechten. Een gedachte is geen vaststaande waarheid. Je leert nieuwsgierig en zonder oordeel naar gedachten en gevoelens te kijken zoals ze zich voordoen: dat maakt ze minder beladen. Een terugval is slechts een terugval, het is geen falen. Een terugval wordt zo zwaar en belangrijk omdat deze met allerlei negatieve gedachten en emoties gepaard gaat. Deze gedachten zijn niet per se waar. Als je je dat realiseert en je je er bewust van wordt, kun je die emoties en gedachten sneller loslaten. Zo kun je ook naar verslaving kijken. Bij mindfulness kun je zeggen: het is maar een verslaving. Niet om het te bagatelliseren, maar om je te realiseren dat je niet je verslaving bént. Het is geen vaststaande waarheid, het is niet alles wat je bent. In de training kun je leren je daar bewust van te worden en dat je elk moment opnieuw kunt beginnen.”

Mindfulness maakt je bewust

“Dat cliënten verslaafd zijn, is niet het belangrijkste. Natuurlijk besteed ik aandacht aan specifieke onderwerpen zoals terugvalpreventie of erfelijke aanleg. Maar verslaafde cliënten zijn in wezen niet anders dan mensen zonder verslaving, alleen is hun automatische gedragspatroon middelengebruik geworden. Bij iemand anders kan dat bijvoorbeeld overmatig piekeren, agressief gedrag of depressie zijn. Dat maakt in wezen geen verschil voor de aanpak. Het gaat om de bewustwording van deze patronen, zodat je er anders op kunt reageren. Omdat je letterlijk stil staat bij wat je ervaart, word je je daarvan bewust en kun je kiezen  wat je reactie is. Je leert niet door te praten of te lezen, maar door te ervaren. Hierdoor kom je snel tot de kern omdat je voelt dat er een belemmering of spanning is.

Cliënten realiseren zich bijvoorbeeld dat ze perfectionistisch zijn en continu over hun grenzen heen gaan. Om te ontspannen nemen ze hun toevlucht tot drugs en vragen zich vervolgens af waarom ze zichzelf dit aandoen. Sommige cliënten schrikken van het besef dat verslaving hen voordelen biedt doordat ze zelf geen verantwoordelijkheid meer nemen en continu aandacht voor het verslavingsprobleem vragen zonder zelf in actie te komen. Cliënten kunnen tijdens de trainingen een aha-moment krijgen. Het kwartje valt. Ze kunnen daarna andere, bewustere en gezondere keuzes gaan maken”. 

Waarom praat je jezelf de grond in?

“Mindfulness is niet alleen bewustwording van wat je voelt en denkt, maar dit bovendien zonder oordeel te leren doen. Cliënten realiseren zich hoe hard ze voor zichzelf zijn en hoe negatief ze over zichzelf denken. Dat is ook een automatische reactie geworden. Cliënten praten zichzelf de grond in. Door de training merken ze ineens hoe negatief ze eigenlijk over zichzelf praten en beseffen ze dat het niet in hun hoofd zou opkomen om ooit op die manier over een ander te oordelen. Waarom dan wel over zichzelf?”

Hard werken, maar grote opbrengst

“Ik verwacht wel van mijn cliënten dat ze hard werken. Eén keer niet op komen dagen, dat kan, je kunt een keer ziek zijn. Maar na twee keer niet verschijnen, moet de cliënt met de training stoppen. Ik verwacht ook dat ze actief deelnemen en huiswerkopdrachten uitvoeren. Cliënten waarderen die strakke richtlijnen. Het is geen vrijblijvende training. Voorafgaand aan de training worden cliënten gescreend of ze geschikt zijn om er aan deel te nemen. En je moet abstinent zijn als je aan de training begint.”

Mindfulness werkt!

“Mindfulness is niet voor iedereen geschikt. Je moet wel enige mate van zelfreflectie kunnen opbrengen. Cliënten zijn tevreden en verrast over de training. Ik hoor regelmatig dat die lang niet zo zweverig is als ze gedacht hadden. Het is juist heel concreet. Belangrijk is dat cliënten veel oefenen, dan heeft de training effect. Vergelijk het met piano leren spelen. Dat leer je ook niet in één keer, maar als je veel oefent en er aandacht aan besteedt, gaat het op den duur vanzelf.”

Bewoners hostel Eindhoven stromen uit naar eigen thuis

Ze bestaan in Brabant inmiddels een jaar of zeven: woonvoorzieningen (hostels) voor dak- en thuisloze chronische verslaafden met psychiatrische problematiek. In ons werkgebied beheren wij er twee: een in Den Bosch en een in Eindhoven. De hostels zijn destijds opgezet als permanente woonplek voor deze doelgroep. Vanuit humane overwegingen, omdat gemeenten tenslotte de plicht hebben voor hun inwoners te zorgen. Maar ook omdat deze zwervende doelgroep overlast veroorzaakt. Maar het tij is gekeerd. In de slipstream van de beddenafbouw in de zorg en het streven om mensen te helpen in hun eigen omgeving en hen te stimuleren weer deel te nemen aan de maatschappij, zijn onze woonvoorzieningen niet langer bedoeld als permanente huisvesting. Doel is bewoners door te laten stromen naar een eigen (begeleide) woonsituatie. De theorie is duidelijk, maar wat vinden begeleiders en bewoners hier zelf van?

Van beschermd wonen naar een beschermd thuis

De veranderingen vloeien onder andere voort uit het rapport ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’ van de commissie Danneberg. Daarin is het uitgangspunt dat mensen in hun eigen woonomgeving de zorg krijgen die op dat moment nodig is, en dat die zorg weer wordt afgeschaald zodra het kan. Hierbij passen niet langer grote gebouwen ergens in de stad, maar woningen in de wijk, waar op momenten dat het nodig is maatschappelijke ondersteuning geboden wordt die ‘sociale inclusie’ (meedoen in de samenleving) mogelijk moet maken. Wijkteams en intensieve ambulante zorg, zoals geboden in de FACT-teams, werken hierbij intensief samen, zodat begeleiden en behandelen naadloos in elkaar over lopen.

Hoe maken we doorstroom mogelijk?

Helemaal nieuw is de koers niet volgens Mohamed Toukrabi, senior woongebeleider en coördinator van het hostel aan de Boschdijk in Eindhoven. Mohamed: “We zijn al zo’n twee jaar bezig om onze bewoners in beweging te krijgen en hen te laten doorstromen naar begeleid wonen. In het begin kregen de bewoners een CIZ-indicatie voor vijf jaar om hier te kunnen wonen. Maar sinds een jaar of twee krijgen bewoners een beschikking via de Wmo voor de duur van maximaal een jaar. Na afloop van die periode wordt er geëvalueerd. Als doorstroom nog geen reële optie is, krijgen bewoners doorgaans een nieuwe beschikking voor de duur van een jaar. In het behandelplan van iedere bewoner is opgenomen welke stappen gezet worden om de situatie van de bewoner verder te stabiliseren of te verbeteren, en wat er nodig is om doorstroom mogelijk te maken.”

Om meer doorstroom te realiseren en ook succesvol te maken, worden inmiddels ook ervaringsdeskundigen ingezet. Wekelijks organiseren zij een ervaringsgroep, waarbij ze met bewoners praten over onder meer het vergroten van de zelfredzaamheid. Doel is het vormen van een steunnetwerk van bewoners die bij uitstroom weer andere bewoners kunnen helpen.

Koken en sporten

Ook het activiteitenaanbod is aangepast aan het nieuwe beleid. “Sinds een tijd worden de maaltijden door de bewoners zelf verzorgd,” licht Mohamed toe. “In het begin kregen bewoners geld om individueel voor eten te zorgen. Nu is er een gezamenlijke pot voor de maaltijden, doen bewoners onder begeleiding inkopen, bereiden ze de maaltijd, dekken de tafel, eten gezamenlijk en ruimen de boel ook weer op. De onderlinge verstandhouding is hierdoor sterk verbeterd, bewoners trainen nieuwe vaardigheden en gezond eten is goed voor de gezondheid.”

De gezondheid wordt verder bevorderd door het sportproject dat nu zo’n twee maanden draait. Mohamed: “Een aantal bewoners krijgt onder andere fitness en bokstraining. We willen die sportfaciliteit verder uitbreiden door omwonenden in de buurt vrijblijvend mee te laten sporten op onze locatie. Zo kunnen ze een kijkje nemen en meteen ook sporten binnen de woonvoorziening. De collega’s die de sporters begeleiden, zullen voor beide partijen een gepast aanbod maken. Het zou mooi zijn als dat lukt, omdat onze bewoners dan al in contact komen met mensen uit de wijk en dat helpt de negatieve beeldvorming te doorbreken. Ook komen er steeds meer bewoners naar de bewonersvergaderingen, waarin klachten en wensen worden besproken. Daar gaan we direct mee aan de slag, dat motiveert bewoners om te blijven komen. En ten slotte belonen we de bewoners die meedoen, dat past in onze CRA-filosofie. Ze kunnen bonuspunten verdienen waarmee ze in de supermarkt spullen kunnen kopen.”

Schulden afbouwen

Op dit moment wonen er 33 cliënten in het hostel aan de Boschdijk, waaronder zes op justitiële basis. Om bewoners voor te bereiden op doorstroming, is er naast het hostel een appartement voor twee bewoners. Alle medewerkers, in totaal 17 fte, leggen nu de focus op doorstroming. Bewoners die daaraan toe zijn, stromen door naar woningen in de wijk van het DOOR-project. Daar krijgen ze begeleiding van NEOS, de Eindhovense opvangvoorziening.

Mohamed: “Door al die inspanningen en veranderingen is de doorstroom enorm toegenomen: het lukt steeds vaker om bewoners een woonalternatief te bieden. In 2016 en 2017 hebben we een doorstroom van tien procent gerealiseerd. Aanvankelijk werd doorstroom nog bemoeilijkt door hoge schulden. Nu krijgen bewoners met schulden verplicht bewindvoering. Dat viel aanvankelijk niet in goede aarde, maar inmiddels zien cliënten hun schulden afnemen en is er het besef dat dat nodig is om weer op eigen benen te kunnen staan. Ik merk dat steeds meer bewoners dat ook echt op hun wensenlijstje hebben. Tien procent doorstroom is gezien de verwachtingen van een aantal jaren terug best veel. Dat laat binnen het hostel perspectief zien: bewoners beseffen dat doorstroom een haalbaar doel is. Dat is motiverend.”

Toekomstperspectief

Een van die bewoners is de 44-jarige Charley*. Hij is weliswaar tevreden over het leven in het hostel, maar kijkt ook erg uit naar een alternatief: “Ik heb het hier naar mijn zin. Het hostel heeft een einde gemaakt aan mijn zwervend bestaan en me weer toekomstperspectief geboden. Ik sta tegen acht uur op, en na het ontbijt en mijn medicatie ga ik rond negen uur aan het werk. Om een uur of drie kom ik terug en doe ik activiteiten en werkzaamheden in het hostel. Eigenlijk ben ik van opstaan tot slapen gaan bezig.” Ook over de begeleiding is hij goed te spreken: “Ze nemen me serieus en staan altijd voor me klaar. Paula en Mo steunen en stimuleren me ook bij het vinden van een plekje buiten het hostel. Want daar kijk ik erg naar uit en ik heb er alle vertrouwen in dat dat gaat lukken. Binnenkort heb ik weer een gesprek met mijn psychiater, dan is op mezelf wonen zeker een gesprekspunt.”          

Gefingeerde naam

Pleidooi voor betere, menswaardige aanpak ‘verwarde personen’: “We moeten dit probleem met alle gemeenten samen aanpakken” 

Hendrik Jan van Essen, werkzaam bij team IHT (Intensive Home Treatment), is zeer gepassioneerd over het thema ‘verwarde personen’. Voor hem zijn dit geen krantenberichten, maar individuele verhalen, verhalen van mensen bij wie de problemen zo complex en zo groot zijn geworden, dat ze de grip op hun leven verliezen. Hendrik Jan: “Onder bepaalde omstandigheden kan iedereen in zo’n situatie terecht komen.” Voorkomen kan, maar gebeurt niet vaak en niet goed genoeg. En als een persoon eenmaal ontspoort, kan de aanpak ook veel beter. Om te beginnen door te beseffen dat verwarde personen vaak niet verward zijn. 

Hendrik Jan: “Verwarde personen, dat is eigenlijk een verkeerde term. Verward wil zeggen dat je je oriëntatie kwijt bent, in plaats, tijd of persoon. Dus niet meer weet waar, op welke plaats of wie je bent. Als ik weet dat ik Hendrik Jan van Essen ben, en dat het dinsdag is, en dat ik bovenop de supermarkt met messen loop te zwaaien, dan ben ik geen verward persoon. Dan ben ik psychotisch, of onder invloed, of suïcidaal, maar niet verward. Maar laten we voor het gemak toch maar spreken over verwarde personen, want zo wordt het meestal genoemd.”

De dorpsgek

“Verwarde personen, die zijn er altijd al geweest. Elk dorp had vroeger, oneerbiedig gesproken, de dorpsgek. Vanaf de Verlichting werden die mensen, als hun omgeving niet meer voor hen kon zorgen, vaak opgenomen in inrichtingen, woongemeenschappen en op instellingsterreinen. Daar leefden ze dan vaak hun hele leven onder bescherming en begeleiding. Maar de tijden zijn veranderd. Door andere inzichten, maar ook door bezuinigingen, willen we mensen nu zo lang en zo veel mogelijk binnen de maatschappij laten meedoen. Op zich is dat prima. Je kunt namelijk vaak in een vroeg stadium voorkomen dat iemand een verward persoon wordt. Bij deze groep mensen komen vaak heel veel problemen samen: psychische aandoeningen, verslaving, maatschappelijke verloedering, traumatische gebeurtenissen. Dat gebeurt meestal niet van de ene op de andere dag. Door preventie en het aanpakken van problemen in een vroeg stadium, kun je heel veel ellende voorkomen en kan iemand gewoon deel blijven uitmaken van de maatschappij.”

Repressie populairder dan zorg

“De zorg die voor deze groep nodig is – vroegtijdige signalering en aanpak van de problemen, begeleiding bij wonen, werken en financiën – ligt nu grotendeels binnen de gemeente, maar de wijkteams hebben noch de middelen noch de specifieke deskundigheid om die problemen goed op te kunnen pakken. Ook binnen de GGZ wordt bezuinigd, waardoor er lange wachtlijsten zijn en weinig opnameplekken om cliënten met complexere problemen intensief en langdurig te kunnen behandelen. In plaats van preventie en behandeling kiest de politiek, ook de lokale politiek, regelmatig voor repressie. Iemand die overlast in de wijk veroorzaakt, wordt bijvoorbeeld uit huis gezet. Een populaire maatregel, maar daarmee zijn de problemen niet verdwenen natuurlijk. Je kunt zo’n persoon beter een goede waarschuwing geven: je mag hier blijven wonen, op voorwaarde dat je je laat behandelen door NK.”

Vitamines veel goedkoper

“Met een juiste aanpak in een vroeg stadium, die nu vaak noodgedwongen ontbreekt, kunnen problemen worden voorkomen. En het is een stuk goedkoper. Neem nu Korsakov, dat volledig te voorkomen is door op tijd bepaalde vitamines toe te dienen – en hopelijk ook het alcoholgebruik aan te pakken. Zet dat eens af tegen de kosten van jarenlange, zelfs decennialange, intensieve zorg voor een persoon die eenmaal Korsakov heeft ontwikkeld… Maar zelfs met de beste preventie zullen er altijd ‘verwarde personen’ blijven. Er zullen altijd mensen zijn die zich onttrekken aan zorg en bij wie de problemen zich op een gegeven moment zo opstapelen in deze hectische maatschappij dat ze de grip op hun eigen leven verliezen.”

Heel veel schade

“En dan, wat doe je dan? Als deze personen goede vitale functies hebben, neemt de ambulance hen niet mee. De politie kan hen dan wel in de cel zetten, maar daar horen ze vaak helemaal niet thuis. Deze mensen verdienen zorg, geen straf. Dus komen ze bij de GGZ terecht, want NK krijgt van gemeente en zorgverzekeraars geen geld voor crisisopvang, zelfs niet als er genotmiddelen in het spel zijn. Als er dan ook nog sprake is van middelengebruik, is er nog een grotere kans dat cliënten in een crisis raken en een gevaar worden voor zichzelf of voor hun omgeving. Dus wat moet de GGZ dan? Separeren is geen optie, dus dan komt zo’n cliënt uiteindelijk toch bij NK terecht. Maar dan is er al heel veel schade berokkend.”

Een smeuïg verhaal in de krant

“Idealiter wordt NK door de gemeente, die de regie voert en letterlijk het dichtst bij de burger staat, in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij complexe casussen. En dan specifiek het team dat spoedeisende hulp kan bieden bij mensen thuis: IHT ofwel Intensive Home Treatment. Deze mensen hebben heel veel problemen, dus die hebben van veel verschillende kanten hulp nodig. De gemeente, de wijkteams, de GGZ, de maatschappelijke opvang én Novadic-Kentron, zij zouden allemaal gezamenlijk deze mensen verder moeten helpen. Zo voorkomen we dat iemand in een mensonterende situatie terecht komt en naakt op straat rent of dreigt zijn huis te laten ontploffen. Zo voorkomen we dat iemand een smeuïg verhaal wordt in de krant.”

Samen werken aan ontwarren verwarde personen

“Een lichtpuntje is dat steeds meer Brabantse burgemeesters doordrongen raken van het probleem. Dat er veel meer burgers met complexe problemen zijn – potentiële verwarde personen – dan ze zich realiseerden. Via de veiligheidshuizen, samenwerkingsverbanden met veel verschillende deskundigen, horen ze dat het gaat om tientallen mensen, terwijl ze soms van tevoren riepen ‘In onze gemeente zijn geen verwarde personen!’ Het is belangrijk dat gemeentes onderling meer gaan samenwerken, en samen met ons de problemen in kaart brengen en de optimale aanpak ontwikkelen. De zorg is veel te complex geworden. Het gaat niet om etiketjes die op een mens geplakt worden, maar om luisteren en het inzetten van gezond verstand, om mensen helpen weer overzicht te krijgen. Dus laten we samen proberen verwarde personen weer te ontwarren!”

NAC Street League 2017: voetbalclub helpt jongeren gezonder te leven

Hoe beïnvloed je jongeren op een positieve manier? Naar wie luisteren ze het beste? Misschien wel naar hun favoriete voetbalclub! Sinds een aantal jaren organiseert voetbalclub NAC in Breda de NAC Street League: een straatvoetbalcompetitie voor jongens en meisjes van de Bredase scholen. NAC grijpt deze bijeenkomsten ook aan om jongeren op een aantal thema’s te beïnvloeden. Een van die thema’s is alcohol. NAC vroeg de afdeling Preventie van NK om hieraan bij te dragen en lessen te verzorgen op de scholen. Dinsdag 19 december was de kick-off bij het Newmancollege.

NAC-directeur Justin Goetzee en de Bredase wethouder Marianne de Bie deden de aftrap bij de start van het educatieve programma van de Street League. Na de opening deden ze ook zelf actief mee aan de workshop Een held met geld, een van de vier thema’s van de lessen. Projectcoördinator Marieke Akkermans: “Die thema’s zijn gekozen in overleg met zowel de jongeren als de school. Naast ‘groepsdruk en alcohol’ en ‘omgaan met geld’ wilden zij graag workshops over ‘omgaan met social media’ en ‘gezonde levensstijl’. Bij elk thema hebben we externe partijen gevraagd die veel kennis hebben op dat gebied. Ze waren allemaal bereid mee te werken. Daar waren we blij mee, want dat vergroot de impact van onze workshops.”

Rolmodel

Opvallend is dat er geen voetballers aanwezig zijn bij de kick-off. We vragen Marieke of het voor de impact niet van belang is ook om spelers van het eerste in te schakelen. Zij kunnen een rolmodel voor jongeren zijn. Marieke: “Het is zeker de bedoeling spelers te betrekken bij de workshops. Maar het lukt helaas niet altijd om spelers hiervoor vrij te maken: trainingen gaan voor.”

Veel enthousiasme

Preventiewerker Charlotte van den Boogaart geeft één van de workshops, die dit jaar worden gegeven aan in totaal zevenhonderd brugklassers van vier Bredase scholen. Naast het Newman zijn dat de Rotonde, Tessenderlandt en Graaf Engelbrecht. Charlotte is enthousiast over de samenwerking met NAC: “We hebben goede ervaringen met de voetbalclub. Preventie heeft het meeste effect als de boodschap herhaald wordt, bij voorkeur via verschillende kanalen. Door de samenwerking met NAC krijgt de boodschap nog meer kracht. We proeven meer enthousiasme, niet alleen bij de leerlingen, maar ook bij de docenten. Die vragen we ook om in hun eigen lessen het thema nog eens aan te kaarten. Daarbij kan het Street League Magazine gebruikt worden.”

Groepsdruk en alcohol

Tijdens de workshops besteedt Charlotte veel aandacht aan de campagne NIX18, groepsdruk en de risico’s van alcohol: “Daarbij laten we de leerlingen zelf zoveel mogelijk aan het woord. De jongeren worden aan het denken gezet en krijgen ruimte om met elkaar te praten. Ik laat ze bijvoorbeeld de voor- en nadelen van alcohol opschrijven. Daaruit blijkt dat leerlingen de risico’s van alcohol wel kennen: verslaving, ziekte, ongelukken en vechten worden vaak genoemd. Maar ook de kater is een bekend fenomeen. Door hen zelf deze nadelen te laten benoemen, blijven die ook beter hangen.” 

Niet te jong

De workshops worden gegeven in de brugklas. Dat roept de vraag op of leerlingen dan niet te jong zijn, zeker gezien de veranderde wetgeving. Charlotte: “Nee, dat denk ik niet. Deze workshops sluiten daar prima op aan. Je hebt zelf kunnen zien dat groepsdruk en alcohol thema’s zijn die je met kinderen van deze leeftijd goed kunt bespreken. Ook in het verleden verzorgden we al gastlessen voor deze doelgroep, maar ook voor groep 8 van het basisonderwijs. Het is wel van belang dat het hier niet bij blijft en dat ook in hogere klassen het thema alcohol aan de orde wordt gesteld. Bijvoorbeeld via het landelijke project ‘De gezonde school en genotmiddelen’ van het Trimbos-instituut.”

Ervaringen met alcohol steeds vaker uitzondering

Hebben al die inspanningen resultaat en dragen ze bij aan een afname van problemen door alcoholgebruik bij jongeren? Charlotte: “Het versterkt het effect van andere maatregelen. Onderzocht is dat door de veranderde wetgeving en de NIX18-campagnes minder jongeren gaan drinken en de startleeftijd verhoogd is. Dat zie ik ook tijdens deze lessen. Ik stel altijd de vraag of de leerlingen zelf al gedronken hebben. Een aantal jaren terug waren er dan altijd wel meerdere leerlingen die trots en stoer vertelden dat ze al eens gedronken hadden. Nu zijn er nog nauwelijks leerlingen die op die manier reageren. Leerlingen die al gedronken hebben, zijn nu gelukkig de uitzondering.”

Novadic-Kentron algemeen 2017 en vierde kwartaal

Het nieuwe jaar is op stoom en NK ook! Destigmatisering is hét thema voor 2018. In januari hebben we de aftrap gegeven met de voorstelling Hunker van Coup Cura, die in zeven theaters in Brabant de thema’s verslaving, stigma’s en taboes onder de aandacht bracht bij ketenpartners en medewerkers. Maar in deze nieuwsbrief kijken we nog één keer terug: naar de highlights van 2017 en naar een aantal recente ontwikkelingen in het vierde kwartaal van 2017. 

Opvallende ontwikkelingen in 2017

Preventie speelt in op laatste trends

Preventie houdt de trends op het gebied van genotmiddelengebruik nauwlettend in de gaten, en speelt daar op in met nieuwe campagnes. Zo heeft NK een voorlichtingsfilm gemaakt over het spuiten van speed, campagne gevoerd over de risico’s van lachgas en trainingen gegeven over anabolengebruik.

Deskundigheidsbevordering

NK is dé expert op het gebied van verslaving en verslavingszorg. Wij stellen die expertise graag ter beschikking aan ketenpartners. In mei deelden we onze kennis over GHB op een landelijk congres. Ook verzorgden we workshops voor tandartsen en mondhygiënisten over de invloed van drugsgebruik op het gebit. Met Avans Hogescholen sloten we een convenant af om samen toekomstbestendige professionals op te leiden. En ten slotte is ook de oprichting van het netwerk Verslavingskunde Nederland een belangrijk platform om onze kennis te delen en te bundelen met die van anderen.

Actief in de wijk

Sinds april is de BasisGGZ van NK in bezit van het keurmerk van de Stichting kwaliteit in BasisGGZ. Het keurmerk is een teken dat onze BasisGGZ goede kwaliteit levert: kort, effectief en dicht bij de cliënt in de wijk. Veel van onze activiteiten in de wijk doen wij in het kader van de Wmo in opdracht van en samen met gemeentes. Denk bijvoorbeeld aan de medische heroïnebehandeling, bemoeizorg en voorzieningen voor opvang en wonen. Ons volledige aanbod voor de gemeenten hebben we in een eenduidig en helder productportfolio opgenomen. Zo kunnen we gemeenten maatwerk leveren dat aansluit bij de behoefte van de gemeentes. De belangrijkste rol van NK binnen die samenwerking is het leveren van kennis en expertise. Zo hebben we in Oss en Bernheze infolunches georganiseerd voor de wijkteams.

Samenwerking

Samenwerking is ook binnen de Zvw-zorg cruciaal. Zo werkt NK bijvoorbeeld intensief samen met ketenpartners uit de LVB-sector. Om samen betere zorg en begeleiding voor de LVB-doelgroep te kunnen bieden, werken we samen met onder meer Cello, De la Salle en Dichterbij. Op verzoek van Dichterbij werd ook een trainingsdag uitgevoerd.

Recent (vierde kwartaal) hebben NK-breed de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden.

Novadic-Kentron krijgt bronzen status voor project NK Rookvrij

Eind 2017 hebben verslavingszorginstellingen in Nederland een self-audit gedaan naar de stand van zaken wat betreft het rookvrij maken van de eigen instelling. Het ging daarbij over kwesties als het beleid om de locaties en werkruimtes rookvrij te maken, de betrokkenheid van medewerkers en cliënten bij het rookbeleid en de intentie om toe te werken naar een volledig rookvrije instelling.

Novadic-Kentron heeft het daarbij heel goed gedaan. Op een landelijke bijeenkomst onder leiding van VNN-verslavingsarts Robert van de Graaf (voorvechter van de Rookvrije Generatie en een van de initiatiefnemers van Rook-de-zorg-uit), werden we verrast met de toekenning van de Bronzen Status omdat NK als enige voor de self-audit de score heeft behaald die past bij die status. Namens NK heeft Anite Jonkers het bijhorende certificaat in ontvangst mogen nemen.

Landelijke campagne ‘Minder Regelgekte Meer Zorg’

De regelgekte is doorgeslagen in de ggz. Daarom heeft NK actief meegedaan aan de landelijke campagne van GGZ Nederland om de administratieve lasten met de helft te verminderen. Onder de slogan ‘Minder Regelgekte Meer Zorg’ werd een mediacampagne gevoerd en werden hulpverleners, cliënten en het algemene publiek opgeroepen het manifest te ondertekenen. Dat manifest, dat door meer dan 162.000 mensen werd ondertekend, is het fundament onder vervolgacties om de regelgekte aan te pakken. Daarvoor wordt niet alleen druk overleg gevoerd met het ministerie en de zorgverzekeraars, maar zal ook intern gekeken worden wat instellingen zelf aan protocollen en regelingen aan kunnen passen.

Belonen werkt! NK exporteert CRA-ervaring

Novadic-Kentron heeft veel geïnvesteerd in de invoering van de CRA-methode. Vrijwel alle medewerkers in zorgfuncties hebben een training gevolgd en een aantal behandelaars is opgeleid tot CRA-therapeut/supervisor. NK wil de kennis over CRA verder uitdragen. Dat gebeurde onlangs onder andere door CRA-therapeute Ansje Brinks. Zij verzorgde vanuit Kentra Business binnen de minor Verslavingskunde zestien lessen voor studenten van verschillende studierichtingen van de HAN. De lessen werden gegeven bij Kentra24, onze jeugdkliniek in Sint-Oedenrode waar de CRA-methodiek volledig is geïmplementeerd in de behandeling. De lessen en de omgeving waarbinnen die aangeboden werden, vielen goed in de smaak bij de studenten. De lessenreeks wordt afgerond met een toets.

Sport als hulpmiddel in strijd tegen verslaving

Sport is een belangrijk onderdeel binnen het aanbod en programma van onze klinieken. Ook in de jeugdkliniek in Sint-Oedenrode wordt veel gesport. Een bijzonder initiatief was de deelname van cliënten én medewerkers aan de estafettemarathon van Sint-Oedenrode op zondag 5 november. Het plan om mee te doen kwam spontaan op en was niet alleen een mooie uitdaging, maar ook een kans om te participeren in de samenleving van Sint-Oedenrode. Niet iedere cliënt was direct even enthousiast; niet omdat het hen niet leuk leek, maar omdat ze dachten dit nooit te gaan halen. Na wat motiverende woorden waren er vijf jongeren die de uitdaging aan wilden gaan. Helaas moest één jongere geblesseerd afhaken, de andere vier jongeren haalden met drie begeleiders de eindstreep! Na 3 uur en 49 minuten kwam het gezelschap over de finish.

BasisGGZ ondergebracht bij Specialistische GGZ

De afgelopen jaren heeft Novadic-Kentron BasisGGZ aangeboden onder de merknaam Kentra Basis. Een snelle intake, bewezen effectieve behandelingen, bij voorkeur in de eigen omgeving, waren de belangrijkste kenmerken van de BasisGGZ. De BasisGGZ sluit daarmee prima aan bij de terugdringing van de zorgkosten en zal dus zeker voortgezet worden. In de praktijk heeft het neerzetten van de BasisGGZ als zelfstandig product echter geen meerwaarde opgeleverd. Daarom is per 1 januari de BasisGGZ organisatorisch ondergebracht bij de Specialistische GGZ. De huidige medewerkers blijven BasisGGZ bieden, maar kunnen indien nodig ook ingezet worden binnen de Specialistische GGZ en vice versa. 

Ketenpartners Meierijstad op de koffie bij Kentra24

Begin januari was bij Kentra24 in Sint-Oedenrode de netwerkbijeenkomst ‘Een Nieuw jaar – Nieuwe Kansen’ voor netwerkpartners uit Meierijstad. Het werd een zeer geslaagde bijeenkomst, waaraan zo’n 45 netwerkpartners hebben deelgenomen van gemeente, politie, BOA’s, jongerenwerk, BJG, Sociale Wijkteams, scholen, Topaze, Labyrinthe, MEE, Weievense Hoeve, William Schrikkergroep, GGZ en GGD. Doel van de bijeenkomst was om het project ‘Vroegsignalering probleemjongeren en jonge druggebruikers’ en de activiteiten van NK Preventie onder de aandacht te brengen van de netwerkpartners uit Meierijstad. Ook werd uitleg gegeven over de jeugdkliniek, inclusief rondleiding. Ondertussen konden de overige netwerkpartners genieten van een drankje en heerlijke hapjes, die door een aantal cliënten voor ons gemaakt waren.

Avondcollege 4-FA (4-FMP)

Medio november organiseerden NK-preventiewerkers en Unity Brabant een avondcollege over 4-FA  (ook bekend als 4-FMP). 4-FA is een ‘research-chemical’ die gebruikt wordt als uitgaansdrug en sinds mei 2017 geregistreerd staat als harddrug. Zo’n 125 geïnteresseerden hebben zich ingeschreven voor dit college. Tibor Brunt (pharmaceutical wetenschapper van Trimbos) ging op basis van recent onderzoek in op de stof en zijn eigenschappen, effecten en risico’s. Rob Favié, arts bij het ETZ (Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis), vertelde over zijn werk als arts tijdens een van de vele dance events. Na de pauze was er een paneldiscussie die werd geleid door preventiewerker Xandra Laplante. Het werd een bijzonder geslaagde avond, wat ook bleek uit de hoge waarderingscijfers van de bezoekers.

DRUNK: VR-bril en app simuleren dronkenschap

Sinds kort beschikt onze preventieafdeling over DRUNK: een virtual reality bril die gekoppeld aan een interactieve app het gezichtsvermogen vervormt, zodat dat vergelijkbaar wordt met dronkenschap. Het alcoholpromillage kan ingesteld worden om de effecten op het gezichtsvermogen (vertraging, tunnelvisie, dubbelzien) perfect na te bootsen. Het lijkt dus alsof je echt dronken bent als je met de VR-bril een parcours moet lopen. DRUNK is ontwikkeld in samenwerking met EMS Risico in Oosterhout, een bedrijf dat is gespecialiseerd in veiligheid. De bril kan na een proef bij studenten van het Introfestival Breda ingezet worden bij verschillende activiteiten van onze preventiewerkers. Onlangs gebeurde dat bij het project Helder op het werk voor IBN Arbeidsintegratie rond alcohol en werk. Maar ook bij activiteiten voor 55-plussers kan de bril ogen openen en zo hopelijk valincidenten voorkomen. En ten slotte kan de bril worden ingezet bij activiteiten rond verkeersdeelname, bijvoorbeeld in het kader van de provinciale actie NUL verkeersdoden Brabant en Veilig Uitgaan. Voor dat laatste thema is ook een TRIP-versie van de VR-bril beschikbaar, die de effecten van tripmiddelen op het gezichtsvermogen nabootst.      

Gebruiksruimten overgedragen

De afgelopen jaren heeft NK de focus steeds meer gelegd op de kerntaak verslavingszorg en verslavingskunde. Voor begeleiding op bijvoorbeeld het gebied van opvang, dagbesteding en financiën zoeken wij steeds meer de samenwerking met ketenpartners in de regio die op dat gebied expert zijn. In dit kader heeft NK het beheer van de gebruiksruimten in Breda en Tilburg overgedragen aan de organisaties voor maatschappelijke opvang in die steden. Sinds deze zomer runt de SMO Breda de gebruiksruimte aan de Slingerweg en per 1 december is in Tilburg de gebruiksruimte aan de Gasthuisring in beheer van SMO Traverse.

Herstelondersteunende zorg 2017 en vierde kwartaal

In 2017 zijn grote stappen gezet op het gebied van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid (zie kader onderin). Zo zijn er inmiddels ervaringswerkers werkzaam op vele afdelingen bij NK en is het Herstelpunt geopend om een nieuwe impuls te geven aan de inzet van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid. Ook het afgelopen kwartaal hebben weer belangrijke ontwikkelingen plaatsgevonden, zoals de totstandkoming van een leerplan voor de opleiding tot ervaringsdeskundige. Zoals één van de deelnemers aan de slotconferentie over dit leerplan opmerkte: “Het is geweldig dat er een leerplan ís. Dit was twintig jaar geleden ondenkbaar, toen was je gewoon patiënt.” Lees hier meer over deze en andere ontwikkelingen in het vierde kwartaal, plus een korte terugblik op het jaar 2017.

Grote stappen in 2017

In het afgelopen jaar zijn grote stappen gezet op het gebied van herstelondersteunende zorg. Een heel belangrijke ontwikkeling is dat het aanbod voor en dus ook door ervaringswerkers in 2017 veel breder is geworden. In eerste instantie waren ervaringswerkers alleen actief binnen Samen Herstellen (cliënten begeleiden voor, tijdens en na de behandeling) en de Cliëntenraad. Inmiddels zijn ervaringswerkers werkzaam op veel afdelingen van NK, zoals de klinieken, de woonvoorzieningen, dag- en nachtopvang en receptie.

Ook zijn ervaringsgroepen opgezet op veel locaties van NK, waaruit cliënten in herstel kunnen doorstromen naar de coachingsgroep om zelf ervaringswerk te gaan doen. De ervaringsgroepen worden druk bezocht door cliënten. De groepen worden begeleid door twee vrijwilligers van Samen Herstellen. Daarnaast hebben we een ouderengroep opgestart in Den Bosch. Verder hebben we ons het afgelopen jaar gericht op het trainen van afdelingen in het inzetten van herstelondersteunende zorg en ervaringsdeskundigheid, en hebben we een start gemaakt met een gastheer/gastvrouwfunctie in Eindhoven.

Een laatste ontwikkeling uit 2017 die we zeker willen vermelden is het openen van het Herstelpunt NK. Dit centrale punt zal een belangrijke rol spelen in het verder uitzetten en faciliteren van de inzet van ervaringsdeskundigheid. Recent (vierde kwartaal) hebben op het terrein van Herstelondersteunende zorg de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden.

Steungroep uitstroom woonvoorzieningen

In de woonvoorzieningen (ook wel ‘hostels’ genoemd) voor chronisch verslaafde ex-daklozen proberen we waar mogelijk cliënten te laten uitstromen naar meer zelfstandige vormen van wonen. (Zie ook artikel elders in dit magazine.) Maar voor veel cliënten is dat niet vanzelfsprekend. Zij kunnen enorm veel baat hebben bij begeleiding door voormalige bewoners die al uitgestroomd zijn. Juist zij weten als geen ander wat helpt en wat niet, en kunnen zo de kans op succes bij uitstroom aanzienlijk vergroten. Om deze reden zijn we gestart met het inrichten van een steungroep voor ‘uitstromers’. De bewoners van de woonvoorzieningen worden gestimuleerd om deel te nemen aan een ervaringsgroep. Hierin bespreken ze hun eigen ervaringen, en worden ze langzaamaan gemotiveerd om die in te zetten om anderen te helpen. Na de ervaringsgroep – en bij voldoende interesse om ervaringswerker te worden – kunnen ze deelnemen aan een coachingsgroep om hier verder in getraind te worden. Zo ontstaat één groot steunnetwerk van bewoners die bij uitstroom weer andere bewoners kunnen helpen.

Studiemiddag WijEindhoven

Ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen van NK hebben eind 2017 deelgenomen aan een studiemiddag voor wijkteam WijEindhoven. Naar aanleiding hiervan is een digitale Steunwijzer ontwikkeld, waarop een overzicht wordt gegeven van alle zorg in de regio. Ook de inzet van ervaringsdeskundigheid is hierin opgenomen. WijEindhoven is zeer geïnteresseerd in de inzet van (vrijwillige) ervaringswerkers en (geschoolde) ervaringsdeskundigen, en we bekijken samen hoe we verder producten kunnen ontwikkelen om cliënten in de Eindhovense wijken verder te helpen.

Leerplan ervaringsdeskundigen

In het najaar heeft een landelijke bijeenkomst plaatsgevonden van ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen om samen te bespreken aan welke competenties de ervaringswerker en ervaringsdeskundige moeten voldoen, wat hun rol is op de afdeling en wat ze wel en niet kunnen, mogen en zouden moeten doen. Zo gaat een ervaringswerker per definitie anders om met de cliënt dan een professional: waar een professional juist zijn of haar privéleven gescheiden houdt van het werk, zijn die persoonlijke ervaringen bij de inzet van ervaringsdeskundigheid juist essentieel. Tegelijk moet de ervaringswerker uiteraard wel de vaardigheid ontwikkelen om met de eigen ervaringen niet die van de ander in te vullen. Ook speelt de ervaringswerker een heel andere rol bij het tegengaan van (zelf)stigmatisering, onder meer door het bieden van een concreet en positief voorbeeld.

Ervaringswerkers op de afdeling worden bij voorkeur begeleid door ervaringsdeskundigen: de ervaringswerker moet immers niet dezelfde kennis ontwikkelen als de reguliere professional. Zo behoudt ervaringsdeskundigheid de beste toegevoegde waarde aan de totale zorg. Het leerplan wordt binnen NK verder uitgewerkt tot concrete en werkbare plannen en richtlijnen. Bekijk hier het volledige leerplan.

Inzet ervaringsdeskundigheid binnen de Wmo in Bergen op Zoom

Binnen de gemeente Bergen op Zoom gaan ervaringsdeskundigen samen met de gemeente producten ontwikkelen binnen de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning: laagdrempelige hulp binnen de wijk). Ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers gaan in Bergen op Zoom begeleiding (laag, middel en hoog) bieden aan cliënten, op individuele basis. Dit project is in december gestart en wordt in 2018 verder ontwikkeld en uitgerold.

Cijfers herstelondersteunende zorg

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal/Breda 149
Tilburg 114
Den Bosch/Oss 87
Eindhoven/Helmond 74

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal 12
Breda 24
Tilburg 10
Den Bosch 10
Eindhoven 10
Oss 6
Den Bosch ouderengroep 8

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 10
Tilburg 6
Den Bosch 22
Eindhoven 15

Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 0
Tilburg 0
Den Bosch 6
Eindhoven 5
Vught 6
Sint-Oedenrode 4

Aantal vrijwilligers/ervaringswerkers

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 26
Unity 15
Cliëntenraad  8
Kentra24 4

Aantal vrijwilligers/ervaringswerkers herstelpunt

Functie Aantal medewerkers
Herstelmedewerker 6

Aantal vrijwilligers afdelingen

Functie Aantal medewerkers
Herstelmedewerker 8

 

Wat is herstelondersteunende zorg?

Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. NK onderscheidt daarbij ervaringswerkers: vrijwilligers die hun eigen ervaringen gebruiken om anderen verder te helpen, en ervaringsdeskundigheid: veelal medewerkers in dienst die hun ervaringsdeskundigheid door middel van een opleiding verder hebben ontwikkeld.

 

 

Kwaliteit en onderzoek 2017 en vierde kwartaal

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, heeft NK veel aandacht voor het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. Ook in 2017 vonden belangrijke ontwikkelingen plaats op dit gebied, zoals u ook in vorige nieuwsbrieven heeft kunnen lezen. Zo werd de intentieverklaring Maak de Zorg Rookvrij! ondertekend, en werd veel onderzoek gedaan met betrekking tot GHB, maar bijvoorbeeld ook over de invloed van licht op het slaap-waakritme van verslaafden. U vindt hier een korte terugblik op het hele jaar, plus een aantal recente ontwikkelingen uit het vierde kwartaal van 2017, waaronder de succesvolle aanpak van GHB-verslaving in Etten-Leur en nieuwe inzichten op het gebied van gameverslaving.

Hoogtepunten 2017 

GGZ Ecademy

Een van de belangrijkste ontwikkelingen voor NK in 2017 was de aansluiting bij GGZ Ecademy, een coöperatieve vereniging van meer dan veertig instellingen binnen de GGZ. GGZ Ecademy biedt e-learning om medewerkers op te leiden en bij te scholen. Omdat veel (achtergrond)kennis online geleerd kan worden, kunnen de klassikale onderdelen bovendien veel effectiever worden ingezet: interactief en gericht op de praktijk. 

Intentieverklaring Maak de Zorg Rookvrij! ondertekend 

Roken binnen de zorg wordt steeds meer de uitzondering. Medio 2017 vond in Utrecht het symposium Maak de Zorg rookvrij! plaats. Tijdens dit symposium hebben een groot aantal instellingen, waaronder ook NK, een intentieverklaring ondertekend. In deze intentieverklaring komen de instellingen overeen dat niet-roken de norm is in zorginstellingen, dat zorgmedewerkers niet meer roken tijdens het werk en dat stoppen met roken actief onder de aandacht wordt gebracht bij cliënten, patiënten en bezoekers. NK zet actief in op stoppen met roken. Zo voeren wij vanaf 1 juli een volledig rookvrij beleid voor medewerkers. Ook bezoekers, ambulante cliënten en leveranciers roken niet meer op en rond NK-locaties. 

Onderzoeken 2017

NK-medewerkers hebben in 2017 veel onderzoeken uitgevoerd of deelgenomen aan wetenschappelijke samenwerkingsverbanden. Ruime aandacht was er voor GHB-verslaving, en meerdere artikelen en rapporten zijn vanuit NK over dit thema verschenen. Zo waren onze medewerkers Harmen Beurmanjer, Cor Verbrugge en Boukje Dijkstra medeauteur van het onlangs verschenen NISPA-rapport ‘GHB afhankelijkheid: ziektepercepties en behandelingsbehoeftes’: een verslag van een kwalitatief onderzoek naar ziekte-inzicht bij GHB verslaafden. Daarnaast hebben er enkele bijzonder interessante onderzoeken plaatsgevonden die we niet willen nalaten in dit overzicht te noemen:

  • onderzoek naar trainingsvormen om de ‘automatische aandacht’ bij alcohol- en cannabisverslaving te beïnvloeden;
  • onderzoek naar vervanging van urinecontroles door speekseltesten in de Medische Heroïne Unit;
  • onderzoek naar de invloed van licht op het slaap-waakritme verslaafden;
  • onderzoek naar het positieve effect van N-acetylcysteine (slijmverdunner) op de zucht naar cannabis.

Recent (vierde kwartaal) hebben op het terrein van Kwaliteit en Onderzoek de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden. 

NK draagt bij aan Europees onderzoek naar concept Herstel

In september 2017 is een grootschalig Europees onderzoek rondom herstel bij drugsverslaving gestart. Het onderzoek gaat trajecten van personen in herstel in verschillende landen (Engeland, Schotland, Nederland en België) in kaart brengen. Onderzoeksinstituut IVO werkt hierin samen met de Universiteit Tilburg, de Universiteit Gent, de Hogeschool Gent en de Britse Sheffield Hallam University. Voor deze studie kijken we niet alleen naar individuele aspecten die herstel bevorderen of belemmeren, maar ook naar structurele factoren, zoals nationaal beleid rondom verslaving(szorg). Het eerste onderdeel van de beleidsanalyse bestaat uit het organiseren van een focusgroep, waarin onder andere NK-medewerker Cor Verbrugge participeert. Het doel is om beter zicht te krijgen op de rol en ontwikkeling van het concept ‘herstel’ binnen het beleid.

Novadic-Kentron aan de basis van succesvolle GHB-aanpak in Etten-Leur

Op basis van praktijkervaringen hebben Novadic-Kentron en de gemeente Etten-Leur een unieke gemeentelijke aanpak voor GHB-problematiek ontwikkeld, van waaruit de zorg voor GHB-verslaving wordt gecoördineerd. Bij de Etten-Leurse aanpak wordt optimaal gebruikt gemaakt van de lokale deskundigheid over GHB en de bevoegdheden van de gemeente om hulp te organiseren en regie te voeren. Aan de basis van de aanpak staan Alex van Dongen, preventiewerker bij Novadic-Kentron en Jaap Malcontent, adviseur integrale veiligheid van de gemeente Etten-Leur. De ‘Etten-Leurse aanpak’ is beschreven door Alex van Dongen, Jaap Malcontent en Boukje Dijkstra. Centrale pijlers bij deze aanpak zijn een sterke regiefunctie bij de gemeente, afstemming, maatwerk, bezieling en flexibiliteit. Een risico voor de aanpak in Etten-Leur is dat beschermd wonen buiten de regio onder druk staat.

Ontwikkelingen rondom gameverslaving

Niet elke gamer die een paar uur per dag gamet, ziet zichzelf als verslaafd. (Zie ook artikel elders in dit magazine.) Volgens Laura de Fuentes van Novadic-Kentron, kan een verslaving ook niet alleen worden vastgesteld op basis van de tijd die er eraan besteed wordt. Laura: “Net als bij andere verslavingen gaat het fout wanneer de balans met de rest van je leven wegvalt. Wij zien gamers die blaasproblemen hebben omdat ze niet meer naar het toilet willen gaan tijdens het gamen.” Ondanks het feit dat gameverslaving nog geen erkende ziekte is, investeert Novadic-Kentron veel tijd in de doorontwikkeling van een gamebehandelprotocol en het organiseren van trainingen en lezingen. Zo wordt op 30 januari tijdens het NVK (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde) Jubileumsymposium stil gestaan bij gameverslaving en verzorgt Novadic-Kentron een bijdrage door lezingen van ervaringsdeskundigen en een workshop over het signaleren van verslaving in de praktijk. Gelukkig is er een kans dat de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) gameverslaving in 2018 zal erkennen als stoornis. Als we gameverslaving kunnen classificeren als stoornis en deze meer bekendheid krijgt, kunnen we meer mensen helpen.

Inventarisatie expertise en informatie rondom GHB-terugvalmanagement

ZonMw heeft een project gefinancierd voor de ontwikkeling van een handreiking GHB-terugvalmanagement. Daartoe wordt op dit moment gewerkt aan een literatuurstudie naar risicoprofielen en een praktijkinventarisatie van bestaande interventies. In maart zullen vier focusgroepen gehouden worden met cliënten die een half jaar abstinent zijn van GHB en met professionals die veel GHB-cliënten behandelen. Mocht u of iemand die u kent belangstelling hebben om deel te nemen aan dit project, dan kunt u contact opnemen met Evelien Joosten (Evelien.Joosten@radboudumc.nl).

Kick-off-meeting INCAS 

Op 10 november vond de kick-off-meeting plaats voor de Nederlandse tak van de International Naturalistic Cohort Study of ADHD and Substance Use Disorders (INCAS-studie). Aan dit onderzoek naar klinische kenmerken van cliënten met ADHD en een stoornis in middelengebruik, doen negen landen mee, waaronder Nederland. Novadic-Kentron participeert samen met drie andere verslavingszorginstellingen in dit onderzoek. Peter Greeven, Victor Buwalda en Xaro Sanchez waren namens Novadic-Kentron aanwezig. 

Zorgstandaarden verslaving gepubliceerd

Begin november zijn de Zorgstandaard Alcohol en de Zorgstandaard Opiaatverslaving gepubliceerd. In deze richtlijnen hebben  patiënten- en cliëntenorganisaties, beroepsverenigingen en professionals de beschikbare kennis en kunde samengebracht, met nadruk op het behandeltraject dat de cliënt doorloopt. Ook is er veel aandacht voor ervaringsdeskundigheid en het herstelproces van de cliënt. Peter Greeven was vanuit Novadic-Kentron betrokken bij de totstandkoming van de standaarden.

Verslavingsreclassering en Forensische verslavingszorg 2017 en vierde kwartaal

Cliënten die verslaafd zijn en delicten hebben gepleegd en daardoor met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de Verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de Forensische verslavingszorg (FVZ). Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. Hieronder een terugblik op het vierde kwartaal van 2017. Maar eerst een beknopt overzicht van de highlights van heel 2017, zoals het behalen van verschillende kwaliteitscertificaten: een erkenning voor het goede werk van de VR en de FVZ! 

Hoogtepunten VR en FVZ in 2017

Erkenning voor hoge kwaliteit

Kwaliteit staat hoog in het vaandel bij de VR en FVZ. VR en FVZ zijn dan ook blij met de behaalde HKZ- en HKZ-R-certificaten het afgelopen jaar. De FVZ kreeg van het landelijke kwaliteitsnetwerk zes ‘parels’ uitgereikt, onder andere voor de inzet van ervaringsdeskundigen, het stimulerend behandelklimaat en de samenwerking met de Verslavingsreclassering.

Reclassering aan de slag met jongeren

De succesvolle leefstijltraining wordt in 2017 in het kader van een pilot ook aan jeugdigen aangeboden. Hierin is intensief samengewerkt met de Raad voor de Kinderbescherming. Als de training het gewenste effect sorteert, worden de gedragstrainingen voor jongeren vanaf 16 jaar landelijk uitgerold. Verderop in deze nieuwsbrief vindt u een korte terugblik.

De reclasseringsbalie: VR op locatie

Samenwerking en korte lijnen binnen het justitiële veld zijn essentieel voor een succesvolle re-integratie van cliënten met een ‘justitiële titel’. Een mooi initiatief op dit gebied is de reclasseringsbalie. In 2017 heeft de VR kantoorruimte gekregen bij het Openbaar Ministerie. Een aantal dagdelen is daar een VR-collega aanwezig, om ter plekke advies te kunnen geven en een snelle doorgeleiding naar de VR mogelijk te maken.

Samenwerking FVZ met Novafarm-Grip

In het nazorgtraject van de FVZ is het doel om cliënten weer – zoveel mogelijk zelfstandig – mee te laten doen in de samenleving: dit voorkomt terugval in de verslaving én in oude, mogelijk criminele gewoonten. Daartoe werkt de FVZ samen met Novafarm-Grip. Cliënten worden begeleid bij het werken en wonen op een van de zorgboerderijen, zodat ze weer kunnen wennen aan een dag- en nachtritme, tijdsbesteding en huisvesting.

Recent (vierde kwartaal) hebben op het gebied van Verslavingsreclassering de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden.

VR terug in de Penitentiaire Inrichting

Per 1 januari is het landelijk beleid dat er weer reclasseringswerkers binnen de muren van de Penitentiaire Inrichtingen (PI) ingezet worden. Dat beleid vloeit voort uit het project ‘Ruim baan’, waarvan de insteek was om zo snel mogelijk die interventies uit te voeren die nodig zijn. Vanuit dat vertrekpunt gaan de reclasseringswerkers ter plekke een traject uitstippelen voor hulpverlening en begeleiding, zowel voor de periode in het Huis van Bewaring als voor de nazorg. In ons werkgebied gaat het om de PI’s in Vught en Grave. In beide PI’s wordt een reclasseringswerker gestationeerd voor 18 uur. Zodra er geschikte kandidaten zijn gevonden, wordt hiermee gestart. 

GDI behoeft nog verbeterslag

In het kader van het project ‘Slimmer reclasseren’ is VR als pilot gaan werken met een nieuw diagnose-instrument (GDI: Geïntegreerd Diagnose Instrument). GDI zou vooral gebruiksvriendelijker moeten zijn dan de bestaande huidige diagnose-instrumenten. De pilot is inmiddels afgerond. Geconcludeerd werd, mede op basis van de bevindingen van onze VR-medewerkers, dat het GDI op een aantal punten nog verbetering behoeft. Aanvankelijk was het de bedoeling om vanaf januari de reclasseringswerkers speciale trainingen aan te bieden om met GDI te kunnen werken. De landelijke implementatie is nu echter uitgesteld tot maart/april. Onze VR heeft wel al een aantal trainers klaarstaan om de eigen mensen op te leiden zodra het licht op groen gaat.

Gedragstraining jongeren (vervolg op eerdere kwartaalberichten)

De succesvolle, wetenschappelijk onderbouwde gedragstrainingen voor volwassenen, werden in 2017 als pilot uitgevoerd bij jongeren vanaf 16 jaar. Inmiddels is de eerste training bijna afgerond en zijn er al meer jeugdige kandidaten geselecteerd die de trainingen zullen krijgen.

VR-trainer Marijke de Veer blikt terug: “Ik zit nu in de afrondingsfase van de training met een jongen van 17. Deze is nogal wisselend verlopen. Hij blowde veel en was niet trouw met zijn afspraken, mede door zijn verslavingsproblematiek. Gaandeweg is dat wel verbeterd. De jongen had weinig probleeminzicht: hij ervaarde weinig last van het blowen en het spijbelen van school. We zijn heel erg laagdrempelig begonnen, om zicht te krijgen op wat hem wel boeide en om zijn motivatie te vergroten. Daarop heeft hij na het afwegen van voor- en nadelen van zijn gedrag keuzes gemaakt: hij is voor nu gestopt met school en wil minder gaan blowen. Voor dat laatste was het van belang eerst voor de jongen belangrijke zaken te versterken. Een voorbeeld hiervan was het behalen van zijn rijbewijs. Moeder wilde dat betalen, op voorwaarde dat hij zou stoppen met blowen. Ook besefte hij dat blowen kan leiden tot inname van zijn rijbewijs. Dat hielp hem om minder te blowen en uiteindelijk zelfs te stoppen. De jongen moet nu nog enkele sessies volgen, maar ik verwacht dat we deze training  succesvol kunnen afronden.”

Verdiepingsdiagnostiek: snelheid geboden

Op verzoek van onze VR voert de FVZ verdiepingsdiagnostiek uit. In een relatief korte tijd van twee tot vier weken wordt ten behoeve van een adviesrapport voor de rechter over een wetsovertreder bij wie psychische problemen vermoedelijk een rol spelen, een behandel- en bejegeningsplan opgesteld. Dit gebeurt zowel voor ingeschreven cliënten als voor cliënten die nog geen behandeling krijgen binnen NK.

Psycholoog Kayleigh van Doremalen van de FVZ Midden-West voert de onderzoeken uit. Kayleigh: “Het verdiepingsonderzoek en het advies dat daar uitkomt, staan onder behoorlijke tijdsdruk. Ik zie de meeste cliënten zo’n vier tot vijf keer. De eerste keer praten we over de levensloop en de klachten die de cliënt heeft. Dat leidt tot een of meer hypotheses, waarna ik in het vervolgtraject via testen check of mijn veronderstellingen kloppen. Als ik bijvoorbeeld een verstandelijke beperking vermoed, voer ik een intelligentietest uit. Op basis van die testen breng ik advies uit, waarmee de reclassering aan de slag kan. Overigens doe ik daarin geen uitspraken over het recidiverisico, dat is niet de bedoeling van verdiepingsdiagnostiek.”

Het lukt niet in alle gevallen om in die tijdspanne een volledig beeld te krijgen van de problemen van de cliënt. Kayleigh: “Ik kan in die relatief korte tijd bij complexe problematiek geen DSM-classificatie voor de cliënt opstellen. Als blijkt dat de psychische problemen nogal complex, en soms chronisch, zijn, adviseer ik een verwijzing naar onze behandeling binnen onze eigen afdeling.”

Governance 2017 en vierde kwartaal

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. Hierbij zijn onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend. Inmiddels zoeken we naar een goede formulering om herstelondersteuning en het bevorderen van destigmatisering in onze waarden te laten terugkeren. In dit artikel een overzicht van de governance-ontwikkelingen in het vierde kwartaal van 2017, maar eerst een kort overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in heel 2017.

Belangrijkste ontwikkelingen governance 2017

De belangrijkste ontwikkeling in 2017 op het gebied van governance was de verkenning van de mogelijke samenwerking met Zorg van de Zaak. We hebben uitgebreid verkend of en hoe de (mede)zeggenschap verdeeld kan worden tussen Zorg van de Zaak- en NK-actoren. We verwachten dat zeer binnenkort een definitieve beslissing wordt genomen over de samenwerking.

Verder was binnen NK de belangrijkste verschuiving in het denken over governance de implementatie van Vitale Teams. Vitale Teams zijn immers zelf verantwoordelijk voor kwaliteit en prestaties, en krijgen ruimte en faciliteiten om die verantwoordelijkheid ook te kunnen nemen binnen de gegeven kaders op de gebieden Kwaliteit, Cliënt, Medewerker en Rendement. Dit betekent een omslag in de besturing en besturingsfilosofie van NK: de verantwoordelijkheden worden steeds lager in de organisatie neergelegd.

Dit heeft er ook toe geleid dat de Procuratieregeling is vernieuwd. MT-leden hebben nu zelfstandige beslisruimte voor een hoger bedrag, voor zover passend binnen de begroting en kaders van NK en met inachtneming van medezeggenschap. Hierbij hoort ook – dat is eveneens nieuw in deze regeling – dat de teamleider (of daarmee gelijkgestelde functies) een formele procuratiehouder wordt. De procuratieregeling is gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel en biedt ook voor externen een toetsingskader als ze willen controleren wie bevoegd is om namens NK op te treden.

Recent (vierde kwartaal) hebben op het terrein van governance de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden.

Cliëntenraad

Wet medezeggenschap cliëntenzorginstellingen (Wmcz)

In 2017 is gewerkt aan een aanpassing van de Wet medezeggenschap cliëntenzorginstellingen (Wmcz). Met deze Wmcz II wordt beoogd de inspraak en medezeggenschap van cliënten en cliëntenraden in de zorg te versterken. De bekostiging van cliëntenraden wordt beter geregeld en cliëntenraden krijgen instemmingsrecht ten aanzien van een aantal beslissingen. Ook worden voor cliëntenraden en zorginstellingen de mogelijkheden verruimd om afspraken te maken die afwijken van de wettelijke regeling. Hierdoor wordt maatwerk mogelijk en kunnen ook nieuwe vormen van medezeggenschap de ruimte krijgen. De wet is nog niet in werking getreden. Er wordt nog aan het document gewerkt en binnenkort wordt het wetsvoorstel besproken in de Tweede Kamer. Voor de werkversie van deze wet kunt u kijken op: http://ncz.nl/internetconsultatie-wmcz-ii/?gclid=CMWU_sjt-9ICFe8K0wodlLcKTA

Vertegenwoordiging CR in Raad van Toezicht

In december is de termijn van de heer Herman Kuijpers als lid van de Raad van Toezicht verlopen. De heer Kuijpers was op voordracht van de CR benoemd als lid van de RvT. In december is besloten dat de vacature gedurende het lopende traject met Zorg van de Zaak niet wordt ingevuld. De CR heeft er mee ingestemd dat de heer Rob van Damme voorlopig als eerste aanspreekpunt voor de CR binnen de RvT zal functioneren.

Ondernemingsraad

De zelforganisatie in de vorm van Vitale Teams heeft gevolgen voor de medezeggenschap. Ook deze komt meer te liggen bij de medewerkers. De OR is druk bezig te onderzoeken op welke manieren deze ontwikkeling naar zelforganisatie vorm en inhoud kan krijgen vanuit het perspectief van medezeggenschap. De OR ontwikkelt daartoe deskundigheid en overlegt hierover bijvoorbeeld ook met de OR’s van andere instellingen. Binnen de Vitale Teams van NK heeft de OR inmiddels contactpersonen die geraadpleegd worden. Deze waardevolle input gebruikt de OR in adviezen richting de bestuurder.

Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht heeft vanwege het verstrijken van de maximale zittingstermijn per 1 december 2017 afscheid genomen van de heer Herman Kuijpers als lid. Zijn zetel binnen de RvT is niet opnieuw ingevuld, omdat de RvT besloten heeft om eerst de ontwikkelingen af te wachten in het proces om NK aan te haken in het netwerk van Zorg van de Zaak (ZvdZ). In dezelfde periode als het afscheid van Herman Kuijpers, verstreek de eerste zittingstermijn van de voorzitter van de RvT, de heer Ton Kessels. De RvT heeft de voorzitter herbenoemd, maar op diens verzoek enkel voor de periode die nodig is om besluitvorming over plus het aanhaken van NK bij Zorg van de Zaak mogelijk te maken.

De RvT heeft verder onder meer de kaderbrief, het jaarplan en de begroting van NK voor 2018 goedgekeurd, waardoor de implementatie van alle ambities en Nieuwe Kansen die daarin zijn vermeld, waargemaakt kan worden door alle medewerkers van NK. Ook zijn tussen de bestuurder en de RvT steeds de beoogde samenwerking met ZvdZ en de ontvlechting van de bestuurlijke en toezichthoudende unie tussen NK en MHC (Mental Health Caribbean) onderwerpen van gesprek geweest. In 2018 zullen de stichtingen NK en MHC verder gaan met hun vruchtbare samenwerking, maar nu beide met een eigen bestuurder en RvT.

Cijfers 2017

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over het jaar 2017: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In 2017 waren 8.039 cliënten in behandeling, versus 8.437 in 2016. Van hen zijn 1.196 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.639
Opiaten 781
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 1.207
Xtc 11
Cannabis 939
GHB 229
Gokken 227
Overig of onbekend 2.006

 

Geslacht Aantal
man 6.114
vrouw 1.925

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 2.102
24-50 jaar 5.004
18-23 jaar 793
< 18 jaar 140

 Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In 2017 zijn in totaal 933 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 811 in 2016.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 78
Opiaten 5
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 145
Xtc 9
Cannabis 340
GHB 24
Gokken 42
Gamen 73
Overig of onbekend 217

 

Leeftijd Aantal
12 2
13 6
14 12
15 29
16 45
17 46
18 84
19 109
20 131
21 146
22 166
23 157

 

Geslacht Aantal
man 722
vrouw 211

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 januari 2017: 750
Aantal medewerkers per 1 januari 2017: 886

Aantal fte per 31 december 2017: 731
Aantal medewerkers per 31 december 2017: 863

Cliënttevredenheid

Hieronder de cliënttevredenheidscijfers over de eerste drie kwartalen van 2017 (de cijfers over heel 2017 zijn nog niet bekend). U vindt hier de cijfers per onderdeel, vergeleken met 2016.

Cliënttevredenheid N 2016 rapportcijfer 2016 N 2017 rapportcijfer 2017
(jan-sep)
Totaal zorg NK
(BasisGGZ en specialistische GGZ)
1.079 8 718 8,1
Reguliere BasisGGZ 236 8,3 126 8,2
Specialistische GGZ 843 8 592 8,1
Verslavingsconsulenten huisarts 93 8,4 72 8,9

N = aantal respondenten

Blog #1 2018 Walther Tibosch, bestuurder NK: Samen leven, wonen, werken: perspectief hebben

Meedoen in de familie, straat, wijk en samenleving maakt gelukkiger. Een dak boven je hoofd maakt gelukkiger. Zinvolle dagbesteding (betaald of vrijwillig) maakt gelukkiger. Geen schulden hebben en inkomen hebben maken gelukkiger. Als verslaving de grip op je leven heeft overgenomen, komen in de heftigste gevallen relaties, het dak boven je hoofd, werk en inkomen zeer zwaar onder druk te staan. In sommige gevallen zelfs zo sterk dat je er totaal alleen voor komt te staan, zonder dak boven je hoofd, zonder werk, met grote schulden en ten einde raad.

Als dan, verplicht of vrijwillig, behandeling van de langdurige verslaving wordt ingezet, is het bijzondere van verslavingszorg dat naast herstelondersteuning voor de lichamelijke en psychische klachten, ook oplossingen worden gezocht voor de problemen met relaties, wonen, werk en financiën. ‘Totaal support’ op alle leefgebieden draagt er toe bij dat de kans op terugval afneemt. Een nieuw perspectief en Nieuwe Kansen dragen bij aan de duurzaamheid van het herstel. Anders gezegd; behandelen van een (ernstige) verslaving zonder perspectief is kansloos, een uitzondering daargelaten. Het gaat in het leven om meedoen, een zinvol bestaan leiden en er toe doen. Als daar lichtpuntjes in worden gecreëerd, dan is de kans dat je succesvol weerstand kan bieden aan de verslavende middelen veel groter en de kans op terugval kleiner.

NK wil graag een duidelijke verantwoordelijkheid nemen binnen de ‘totaal support’ van kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen in Brabant die last hebben of kunnen krijgen van leefstijl- en verslavingsproblemen. Ons doel is om dé expert te zijn op het gebied van preventie, behandeling (klinisch en ambulant, vrijwillig en in een gedwongen kader), levenslange ondersteuning bij chronische verslaving en reclassering. Wij streven ernaar dat onze verslavingskunde door middel van lokaal, nationaal en internationaal onderzoek, opleiding en kennisdeling – onder meer via het netwerk Verslavingskunde Nederland – door cliënten, samenwerkingspartners en opdrachtgevers als toonaangevend wordt ervaren.

Iedereen met een verslaving en/of verslavingsvraagstukken kan NK inschakelen. Hier werken de professionals en ervaringsdeskundigen die met hun verslavingskunde de beste bijdrage leveren aan het voorkomen van verslaving, het behandelen van verslaving, het ondersteunen van herstel en het omgaan met de gevolgen van verslaving. En hier werken de professionals en ervaringsdeskundigen die in het concept van ‘totaal support’ een intern NK-netwerk en een netwerk met samenwerkingspartners hebben om concreet perspectief te ontwikkelen op de leefgebieden samenleven, wonen, werken en financiën en oplossen van problemen uit het verleden.

En vooral hebben we de wil en de betrokkenheid om samen NIEUWE KANSEN te creëren voor mensen die het perspectief hebben verloren, zodat zij weer echt kunnen meedoen.

Voorwoord kwartaalbericht oktober 2017

Na een aantal moeilijke jaren heeft NK zich flink hersteld. Ons rendement is bijna op orde, dankzij een ingrijpende reeks maatregelen en de tomeloze inzet van onze medewerkers. Hoewel onze reserves nog beperkt zijn en we dus kritisch moeten zijn met onze investeringen, kunnen we wel weer meer de focus leggen op kwaliteit. Doorontwikkelen van ons personeel heeft daarbij een hoge prioriteit, zodat wij onze cliënten en hun omgeving, onze ketenpartners en financiers, optimaal kunnen blijven ondersteunen bij hun vraag. Wij willen toonaangevend blijven en die expertise voor u beschikbaar stellen!

Ook investeren we in onze kernwaarde Fijn behandeld. We zullen de wachttijden verder inkorten en meer ervaringswerkers inzetten die aanvullend aan onze zorg ondersteuning bieden aan cliënten. Met onze samenwerkingspartners, zoals gemeentes en ggz-instellingen, zullen wij intensiever kijken naar hun behoeften, zodat wij op maat behandeling en ondersteuning aan kunnen bieden. Zo werken we aan topklinische verslavingszorg, uitstekende BasisGGZ en expertise op het gebied van GHB. Ook zullen wij ons richten op het beter bereiken van doelgroepen zoals mensen met een licht verstandelijke beperking en ouderen.

Daarnaast is het doorbreken van stigma’s rondom verslaving een belangrijk thema. Stigma’s maken het herstellend verslaafden moeilijk om volledig in te maatschappij te re-integreren, bijvoorbeeld bij het zoeken naar nieuw werk of het versterken en uitbreiden van hun netwerk. Om het verhaal, de talenten en sterke kanten van herstellend verslaafden te laten zien, werkt NK mee aan veel projecten en initiatieven op dit gebied, zoals de theatervoorstellingen Who Cares, waarbij professionele theatermakers en ervaringsdeskundigen samenwerken.

Dit jaar onderzoeken we samen met de Dutch Design Foundation mogelijkheden om ook via dit platform het thema destigmatisering onder de aandacht te brengen, in een samenwerkingsverband tussen ontwerpers en ervaringsdeskundigen. En aan het begin van het nieuwe jaar organiseren we samen met theatergezelschap Coup Cura HUNKER, een boeiende nieuwjaarsbijeenkomst in alle  grote gemeentes van Brabant voor medewerkers, samenwerkingspartners en andere geïnteresseerden. De uitnodiging volgt!

In dit kwartaalbericht meer optimistische en hoopvolle berichten. Ik wens u veel leesplezier!

Walther Tibosch
Bestuurder NK

Yolo-types of cleane kneiters: steeds meer jongeren blazen zich op met anabolen

Ze duiken steeds vaker op bij hangplekken voor jongeren: spuiten en ampullen. Omwonenden denken in eerste instantie aan harddrugs en trekken aan de bel bij de gemeente, politie en NK. Kenners weten dat drugs tegenwoordig nog nauwelijks gespoten worden en dat die kleine groep gebruikers hoe dan ook niet te vinden is rond die hangplekken. Zij weten dat die gevonden spullen duiden op anabole steroïden: een hype die snel aan populariteit lijkt te winnen onder jongeren. Over opblazen en leeglopen, borstvorming, krimpende zaadballen, yolo-types en cleane kneiters…

Schimmige krachthonken  

Hans Wassink van de Dopingautoriteit is deskundige op het gebied van anabolen. Hans: “Doping is vaak in het nieuws, vooral in verband met de topsport. Gaat het specifiek om anabole steroïden, dan wordt er meestal aan grote bodybuilders in sportscholen gedacht, waardoor het lijkt alsof het gebruik zich beperkt tot schimmige krachthonken. Terwijl er in het gemiddelde fitnesscentrum ook dopingmiddelen worden gebruikt, en niet alleen anabole steroïden.” Volgens Hans heeft dit vooral te maken met de makkelijke beschikbaarheid van die middelen via het web en het feit dat er buiten de topsport geen controles en sancties zijn, maar een perfect lichaam wel steeds belangrijker is geworden. Zo is het gebruik breder verspreid geraakt. 

Opblazen en leeglopen

Snel gespierd worden zonder veel inspanning is de reden om doping gebruiken. Veel van de jonge(re) gebruikers bezoeken party’s en willen daar pronken. Ze zijn vaak al bekend met drugs, waardoor ze minder angstig zijn om doping te gebruiken. Daarbij kunnen ze het spul met een paar muisklikken via internet bestellen en zijn ze vaak niet erg goed bekend met de risico’s of wuiven die weg. Hans: “Van die yolo-types [‘you only live once’], die een kuurtje nemen als ze geld hebben. Als het geld op is, lopen ze leeg, want die spieren verdwijnen ook weer snel. Ze voelen zich niet erg lekker nadat die hormonen uit hun lijf zijn. Na een tijdje pakken ze dus de draad weer op, om vervolgens in een cirkel terecht te komen van opblazen en leeglopen.”

Borstvorming en krimpende zaadballen

Anabolen kunnen worden geslikt, maar worden ook vaak gespoten. Het gebruik van injectiespuiten vraagt de nodige zorgvuldigheid en hygiënische voorzorgmaatregelen. Dat maakt spuiten een risicofactor. Maar ook het gebruik van anabolen zelf heeft risico’s. Hans: “Veel jonge gebruikers weten niet welke negatieve bijwerkingen anabolen kunnen hebben of onderschatten die. Leverstoornissen en hartproblemen komen voor, maar ook haaruitval en abcessen. Maar we zien ook vaker agressief gedrag tijdens en depressieve gevoelens na het gebruik. En daarnaast kan het leiden tot impotentie door krimpende zaadballen, borstvorming bij mannen en vermannelijking bij meiden. Dat blijkt vaak het meest overtuigende argument om te stoppen of er helemaal niet aan te beginnen.”

‘Puur of kuur’

Ook in ons werkgebied komen we het gebruik steeds vaker tegen. In Werkendam en Helmond was dat voor onze preventiewerkers reden om met het jongerenwerk, de gemeente en de politie voorlichtingsbijeenkomsten te organiseren. Voor beide bijeenkomsten werd Hans Wassing ingevlogen. Preventiewerker Julia Gavrilenko: “Naar aanleiding van de gevonden spullen heeft het jongerenwerk interviews met jongeren gehouden. Daaruit bleek dat anabolengebruik zeker een thema was. Daarom hebben we onder de naam ‘Puur of kuur’ in Werkendam een scholing georganiseerd voor netwerkpartners, en posters en folders verspreid.” Collega Daniëlle Ketelaars organiseerde een bijeenkomst in Helmond. Daniëlle: “In Helmond lagen de spuiten en ampullen in de speeltuin. Ook kreeg de politie steeds meer meldingen over anabolen: in 2015 waren dat er 38, het jaar erop 45 en in de eerste helft van dit jaar al 32. De grote opkomst bij onze scholing is een indicatie dat anabolengebruik zeker leeft in Helmond.”

Cleane kneiters

In onze scholingen besteden we ook aandacht aan signalering. Niet iedere fors gespierde jongere gebruikt immers anabolen. Hans: “Er zijn ook wat ik noem ‘cleane kneiters’: jongens of meiden die zonder het gebruik van anabolen een sportieve fysiek weten op te bouwen. Dat kan heel goed. Een jonge vent kan met gedegen training en voeding over een jaar of twee, drie makkelijk tien tot vijftien kilo spiermassa opbouwen.” Als zich signalen voordoen van anabolengebruik of van stimulantia, is het zaak een open gesprek aan te gaan met die jongeren en te proberen de risico’s te beperken. De Dopingautoriteit spijkert sportinstructeurs, hulpverleners en artsen daarom bij over de effecten en bijwerkingen van anabole steroïden. Het boek ‘Doping: de nuchtere feiten’ van de Dopingautoriteit, is voor dat doel geschreven. Volgend jaar wordt voor de website van de Dopingautoriteit, Eigen kracht, ook een nieuwe leerlijn voor doping bij fitness ontwikkeld.

Meer informatie?

Op Eigen kracht vind je volop informatie over anabolengebruik en bij de Anabolenpoli van dr. Pim de Ronde in Hoofddorp kunnen gebruikers terecht als ze hulp nodig hebben. De preventiewerkers van NK blijven uiteraard een vinger aan de pols houden wat betreft de ontwikkeling van deze trend in Brabant. Vragen? Neem contact met ons op!

De snelle wereld van de cocaïne

Cocaïne: misschien wel de drug met het meest ‘glamorous’ imago. Filmsterren die een lijntje snuiven op een party, de drug van het grote geld, van donkere zonnebrillen en Italiaanse maatpakken, van nachtclubs, jachten en limousines. Dit is het beeld dat films en series ons voorschotelen, maar wat is er van waar? Wie gebruiken cocaïne en waarom? Welk beeld blijft er overeind van de snelle wereld van de cocaïne? Verrassend veel nog eigenlijk… 

Luxe drug

Drugsexpert Charles Dorpmans: “Ja, cocaïne wordt zeker wel beschouwd als ‘luxe drug’. Dan heb ik het even niet over basecoke, dat wordt gerookt door vooral harddrugsgebruikers, maar over snuifcocaïne. Cocaïne wordt door een brede doelgroep recreatief gebruikt, met het zwaartepunt op mensen van eind twintig, begin dertig en wat ouder. Dus niet zozeer op dance-evenementen, maar vooral in het reguliere uitgaanscircuit zoals clubs en bars. Cocaïnegebruikers zijn vaak hardwerkende mensen die wat te besteden hebben, want cocaïne is duur. Een gram cocaïne kost vijftig tot zestig euro. Daar kun je als beginnende gebruiker tien keer van snuiven, dat jaag je er in een avond zo doorheen. Naast de drank natuurlijk, want veel cocaïnegebruikers drinken er ook veel bij.”

Advocaten, artsen en snelle ICT’ers

“Cocaïne geeft een enorme boost aan je ego, je voelt je helemaal het mannetje, je voelt je beter, sneller, creatiever. Je barst van het zelfvertrouwen en de energie. In deze prestatiegerichte consumptiemaatschappij kan de verleiding van cocaïne groot zijn. Je moet erbij horen, je moet de beste zijn, je moet een topleven hebben. Daarom wordt cocaïne ook veel gebruikt buiten het uitgaansleven, door veel verschillende mensen, bijvoorbeeld advocaten, artsen, snelle ICT’ers…”

Van ‘hip’ naar ‘loser’

“Maar het probleem met cocaïne is dat de egoboost maar dertig minuten werkt en een enorme craving veroorzaakt om opnieuw te gebruiken. Als de cocaïne is uitgewerkt, voel je je somber en depressief. De neiging om dan opnieuw te gebruiken is groot, en zo raak je langzaam maar zeker verslaafd. Zo krijg je het typische beeld van de succesvolle man of vrouw die alles had, maar door de verslaving ook alles kwijtraakte. Geld, bezittingen, maar ook je gezondheid. Je kunt niet meer zonder, maar cocaïne put je energiereserves uit en je conditie holt nog sneller achteruit doordat je vaak ook slecht eet. Bovendien veroorzaakt cocaïne ook problemen met hart en bloedvaten, zeker in combinatie met alcohol. Als het versneden is, komen daar nog allerlei gevaarlijke gezondheidsrisico’s bij. Gelukkig zien we de versnijding met Levamisol – dat is een ontwormingsmiddel voor dieren – wat teruglopen.”

“Als je afhankelijk bent geworden van cocaïne, raak je snel diep in de problemen. Je bent ziek en verslaafd. Vanwege je geldproblemen kom je sneller in aanraking met criminaliteit, je wordt eenzamer, je komt nergens meer. En terwijl een recreatieve cocaïnegebruiker in bepaalde kringen een hip imago kan hebben – iemand die erbij hoort, iemand die geld genoeg heeft om zich deze levensstijl aan te meten – verandert dat volslagen als iemand afhankelijk wordt van cocaïne. Dan word je door diezelfde kringen ineens beschouwd als een loser. Maar voor cocaïnegebruik kies je zelf, voor cocaïneverslaving niet. Toch laat iedereen je dan vallen, terwijl je dan juist hulp nodig hebt.”

Niet normaal

“Cocaïneverslaving is lastig te overwinnen, omdat je zo gewend bent geraakt aan die onmiddellijke, snelle en intense beloning. Maar met een goede behandeling kun je wel herstellen van een cocaïneverslaving. Vaak moet je daarbij je leefstijl volledig veranderen. De plekken waar je altijd kwam, de mensen die je toen zag, daar kun je beter ver vandaan blijven. Je moet weer leren te genieten van andere beloningen die langer op zich laten wachten dan de snelle kick van de cocaïne. Ook moet je leren om weer op jezelf te vertrouwen en niet op de kunstmatige egoboost die cocaïne je geeft. En ten slotte is het verstandig om te stoppen met drinken, omdat alcohol ook zucht naar cocaïne kan oproepen.”

“We zullen moeten blijven focussen op het voorkomen van verslaving, vooral in de huidige tijdgeest van normalisering van alcohol- en drugsgebruik. Er zijn gelukkig nog altijd veel meer mensen die niet gebruiken dan wel, maar weinig mensen kijken ervan op als iemand toegeeft dat hij of zij wel eens een snuifje heeft gebruikt. Maar cocaïne gebruiken is nooit normaal, en zeker niet hip.”

GHB: hoop voor een hardnekkige verslaving

“GHB-verslaafden vinden hun leven mét GHB moeilijk, maar een leven zonder GHB ondraaglijk.” GHB-onderzoeker bij NK Harmen Beurmanjer gebruikt deze uitspraak vaak om de hardnekkigheid van deze verslaving te onderstrepen. Want een op de twee [correctie] behandelde GHB-cliënten meldt zich binnen drie maanden opnieuw aan bij de verslavingszorg. Hoe kan dat? En hoe krijgen we het succescijfer omhoog? Want herstellen kán wel: Ahmet* is al anderhalf jaar clean van GHB. Hij vertelt zijn verhaal, én wat hem heeft geholpen te herstellen. De zorg staat ook niet stil: mede op basis van het onderzoek van Harmen naar terugval bij GHB, worden binnen Brabant nieuwe ontwikkelingen opgestart. Hoop voor deze zeer hardnekkige verslaving…

Drinken, snuiven en spuiten

Ahmet is opgegroeid in West-Brabant, maar woont en werkt nu op een zorgboerderij van NovaFarm-Grip in de omgeving van Eindhoven, waar hij indien nodig ook begeleiding krijgt. Hij heeft met zowat alle drugs geëxperimenteerd, behalve met heroïne. In het begin was het op een bepaalde manier nog wel leuk en had Ahmet nog enige controle. Ahmet: “Voor ik GHB gebruikte, lukte het me meestal wel om een paar weken of een maandje te stoppen. Dat was helemaal afgelopen toen ik in extreme mate GHB en amfetamine ging gebruiken: ik dronk, snoof en spoot volop. De speed maakte me actief en ondernemend, van GHB werd ik suf. Ik raakte steeds meer afhankelijk van dat spul. Op een gegeven moment kwam het besef dat ik lichamelijk en geestelijk afhankelijk was. Ik kon niet meer terug, was verslaafd. Ik zag de gevaren en wilde stoppen. Ik heb vele pogingen gedaan, maar niks lukte.”

Wonderdrug wordt levensbedreigend

Doordat GHB aanvankelijk helemaal geen nadelen met zich mee lijkt te brengen – goedkoop, makkelijk verkrijgbaar, meer zelfvertrouwen zonder kater – lijkt het in het begin een wonderdrug. Maar de verslaving sluipt er snel in en is zeer moeilijk te overwinnen. Harmen in een eerder interview: “Als GHB-verslaafden niet gebruiken, krijgen ze zeer heftige ontwenningsklachten, zoals een delier, hevige angsten en ontregeling van autonome lichaamsfuncties, zoals de ademhaling en hartslag. Dat kan zelfs levensbedreigend zijn. Dus gebruiken ze elke paar uur GHB, dag en nacht. En niet alleen als ze ontwenningsklachten krijgen, maar ook als ze zich bewust worden van hun groeiende problemen. De GHB drukt alle negatieve emoties weg. Zo nemen de problemen toe, terwijl de GHB het besef hiervan volledig onderdrukt.” Bovendien is GHB erg moeilijk te doseren en leidt het dus nogal eens tot overdoseringen. Bij een op de vijf drugsincidenten in ambulances speelt GHB een rol, bijna 45% van de GHB-verslaafden is ooit in comateuze toestand binnengebracht op de Spoedeisende Hulp en 20% is zelfs eens of meermaals in coma op de intensive care beland. 

Van de straat geplukt

Ahmets strijd tegen de verslaving wordt pas succesvol nadat hij Alex van Dongen, preventiewerker bij Novadic-Kentron, tegen het lijf loopt. Die heeft mede gezorgd voor een keerpunt in zijn leven. Ahmet: “Ik heb geluk gehad dat ik Alex op het juiste moment tegenkwam. Anders was het misschien helemaal fout gegaan. Alex heeft mij letterlijk van de straat geplukt en gezorgd voor een opname bij Novadic-Kentron. Ik ben daar zo’n vier en halve maand behandeld. Met allerlei therapieën heb ik mezelf leren kennen en begrijpen. Dat was nodig om de verslaving serieus aan te pakken. Ik zag eindelijk, na al die schemerige jaren, weer licht aan het einde van de tunnel.” Tijdens zijn behandeling haalde Ahmet kracht uit zijn geloof: hij bad gedurende vijf maanden zeven dagen per week vijf keer per dag. Ook sportte hij veel, zodat hij een nieuwe en gezondere levensstijl ontwikkelde.

Geheimen

En ook heel erg belangrijk: de rol van Ahmets ouders en familie bij zijn herstel. Ahmet: “Ze hebben me altijd gesteund en ervoor gezorgd dat ik gemotiveerd bleef. Dat was cruciaal voor mij. Mijn ouders en zus zijn vanaf het eerste gesprek tot de laatste evaluatie betrokken geweest. De zogenoemde ‘naastbetrokkenengesprekken’ heb ik als zeer fijn ervaren. Ik heb mijn ouders dingen over mijn gebruik verteld die ik nooit eerder durfde te vertellen. Het is erg confronterend, omdat je dit onderwerp altijd verzwegen hebt. Maar het is ook een enorme opluchting en geeft een vrij gevoel geen geheimen meer voor hen te hebben en over alles te kunnen praten.”

Weg uit je eigen omgeving

Inmiddels is Ahmet al anderhalf jaar zonder GHB. Hij is er trots op dat het hem gelukt is zo lang clean te blijven. Te vaak heeft hij meegemaakt, maar ook gezien, dat het toch weer mis gaat. “Clean blijven is sowieso moeilijk, je moet je hele leven op je hoede blijven”, weet Ahmet. “Wat zeker niet helpt is in je eigen omgeving blijven. Je komt voortdurend op plekken die je meteen aan gebruik doen denken. Daar word je ontzettend door geprikkeld. Daarom heb ik ervoor gekozen na mijn behandeling niet terug te gaan naar die oude omgeving. Het was moeilijk en eng om de plek te verlaten waar je heel je leven hebt gewoond en geleefd. Maar ik had geen keuze, ik wist dat dit de enige oplossing was. Ik kon die omgeving niet veranderen, dus besloot ik zelf te veranderen in een nieuwe omgeving.”

Knokken

Steun uit je eigen netwerk, het ontwikkelen van een nieuwe en betere leefstijl, aandacht voor het leven na je behandeling: Ahmets verhaal onderstreept dat dit belangrijke factoren zijn in het herstel. Vindt Ahmet dat er ook iets moet veranderen aan de hulpverlening om de extreem hoge terugval bij GHB-verslaafden terug te dringen? Ahmet: “Ik denk dat terugval voor ieder individu anders is. Voor de een is het een gevecht, een ander hoeft er minder hard voor te knokken. Mijn advies aan de hulpverlening zou wel zijn om na de behandeling GHB-verslaafden aan te raden een andere omgeving op te zoeken en hen daarbij te helpen.”

Succes aanpak Etten-Leur

Het nut van dat advies bevestigt ook preventiewerker Alex van Dongen. Hij heeft veel contacten met GHB-verslaafden in Etten-Leur en omgeving. Zo heeft hij destijds ook Ahmet ontmoet. Alex is ook betrokken bij het ontwikkelen van een nieuwe aanpak voor GHB-verslaving in Etten-Leur. Alex: “We hebben met alle lokale maatschappelijke partners maandelijks overleg over het thema GHB. Alle bekende GHB-verslaafden worden besproken en er worden onderling afspraken gemaakt om hen in een traject te krijgen dat perspectief biedt. Begeleid en beschermd wonen in een andere omgeving wordt daarbij ook ingezet.” De aanpak is succesvol, blijkt uit cijfers van de gemeente Etten-Leur: sinds de start van het project zijn 53 casussen besproken, waarvan er 44 in behandeling zijn gegaan. Van die behandelde GHB-verslaafden zijn er 29 clean gebleven. Andere gemeenten in West-Brabant hebben inmiddels plannen om de aanpak in Etten-Leur over te nemen.

Problemen met GHB-gebruik? Neem contact met ons op!

*Ahmet is een fictieve naam.

Hoe kunnen we mensen met een licht verstandelijke beperking weerbaarder maken?

Het valt niet mee om te herstellen van een verslaving, laat staan als je een licht verstandelijke beperking (LVB) hebt. Mensen met een LVB zijn vaak erg beïnvloedbaar, waardoor ze kwetsbaar zijn voor misbruik. Ze kunnen moeilijker beslissingen nemen voor de lange termijn en de motivatie is ook bij hen vaak wisselend. In een maatschappij die steeds ingewikkelder wordt, is de verleiding groot om ‘ja’ te zeggen tegen drugs en alcohol en zo alle problemen te ‘vergeten’. Sociotherapeute Carolien Staaks vertelt over deze kwetsbare, stoere, vriendelijke, boze, lieve, complexe doelgroep en wat zij nodig hebben. 

Ingewikkelde maatschappij

Carolien: “Dit is een doelgroep met heel veel problemen: ze hebben een verslaving, cognitieve en psychiatrische problemen en vaak zijn ze ook getraumatiseerd. Ze worden enorm overvraagd. De maatschappij is veel ingewikkelder geworden. Je moet tegenwoordig van alles zelf regelen, meestal digitaal. Denk bijvoorbeeld aan je belastingen, gemeentezaken, enzovoorts. Met openbaar vervoer kun je alleen nog reizen met de OV-chipkaart. Procedures en regeltjes zijn vaak complex en omslachtig. Voor mensen met een LVB is dat allemaal niet te behappen, en vaak beginnen ze er niet eens meer aan, waardoor kleine problemen enorm uit de hand lopen. Dat leidt vaak tot onbegrip en conflicten. Je ziet ook lang niet altijd aan iemand dat hij of zij een IQ heeft van 60 of 70. Ze zijn soms verbaal heel sterk, maar als je dan doorvraagt, blijkt toch dat ze heel veel niet begrijpen. Maar ze begrijpen heus wel hoe de maatschappij hen ziet. Hulp vragen is dan ook moeilijk. Ze willen hun problemen niet accepteren, willen ook geen gezichtsverlies lijden. Uit pure machteloosheid worden ze soms boos, maar eigenlijk zit er dan vooral onmacht onder.”

Knokploeg

“Deze cliënten zijn ook vaak erg beïnvloedbaar. Zo had ik een cliënt – een grote, stoere vent onder de tatoeages – die door zijn ‘vrienden’ werd ingezet als eenmansknokploeg. Dat deed hij om er maar bij te horen. Dat is schrijnend. Je kunt je ook goed voorstellen dat zo iemand onder groepsdruk alcohol of drugs gaat gebruiken, en dan is dat uiteindelijk het enige waar ze nog van genieten. Maar de problemen worden hier natuurlijk niet minder door. Veel cliënten met LVB wonen begeleid, en het gebruik heeft dan ook zijn weerslag op de woongroep. Een cliënt onder invloed kan boos of agressief zijn en dat maakt andere cliënten bang.”

Gevaarlijke situaties

“Ook de medewerkers in de LVB-sector, de begeleiders op zo’n woongroep, weten soms niet hoe ze hiermee om moeten gaan. Ze hebben vaak ofwel geen beleid, ofwel een zerotolerancebeleid. Wat er gedaan wordt, is sterk afhankelijk van de begeleiders. Die brengen zichzelf soms ook in gevaarlijke situaties, door midden in zo’n crisis bijvoorbeeld alle drank van de kamer weg te gaan halen. Goed om het gebruik bespreekbaar te maken, maar misschien niet op zo’n moment…”

Niveau van een kind, maar volwassen problemen

“Voor ons is samenwerking met de LVB-sector enorm belangrijk. Wij hebben de expertise voor het behandelen van verslaving, zij hebben veel kennis over en ervaring met de doelgroep. Zij leren ons wat een cliënt kan of niet kan, want dat is niet altijd te zien aan de buitenkant, en de onderlinge verschillen zijn groot. Ook de juiste bejegening is belangrijk. Deze cliënten hebben op sommige gebieden een niveau van een kind, maar hebben wel de problemen van een volwassene. Ze hebben moeite met lange gesprekken over hun problemen, maar je moet hen wel met respect behandelen en betrekken bij beslissingen. Andersom weten wij veel over middelen en verslaving, en wij kunnen medewerkers van een instelling of woonvoorziening leren omgaan met het middelengebruik. En natuurlijk behandelen wij de cliënt voor zijn of haar verslaving. Zo is er voor onze doelgroep een aangepaste cognitieve gedragstherapie, die is ontwikkeld door deskundigen op LVB-gebied, en bieden we ook behandelingen zoals Mindfulness.

Knuffels

“Als een cliënt bij ons opgenomen wordt op de afdeling LVB, proberen we hem of haar weerbaarder te maken. De therapieën zijn in principe dezelfde als bij de reguliere afdelingen, maar ze duren korter en we maken meer gebruik van herhaling en van plaatjes en pictogrammen. We proberen vooral te werken aan de motivatie, en ook is het ‘clean’ worden natuurlijk een belangrijk doel. Ook werken we aan verzorging en gezond eten en een goede dagstructuur. We proberen de cliënt handvatten mee te geven en oefenen ook samen in moeilijke situaties. We bieden therapie aan, maar ook niet te veel. Ontspanningstherapie, creatieve therapie en agressieregulatietraining werken vaak goed bij deze cliënten. Ook werken met beloningen is bij deze doelgroep vaak erg effectief. Op de kliniek hebben we bijvoorbeeld een beloningskast met allerlei kleine cadeautjes: boekjes, knuffels, huisdecoratie of verzorgingsproducten. Als ze bijvoorbeeld een hele week op tijd een urinecontrole hebben gedaan met goed resultaat, mogen ze daar iets uit kiezen. Het zijn kleine dingen, maar het werkt heel goed.”

Schone lei

“Maar misschien wel het belangrijkste is om een goed plan te maken voor na de behandeling. Duurzaam weerbaar maken van deze cliënten is vaak niet haalbaar. Ze hebben veel herhaling nodig en steun vanuit het netwerk. We willen meer gaan inzetten op transmurale zorg: voorafgaand aan opname en ook in het bieden van nazorg in de thuisomgeving. Natuurlijk geldt voor elke cliënt dat steun uit het netwerk heel belangrijk is, maar voor deze doelgroep geldt dat nog meer. Ze zijn zo beïnvloedbaar: het is belangrijk dat die invloed positief blijft! Dus werken we samen met de cliënt maar vooral ook met de andere begeleiders uit de LVB-sector aan een plan op het gebied van gezondheid, wonen, dagbesteding enzovoorts. Soms is het beter als iemand bijvoorbeeld naar een andere woongroep gaat, met een schone lei begint.”

Niet-aangeboren hersenletsel

“Met de juiste behandeling en begeleiding kan het heel goed gaan. Zo had ik een cliënt met een cocaïneverslaving, een man van een jaar of vijfentwintig met niet-aangeboren hersenletsel na een ongeluk. Hij had alles opnieuw moeten leren, maar had nog steeds problemen met onder meer zicht, concentratie en energie. We kwamen erachter dat hij vooral cocaïne gebruikte omdat hij zijn beperkingen niet kon accepteren. Daar hebben we dus aan gewerkt. Op de afdeling ging het heel goed met hem, hij was gemotiveerd en kon ook steeds beter accepteren wat er met hem aan de hand was. Na de behandeling ging hij terug naar zijn eigen woning. Daar heeft hij met wat klussen echt een eigen plekje gemaakt. Er stond goede begeleiding voor hem klaar en hij had goede dagbesteding. Dit is een mooie illustratie van hoe behandeling door ons en begeleiding vanuit de sector prachtige resultaten op kunnen leveren.”

De meest charmante doelgroep

“Het is geen gemakkelijke doelgroep, maar ik wil nog wel benadrukken dat het wel een erg leuke doelgroep is om mee te werken. Als je aansluiting hebt gevonden, als je het vertrouwen hebt gewonnen, krijg je er ook heel veel voor terug. Het zijn vaak de meest charmante, liefste en vriendelijkste mensen met wie je kunt werken.”

Verslaafden in herstel verzetten bergen in Schaijk

Wie zijn verslaving overwint en zijn leven weer op de rit krijgt, is fantastisch goed bezig. Maar een aantal verslaafden in herstel gaan nog een stap verder, en willen hun ervaringen ook inzetten om anderen te helpen. Veel organisaties en zorginstellingen, waaronder ook Novadic-Kentron, omarmen de inzet van ervaringsdeskundigheid: het is een win-win-win-situatie die Nieuwe Kansen biedt voor de verslaafde in herstel, voor cliënten en voor de zorg. Een geweldig voorbeeld van een initiatief dat naadloos aansluit bij die ontwikkeling, vinden we in Schaijk (gemeente Landerd). Een groep verslaafden in herstel en mensen uit hun naaste omgeving, met de naam ‘Moed-Brabant, maak(t) verslaving bespreekbaar’, heeft hun zorgen over het toenemende drugsgebruik in de regio omgezet in daden. Moed-Brabant verzet bergen en is daar voorlopig nog niet mee klaar. 

Rigoureus stoppen

Peter Peters (27), verslaafde in herstel, is een van de initiatiefnemers van het eerste uur. Jarenlang was cocaïne zijn ‘drug of choice’, maar ook dronk hij veel en gebruikte naast cocaïne zowat elke andere drug die voorhanden was. Vier jaar geleden liep hij volledig vast. Peter: “Ik maakte er echt een zootje van. Mijn relatie liep stuk, ik had geen rooie cent meer en ging niet meer naar mijn werk. Mijn tweelingzus regelde een afspraak bij huisarts Van Kollenburg. Die verwees me naar Novadic-Kentron in Den Bosch. Daar was enige wachttijd, dus stopte ik op eigen kracht. Drie maanden gebruikte ik niks, maar uiteindelijk kon ik het niet bolwerken.” Peter werd opgenomen in een twaalfstappenkliniek. Dat hielp: op dit moment is hij al bijna anderhalf jaar ‘clean’ en gebruikt hij geen alcohol, drugs of sigaretten. 

De dokter, de deskundige en de burgemeester

Na zijn herstel wilde Peter, samen met Wim Jillesen (eveneens verslaafde in herstel), zijn zus en moeder ‘iets doen’ om het drugsgebruik in Schaijk bespreekbaar te maken. Daarmee was de basis gelegd voor Moed-Brabant. Het eerste idee was een grootschalige informatieavond voor de hele gemeenschap. Het gezelschap besprak dit plan in eerste instantie met huisarts René van Kollenburg,

René: “Ik was direct enthousiast en blij dat Moed-Brabant iets wilde doen aan een in mijn ogen groot probleem. Ik adviseerde hen om voor inhoudelijke ondersteuning contact te zoeken met Charles Dorpmans, preventiewerker van Novadic-Kentron. Die had ik een keer aan het werk gezien bij een nascholingsbijeenkomst. Ook hij was direct bereid om met Moed-Brabant de plannen verder voor te bereiden.” De laatste hobbel was geld. Peter: “We hadden een klein budget nodig voor de huur van de ruimte en voor koffie en thee. Daarom zijn we met burgemeester Bakermans gaan praten. Die was ook enthousiast en zegde toe de avond te financieren.” 

Bekende figuren in Schaijk

De informatieavond, die 17 mei onder de naam ‘Laten we het er eens over hebben’ plaatsvond, bleek een schot in de roos. Maar liefst 250 tot 300 inwoners van Schaijk kwamen opdagen. Peter: “Die grote opkomst verbaasde ons niets. De avond is aangekondigd in de plaatselijke media, we hebben posters opgehangen en flyers verspreid en Wim en ik zijn bekende figuren in Schaijk. We waren blij met de enorme belangstelling. Dat was voor ons een teken dat veel dorpsgenoten zich op een of andere manier betrokken voelen bij of bezorgd zijn over het gebruik in de gemeente.”

Charles praatte als spreekstalmeester de avond aan elkaar. Ook hij blikt er enthousiast op terug: “Toch geweldig wat die gasten voor elkaar gebokst hebben. Op die manier naar buiten treden om te voorkomen dat anderen ook verslaafd raken. Het levensverhaal van Wim Jillesen was indrukwekkend, ook door de manier waarop hij zich kwetsbaar opstelde voor dorpsbewoners die hem allemaal kennen. Ik blijf hen zeker ondersteunen met kennis en inhoud.”

Moeders

Inmiddels zijn we een paar maanden verder. Moed-Brabant is spontaan uitgebreid: er zijn moeders bijgekomen en de huisartsen en de gemeente zijn ook vertegenwoordigd. Het gezelschap is nu met z’n tienen. Peter: “Met die club hebben we een expertmeeting gehouden onder leiding van Charles Dorpmans. En we hebben in september twee vervolgavonden georganiseerd, één speciaal voor jongeren en één voor ouders. Ook op die avonden kunnen we tevreden terugkijken: druk bezocht en veel enthousiasme.” En inmiddels is ook de website van Moed-Brabant in de lucht. Daarop onder andere informatie over middelen en verslaving, links naar de hulpverlening, een zelftest en een oproep om bij problemen contact op te nemen met iemand van Moed-Brabant (info@moed-brabant.nl of 06-83 66 95 23). 

Iets teweeg brengen

Maar Moed-Brabant heeft nog meer plannen. Peter: “Door de geslaagde avonden zijn we ervan overtuigd dat we als groep iets teweeg kunnen brengen. We willen scholen, sportclubs, jongerenwerk en dergelijke in Schaijk en omgeving gaan benaderen om voorlichting te geven. Die moet betaalbaar zijn, laagdrempelig en dicht bij de mensen. We denken hiervoor een klein budget nodig te hebben. Daarover gaan we in gesprek met de gemeente.” Maar ook Charles wil het Schaijkse initiatief verder uitdragen. “De 40 gemeenten in Noordoost-Brabant zijn in gesprek om gezamenlijk aan preventie te gaan doen. Dat project heeft als werktitel ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’. Misschien zijn er ook in andere gemeenten dergelijke initiatieven te ontplooien. Hoe mooi zou dat zijn. Ondertussen is de eerste lijn hier bediend met een deskundigheidsbevordering ‘Signaleren, bespreekbaar maken’, hebben de vrijwilligers van Jeugdbelang Zeeland een drugsbijeenkomst gehad en verzorg ik met Moed-Brabant voor alle huisartsen uit de omgeving op 9 oktober een expertmeeting.” 

Safe house

Ten slotte start Peter, samen met zijn zus en een andere ervaringsdeskundige, ook een initiatief op het gebied van de hulpverlening. Ze zijn bezig om samen een vorm van begeleid en beschermd wonen te realiseren in Schaijk. “We zijn een huis in Schaijk aan het opknappen dat dienst gaat doen als safe house. Daar kunnen maximaal zes jongeren uit de regio begeleid worden die kampen met alcohol- of drugsproblemen. We bieden een plek waar ze niet in aanraking komen met alcohol of drugs en een luisterend oor als ze het moeilijk hebben. Per 1 november komt de eerste bewoner.”

Een dag uit het leven van een psychiater bij NK

NK zoekt psychiaters die bij ons willen komen werken! Psychiater bij een verslavingszorginstelling is mogelijk niet de meest voor de hand liggende keuze voor een willekeurige psychiater, maar wel een heel goede. NK is misschien wel een van de meest boeiende en veelzijdige plekken waar een psychiater aan de slag kan. Om zelf een goede diagnose te kunnen stellen, heb je volledige en juiste informatie nodig. Christina Sonneborn, psychiater op de afdelingen Dubbele Diagnose Gesloten Opname en Dubbele Diagnose Behandeling, neemt je daarom mee op een rondleiding door haar dag. 

7.00 uur: administratie

Christina Sonneborn: “Ik begin graag vroeg. In dat eerste, rustige uurtje werk ik mijn administratie bij. Niet het leukste onderdeel van mijn werk, maar het moet wel gedaan worden. Ik heb hier trouwens niet zoveel moeite mee. Ik krijg veel ondersteuning van mijn collega’s, bijvoorbeeld van de behandelcoördinator. Ik hoef bijvoorbeeld de behandelplannen niet helemaal alleen te schrijven, maar alleen na te kijken en aan te vullen.”

8.00 uur: medisch ochtendrapport

“Met medisch ochtendrapport zijn we gestart toen we begonnen met de opleiding van artsen tot psychiater. We bespreken dan samen met de artsen de bijzonderheden van die nacht. Dat gaat niet alleen om cliënten in de kliniek, maar ook bijvoorbeeld om cliënten in hostels, van het project GHB in de cel – waarbij GHB-verslaafde arrestanten worden gemonitord – en van ziekenhuizen of huisartsen die ambulante cliënten behandelen. En natuurlijk zetten we ook de nodige acties uit.”

8.15 uur: multidisciplinair overleg

“Ik ben psychiater bij twee afdelingen, dus heb ook twee keer een overdracht van een half uur. Dat is een krappe planning, maar het dwingt mensen ook om relevante, beknopte informatie te geven. Dit zijn multidisciplinaire overleggen, MDO’s, dus we bespreken hier alle bijzonderheden met verpleegkundigen, artsen, vaktherapeuten enzovoorts. Dat is een leuk onderdeel van mijn werk: iedereen levert input vanuit zijn eigen expertise, dus je krijgt vanuit verschillende perspectieven observaties over cliënten. Zo ben ik helemaal op de hoogte. Ook maken we nog cliëntafspraken voor die dag; ik probeer altijd wat ruimte in mijn agenda open te houden voor cliënten die acuut psychiatrische hulp nodig hebben.”

9.15 uur cliëntcontacten

“Het grootste deel van mijn werkdag heb ik cliëntcontacten. Die zijn heel uiteenlopend. Ik heb bijvoorbeeld eerst een kennismakingsgesprek met een cliënt die pas is opgenomen. Ik breng de problematiek in kaart en bouw een werkrelatie met iemand op. Het is boeiend om in een kort tijdsbestek de juiste informatie naar boven te halen voor een goede diagnose.

Daarna heb ik bijvoorbeeld vervolgafspraken, over medicatie, maar ook meer therapeutische gesprekken. Ik geef ook regelmatig systeemtherapie, wat inhoudt dat ik ook spreek met het ‘systeem’ van de cliënt, bijvoorbeeld de ouders. Vaak wordt een verslaving mede in stand gehouden door patronen binnen de omgeving van de cliënt; die proberen we dan te doorbreken.

De cliënten die ik zie, zijn vaak cliënten met zeer complexe problemen. Vanwege de ernst van de problemen zijn dit meestal klinische cliënten. Zij hebben naast hun verslaving vaak ernstige psychiatrische problemen. Ze lijden bijvoorbeeld aan schizofrenie of hebben een bipolaire stoornis. Vaak hebben ze ook meerdere aandoeningen tegelijkertijd, zoals ADHD en een posttraumatische stress-stoornis. Die complexiteit is voor een psychiater natuurlijk heel boeiend.

Onderdeel van mijn werk is ook om af en toe als onafhankelijk psychiater cliënten te beoordelen voor wie een rechterlijke machtiging is aangevraagd. Ik moet dan beoordelen of er inderdaad zoveel gevaar is voor deze cliënt zelf of de omgeving dat een gedwongen opname gerechtvaardigd is. Ik ga dan soms mee met het team IHT – Intensieve Hulp Thuis – op huisbezoek.”

Tussendoor: overleggen

“Tussen de cliëntafspraken door heb ik ook af en toe overleggen met andere medewerkers. Zo werken wij bij NK met Vitale Teams. Teams krijgen zelf veel meer verantwoordelijkheden, en worden daarin begeleid zodat ze die ook kunnen dragen. Daarnaast heb ik regelmatig afstemmingsoverleg met de behandelteams waar ik werk. En dan kunnen er ook nog incidentele overleggen tussendoor komen, zoals de geneesmiddelencommissie.”

Tussendoor: onderzoek en ontwikkeling

“Voor onderzoek is momenteel op een willekeurige dag niet zoveel tijd. De schaarste aan psychiaters is nog zo groot, dat ik vooral heel uitvoerend bezig ben. Maar dat is een tijdelijke situatie. Op de behandelafdeling Dubbele Diagnose hebben we bijvoorbeeld dossieronderzoek gedaan en hebben we bekeken welke cliënten met welke diagnoses het beter doen. Daarover hebben we gepubliceerd. En momenteel zijn we met het ontwikkelteam aan het bekijken hoe we een beter aanbod kunnen samenstellen voor cliënten met autisme en verslaving.”

Tussendoor: onderwijs

“En dan is er natuurlijk nog onderwijs. Ook een leuk deel van mijn werk. Op twee afdelingen hebben we een stageplek. Ik begeleid een verslavingsarts in opleiding en een AIOS, een assistent in opleiding tot specialist, in dit geval dus een psychiater in opleiding. Samen bekijken we hoe het gaat met de medewerker in opleiding, en we bespreken én spreken ook samen cliënten. Dit is leuk werk en ook erg nuttig. Binnenkort komt iemand die ik heb opgeleid weer terug als nieuwe collega!”

17.00 uur, einde dag

“Ja, ik heb wel lange dagen, maar ik werk ook niet elke dag hier. Ik ben deels ook werkzaam voor de GGzE. Ik denk dat er veel psychiaters zijn die met veel plezier bij NK zouden werken. In vergelijking met GGZ-instellingen is dit een relatief kleine organisatie, dus de lijnen zijn kort en je hebt veel invloed op het beleid. Je hebt als psychiater hier ook veel keuzemogelijkheden om het soort werk te doen dat je aanspreekt. De bereikbaarheidsdiensten zijn niet erg belastend: omdat de verslavingsartsen de voorwacht zijn, hoef ik maar heel zelden naar de locatie als ik bereikbaarheidsdienst heb. Het is ook rustiger, er zijn minder separaties of crisissituaties. En het belangrijkste: de doelgroep is heel erg boeiend, met veel complexe en met elkaar verweven problemen. Dus ik werk hier met veel plezier, en ik zou graag willen dat meer psychiaters de weg naar NK zouden vinden!”

Werken als psychiater bij NK?

Geïnteresseerd? Bekijk onze vacatures. Je kunt hier ook een video bekijken van een andere psychiater die bij ons in dienst is.

Novadic-Kentron algemeen derde kwartaal 2017

Binnen NK staan de organisatieontwikkeling en de onderzoeken naar samenwerking met Zorg van de Zaak nog steeds prominent op de agenda. We schrijven nog steeds zwarte cijfers en het project Vitale Teams bewijst in toenemende mate zijn meerwaarde. We staan garant voor een kwalitatief hoogwaardig behandelaanbod voor onze cliënten en blijven ons als verslavingsexpert profileren. Dat doen we sinds medio oktober samen met een aantal collega-instellingen, verenigd in Verslavingskunde Nederland. In deze nieuwsbrief vindt u een overzicht van deze en een aantal andere opvallende ontwikkelingen in het derde kwartaal van 2017.

Novadic-Kentron neemt deel aan Verslavingskunde Nederland

Om het verslavingsprobleem in Nederland beter te behandelen en het behandelbereik te vergroten, vormen vanaf 16 oktober 2017 twaalf organisaties, waaronder Novadic-Kentron, samen Verslavingskunde Nederland. De samenwerkende partijen zijn daarmee een krachtig en zichtbaar landelijk netwerk dat de expertise bundelt om meer mensen met verslavingsproblematiek sneller, efficiënter en effectiever te bereiken. Onze organisatie is via bestuurder Walther Tibosch, die de rol van voorzitter heeft, vertegenwoordigd in Verslavingskunde Nederland. Ook de voorzitter van onze cliëntenraad, Hendrik Hartevelt, is lid van Verslavingskunde Nederland.

Een van de belangrijkste speerpunten van het netwerk is het verlagen van de drempel naar verslavingszorg door krachtige profilering en het doorbreken van stigma’s rondom verslaving, onder andere door de inzet van ervaringsdeskundigen. Verslavingskunde Nederland brengt kennis en kunde bij elkaar in zeven programmalijnen rondom verschillende thema’s. Op de website van Verslavingskunde Nederland vind je, naast inhoudelijke informatie over de verschillende programmalijnen, meer uitleg over de deelnemers, het doel en de missie van Verslavingskunde Nederland.

Presentatie field-lab in Tilburg

Walther Tibosch heeft namens NK contact gezocht met de provinciebestuurders van Brabant, business school TIAS (verbonden aan de universiteiten van Tilburg en Eindhoven) en adviesbureau Berenschot. De vraagstelling was: hoe kunnen we door inzet van Big Data en met een meer gecoördineerde en geïntegreerde benadering:

  • via nieuwe samenwerkingsvormen en nieuwe bekostigingsmodellen nog beter verslaving voorkomen;
  • persoonlijk leed voorkomen, verminderen en/of verkorten;
  • maatschappelijke last voorkomen en/of verminderen;
  • onderzoek, opleiden en vernieuwen van een integrale aanpak op een adequate wijze bekostigen?

Op dit moment spreken we hierover met alle Brabantse gemeenten, zorgverzekeraars en Veiligheid en Justitie (ook SVG), maar er zijn veel meer betrokken partijen op alle leefgebieden van de Brabantse burgers. Daarom hebben we de provincie gevraagd om als pilot twee field-labs (praktijkomgevingen in een wijk waarin geëxperimenteerd kan worden met zorginnovatie) mogelijk te maken, zodat we daarna wat we leren kunnen vertalen naar geheel Brabant. De eerste stappen daartoe hebben inmiddels plaatsgevonden.

Vormgevers Dutch Design Week aan de slag met destigmatisering

Mensen die lichamelijk ziek zijn, kunnen rekenen op steun en begrip; als ze die ziekte hebben overwonnen, worden ze gezien als vechters en zijn ze helden. Maar verslaafden worden vaak gezien als losers, zelfs als ze in herstel zijn. Onze organisatie wil het stigma rond verslaving aanpakken en helpen doorbreken, om (ex-)verslaafden Nieuwe Kansen te bieden om weer volledig mee te kunnen doen in de maatschappij.

Om deze reden heeft NK samenwerking gezocht met de Dutch Design Foundation. Zij willen graag aan deze doelen meewerken! Eind oktober worden dan ook een aantal vormgevers die deelnemen aan de Dutch Design Week uitgenodigd voor een brainstormsessie met medewerkers en ervaringsdeskundigen van onze organisatie. Dat moet tot nieuwe ideeën leiden voor het doorbreken van het stigma rond verslaving. Uiteindelijk leidt dat tot een opdracht voor een van de deelnemende vormgevers om de ideeën verder uit te werken tot een campagne.

Nul verkeersdoden in Brabant

De provincie heeft dit jaar samen met Veilig Verkeer Nederland en andere partners het initiatief genomen voor een grootschalige verkeersveiligheidscampagne ‘NUL verkeersdoden in Brabant’. Op twee fronten is onze organisatie betrokken bij onderdelen van deze campagne. De eerste loopt al enige tijd, en is gericht op de drinkende 55-plusser die achter het stuur kruipt. Ria Egelmeer en Iris de Man zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling en uitvoering van die deelcampagne.

De andere deelcampagne heeft betrekking op drugs in het verkeer, naar aanleiding van de speekseltest waarmee bestuurders vanaf 1 juli 2017 gecontroleerd kunnen worden op drugsgebruik. Onze preventiewerker Charles Dorpmans nam deel aan de denktank om deze campagne voor te bereiden. Posters en filtertips (gebruikt bij het rollen van een joint) met als thema ‘Ik rij… drugsvrij: doe de belofte’ worden verspreid via onder meer coffeeshops. De posters en filtertips verwijzen naar de pagina Drugs in het verkeer op de website www.nulverkeersdodenbrabant.nl. Op die site is te zien dat inmiddels bijna 20.000 keer de belofte is gedaan om drugsvrij te rijden. 

Phenibut in opkomst

Sinds 2016 wordt Novadic-Kentron regelmatig benaderd met hulp- en informatievragen over het supplement Phenibut, wat een indicatie is voor de toename van het gebruik. Veelgestelde vraag is of Phenibut gebruikt kan worden als middel om af te kicken van GHB. Gebruikers geven aan Phenibut te gebruiken om ’s nachts te kunnen doorslapen en om zelf af te kicken van GHB. Zij vragen zich vaak af hoe ze Phenibut kunnen afbouwen. Deze ontwikkelingen zijn voor NK aanleiding om in het kader van het Expertpanel Breda onderzoek te doen naar het gebruik van Phenibut in de regio Breda.

Via semi-gestructureerde interviews willen de onderzoekers de toegenomen populariteit van het middel Phenibut en de motieven voor gebruik in kaart brengen. De vergaarde informatie kan vervolgens gebruikt worden om beleid en voorlichting af te stemmen met betrekking tot gebruikers, verslavingszorg, GZZ, gemeenten, politie en justitie. De resultaten en aanbevelingen worden verwerkt in een eindrapport, dat naar verwachting begin 2018 voor publicatie gereed is. 

Speciale avond voor (Marokkaanse) moeders in Veldhoven

Na enkele voorlichtingen in Veldhoven werd geconstateerd dat het moeilijk is om Marokkaanse moeders te betrekken bij reguliere voorlichtingsavonden voor ouders. Omdat de wijk Zonderwijk een behoorlijke Marokkaanse gemeenschap telt, heeft welzijnsorganisatie Cordaad op donderdagavond 12 oktober een voorlichting in Veldhoven georganiseerd waarbij alleen vrouwen werden uitgenodigd. Dit in de verwachting dat dit de komst van Marokkaanse moeders zou vergroten. De opkomst bij deze avond maakte duidelijk dat het ondanks deze speciale formule lastig blijft om deze doelgroep te bereiken. Er waren slechts zes moeders aanwezig. Met deze moeders werd het gesprek aangegaan over uitgaan, alcohol en drugs. De avond werd afgesloten met voorlichting over hoe je als moeder gebruik kunt herkennen en wat je kunt doen om problemen door gebruik bij je kind te voorkomen. Oftewel: hoe belangrijk het is om het gesprek met je kind over uitgaan, alcohol en drugs aan te gaan. 

Homeparty Etten-Leur

Soms beginnen mooie initiatieven kleinschalig. In Etten-Leur had Annemiek Voesenek, moeder van twee tieners en wijkmanager bij de gemeente, vragen over hoe zij in het kader van de campagne ‘Nix18’ het gesprek over alcohol en drugs met haar kinderen moest voeren. Zij merkte dat ook andere moeders uit haar kennissenkring behoefte hadden aan handvatten om afspraken te maken en het gesprek te beginnen. Ze besprak dit dilemma met preventiewerker Alex van Dongen. Ze kwamen op het idee om bij Annemiek thuis een homeparty te organiseren. De animo was groot, dat bleek wel uit de respons op een appje van Annemiek: binnen een half uur lieten twaalf moeders weten erbij te willen zijn. De avond was zeer geslaagd. Alex vertelde het gezelschap over middelengebruik, het belang van afspraken en regels, en reikte handvatten aan voor het gesprek met de kinderen. Annemiek is binnen de gemeente in gesprek over hoe aan dit initiatief op grotere schaal een vervolg kan worden gegeven. Dat hier veel behoefte aan is, is wel duidelijk! 

Infolunches met wijkteams

Steeds meer hulp wordt verleend in de directe omgeving van de cliënt. In alle gemeenten zijn daartoe wijkteams ingericht. Vaak ontbreekt het binnen die teams aan kennis over en ervaring met het thema verslaving. Daarom heeft de gemeente Oss NK opdracht gegeven de deskundigheid van de wijkwerkers te vergroten. Onze preventiewerkers hebben vijf infolunches georganiseerd als deskundigheidsbevordering voor de medewerkers van de wijkteams uit Oss en Bernheze. Tijdens deze lunches werden thema’s besproken als trends in middelengebruik, signaleren en de rol van naasten. In september en oktober zijn de eerste drie infolunches uitgevoerd. Er waren telkens rond de twintig deelnemers die zeer geïnteresseerd waren in de thema’s. De laatste twee bijeenkomsten zijn gepland voor november.  

Samen voorbij verslaving

In de regio Hart van Brabant is Kentra24 een van de 23 partners van het samenwerkingsverband SJS (Samenwerkende Jeugd Specialisten). Samen met gemeenten en cliëntorganisaties werkt SJS aan de best passende zorg voor kinderen en gezinnen. In opdracht van de SJS werd twee jaar geleden door een werkgroep, waaraan Kentra24 en andere jeugdhulpaanbieders deelnamen, een notitie geschreven over druggebruik in de jeugdsector: ‘Integrale aanpak middelenproblematiek’. Om dit document meer te laten zijn dan een papieren tijger, werd een subsidieaanvraag ingediend bij het Innovatienetwerk Jeugd Hart van Brabant, ‘Samen innoveren voor en mét de jeugd’: een initiatief van negen gemeenten in de regio Midden-Brabant. Er werd een pilot gestart vanuit de verkenningsfase waarbij een begin is gemaakt met een integrale aanpak van jeugdzorg, verslavingszorg en ervaringsdeskundigheid. De aanpak is beschreven vanuit het oogpunt van de jongeren, de ervaringswerkers en de professional. Vanuit het verkenningstraject kwam naar voren dat innoveren tussen twee grote instellingen vraagt om ruimte om buiten gestelde kaders te acteren, taboedoorbrekend te werken en inhoudelijk te ontwikkelen.

De samenwerking is Kentra24 en Kompaan/De Bocht goed bevallen: beide zien de gezamenlijke aanpak als absolute meerwaarde voor de behandeling van jongeren met verslavingsproblemen. Ze willen deze dan ook voortzetten en verder ontwikkelen, maar ook delen en uitbreiden naar andere organisaties, scholen en het voorliggend veld. Op 1 november houden Irene Dijkstra namens Kentra24 en Anneleen Jongsma namens Kompaan/De Bocht een pitch voor het Innovatienetwerk Jeugd om opnieuw subsidie te verkrijgen. Meer informatie over Samen voorbij verslaving vindt u op de website van het Innovatienetwerk.

Landelijk netwerk jeugdverslavingszorg trekt land in voor behoud specialisme

Het netwerk jeugdverslavingszorg is opgericht omdat jeugdverslavingszorg in het snel veranderende zorglandschap voor jeugdigen als specialisme dreigt te verdwijnen. Aanbieders van jeugdverslavingszorg moeten vanuit bedrijfsmatig oogpunt steeds vaker overwegen niet langer verslavingszorg voor jeugdigen aan te bieden. Afzonderlijke contractering door individuele gemeenten, of in geval van klinische zorg jeugdhulpregio’s, zorgt voor versnippering van een relatief klein aanbod. Dit veroorzaakt een onevenredig hoge administratieve lastendruk en het belemmert de zorginhoudelijke doorontwikkeling van de jeugdverslavingszorg.

Het netwerk jeugdverslavingszorg heeft zich daarom als taak gesteld jeugdverslavingszorg als specialisme te borgen en op de kaart te zetten bij zowel de gemeentes als partners in de jeugdhulpketen. Irene Dijkstra, hoofd van Kentra24, de jeugdafdeling van NK, is aangesteld als voorzitter van het netwerk jeugdverslavingszorg, dat nauw verbonden is met Verslavingskunde Nederland. Een overzicht van huidige stand van zaken is door GGZ Nederland en het netwerk beschreven in de brochure ‘Jeugdverslavingszorg in beeld’ voor jeugdhulpregio’s en gemeenten. 

Verslaving en LVB: training medewerkers Dichterbij

Instellingen in de LVB-branche (Licht Verstandelijke Beperking) hebben regelmatig te maken met overmatig alcohol- en/of drugsgebruik door cliënten (zie ook elders in dit magazine). LVB-instelling Dichterbij raadpleegde daarom Novadic-Kentron. Op verzoek van Dichterbij werd onlangs een trainingsdag uitgevoerd. Deze dag werd geleid door Karin van Gompel (preventiewerker bij NK) en Carolien Staaks (sociotherapeut LVB-afdeling). Karin van Gompel: “Tijdens deze trainingsdag hebben wij de medewerkers van Dichterbij op een interactieve manier kennis laten maken met de meest gebruikte middelen en de trends in gebruik. Vervolgens werd in subgroepen besproken welke signalen zich bij de verscheidene middelen kunnen voordoen. Ook werden vragen beantwoord over hoe medewerkers van Dichterbij hun cliënten het beste kunnen begeleiden bij middelengebruik. De leergierige medewerkers van Dichterbij waren unaniem enthousiast en gaven aan dat de trainingsdag absoluut een meerwaarde heeft voor hun werk.” Eind oktober verzorgen Karin en Carolien opnieuw een trainingsdag voor een tweede groep medewerkers van Dichterbij.

Herstelondersteunende zorg derde kwartaal 2017

NK beschouwt herstelondersteunende zorg als een van de belangrijkste pijlers in haar visie en koers. Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. Hier leest u belangrijke ontwikkelingen in het derde kwartaal.

Herstelpunt eind september geopend

Eind september is met een drukbezochte bijeenkomst en informatiemarkt het Herstelpunt (eerder aangekondigd als Bureau Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid) officieel geopend. Het Herstelpunt geeft advies, informatie en dient als uitzendbureau voor ervaringswerkers. Het eerste herstelpunt is gevestigd op onze hoofdlocatie in Vught, komende tijd willen we ook in Breda en Eindhoven een Herstelpunt openen. Daarnaast onderzoeken we mogelijkheden om een chatfunctie te starten die wordt bemand door ervaringswerkers.

Medewerkers, cliënten maar ook ketenpartners kunnen bij het Herstelpunt terecht voor advies of informatie over alle aspecten van herstelondersteunende zorg. Cliënten kunnen er bijvoorbeeld informatie krijgen over zelfhulpgroepen, instanties die hen kunnen helpen op verschillende levensgebieden of over het inzetten van hun eigen ervaringen. Maar ook ketenpartners en andere externe partijen staan wij heel graag te woord. Wilt u in uw organisatie bijvoorbeeld coachingsgroepen starten voor cliënten/patiënten, of wilt u zelf ook aan de slag met ervaringsdeskundigheid? Neem dan contact met ons op! Het herstelpunt is te bereiken op telefoonnummer 073-684 97 40 of mail herstelpunt.nieuwe-kansen@novadic-kentron.nl.

Gezocht: vrijwilligers!

NK wil de inzet van ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen* uitbreiden, maar zoekt daarvoor dringend vrijwilligers! Uiteraard gaan we kijken welke NK-cliënten graag hun eigen ervaringen willen inzetten om anderen te helpen. Maar om ervaringswerker bij NK te worden, is behandeling bij NK niet noodzakelijk. Kent u cliënten met een verslavingsachtergrond die hun ervaringen om willen zetten in iets positiefs? Vrijwilligerswerk kan een belangrijke stap zijn in het herstel van cliënten of patiënten: ze doen ervaring op in een werksituatie, leren belangrijke vaardigheden en leren op een andere, meer positieve manier te kijken naar hun eigen verhaal. Daarnaast kan vrijwilligerswerk ook voor een gevoel van zingeving zorgen. Vrijwilligers bij NK kunnen in verschillende functies aan het werk: als herstelmedewerker, bij de Cliëntenraad, op afdelingen… Kent u cliënten die hiervoor in aanmerking zouden willen komen? Attendeer hen op onze oproep! Cliënten worden bij ons intern getraind, via verschillende stappen. Interesse of vragen? Neem contact op met herstelpunt.nieuwe-kansen@novadic-kentron.nl.

* Wij gebruiken de term ervaringswerkers voor alle vrijwilligers die hun eigen ervaringen inzetten om anderen te helpen. Een ervaringsdeskundige is iemand die daarnaast een opleiding op het gebied van zorg of op het gebied van herstelondersteuning heeft gevolgd.

Samenwerking Avans Hogeschool

Afgelopen zomer is een convenant met Avans Hogeschool afgesloten om met behulp van leergemeenschappen voor verschillende thema’s samen toekomstbestendige beroepsprofessionals op te leiden. Herstelondersteunende zorg is één van die thema’s. Inmiddels zijn twee ervaringsdeskundigen van NK aan de slag gegaan binnen Avans. In rollenspellen oefenen ze met studenten, die leren hoe ze herstelondersteunend kunnen werken, en meteen ook veel kennis opdoen over verslaving en verslavingszorg.

Ambassadeur Samen Sterk zonder Stigma

Marcella Mulder, teamleider Herstelondersteunende zorg en inzet ervaringswerkers, is ambassadeur geworden van de stichting Samen Sterk zonder Stigma. Marcella zal in deze functie bij verschillende organisaties op bezoek gaan, om het thema destigmatisering op de kaart te zetten. Marcella doet dit mede aan de hand van haar eigen verhaal. Zij is zelf ervaringsdeskundige en kan dus uit eigen ervaring vertellen over de stigma’s die verslaafden en herstelde verslaafden tegenkomen. Vindt u destigmatisering een belangrijk thema en wilt u haar graag zelf hierover spreken? Dat kan! Stuur een mail naar marcella.mulder@novadic-kentron.nl om een afspraak te maken.

Landelijke bijeenkomst Verslavingskunde Nederland tegen destigmatisering

26 september heeft in Amersfoort een landelijke bijeenkomst plaatsgevonden waarbij GGZ Nederland en een aantal verslavingszorginstellingen afspraken hebben gemaakt over destigmatisering. Als verslavingszorginstellingen gaan we gezamenlijk een boodschap naar buiten brengen, waarbij elke deelnemende instelling woordvoerders aan zal leveren, die namens Verslavingskunde Nederland een boodschap over imago en stigma naar buiten brengen. Alle woordvoerders krijgen een training aangeboden, in samenwerking met stichting Samen Sterk Zonder Stigma.

Ervaringsdeskundigen geven workshops in Eindhoven

In samenwerking met NK-gemeentecoördinator Donna Weijers hebben ervaringsdeskundigen onlangs drie workshops gegeven aan de wijkteamgeneralisten van WijEindhoven. Zij werden door verschillende organisaties geïnformeerd over de vormen van zorg die in en rondom Eindhoven beschikbaar zijn. De workshops van onze ervaringswerkers zijn ervaren als informatief en inspirerend. Naar aanleiding van deze workshops wordt de informatie op de Steunwijzer Eindhoven geplaatst en kunnen de generalisten van WijEindhoven gebruik maken van het aanbod Samen Herstellen van NK. Bent u werkzaam bij een gemeente of welzijnsorganisatie in Brabant? Neem voor meer informatie contact op met Marcella Mulder, marcella.mulder@novadic-kentron.nl.

Bijdrage Belgisch handboek ‘Naar een herstelondersteunende verslavingszorg’

NK heeft een bijdrage geleverd aan het onlangs verschenen Belgische handboek ‘Naar een herstelondersteunende verslavingszorg’ onder redactie van Prof. Wouter Vanderplasschen en Prof. Freya Vander Laenen. Het boek geeft een conceptuele verdieping van het begrip herstel en reikt handvatten aan over hoe herstelgerichte zorg en ondersteuning in de praktijk vorm kan krijgen. Wetenschappelijk medewerker Cor Verbrugge schreef samen met de landelijke cliëntenvertegenwoordiging een hoofdstuk: ‘Herstelondersteuning in Nederland: een stand van zaken’.

Will Hawkins Foundation wint VGZ-prijs ‘Hersteleuro 2017’

De Will Hawkins Foundation (WHF) kreeg op 7 september de prestigieuze VGZ-prijs ‘Hersteleuro 2017’ uitgereikt, uit handen van juryvoorzitter Wilma Boevink. De WHF is in 2009 opgericht op initiatief en met financiële steun van Novadic-Kentron. De afgelopen jaren is de WHF als mede-organisator nadrukkelijk betrokken geweest bij het theaterproject ‘Who cares’. Bij de finale in het hoofdkantoor van VGZ in Arnhem hield de WHF-delegatie, met onder andere onze collega en bestuurslid van de WHF Cor Verbrugge, met acht andere genomineerde projecten een pitch, en werden vragen van de jury beantwoord. Uiteindelijk was de WHF één van de vier winnende projecten. De jury: “De WHF zet direct in op contact met kwetsbare mensen en genereert met hen creativiteit. Ze helpt mensen met verslaving en/of psychische problemen overeind met muziek en theater. Omgekeerd, door de vele contacten in de samenleving, leiden de activiteiten tot wederzijds begrip en opheffing van stigma. Een klein en sympathiek initiatief met grote gevolgen voor individu en maatschappij.”

Cliëntenraad NK sterk vertegenwoordigd in cliëntenbelangenorganisatie Stichting het Zwarte Gat en het netwerk Verslavingskunde Nederland

Voorzitter van de Cliëntenraad Hendrik Hartevelt is sinds januari van dit jaar lid van het algemeen bestuur van Stichting het Zwarte Gat (ShZG) en vervult daarin de rol van vicevoorzitter. ShZG bevordert onder andere de toepassing van herstelondersteunende zorg en de inzet van ervaringsdeskundigen. ShzG was bijvoorbeeld initiator van het Handvest van Maastricht en recent betrokken bij het opstellen van de zorgstandaarden Alcohol en Niet-opioïde drugs, een multidisciplinaire richtlijn en enkele generieke modules. Ook neemt Hendrik deel aan het netwerk Verslavingskunde Nederland, in de programmalijn Onderzoek en opleidingen en in de stuurgroep. Door deze sterke vertegenwoordiging wordt de stem van de cliënten van NK naar een landelijk niveau gebracht en kan invloed worden uitgeoefend op de ontwikkelingen in de (herstelondersteunende) zorg.

Cijfers

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal/Breda 109
Tilburg 104
Den Bosch/Oss 99
Eindhoven/Helmond 53

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal 12
Breda 24
Tilburg 8
Den Bosch 10
Eindhoven 10
Oss 6
Den Bosch ouderengroep 6

Deelnemers Coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 8
Tilburg 6
Den Bosch 15
Eindhoven 12

Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 0
Tilburg 1
Den Bosch 6
Eindhoven 5
Vught 4
Sint Oedenrode 2

Aantal vrijwilligers/ervaringswerkers

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 27
Unity 17
Cliëntenraad 9
Herstelmedewerker Herstelpunt 6
Herstelmedewerker afdelingen 8

 

Kwaliteit en onderzoek derde kwartaal 2017

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, heeft NK veel aandacht voor het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied in het derde kwartaal van 2017. 

Onderzoek naar invloed licht op slaap-waakritme verslaafden

Suzanne Mertens, stagiaire bij het NK FACT-team in Den Bosch, studeerde onlangs af aan de Technische Universiteit Eindhoven op het onderwerp invloed van licht op het slaap-waakritme bij studenten en mensen met een chronische alcoholverslaving. Na dit onderzoek verkreeg zij haar mastertitel voor de opleiding ‘Human-Technology Interaction’ aan de TUE, een samenwerkingsproject tussen TU Eindhoven en NK.

Het onderzoek vond het afgelopen kwartaal plaats, onder leiding van hoofdonderzoekers dr. Karin Smolders en prof. Yvonne de Kort. Op 3 oktober werden de resultaten gepresenteerd bij het NK FACT-team in Den Bosch. De belangrijkste conclusies van deze pilotstudie waren dat het onderzoek uitvoerbaar is en dat de doelgroep van chronische verslaafden het belang van dit onderzoek onderkent, maar het onderzoek bleek ook voor een confronterende bewustwording te zorgen met betrekking tot het dagelijks gebruik van de proefpersonen.

Bij de presentatie sloten onderzoekers van de Universiteit van Utrecht en van zorginstelling Arkin Amsterdam aan, ter voorbereiding op een grotere gezamenlijke studie die medio 2018 uitgevoerd zal worden bij zestig mensen met een alcoholverslaving die behandeld worden bij Novadic-Kentron en Arkin. Dit onderzoek wordt gefinancierd door ZonMw in opdracht van het Ministerie van VWS.

Onderzoek N-acetylcysteine: middel heeft positief effect bij zucht naar cannabis

Rouhollah Qurishi (verslavingsarts) en Marieke Stams (orthopedagoog), beiden werkzaam bij Kentra24, hebben samen met hun co-auteurs op 9 oktober een artikel gepubliceerd in het International Journal of Psychiatry. Het artikel gaat over een casestudy waarin bij een aantal klinische cliënten is getoetst wat het effect is van het vrije verkochte geneesmiddel N-acetylcysteine op de zucht naar cannabis. N-acetylcysteine is bekend als een slijmverdunner. Het maakt taai slijm in de luchtwegen meer vloeibaar, waardoor het slijm makkelijker is op te hoesten. Het kan worden gebruikt bij hoest, COPD, astma en cystische fibrose. Maar N-acetylcysteine heeft ook een belangrijke functie in de hervorming van glutamaat, de stof die vrijkomt in de hersenen bij zucht. Uit verschillende onderzoeken en de casestudy blijkt dat N-acetylcysteine goed werkt tegen de zucht naar cannabis, maar het middel kan ook een positieve invloed hebben bij psychiatrische ziekten zoals obsessief-compulsieve stoornis, schizofrenie, stemmingsstoornissen (unipolaire en bipolaire), autisme en neurodegeneratieve stoornissen zoals de ziekte van Alzheimer en Parkinson. Uit de casestudy blijkt dat N-acetylcysteine met name een positief effect heeft op de zucht naar cannabis voor klinische cliënten met co-morbide psychiatrische problematiek.

Indicatie voor zorg en behandeling in de verslavingszorg

Dr. Boukje Dijkstra, directeur en onderzoeker NISPA en dr. Laura DeFuentes-Merillas, senior wetenschappelijk medewerker van NK, hebben in het kader van een opdracht voor Resultaten Scoren onderzoek gedaan naar de indicatie voor zorg en behandeling in de verslavingszorg. In dit samenwerkingsproject tussen het NISPA en IVO werd een systematische inventarisatie uitgevoerd van de zorgtoewijzing in de huidige praktijk, die werd aangevuld met recente wetenschappelijke literatuur. Doel van het project was te komen tot een verdere verfijning en verdere ontwikkeling van indicatiestelling en beslisregels binnen de reguliere verslavingszorg, en duidelijkheid te verkrijgen over welke criteria en beslisregels gehanteerd moeten worden om te bepalen:

(a)   wanneer specialistische zorg en behandeling geïndiceerd is en wanneer generalistische basiszorg;
(b)   wanneer klinische opname in de verslavingszorg geïndiceerd is;
(c)   wanneer chronische zorg geïndiceerd is.

Dit Resultaten Scoren-project had ook als doel om de indicatiestelling en beslisregels in de verslavingszorg landelijk te standaardiseren, om daarmee de praktijkvariatie te verminderen wat betreft toewijzing aan zorgniveaus en opnamegraad tussen verslavingszorginstellingen. De resultaten van de literatuurreview van dit project worden gepresenteerd op 2 november tijdens een symposium van het NISPA.

De voorspellende validiteit van de MATE-S ten opzichte van de MATE

Cliëntvariabelen bepalen wat de meest geschikte behandeling is voor een cliënt en zouden onder andere van invloed moeten zijn op het geïndiceerde zorgzwaarteniveau. Binnen de verslavingszorg wordt gezocht naar manieren om cliënten toe te wijzen aan passende zorgtrajecten met behulp van instrumenten ten behoeve van triage. De MATE is hiervan een belangrijk voorbeeld. De MATE is een semigestructureerd face-to-face interview en bevat tien verschillende vragenlijsten. De MATE screener (MATE-S) heeft als doel te screenen op de ernst van middelengebruik ten behoeve van zorgzwaartetoewijzing. Onze collega’s Lieke Knapen, GZ-psycholoog en Klinisch Psycholoog i.o., en dr. Laura DeFuentes-Merillas, senior wetenschappelijk medewerker, doen een onderzoek naar de voorspellende validiteit van de MATE-S ten opzichte van de MATE. Tijdens het NISPA-symposium op 2 november worden de eerste resultaten gepresenteerd. 

Nieuwe cursus Verslaving voor GZ-psychologen door NK-medewerkers beoordeeld met 8,6

Medewerkers van NK verzorgden dit voorjaar voor opleidingsspecialist RINO Zuid een nieuwe cursus “Verslaving in combinatie met psychiatrische comorbiditeit” voor GZ-psychologen. De cursus werd verzorgd door Harmen Beurmanjer (hoofddocent), Maaike van Irsel, Paul Robben en Wim Booltink. De toekomstige GZ-psychologen waren zeer enthousiast en beoordeelden het onderwijs gemiddeld met een 8,6. In de feedback werd onder meer genoemd dat ze na de cursus een veel beter beeld van de behandelbaarheid van verslaving en van NK als instelling hadden gekregen. Enkele quotes van cursisten:

  • “Ik heb geleerd dat verslaving eigenlijk heel goed te behandelen is, daar dacht ik vooraf anders over.”
  • “Superfijne docenten! Met én veel kennis én didactisch onderlegd.”
  • “Het meest leerzaam was de verbinding die werd gelegd tussen wetenschappelijk onderzoek en voorbeelden uit de praktijk.”

Verslavingsreclassering en Forensische verslavingszorg derde kwartaal 2017

Cliënten die verslaafd zijn en delicten hebben gepleegd en daardoor met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de Verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de Forensische verslavingszorg. Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. Hieronder een terugblik op het derde kwartaal van 2017.

Verslavingsreclassering haalt opnieuw HKZ-R-certificaat

In september 2016 heeft de Verslavingsreclassering (VR) voor het eerst het HKZ-R-certificaat behaald. Deze norm wordt als eis gesteld door het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Tijdens de audit destijds werden onder andere het jaarplan, de risico-inventarisatie en managementrapportages besproken. Om ook in 2017 gecertificeerd te blijven, heeft het team Kwaliteit en beleid van Novadic-Kentron een prospectieve risicoanalyse (een analyse voorafgaand aan de uitvoering) opgesteld. Daarin werd aangegeven welke maatregelen nodig zijn om de geconstateerde risico’s te voorkomen of te beperken. Dinsdag 5 september vond weer een tussentijdse HKZ-R-evaluatie plaats. Dit keer zijn vooral de primaire processen van VR besproken. De VR werd geprezen om de gedrevenheid van de geïnterviewde reclasseringswerkers en om het feit dat het primaire proces goed is ingericht. Onze VR blijft dus HKZ-R-gecertificeerd, zonder opmerkingen en kanttekeningen. Complimenten en dank aan alle VR-collega’s die daaraan bijgedragen hebben!

VR op zoek naar gebruiksvriendelijk diagnose-instrument

In september 2017 startte binnen het project ‘Slimmer reclasseren’ een pilot met een nieuw diagnose-instrument voor de reclassering, met als werktitel Geïntegreerd Diagnose Instrument (GDI). GDI is ontwikkeld omdat veel reclasseringswerkers de huidige instrumenten, zoals de RISc, QuickScan, de B-SAFER en het Snel Advies, niet gebruiksvriendelijk vinden. GDI staat vanaf begin september in IRIS (Integraal Reclasserings Informatie Systeem). GDI is geschikt is voor alle adviesmomenten.

In de pilot gaan ruim tweehonderd adviseurs twee maanden lang werken met GDI. De bedoeling is dat reclasseringswerkers GDI gebruiken bij cliënten bij wie nog geen ander diagnose-instrument is ingezet. Zij testen zo of het nieuwe instrument gebruiksvriendelijk, voldoende duidelijk en volledig genoeg is. Ook wordt de mening van het OM, DJI en ZM gevraagd over de adviezen. Tijdens en na de pilot wordt op basis van de ervaringen het nieuwe instrument aangepast en krijgt het een definitieve naam, waarna het binnen de volledige verslavingsreclassering gebruikt kan worden. 

Reclassering aan de slag met jongeren (vervolg)

In ons vorige magazine hebben we gemeld dat onze VR meedoet aan een pilot om gedragstraining in te zetten voor 16- tot 18-jarigen. De eerste stap was dat medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming (RvK) en de Jeugdreclassering (JR) kennis maakten met de gedragstraining, zodat ze door advies aan de jeugdrechter jonge delinquenten kunnen laten instromen in de gedragstraining.

Inmiddels zijn de eerste drie kandidaten aangemeld. Marijke de Veer heeft de primeur en heeft 17 oktober een startgesprek met de eerste cliënt. Marijke is een van de zes VR-collega’s die de vijfdaagse SVG-opleiding tot gedragstrainer gevolgd heeft. Marijke: “De eerste cliënt voor deze gedragstraining is een jongen van 17, een hardnekkige spijbelaar die door drugsgebruik niet gemotiveerd is om naar school te gaan en zo de leerplicht ontduikt. Binnen de leefstijltraining maken we doorgaans verslavingsgedrag bespreekbaar met 25- tot 40-jarige cliënten. Nu dus als proef een jonge cliënt. Daardoor zijn er wel enkele verschillen ten opzichte van de training voor volwassenen. Bij die gesprekken is normaal gesproken een toezichthouder van de reclassering aanwezig. Nu ook de ouders en de begeleider van de Raad voor de Kinderbescherming. En bij volwassenen werken we meestal met groepstrainingen, nu individueel. En ten slotte wil ik meer visualiseren, werken met beeldmateriaal.”

Als de training het gewenste effect sorteert, worden de gedragstrainingen voor jongeren vanaf 16 jaar landelijk uitgerold.     

Governance derde kwartaal 2017

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. Hierbij zijn onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend. We gaan regelmatig met cliëntvertegenwoordigers, ervaringsdeskundigen en de OR of andere medewerkers om de tafel om de gewenste kwaliteit te definiëren, de benodigde organisatie af te stemmen en samen te beoordelen of NK haar opdracht waar maakt om Brabant gezonder, veiliger en socialer te maken. In dit artikel een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in het derde kwartaal. 

Cliëntenraad

In de afgelopen maanden is de Cliëntenraad in gesprek gegaan met een aantal aandachtsfunctionarissen Cliënt en Kwaliteit uit de Vitale Teams. Daarbij is gesproken over de invulling die deze medewerkers aan hun taak geven, welke informatie zij nodig hebben en welke problemen zij tegenkomen. Verder wordt gesproken over wat deze functionarissen en de CR voor elkaar kunnen betekenen. Zo kan onder meer, mede na overleg met de bestuurder, bekeken worden hoe de teams op een effectievere manier signalen uit de afdelingsbezoeken (tot 1 oktober hebben de CR-leden een kleine 130 bezoeken afgelegd) kunnen oppakken en oplossen. Verder heeft de CR positief geadviseerd over de jaarrekening 2016 van NK en de voorgenomen verkoop van het pand Edisonlaan in Tilburg. Tot slot nam de CR deel aan een klankbordsessie over de voortgang met betrekking tot de samenwerking met Zorg van de Zaak. 

Deelname voorzitter Cliëntenraad aan netwerk Verslavingskunde Nederland

Voorzitter van de cliëntenraad Hendrik Hartevelt is toegetreden tot het netwerk Verslavingskunde Nederland (VkN). VkN is een landelijk netwerk van acht instellingen voor verslavingszorg (VNN, Novadic-Kentron, Jellinek, Tactus, Mondriaan, IrisZorg, Brijder en Antes), Trimbos Instituut, GGZ Nederland, Resultaten Scoren en cliëntvertegenwoordiging Stichting het Zwarte Gat. De samenwerkende partijen vormen een krachtig en zichtbaar landelijk netwerk dat hun expertise bundelt om meer mensen met verslavingsproblematiek sneller, efficiënter en effectiever te bereiken. Het bestuur bestaat naast Hendrik Hartevelt als cliëntvertegenwoordiger uit inhoudelijk deskundigen en bestuurders/directeuren van de deelnemende instellingen. Hendrik gaat zich met name richten op de aandachtspunten herstel, herstelondersteunende zorg en inzet van ervaringsdeskundigheid. 

Ondernemingsraad

Het afgelopen kwartaal heeft de OR zich met name gericht op de jaarrekening 2016, de Kaderbrief 2018 en de maandrapportages van NK. Ten aanzien van de ontwikkelingen rondom Zorg van de Zaak spreken bestuurder en OR elkaar in de overlegvergaderingen. Verder is de OR samen met de afdeling HR bezig om vorm en inhoud te geven aan de herziene Arbowet, die per 1 juli is ingegaan. Insteek van deze wet is om een betere samenwerking te realiseren tussen OR, preventiemedewerker en Arbo-arts om preventie van klachten beter te verankeren.

Raad van Toezicht

Buiten de besluitvorming over de stichting MHC, waarover hieronder meer, heeft de Raad van Toezicht in het afgelopen kwartaal mee richting gegeven aan het proces van het komen tot strategische samenwerking met Zorg van de Zaak. Eind september heeft een delegatie uit de RvT ook gesproken met een delegatie van de Raad van Commissarissen en hoofddirectie van Zorg van de Zaak. Dit om binnen het voorgestelde samenwerkingsmodel governance-afspraken te borgen die passen bij de belangen van NK, en van NK en Zorg van de Zaak tezamen.

Mogelijke samenwerking Zorg van de Zaak

Zoals bekend onderzoeken NK en het bedrijvennetwerk Zorg van de Zaak momenteel de mogelijkheden van samenwerking. Na een periode waarin veel tijd en energie is besteed aan het maken van goede afspraken met zorgverzekeraars, zijn de gesprekken met Zorg van de Zaak recent weer in volle omvang hervat. Daarbij zoeken we naar een samenwerkingsmodel dat vruchtbaar is voor beide partijen. Er is goede hoop dat we daar later dit jaar meer over kunnen meedelen.

Governancestructuur stichting Mental Health Caribbean (MHC)

MHC, een stichting op de BES-eilanden die is opgericht door NK, levert al enkele jaren succesvol geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg aan cliënten op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De Raad van Bestuur en Raad van Toezicht besloten onlangs dat de governancestructuur van de stichting MHC beter (en meer lokaal verankerd) kan worden. Besloten is daarom dat deze stichting een eigen bestuurder en Raad van Toezicht krijgt (merendeels bestaand uit personen met binding met de MHC-regio), waarmee MHC bestuurlijk ontvlecht wordt van NK (nu heeft MHC nog dezelfde bestuurder en Raad van Toezicht als NK).

Vitale Teams

Onlangs is binnen NK de Kaderbrief 2018 (met de titel Nu Kwaliteit) vastgesteld door MT en bestuur, waarna deze breed verspreid is binnen NK om de kaders voor het komende jaar uit te werken in concrete afdelingsjaarplannen. Een belangrijk punt in de kaderbrief is de visie op Vitale Teams. De teams zijn zelf verantwoordelijk voor kwaliteit en prestaties, en krijgen ruimte en faciliteiten om die verantwoordelijkheid ook te kunnen nemen binnen de gegeven kaders op de gebieden Kwaliteit, Cliënt, Medewerker en Rendement. Dit betekent een omslag in de besturing van NK: de verantwoordelijkheden worden heel concreet steeds lager in de organisatie neergelegd. In 2018 wordt deze besturingsfilosofie verder doorontwikkeld. In het voorjaar van 2018 zullen alle teams begeleid zijn bij het proces om Vitaal Team te worden, inclusief de teams van medewerkers in ondersteunende functies.

Cijfers derde kwartaal 2017

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over de eerste drie kwartalen van 2017: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In de eerste drie kwartalen van 2017 waren 6.944 cliënten in behandeling, versus 7.206 in de eerste drie kwartalen van 2016. Van hen zijn 907 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.215
Opiaten 765
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 1.027
Xtc 8
Cannabis 800
GHB 191
Gokken 184
Overig of onbekend 1.754

 

Geslacht Aantal
man 5.272
vrouw 1.672

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.852
24-50 jaar 4.334
18-23 jaar 642
< 18 jaar 116

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste drie kwartalen van 2017 zijn in totaal 758 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 789 in de eerste drie kwartalen van 2016.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 68
Opiaten 5
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 115
Xtc 7
Cannabis 271
GHB 13
Gokken 31
Gamen 65
Overig of onbekend 183

 

Leeftijd Aantal
12 1
13 6
14 9
15 24
16 37
17 39
18 67
19 89
20 109
21 113
22 135
23 129

 

Geslacht Aantal
Mannen 589
Vrouwen 169

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 juli: 726
Aantal medewerkers per 1 juli: 855 

Aantal fte per 1 oktober: 736
Aantal medewerkers per 1 oktober: 866

Cliënttevredenheid

Recent zijn de cliënttevredenheidscijfers over de eerste drie kwartalen van 2017 bekend geworden, hieronder de cijfers per onderdeel, vergeleken met 2016.

Clienttevredenheid N 2016 rapportcijfer 2016 N 2017 rapportcijfer 2017
(jan-sep)
Totaal zorg NK
(BasisGGZ en specialistische GGZ)
1.079 8 718 8,1
Reguliere BasisGGZ 236 8,3 126 8,2
Specialistische GGZ 843 8 592 8,1
Verslavingsconsulenten huisarts 93 8,4 72 8,9

N = aantal respondenten

 

Voorwoord kwartaalbericht juli 2017

Samen Creëren

In onze missie Samen Nieuwe Kansen Creëren, staan Nieuwe Kansen centraal. Vooral voor onze cliënten zijn die letterlijk van levensbelang. Maar die twee woorden staan tussen twee andere woorden die die Nieuwe Kansen ondersteunen en realiseren: Samen Creëren. Co-creatie is voor ons een rode draad bij alles wat wij ondernemen. Samen met ketenpartners en opdrachtgevers creëren wij de beste preventie, zorg, herstelondersteuning, forensische verslavingszorg en verslavingsreclassering.

Samen met de adviseurs van P5COM, en natuurlijk met onze enthousiaste en betrokken medewerkers, creëren wij samen Vitale Teams. Deze teams krijgen zelf inzicht in hun prestaties, zowel wat betreft kwantiteit als kwaliteit, en worden ook zelf verantwoordelijk hiervoor. Mede dankzij de efficiënte maar vooral ook inspirerende aanpak van de mensen van P5COM, die intensief samenwerken met onze teambegeleiders die gedurende het hele traject de implementatie ondersteunen, is dit project een groot succes. Het project Vitale Teams bracht een ongekend snelle, positieve kentering teweeg in zowel cultuur als rendement.

Met marketingbureau Leonard B2B communicatie werken we samen aan een arbeidsmarktcampagne om meer regiebehandelaars te werven (zie verder in dit kwartaalbericht) en sinds kort ook aan een campagne om potentiële cliënten beter te bereiken. Dit heeft al geresulteerd in een aantal belangrijke wijzigingen aan de website, waardoor cliënten onze website beter vinden en op de website zelf ook sneller hun weg vinden naar de juiste informatie.

Om toekomstbestendige beroepsprofessionals op te leiden, hebben NK en Avans Hogescholen een convenant afgesloten. Er worden afspraken gemaakt over het plaatsen van stagiaires bij NK, het bieden van gastlessen en/of workshops over en weer, participatie van NK in het onderzoek van Avans en deelname van onze professionals in leergemeenschappen van Avans. NK en Avans beschouwen elkaar als hoogwaardige en essentiële partners, zowel op het gebied van verslavingszorg (preventie, behandeling en opvang) als op het gebied van opleiden van professionals voor deze sector.

Goed werk leveren lukt alleen met goede voorzieningen. Vorig jaar zijn onze sterk verouderde ICT-voorzieningen gemoderniseerd, met als gevolg grote verbeteringen op het gebied van veiligheid, stabiliteit, snelheid en flexibiliteit. Op enkele sleutelfuncties na is de volledige helpdesk ook ondergebracht bij Cliënt ICT Groep. NK werkt continu samen met Cliënt ICT Groep voor onderhoud en innovatie, bijvoorbeeld rondom de overgang naar een manier van werken die kennisdeling nog beter faciliteert. Bovendien zal Cliënt ICT Groep haar helpdesk reorganiseren zodat medewerkers van NK beter geholpen kunnen worden.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van co-creatie. In dit kwartaalbericht vindt u nog meer voorbeelden. Met onze samenwerkingspartners in heel Brabant, met onze ervaringswerkers, met de omgeving van onze cliënten en met elkaar vormen wij een stevig netwerk met uiteindelijk één doel: met onze verslavingsdeskundigheid kwetsbare mensen ondersteunen bij hun herstel, zodat zij weer volop mee kunnen doen in de maatschappij.

Redenen om te blijven roken: de 90-jarige kettingroker en andere fabels

Vanaf 1 juli wordt NK Rookvrij. We doen dit in verschillende fases: eerst de medewerkers, vervolgens de (klinische) cliënten. Op NK-locaties wordt vanaf 1 juli niet meer gerookt door medewerkers, ook niet buiten op het terrein. Voorlopig wordt roken door cliënten in de binnentuinen bij de klinische afdelingen nog wel gedoogd. Uiteraard roept dit heel wat op. In dit artikel nemen we veelgehoorde argumenten om niet te stoppen onder de loep. Oh, en die beroemde rokende opa van 90 die alle rokers schijnen te hebben? Die komt ook nog even langs!

Roken is een goede manier om informeel contact te hebben met cliënten.

Een veelgehoorde reden om te blijven roken binnen de GGZ en verslavingszorg! Dit zou impliceren dat niet-rokende medewerkers geen goed contact kunnen hebben met cliënten. Of dat rokende medewerkers een beter contact hebben met rokende cliënten dan met niet-rokende cliënten. Als een medewerker moeite of tijdgebrek heeft om een goed gesprek met een cliënt te voeren, is samen roken geen gezonde en positieve oplossing. Het actief delen van een verslavende gewoonte kan nooit een goede manier zijn waarop een medewerker in de verslavingszorg contacten onderhoudt met cliënten. Je gaat tenslotte ook geen biertje drinken met een cliënt. Als je informeel contact met je cliënten belangrijk vindt, is dat te prijzen, maar ga dan thee of koffie met ze drinken of koppel het aan een andere activiteit, zoals een wandelingetje. 

Cliënten gaan al zo’n moeilijke tijd tegemoet, roken is alles wat ze nog hebben!

Bijna net zo vaak genoemd: “Je kunt ze dit niet ook nog afnemen”. Het is een vreemd idee dat het overwinnen van een verslaving wordt gezien als een cliënt iets “afnemen”. Binnen de zorgvisie CRA zoeken we naar alternatieven voor verslavende middelen, naar een gezonde levensstijl die meer beloningen oplevert dan alcohol, drugs, gokken, gamen en… roken. Roken is geen gezond alternatief! Als cliënten na de behandeling alleen nog plezier zouden beleven aan hun sigaret, is die behandeling zeker niet conform de zorgvisie CRA en herstelondersteunende zorg (en veel andere behandelmethodes). Bij beide visies staat immers het hele leven centraal: wonen, werken, dagbesteding, zingeving, sociale contacten, familie, hobby’s, enzovoorts. Roken is geen alternatieve beloning, en al helemaal geen onderdeel van een gezonde en prettige levensstijl.

Cliënten moeten worden afgeholpen van hun alcohol- of drugsverslaving. Dat is al zo’n grote winst, dat ze dan nog roken is maar een kleinigheid.

Roken is zeker geen kleinigheid. Ten eerste vergroot nicotineverslaving (roken) het risico op terugval in andere verslavingen. Nicotine zorgt ervoor dat de hunkering naar andere middelen toeneemt en het ‘beloningssysteem’ in de hersenen op het gebied van verslavende middelen actief blijft. En ten tweede: er gaan uiteindelijk meer verslaafden dood aan gevolgen van roken dan aan hun primaire verslaving. Ter vergelijking: aan roken gaan 20.000 mensen per jaar dood, aan alcohol nog geen 2.000. Aan alle andere drugs samen sterven jaarlijks enkele honderden mensen.

Stoppen met roken leidt cliënten af van het stoppen met hun andere verslaving.

Meerdere klinische studies hebben inmiddels aangetoond dat het stoppen met roken en de behandeling van alcohol- en/of drugsafhankelijkheid goed gecombineerd kunnen worden. Het gelijktijdig werken aan de tabaksverslaving en andere verslavingen kan elkaar juist in positieve zin beïnvloeden. Het is zelfs zo dat blijven roken de behandeltijd verlengt én de kans op terugval in de primaire verslaving vergroot. Uit onderzoek blijkt dat roken de periode verlengt dat een alcoholverslaafde blijft hunkeren naar alcohol. Bij niet-rokers neemt die “craving” na een week al af, bij rokers duurt dit wel een maand. Om de kans op het slagen van de behandeling van bijvoorbeeld alcoholverslaving zo groot mogelijk te maken, moeten we onze rokende cliënten dus ook motiveren om te stoppen met roken.

Roken is niet zo’n belangrijke verslaving, want het levert nauwelijks overlast op.

Roken geeft inderdaad niet of nauwelijks overlast op het gebied van bijvoorbeeld veiligheid op straat, agressief of crimineel gedrag of verkeersveiligheid. Maar dat roken geen overlast oplevert, is niet waar. Denk aan peuken op straat en aan meeroken. Daarnaast levert roken enorm veel gezondheidsschade op en uitval door bijvoorbeeld ziekte. Naast veel levensbedreigende ziektes, veroorzaakt roken ook een grotere gevoeligheid voor griep- en verkoudheidsvirussen. Zo zijn rokers vaker en erger verkouden dan niet-rokers. Roken is de grootste vermijdbare factor voor gezondheidsschade. Daarnaast kost roken (door zorgkosten en productieverlies als gevolg van ziekte en sterfte) de maatschappij 20 tot 40 miljard euro per jaar.

Mijn opa rookte een pakje per dag en is er negentig mee geworden.

Dat kan, al is het niet erg waarschijnlijk. Ruim de helft van de rokers die blijven roken gaat dood aan de gevolgen ervan, een kwart sterft voor het pensioen en rokers gaan gemiddeld tien jaar eerder dood dan niet-rokers. Dat is een gemiddelde, en niet iedereen die rookt, gaat dus voortijdig hieraan dood. Die opa heeft gewoon geluk gehad. Maar roken is wel een erg gevaarlijke gok, met je gezondheid en leven als inzet. Het rekensommetje is eenvoudig: Nederlandse mannen die niet roken worden gemiddeld ongeveer tachtig jaar, mannen die roken zeventig. Dus voor elke veelgenoemde opa die met stevig roken toch negentig werd, zijn er meerdere rokers die helemaal geen opa zijn geworden omdat ze bijvoorbeeld op hun vijftigste of zestigste al overleden.  

Roken helpt me te ontspannen.

Ja, maar alleen omdat je je door je verslaving juist veel vaker gespannen voelt. Bij iemand die regelmatig rookt, vraagt het lichaam steeds opnieuw om nicotine. Nicotine geeft je ongeveer twintig minuten lang een goed gevoel. Daarna ga je je steeds onrustiger voelen. Dat komt doordat de hoeveelheid nicotine in je lichaam daalt. Vanaf twee uur na het roken beginnen de eerste ontwenningsverschijnselen. Je voelt je bijvoorbeeld gespannen, minder geconcentreerd of chagrijnig. Dat wordt steeds sterker, tot je opnieuw rookt. Pas dan voel je je weer even goed. Daardoor heb je telkens opnieuw behoefte aan een sigaret.

Ik rook al heel lang, dus voor mij heeft stoppen toch geen zin meer.

Stoppen heeft altijd zin. Op korte termijn zijn er positieve effecten op bloeddruk, de samenstelling van het bloed, bloedsomloop, bloeddruk en longfunctie. Na een jaar is het risico op coronaire hartziekten gehalveerd, na vijf tot vijftien jaar is er geen verhoogd risico meer op een beroerte en na tien jaar is het verhoogde risico op longkanker gehalveerd. Stoppen met roken voor je vijftigste halveert het risico om te overlijden aan de gevolgen hiervan. Zelfs als je al gezondheidsproblemen (zoals hartklachten) hebt, is de kans dat je daarvan herstelt of dat de aandoening niet terugkomt groter als je stopt met roken. Ook voor het gebitsonderhoud en wondgenezing (heupoperaties en dergelijke) is stoppen met roken zeer gunstig.

Het zal je kind maar wezen: moeders vertellen openhartig over alcoholvergiftiging bij hun kind

Het is ‘s avonds laat of zelfs midden in de nacht. De telefoon rinkelt. Je schrikt je wezenloos en door je hoofd schieten gedachten over wat er gebeurd zou kunnen zijn. Een nachtmerrie voor elke ouder: het blijkt een vriend van je zoon of dochter, het ziekenhuis of de politie met de vraag of je naar het ziekenhuis kunt komen, want je kind is opgenomen met een alcoholvergiftiging. Schaamte, angst, boosheid en teleurstelling: allerlei emoties schieten door het hoofd van ouders die dit overkomt. 

‘Explosieve toename comazuipen’ kopten Brabantse kranten onlangs. Steeds meer kinderen komen in kritieke toestand bij de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis terecht door ‘comazuipen’. Onze preventiewerkers spreken liever van alcoholvergiftiging. Iris de Man is een van hen. Zij heeft al vaak gesprekken met ouders en kinderen over die incidenten gevoerd.

Een hoog ‘kijk-eens-hoeveel-ik-kan-zuipen’-gehalte

Iris: “Een alcoholvergiftiging is iets dat jongeren kan overkomen, iets dat gebeurt zonder dat ze het goed en wel in de gaten hebben. Comazuipen is min of meer een bewuste keuze, heeft een hoog ‘kijk eens hoeveel ik kan zuipen’-gehalte. Maar dan met een onbedoelde afloop natuurlijk. Jongeren die dat doen, zijn over het algemeen ook al wat ouder.” Meestal worden die jongeren weer opgelapt. Vervolgens krijgen de ouders een gesprek met de behandelend arts waarin hen aangeraden wordt contact op te nemen met Novadic-Kentron. Iris: “Nee, dat is niet verplicht. Maar toch komt het door deze ‘constructieve drang’ in combinatie met de heftige gebeurtenis meestal wel tot een afspraak.” Wij spraken met twee van deze ouders.

Politie aan de deur

Een van hen is de moeder van een 17-jarige jongen uit Breda. Hij was naar een verjaardagsfeestje bij een studentenvereniging gegaan. De moeder uit Breda: “De politie kwam tegen enen bij mijn ex aan de deur met de mededeling dat mijn zoon buiten bewustzijn naar het ziekenhuis was gebracht. Ik ben toen direct gebeld en ben naar het ziekenhuis gegaan. Een van zijn vrienden was er ook en had de artsen al verteld wat er allemaal gebeurd was. De volgende ochtend kon mijn zoon weer naar huis. Op aanraden van het ziekenhuis ben ik toen gaan praten met iemand van Novadic-Kentron. Eerst alleen en later samen met mijn zoon.”

Drinkspelletje uit verveling

Volgens deze moeder is haar zoon deze alcoholvergiftiging overkomen. Haar zoon had eigenlijk helemaal geen zin in dat feestje. Uit verveling is hij toen maar mee gaan doen met een drinkspelletje. “Wat ik niet wist, is dat kinderen niet aan voelen komen dat het uit de hand loopt. Veel ouders zullen dat ook niet weten. Waarschuwen heeft wellicht niet veel zin, is in ieder geval geen garantie dat er niets zal gebeuren. Maar het is wel goed als kinderen door ouders geïnformeerd worden dat de signalen van teveel alcohol bij kinderen vaak pas komen als het al te laat is.”

Bierkannen voor minderjarigen

Kwaad is de moeder vooral op de studentenvereniging. Daar was bekend dat er ook minderjarigen op dat feestje waren. En dan drinkspelletjes met bierkannen toelaten, dat kan echt niet. “Ik heb overwogen om hierover een klacht in te dienen, maar heb dit uiteindelijk niet gedaan. Nu wil ik wel nadrukkelijk een signaal afgeven. Dergelijke incidenten gebeuren volgens mij zelden in de horeca, maar eerder bij studentenverenigingen, sportclubs of bij jongeren thuis. Ik roep op om de 18-minregeling te respecteren en vooral op geen enkele wijze overmatig alcoholgebruik te stimuleren.”

Wodka als voorbereiding op carnaval

Ook buiten de grote steden komen incidenten voor, zo heeft een moeder uit Esch ervaren. Ook haar dochter van 15 kwam in het ziekenhuis terecht. “Bij mijn dochter gebeurde dat door indrinken. Een vriendje van 13 jaar had een fles wodka op de kop getikt en gemixt met Red Bull. Dat hebben ze gedronken voordat ze carnaval gingen vieren in Boxtel. Om half elf kreeg ik een telefoontje uit Boxtel dat mijn dochter bewusteloos voor de kroeg lag. Ik ben als een speer naar Boxtel gereden en daar was de ambulance inmiddels ook gearriveerd. Ik ben met de ambulance meegegaan naar het ziekenhuis. Daar werd haar bloed onderzocht op leverwaarden en promillage – ze had 1,8 promille alcohol in haar bloed – en kreeg ze de nodige zorg. Dat vriendje van 13 kwam overigens ook nog met de taxi naar het ziekenhuis. Hij was enorm geschrokken, maar ook bezorgd. Hij beloofde ter plekke dat hij nooit meer drank zou geven aan mijn dochter. Om half drie was ze weer aanspreekbaar, kon ze zelfstandig lopen en mocht ze mee naar huis.”

Door de gootsteen spoelen

Ook deze moeder en dochter hebben later met een preventiewerker over het incident gesproken. Op haar school, omdat moeder vond dat dat meer impact had. De dochter mag niet drinken en doet dat ook nooit thuis. Om die afspraak te bekrachtigen werd de volgende dag, in het bijzijn van de beste vriendin van het meisje en haar moeder een fles drank ritueel door de gootsteen gespoeld. “Mijn dochter drinkt nu buitenshuis nog wel eens, maar ze is er tenminste eerlijk over. Ik snap niet dat kinderen zo makkelijk aan drank kunnen komen. Cafés, sportclubs maar zeker ook ouders horen  geen drank te geven aan kinderen van 15 en 16 jaar. En dienen in de gaten te houden dat ze het ook niet via anderen krijgen. Die 18-jaarwet is er niet voor niets.”

Altijd afspraken maken

Iris de Man adviseert ouders altijd om afspraken met hun kind te maken en vooral met hen in gesprek te blijven. Verder wijst zij hen op hun verantwoordelijkheid bij thuis drinken. Ouders beseffen soms niet dat ze ook verantwoordelijk zijn voor de kinderen van anderen. En in sommige gevallen zelfs een stevige boete kunnen krijgen als zij kinderen onder de 18 toch alcohol schenken.

Ten slotte: uit de toename van het aantal jongeren dat met alcoholvergiftiging in het ziekenhuis terecht komt zou geconcludeerd kunnen worden dat NIX18 gefaald heeft. Niets is minder waar. De  alcoholwet uit 2015 en bijhorende campagne hebben ertoe geleid dat het aantal scholieren van 16 jaar dat de afgelopen maand alcohol heeft gedronken, is gedaald van 75 naar 59 procent en het aantal scholieren van 12 tot 16 jaar dat ooit alcohol heeft gedronken van 66 naar 45 procent. Helaas komen incidenten met alcoholvergiftiging nog wel te vaak voor: voorlichting aan ouders en jongeren blijft dus belangrijk!

Ziekmakende communicatie: hoe kan de omgeving het herstel van een verslaving blokkeren of bevorderen?

Niet alleen de verslaafde zelf, maar ook de omgeving heeft vaak veel te lijden onder de verslaving. De communicatie is daardoor vaak negatief en verziekt. Als een verslaafde dan in behandeling gaat, is de omgeving in eerste instantie vaak opgelucht. Nu zullen alle problemen eindelijk worden opgelost! Maar naasten van een verslaafde spelen vaak zelf een heel belangrijke rol bij het in stand houden van de verslaving, én ook bij het herstel. Verslaving is een familieziekte. Niet alleen de verslaafde moet veranderen, de omgeving vaak ook. Vier deskundigen geven hun mening over dit onderwerp én een heleboel praktische tips!

Peter Geschiere, systeemtherapeut

Niet: “Mijn zoon die uit zichzelf op moet staan? Dat gaat geheid mis.”
Wel: “Jongen, zet morgen je wekker, je kan die verantwoordelijkheid nu zelf weer dragen.”

“Als systeemtherapeut – het systeem is de omgeving van de cliënt – spreek ik veel met partners van cliënten. Partners zitten vaak heel ‘vol’, ze zijn zwaar belast, draaien in rondjes. Iedereen houdt elkaar gevangen in hetzelfde patroon. De partner wordt boos of juist te beschermend, wat weer een reactie oproept bij de verslaafde, die geen zelfvertrouwen en eigen verantwoordelijkheid ontwikkelt. Bij een trainingsmethode zoals CRAFT [zie uitleg onderaan artikel], is het belangrijk dat je die patronen doorbreekt: dat je je richt op het belonen van goed gedrag, complimenten geeft als iemand iets goeds doet, ook al is het maar een heel klein stapje. Natuurlijk is dat lastig als je als partner zelf nog midden in je eigen emoties zit. Soms laat ik dan de partner eerst zelf ventileren, bijvoorbeeld door hem of haar even apart te nemen.

In een aantal gevallen kan het ook helpen om de focus te verleggen, even niet op het middelengebruik te focussen, maar juist op een ander onderdeel van de relatie: wonen, huishouden, enzovoorts. Zo kan een partner van een verslaafde de wens uitspreken dat hij of zij elke week weer de taak op zich neemt om de vuilnisbak buiten te zetten. Als de cliënt dit oppakt, creëer je al een andere sfeer. Je kunt dit goede gedrag oprecht prijzen, er komt geleidelijk meer vertrouwen en iemand leert weer meer verantwoordelijkheid te nemen.

Een mooi voorbeeld was een 22-jarige GHB-verslaafde die nog bij zijn ouders woonde. De moeder werkte fulltime, de vader was thuis en was 24 uur per dag met die zoon bezig. Hij zette de wekker om 6 uur ’s ochtends om de zoon te wekken en naar zijn werk te brengen, belde enkele keren per dag om te controleren hoe het ging. De jongen ging op een gegeven moment in behandeling. Toen de zoon weer kon gaan werken, vroeg ik de vader of hij nu alleen opstond. ‘Nee, nee,’ zei de vader, ‘dat gaat geheid mis.’ Toen hebben we afgesproken dat hij één keer per week niet zou roepen ’s ochtends. Natuurlijk liet hij dat wel weten aan zijn zoon. Op de eerste ochtend dat de vader niet mocht ingrijpen, lag die wakker in zijn bed en moest knokken om te blijven liggen. Maar het lukte de zoon wel om zelf op te staan. Het succes van de behandeling kwam in dit geval ook door de omgeving. Het belangrijkste is dat een cliënt een netwerk hééft, zelfs al is daar soms sprake van een pathologisch patroon. Beter een kritisch systeem dan geen systeem.”

Danielle Hesseling, ervaringsdeskundige en coach ervaringswerkers

Niet: “Nou kun je toch wel weer gezellig een wijntje mee drinken?”
Wel: “Zullen we vrijdag gaan lunchen in plaats van naar de kroeg gaan?”

Danielle: “Vertrouwen in een herstellend verslaafde is heel belangrijk. Als de omgeving al zegt ‘Het zal wel weer misgaan’, dan is het voor een verslaafde wel érg moeilijk om gemotiveerd te blijven tijdens de behandeling en het herstel. Het is begrijpelijk dat een naaste weinig vertrouwen heeft – dat moet weer groeien, dat kun je niet afdwingen – maar doe dan desnoods maar alsof. Je ligt als verslaafde toch al onder een vergrootglas. Ik ben inmiddels zelf hersteld, maar mijn man heeft na mijn laatste behandeling bekend dat hij er eigenlijk helemaal geen vertrouwen in had, maar dat hij me dat niet wilde laten merken. Dat heb ik enorm gewaardeerd.

Het is belangrijk dat je je als naaste verdiept in hoe verslaving werkt. Een goede vriendin, toch een heel intelligente vrouw, vroeg na mijn behandeling: “Nou kun je toch wel weer gezellig een wijntje mee drinken op een feestje?” Alsof je volledig bent gereset, maar zo werkt dat natuurlijk niet. Het is fijn als mensen rekening houden met de herstellende verslaafde. Zelf alleen maar water drinken in de buurt van een herstellend alcoholist is natuurlijk geen verplichting, maar het helpt niet als mensen uitgebreid aan de wijn gaan zitten onder het mom van ‘ja, jij hebt een probleem, ik niet’. Als mensen hier rekening mee houden, is dat een grote steun. Zo sprak ik altijd af met een vriendin ’s avonds in de kroeg, maar na mijn behandeling nodigde ze me ineens uit voor een lunch overdag. Hartstikke fijn dat ze meedacht.

Het ultieme moment bij communicatie is de uitglijder: als een herstellend verslaafde toch weer even bezwijkt voor de verleiding. Voor de omgeving lijkt dit te bevestigen: zie je wel, het lukt toch niet. Maar bedenk dat het voor een verslaafde precies zo voelt, en dat je als naaste dan een enorm grote, positieve invloed kunt hebben en kunt voorkomen dat iemand het helemaal opgeeft. Een uitglijder is een heel normaal onderdeel van het herstel, waar je ook veel van kunt leren. Dus in plaats van zeggen ‘Zie je wel! En nu zijn we weer helemaal bij af!’ kun je ook zeggen: ‘Kom op, het ging toch hartstikke goed? Morgen weer de schouders eronder en dan gaan we er weer voor!’

Maar zelfs een netwerk dat niet altijd ideaal reageert, is nog beter dan helemaal geen netwerk. Bedenk ook dat de meeste mensen in de omgeving het echt goed bedoelen en het beste met je voor hebben, maar zelf óók beschadigd zijn geraakt. Verslaving is een familieziekte. En zoals de verslaafde kan herstellen, kan de naaste dat ook.”

Angela Aben, systeemtherapeut bij jongeren

Niet: “Het is een en al ellende met hem, er is helemaal niks leuks meer aan.”
Wel: “Vroeger was het een aardige, sociale jongen. Dat zit er nog steeds in, en daar werken we samen weer naartoe.”

“Als systeembegeleider bij Kentra24, waar we jongeren behandelen, zie ik heel vaak ook de ouders. Voor elke verslaafde is de omgeving van belang, maar voor jongeren geldt dat nog veel sterker. Alleen al om praktische redenen: jongeren staan vaak nog niet op eigen benen. Maar ook emotioneel is de steun heel belangrijk. Hoe beter de jongere, behandelaar en ouders samenwerken, hoe meer kans van slagen een jongere heeft. Daarnaast kennen ouders hun kind heel goed, en hebben ze veel informatie over hun zoon en dochter die wij kunnen gebruiken in de behandeling. Hun betrokkenheid is dus heel waardevol.

Bij de ouders is het vertrouwen vaak weg. Het is heel belangrijk dat de ouders betrokken worden bij de behandeling, zodat ze de verandering zien en het vertrouwen langzaam weer groeit. Daarbij is het ook van belang dat de ouders begrijpen dat herstel een kwestie is van vallen en opstaan, en dat een terugval of uitglijder er vaak bij hoort. We komen ook ouders tegen die het idee hebben ‘we leveren ons kind af, dan wordt het probleem opgelost en krijgen we hem of haar perfect weer terug’, maar ze moeten ook zelf leren om anders met de problemen om te gaan. Bijvoorbeeld door te leren de positieve dingen te benadrukken. Je kan daarmee heel klein beginnen als je nog niet zoveel positiefs ziet, door bijvoorbeeld een compliment te geven dat je het fijn vindt dat je zoon aan tafel mee eet, of dat je blij bent dat je dochter haar tas niet in de kamer laat slingeren. Goed gedrag moet worden beloond, maar in het begin vinden ouders het soms lastig om iets positiefs te zien. Ze blijven dan in het negatieve hangen, wat logisch is, maar niet helpt. Bij ouders die echt elk positief gevoel zijn kwijtgeraakt, vraag ik soms: ‘Hoe was hij toen hij klein was?’ Dat weten ze natuurlijk nog heel goed. Dan zeg ik dat we daar weer naar toe gaan werken.”

Peter Greeven, hoofd behandelzaken

Niet: “Nou, hier is weer een krat bier om jouw en mijn leven verder te verpesten.”
Maar: “Ik hou van je en ik wil samen met jou hulp zoeken, maar ik haal geen bier meer voor je.”

“Je hebt ongeveer een miljoen verslaafden in Nederland, maar daarnaast ook nog drie of vier miljoen mensen in de omgeving die daar zwaar onder lijden. Hier moet meer aandacht voor komen. Met CRAFT ondersteun je de naastbetrokkenen, bied je hen de handvatten waar ze zo naar snakken. Bij deze methode verschuiven we de nadruk van negatieve naar positieve communicatie. Dus in plaats van ‘Lig je nou weer in je bed te rotten?’, zeg je bijvoorbeeld: ‘Als jij nou eerst je kamer even opruimt, kijken we daarna samen een film’. Door de CRAFT-methode verbetert de communicatie en daarmee bevorder je ook het herstel van de verslaving.

Daarnaast is er ook nog een groep verslaafden die helemaal niet in behandeling komt. Via CRAFT kan de omgeving ervoor zorgen dat de verslaafde toch hulp gaat zoeken. In 80% van de gevallen lukt dat! Gezinsleden helpen hun verslaafde partner, ouder of kind uit de negatieve spiraal te komen. Niet alleen door positieve communicatie, maar ook door het stellen van grenzen. Op een effectieve en rustige manier, zonder dat dat ontaardt in ruzie. Veel gezinsleden faciliteren de verslaving ook en gaan zo voor een deel negatieve gevolgen tegen. Ze halen bijvoorbeeld bier, geven geld, doen klussen die de ander zou moeten doen en praten het gedrag naar buiten goed. Maar als een partner voortaan zegt: ‘Als jij wilt drinken, prima, maar daar wil ik niet bij zijn, dus dan ga ik iets leuks doen buitenshuis’, of ‘Ik hou van je en ik wil samen hulp zoeken, maar ik haal geen bier meer voor jou’, dan voelt een verslaafde op een begripvolle manier veel meer de consequenties van het gebruik.

De CRAFT-methode wordt ook in groepen voor naasten aangeboden binnen de verslavingszorg. Hiermee ondersteun je naasten via lotgenotencontact en voorkom je veel psychisch leed – en dus uiteindelijk ook behandeling van burn-out en andere psychische klachten van de naasten – maar ook draagt het eraan bij dat de verslaafde persoon uiteindelijk richting behandeling wordt geleid. We zijn wel bezig met een online module gebaseerd op CRAFT, maar training in groepen voegt zoveel toe. Helaas zijn juist veel initiatieven voor de omgeving wegbezuinigd en gemeentes willen deze vorm van hulp niet financieren. Terwijl er voldoende evidentie is dat CRAFT zowel gezinsleden als de verslaafde zelf uit een negatieve spiraal krijgt.”

Wat is CRAFT?

CRAFT staat voor Community Reinforcement Approach Family Training. Het is een variant op de behandelmethode CRA. Bij CRAFT wordt de omgeving getraind om op een andere manier met de verslaafde om te gaan. Er is een zelfhulpboek gebaseerd op de CRAFT-methode beschikbaar: ‘Een verslaving in huis: zelfhulpboek voor naastbetrokkenen’ (Nederlandse editie, P. Greeven & H. Roozen)

Unity in actie: vrijwilligers uit de dancescene geven voorlichting op festivals

“Ik heb een pilletje bij me, maar twijfel of ik dat kan gebruiken.” “Ik heb voor ik hier naar toe kwam diclofenac gebruikt en vraag me af of dat kwaad kan.” Deze en andere vragen worden door festivalbezoekers gesteld aan preventiewerkers van NK en de vrijwilligers van Unity, die festivalbezoekers voorlichten over uitgaan, alcohol en drugs. Op zo’n 25 festivals in Brabant wordt de speciale Unity-stand ingericht. Wij gingen een kijkje nemen bij ‘7th Sunday’ in Erp, waar 4 juni zo’n 40.000 bezoekers op af kwamen.

Unity is een landelijk initiatief van zes verslavingszorginstellingen, waaronder NK. De organisatie is al meer dan twintig jaar actief op festivals en evenementen. Bezoekers in Erp kunnen nauwelijks om de Unity-stand heen. De wandeling van de entree naar de diverse podia voert de bezoekers langs de stand, herkenbaar aan twee grote banners en een bord met in koeienletters ‘Drugs Information’. Xandra Laplante, NK-preventiewerker en projectleider Unity Brabant: “Dit is zeker een mooi plekje, maar dat krijgen we op de meeste festivals. We hebben over aanloop dan ook meestal niet te klagen. In het begin kijken bezoekers vaak nog even de kat uit de boom, maar als het event vordert, krijgen we steeds meer aanloop.” Als de belangstelling toch achterblijft, vervult Xandra de rol van ‘propper’ of gaan de peers mobiel voorlichten.

Briefing over extra risico’s

Het concept van Unity is gebaseerd op peer-education: voorlichting door leeftijd- en leefstijlgenoten. De peers stralen deskundigheid uit, zijn goed herkenbaar en hebben een belangrijke voorbeeldfunctie. Het team van Unity Brabant bestaat uit achttien peers en zo nodig worden peers van buiten de provincie ingeschakeld. Alle peers hebben een kennis- en communicatietraining gevolgd. Xandra: “Daarnaast is actuele informatie over trends in middelengebruik een must. Daarom hou ik voor het event begint een briefing op basis van informatie van DIMS [het landelijke drugsmonitoringsysteem van het Trimbos-instituut, met NK als een van de deelnemers]. Zo weten de peers of er middelen in omloop zijn die extra risico’s geven.”

Meer impact door eigen ervaringen

Veel peer-educators komen zelf uit de dancescene en hebben ervaring met middelengebruik. Maar dat is geen voorwaarde, zegt Unity-peer Judy (29). “Ik heb zelf wel gebruikt, maar bij de training waren er ook een paar die geen ervaringen met gebruik hadden. Zelf denk ik wel dat het een gesprek met bezoekers gemakkelijker maakt.” Judy heeft gesolliciteerd omdat een vriendin enthousiaste verhalen vertelde over Unity. Ook Jeroen (30) vindt ervaring belangrijk en zegt dat een gesprek meer impact heeft als een peer zelf gebruikt heeft: “Ik gebruikte zelf een periode veel pillen, ik besefte dat dat niet goed was. Ik zag in het werk bij Unity een kans om ervan af te komen. Dat is gelukt: sinds ik drie jaar geleden voor Unity ben gaan werken, gebruik ik niet meer.”

Vragen voor een ‘vriend’

Vandaag op ‘7th Sunday’ wordt er gewerkt in twee ploegen van drie peer-educators, die elkaar iedere twee uur aflossen. Bezoekers komen met specifieke vragen naar de stand. “Dat zijn vooral geroutineerde gebruikers,” zegt Jeroen. “Ze hebben vragen over combinaties van middelen en hoeveel ze veilig kunnen gebruiken, of ze willen praten over nare ervaringen. Anonimiteit is gewaarborgd, namen doen er niet toe. Desondanks komen ze toch nog vaak vragen stellen voor een zogenaamde ‘vriend’. Ja, dat zal wel, denk ik dan.”

De les lezen

Maar er komen ook bezoekers die gewoon nieuwsgierig zijn. Of die de peers de les willen lezen omdat ze ‘alles al weten’. Om het gesprek met die groep aan te gaan, werken peers met vragenlijsten. Judy: ”Als mensen geen vraag hebben, proberen we een gesprek op gang te krijgen via een enquête. Die bevat vragen over feitelijke kennis en over het eigen gebruik van middelen. We nodigen hen uit die in te vullen en bespreken de enquête vervolgens.”

Timing is belangrijk: als gesprekken te kort duren, voelen bezoekers zich niet serieus genomen, maar ook te lange gesprekken zijn niet de bedoeling. Jeroen: “Te lange gesprekken komen vaak voor als mensen problemen hebben. Wij zijn echter geen hulpverleners. Op een gegeven moment breken we zo’n gesprek af en verwijzen we door naar de hulpverlening van Novadic-Kentron.”

Judy en Jeroen zijn tevreden met hun werk voor Unity. Er is veel belangstelling en ze hebben het idee dat de gesprekken ertoe doen. Die belangstelling blijkt ook uit de ingevulde enquêtes: gemiddeld worden er negentig enquêtes ingevuld. Jeroen: “Dat aantal hangt wel af van de aard van het festival. Zo was Unity vorig jaar voor het eerst bij de Zwarte Cross. Daar werden dagelijks 250 enquêtes ingevuld.”

Extreem weer en gevaarlijke combinaties

Er zijn gelukkig nauwelijks incidenten rond de stand. En ook met eventuele gezondheidsverstoringen valt het mee. Toch neemt het aantal extreme gezondheidsverstoringen in het algemeen niet af. Xandra: “Dat komt vaak door gebrekkige kennis over effecten van gebruik of combigebruik. Maar ook extreme weersomstandigheden kunnen een rol spelen. Veiligheid staat hoog in het vaandel bij de organisatoren van festivals. Belangrijk bij het hete weer van de laatste tijd zijn gratis water, diverse schaduw- en chill-outplekken en een insmeerstand. Ook assistentie van EMS [Events Medical Services] is belangrijk. Hier zijn ze met 35 mensen aanwezig. Het aantal mensen dat EMS-hulp nodig heeft, is gelukkig slechts een fractie van alle bezoekers.”

Aanbod Novadic-Kentron tweede kwartaal 2017

NK heeft de afgelopen tijd veel gedaan om de continuïteit van ons behandelaanbod voor cliënten en de werkgelegenheid van onze medewerkers te borgen. De herinrichting van de organisatie en de cruciale rol van de Vitale Teams beginnen hun vruchten af te werpen. We schrijven al enkele maanden zwarte cijfers. Dit betekent dat we weer meer de focus kunnen gaan leggen op het verder verbeteren van de kwaliteit van ons behandelaanbod. In deze nieuwsbrief vindt u een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in het tweede kwartaal van 2017. 

Arbeidsmarktcampagne

NK is momenteel dringend op zoek naar regiebehandelaars (klinisch psychologen en psychiaters), artsen en verpleegkundigen. Daartoe is onder meer een nieuwe LinkedIn-pagina ingericht met onder meer filmpjes van medewerkers die uitleggen waarom zij graag werken bij NK. NK bevindt zich weer op de weg omhoog en is volop in beweging. De verslavingszorg is bovendien een dynamisch en zich nog ontwikkelend gebied: als medewerker kun je daarom zelf actief meewerken aan nieuw beleid en betere zorg. Ben je benieuwd? Kijk op onze website bij de vacatures!  

Waardering voor BasisGGZ

Sinds april is de BasisGGZ van NK in bezit van het keurmerk van de Stichting kwaliteit in BasisGGZ. Het keurmerk is een teken dat onze BasisGGZ goede kwaliteit levert. De professionals van de BasisGGZ geven cliënten adequate zorg op het juiste moment en hebben daarbij cliëntgerichtheid, transparantie, innovatie en kwaliteitsontwikkeling hoog in het vaandel. De stichting heeft het keurmerk verstrekt na toetsing op negen normen, waaronder de opbouw van een behandeltraject, de meting van behandeleffecten en tevredenheid van de cliënt, en samenwerking met ketenpartners. De BasisGGZ heeft aan alle normen voldaan en kon dus onlangs het bijhorende certificaat in ontvangst nemen.

Novadic-Kentron ‘hofleverancier’ landelijke studiedag NPS en GHB

Donderdag 11 mei vond in Utrecht de landelijke studiedag ‘Nieuwe psychoactieve stoffen en GHB’ plaats. Deze dag was de derde editie van een serie studiedagen over GHB voor professionals van onder meer de verslavingszorg, GGZ en GGD. Dit keer ging het niet alleen over GHB, maar ook over zogenoemde Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS). NK-drugsexpert en DIMS-coördinator Charles Dorpmans schetste tijdens het ochtendgedeelte de stand van zaken en ging in op de risico’s van het gebruik van deze middelen. Over deze risico’s is nog te weinig bekend. Charles hield dan ook een pleidooi voor een betere monitoring van gebruik en meer kennisuitwisseling. In het middaggedeelte verzorgden Harmen Beurmanjer en ervaringsdeskundige Angela Aarts een presentatie over het moeizame afkickproces van GHB-verslaving dat vooral gekenmerkt wordt door terugval. Alex van Dongen gaf toelichting op een specifieke casus.

NK steeds meer in beeld bij tandheelkunde

Een jaar geleden verzorgde NK drugsexpert Charles Dorpmans een lezing op een groot landelijk congres voor tandartsen. In aansluiting daarop hield hij lezingen tijdens kwaliteitsbijeenkomsten door het hele land. Daarbij benadrukte hij dat tandartsen en mondhygiënisten een rol kunnen spelen in het bespreekbaar maken van gebruik en indien nodig doorverwijzen van patiënten. Drugsgebruik heeft directe invloed op de staat van het gebit. Inmiddels is NK steeds beter in beeld bij deze beroepsgroep. Charles heeft inmiddels ook al workshops voor mondhygiënisten verzorgd en samen met een tandarts schreef hij speciaal voor mondhygiënisten een artikel in een vakblad. Juist voor deze doelgroep, die vooral signalerend en preventief bezig is, is het van belang dat zij gebruik kunnen herkennen en bespreekbaar maken. Ook krijgt Charles steeds meer verzoeken om lezingen te houden voor lokale tandartsenkringen.

Steeds meer jongeren gebruiken lachgas

Rondslingerende lachgaspatronen, je komt ze steeds meer tegen in het Brabantse straatbeeld. Het zijn inmiddels niet meer alleen uitgaanders en studenten die op zoek gaan naar de roes van lachgas, maar ook 12- tot 16-jarigen. Zij spuiten het kleurloze, zoet geurende en smakende gas in ballonnen of zakjes en inhaleren het. Vrijwel direct ontstaat een bewustzijnsdaling die een beetje lijkt op dronkenschap: gebruikers ervaren een gevoel van bijna-bewustzijnsverlies, duizelingen en evenwichtsstoornissen. De risico’s van lachgas worden vaak onderschat. Zo kan er zuurstoftekort ontstaan met hersenschade als gevolg. Ook kunnen de longen van de gebruiker bevriezen en kunnen neurologische stoornissen optreden. Helmond is de eerste gemeente waar NK samen met Bijzonder Jeugdwerk en de LEV-groep jongeren gaat voorlichten over de risico’s van lachgas. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het verspreiden van posters en flyers op plekken waar veel jongeren komen. Ook worden verkooppunten benaderd en gevraagd alert te zijn op de verkoop van patronen aan jongeren en hen te informeren over de risico’s. Ten slotte worden op social media de risico’s van lachgas onder de aandacht gebracht.

0037_012_poster_lachgas_klein

NK wil sociaal ondernemen

Samen Nieuwe Kansen creëren: dat is de missie van waaruit wij cliënten behandelen en hen weer mogelijkheden geven om mee te doen in de maatschappij. Waar mogelijk bieden we deze social return binnen onze eigen organisatie. Veel ex-cliënten zijn inmiddels als ervaringswerker aan onze organisatie verbonden. De erkenning voor onze inzet kregen we in mei. NK is gestegen op de Prestatieladder Sociaal Ondernemen (PSO) van trede 1 naar trede 2. Dat maakt inzichtelijk dat NK een serieuze bijdrage levert aan de werkgelegenheid voor mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Maar ook dat onze organisatie maatschappelijk verantwoord inkoopt en aanbesteedt. Over twee jaar is er een nieuwe audit.

Samenwerking met de LVB-sector

Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) zijn kwetsbaar voor het gebruik (en misbruik) van alcohol en drugs, met name cannabis. Zij geven vaak aan dat dit gebruik helpt om ‘erbij te horen’. Bij veel LVB-instellingen ontbreken de expertise en ervaring om op doeltreffende wijze met deze problematiek om te gaan. Daarom werkt NK steeds vaker samen met instellingen uit deze sector.

Zo heeft Cello besloten in Vught een crisiscentrum te starten voor LVB’ers met verslavingsproblemen. NK gaat hierin participeren door het personeel te scholen, maar ook door binnen de nieuwe voorziening mee te draaien. Dat zorgt voor korte lijnen. Zo zouden bijvoorbeeld eenvoudige detoxen bij de voorziening van Cello kunnen plaatsvinden, en meer complexe gevallen op de gespecialiseerde afdeling van NK. Maar ook als een vervolgbehandeling nodig is na de crisisinterventie, zou deze bij NK kunnen worden aangeboden.

Geslaagde burendag hostel Den Bosch

Het hostel aan de Van Broeckhovenlaan in Den Bosch bestaat inmiddels drie jaar. De woonvoorziening voor dak- en thuislozen met verslavings- en psychiatrische problematiek heeft die hele periode een volledige bezetting van dertig bewoners gehad. En dat, zo blijkt uit gemeentelijke metingen, zonder problemen en overlast voor de omwonenden. Maar ook met succes: de eerste bewoners zijn inmiddels uitgestroomd naar meer zelfstandige woonvormen. Ter gelegenheid van het jubileum werden 17 mei de deuren geopend voor de buren. Gedurende drie uur konden zij, maar ook ketenpartners en naastbetrokkenen van onze bewoners, op een leuke en ongedwongen manier een ‘kijkje’ nemen in de keuken van het hostel en kennis maken met personeel en bewoners.

Mental Health Caribbean en Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) starten pilot Beveiligde Klinische Behandeling

Op 28 juni vond de startbijeenkomst plaats voor de ontwikkeling van een beveiligde klinische behandeling op de BES-eilanden. Daarvoor waren uitgenodigd Ministerie van Veiligheid en Justitie, Justitiële Inrichting Caribisch Nederland, Stichting Reclassering Caribisch Nederland, het FACT-team van MHC, Openbaar Ministerie en Openbaar Lichaam van Bonaire. Binnen Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) is op dit moment geen beveiligde klinische zorg voorhanden. Hierdoor kunnen cliënten met delictgerelateerde psychiatrische problematiek niet ter plaatse behandeld worden. Ook is er in de gevangenis geen specifieke forensische zorg beschikbaar. Als gevolg hiervan keren gedetineerden onbehandeld terug in de maatschappij. Evenmin is het mogelijk om justitiabelen als voorwaarde een beveiligde klinische behandeling op te leggen. Er is immers alleen ambulante forensische zorg aanwezig op Bonaire. De kansen op recidive blijven bij terugkeer in de maatschappij daardoor onverminderd groot. Met de ontwikkeling van forensische klinische zorg wil Justitie de kansen op recidive verminderen. De nieuwe voorziening zal ook geschikt zijn voor onder curatele gestelde cliënten, die een gevaar vormen voor zichzelf of de maatschappij. Ook voor die groep is geen behandelmogelijkheid.

Het voorstel is een tweejarige pilot beveiligde klinische zorg op te zetten die de behandelmogelijkheden voor verschillende doelgroepen gefaseerd ontwikkelt, onderzoekt en eventueel uitrolt. In de eerste fase, per 1 november, start de behandeling van gedetineerden met psychiatrische problematiek. In lijn met de visie van MHC zal de klinische behandeling zo kort mogelijk gehouden worden. Door combinaties met dagklinische en poliklinische zorg wordt zoveel mogelijk transmuraal continuïteit van zorg geboden. Het sociaal systeem van cliënten wordt zoveel mogelijk betrokken en er wordt samengewerkt met de partners in het sociale domein rondom zaken als huisvesting, werk of dagbesteding en ondersteuning bij sociaal-maatschappelijke problemen.

MHC en Karakter gaan samenwerken voor betere zorg op Caribisch Nederland

Onlangs heeft Mental Health Caribbean (MHC) een samenwerkingsovereenkomst getekend met stichting Karakter in Nederland. Karakter is een organisatie die gespecialiseerd is in kinder- en jeugdpsychiatrie en kan vanuit die hoedanigheid hoogwaardige diagnostiek en behandeling aanbieden aan kinderen en jongeren met ernstige en vaak meervoudige psychiatrische problemen. MHC is op dit moment, in opdracht van het Zorgverzekeringskantoor Caribisch Nederland, bezig de psychiatrische zorg en behandeling voor kinderen en jeugdigen op Bonaire, Saba en Sint Eustatius te organiseren. Dit wordt met name ambulant uitgevoerd, maar onderdeel hiervan is ook een klinische behandelsetting op Bonaire die medio januari 2018 operationeel zal zijn. De samenwerkingsactiviteiten richten zich met name op het uitwisselen en delen van expertise en kennis en het opleiden en trainen van medewerkers die bij MHC (gaan) werken. Daarnaast zal in die gevallen dat een eventuele uitplaatsing van jongeren van Caribisch Nederland noodzakelijk is voor specifieke behandeling, opname plaatsvinden bij Karakter.

Herstelondersteunende zorg tweede kwartaal 2017

NK beschouwt herstelondersteunende zorg als een van de belangrijkste pijlers in haar visie en koers. Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Daarbij is er aandacht voor herstel op verschillende levensgebieden, afhankelijk van de wensen van de cliënt. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook biedt het vele ex-cliënten in herstel een mogelijkheid ervaring op te doen en nieuwe vaardigheden te leren, die ook weer bijdragen aan hún herstel en hun kansen binnen de maatschappij en op de arbeidsmarkt.

Samenwerking Kompaan en De Bocht

Een ervaringsdeskundige en preventiewerkers van NK hebben samen met jeugdzorginstelling Kompaan en De Bocht een project opgestart om middelengebruik onder jongeren bespreekbaar te maken. Jongeren die tijdelijk in het Fasehuis van Kompaan en De Bocht wonen om woonvaardigheden te leren, mogen geen genotmiddelen gebruiken. Uit angst voor consequenties als gebruik bekend wordt, wordt eventueel middelengebruik dan ook niet besproken. De ervaringsdeskundige en preventiewerkers van NK bespreken nu verschillende casussen en geven medewerkers van Kompaan en De Bocht advies over hoe om te gaan met middelengebruik. In een later stadium zal ook contact gelegd worden met cliënten zelf.

Eerste landelijke Dag van Herstel

10 juni vond in de Grote kerk in Breda de door LEF Magazine georganiseerde landelijke Dag van Herstel plaats. Niet toevallig was dit ook de dag dat in 1935 in de VS de AA werd opgericht. Vele verslaafden in herstel waren uit heel Nederland naar Breda gekomen om hun herstel en dat van anderen te vieren. Zij kregen een gevarieerd programma. Er was muziek, cabaret, schrijvers lazen voor uit eigen werk, er was een paneldiscussie en vooral heel veel statements van het publiek. In het onderdeel So you think you can share grepen bezoekers de microfoon om hun verhaal te vertellen. In de pauzes konden de bezoekers stands bezoeken van diverse organisaties. NK was vertegenwoordigd met verschillende ervaringswerkers.

Uitstroom hostel Den Bosch

Met teamleider Woonvoorzieningen Emmy Bouwmans denken we momenteel na over het opzetten van twee steunnetwerken waaraan twee ervaringsdeskundigen deel zouden kunnen nemen. Het idee is dat één van hen potentiële nieuwe bewoners van het hostel als ‘maatje’ gaat begeleiden bij de instroom in het hostel, om hem of haar voor te bereiden op het leven in deze bijzondere beschermde woonvoorziening voor chronisch verslaafde (ex-)dak- en thuislozen. De andere ervaringsdeskundige zou dan juist de uitstroom begeleiden van hostelbewoners die toe zijn aan een volgende stap, zodat er een soepele overgang is naar een meer zelfstandige woonvorm en eventuele onverwachte problemen samen opgepakt kunnen worden. Hierbij kan worden samengewerkt met vrijwilligers uit de groep ex-bewoners die al eerder uitgestroomd zijn. Na de zomer zal bekeken worden of we dit bijzondere en zinvolle project op kunnen starten.

Samenwerking Veiligheidshuis Tilburg voor doelgroep met chronische en complexe problemen

Ervaringsdeskundigen van NK gaan samenwerken met het Veiligheidshuis Tilburg met als doel betere hulp te bieden aan verslaafde Tilburgers met chronische en complexe problemen. Niet alleen om hun levensomstandigheden en welzijn te verbeteren, maar ook om de overlast terug te dringen die deze groep nu vaak veroorzaakt. De samenwerking zal starten met een onderzoek door een focusgroep die de kenmerken van deze kwetsbare groep mensen in kaart zal brengen.

Bureau Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid medio juli gestart

In de vorige nieuwsbrief is aangekondigd dat onderzocht werd of op de NK-locatie in Vught een Bureau HEE (Herstel, Empowerment & Ervaringsdeskundigheid) opgericht kan worden. We zijn verheugd te kunnen melden dat dit bureau binnenkort geopend wordt! Bureau HEE heeft de functie van gastheer en informatiepunt, maar legt daarnaast vooral de focus op het faciliteren en bevorderen van de inzet van ervaringsdeskundigheid. Bureau HEE is voor medewerkers hét aanspreekpunt als zij vragen hebben over herstelondersteunende zorg, bundelt beschikbare informatie en verzamelt vacatures voor ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen.

Cijfers 

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal/Breda 100
Tilburg 60
Den Bosch/Oss 116
Eindhoven/Helmond 97

 Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal 16
Breda 21
Tilburg 11
Den Bosch 10
Eindhoven 15
Oss 5
Den Bosch ouderengroep 6

Deelnemers Coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 12
Tilburg 8
Den Bosch 22
Eindhoven 16

 Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 1
Tilburg 1
Den Bosch 12
Eindhoven 3

 Aantal vrijwilligers/ervaringswerkers

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 20
Unity 15
Cliëntenraad 11

 

Kwaliteit en onderzoek tweede kwartaal 2017

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, heeft NK veel aandacht voor het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied in het tweede kwartaal van 2017. 

Intentieverklaring Maak de Zorg Rookvrij! ondertekend  

Woensdag, 31 mei, vond in Utrecht het symposium Maak de Zorg rookvrij! plaats. Tijdens dit symposium hebben een groot aantal instellingen, zoals GGZ Nederland en het Netwerk Verslavingszorg, een intentieverklaring ondertekend. Walther Tibosch heeft de intentieverklaring ondertekend namens het Netwerk Verslavingszorg, waaraan naast NK ook andere verslavingszorginstellingen deelnemen. In deze intentieverklaring komen de instellingen overeen dat niet-roken de norm is in zorginstellingen, dat zorgmedewerkers niet meer roken tijdens het werk en dat stoppen met roken actief onder de aandacht wordt gebracht bij cliënten, patiënten en bezoekers. NK zet actief in op stoppen met roken. Zo voeren wij vanaf 1 juli een volledig rookvrij beleid  voor medewerkers. Ook bezoekers, ambulante cliënten en leveranciers roken niet meer op en rond NK-locaties. 

Internationale waardering voor geneesheer-directeur Victor Buwalda

Op 23 mei is dr. Victor Buwalda tijdens een internationaal congres in San Diego Amerika benoemd tot international distinguished fellow van de American Psychiatric Association (APA). Victor heeft deze erkenning te danken aan het feit dat hij als autoriteit wordt gezien op het gebied van outcomemanagement en leiderschap. Hij leverde via vele symposia en lezingen een onderscheidende bijdrage aan leiderschap in de psychiatrie, waarbij steevast het in hun kracht zetten van mensen een centrale plaats inneemt.

Subsidie door ZonMW toegekend voor ontwikkelen richtlijn GHB-terugvalmanagement

NISPA heeft samen met Novadic-Kentron, Arkin, Trimbos-instituut en Bonger Instituut voor Criminologie subsidie ontvangen om de komende twee jaar een GHB-behandelrichtlijn te ontwikkelen. Het project is getiteld: “Breaking the vicious cycle of GHB use and relapse: The development of an intervention guideline and piloting project”. Hiervoor is € 200.000 beschikbaar gesteld door ZonMW. De richtlijn moet leiden tot vermindering van terugval onder patiënten met GHB-afhankelijkheid. Ook onze NISPA-partners VNN, Tactus en Vincent van Gogh worden betrokken bij dit project.

Onderzoek naar invloed licht op slaap-waakritme verslaafden

NK geneesheer-directeur Victor Buwalda en wetenschappelijk medewerker Cor Verbrugge voeren in samenwerking met de Human Technology Interaction afdeling van de TU in Eindhoven en het FACT-team in Den Bosch een onderzoek uit naar de invloed van licht op het slaap-waakritme bij chronisch alcoholverslaafde mensen. In dit onderzoek worden slaapproblemen, middelengebruik, lichtblootstelling, fysieke en sociale activiteit en moeilijke momenten van alcoholisten in kaart gebracht. Inzichten die verkregen worden, kunnen leiden tot verder onderzoek naar lichtinterventies ter verbetering van het bioritme, waardoor weerstand tegen de verleiding van alcohol wordt versterkt.

Uniformering indicatiestelling verslavingszorg

NK-medewerkers Laura DeFuentes-Merillas, Boukje Dijkstra en Cor Verbrugge hebben een literatuurstudie uitgevoerd in opdracht van NISPA en IVO voor een rapport dat beoogt de indicatiestelling in de verslavingszorg te uniformeren en aan te laten sluiten bij recent beschikbare nationale en internationale onderzoeksresultaten. Het project heeft veel informatie opgeleverd over onder andere de keuzes die ten grondslag liggen aan de indicatiestelling.

Europees onderzoek drugsgebruik

Jaarlijks publiceert het European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) een overzichtsrapport voor geheel Europa met diverse trends en ontwikkelingen. Via de Nationale Drugs Monitor heeft ook NK hieraan meegewerkt. In het in juni verschenen ‘European Drug Report 2017: Trends & Developments’ signaleert het EMCDDA een toename in het aantal drugsoverdoseringen en een gestaag groeiend aanbod van nieuwe psychoactieve stoffen op de Europese drugsmarkt. Zeer sterk werkzame synthetische opiaten zorgen voor grote gezondheidsrisico’s. De hulpvraag voor cannabisproblematiek groeit gestaag. Onderstaand hebben we enkele opvallende ontwikkelingen voor Nederland eruit gelicht.

Cannabishulpvraag neemt toe

De meest recente cijfers laten zien dat in de EU ongeveer 17,1 miljoen jongeren en jongvolwassenen van 15-34 jaar, ofwel 13,9% van de bevolking, in het afgelopen jaar cannabis heeft gebruikt. Nederland ligt hier met 16,1% boven. Evenals in veel andere landen maakt cannabis een groot deel uit van de hulpvraag vanwege drugsgebruik en neemt het aantal cannabiscliënten toe.

Toename beschikbaarheid cocaïne

Het EMCDDA signaleert een toename van de beschikbaarheid van cocaïne. Dit is gebaseerd op studies van rioolwateranalyses (2015-2016), inbeslagnames, prijzen en zuiverheid. Ook in Nederland zijn er tekenen van een toenemende beschikbaarheid waarneembaar. Het recent verschenen Jaarbericht van het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) laat een lichte daling zien van de prijzen en een toename in zuiverheid. Bevolkingsonderzoeken laten vooralsnog geen toename van cocaïnegebruik zien. Wel wordt in de Amsterdamse Antenne-monitor een toename van de populariteit gesignaleerd, met name in kringen met meer geld, waar het middel bijdraagt aan status en glamour.

XTC- en amfetaminegebruik hoog in Nederland

Het Country Drug Report 2017 laat zien dat Nederland goed presteert ten aanzien van de gezondheidsgevolgen van harddrugsgebruik. Het aantal sterfgevallen per miljoen inwoners is nog steeds relatief laag, het aantal opiaatverslaafden per 1.000 inwoners is klein en er is bijna geen aanwas van nieuwe hiv-infecties onder (injecterende) drugsgebruikers. Maar het percentage (jongvolwassen) gebruikers van cocaïne, xtc en amfetamine in de algemene bevolking is hoog. Voor xtc en amfetamine gaat Nederland in de EU zelfs aan kop. Een verklaring is niet direct voorhanden. In Nederland zijn deze middelen, vooral amfetamine en xtc, populair in het uitgaansleven, waar het merendeel van de stappers het gebruik beperkt tot een enkele keren per jaar.

Download het hele rapport

Verslavingsreclassering en Forensische verslavingszorg tweede kwartaal 2017

Cliënten die verslaafd zijn en delicten hebben gepleegd en daardoor met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de Verslavingsreclassering en zo nodig behandeld door de Forensische verslavingszorg. Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. Daarbij werken we ook samen met ketenpartners aan innovatieve projecten. Hieronder enkele voorbeelden uit het tweede kwartaal van 2017. 

Landelijke studiedag Zorg en veiligheid

Op maandag 22 mei vond in de Brabanthallen een groot landelijk congres plaats over Zorg en veiligheid. Ruim 500 deelnemers uit het brede zorgveld gingen met elkaar in debat rondom de vraag welke zorg nodig is om de veiligheid op straat te vergroten voor doelgroepen als zorgmijders, mensen met complexe problematiek die met justitie in aanraking zijn gekomen, gezinnen in onveilige situaties en mensen met dreigend en gevaarlijk gedrag. Teamleider Forensische Verslavingszorg Rene Vervoort was uitgenodigd om als FVZ-expert plaats te nemen aan een van de debattafels over gebrek aan veiligheid.

In een zaal met ongeveer 75 zorgcollega’s en beleidsmakers kwamen al snel praktijkvoorbeelden naar voren. Steeds weer stuiten we bij complexe cliënten op hetzelfde probleem: wanneer zorg en ondersteuning te gefragmenteerd worden vormgegeven, kan dit direct een onveilige situatie met zich meebrengen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een situatie waarbij zorg reeds gestart is, maar door allerlei procedures huisvesting en/of uitkering nog niet geregeld zijn, omdat de cliënt in een andere regio is aangekomen. Gemeenten zijn nu begonnen voor elkaar de verantwoordelijkheden hierin waar te nemen. Rene Vervoort pleitte voor de mogelijkheid van het bieden van zorg waarbij de verschillende financieringsvormen elkaar mogen overlappen. Daarbij is het van belang dat forensische expertise wordt ingebracht binnen Zvw- en Wmo-teams, om een cliënt van wie het toezicht is afgelopen de juiste zorg te kunnen blijven bieden. Het gebrek aan een soepele overgang tussen de verschillende financieringsvormen zorgt voor een gebrek aan continuïteit van de zorg, wat een averechts effect heeft op herstel. Daarmee is de veiligheid in de samenleving niet gediend.

Reclassering aan de slag met jongeren

Al geruime tijd werkt onze VR met gedragstrainingen voor volwassenen. Deze trainingen, die wetenschappelijk onderbouwd zijn, worden verzorgd door een team van vijf speciaal opgeleide trainers. Om te onderzoeken of die trainingen ook voor jongeren geschikt zijn, is aan de verslavingsreclassering Haaglanden en Noordoost-Brabant gevraagd de gedragstrainingen als pilot te gaan uitvoeren voor groepen jongeren vanaf 16 jaar. Een eerste stap in dat traject is het informeren van medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming (RvK) en de Jeugdreclassering (JR) over de gedragstraining. In juni hebben in Den Bosch en Eindhoven groepen van twintig medewerkers van beide organisaties kennis gemaakt met de gedragstraining. De vijf trainers hebben de gedragstraining uitgevoerd voor de medewerkers van de RvK en de JR: zij werden in de rol van deelnemer geplaatst.

Die methode bleek goed te werken. Met veel enthousiasme schikten de deelnemers zich in hun rol en door de training aan den lijve te ondervinden, kwamen er veel vragen naar voren en werd er volop gediscussieerd. Nu de medewerkers van de RvK en de JR weten wat de training inhoudt, kunnen zij beoordelen of deze geschikt is voor de jonge delinquenten die zij begeleiden en de jeugdrechter adviseren om de training op te leggen. De verwachting is dat in september de eerste training verzorgd zal worden. Aan het eind van het jaar wordt de proef geëvalueerd. Als de training het gewenste effect sorteert, worden de gedragstrainingen voor jongeren vanaf 16 jaar landelijk uitgerold.      

Incidenten agressie en bedreiging

De medewerkers van de VR werken met een lastige doelgroep. Incidenten zijn gelukkig zeldzaam, maar toch komt het voor dat reclasseringswerkers door plotselinge woedeaanvallen van cliënten bedreigd worden of zich bedreigd voelen. Zeker als dat op vreemde bodem gebeurt, bij een bezoek aan de cliënt aan huis of als die opgenomen is op locatie van een van de ketenpartners. Onlangs vond een ernstig incident plaats in Halsteren, waarbij een medewerkster letterlijk voor haar leven moest vechten. Met succes; gelukkig is het goed afgelopen.

Dit incident was voor de 3RO (onze VR, Reclassering Nederland en de reclassering van het Leger des Heils) aanleiding om een open brief te sturen aan alle Brabantse en Limburgse instellingen waar zij over de vloer komen. De veiligheid van medewerkers heeft immers de hoogste prioriteit en is een absolute voorwaarde om optimaal te kunnen functioneren. In de brief wordt onder andere gevraagd om de volgende maatregelen door te voeren:

  • De bespreking met de cliënt vindt plaats in een spreekkamer en niet op de eigen kamer.
  • De reclasseringswerker wordt opgehaald en begeleid door een medewerker.
  • Voor het gesprek wordt de reclasseringswerker kort gebriefd over bijzonderheden rondom de cliënt die een veiligheidsrisico geven.
  • De reclasseringsmedewerker moet alarm kunnen slaan via een pieper of een alarmknop in de spreekkamer.
  • De deur van de spreekkamer (of verhoorkamer op het politiebureau) is altijd open. Als dat niet toegestaan is, wordt vooraf afgesproken op welke manier de veiligheid geborgd wordt.
  • Als de reclasseringswerker dat nodig acht, krijgt hij of zij ondersteuning van een medewerker van de instelling.

De 3RO gaat ervan uit dat de ketenpartners de voorgestelde maatregelen onderschrijven en dat ze er naar zullen handelen.

Verkeerstoren wordt reclasseringsbalie

In ons vorige kwartaalbericht maakten wij melding van de plannen om een van onze VR-medewerkers te stationeren bij het arrondissementsparket van het Openbaar Ministerie in Breda. De zogenoemde ‘verkeerstoren’ moest het regelcentrum worden waar keuzes worden gemaakt voor een wenselijke of logische juridische afwikkeling van strafzaken. Inmiddels is bij het parket een ruimte ingericht, is de naam ‘verkeerstoren’ vervangen door ‘reclasseringsbalie’ en is VR-collega Sjoukje Luisterburg één dag per twee weken aanwezig. Op andere dagen zijn collega’s van Reclassering Nederland en Emergis aanwezig. Voorlopig gaat het nog om een proefperiode, die bij een positieve evaluatie verlengd zal worden voor onbepaalde tijd. De medewerkers van het OM weten de weg naar de reclasseringswerkers inmiddels te vinden. Sjoukje: “In het begin is het even wennen voor de mensen van het OM, maar als we er wat langer zitten, zal er vaker een beroep op ons worden gedaan. Eigenlijk zijn we een soort vraagbaak met een adviesrol. Onze adviesrapportage over en ervaringen met het toezicht van een cliënt worden meegenomen ter voorbereiding van de zitting.”

Beschermd wonen voor FVZ-cliënten

In het nazorgtraject van cliënten werkt onze afdeling Forensische Verslavingszorg intensief samen met NovaFarm-Grip. In het kader van dagbesteding kunnen cliënten aan het werk op een van de zorgboerderijen van NovaFarm-Grip. De casemanagers van NovaFarm-Grip begeleiden de cliënten op verschillende levensgebieden, zoals wonen, sociale contacten en schuldsanering. De zorgboeren sturen de cliënten aan in het werken op de boerderij. Onlangs is het aanbod van NovaFarm-Grip uitgebreid en biedt de instelling FVZ-cliënten beschermd wonen op de zorgboerderijen, met financiering vanuit justitie. Iwan van Esch van NovaFarm-Grip: “Cliënten die daartoe gemotiveerd zijn en bij wie een redelijke slagingskans bestaat op een terugkeer in de maatschappij, worden gedurende een jaar in een beschermdwonentraject geplaatst.”

Gedurende de eerste periode gaan cliënten niet alleen van de boerderij af. Het gehele traject werken ze op de boerderij en wonen zij hier ook. De boer verzorgt de dagelijkse aansturing en werkinstructies en houdt daarnaast een oogje in het zeil. Als daartoe aanleiding is, schakelt de boer de casemanager van NovaFarm-Grip in om de cliënt te begeleiden bij problemen die zich voordoen. Gaandeweg het traject wordt met de cliënt gekeken naar de mogelijkheden om gefaseerd weer mee te kunnen gaan doen in de samenleving. Iwan: ”We werken met cliënten aan alle noodzakelijke leefgebieden. Belangrijke doelen zijn het herstellen van de verslaving, het zoeken naar zelfstandige woonruimte en opnieuw deelnemen aan het arbeidsproces of een nuttige dagbesteding.”

Governance tweede kwartaal 2017

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. Hierbij zijn onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend en gaan we regelmatig met cliëntvertegenwoordigers, ervaringsdeskundigen en de OR of andere medewerkers om de tafel om de gewenste kwaliteit te definiëren, de benodigde organisatie af te stemmen en samen te beoordelen of NK haar opdracht om Brabant gezonder, veiliger en socialer te maken, waar maakt.

Cliëntenraad

De CR had ook in het tweede kwartaal regelmatig overleg met de bestuurder en andere medewerkers van NK over belangrijke thema’s die betrekking hebben op onze cliënten. De voortgang in de gesprekken met Zorg van de Zaak stond hierbij hoog op de agenda. Ook de ontwikkelingen rondom de Vitale Teams, toegespitst op de aandachtsfunctionarissen Cliënt en Kwaliteit, hebben volop de aandacht van de leden van de Cliëntenraad.

De CR adviseerde verder positief over de overdracht van de gebruiksruimte in Breda aan SMO Breda, de huisregels van de woonvoorzieningen en de invoering van de slaapwachtfunctie bij die woonvoorzieningen.

De CR sprak ook de Raad van Toezicht meerdere malen. In dit gesprek zijn onderwerpen aan de orde gekomen als de informatievoorziening en -uitwisseling en de goede bijdrage van de bestuurder aan toonaangevende, toegankelijke en betaalbare verslavingszorg in Noord-Brabant.

Ondernemingsraad

Eén van de belangrijkste onderwerpen waar de OR zich de afgelopen tijd mee bezig heeft gehouden, is de eventuele samenwerking tussen NK en Zorg van de Zaak. De OR neemt deel aan de klankbordgroep en laat zich gedurende het proces bij staan door een deskundig organisatieadviseur.

Verder heeft de OR zijn instemming verleend aan het leer- en ontwikkelbeleid en de daaraan gekoppelde opleidingsbegroting 2017. Hoewel de OR beseft dat de vraag naar opleiden groot is en de middelen helaas beperkt, is het goed dat het leer- en ontwikkelbeleid toch kansen, duidelijkheid en kaders geeft.

Verder betrekt de OR de achterban op een nieuwe wijze. Meer teams en collega’s worden betrokken door te werken met contactpersonen die namens hun team de OR voorzien van feedback. 

Raad van Toezicht

In het afgelopen kwartaal rondde de Raad van Toezicht haar jaarverslag 2016 af. Binnenkort verschijnt dit verslag op de website van NK, maar vanaf dit jaar is het ook toegankelijk via de website van de NVTZ. Op beide plekken kunt u de terugblik van de toezichthouder op het afgelopen jaar lezen.

Net als voor de CR en OR, gold ook voor de Raad van Toezicht als belangrijk gespreksonderwerp met de bestuurder van NK de voortgang van het proces om te komen tot strategische samenwerking met Zorg van de Zaak. Maar ook de kentering ten goede voor wat betreft operationele resultaten kwam uiteraard aan bod en geeft ook de toezichthouder vertrouwen. 

Zoals jaarlijks had de Raad van Toezicht in zijn rol van werkgever van het bestuur ook het afgelopen kwartaal een gesprek met de bestuurder over diens functioneren. Meestal gebeurt dit mede aan de hand van een schriftelijk 360-graden onderzoek, waarbij vanuit verschillende invalshoeken feedback wordt gevraagd. Dit jaar pakt de Raad van Toezicht het anders op en wordt de informatie mondeling opgehaald bij de mede governance-actoren, zodat ook het contact met deze andere stakeholders verder verstevigd raakt.

Cijfers eerste half jaar 2017

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over het eerste half jaar van 2017: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In het eerste half jaar van 2017 waren 6.339 cliënten in behandeling, versus 6.444 in het eerste half jaar van 2016. Van hen zijn 742 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 1.992
Opiaten 733
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 908
Xtc 8
Cannabis 689
GHB 170
Gokken 153
Overig of onbekend 1.686

 

Geslacht Aantal
Mannen 4.826
Vrouwen 1.513

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.735
24-50 jaar 3.927
18-23 jaar 580
< 18 jaar 97

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste half van 2017 zijn in totaal 677 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 551 in het eerste half jaar van 2016.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 64
Opiaten 4
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 108
Xtc 7
Cannabis 229
GHB 13
Gokken 25
Gamen 57
Overig of onbekend 170

 

Leeftijd Aantal
12 1
13 3
14 8
15 18
16 30
17 37
18 61
19 78
20 95
21 105
22 121
23 120

 

Geslacht Aantal
Mannen 530
Vrouwen 147

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 april 2017: 729

Aantal medewerkers per 1 april 2017: 858

 

Aantal fte per 1 juli: 726

Aantal medewerkers per 1 juli: 855

Cliënttevredenheid

Recent zijn de cliënttevredenheidscijfers over 2016 bekend geworden.

Zorgtype Beoordeling Aantal respondenten plus percentage van totaal cliënten
BasisGGZ kort, middel, intensief 8,4 320 (42%)
BasisGGZ chronisch 8,1 30 (38%)
Specialistische GGZ 8,2 530 (34%)

 

Weer op de weg omhoog (voorwoord bij kwartaalbericht april 2017)

Geachte relatie,

Na een woelig jaar bevinden wij ons weer op de weg omhoog. We hebben onze bedrijfsvoering structureel verbeterd en zijn in een belangrijk stadium van het (voor een groot deel) oplossen van de financiële problemen. We zijn steeds beter in staat om onze uitstekende verslavingszorg op een kosteneffectieve manier aan te bieden. Wel is het belangrijk dat we onze fundamenten verstevigen, zodat we weer kunnen investeren en ontwikkelen. Zoals u weet, onderzoeken we daarom dit voorjaar samenwerking met bedrijvennetwerk Zorg van de Zaak.

Om de kwaliteit van onze zorg te verbeteren en duurzaam te borgen, is in januari 2017 gestart met het vitaal maken van onze teams. Doel is om ervoor zorgen dat onze medewerkers veel meer zelf verantwoordelijk zijn voor en invloed uit kunnen oefenen op de kwaliteit van de zorg en hun eigen prestaties. De teams worden hierin het komende anderhalf jaar intensief begeleid. Inmiddels beginnen de eerste resultaten zich af te tekenen: er wordt per medewerker meer zorg geleverd en de registratie wordt zichtbaar beter.

Ondertussen blijven we natuurlijk goede zorg ontwikkelen en leveren. In dit kwartaalbericht blikken we terug op het eerste kwartaal van 2017. U vindt hier onze cijfers, overzichten en mijlpalen op het gebied van onder meer kwaliteit en onderzoek, herstelondersteuning en veiligheid. Daarnaast bieden we u, zoals u gewend bent, verdiepende artikelen over een aantal boeiende thema’s, zoals een nieuwe aanpak binnen de jeugdzorg, waarbij een mentor uit de eigen omgeving wordt ingezet, en antwoord op de vraag welke factoren bijdragen aan succesvol herstel van een verslaving. Ik wens u veel leesplezier!

Walther Tibosch
Bestuurder NK

Slagen of falen? Wat bepaalt of je van je verslaving herstelt of niet?

Verslaving is een hardnekkig probleem, maar gelukkig kunnen veel cliënten met de juiste hulp herstellen. Maar wat zijn de factoren voor hun succes? Wat bepaalt of een cliënt zijn of haar verslaving weet te overwinnen of juist keer op keer terugvalt? Kun je dat beïnvloeden? Vier deskundigen geven hun mening. Over de bril van de cliënt (én die van de hulpverlener!), over een goed getimede terugval, ziekmakende communicatie en naar buiten gaan zonder paraplu.

Lieke Knapen, GZ-psycholoog forensische verslavingszorg
“Als je bij de eerste weerstand van de cliënt opgeeft, bevestig je het negatieve beeld dat sommige cliënten van zichzelf hebben”

“Als je verslaafd raakt, kan dat om zich heen grijpen en alles overnemen. Het is dus belangrijk dat mensen weer zinvol werk hebben, een sociaal netwerk opbouwen en prettige activiteiten ondernemen, bijvoorbeeld sporten of een hobby. Maar dit soort ‘bekrachtigers’ – beloningen van gezond gedrag – zijn niet altijd voldoende. Veel cliënten die NK binnen de specialistische GGZ behandeld worden, worden steeds weer ingehaald door demonen uit hun verleden. Ze hebben iets naars meegemaakt, en gebruiken een middel om hun emoties te dempen. Als zo’n trauma weer opduikt, is de beloning van het middel er meteen… De beloning van werk of sport laat vaak veel langer op zich wachten.

Op zo’n moment kan een goede hulpverlener doorslaggevend zijn. Het is zo belangrijk dat je er als hulpverlener voor je cliënt bént en dat ook volhoudt. Veel cliënten hebben bijvoorbeeld hun hele leven al gehoord dat ze niet goed genoeg zijn. Daardoor hebben ze misschien de neiging om snel op te geven. Als je dan als enthousiaste hulpverlener weerstand tegenkomt en opgeeft, bijvoorbeeld omdat een cliënt zijn opdrachten niet uitvoert, dan bevestig je het negatieve beeld dat sommige cliënten van zichzelf hebben, omdat je de boodschap herhaalt die ze altijd al gehoord hebben: zie je wel, het lukt toch niet. Juist op dat moment komt het erop aan om die ander níet op te geven. Ander gedrag te laten zien dan ze gewend zijn. Vertrouwen opbouwen, zodat de cliënt ziet: zo kan het ook. Als hulpverlener moet je kunnen zien door welke bril jouw cliënt zichzelf bekijkt, én door welke bril je zelf als hulpverlener kijkt. Hoe snel geef jij het op en trek je de – vaak onterechte – conclusie ‘De cliënt is niet gemotiveerd?’ Als hulpverlener moet je met jouw gedrag ook laten zien dat het echt anders kan.”

Janneke de Jong, behandelaar BasisGGZ
“Als je geen respect hebt voor je cliënt, zullen ze zich ook niet voor je openstellen”

“Ik werk binnen de huisartsenpraktijk, dus vaak hebben mijn cliënten nog geen ernstige verslaving. Dat is meteen ook een heel belangrijke factor. Hoe eerder je hulp zoekt, hoe sneller en vollediger je kan herstellen. Mensen die bij mij komen, hebben meestal nog een baan, een relatie, hobby’s, een huis, geen grote schulden. Ze komen hier zelf, niet onder zware druk van de omgeving, en zijn dus ook gemotiveerd. En bovendien hebben ze vertrouwen in de kans op herstel en in de zorg. Het is belangrijk dat een behandelaar dat vertrouwen niet schaadt. Je moet eerlijk zijn. Als een probleem te complex is, zeg ik: ‘Wat houdt je tegen om specialistische hulp te zoeken?’ Als ik die mensen niet doorstuur naar de specialistische zorg, zullen ze niet slagen, en hebben ze een negatieve ervaring. Je moet dus een goede inschatting maken van de ernst van de problemen.

Verder is het cruciaal dat je als behandelaar respect hebt voor je cliënt, en je niet boven hem of haar opstelt. Als je niet werkelijk respect hebt voor je cliënt, zullen ze zich ook niet echt voor je openstellen. Als mijn cliënten een terugval hebben, biechten ze dat meestal gewoon eerlijk op. En dan zeg ik ‘Oh, fijn.’ Hun reactie is dan natuurlijk ‘Hoezo?’ Dan zeg ik: ‘Toch handig dat het nu gebeurt, nu we elkaar nog zien? Dan kunnen we bespreken hoe je daar in de toekomst mee om kunt gaan.’”

Peter Greeven, hoofd behandelzaken
“De omgeving vervalt vaak in ziekmakende communicatie”

“Er zijn verschillende zaken van belang voor het slagen of falen van een behandeling. Ten eerste dat je een bewezen effectieve methode gebruikt. Er is veel meer onderzoek dan vroeger over wat werkt en wat niet. Maar daarnaast is het cruciaal hoe je je als behandelaar opstelt: de therapeutische relatie. Ben je wel een rolmodel voor je cliënt? Ben je positief, hoopvol, bekrachtig je de vooruitgang en de stappen in de goede richting? Als je als behandelaar cynisch bent geworden en je gelooft het zelf niet meer, dan heeft geen enkele behandeling kans van slagen. Je moet oprecht betrokken blijven en kunnen blijven luisteren, ook na twintig jaar.

Daarnaast gebeurt er buiten de therapie ook veel. Een verslaafde heeft familie en vrienden die vaak na jaren negatieve ervaringen verbitterd zijn geworden. Het is niet vreemd dat het vertrouwen beschadigd is, maar daardoor zijn zij vervallen in ziekmakende communicatie. De verslaafde wordt continu gestigmatiseerd en afgewezen door zijn of haar omgeving. De focus ligt alleen maar op gebruik en mislukking. De omgeving is supergevoelig voor elk negatief signaal en hakt daar dan op in. Begrijpelijk, maar zo drijven ze de verslaafde wel terug naar zijn gebruik en gebruikersvrienden. Zelfs als de verslaafde in herstel is, blijven de boodschappen negatief: ‘Ja, nog maar zien of je het volhoudt’, ‘Nu gaat het goed, maar dat hebben we al vaker gezien’. Dit werkt terugval in de hand. De omgeving moet leren om aandacht te geven aan positieve dingen, zodat ze gewenst gedrag versterken. Daarom moet ook de familie getraind worden, bijvoorbeeld met CRA-FT: Community Reinforcement Approach-Family Training.”

Paul Robben, regiebehandelaar NK specialistische GGZ
“Het doorslaggevende moment is als je beseft dat het jouw leven is”

“We weten dat naast individuele factoren ook omgevingsfactoren heel belangrijk zijn. Als je weer een fijn contact hebt met je familie, leuk werk hebt, een prettige woning: dan is de kans van slagen groter. Aan de andere kant… juist de verslaving heeft ervoor gezorgd dat je dat fijne contact, die leuke baan en die prettige woning kwijt bent geraakt. Dus hoe voorkom je nu dat dat weer gebeurt? Het gouden ei wat mij betreft, als dat er al is, is dat je de verantwoordelijkheid weer bij de cliënt kunt terugleggen. Die heeft in de loop van de tijd vaak alle schuld buiten zichzelf gelegd. Bijvoorbeeld dat hij thuis nooit heeft geleerd om voor zichzelf op te komen. Maar dat hoeft nu niet meer zo te zijn. Je moet een behandelrelatie opbouwen waarin je dat bespreekbaar kunt maken, niet te confronterend, maar wel met als doel denkfouten te doorbreken en je cliënt verder te helpen.

Tenzij je ontoerekeningsvatbaar of handelingsonbekwaam bent verklaard, ben je zelf vanaf je achttiende verantwoordelijk voor je leven. Als je veertig bent en zegt ‘Mijn vrouw is onaardig tegen mij, dus moet ik gewoon drinken’, dan kan ik vaak de neiging om te lachen moeilijk onderdrukken. Dan vraag ik: ‘Loop je ook zonder paraplu naar buiten als het regent en zeg je dan: ach, ach, het mag niet regenen?’ Niemand dwingt je te gebruiken. Ja, er zijn factoren die het lastig maken. Als je ADHD hebt, is het lastiger om niet aan impulsen toe te geven. Maar door coaching daarin kun je wel je gedrag veranderen. Dat geldt ook voor de invloed die verslaving op je hersenen heeft. Betekent dat dat je je gedrag niet meer aan kunt passen? Natuurlijk niet! Je moet rekening houden met die factoren, maar je kunt door het gedrag dat je jezelf aanleert, je hersenen ook weer anders inrichten. Je kunt op elk moment andere keuzes gaan maken. Elke herstelde verslaafde zal dit bevestigen: het doorslaggevende moment is dat je beseft dat het jouw leven is, dat jij het moet doen. Jij moet om hulp vragen als dat nodig is, maar jij blijft zelf de regisseur van jouw leven.”

 

 

JIM als reddingsboei: methode mentor jongeren uit eigen omgeving werkt

Ruzie, frustratie, onbegrip: in gezinnen is soms sprake van complexe problemen tussen ouder(s) en kind, die de verhoudingen ernstig verstoren. Het gezin en de hulpverleners zien soms geen uitweg meer: ondanks intensieve, langdurige hulp dreigt dan uithuisplaatsing. Een dramatische situatie voor ouders en kind. Maar gelukkig biedt de JIM (Jouw Ingebrachte Mentor) het gezin Nieuwe Kansen. Met deze aanpak werden in de regio Midden-Nederland, waar de JIM-methode bedacht is, verbluffende resultaten behaald. In 90% van de gevallen werd uithuisplaatsing voorkomen. JUZT, de organisatie voor jeugdhulpverlening in West-Brabant, nam in deze regio het initiatief om met JIM aan de slag te gaan. Novadic-Kentron is een van de samenwerkingspartners.

Eén doel: thuis blijven wonen

Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) is iemand uit de directe omgeving van het gezin: bijvoorbeeld een opa, tante, buurman of leerkracht die door de jongere gevraagd wordt om hem of haar te helpen met de problemen en conflicten thuis. De JIM fungeert als mentor en vertrouwenspersoon van de jongere en is de vertegenwoordiger naar ouder(s) én hulpverleners. Met de nieuwe methode vervagen de grenzen tussen hulpverleners en naasten. Alle betrokkenen zijn gelijkwaardige deskundigen die samen een doel hebben: de harmonie in het gezin herstellen en ervoor zorgen dat de jongere thuis kan blijven wonen.

Petra Bastiaensen, GZ-psycholoog en systeemtherapeut bij JUZT, geeft aan dat haar organisatie direct enthousiast was over de JIM-methode: “De wanhoop binnen sommige gezinnen is groot. Als intensieve en langdurige hulp geen blijvende oplossing brengt, zitten wij als hulpverleners ook in een impasse. In Utrecht is gebleken dat het inschakelen van het eigen netwerk en het benutten van de kracht daarvan heel succesvol is. Er was dan ook binnen JUZT geen enkele aarzeling om de JIM-methode ook in onze regio te implementeren. Persoonlijk kreeg ik er nieuwe energie van.”

Verbindingsteam ingeschakeld bij dreigende uithuisplaatsing

Bij het inzetten van de JIM-methode werd de samenwerking gezocht met Novadic-Kentron, GGZ Breburg en Idris. Deze organisaties vormen samen het zogenaamde Verbindingsteam. Petra Bastiaensen: “Bij iedere dreigende uithuisplaatsing wordt het Verbindingsteam ingeschakeld. Naast de JIM heeft dit team een cruciale rol. Het team vormt de verbindende schakel tussen de JIM, de jongere, het gezin, het netwerk rond het gezin en de hulpverlening.” Het Verbindingsteam bestaat uit zeven mensen. Twee JUZT-systeemtherapeuten, waaronder Petra, hebben een coördinerende rol en bewaken het proces. Vijf hulpverleners van de betrokken instellingen doen het uitvoerende werk.

Reddingsboei

Namens Novadic-Kentron is Maril van Rijt lid van het Verbindingsteam. Maril: “Als verslaving of middelengebruik een rol speelt bij de dreigende uithuisplaatsing, wordt Novadic-Kentron ingeschakeld. Ik ga dan aan de slag volgens de nieuwe methode. We starten met een eerste gesprek met ouders en jongere, waarin we de werkwijze toelichten. Meestal ziet zowel de ouder als de jongere de nieuwe aanpak als een reddingsboei en zijn zij direct gemotiveerd om met een JIM aan de slag te gaan.”

Een geschikte JIM zoeken

De tweede stap is het vinden van een geschikte JIM. Maril: “Ik inventariseer met ouders en jongere welke personen uit de directe omgeving de rol van JIM zouden kunnen vervullen. Dat moet iemand zijn die het netwerk rond de cliënt goed kent en mensen in beweging kan krijgen. Uiteindelijk kiest de jongere zijn of haar eigen JIM, en als de ouders geen zwaarwegende bezwaren hebben is de derde stap dat de jongere zelf de uitverkoren JIM vraagt die rol op zich te nemen.” Dat persoonlijke appèl werkt goed. Petra: ”Meestal lukt het binnen twee weken om een JIM bereid te vinden.”

Kan de JIM de rol aan?

Na het akkoord volgt er nog een gesprek tussen de JIM en de hulpverlener van het Verbindingsteam. Maril: “We leggen de JIM uit wat de bedoeling is en checken of de JIM de rol aankan. Ook wordt gesproken over de voorwaarden en verwachtingen van de JIM. Daarna wordt de JIM officieel geïnstalleerd. Pas daarna gaan we samen kijken wat er aan de hand is in het gezin, wie wat kan doen en maken we afspraken en een plan van aanpak met de jongere, het gezin en de JIM.”

Einddoel is steeds dat de jongere thuis kan blijven wonen. Daar wordt maximaal een half jaar voor uitgetrokken. De hulpverleners van het Verbindingsteam vervullen daarbij een rol op de achtergrond. Ze zijn continu beschikbaar om de JIM met raad en daad bij te staan. Een keer per week vergadert het Verbindingsteam en worden alle lopende casussen besproken. Als daar aanleiding toe is, wordt er een gesprek gepland met de JIM.

JIM in de praktijk: oom Kees

“Natuurlijk kon ik geen nee zeggen toen Ivo mij vroeg, zeker ook omdat de problemen in het gezin mij al langer bezig hielden. Ik vond het belangrijk dat er iemand voor hem was bij wie hij onder vier ogen zijn verhaal kwijt kon. Ik wilde die rol wel vervullen. Ik moest me wel heel bewust zijn van die nieuwe rol; ik was niet langer alleen zijn oom. Ik luisterde steeds goed naar zijn verhaal en liet Ivo uitpraten. Door vervolgens mijn visie te geven, probeerde ik Ivo tot nieuwe inzichten te laten komen. Uiteindelijk bleef Ivo bij mijn zus wonen. Dat gaf veel voldoening en het heeft me verrijkt als mens. Het gaat nu al een tijd goed, maar als het nodig is, pak ik meteen de rol van JIM weer op.”

Kees en Ivo zijn fictieve namen

Meer informatie: www.jimwerkt.nl

Foto: het verbindingsteam JIM

foto Verbindingsteam JIM buiten (muur)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Social nudging: hoe beïnvloed je gedrag zonder mensen aan te spreken?

Hoe voorkom je dat minderjarige jongeren aan alcohol komen in hun sportkantine? Hoe zorg je ervoor dat ze geen xtc gebruiken op een dance-evenement? Tot voorheen probeerden we dit vooral met argumenten. We legden uit waarom xtc gebruiken nooit zonder risico is, of waarom je beter kunt wachten met drinken tot je achttien bent. Soms werkt dat, soms gaan de woorden het ene oor in en het andere uit. Het kan ook anders. Je kunt mensen namelijk ook op een andere manier beïnvloeden, op een dieper en onbewuster niveau. Met spiegels bijvoorbeeld, of met foto’s van ouders met kinderen.

Onderzoeksbureau Pennock & Postema voerde in opdracht van GGD Hart van Brabant onderzoek uit naar zogenoemde ‘social nudging’: kleine ‘duwtjes’ die mensen in een andere richting bewegen, zonder dat daarbij gebruik gemaakt wordt van veel taal of argumenten. Novadic-Kentron (Preventie) werkte mee aan dit onderzoek en testte in de praktijk verschillende interventies.

Foto’s herinneren aan andere ‘rol’

Senior preventiewerker Bernard van ’t Klooster: “We zijn altijd op zoek naar nieuwe en mogelijk nog effectievere manieren van preventie. Uit sociaal gedragsonderzoek komen momenteel interessante resultaten naar voren. Als je weet waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen, kun je je heel specifiek daarop richten. Zo gedragen jongeren zich bij het uitgaan vaak volgens de ‘rol’ die ze passend vinden voor die setting. Ze associëren uitgaan met drugs- en drankgebruik, en ze gedragen zich in die rol dus volgens heel andere normen dan thuis bij hun ouders of op school. Door in die uitgaanssetting bijvoorbeeld foto’s op te hangen van ouders met hun kinderen, herinner je hen onbewust aan die andere rol, waarin ze afspraken hebben gemaakt met hun ouders over hun gedrag.”

Gezond gedrag in sportkantines

De GGD deed onder meer onderzoek in sportkantines, en bekeek hoe ervoor gezorgd kon worden dat minder alcohol wordt geschonken aan minderjarige jongeren. Dit deden ze onder andere door bordjes neer te zetten met daarop de vraag of jongeren onder de 25 alvast hun identiteitsbewijs tevoorschijn wilden halen als ze alcohol bestelden, zodat de barmedewerkers hier niet naar hoefden te vragen. Geen argumentatie waarom jongeren onder de 18 niet mogen drinken, sterker nog: de minderjarige jongeren werden zelfs helemaal niet aangesproken. Toch bleek deze interventie effectief te zijn: het herinnerde minderjarige jongeren op een niet-confronterende manier aan de norm, onderstreepte dat dit beleid was van de sportvereniging zelf en niet alleen van een anonieme overheid, stimuleerde gezond gedrag, maakte het onderwerp zichtbaar en bespreekbaar, en nam de druk weg bij barmedewerkers om hiernaar te vragen. Bovendien is de interventie zeer goedkoop en goed in te zetten zonder dat er een preventiewerker aanwezig is.

Spiegel voor je eigen gedrag

Novadic-Kentron werd betrokken bij een ander deel van het onderzoek, namelijk interventies tegen xtc-gebruik op dance-evenementen. Bernard: “Onze vrijwilligers die werken voor Unity maakten gebruik van onder meer spiegels, waarin bezoekers van het evenement zichzelf konden bekijken. Dit bleek heel effectief te zijn. De spiegels waren populair: veel mensen en zeker jongeren bekijken zichzelf graag in de spiegel. Maar de spiegels zetten mensen ook aan het denken. Jongeren zagen zichzelf zoals ook anderen hen zagen. Dit maakte hen veel meer bewust van hun gedrag, en van hoe ze eruit zien onder invloed.”

Nu het onderzoek is afgerond, krijgen de preventiewerkers van het onderzoeksbureau in ruil voor hun medewerking nog een uitgebreide presentatie, zodat verder kan worden besproken welke interventies preventie in kan gaan zetten.

Meer innovaties

Bernard: “Het levert heel interessante aanknopingspunten op voor andere manieren van werken binnen preventie. Daarbij willen we ook graag samen blijven werken met GGD’s en gemeentes, zodat we onze krachten en middelen kunnen bundelen en meer van dit soort projecten kunnen opzetten. Daarbij brengen wij heel veel deskundigheid in op het gebied van middelen en verslaving, plus de kennis en ervaring om die in de praktijk toe te passen. Zo worden dit soort innovaties veel gerichter en hebben ze een veel grotere kans van slagen.”

 

Doorbraak in langslepende ‘achterdeur’-discussie coffeeshops

“Cannabis is een sluipmoordenaar.” Die woorden gebruikte hoofd behandelzaken Peter Greeven om te benadrukken dat overmatig cannabisgebruik met name voor jongeren grote risico’s heeft. Deze uitspraak werd uit de context gehaald en gebruikt in het debat in de Tweede Kamer als argument tegen het wetsvoorstel Wet gesloten coffeeshopketen van Vera Bergkamp (D66). Daarmee kon de indruk worden gewekt dat ook NK tegen het wetsvoorstel zou zijn. Niets is minder waar: onze organisatie is van meet af aan actief pleitbezorger van het reguleren van ‘de achterdeur’. NK is immers van mening dat legale teelt en bevoorrading van coffeeshops in het belang is van de volksgezondheid en heeft dat nooit onder stoelen of banken gestoken. Hoe zit dat?   

Al jaren vinden vaak heftige discussies plaats over het al dan niet reguleren van de ‘achterdeur’ – de bevoorrading dus – van de coffeeshops. In februari van dit jaar werd een belangrijke mijlpaal bereikt: de Tweede Kamer stemde in met het wetsvoorstel Wet gesloten coffeeshopketen. Op 18 april buigt de Eerste Kamer zich over dit voorstel. Als deze ook haar goedkeuring geeft aan de nieuwe wet, komt er een einde aan de jarenlang slepende ‘achterdeur’-discussie, die al in 1999 werd aangezwengeld door de toenmalige Tilburgse PvdA-burgemeester Johan Stekelenburg. Vele deskundigen zijn er net als Stekelenburg al die jaren van overtuigd geweest dat de maatschappij gebaat is bij het reguleren van de bevoorrading. Onder hen zoals gezegd ook NK en het Netwerk Verslavingszorg van GGZ Nederland.

In 2011 mengde het landelijke verslavingsnetwerk zich voor het eerst in het debat, met de notitie “Coffeeshopbeleid: het paard achter de wagen”, die werd aangeboden aan de landelijke politiek. Later verdedigt NK dat standpunt ook in regionale overlegplatforms, met als een van de belangrijke voorvechters drugsexpert Charles Dorpmans. De Klankbordgroep Softdrugs Oost-Brabants (voorheen de werkgroep Kortmann) wordt opgericht, waarbij 21 gemeentes zich aansluiten. Charles Dorpmans: “Intensieve samenwerking is van groot belang op de thema’s volksgezondheid en preventie, informatie-uitwisseling en de ondermijnende impact van het huidige gedoogbeleid.” Afgesproken wordt om in het voorjaar van 2017 op ieder deelterrein met plannen van aanpak te komen.

Is het gedoogbeleid failliet?

Het huidige gedoogbeleid waarin coffeeshops softdrugs verkopen, is hoe dan ook te verkiezen boven verkoop binnen een illegale, zwarte markt. De zogenaamde AHOJ-G criteria (geen Affichering, geen Hard Drugs, geen Overlast, geen verkoop aan Jongeren en geen Groothandel) waar coffeeshops zich aan committeren, dragen bij aan het voorkomen van problemen door gebruik en voorkomen juist gebruik door jongeren onder de 18 – waar wij ook de grootste risico’s zien. Maar de coffeeshops bieden ook mogelijkheden voor preventie. Charles: “Via de coffeeshops kunnen we informatie verstrekken aan en in contact komen met gebruikers. Daarnaast scholen we het personeel van de shops in het vroegtijdig signaleren van overmatig gebruik en indien nodig doorverwijzen naar de hulpverlening.”

Minder schadelijke en meer beschermende stoffen

Maar reguleren van de teelt en bevoorrading is nóg beter. Charles: “Er zijn aanwijzingen dat een hoog of extreem hoog THC-gehalte een extra gevaar vormt voor de gezondheid van gebruikers. Legale teelt maakt het mogelijk het THC-gehalte te beperken. Tegelijkertijd kan legale teelt de verhouding tussen THC en een andere stof in de cannabisplant – cannabidiol ofwel CBD – beïnvloeden. CBD speelt mogelijk een “beschermende” rol en tempert gedeeltelijk de negatieve gevolgen van THC op psychische stoornissen en verslaving. Daarnaast is bekend dat in de illegale kweek allerhande pesticiden gebruikt worden die een gevaar kunnen zijn voor de volksgezondheid en dat er schimmels kunnen ontstaan die extra risico’s geven. Legale teelt maakt toezicht en controle hierop mogelijk. Ten slotte wordt een keurmerk op de verpakking met productinformatie, gebruiksadviezen en een link naar de verslavingszorg mogelijk.”

Minder maatschappelijke en sociale schade

De visie van NK wordt ook gedragen door de gezamenlijke instellingen voor verslavingszorg in Nederland. Zo stelt de branchevereniging in een brief van 7 april aan de leden van de commissie voor Veiligheid en Justitie van de Eerste Kamer: “Het reguleren van de teelt van cannabis leidt tot een laag risico voor de volksgezondheid en tot de minste maatschappelijke en sociale schade. Hierdoor kunnen eisen worden gesteld aan het productieproces, de herkomst, de samenstelling, de sterkte en de kwaliteit van het middel. Dat levert de meeste winst op voor de samenleving.” Daarnaast wordt in de brief gepleit voor het op grotere schaal inzetten van preventie.

Laten we hopen dat dit appèl het gewenste effect sorteert en dat ook de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel van Bergkamp. Daarmee zou een enorme doorbraak worden bereikt, die de samenleving een grote dienst zal bewijzen.

Aanbod Novadic-Kentron eerste kwartaal 2017: volop in beweging

Na een aantal moeilijke jaren gaat NK weer vooruit. We onderzoeken samenwerkingsmogelijkheden, hebben onze organisatie anders ingericht en gaan werken met Vitale Teams – zoals in het voorwoord van deze nieuwsbrief  is toegelicht. Tegelijkertijd zetten we onze positie als verslavingsexpert stevig neer. Onze professionals zijn voortdurend op zoek naar Nieuwe Kansen om uitstekende preventie en zorg te kunnen bieden op een kosteneffectieve manier. In deze nieuwsbrief vindt u een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in het eerste kwartaal van 2017.

Gemeenten onderkennen het belang van preventie

Onze activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van problemen door gebruik van middelen, worden bekostigd door de Brabantse gemeenten. Inmiddels is duidelijk dat alle gemeenten budget hebben vrijgemaakt voor onze preventie. Dat feit is een erkenning voor ons werk en bevestigt dat onze activiteiten ertoe doen. Met onze testservice, ouderavonden, bezoeken aan groepen hangjongeren, alcoholintoxicatiegesprekken, deskundigheidsbevordering aan professionals enzovoorts, leveren wij een substantiële bijdrage aan het terugdringen van problemen door middelengebruik en daarmee ook het voorkomen van overlast en hoge kosten.

Portfolio gemeenten voor beter maatwerk

Een goede relatie met de gemeenten is niet alleen voor preventie van cruciaal belang. Ook activiteiten die vallen binnen het kader van de Wmo worden door de gemeente gefinancierd. Denk bijvoorbeeld aan de medische heroïnebehandeling, bemoeizorg en voorzieningen voor opvang en wonen. Ons volledige aanbod voor de gemeenten hebben we in een eenduidig en helder productportfolio opgenomen. Zo kunnen we gemeenten maatwerk leveren met een aanbod dat aansluit bij de behoefte van die betreffende gemeente. We onderzoeken momenteel ook een werkwijze om contactpersonen per gemeente aan te stellen, die vaste gesprekspartner en aanspreekpunt voor de gemeenten zijn. Zij helpen de gemeenten bij het maken van de juiste keuzes.

Toename spuiten van speed

Begin vorig jaar is in Breda een expertpanel samengesteld met deelname van verschillende deskundigen (politie, hulpverlening, gemeente, gebruikerswereld, et cetera), dat drugstrends signaleert en aanpakt. Dit panel, voorgezeten door NK-drugsexpert Charles Dorpmans, heeft vastgesteld dat het middel speed steeds vaker gespoten wordt. Vooral gebruikers uit Breda en omgeving die dagelijks zowel GHB als speed gebruiken, zijn het laatste middel gaan injecteren. Naar aanleiding hiervan is een voorlichtingsfilm voor gebruikers gemaakt over de risico’s van injecteren. In de film, te vinden op het YouTubekanaal van NK, komt onder andere ex-cliënte Keja aan het woord: “De mensen die speed spuiten, zijn zich echt niet bewust van de risico’s. Ook ik was me daar destijds niet bewust van. Anderen deden het ook, dus ik dacht dat het dan wel mee zou vallen.” Om meer gebruikers te waarschuwen, zullen onze preventiewerkers de film onder de aandacht brengen van de groep gebruikers die speed injecteren. Nieuwsuur heeft landelijk aandacht besteed aan dit thema (item begint na 11 minuten).

Uitgaansgeweld

Diverse partijen (Novadic-Kentron, Halt, GGD, Divers jeugdwerk) hebben samen met politie, stadstoezicht en de horeca in het Bossche uitgaanscentrum de actie KIES uitgevoerd. Onder het motto Hero of Zero werd op stapavonden vanuit een grote tent het thema uitgaansgeweld aangekaart. Van 23.00 tot 02.00 uur werden jonge stappers door leden van het actieteam, gekleed in opvallende Hero-of-Zero-outfits, met aantrekkelijke middelen aan het denken gezet over dit thema. Zo werden polaroidfoto’s gemaakt, waarbij jongeren poseerden als slachtoffer van uitgaansgeweld. De actie KIES wordt op het verzoek van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als pilot door de gemeente Den Bosch uitgevoerd. Een onderzoeksbureau evalueert deze actie. Op basis van het evaluatierapport wordt besloten of KIES, eventueel in aangepaste vorm, in meerdere gemeenten ingezet kan worden.

Hulp in de wijk

Het huidige beleid in de zorg is om mensen zo veel mogelijk in de eigen omgeving de nodige hulp en zorg te bieden. In alle Brabantse steden zijn daartoe wijkteams ingericht met generalisten. Als middelengebruik een rol speelt bij de problemen die zij tegenkomen, ondersteunen onze preventiewerkers de generalisten. Zij leren hen hoe ze problematisch gebruik en verslaving in een vroeg stadium kunnen herkennen en reiken handvatten aan om daarmee om te gaan. Als dat nodig is, wordt verbinding gelegd met hulpverleners van NK.

In Eindhoven helpen generalisten van negen wijkteams van WIJeindhoven mensen in hun directe omgeving. Twintig van hen waren 7 maart te gast bij onze locatie op De Grote Beek. Zij maakten kennis met onze hulpverleners en er werd uitgelegd wat NK voor hen kan betekenen. Andersom deden de generalisten de oproep om bij afronding van onze hulpverlening cliënten te wijzen op de mogelijkheden voor ondersteuning door WIJeindhoven.

Samenwerking met de LVB-sector

Veel mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben problemen door het gebruik van alcohol en drugs. In Vught heeft Novadic-Kentron daarom een speciale klinische afdeling voor deze groep. Maar ook werkt NK intensief samen met ketenpartners uit de LVB-sector. Medewerkers van die instellingen ontbreekt het vaak aan de juiste kennis en ervaring om misbruik tijdig te signaleren en aan te pakken. Om samen betere zorg en begeleiding voor de LVB-doelgroep te kunnen bieden, werken we samen met bijvoorbeeld Cello, De la Salle en Dichterbij, en zijn we in gesprek met andere partners uit de LVB-sector. We bieden hen deskundigheidsbevordering, betrekken hen bij de behandeling en evalueren tussentijds. Uiteindelijk willen we ook het leren van elkaar intensiveren. Medewerkers uit de LVB-sector gaan meedraaien bij NK en vice versa, met als doel om elkaars expertise te vergroten.

Novadic-Kentron back to (core) business

Wij willen onze cliënten Nieuwe Kansen bieden en hen ondersteunen bij hun herstel. Daarbij vormen onze kernwaarden Toonaangevend en Fijn behandeld de rode draad. Om Toonaangevend te blijven als expert op het gebied van verslaving, leggen we steeds meer de focus op onze core business: voorkomen van verslaving en behandeling van cliënten met verslavingsproblemen. Dit betekent dat we een aantal activiteiten, met name op het gebied van arbeid, wonen en financiën, niet meer zelf oppakken, maar hierbij de samenwerking zoeken met andere specialisten. Zo kunnen we elkaars expertise optimaal benutten en samen onze cliënten een totaalpakket bieden. Een aantal activiteiten op het gebied van opvang voor de chronische doelgroep, die vallen onder de Wmo, bouwen we af en dragen we over aan organisaties voor Maatschappelijke Opvang, die gespecialiseerd zijn op dit gebied. De komende jaren zal in samenspraak met genoemde ketenpartners en gemeenten gesproken worden over een soepele overdracht van onze opvangactiviteiten.

In Eindhoven is dat al gelukt. Ons activiteitencentrum aan de Kanaaldijk is reeds in samenspraak met de gemeente overgedragen aan Neos. Neos heeft de dagbestedingsactiviteiten en andere faciliteiten overgenomen ten behoeve van cliënten die niet beschikken over een sociaal netwerk en dagstructuur. Ook is Neos op deze locatie gestart met een Arbeidstrainingscentrum (ATC).

NK sluit nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Avans

Op 5 april hebben Novadic-Kentron en Avans Hogescholen opnieuw een convenant gesloten om samen toekomstbestendige beroepsprofessionals op te leiden. Beide partijen willen met de samenwerkingsovereenkomst een goede balans tot stand brengen tussen investeren en oogsten.

In het convenant worden enerzijds de gezamenlijke ambities benoemd en anderzijds een concreet werkplan voor de periode van een jaar uitgewerkt. Er worden afspraken gemaakt over het plaatsen van stagiaires bij NK, het bieden van gastlessen en/of workshops over en weer, participatie van NK in het onderzoek van Avans en deelname van onze professionals in leergemeenschappen van Avans. NK en Avans beschouwen elkaar als hoogwaardige en essentiële partners, zowel op het gebied van verslavingszorg (preventie, behandeling en opvang) als op het gebied van opleiden van professionals voor deze sector.

Er wordt een stuurgroep van vier personen geformeerd die verantwoordelijk is voor het naleven van het convenant. Deze stuurgroep bestaat uit Walther Tibosch als bestuurder van NK en drie leden van de drie academiedirecties van Avans Hogeschool. Een werkgroep van vijf personen vanuit NK en Avans gaat een concreet werkplan opstellen. Het convenant loopt tot voorjaar 2019.

In oprichting: Verslavingskunde Nederland – expertise gebundeld

Novadic-Kentron is met zeven andere instellingen voor verslavingszorg, het Platform Strategisch Inhoudelijk Deskundigen (pSID) en cliëntvertegenwoordiging Het Zwarte Gat in gesprek om het  landelijk kenniscentrum Verslavingskunde Nederland – expertise gebundeld op te richten. NK-bestuurder Walther Tibosch hanteert als voorzitter van de GGZ-sectie verslaving tijdelijk ook de voorzittershamer van het op te richten kennisinstituut. Verslavingskunde Nederland i.o. streeft de volgende doelen na:

  • de toegang tot de verslavingskunde vergroten en mensen met een verslaving passende behandeling bieden die gericht is op herstel;
  • stigma’s rondom verslaving doorbreken, mede door inzet van ervaringsdeskundigen;
  • de kwaliteit en (kosten)effectiviteit van de behandeling voortdurend verbeteren;
  • opleiding, onderzoek en innovatie stimuleren en ondersteunen.

De ambitie is om meer mensen met verslavingsproblemen sneller, beter en effectiever te behandelen en zo bij te dragen aan een gezonde, sociale en veilige samenleving. Verslavingskunde Nederland krijgt een open netwerkstructuur waarbij relevante stakeholders en samenwerkingspartners actief betrokken worden.

Herstelondersteunende zorg eerste kwartaal 2017

NK beschouwt herstelondersteunende zorg als een van de belangrijkste pijlers in haar visie en koers. Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Daarbij is er aandacht voor herstel op verschillende levensgebieden, afhankelijk van de wensen van de cliënt. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook biedt het vele ex-cliënten in herstel een mogelijkheid ervaring op te doen en nieuwe vaardigheden te leren, die ook weer bijdragen aan hún herstel en hun kansen binnen de maatschappij en op de arbeidsmarkt.

Vakvereniging voor ervaringswerkers

Om de positie van ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen (ervaringswerkers die een opleiding gevolgd hebben) te versterken, is de Vereniging van Ervaringsdeskundigen opgericht, onder bestuur van Nico Hopman en Wilma Boevink (beiden eveneens ervaringsdeskundig). De vakvereniging is een onafhankelijke vereniging voor alle ervaringswerkers bij alle organisaties. Een groot deel van de ervaringswerkers van NK is hier lid van geworden. De vakvereniging wil eenduidigheid aanbrengen in het onderscheid ervaringswerker en ervaringsdeskundige en streeft naar standaardisatie en erkenning van het beroep ervaringsdeskundige. Meer informatie is te vinden op de Facebookpagina van de vereniging.

Leer-werkexperiment Nex2Next in Den Bosch zeer succesvol

In het najaar van 2016 is het leer-werkexperiment Nex2Next van start gegaan (met programmaleider Nico Hopman en coördinator verslavingsdeskundigen Marcella Mulder van NK). NK is samen met Reinier van Arkel, GGZ Oost Brabant en gemeente Den Bosch partner in dit programma, waarin ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen ondersteuning bieden aan mensen met (ernstige) verslavingsproblemen en psychische problemen in combinatie met problemen op bijvoorbeeld het gebied van wonen, werken of financiën. Het project loop zeer goed: al meer dan 100 mensen hebben zich aangemeld met een hulpvraag, veelal doorgestuurd door Weener XL – het werk-ontwikkelbedrijf van de gemeente Den Bosch. De ervaringswerkers van Nex2Next ondersteunen hen bij het oplossen van kleine problemen, en leiden hen toe naar zorg en begeleiding als de problemen ernstiger zijn.

Ervaringswerker gestart als gastheer in Eindhoven

In februari is op onze locatie in Eindhoven een ervaringswerker gestart als gastheer. In het kader van een ‘proeftuin’ (pilot) loopt de gastheer mee met de receptie, ontvangt cliënten en bezoekers en helpt bij de administratie.

Promotie boegbeeld herstelbeweging Wilma Boevink

Op 13 april 2017 is Wilma Boevink, boegbeeld van de herstelbeweging, gepromoveerd aan de Universiteit Maastricht. In haar proefschrift ‘HEE! Over herstel, empowerment en ervaringsdeskundigheid in de psychiatrie’ gaat ze in op de kracht van ervaringsdeskundigheid. Wilma is zelf ervaringsdeskundige: haar eigen ervaringen met psychische aandoeningen en herstel zijn de basis voor haar werk en onderzoek. Wilma is sinds 1991 als onderzoeker verbonden aan het Trimbos-instituut. Binnen het re-integratieprogramma van het Trimbos-instituut richtte zij de afdeling HEE op: Herstel, Empowerment & Ervaringsdeskundigheid. HEE is een programma gericht op het ondersteunen van herstelprocessen en het ontwikkelen van kennis en producten op het gebied van herstel en herstelondersteuning, gemaakt en uitgevoerd door ervaringsdeskundigen.

Onderzoek naar Bureau HEE op locatie Cliënten Service Bureau

Na sluiting van het Cliënten Service Bureau wordt nu onderzocht of op de locatie in Vught, in navolging van het programma van Wilma Boevink, eveneens een Bureau HEE (Herstel, Empowerment & Ervaringsdeskundigheid) opgericht kan worden. Bureau HEE zal net als het CSB de functie van gastheer en informatiepunt op zich nemen, maar legt daarnaast vooral de focus op het faciliteren en bevorderen van de inzet van ervaringsdeskundigheid. Bureau HEE wordt voor medewerkers hét aanspreekpunt als zij vragen hebben over herstelondersteunende zorg, bundelt beschikbare informatie en verzamelt vacatures voor ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen.

Ervaringsdeskundige John Remmers schoolt afdelingen in herstelondersteunende zorg

Ervaringsdeskundige John Remmers start dit voorjaar met het geven van trainingen aan afdelingen binnen NK, te beginnen bij de afdeling Dubbele Diagnose. De medewerkers van de afdeling krijgen een training in het toepassen van herstelondersteuning en empowerment. Omdat persoonlijke ervaringen de basis zijn van elke vorm van ervaringsdeskundigheid, wordt medewerkers gevraagd of zij zelf een persoonlijke ervaring willen delen met hun collega’s, waarbij ze ook ingaan op de vraag hoe dit hen heeft gevormd en hoe ze de ervaring binnen hun werk (kunnen) gebruiken.

Cijfers

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal/Breda 127
Tilburg 105
Den Bosch/Oss 100
Eindhoven/Helmond 137

Samen starten

Actie Aantal
Aantal benaderde cliënten totaal 92
Doorgestuurd naar Samen herstellen 26
Na eenvoudige aanwijzingen alsnog ingeschreven 24
Na intensieve ondersteuning alsnog ingeschreven 34

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal 15
Breda 15
Tilburg 12
Den Bosch 7
Eindhoven 12
Oss 7
Den bosch ouderengroep 5

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 12
Tilburg 8
Den Bosch 24
Eindhoven 14

Aantal ervaringswerkers

Regio Aantal medewerkers
Breda 4
Tilburg 6
Den Bosch 9
Eindhoven 6

 

Kwaliteit en onderzoek eerste kwartaal 2017

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, heeft NK veel aandacht voor het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied in het eerste kwartaal van 2017.

GGZ Ecademy

Om te kunnen blijven inspelen op alle ontwikkelingen binnen de zorg, is het essentieel dat onze medewerkers goed opgeleid zijn en blijven. E-learning biedt daarbij veel mogelijkheden, omdat medewerkers dit zeer flexibel en op het gewenste moment kunnen toepassen, naast of in plaats van klassikale trainingen. Om deze reden heeft NK zich aangesloten bij de GGZ Ecademy, een coöperatieve vereniging van meer dan 40 instellingen binnen de GGZ. ‘We zullen ons opleidingsaanbod stapsgewijs aanpassen. Dit scheelt reistijd en medewerkers zijn niet meer afhankelijk van het tempo van de andere cursisten. Omdat veel (achtergrond)kennis online geleerd kan worden, kunnen de klassikale onderdelen bovendien veel effectiever worden ingezet: interactief en gericht op de praktijk.

Het roer moet om: Rapport administratieve lasten in de GGZ

GGZ Nederland heeft recent onderzoek gedaan naar de aard en de impact van de regeldruk en de administratieve lasten, die zoveel tijd en geld kosten dat medewerkers onvoldoende toe komen aan hun kerntaak: goede geestelijke gezondheidszorg. Voor het eerst zijn de administratieve lasten onderzocht in alle domeinen waar ggz en verslavingszorg wordt geleverd. Het onderzoek laat zien dat de administratieve lasten fors zijn toegenomen door toenemende controle- en inkoopeisen: de administratieve lasten bedragen inmiddels zo’n 25%! Het rapport Het roer moet om is afgelopen week aangeboden aan het Ministerie van Justitie en diverse stakeholders. Voorgesteld wordt om de administratieve lastendruk drastisch te verminderen en de urgentie wordt benadrukt om haast te maken met het verminderen van de administratieve lasten in het belang van de cliënt en de professional, zodat we weer toe komen aan waar het echt om gaat! Lees hier het hele rapport.

Agenda voor de zorg

Afgelopen week heeft een brede coalitie van patiënten-, cliënten- en ouderenorganisaties, zorgverleners, zorgaanbieders, publieke gezondheidsdiensten en zorgverzekeraars de ‘Agenda voor de Zorg’ gepresenteerd. De zorgpartijen willen vernieuwing in de zorg bereiken door een actievere betrokkenheid van cliënten en patiënten, meer inzet van innovatie en digitale zorg, meer goed opgeleide zorgverleners, een preventieakkoord, samenhangende afspraken over de kwaliteit en financiële kaders en minder regels. Dat zijn de hoofdpunten uit de agenda die door voorzitter Alexander Rinnooy Kan zijn gepresenteerd en aangeboden aan het ‘nieuw te vormen kabinet’.

Jacobine Geel, voorzitter van GGZ Nederland, sluit zich daarbij aan: ‘Deze Agenda voor de Zorg ondersteunt de doelstellingen waar ook de ggz aan werkt: goede, toegankelijke geestelijke gezondheidszorg dichtbij mensen, met aandacht voor preventie, onder meer door aanwezigheid in de wijk. We vragen een nieuw kabinet dit te ondersteunen’. Een goede geestelijke gezondheid betekent een gelukkiger samenleving en leidt bovendien tot hogere arbeidsproductiviteit, minder schooluitval, betere (fysieke) gezondheid en meer veiligheid. Bekijk hier het volledige rapport.

Onderzoek vervanging urinecontroles door speekseltesten in de Medische Heroïne Unit

Novadic-Kentron participeert in een onderzoek om bij cliënten van de Medische Heroïne Unit (MHU’s) urinecontroles op opiaten (zoals heroïne) te vervangen door meer gebruiksvriendelijke speekseltesten. In het najaar van 2016 zijn voor dit onderzoek bij de MHU’s in Den Bosch en Eindhoven metingen uitgevoerd bij de cliënten. De meting bestond uit het afstaan van speeksel, een blaastest en het inleveren van urine. Het merendeel van de cliënten werkte hier graag aan mee en ook de staf reageerde enthousiast. Het onderzoek, dat in samenwerking met Tactus, IrisZorg en Gelre ziekenhuizen wordt uitgevoerd, bevindt zich momenteel in de afrondende fase, waarbij de eerste resultaten deze zomer verwacht worden. Het doel hierbij is om urinecontroles op termijn overbodig te maken om opiaatgebruik te meten. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Harmen Beurmanjer, studiecoördinator NK.

Overige onderzoeken

  • Laura DeFuentes-Merillas van NK participeert in een onderzoek naar trainingsvormen om de ‘automatische aandacht’ bij alcohol- en cannabisverslaving te beïnvloeden. De verwachting is dat als deze training naast de reguliere behandeling plaatsvindt, dit een positief effect zal hebben op de behandeluitkomst en de kans op terugval zal worden verkleind. De resultaten worden eind dit jaar verwacht.
  • NK-medewerkers Laura DeFuentes-Merillas, Boukje Dijkstra en Cor Verbrugge voeren in opdracht van NISPA en IVO een literatuurstudie uit voor een rapport dat beoogt de indicatiestelling in de verslavingszorg te uniformeren en aan te laten sluiten bij recent beschikbare nationale en internationale onderzoeksresultaten.
  • NK-medewerker Cor Verbrugge heeft met Martinus Stollenga het hoofdstuk ‘Herstel in Nederland’ geschreven voor de publicatie ‘Handboek Herstelgerichte Verslavingszorg’ (onder redactie van prof. Vanderplasschen en prof. Vanderlaenen).
  • NK-medewerkers Harmen Beurmanjer, Cor Verbrugge, Boukje Dijkstra waren medeauteur van het onlangs verschenen NISPA-rapport: ‘GHB afhankelijkheid: ziektepercepties en behandelingsbehoeftes’. Het is een verslag van een kwalitatief onderzoek naar ziekte-inzicht bij GHB verslaafden.
  • NK-medewerkers hebben verschillende artikelen gepubliceerd over GHB. Er is onlangs een publicatie verschenen in het tijdschrift ‘Journal of EMDR Practice and research’ van onder andere twee NK-medewerkers (Rouhollah Qurishi & Bibi Bressers): EMDR Therapy Reduces Intense Treatment-Resistant Cravings in a Case of Gamma-Hydroxybutyric Acid Addiction. Verder zijn de volgende artikelen gepubliceerd:
    • Pharmacological Treatment in γ-Hydroxybutyrate (GHB) and γ-Butyrolactone (GBL) Dependence: Detoxification and Relapse Prevention. Kamal RM, van Noorden MS, Wannet W, Beurmanjer H, Dijkstra BA, Schellekens A. CNS Drugs. 2017 Jan;31(1):51-64. doi: 10.1007/s40263-016-0402-z. Review.
    • Detoxification with titration and tapering in gamma-hydroxybutyrate (GHB) dependent patients: The Dutch GHB monitor project. Dijkstra BA, Kamal R, van Noorden MS, de Haan H, Loonen AJ, De Jong CA. Drug Alcohol Depend. 2017 Jan 1;170:164-173. doi: 10.1016/j.drugalcdep.2016.11.014.
    • Psychiatric comorbidity, psychological distress, and quality of life in gamma-hydroxybutyrate-dependent patients. Kamal RM, Dijkstra BA, de Weert-van Oene GH, van Duren JA, de Jong CA. J Addict Dis. 2017 Jan-Mar;36(1):72-79. doi: 10.1080/10550887.2016.1214000.

Verslavingsreclassering en Forensische verslavingszorg eerste kwartaal 2017

Cliënten die naast hun verslaving delicten hebben gepleegd en daardoor met justitie in aanraking zijn gekomen, kunnen bij Novadic-Kentron begeleid worden door de Verslavingsreclassering en zo nodig behandeld door de Forensische verslavingszorg. In de meeste gevallen gebeurt dit binnen een justitieel kader, waarbij het OM opdrachtgever en/of verwijzer is. Kwaliteit en innovatie op deze afdelingen staan hoog in het vaandel om ook deze cliënten Nieuwe Kansen te bieden. Daarbij werken we ook samen met ketenpartners aan innovatieve projecten. Hieronder enkele highlights uit het eerste kwartaal van 2017.

Verslavingsreclassering in de ‘verkeerstoren’

Het Openbaar Ministerie heeft in het arrondissement Zeeland/West-Brabant een zogenoemde ‘verkeerstoren’: een regelcentrum waar alle via de politie binnengekomen zaken besproken worden en een keuze gemaakt wordt voor een logische of gewenste juridische afwikkeling. Zaken kunnen bijvoorbeeld worden doorgeleid naar de rechtbank (al of niet met rapportages van de Verslavingsreclassering), er kan via het OM een taakstraf worden opgelegd of zaken worden al of niet voorwaardelijk geseponeerd. Het Openbaar Ministerie heeft NK, Emergis en Reclassering Nederland (de 3RO) gevraagd om als vraagbaak en adviseur in dat verdeelcentrum te gaan participeren, met als specifieke taak het OM te adviseren over de mogelijke en gewenste medewerking van en instroom in de VR.

De 3RO zijn blij met het initiatief en hebben hun medewerking toegezegd. De verwachting is dat door de korte lijnen die het werken vanuit één ruimte biedt, een betere afstemming mogelijk is. Daarmee wordt zowel een kwaliteitsslag gemaakt als tijdwinst geboekt. Bij het parket Breda, waar de verkeerstoren zich bevindt, zijn inmiddels de nodige autorisaties geregeld en is een werkplek ingericht voor de reclasseringsmedewerkers. Reclasseringswerkers zijn vrijgemaakt om drie dagdelen per week ter plekke de nieuwe adviseursrol in te vullen. Een van hen is onze VR-collega Sjoukje Luisterburg.

Parels en Oesters

Om de kwaliteit van het aanbod van de Forensische Verslavingszorg te verbeteren en innovaties te kunnen doorvoeren, hebben Novadic-Kentron en zeven andere instellingen* een kwaliteitsnetwerk opgezet. Namens onze organisatie zit Christel Vogelpoel (senior verpleegkundige klinische forensische zorg) in het kernteam van dat netwerk. Begin februari organiseerde het netwerk een landelijke bijeenkomst Parels en Oesters. Vertegenwoordigers van de forensische afdelingen van de acht instellingen kwamen daar bij elkaar om kennis te delen, van elkaar te leren en met elkaar te praten over innovatie en verbetering. Reviewteams bestaande uit medewerkers én cliënten waren bij de betreffende instellingen op zoek gegaan naar onderscheidende sterke punten (Parels) en mogelijkheden voor verbetering en innovatie (Oesters). In totaal kreeg onze Forensische Verslavingszorg zes Parels toebedeeld voor:

  • de inzet van ervaringsdeskundigen;
  • het stimulerend behandelklimaat;
  • de samenwerking met de Verslavingsreclassering;
  • de juridische consultatie;
  • de laagdrempelige dagbesteding;
  • het betrekken van de cliënt bij de behandeling.

Ervaringsdeskundige John Remmers, werkzaam op onze forensische klinische afdeling, hield een workshop waarin hij, vanuit het thema destigmatisering, een toelichting gaf op de zes Parels voor NK.

Christel hield een korte pitch over de wijze waarop NK met de Oesters aan de slag gaat. Tijdens een volgende landelijke dag wordt uitgewisseld welke stappen er gemaakt zijn met de verbeterpunten.

*De acht instellingen van het kwaliteitsnetwerk zijn Bouman GGZ (onderdeel van Antes), Inforsa (onderdeel van Arkin), IrisZorg, Radix (onderdeel van Mondriaan), Tactus, Verslavingszorg Noord, Nederland, Victas (onderdeel van Arkin) en NK.

Meer oog voor jeugd

De Verslavingsreclassering van NK voert, als de rechter dit als bijkomende straf heeft opgelegd, trainingen uit met als doel cliënten die een delict hebben gepleegd te helpen om hun gedrag te veranderen. In heel Brabant heeft de VR zes speciaal opgeleide trainers die de training verzorgen. De VR heeft twee erkende trainingen: de Leefstijltraining en de training Alcohol en Geweld. Beide trainingen zijn bedoeld voor wetsovertreders van 18 jaar en ouder.

De Raad van de Kinderbescherming is samen met de jeugdofficier en de jeugdreclassering verantwoordelijk voor strafzaken van jongeren onder de 18 jaar. Ook bij deze doelgroep speelt middelengebruik regelmatig een rol. Vanuit de RvdK is landelijk aangekaart dat hun medewerkers onvoldoende zijn toegerust om daar adequaat op in te spelen. Daarom is besloten de Leefstijltraining (drie modules van vijf bijeenkomsten en een intake-, voortgangs- en eindgesprek) een justitiële erkenning te geven binnen het Jeugdstrafrecht, zodat deze door onze trainers uitgevoerd kan worden voor jongeren tussen de 16 en 18 jaar. Dat gebeurt in eerst instantie bij wijze van proef in de arrondissementen Oost-Brabant en Den Haag. De proef start nadat in juni twee voorlichtingsbijeenkomsten hebben plaatsgevonden voor Raadsonderzoekers, Jeugdreclasseerders en de Jeugdofficier van Justitie.

Verslavingsreclassering behaalt HKZ-certificaat

Eind vorig jaar ontvingen we het bericht dat Verslavingsreclassering het HKZ-certificaat heeft behaald. Dat is niet alleen van belang omdat dat een voorwaarde is voor subsidiering, maar ook erkenning van het feit dat medewerkers van onze VR veel aandacht hebben voor het borgen en verbeteren van de kwaliteit. De toekenning van het HKZ-certificaat is allerminst een formaliteit. Ook de VR kreeg deze erkenning niet zonder slag of stoot. Bij een audit in september 2016 moesten we met twee zogenoemde ‘tekortkomingen’ aan de slag: beter organiseren van de opslag van protocollen en procedures en de risico’s voor de producten van de VR in kaart brengen. Daarin zijn we geslaagd en dus kon het certificaat toegekend worden. Vanaf nu is het zaak ook op lange termijn aan de door de HKZ gestelde kwaliteitscriteria te blijven voldoen. Daarop gaat de Verslavingsreclassering de komende jaren volop inzetten.

Governance eerste kwartaal 2017

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. Hierbij zijn onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend en gaan we regelmatig met cliëntvertegenwoordigers, ervaringsdeskundigen en de OR of andere medewerkers om de tafel om de gewenste kwaliteit te definiëren, de benodigde organisatie af te stemmen en samen te beoordelen of NK haar opdracht waar maakt om Brabant gezonder, veiliger en socialer te maken.

Onderzoek samenwerking Zorg van de Zaak

Zoals u weet, onderzoeken NK en het bedrijvennetwerk Zorg van de Zaak momenteel de mogelijkheden van samenwerking. Onderdeel van deze verkenningen is overleg over nieuwe governance-afspraken. We bekijken hoe de zeggenschap verdeeld kan worden tussen ZvdZ en NK, hoe de medezeggenschap (CR en OR) haar rol kan waarmaken en hoe op de besturing van NK toezicht kan worden gehouden. De klankbordgroep van NK (waaraan delegaties uit de Cliëntenraad, Ondernemingsraad, Managementteam en Raad van toezicht deelnemen) leveren hiervoor input.

Oprichting Familieraad

NK werkt aan de oprichting van een Familieraad (ofwel naastbetrokkenenraad). Voor herstel van een cliënt is de omgeving heel belangrijk. Het is dus essentieel dat de familie en andere belangrijke naasten op een goede manier betrokken worden bij de behandeling en het verdere herstel. De Familieraad/naastbetrokkenenraad zal zich dan ook met name richten op het verbeteren van de samenwerking tussen cliënt, hulpverlener en de naasten van de cliënt. De Familieraad/naastbetrokkenenraad zal samen met de Cliëntenraad en de OR een belangrijke rol gaan spelen bij het meebepalen van het beleid van NK. We zoeken echter nog mensen voor deze raad. Kunt en wilt u hieraan een bijdrage leveren, of kent u iemand die hiervoor bereid is om een aantal maal per jaar bijeen te komen? Laat het ons weten via nico.schreurs@novadic-kentron.nl.

Nieuwe Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz)

Er wordt momenteel gewerkt aan aanpassing van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz). Met de Wmcz II wordt beoogd de inspraak en medezeggenschap van cliënten en cliëntenraden in de zorg te versterken. De bekostiging van cliëntenraden wordt beter geregeld en cliëntenraden krijgen instemmingsrecht ten aanzien van een aantal beslissingen. Ook worden voor cliëntenraden en zorginstellingen de mogelijkheden verruimd om afspraken te maken die afwijken van de wettelijke regeling. Hierdoor wordt maatwerk mogelijk. Daarmee kunnen ook nieuwe vormen van medezeggenschap de ruimte krijgen. Voor de werkversie van deze wet kunt u kijken op http://ncz.nl/internetconsultatie-wmcz-ii/?gclid=CMWU_sjt-9ICFe8K0wodlLcKTA.

Ondernemingsraad

De Ondernemingsraad heeft de verkiezingen uitgesteld en de zittingstermijn verlengd tot uiterlijk 31 december 2017. Vakbonden en medewerkers zijn met dit uitstel akkoord gegaan. Aanleiding hiervoor is het traject inzake de samenwerking tussen Novadic-Kentron en Zorg van de Zaak.

Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht heeft zich in het eerste kwartaal, evenals de periode daaraan voorafgaand, vooral bezig gehouden met het meedenken en adviseren over de financiële continuïteit van de organisatie. De raad van toezicht had en heeft dus ook een belangrijke rol in het meedenken in en toezicht houden op het traject om te komen tot samenwerking met Zorg van de Zaak. De continuïteit van zorg en werkgelegenheid staan hierbij voor bestuur en de RvT voorop. Vorderingen worden gemaakt en blijven van nabij gemonitord worden door de RvT.

Cijfers eerste kwartaal 2017

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over het eerste kwartaal van 2017: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In 2017 in het eerste kwartaal waren 5.422 cliënten in behandeling, versus 5.418 in het eerste kwartaal van 2016. Van hen zijn 481 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 1.664
Opiaten 702
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 738
Xtc 7
Cannabis 546
GHB 154
Gokken 110
Overig of onbekend 1.501

 

Geslacht Aantal
Mannen 4.137
Vrouwen 1.285

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.537
24-50 jaar 3.348
18-23 jaar 463
< 18 jaar 74

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste kwartaal van 2017 zijn in totaal 537 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 421 in het eerste kwartaal van 2016.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 50
Opiaten 4
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 83
Xtc 6
Cannabis 177
GHB 11
Gokken 17
Gamen 41
Overig of onbekend 148

 

Leeftijd Aantal
12 1
13 0
14 4
15 14
16 22
17 33
18 48
19 61
20 71
21 78
22 89
23 106

 

Geslacht Aantal
Mannen 421
Vrouwen 116

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 januari 2017: 750
Aantal medewerkers per 1 januari 2017: 886

Aantal fte per 1 april: 728
Aantal medewerkers per 1 april: 858

Governance in 2016

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. Alleen met ‘good governance’ is het mogelijk om effectieve en betaalbare behandelingen en (herstel)ondersteuning mogelijk te maken. Hierbij zijn onze waarden leidend en gaan we regelmatig met cliëntvertegenwoordigers, ervaringsdeskundigen en medewerkers om de tafel om de gewenste kwaliteit te definiëren, de benodigde organisatie af te stemmen en samen te beoordelen of NK haar opdracht waar maakt.

Nieuwe zorgbrede governance code (ZGC)

In 2016 is landelijk een nieuwe Zorgbrede Governance Code (ZGC) ontwikkeld, die op 1 januari is ingegaan. De nieuwe code sluit aan op belangrijke ontwikkelingen in de zorgsector en de laatste inzichten op het gebied van governance. De code gaat uit van principes en niet van regels. Het bieden van goede zorg aan cliënten staat centraal en is daarmee het eerste principe. Daarnaast is er veel aandacht voor cultuur en gedrag, waarden, medezeggenschap en dialoog. Over de nieuwe versie van de code heeft afstemming plaatsgevonden tussen verschillende brancheorganisaties. Novadic-Kentron voldeed aan de vorige Zorgbrede Governance Code uit 2010 en voldoet eveneens aan de nieuwe code.

Raad van Toezicht

Onze Raad van Toezicht is in 2016 verrijkt met twee nieuwe leden (na vertrek van twee leden vanwege verstrijken van de termijn): Natasja Baroch en Rob van Damme. De Raad van Toezicht rondde in 2016 het COP-Koploperstraject van de NVTZ (Nederlandse Vereniging voor Toezichthouders in Zorg en Welzijn) af, waarin enkele koplopers op het gebied van toezichthouderschap met elkaar nadachten over vernieuwingen in het toezicht op de zorg.

Managementteam

Ook ons Managementteam is gewijzigd en tegelijk gekrompen; geneesheer-directeur Victor Buwalda is lid geworden van het managementteam en NK werd met het vertrek van Peter Nelissen door de drie overgebleven operationele managers geleid. Eind 2016 is een MT-lid vertrokken (Hilde Gersjes) en is een MT-lid een andere positie binnen NK gaan bekleden (Bernier van Hoof). Om deze reden is een nieuw MT-lid geworven. De nieuwe verdeling wordt voorlopig als volgt:

  • Gisela Masthoff: BasisGGZ, kortdurende specialistische GGZ en Kentra Business;
  • Ellen Rutgers: Gemeente/Wmo en Forensische verslavingszorg/Verslavingsreclassering;
  • Rogier Eijsink: Intensieve specialistische GGZ.

Victor Buwalda is vanaf 1 januari namens NK bestuurder van de VOF Dubbel Diagnose (samen met GGz Breburg).

Cliëntenraad

Op verzoek van het bestuur heeft een heroriëntatie plaatsgevonden op de werkzaamheden van de Cliëntenraad. Alleen medezeggenschapszaken zullen bij de CR blijven liggen. Dit zijn onder meer:

  • het behandelen van adviesaanvragen conform de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen;
  • afdelingsbezoeken/cliëntcontacten;
  • deelname aan de Governance commissie Raad van Toezicht;
  • deelname aan de ARBO-commissie.

Overige activiteiten zullen door (andere) ervaringswerkers binnen de organisatie opgepakt worden, zoals cliëntwaardering, deelname aan de Online Ontwikkelgroep, deelname aan de werkgroep Zorgpaden en de promotie van Nieuwe Kansen.

Sinds eind april is er één CR (in plaats van verschillende regionale deelraden) en werkt de CR met drie commissies: Beleid & Kwaliteit (onder meer voorbereiden adviesaanvragen), de commissie PR (website en nieuwsbrief) en de commissie Cliëntencontacten (die met name kijkt naar de signalen uit de afdelingsbezoeken). Er hebben verschillende wisselingen plaatsgevonden in de samenstelling van de CR.

Ondernemingsraad

De huidige OR heeft een tussentijdse vacature voor de resterende zittingstermijn niet meer ingevuld en ging hierdoor tijdelijk terug van elf naar tien leden. Voor de OR is het intensiveren van het contact met de medewerkers één van de speerpunten waarop succesvol is ingestoken. De OR heeft immers een centrale rol in de communicatie met en vertegenwoordiging van de medewerkers. De OR is gestart met het bezoeken van de teams. Tijdens deze teambezoeken zijn de ontwikkelingen binnen de organisatie besproken en aandachtspunten opgehaald. De OR kreeg tijdens de eerste gesprekken vanuit de medewerkers actief terug dat de OR goed bereikbaar is en zijn rol actief en naar volle tevredenheid van de medewerkers vervult. In 2017 worden deze teambezoeken voortgezet.

Overleg over nieuw model

Bovengenoemde gremia hebben in 2016 een aantal maal, zowel binnen de eigen geledingen, maar ook gezamenlijk met het bestuur, gesproken over vernieuwingen op het gebied van governance. Zo is in april oriënterend verkend hoe de verschillende partijen een toekomstig governancemodel zouden invullen. Een vervolgbijeenkomst wordt gepland, waarbij we met alle governance-actoren (delegaties) om de tafel gaan om te verkennen wat het beste model voor 2017 is voor het samenspel tussen de verschillende partijen.

Forensische verslavingszorg: tussen herstel en veiligheid

Veel mensen die in aanraking komen met justitie, hebben onderliggend een probleem met middelengebruik of een verslaving. Om hen succesvol te laten rehabiliteren in de maatschappij, is het noodzakelijk om deze problemen aan te pakken. Dat gebeurt door de Forensische verslavingszorg (FVZ). FVZ is daarmee een heel bijzondere vorm van zorg. Waar bij de reguliere verslavingszorg het belangrijkste doel is om het welzijn en de levenskwaliteit van individuele cliënten te verbeteren, heeft Forensische verslavingszorg (FVZ) een overkoepelend doel: recidive voorkomen en daarmee de veiligheid van de samenleving verbeteren. Cliënten die door de FVZ behandeld worden, komen bovendien nooit zelf op vrijwillige basis in contact met NK. Zij zijn daar omdat het een voorwaarde is die is opgelegd door de rechter. Dat zorgt ervoor dat de behandeling binnen de FVZ gekenmerkt wordt door tegenstellingen: een individu behandelen met een maatschappelijk doel, en iemand motiveren om te herstellen terwijl hij of zij daartoe verplicht wordt. Wat betekent dit voor de behandeling en de samenwerking tussen cliënt en reclassering?

NK heeft een kliniek voor Forensische verslavingszorg in Vught, maar ook ambulante forensische teams in alle Brabantse regio’s. Alle cliënten die hier worden behandeld, worden hierheen verwezen via justitiële kanalen en staan onder toezicht van de reclassering. Er worden cliënten uit het hele land behandeld, die zonder wachttijd in behandeling kunnen worden genomen.

René Vervoort, teamleider van de klinische FVZ-afdeling: “Bij veel cliënten die wij behandelen, heeft de rechter als – bijkomende – voorwaarde opgelegd dat de cliënt zich onder behandeling moet stellen van de verslavingszorg. Soms gaat daar eerst een detentieperiode aan vooraf, waarna de cliënt instroomt op onze klinische behandelvoorziening. Ook stromen cliënten in vanuit klinische voorzieningen met een zwaarder beveiligingsniveau. In het kader van de zogeheten ‘afschaling’ kan de cliënt het laatste gedeelte van hun behandeling bij ons volgen. Onze klinische afdeling is namelijk een laag beveiligde voorziening, die meer privileges kent dan hoog beveiligde voorzieningen zoals TBS-klinieken. Die afschaling is bedoeld om de terugkeer in de maatschappij meer geleidelijk te laten verlopen.”

Delictgedrag én verslaving aanpakken

De behandeling is zowel gericht op het voorkomen van recidive en daarmee het verkleinen van het delictrisico als op de verslaving. René: “Om daaraan tegemoet te komen, werken we onder andere met de zogenaamde delictketenanalyse. Daarmee leren we de cliënten riskante situaties herkennen en daar anders mee om te gaan. Want hoe impulsief een delict ook lijkt, er is altijd sprake van een riskante situatie die eraan vooraf gaat. Hierbij worden zowel face-to-facecontacten als online behandelmethodes ingezet.”

Tegelijkertijd wordt de daarmee samenhangende verslaving behandeld. Als dat nodig is, start die behandeling met een detox van zeven weken. Dat gebeurt op de klinische FVZ-afdeling in Vught. René: “We kunnen cliënten ook op laten nemen op de algemene detoxafdeling in Vught, maar dat doen we eigenlijk alleen bij GHB-verslaving, omdat dan zeer intensieve medische ondersteuning vereist is. Ontgiften op onze eigen afdeling heeft grote voordelen. Er zijn korte lijnen met de verwijzende instantie en de aandacht voor de specifieke forensische problemen en het motivatietraject starten onmiddellijk vanaf het begin van de behandeling. Daarom werken we soms ook met een langere detoxperiode dan gebruikelijk is bij de speciale detoxafdeling.”

Aansluitend aan de detox start de behandeling, in groepsverband of individueel. René: “Behandelen in groepen heeft onze voorkeur, omdat cliënten elkaar dan ondersteunen in hun veranderingsproces en elkaars motivatie vergroten. Want hoewel cliënten hier in een verplicht kader komen, is het voor hun herstel essentieel dat ze uiteindelijk zelf gemotiveerd worden om hun problemen aan te pakken. Ze moeten zelf gaan inzien dat het aanpakken van hun verslaving uiteindelijk de sleutel kan zijn om niet meer met justitie in aanraking te komen.

Fasebeleid verlof

Werken met deze doelgroep is niet vanzelfsprekend: deze groep heeft een verleden met justitie, dat betekent dat er vaak sprake was van grensoverschrijdend gedrag. Bepaalt dit ook het behandelklimaat binnen de FVZ? René: “Dat valt bij onze kliniek reuze mee, maar er zijn natuurlijk wel eens spanningen tussen cliënten onderling of cliënten en personeel. Een groot voordeel is dat cliënten onze kliniek niet zien als strafinrichting, maar als een behandelvoorziening. De meeste cliënten weten waarvoor ze komen en beseffen het belang van de behandeling. Naarmate de cliënt de controle over zichzelf terugkrijgt, nemen de vrijheden ook toe; dit noemen we het fasebeleid. Dit zorgt ervoor dat elke cliënt bewust wordt van eigen mogelijkheden en onmogelijkheden op dat moment. Binnen het fasebeleid kan een cliënt een stap vooruit zetten om te oefenen, maar ook terug naar eerdere fase, om zichzelf weer iets meer bescherming op te leggen.”

Meer weten?

Klik hier voor meer informatie over de Forensische verslavingszorg. Verwijzen van cliënten kan via 073-689 90 90.

 

 

Intensieve ambulante behandeling voor jeugd nu ook in Breda!

“Wat de problemen ook zijn, elke jongere kan bij ons terecht!”

 Medio augustus is Kentra24 – de jeugdafdeling van Novadic-Kentron – gestart met Jeugd Intensief Ambulant in Breda (voorheen dagbehandeling genoemd). De reden hiervoor is dat we in plaats van opnames steeds meer ambulant willen behandelen. De jeugdkliniek in Sint-Oedenrode, waar dit aanbod al beschikbaar is, is voor jongeren uit het midden en westen van Brabant behoorlijk ver reizen en een ambulant aanbod in deze regio’s is dus zeer gewenst. Bij jongeren met fors middelengebruik stagneert de behandeling in andere zorginstellingen vaak. Wij willen een vaste en vertrouwde schakel zijn in de hele keten van jeugdhulpverlening, en werken dan ook veelvuldig samen met andere jeugdzorginstellingen. Zo krijgt elke jongere de juiste ondersteuning en hulp bij het stoppen met middelengebruik, en wordt de behandeling binnen een andere ggz- of jeugdzorginstelling weer effectief. Wat de problemen ook zijn, elke jongere kan bij ons terecht!

Bij Intensief Ambulant Jeugd komt een jongere voor een of meer dagdelen naar onze locatie voor verschillende therapieën, die in groepsverband of individueel gegeven worden. Vaak voorkomt deze ambulante behandeling een klinische opname, maar ook kan deze de klinische behandeling ondersteunen en een logische en meer geleidelijke tussenstap vormen na behandeling in de jeugdkliniek. De jongeren die behandeld worden bij Intensief Ambulant Jeugd zijn jongeren die niet alleen problemen met middelen hebben, maar vaak ook psychische problemen en problemen met bijvoorbeeld hun opleiding of werk, met hun familie of met justitie.

Grote problemen en grote verschillen

Anouk Bergmans, behandelaar bij Kentra24: “We zijn in Breda gestart met één dag intensief ambulant in de week. Daarbij werken we ook samen met Juzt, een organisatie die jeugd- en gezinshulp biedt. Jongeren krijgen hier een intensieve behandeling, waarbij ze de hele dag bij ons zijn.”

“We zijn nog maar pas begonnen in Breda, maar je merkt wel al dat dit aanbod echt in een behoefte voorziet. De jongeren die nu bij ons komen, zijn heel verschillend. Enerzijds hebben we jongeren die nog aan het afwegen zijn wat ze met hun gebruik willen doen. Dit vraagt om een laagdrempelige aanpak. We praten met hen over hun gebruik en de functie daarvan. Daarbij leggen we een brug naar de psychische problemen die hieraan ten grondslag liggen, en proberen hen te motiveren om hiermee aan de slag te gaan.”

“Aan de andere kant hebben we instroom van jongeren die al een klinische behandeling voor hun middelenproblemen gehad hebben, maar voor wie de stap van de kliniek naar slechts één gesprek per week te groot is. Zij zoeken naast hun werk of opleiding nog wat extra ondersteuning, om terugval te voorkomen en stabiliteit te bereiken wat betreft hun psychische problemen. Zij hebben al meer inzicht in hun valkuilen en sterke kanten, waardoor ze om meer diepgang vragen binnen de behandeling. De komende tijd staat gaan we dan ook een passend behandelaanbod op maat ontwikkelen voor de twee verschillende doelgroepen, om ervoor te zorgen dat de benadering goed aansluit bij de doelen van alle cliënten.”

Onmisbaar binnen de jeugdzorgketen

Ook voor ons aanbod in Breda werken we graag samen met ketenpartners en we zien dat ons aanbod een zinvolle aanbieding biedt op de jeugdzorg. Irene Dijkstra, hoofd Kentra24: “Binnen de jeugdzorgketen is ons aanbod, waaronder ook de intensief ambulante hulp, een onmisbare schakel. Bij de behandeling van jongeren met ernstige psychische en sociale problemen, lopen onze ketenpartners soms vast, omdat de jongere zoveel middelen gebruikt, dat een aanpak van de andere problemen niet effectief is. Wij kunnen het middelengebruik aanpakken, in combinatie met hulp voor de andere problemen. Als het middelengebruik onder controle is, kan de jongere effectief door andere jeugdzorg- of ggz-instellingen verder worden behandeld. Maar ook het gelijktijdig inzetten van behandeling voor verslavingsproblemen en andere behandelingen vanuit de GGZ werkt beter. We zijn ons aanbod nog verder aan het ontwikkelen om ook op locatie van GGZ of jeugdzorg ambulante hulp aan te bieden.”

Hulp nodig voor jongeren?

Novadic-Kentron biedt met Kentra24 hulp aan jongeren (12 tot 24 jaar) in heel Brabant. We behandelen verslaving aan alle middelen, inclusief bijkomende problemen zoals psychiatrische aandoeningen, een licht verstandelijke beperking, een justitiële achtergrond, sociale problemen of problemen met wonen, werk of financiën. We bieden op locaties in heel Brabant poliklinische hulp. Dagbehandeling (intensief ambulante hulp) bieden we in Breda en in onze jeugdkliniek in Sint-Oedenrode. Jongeren kunnen op deze laatste locatie ook worden opgenomen. Meer informatie? Neem contact met ons op!

De tandarts als doelgroep van preventie

“Goed flossen en stoppen met drugs gebruiken”

Onze preventiewerkers houden nieuwe ontwikkelingen op het gebied van drugs en verslaving nauwgezet in de gaten, en hebben daarbij altijd oog voor nieuwe doelgroepen – waaronder niet alleen gebruikers zelf, maar ook de professionals die met hen te maken krijgen. Nu zal iedereen onmiddellijk begrijpen dat bijvoorbeeld horecapersoneel of medewerkers van een casino in dat kader een belangrijke doelgroep van preventie zijn. Maar bij tandartsen en mondhygiënisten ligt dat minder voor de hand. Toch kan deze beroepsgroep volgens drugsexpert Charles Dorpmans een belangrijke rol vervullen in het bespreekbaar maken van gebruik en eventueel doorverwijzen van patiënten. Overmatig drugsgebruik heeft namelijk direct invloed op de mondgezondheid en het gebit.

Een tip van een patiënt

Charles Dorpmans voegde tandartsen toe aan zijn netwerk in 2015. Eind van dat jaar gaf hij op het congres The wild side of life een presentatie over de ontwikkelingen van alcohol- en drugsgebruik aan de Vereniging Medisch Tandheelkundige Interactie (VMTI). Joris Muris, tandartsenopleider en nauw betrokken bij de organisatie van het congres: “Voor ons congres waren we op zoek naar thema’s waar algemene gezondheid en mondgezondheid samenkomen. Alcohol- en drugsgebruik is zo’n thema. Gek genoeg kwam dat bij toeval ter sprake met een patiënt. Die tipte mij om Charles Dorpmans te vragen.”

Naar aanleiding van het congres vroeg de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT) Charles om in 2016 mee te werken aan een aantal kwaliteitsbijeenkomsten, verspreid over het hele land. In totaal hebben bijna 450 tandartsen, orthodontisten en enkele studenten tandheelkunde deelgenomen aan deze scholingsbijeenkomsten. 

Ingeburgerd

Charles Dorpmans: “Mijn bijdrage aan de KNMT-scholingen is tweeledig. Om te beginnen neem ik de deelnemers mee in de ontwikkelingen van middelengebruik van de afgelopen decennia. Die trip eindigt in 2016, nu het druggebruik inmiddels behoorlijk ingeburgerd is. Waar gebruikers een aantal jaar geleden nog stiekem snoven op slikten op de toiletten in het uitgaansleven, gebruikt men nu ‘gewoon’ aan de bar. Ook is er meer thuisgebruik.” Die normalisering brengt volgens Charles een groot risico met zich mee. Steeds meer mensen zullen vroeg of laat de keuze maken om te gebruiken, omdat de doelstelling van gebruik zo divers is geworden. En erger nog: “Op belevingsniveau zullen ze daarbij het idee hebben dat gebruik relatief onschuldig is. En dat terwijl alle drugsgebruik risico’s heeft,” aldus Charles. 

Geen taboes meer 

Dat de taboes op gebruik wegvallen, heeft ook voordelen. Charles: “Als de openheid rondom gebruik toeneemt, is het ook gemakkelijker om het erover te hebben. Zoals met tandartsen. Verslavingsdeskundigen kunnen tandartsen leren om gebruik te herkennen, zowel op basis van algemene signalen als op basis van de schadelijke effecten op mond en gebit. Maar ook kunnen ze hen gesprekstechnieken aanleren om het gebruik bespreekbaar te maken. Tandartsen zijn zorgprofessionals die hun patiënten goed kennen. Zij zien die patiënten immers van jongs af aan voor periodieke controles en behandeling. Als zij zich bewust zijn van de nadelige gevolgen van druggebruik, zoals het ontstaan van cariës door monddroogte en tandenknarsen, kunnen zij naast advies over goed poetsen, stoken en flossen ook eventueel drugsgebruik ter sprake brengen en de gevolgen voor het gebit bespreken. Ook kunnen zij hun patiënten wijzen op hulp bij een gespecialiseerde instelling als Novadic-Kentron.”

Eyeopener 

Charles heeft met zijn activiteiten de verslavingszorg als ‘partner’ van de tandheelkunde op de kaart gezet. Dat blijkt ook uit de evaluaties van zowel het congres als de workshops. Joris Muris: “Alhoewel wij doorgaans voornamelijk medische thema’s behandelen, was er voor het thema alcohol en drugs veel waardering. Het verhaal van Charles was een eyeopener voor de deelnemers.” Inmiddels wordt erover gedacht om deze vorm van deskundigheidsbevordering ook aan te bieden aan mondhygiënisten. Joris zou dat toejuichen: “Juist voor mondhygiënisten, die meer signalerend en preventief bezig zijn, zou het goed zijn als zij gebruik kunnen herkennen en indien nodig bespreekbaar maken.”

Forensische verslavingszorg en Verslavingsreclassering in 2016

Bij veel delicten speelt verslaving een rol. Uit cijfers van de Nationale Drugsmonitor 2016 van het Trimbos-instituut, blijkt dat alcohol- of drugsgebruik een factor is bij ongeveer een derde van de gewelds- en seksuele delicten. Naar schatting is bij 30% van alle gedetineerden verslaving de dominante zorgvraag. Bij stelselmatige daders loopt die schatting op tot meer dan 80%. Jaarlijks komen landelijk zo’n 20.000 justitiabelen terecht bij de Verslavingsreclassering (VR). Een groot deel daarvan wordt voor behandeling van de verslaving doorverwezen naar de Forensische Verslavingszorg (FVZ) (zie ook het artikel over onze Forensische Verslavingszorg).

De afdelingen VR en FVZ van Novadic-Kentron begeleiden en behandelen verslaafde cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen. Het belangrijkste doel daarvan is voorkomen van recidive. Daarmee leveren deze afdelingen een belangrijke bijdrage aan een veiliger samenleving, en uiteraard ook aan het herstel van deze doelgroep zelf. Hieronder kunt u meer lezen over belangrijke ontwikkelingen binnen onze justitiële zorg in 2016.

Sneller ingrijpen bij beginnende criminelen  

“Doen wat nodig is.” Onder dat motto lanceerde het Ministerie van Justitie het project Ruim baan en schiep daarmee financiële ruimte om sneller in actie te komen bij beginnende criminelen die aangehouden zijn voor relatief lichte vergrijpen. Dat gaf de reclasseringswerkers van NK de mogelijkheid om met deze nieuwe doelgroep aan de slag te gaan. De traditionele werkwijze, waarin de focus ligt op uitvoeren van grotendeels geprotocolleerde taken die voortkwamen uit rechtszaken, werd daarbij gedeeltelijk losgelaten.

In gesprek bij cliënten thuis

De geringe ernst van delicten bij deze doelgroep leidde vaak tot ‘plankzaken’ met een lange doorlooptijd. Door het uitblijven van een sanctie stijgt echter de kans op herhaling. Daarom gaan VR-medewerkers nu in een zo vroeg mogelijk stadium in gesprek met deze cliënten over het vergrijp en daarmee samenhangend middelengebruik. Die eerste gesprekken vinden ook plaats in de thuissituatie, waardoor bovendien de naasten van de cliënt betrokken kunnen worden. Zo nodig vindt doorverwijzing naar de Forensische Verslavingszorg plaats. 

Geen strafblad

De nieuwe werkwijze dient een groot maatschappelijk belang: de kans op recidive wordt verkleind, de samenleving wordt veiliger en het justitiële apparaat wordt ontlast. Maar ook voor de cliënt heeft de snelle interventie voordelen. Als de cliënt meewerkt, wordt de zaak – al dan niet voorwaardelijk – geseponeerd en krijgt hij of zij geen strafblad. Als de cliënt daarbij door de vroegtijdige aanpak grip krijgt op de achterliggende verslavingsproblemen, heeft hij of zij daar bovendien het hele leven lang profijt van. 

Slachtofferbewust werken bij de Verslavingsreclassering

Een delict heeft grote impact op de slachtoffers. Afhankelijk van de ernst van het delict kunnen slachtoffers daar langdurig last van hebben. Aandacht voor het slachtoffer heeft dan ook altijd een rol gespeeld in het werk van zowel onze reclasseringswerkers als die van de Forensische Verslavingszorg. Maar de focus lag primair op de dader en de problemen die met het delict samen hingen. In 2016 werd, in navolging van een Europese richtlijn, de aandacht voor de slachtoffers veel explicieter.

Eigen verantwoordelijkheid erkennen

Daders onderdrukken vaak gevoelens van schuld en schaamte, zowel tijdens als na het delict. Bij verslaafde cliënten, die gewend zijn om hun emoties met middelen te dempen, is die neiging nog sterker. Toch is het van belang dat daders spijt ervaren over hun rol in het delict. Dat besef helpt herhaling te voorkomen. Daders nemen immers pas verantwoordelijkheid voor het delict als ze hun eigen rol daarin erkennen. Maar ook voor de slachtoffers is het belangrijk dat de dader de eigen rol erkent. Als een slachtoffer weet waarom de dader het heeft gedaan en dat deze oprecht spijt heeft en inziet wat hij of zij heeft aangericht, wordt die schokkende gebeurtenis vaak beter hanteerbaar. 

Timing

Dit is uiteraard geen makkelijk proces, zowel voor cliënt als behandelaar. Slachtofferbewust werken vraagt van onze medewerkers dat deze onbevooroordeeld kunnen luisteren. Zij moeten de confrontatie met de cliënt aangaan, maar niet zo snel dat de cliënt dicht klapt. Bij de meeste cliënten is het bovendien nodig om eerst andere problemen te bespreken, zoals verslaving of traumatische ervaringen uit het verleden.

Steeds meer verwarde personen

Een bedreiging voor de veiligheid is de toename van verwarde personen in de openbare ruimte. Het aantal meldingen van incidenten bij de politie stijgt sterk, maar ook onze organisatie krijgt steeds meer signalen hierover: zware drinkers met suïcidale neigingen, drugsgebruikers die doordraaien en zware verslaafden die in hun huis verkommeren en overlast veroorzaken, zijn daar voorbeelden van. Als een van de oorzaken worden veranderingen in de zorg genoemd: mensen worden minder snel opgenomen, minder lang behandeld en krijgen niet-specialistische hulp, die voor velen prima werkt, maar soms ook verkeerd uitpakt.

Ketenaanpak

De toename van verwarde mensen is geen exclusief probleem voor de forensische verslavingszorg. De forensische verslavingszorg komt alleen in beeld als verwarde personen onder invloed van middelen delicten plegen. Maar ook in dat geval hebben andere organisaties vaak al contacten met deze cliënten, en zijn verschillende partijen betrokken bij een oplossing. Dat maakt een ketenaanpak noodzakelijk. In verschillende gemeenten in ons werkgebied, zoals in Breda en Tilburg, zijn hierover in 2016 afspraken gemaakt. Zo worden schuttingen binnen en tussen instellingen weggenomen en komt er ruimte om elkaars expertise beter te benutten.