Blog #1 2018 Walther Tibosch, bestuurder NK: Samen leven, wonen, werken: perspectief hebben

Meedoen in de familie, straat, wijk en samenleving maakt gelukkiger. Een dak boven je hoofd maakt gelukkiger. Zinvolle dagbesteding (betaald of vrijwillig) maakt gelukkiger. Geen schulden hebben en inkomen hebben maken gelukkiger. Als verslaving de grip op je leven heeft overgenomen, komen in de heftigste gevallen relaties, het dak boven je hoofd, werk en inkomen zeer zwaar onder druk te staan. In sommige gevallen zelfs zo sterk dat je er totaal alleen voor komt te staan, zonder dak boven je hoofd, zonder werk, met grote schulden en ten einde raad.

Als dan, verplicht of vrijwillig, behandeling van de langdurige verslaving wordt ingezet, is het bijzondere van verslavingszorg dat naast herstelondersteuning voor de lichamelijke en psychische klachten, ook oplossingen worden gezocht voor de problemen met relaties, wonen, werk en financiën. ‘Totaal support’ op alle leefgebieden draagt er toe bij dat de kans op terugval afneemt. Een nieuw perspectief en Nieuwe Kansen dragen bij aan de duurzaamheid van het herstel. Anders gezegd; behandelen van een (ernstige) verslaving zonder perspectief is kansloos, een uitzondering daargelaten. Het gaat in het leven om meedoen, een zinvol bestaan leiden en er toe doen. Als daar lichtpuntjes in worden gecreëerd, dan is de kans dat je succesvol weerstand kan bieden aan de verslavende middelen veel groter en de kans op terugval kleiner.

NK wil graag een duidelijke verantwoordelijkheid nemen binnen de ‘totaal support’ van kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen in Brabant die last hebben of kunnen krijgen van leefstijl- en verslavingsproblemen. Ons doel is om dé expert te zijn op het gebied van preventie, behandeling (klinisch en ambulant, vrijwillig en in een gedwongen kader), levenslange ondersteuning bij chronische verslaving en reclassering. Wij streven ernaar dat onze verslavingskunde door middel van lokaal, nationaal en internationaal onderzoek, opleiding en kennisdeling – onder meer via het netwerk Verslavingskunde Nederland – door cliënten, samenwerkingspartners en opdrachtgevers als toonaangevend wordt ervaren.

Iedereen met een verslaving en/of verslavingsvraagstukken kan NK inschakelen. Hier werken de professionals en ervaringsdeskundigen die met hun verslavingskunde de beste bijdrage leveren aan het voorkomen van verslaving, het behandelen van verslaving, het ondersteunen van herstel en het omgaan met de gevolgen van verslaving. En hier werken de professionals en ervaringsdeskundigen die in het concept van ‘totaal support’ een intern NK-netwerk en een netwerk met samenwerkingspartners hebben om concreet perspectief te ontwikkelen op de leefgebieden samenleven, wonen, werken en financiën en oplossen van problemen uit het verleden.

En vooral hebben we de wil en de betrokkenheid om samen NIEUWE KANSEN te creëren voor mensen die het perspectief hebben verloren, zodat zij weer echt kunnen meedoen.

Voorwoord kwartaalbericht oktober 2017

Na een aantal moeilijke jaren heeft NK zich flink hersteld. Ons rendement is bijna op orde, dankzij een ingrijpende reeks maatregelen en de tomeloze inzet van onze medewerkers. Hoewel onze reserves nog beperkt zijn en we dus kritisch moeten zijn met onze investeringen, kunnen we wel weer meer de focus leggen op kwaliteit. Doorontwikkelen van ons personeel heeft daarbij een hoge prioriteit, zodat wij onze cliënten en hun omgeving, onze ketenpartners en financiers, optimaal kunnen blijven ondersteunen bij hun vraag. Wij willen toonaangevend blijven en die expertise voor u beschikbaar stellen!

Ook investeren we in onze kernwaarde Fijn behandeld. We zullen de wachttijden verder inkorten en meer ervaringswerkers inzetten die aanvullend aan onze zorg ondersteuning bieden aan cliënten. Met onze samenwerkingspartners, zoals gemeentes en ggz-instellingen, zullen wij intensiever kijken naar hun behoeften, zodat wij op maat behandeling en ondersteuning aan kunnen bieden. Zo werken we aan topklinische verslavingszorg, uitstekende BasisGGZ en expertise op het gebied van GHB. Ook zullen wij ons richten op het beter bereiken van doelgroepen zoals mensen met een licht verstandelijke beperking en ouderen.

Daarnaast is het doorbreken van stigma’s rondom verslaving een belangrijk thema. Stigma’s maken het herstellend verslaafden moeilijk om volledig in te maatschappij te re-integreren, bijvoorbeeld bij het zoeken naar nieuw werk of het versterken en uitbreiden van hun netwerk. Om het verhaal, de talenten en sterke kanten van herstellend verslaafden te laten zien, werkt NK mee aan veel projecten en initiatieven op dit gebied, zoals de theatervoorstellingen Who Cares, waarbij professionele theatermakers en ervaringsdeskundigen samenwerken.

Dit jaar onderzoeken we samen met de Dutch Design Foundation mogelijkheden om ook via dit platform het thema destigmatisering onder de aandacht te brengen, in een samenwerkingsverband tussen ontwerpers en ervaringsdeskundigen. En aan het begin van het nieuwe jaar organiseren we samen met theatergezelschap Coup Cura HUNKER, een boeiende nieuwjaarsbijeenkomst in alle  grote gemeentes van Brabant voor medewerkers, samenwerkingspartners en andere geïnteresseerden. De uitnodiging volgt!

In dit kwartaalbericht meer optimistische en hoopvolle berichten. Ik wens u veel leesplezier!

Walther Tibosch
Bestuurder NK

Yolo-types of cleane kneiters: steeds meer jongeren blazen zich op met anabolen

Ze duiken steeds vaker op bij hangplekken voor jongeren: spuiten en ampullen. Omwonenden denken in eerste instantie aan harddrugs en trekken aan de bel bij de gemeente, politie en NK. Kenners weten dat drugs tegenwoordig nog nauwelijks gespoten worden en dat die kleine groep gebruikers hoe dan ook niet te vinden is rond die hangplekken. Zij weten dat die gevonden spullen duiden op anabole steroïden: een hype die snel aan populariteit lijkt te winnen onder jongeren. Over opblazen en leeglopen, borstvorming, krimpende zaadballen, yolo-types en cleane kneiters…

Schimmige krachthonken  

Hans Wassink van de Dopingautoriteit is deskundige op het gebied van anabolen. Hans: “Doping is vaak in het nieuws, vooral in verband met de topsport. Gaat het specifiek om anabole steroïden, dan wordt er meestal aan grote bodybuilders in sportscholen gedacht, waardoor het lijkt alsof het gebruik zich beperkt tot schimmige krachthonken. Terwijl er in het gemiddelde fitnesscentrum ook dopingmiddelen worden gebruikt, en niet alleen anabole steroïden.” Volgens Hans heeft dit vooral te maken met de makkelijke beschikbaarheid van die middelen via het web en het feit dat er buiten de topsport geen controles en sancties zijn, maar een perfect lichaam wel steeds belangrijker is geworden. Zo is het gebruik breder verspreid geraakt. 

Opblazen en leeglopen

Snel gespierd worden zonder veel inspanning is de reden om doping gebruiken. Veel van de jonge(re) gebruikers bezoeken party’s en willen daar pronken. Ze zijn vaak al bekend met drugs, waardoor ze minder angstig zijn om doping te gebruiken. Daarbij kunnen ze het spul met een paar muisklikken via internet bestellen en zijn ze vaak niet erg goed bekend met de risico’s of wuiven die weg. Hans: “Van die yolo-types [‘you only live once’], die een kuurtje nemen als ze geld hebben. Als het geld op is, lopen ze leeg, want die spieren verdwijnen ook weer snel. Ze voelen zich niet erg lekker nadat die hormonen uit hun lijf zijn. Na een tijdje pakken ze dus de draad weer op, om vervolgens in een cirkel terecht te komen van opblazen en leeglopen.”

Borstvorming en krimpende zaadballen

Anabolen kunnen worden geslikt, maar worden ook vaak gespoten. Het gebruik van injectiespuiten vraagt de nodige zorgvuldigheid en hygiënische voorzorgmaatregelen. Dat maakt spuiten een risicofactor. Maar ook het gebruik van anabolen zelf heeft risico’s. Hans: “Veel jonge gebruikers weten niet welke negatieve bijwerkingen anabolen kunnen hebben of onderschatten die. Leverstoornissen en hartproblemen komen voor, maar ook haaruitval en abcessen. Maar we zien ook vaker agressief gedrag tijdens en depressieve gevoelens na het gebruik. En daarnaast kan het leiden tot impotentie door krimpende zaadballen, borstvorming bij mannen en vermannelijking bij meiden. Dat blijkt vaak het meest overtuigende argument om te stoppen of er helemaal niet aan te beginnen.”

‘Puur of kuur’

Ook in ons werkgebied komen we het gebruik steeds vaker tegen. In Werkendam en Helmond was dat voor onze preventiewerkers reden om met het jongerenwerk, de gemeente en de politie voorlichtingsbijeenkomsten te organiseren. Voor beide bijeenkomsten werd Hans Wassing ingevlogen. Preventiewerker Julia Gavrilenko: “Naar aanleiding van de gevonden spullen heeft het jongerenwerk interviews met jongeren gehouden. Daaruit bleek dat anabolengebruik zeker een thema was. Daarom hebben we onder de naam ‘Puur of kuur’ in Werkendam een scholing georganiseerd voor netwerkpartners, en posters en folders verspreid.” Collega Daniëlle Ketelaars organiseerde een bijeenkomst in Helmond. Daniëlle: “In Helmond lagen de spuiten en ampullen in de speeltuin. Ook kreeg de politie steeds meer meldingen over anabolen: in 2015 waren dat er 38, het jaar erop 45 en in de eerste helft van dit jaar al 32. De grote opkomst bij onze scholing is een indicatie dat anabolengebruik zeker leeft in Helmond.”

Cleane kneiters

In onze scholingen besteden we ook aandacht aan signalering. Niet iedere fors gespierde jongere gebruikt immers anabolen. Hans: “Er zijn ook wat ik noem ‘cleane kneiters’: jongens of meiden die zonder het gebruik van anabolen een sportieve fysiek weten op te bouwen. Dat kan heel goed. Een jonge vent kan met gedegen training en voeding over een jaar of twee, drie makkelijk tien tot vijftien kilo spiermassa opbouwen.” Als zich signalen voordoen van anabolengebruik of van stimulantia, is het zaak een open gesprek aan te gaan met die jongeren en te proberen de risico’s te beperken. De Dopingautoriteit spijkert sportinstructeurs, hulpverleners en artsen daarom bij over de effecten en bijwerkingen van anabole steroïden. Het boek ‘Doping: de nuchtere feiten’ van de Dopingautoriteit, is voor dat doel geschreven. Volgend jaar wordt voor de website van de Dopingautoriteit, Eigen kracht, ook een nieuwe leerlijn voor doping bij fitness ontwikkeld.

Meer informatie?

Op Eigen kracht vind je volop informatie over anabolengebruik en bij de Anabolenpoli van dr. Pim de Ronde in Hoofddorp kunnen gebruikers terecht als ze hulp nodig hebben. De preventiewerkers van NK blijven uiteraard een vinger aan de pols houden wat betreft de ontwikkeling van deze trend in Brabant. Vragen? Neem contact met ons op!

De snelle wereld van de cocaïne

Cocaïne: misschien wel de drug met het meest ‘glamorous’ imago. Filmsterren die een lijntje snuiven op een party, de drug van het grote geld, van donkere zonnebrillen en Italiaanse maatpakken, van nachtclubs, jachten en limousines. Dit is het beeld dat films en series ons voorschotelen, maar wat is er van waar? Wie gebruiken cocaïne en waarom? Welk beeld blijft er overeind van de snelle wereld van de cocaïne? Verrassend veel nog eigenlijk… 

Luxe drug

Drugsexpert Charles Dorpmans: “Ja, cocaïne wordt zeker wel beschouwd als ‘luxe drug’. Dan heb ik het even niet over basecoke, dat wordt gerookt door vooral harddrugsgebruikers, maar over snuifcocaïne. Cocaïne wordt door een brede doelgroep recreatief gebruikt, met het zwaartepunt op mensen van eind twintig, begin dertig en wat ouder. Dus niet zozeer op dance-evenementen, maar vooral in het reguliere uitgaanscircuit zoals clubs en bars. Cocaïnegebruikers zijn vaak hardwerkende mensen die wat te besteden hebben, want cocaïne is duur. Een gram cocaïne kost vijftig tot zestig euro. Daar kun je als beginnende gebruiker tien keer van snuiven, dat jaag je er in een avond zo doorheen. Naast de drank natuurlijk, want veel cocaïnegebruikers drinken er ook veel bij.”

Advocaten, artsen en snelle ICT’ers

“Cocaïne geeft een enorme boost aan je ego, je voelt je helemaal het mannetje, je voelt je beter, sneller, creatiever. Je barst van het zelfvertrouwen en de energie. In deze prestatiegerichte consumptiemaatschappij kan de verleiding van cocaïne groot zijn. Je moet erbij horen, je moet de beste zijn, je moet een topleven hebben. Daarom wordt cocaïne ook veel gebruikt buiten het uitgaansleven, door veel verschillende mensen, bijvoorbeeld advocaten, artsen, snelle ICT’ers…”

Van ‘hip’ naar ‘loser’

“Maar het probleem met cocaïne is dat de egoboost maar dertig minuten werkt en een enorme craving veroorzaakt om opnieuw te gebruiken. Als de cocaïne is uitgewerkt, voel je je somber en depressief. De neiging om dan opnieuw te gebruiken is groot, en zo raak je langzaam maar zeker verslaafd. Zo krijg je het typische beeld van de succesvolle man of vrouw die alles had, maar door de verslaving ook alles kwijtraakte. Geld, bezittingen, maar ook je gezondheid. Je kunt niet meer zonder, maar cocaïne put je energiereserves uit en je conditie holt nog sneller achteruit doordat je vaak ook slecht eet. Bovendien veroorzaakt cocaïne ook problemen met hart en bloedvaten, zeker in combinatie met alcohol. Als het versneden is, komen daar nog allerlei gevaarlijke gezondheidsrisico’s bij. Gelukkig zien we de versnijding met Levamisol – dat is een ontwormingsmiddel voor dieren – wat teruglopen.”

“Als je afhankelijk bent geworden van cocaïne, raak je snel diep in de problemen. Je bent ziek en verslaafd. Vanwege je geldproblemen kom je sneller in aanraking met criminaliteit, je wordt eenzamer, je komt nergens meer. En terwijl een recreatieve cocaïnegebruiker in bepaalde kringen een hip imago kan hebben – iemand die erbij hoort, iemand die geld genoeg heeft om zich deze levensstijl aan te meten – verandert dat volslagen als iemand afhankelijk wordt van cocaïne. Dan word je door diezelfde kringen ineens beschouwd als een loser. Maar voor cocaïnegebruik kies je zelf, voor cocaïneverslaving niet. Toch laat iedereen je dan vallen, terwijl je dan juist hulp nodig hebt.”

Niet normaal

“Cocaïneverslaving is lastig te overwinnen, omdat je zo gewend bent geraakt aan die onmiddellijke, snelle en intense beloning. Maar met een goede behandeling kun je wel herstellen van een cocaïneverslaving. Vaak moet je daarbij je leefstijl volledig veranderen. De plekken waar je altijd kwam, de mensen die je toen zag, daar kun je beter ver vandaan blijven. Je moet weer leren te genieten van andere beloningen die langer op zich laten wachten dan de snelle kick van de cocaïne. Ook moet je leren om weer op jezelf te vertrouwen en niet op de kunstmatige egoboost die cocaïne je geeft. En ten slotte is het verstandig om te stoppen met drinken, omdat alcohol ook zucht naar cocaïne kan oproepen.”

“We zullen moeten blijven focussen op het voorkomen van verslaving, vooral in de huidige tijdgeest van normalisering van alcohol- en drugsgebruik. Er zijn gelukkig nog altijd veel meer mensen die niet gebruiken dan wel, maar weinig mensen kijken ervan op als iemand toegeeft dat hij of zij wel eens een snuifje heeft gebruikt. Maar cocaïne gebruiken is nooit normaal, en zeker niet hip.”

GHB: hoop voor een hardnekkige verslaving

“GHB-verslaafden vinden hun leven mét GHB moeilijk, maar een leven zonder GHB ondraaglijk.” GHB-onderzoeker bij NK Harmen Beurmanjer gebruikt deze uitspraak vaak om de hardnekkigheid van deze verslaving te onderstrepen. Want een op de twee [correctie] behandelde GHB-cliënten meldt zich binnen drie maanden opnieuw aan bij de verslavingszorg. Hoe kan dat? En hoe krijgen we het succescijfer omhoog? Want herstellen kán wel: Ahmet* is al anderhalf jaar clean van GHB. Hij vertelt zijn verhaal, én wat hem heeft geholpen te herstellen. De zorg staat ook niet stil: mede op basis van het onderzoek van Harmen naar terugval bij GHB, worden binnen Brabant nieuwe ontwikkelingen opgestart. Hoop voor deze zeer hardnekkige verslaving…

Drinken, snuiven en spuiten

Ahmet is opgegroeid in West-Brabant, maar woont en werkt nu op een zorgboerderij van NovaFarm-Grip in de omgeving van Eindhoven, waar hij indien nodig ook begeleiding krijgt. Hij heeft met zowat alle drugs geëxperimenteerd, behalve met heroïne. In het begin was het op een bepaalde manier nog wel leuk en had Ahmet nog enige controle. Ahmet: “Voor ik GHB gebruikte, lukte het me meestal wel om een paar weken of een maandje te stoppen. Dat was helemaal afgelopen toen ik in extreme mate GHB en amfetamine ging gebruiken: ik dronk, snoof en spoot volop. De speed maakte me actief en ondernemend, van GHB werd ik suf. Ik raakte steeds meer afhankelijk van dat spul. Op een gegeven moment kwam het besef dat ik lichamelijk en geestelijk afhankelijk was. Ik kon niet meer terug, was verslaafd. Ik zag de gevaren en wilde stoppen. Ik heb vele pogingen gedaan, maar niks lukte.”

Wonderdrug wordt levensbedreigend

Doordat GHB aanvankelijk helemaal geen nadelen met zich mee lijkt te brengen – goedkoop, makkelijk verkrijgbaar, meer zelfvertrouwen zonder kater – lijkt het in het begin een wonderdrug. Maar de verslaving sluipt er snel in en is zeer moeilijk te overwinnen. Harmen in een eerder interview: “Als GHB-verslaafden niet gebruiken, krijgen ze zeer heftige ontwenningsklachten, zoals een delier, hevige angsten en ontregeling van autonome lichaamsfuncties, zoals de ademhaling en hartslag. Dat kan zelfs levensbedreigend zijn. Dus gebruiken ze elke paar uur GHB, dag en nacht. En niet alleen als ze ontwenningsklachten krijgen, maar ook als ze zich bewust worden van hun groeiende problemen. De GHB drukt alle negatieve emoties weg. Zo nemen de problemen toe, terwijl de GHB het besef hiervan volledig onderdrukt.” Bovendien is GHB erg moeilijk te doseren en leidt het dus nogal eens tot overdoseringen. Bij een op de vijf drugsincidenten in ambulances speelt GHB een rol, bijna 45% van de GHB-verslaafden is ooit in comateuze toestand binnengebracht op de Spoedeisende Hulp en 20% is zelfs eens of meermaals in coma op de intensive care beland. 

Van de straat geplukt

Ahmets strijd tegen de verslaving wordt pas succesvol nadat hij Alex van Dongen, preventiewerker bij Novadic-Kentron, tegen het lijf loopt. Die heeft mede gezorgd voor een keerpunt in zijn leven. Ahmet: “Ik heb geluk gehad dat ik Alex op het juiste moment tegenkwam. Anders was het misschien helemaal fout gegaan. Alex heeft mij letterlijk van de straat geplukt en gezorgd voor een opname bij Novadic-Kentron. Ik ben daar zo’n vier en halve maand behandeld. Met allerlei therapieën heb ik mezelf leren kennen en begrijpen. Dat was nodig om de verslaving serieus aan te pakken. Ik zag eindelijk, na al die schemerige jaren, weer licht aan het einde van de tunnel.” Tijdens zijn behandeling haalde Ahmet kracht uit zijn geloof: hij bad gedurende vijf maanden zeven dagen per week vijf keer per dag. Ook sportte hij veel, zodat hij een nieuwe en gezondere levensstijl ontwikkelde.

Geheimen

En ook heel erg belangrijk: de rol van Ahmets ouders en familie bij zijn herstel. Ahmet: “Ze hebben me altijd gesteund en ervoor gezorgd dat ik gemotiveerd bleef. Dat was cruciaal voor mij. Mijn ouders en zus zijn vanaf het eerste gesprek tot de laatste evaluatie betrokken geweest. De zogenoemde ‘naastbetrokkenengesprekken’ heb ik als zeer fijn ervaren. Ik heb mijn ouders dingen over mijn gebruik verteld die ik nooit eerder durfde te vertellen. Het is erg confronterend, omdat je dit onderwerp altijd verzwegen hebt. Maar het is ook een enorme opluchting en geeft een vrij gevoel geen geheimen meer voor hen te hebben en over alles te kunnen praten.”

Weg uit je eigen omgeving

Inmiddels is Ahmet al anderhalf jaar zonder GHB. Hij is er trots op dat het hem gelukt is zo lang clean te blijven. Te vaak heeft hij meegemaakt, maar ook gezien, dat het toch weer mis gaat. “Clean blijven is sowieso moeilijk, je moet je hele leven op je hoede blijven”, weet Ahmet. “Wat zeker niet helpt is in je eigen omgeving blijven. Je komt voortdurend op plekken die je meteen aan gebruik doen denken. Daar word je ontzettend door geprikkeld. Daarom heb ik ervoor gekozen na mijn behandeling niet terug te gaan naar die oude omgeving. Het was moeilijk en eng om de plek te verlaten waar je heel je leven hebt gewoond en geleefd. Maar ik had geen keuze, ik wist dat dit de enige oplossing was. Ik kon die omgeving niet veranderen, dus besloot ik zelf te veranderen in een nieuwe omgeving.”

Knokken

Steun uit je eigen netwerk, het ontwikkelen van een nieuwe en betere leefstijl, aandacht voor het leven na je behandeling: Ahmets verhaal onderstreept dat dit belangrijke factoren zijn in het herstel. Vindt Ahmet dat er ook iets moet veranderen aan de hulpverlening om de extreem hoge terugval bij GHB-verslaafden terug te dringen? Ahmet: “Ik denk dat terugval voor ieder individu anders is. Voor de een is het een gevecht, een ander hoeft er minder hard voor te knokken. Mijn advies aan de hulpverlening zou wel zijn om na de behandeling GHB-verslaafden aan te raden een andere omgeving op te zoeken en hen daarbij te helpen.”

Succes aanpak Etten-Leur

Het nut van dat advies bevestigt ook preventiewerker Alex van Dongen. Hij heeft veel contacten met GHB-verslaafden in Etten-Leur en omgeving. Zo heeft hij destijds ook Ahmet ontmoet. Alex is ook betrokken bij het ontwikkelen van een nieuwe aanpak voor GHB-verslaving in Etten-Leur. Alex: “We hebben met alle lokale maatschappelijke partners maandelijks overleg over het thema GHB. Alle bekende GHB-verslaafden worden besproken en er worden onderling afspraken gemaakt om hen in een traject te krijgen dat perspectief biedt. Begeleid en beschermd wonen in een andere omgeving wordt daarbij ook ingezet.” De aanpak is succesvol, blijkt uit cijfers van de gemeente Etten-Leur: sinds de start van het project zijn 53 casussen besproken, waarvan er 44 in behandeling zijn gegaan. Van die behandelde GHB-verslaafden zijn er 29 clean gebleven. Andere gemeenten in West-Brabant hebben inmiddels plannen om de aanpak in Etten-Leur over te nemen.

Problemen met GHB-gebruik? Neem contact met ons op!

*Ahmet is een fictieve naam.

Hoe kunnen we mensen met een licht verstandelijke beperking weerbaarder maken?

Het valt niet mee om te herstellen van een verslaving, laat staan als je een licht verstandelijke beperking (LVB) hebt. Mensen met een LVB zijn vaak erg beïnvloedbaar, waardoor ze kwetsbaar zijn voor misbruik. Ze kunnen moeilijker beslissingen nemen voor de lange termijn en de motivatie is ook bij hen vaak wisselend. In een maatschappij die steeds ingewikkelder wordt, is de verleiding groot om ‘ja’ te zeggen tegen drugs en alcohol en zo alle problemen te ‘vergeten’. Sociotherapeute Carolien Staaks vertelt over deze kwetsbare, stoere, vriendelijke, boze, lieve, complexe doelgroep en wat zij nodig hebben. 

Ingewikkelde maatschappij

Carolien: “Dit is een doelgroep met heel veel problemen: ze hebben een verslaving, cognitieve en psychiatrische problemen en vaak zijn ze ook getraumatiseerd. Ze worden enorm overvraagd. De maatschappij is veel ingewikkelder geworden. Je moet tegenwoordig van alles zelf regelen, meestal digitaal. Denk bijvoorbeeld aan je belastingen, gemeentezaken, enzovoorts. Met openbaar vervoer kun je alleen nog reizen met de OV-chipkaart. Procedures en regeltjes zijn vaak complex en omslachtig. Voor mensen met een LVB is dat allemaal niet te behappen, en vaak beginnen ze er niet eens meer aan, waardoor kleine problemen enorm uit de hand lopen. Dat leidt vaak tot onbegrip en conflicten. Je ziet ook lang niet altijd aan iemand dat hij of zij een IQ heeft van 60 of 70. Ze zijn soms verbaal heel sterk, maar als je dan doorvraagt, blijkt toch dat ze heel veel niet begrijpen. Maar ze begrijpen heus wel hoe de maatschappij hen ziet. Hulp vragen is dan ook moeilijk. Ze willen hun problemen niet accepteren, willen ook geen gezichtsverlies lijden. Uit pure machteloosheid worden ze soms boos, maar eigenlijk zit er dan vooral onmacht onder.”

Knokploeg

“Deze cliënten zijn ook vaak erg beïnvloedbaar. Zo had ik een cliënt – een grote, stoere vent onder de tatoeages – die door zijn ‘vrienden’ werd ingezet als eenmansknokploeg. Dat deed hij om er maar bij te horen. Dat is schrijnend. Je kunt je ook goed voorstellen dat zo iemand onder groepsdruk alcohol of drugs gaat gebruiken, en dan is dat uiteindelijk het enige waar ze nog van genieten. Maar de problemen worden hier natuurlijk niet minder door. Veel cliënten met LVB wonen begeleid, en het gebruik heeft dan ook zijn weerslag op de woongroep. Een cliënt onder invloed kan boos of agressief zijn en dat maakt andere cliënten bang.”

Gevaarlijke situaties

“Ook de medewerkers in de LVB-sector, de begeleiders op zo’n woongroep, weten soms niet hoe ze hiermee om moeten gaan. Ze hebben vaak ofwel geen beleid, ofwel een zerotolerancebeleid. Wat er gedaan wordt, is sterk afhankelijk van de begeleiders. Die brengen zichzelf soms ook in gevaarlijke situaties, door midden in zo’n crisis bijvoorbeeld alle drank van de kamer weg te gaan halen. Goed om het gebruik bespreekbaar te maken, maar misschien niet op zo’n moment…”

Niveau van een kind, maar volwassen problemen

“Voor ons is samenwerking met de LVB-sector enorm belangrijk. Wij hebben de expertise voor het behandelen van verslaving, zij hebben veel kennis over en ervaring met de doelgroep. Zij leren ons wat een cliënt kan of niet kan, want dat is niet altijd te zien aan de buitenkant, en de onderlinge verschillen zijn groot. Ook de juiste bejegening is belangrijk. Deze cliënten hebben op sommige gebieden een niveau van een kind, maar hebben wel de problemen van een volwassene. Ze hebben moeite met lange gesprekken over hun problemen, maar je moet hen wel met respect behandelen en betrekken bij beslissingen. Andersom weten wij veel over middelen en verslaving, en wij kunnen medewerkers van een instelling of woonvoorziening leren omgaan met het middelengebruik. En natuurlijk behandelen wij de cliënt voor zijn of haar verslaving. Zo is er voor onze doelgroep een aangepaste cognitieve gedragstherapie, die is ontwikkeld door deskundigen op LVB-gebied, en bieden we ook behandelingen zoals Mindfulness.

Knuffels

“Als een cliënt bij ons opgenomen wordt op de afdeling LVB, proberen we hem of haar weerbaarder te maken. De therapieën zijn in principe dezelfde als bij de reguliere afdelingen, maar ze duren korter en we maken meer gebruik van herhaling en van plaatjes en pictogrammen. We proberen vooral te werken aan de motivatie, en ook is het ‘clean’ worden natuurlijk een belangrijk doel. Ook werken we aan verzorging en gezond eten en een goede dagstructuur. We proberen de cliënt handvatten mee te geven en oefenen ook samen in moeilijke situaties. We bieden therapie aan, maar ook niet te veel. Ontspanningstherapie, creatieve therapie en agressieregulatietraining werken vaak goed bij deze cliënten. Ook werken met beloningen is bij deze doelgroep vaak erg effectief. Op de kliniek hebben we bijvoorbeeld een beloningskast met allerlei kleine cadeautjes: boekjes, knuffels, huisdecoratie of verzorgingsproducten. Als ze bijvoorbeeld een hele week op tijd een urinecontrole hebben gedaan met goed resultaat, mogen ze daar iets uit kiezen. Het zijn kleine dingen, maar het werkt heel goed.”

Schone lei

“Maar misschien wel het belangrijkste is om een goed plan te maken voor na de behandeling. Duurzaam weerbaar maken van deze cliënten is vaak niet haalbaar. Ze hebben veel herhaling nodig en steun vanuit het netwerk. We willen meer gaan inzetten op transmurale zorg: voorafgaand aan opname en ook in het bieden van nazorg in de thuisomgeving. Natuurlijk geldt voor elke cliënt dat steun uit het netwerk heel belangrijk is, maar voor deze doelgroep geldt dat nog meer. Ze zijn zo beïnvloedbaar: het is belangrijk dat die invloed positief blijft! Dus werken we samen met de cliënt maar vooral ook met de andere begeleiders uit de LVB-sector aan een plan op het gebied van gezondheid, wonen, dagbesteding enzovoorts. Soms is het beter als iemand bijvoorbeeld naar een andere woongroep gaat, met een schone lei begint.”

Niet-aangeboren hersenletsel

“Met de juiste behandeling en begeleiding kan het heel goed gaan. Zo had ik een cliënt met een cocaïneverslaving, een man van een jaar of vijfentwintig met niet-aangeboren hersenletsel na een ongeluk. Hij had alles opnieuw moeten leren, maar had nog steeds problemen met onder meer zicht, concentratie en energie. We kwamen erachter dat hij vooral cocaïne gebruikte omdat hij zijn beperkingen niet kon accepteren. Daar hebben we dus aan gewerkt. Op de afdeling ging het heel goed met hem, hij was gemotiveerd en kon ook steeds beter accepteren wat er met hem aan de hand was. Na de behandeling ging hij terug naar zijn eigen woning. Daar heeft hij met wat klussen echt een eigen plekje gemaakt. Er stond goede begeleiding voor hem klaar en hij had goede dagbesteding. Dit is een mooie illustratie van hoe behandeling door ons en begeleiding vanuit de sector prachtige resultaten op kunnen leveren.”

De meest charmante doelgroep

“Het is geen gemakkelijke doelgroep, maar ik wil nog wel benadrukken dat het wel een erg leuke doelgroep is om mee te werken. Als je aansluiting hebt gevonden, als je het vertrouwen hebt gewonnen, krijg je er ook heel veel voor terug. Het zijn vaak de meest charmante, liefste en vriendelijkste mensen met wie je kunt werken.”

Verslaafden in herstel verzetten bergen in Schaijk

Wie zijn verslaving overwint en zijn leven weer op de rit krijgt, is fantastisch goed bezig. Maar een aantal verslaafden in herstel gaan nog een stap verder, en willen hun ervaringen ook inzetten om anderen te helpen. Veel organisaties en zorginstellingen, waaronder ook Novadic-Kentron, omarmen de inzet van ervaringsdeskundigheid: het is een win-win-win-situatie die Nieuwe Kansen biedt voor de verslaafde in herstel, voor cliënten en voor de zorg. Een geweldig voorbeeld van een initiatief dat naadloos aansluit bij die ontwikkeling, vinden we in Schaijk (gemeente Landerd). Een groep verslaafden in herstel en mensen uit hun naaste omgeving, met de naam ‘Moed-Brabant, maak(t) verslaving bespreekbaar’, heeft hun zorgen over het toenemende drugsgebruik in de regio omgezet in daden. Moed-Brabant verzet bergen en is daar voorlopig nog niet mee klaar. 

Rigoureus stoppen

Peter Peters (27), verslaafde in herstel, is een van de initiatiefnemers van het eerste uur. Jarenlang was cocaïne zijn ‘drug of choice’, maar ook dronk hij veel en gebruikte naast cocaïne zowat elke andere drug die voorhanden was. Vier jaar geleden liep hij volledig vast. Peter: “Ik maakte er echt een zootje van. Mijn relatie liep stuk, ik had geen rooie cent meer en ging niet meer naar mijn werk. Mijn tweelingzus regelde een afspraak bij huisarts Van Kollenburg. Die verwees me naar Novadic-Kentron in Den Bosch. Daar was enige wachttijd, dus stopte ik op eigen kracht. Drie maanden gebruikte ik niks, maar uiteindelijk kon ik het niet bolwerken.” Peter werd opgenomen in een twaalfstappenkliniek. Dat hielp: op dit moment is hij al bijna anderhalf jaar ‘clean’ en gebruikt hij geen alcohol, drugs of sigaretten. 

De dokter, de deskundige en de burgemeester

Na zijn herstel wilde Peter, samen met Wim Jillesen (eveneens verslaafde in herstel), zijn zus en moeder ‘iets doen’ om het drugsgebruik in Schaijk bespreekbaar te maken. Daarmee was de basis gelegd voor Moed-Brabant. Het eerste idee was een grootschalige informatieavond voor de hele gemeenschap. Het gezelschap besprak dit plan in eerste instantie met huisarts René van Kollenburg,

René: “Ik was direct enthousiast en blij dat Moed-Brabant iets wilde doen aan een in mijn ogen groot probleem. Ik adviseerde hen om voor inhoudelijke ondersteuning contact te zoeken met Charles Dorpmans, preventiewerker van Novadic-Kentron. Die had ik een keer aan het werk gezien bij een nascholingsbijeenkomst. Ook hij was direct bereid om met Moed-Brabant de plannen verder voor te bereiden.” De laatste hobbel was geld. Peter: “We hadden een klein budget nodig voor de huur van de ruimte en voor koffie en thee. Daarom zijn we met burgemeester Bakermans gaan praten. Die was ook enthousiast en zegde toe de avond te financieren.” 

Bekende figuren in Schaijk

De informatieavond, die 17 mei onder de naam ‘Laten we het er eens over hebben’ plaatsvond, bleek een schot in de roos. Maar liefst 250 tot 300 inwoners van Schaijk kwamen opdagen. Peter: “Die grote opkomst verbaasde ons niets. De avond is aangekondigd in de plaatselijke media, we hebben posters opgehangen en flyers verspreid en Wim en ik zijn bekende figuren in Schaijk. We waren blij met de enorme belangstelling. Dat was voor ons een teken dat veel dorpsgenoten zich op een of andere manier betrokken voelen bij of bezorgd zijn over het gebruik in de gemeente.”

Charles praatte als spreekstalmeester de avond aan elkaar. Ook hij blikt er enthousiast op terug: “Toch geweldig wat die gasten voor elkaar gebokst hebben. Op die manier naar buiten treden om te voorkomen dat anderen ook verslaafd raken. Het levensverhaal van Wim Jillesen was indrukwekkend, ook door de manier waarop hij zich kwetsbaar opstelde voor dorpsbewoners die hem allemaal kennen. Ik blijf hen zeker ondersteunen met kennis en inhoud.”

Moeders

Inmiddels zijn we een paar maanden verder. Moed-Brabant is spontaan uitgebreid: er zijn moeders bijgekomen en de huisartsen en de gemeente zijn ook vertegenwoordigd. Het gezelschap is nu met z’n tienen. Peter: “Met die club hebben we een expertmeeting gehouden onder leiding van Charles Dorpmans. En we hebben in september twee vervolgavonden georganiseerd, één speciaal voor jongeren en één voor ouders. Ook op die avonden kunnen we tevreden terugkijken: druk bezocht en veel enthousiasme.” En inmiddels is ook de website van Moed-Brabant in de lucht. Daarop onder andere informatie over middelen en verslaving, links naar de hulpverlening, een zelftest en een oproep om bij problemen contact op te nemen met iemand van Moed-Brabant (info@moed-brabant.nl of 06-83 66 95 23). 

Iets teweeg brengen

Maar Moed-Brabant heeft nog meer plannen. Peter: “Door de geslaagde avonden zijn we ervan overtuigd dat we als groep iets teweeg kunnen brengen. We willen scholen, sportclubs, jongerenwerk en dergelijke in Schaijk en omgeving gaan benaderen om voorlichting te geven. Die moet betaalbaar zijn, laagdrempelig en dicht bij de mensen. We denken hiervoor een klein budget nodig te hebben. Daarover gaan we in gesprek met de gemeente.” Maar ook Charles wil het Schaijkse initiatief verder uitdragen. “De 40 gemeenten in Noordoost-Brabant zijn in gesprek om gezamenlijk aan preventie te gaan doen. Dat project heeft als werktitel ‘Drugs, dat kunnen we hier niet gebruiken’. Misschien zijn er ook in andere gemeenten dergelijke initiatieven te ontplooien. Hoe mooi zou dat zijn. Ondertussen is de eerste lijn hier bediend met een deskundigheidsbevordering ‘Signaleren, bespreekbaar maken’, hebben de vrijwilligers van Jeugdbelang Zeeland een drugsbijeenkomst gehad en verzorg ik met Moed-Brabant voor alle huisartsen uit de omgeving op 9 oktober een expertmeeting.” 

Safe house

Ten slotte start Peter, samen met zijn zus en een andere ervaringsdeskundige, ook een initiatief op het gebied van de hulpverlening. Ze zijn bezig om samen een vorm van begeleid en beschermd wonen te realiseren in Schaijk. “We zijn een huis in Schaijk aan het opknappen dat dienst gaat doen als safe house. Daar kunnen maximaal zes jongeren uit de regio begeleid worden die kampen met alcohol- of drugsproblemen. We bieden een plek waar ze niet in aanraking komen met alcohol of drugs en een luisterend oor als ze het moeilijk hebben. Per 1 november komt de eerste bewoner.”

Een dag uit het leven van een psychiater bij NK

NK zoekt psychiaters die bij ons willen komen werken! Psychiater bij een verslavingszorginstelling is mogelijk niet de meest voor de hand liggende keuze voor een willekeurige psychiater, maar wel een heel goede. NK is misschien wel een van de meest boeiende en veelzijdige plekken waar een psychiater aan de slag kan. Om zelf een goede diagnose te kunnen stellen, heb je volledige en juiste informatie nodig. Christina Sonneborn, psychiater op de afdelingen Dubbele Diagnose Gesloten Opname en Dubbele Diagnose Behandeling, neemt je daarom mee op een rondleiding door haar dag. 

7.00 uur: administratie

Christina Sonneborn: “Ik begin graag vroeg. In dat eerste, rustige uurtje werk ik mijn administratie bij. Niet het leukste onderdeel van mijn werk, maar het moet wel gedaan worden. Ik heb hier trouwens niet zoveel moeite mee. Ik krijg veel ondersteuning van mijn collega’s, bijvoorbeeld van de behandelcoördinator. Ik hoef bijvoorbeeld de behandelplannen niet helemaal alleen te schrijven, maar alleen na te kijken en aan te vullen.”

8.00 uur: medisch ochtendrapport

“Met medisch ochtendrapport zijn we gestart toen we begonnen met de opleiding van artsen tot psychiater. We bespreken dan samen met de artsen de bijzonderheden van die nacht. Dat gaat niet alleen om cliënten in de kliniek, maar ook bijvoorbeeld om cliënten in hostels, van het project GHB in de cel – waarbij GHB-verslaafde arrestanten worden gemonitord – en van ziekenhuizen of huisartsen die ambulante cliënten behandelen. En natuurlijk zetten we ook de nodige acties uit.”

8.15 uur: multidisciplinair overleg

“Ik ben psychiater bij twee afdelingen, dus heb ook twee keer een overdracht van een half uur. Dat is een krappe planning, maar het dwingt mensen ook om relevante, beknopte informatie te geven. Dit zijn multidisciplinaire overleggen, MDO’s, dus we bespreken hier alle bijzonderheden met verpleegkundigen, artsen, vaktherapeuten enzovoorts. Dat is een leuk onderdeel van mijn werk: iedereen levert input vanuit zijn eigen expertise, dus je krijgt vanuit verschillende perspectieven observaties over cliënten. Zo ben ik helemaal op de hoogte. Ook maken we nog cliëntafspraken voor die dag; ik probeer altijd wat ruimte in mijn agenda open te houden voor cliënten die acuut psychiatrische hulp nodig hebben.”

9.15 uur cliëntcontacten

“Het grootste deel van mijn werkdag heb ik cliëntcontacten. Die zijn heel uiteenlopend. Ik heb bijvoorbeeld eerst een kennismakingsgesprek met een cliënt die pas is opgenomen. Ik breng de problematiek in kaart en bouw een werkrelatie met iemand op. Het is boeiend om in een kort tijdsbestek de juiste informatie naar boven te halen voor een goede diagnose.

Daarna heb ik bijvoorbeeld vervolgafspraken, over medicatie, maar ook meer therapeutische gesprekken. Ik geef ook regelmatig systeemtherapie, wat inhoudt dat ik ook spreek met het ‘systeem’ van de cliënt, bijvoorbeeld de ouders. Vaak wordt een verslaving mede in stand gehouden door patronen binnen de omgeving van de cliënt; die proberen we dan te doorbreken.

De cliënten die ik zie, zijn vaak cliënten met zeer complexe problemen. Vanwege de ernst van de problemen zijn dit meestal klinische cliënten. Zij hebben naast hun verslaving vaak ernstige psychiatrische problemen. Ze lijden bijvoorbeeld aan schizofrenie of hebben een bipolaire stoornis. Vaak hebben ze ook meerdere aandoeningen tegelijkertijd, zoals ADHD en een posttraumatische stress-stoornis. Die complexiteit is voor een psychiater natuurlijk heel boeiend.

Onderdeel van mijn werk is ook om af en toe als onafhankelijk psychiater cliënten te beoordelen voor wie een rechterlijke machtiging is aangevraagd. Ik moet dan beoordelen of er inderdaad zoveel gevaar is voor deze cliënt zelf of de omgeving dat een gedwongen opname gerechtvaardigd is. Ik ga dan soms mee met het team IHT – Intensieve Hulp Thuis – op huisbezoek.”

Tussendoor: overleggen

“Tussen de cliëntafspraken door heb ik ook af en toe overleggen met andere medewerkers. Zo werken wij bij NK met Vitale Teams. Teams krijgen zelf veel meer verantwoordelijkheden, en worden daarin begeleid zodat ze die ook kunnen dragen. Daarnaast heb ik regelmatig afstemmingsoverleg met de behandelteams waar ik werk. En dan kunnen er ook nog incidentele overleggen tussendoor komen, zoals de geneesmiddelencommissie.”

Tussendoor: onderzoek en ontwikkeling

“Voor onderzoek is momenteel op een willekeurige dag niet zoveel tijd. De schaarste aan psychiaters is nog zo groot, dat ik vooral heel uitvoerend bezig ben. Maar dat is een tijdelijke situatie. Op de behandelafdeling Dubbele Diagnose hebben we bijvoorbeeld dossieronderzoek gedaan en hebben we bekeken welke cliënten met welke diagnoses het beter doen. Daarover hebben we gepubliceerd. En momenteel zijn we met het ontwikkelteam aan het bekijken hoe we een beter aanbod kunnen samenstellen voor cliënten met autisme en verslaving.”

Tussendoor: onderwijs

“En dan is er natuurlijk nog onderwijs. Ook een leuk deel van mijn werk. Op twee afdelingen hebben we een stageplek. Ik begeleid een verslavingsarts in opleiding en een AIOS, een assistent in opleiding tot specialist, in dit geval dus een psychiater in opleiding. Samen bekijken we hoe het gaat met de medewerker in opleiding, en we bespreken én spreken ook samen cliënten. Dit is leuk werk en ook erg nuttig. Binnenkort komt iemand die ik heb opgeleid weer terug als nieuwe collega!”

17.00 uur, einde dag

“Ja, ik heb wel lange dagen, maar ik werk ook niet elke dag hier. Ik ben deels ook werkzaam voor de GGzE. Ik denk dat er veel psychiaters zijn die met veel plezier bij NK zouden werken. In vergelijking met GGZ-instellingen is dit een relatief kleine organisatie, dus de lijnen zijn kort en je hebt veel invloed op het beleid. Je hebt als psychiater hier ook veel keuzemogelijkheden om het soort werk te doen dat je aanspreekt. De bereikbaarheidsdiensten zijn niet erg belastend: omdat de verslavingsartsen de voorwacht zijn, hoef ik maar heel zelden naar de locatie als ik bereikbaarheidsdienst heb. Het is ook rustiger, er zijn minder separaties of crisissituaties. En het belangrijkste: de doelgroep is heel erg boeiend, met veel complexe en met elkaar verweven problemen. Dus ik werk hier met veel plezier, en ik zou graag willen dat meer psychiaters de weg naar NK zouden vinden!”

Werken als psychiater bij NK?

Geïnteresseerd? Bekijk onze vacatures. Je kunt hier ook een video bekijken van een andere psychiater die bij ons in dienst is.

Novadic-Kentron algemeen derde kwartaal 2017

Binnen NK staan de organisatieontwikkeling en de onderzoeken naar samenwerking met Zorg van de Zaak nog steeds prominent op de agenda. We schrijven nog steeds zwarte cijfers en het project Vitale Teams bewijst in toenemende mate zijn meerwaarde. We staan garant voor een kwalitatief hoogwaardig behandelaanbod voor onze cliënten en blijven ons als verslavingsexpert profileren. Dat doen we sinds medio oktober samen met een aantal collega-instellingen, verenigd in Verslavingskunde Nederland. In deze nieuwsbrief vindt u een overzicht van deze en een aantal andere opvallende ontwikkelingen in het derde kwartaal van 2017.

Novadic-Kentron neemt deel aan Verslavingskunde Nederland

Om het verslavingsprobleem in Nederland beter te behandelen en het behandelbereik te vergroten, vormen vanaf 16 oktober 2017 twaalf organisaties, waaronder Novadic-Kentron, samen Verslavingskunde Nederland. De samenwerkende partijen zijn daarmee een krachtig en zichtbaar landelijk netwerk dat de expertise bundelt om meer mensen met verslavingsproblematiek sneller, efficiënter en effectiever te bereiken. Onze organisatie is via bestuurder Walther Tibosch, die de rol van voorzitter heeft, vertegenwoordigd in Verslavingskunde Nederland. Ook de voorzitter van onze cliëntenraad, Hendrik Hartevelt, is lid van Verslavingskunde Nederland.

Een van de belangrijkste speerpunten van het netwerk is het verlagen van de drempel naar verslavingszorg door krachtige profilering en het doorbreken van stigma’s rondom verslaving, onder andere door de inzet van ervaringsdeskundigen. Verslavingskunde Nederland brengt kennis en kunde bij elkaar in zeven programmalijnen rondom verschillende thema’s. Op de website van Verslavingskunde Nederland vind je, naast inhoudelijke informatie over de verschillende programmalijnen, meer uitleg over de deelnemers, het doel en de missie van Verslavingskunde Nederland.

Presentatie field-lab in Tilburg

Walther Tibosch heeft namens NK contact gezocht met de provinciebestuurders van Brabant, business school TIAS (verbonden aan de universiteiten van Tilburg en Eindhoven) en adviesbureau Berenschot. De vraagstelling was: hoe kunnen we door inzet van Big Data en met een meer gecoördineerde en geïntegreerde benadering:

  • via nieuwe samenwerkingsvormen en nieuwe bekostigingsmodellen nog beter verslaving voorkomen;
  • persoonlijk leed voorkomen, verminderen en/of verkorten;
  • maatschappelijke last voorkomen en/of verminderen;
  • onderzoek, opleiden en vernieuwen van een integrale aanpak op een adequate wijze bekostigen?

Op dit moment spreken we hierover met alle Brabantse gemeenten, zorgverzekeraars en Veiligheid en Justitie (ook SVG), maar er zijn veel meer betrokken partijen op alle leefgebieden van de Brabantse burgers. Daarom hebben we de provincie gevraagd om als pilot twee field-labs (praktijkomgevingen in een wijk waarin geëxperimenteerd kan worden met zorginnovatie) mogelijk te maken, zodat we daarna wat we leren kunnen vertalen naar geheel Brabant. De eerste stappen daartoe hebben inmiddels plaatsgevonden.

Vormgevers Dutch Design Week aan de slag met destigmatisering

Mensen die lichamelijk ziek zijn, kunnen rekenen op steun en begrip; als ze die ziekte hebben overwonnen, worden ze gezien als vechters en zijn ze helden. Maar verslaafden worden vaak gezien als losers, zelfs als ze in herstel zijn. Onze organisatie wil het stigma rond verslaving aanpakken en helpen doorbreken, om (ex-)verslaafden Nieuwe Kansen te bieden om weer volledig mee te kunnen doen in de maatschappij.

Om deze reden heeft NK samenwerking gezocht met de Dutch Design Foundation. Zij willen graag aan deze doelen meewerken! Eind oktober worden dan ook een aantal vormgevers die deelnemen aan de Dutch Design Week uitgenodigd voor een brainstormsessie met medewerkers en ervaringsdeskundigen van onze organisatie. Dat moet tot nieuwe ideeën leiden voor het doorbreken van het stigma rond verslaving. Uiteindelijk leidt dat tot een opdracht voor een van de deelnemende vormgevers om de ideeën verder uit te werken tot een campagne.

Nul verkeersdoden in Brabant

De provincie heeft dit jaar samen met Veilig Verkeer Nederland en andere partners het initiatief genomen voor een grootschalige verkeersveiligheidscampagne ‘NUL verkeersdoden in Brabant’. Op twee fronten is onze organisatie betrokken bij onderdelen van deze campagne. De eerste loopt al enige tijd, en is gericht op de drinkende 55-plusser die achter het stuur kruipt. Ria Egelmeer en Iris de Man zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling en uitvoering van die deelcampagne.

De andere deelcampagne heeft betrekking op drugs in het verkeer, naar aanleiding van de speekseltest waarmee bestuurders vanaf 1 juli 2017 gecontroleerd kunnen worden op drugsgebruik. Onze preventiewerker Charles Dorpmans nam deel aan de denktank om deze campagne voor te bereiden. Posters en filtertips (gebruikt bij het rollen van een joint) met als thema ‘Ik rij… drugsvrij: doe de belofte’ worden verspreid via onder meer coffeeshops. De posters en filtertips verwijzen naar de pagina Drugs in het verkeer op de website www.nulverkeersdodenbrabant.nl. Op die site is te zien dat inmiddels bijna 20.000 keer de belofte is gedaan om drugsvrij te rijden. 

Phenibut in opkomst

Sinds 2016 wordt Novadic-Kentron regelmatig benaderd met hulp- en informatievragen over het supplement Phenibut, wat een indicatie is voor de toename van het gebruik. Veelgestelde vraag is of Phenibut gebruikt kan worden als middel om af te kicken van GHB. Gebruikers geven aan Phenibut te gebruiken om ’s nachts te kunnen doorslapen en om zelf af te kicken van GHB. Zij vragen zich vaak af hoe ze Phenibut kunnen afbouwen. Deze ontwikkelingen zijn voor NK aanleiding om in het kader van het Expertpanel Breda onderzoek te doen naar het gebruik van Phenibut in de regio Breda.

Via semi-gestructureerde interviews willen de onderzoekers de toegenomen populariteit van het middel Phenibut en de motieven voor gebruik in kaart brengen. De vergaarde informatie kan vervolgens gebruikt worden om beleid en voorlichting af te stemmen met betrekking tot gebruikers, verslavingszorg, GZZ, gemeenten, politie en justitie. De resultaten en aanbevelingen worden verwerkt in een eindrapport, dat naar verwachting begin 2018 voor publicatie gereed is. 

Speciale avond voor (Marokkaanse) moeders in Veldhoven

Na enkele voorlichtingen in Veldhoven werd geconstateerd dat het moeilijk is om Marokkaanse moeders te betrekken bij reguliere voorlichtingsavonden voor ouders. Omdat de wijk Zonderwijk een behoorlijke Marokkaanse gemeenschap telt, heeft welzijnsorganisatie Cordaad op donderdagavond 12 oktober een voorlichting in Veldhoven georganiseerd waarbij alleen vrouwen werden uitgenodigd. Dit in de verwachting dat dit de komst van Marokkaanse moeders zou vergroten. De opkomst bij deze avond maakte duidelijk dat het ondanks deze speciale formule lastig blijft om deze doelgroep te bereiken. Er waren slechts zes moeders aanwezig. Met deze moeders werd het gesprek aangegaan over uitgaan, alcohol en drugs. De avond werd afgesloten met voorlichting over hoe je als moeder gebruik kunt herkennen en wat je kunt doen om problemen door gebruik bij je kind te voorkomen. Oftewel: hoe belangrijk het is om het gesprek met je kind over uitgaan, alcohol en drugs aan te gaan. 

Homeparty Etten-Leur

Soms beginnen mooie initiatieven kleinschalig. In Etten-Leur had Annemiek Voesenek, moeder van twee tieners en wijkmanager bij de gemeente, vragen over hoe zij in het kader van de campagne ‘Nix18’ het gesprek over alcohol en drugs met haar kinderen moest voeren. Zij merkte dat ook andere moeders uit haar kennissenkring behoefte hadden aan handvatten om afspraken te maken en het gesprek te beginnen. Ze besprak dit dilemma met preventiewerker Alex van Dongen. Ze kwamen op het idee om bij Annemiek thuis een homeparty te organiseren. De animo was groot, dat bleek wel uit de respons op een appje van Annemiek: binnen een half uur lieten twaalf moeders weten erbij te willen zijn. De avond was zeer geslaagd. Alex vertelde het gezelschap over middelengebruik, het belang van afspraken en regels, en reikte handvatten aan voor het gesprek met de kinderen. Annemiek is binnen de gemeente in gesprek over hoe aan dit initiatief op grotere schaal een vervolg kan worden gegeven. Dat hier veel behoefte aan is, is wel duidelijk! 

Infolunches met wijkteams

Steeds meer hulp wordt verleend in de directe omgeving van de cliënt. In alle gemeenten zijn daartoe wijkteams ingericht. Vaak ontbreekt het binnen die teams aan kennis over en ervaring met het thema verslaving. Daarom heeft de gemeente Oss NK opdracht gegeven de deskundigheid van de wijkwerkers te vergroten. Onze preventiewerkers hebben vijf infolunches georganiseerd als deskundigheidsbevordering voor de medewerkers van de wijkteams uit Oss en Bernheze. Tijdens deze lunches werden thema’s besproken als trends in middelengebruik, signaleren en de rol van naasten. In september en oktober zijn de eerste drie infolunches uitgevoerd. Er waren telkens rond de twintig deelnemers die zeer geïnteresseerd waren in de thema’s. De laatste twee bijeenkomsten zijn gepland voor november.  

Samen voorbij verslaving

In de regio Hart van Brabant is Kentra24 een van de 23 partners van het samenwerkingsverband SJS (Samenwerkende Jeugd Specialisten). Samen met gemeenten en cliëntorganisaties werkt SJS aan de best passende zorg voor kinderen en gezinnen. In opdracht van de SJS werd twee jaar geleden door een werkgroep, waaraan Kentra24 en andere jeugdhulpaanbieders deelnamen, een notitie geschreven over druggebruik in de jeugdsector: ‘Integrale aanpak middelenproblematiek’. Om dit document meer te laten zijn dan een papieren tijger, werd een subsidieaanvraag ingediend bij het Innovatienetwerk Jeugd Hart van Brabant, ‘Samen innoveren voor en mét de jeugd’: een initiatief van negen gemeenten in de regio Midden-Brabant. Er werd een pilot gestart vanuit de verkenningsfase waarbij een begin is gemaakt met een integrale aanpak van jeugdzorg, verslavingszorg en ervaringsdeskundigheid. De aanpak is beschreven vanuit het oogpunt van de jongeren, de ervaringswerkers en de professional. Vanuit het verkenningstraject kwam naar voren dat innoveren tussen twee grote instellingen vraagt om ruimte om buiten gestelde kaders te acteren, taboedoorbrekend te werken en inhoudelijk te ontwikkelen.

De samenwerking is Kentra24 en Kompaan/De Bocht goed bevallen: beide zien de gezamenlijke aanpak als absolute meerwaarde voor de behandeling van jongeren met verslavingsproblemen. Ze willen deze dan ook voortzetten en verder ontwikkelen, maar ook delen en uitbreiden naar andere organisaties, scholen en het voorliggend veld. Op 1 november houden Irene Dijkstra namens Kentra24 en Anneleen Jongsma namens Kompaan/De Bocht een pitch voor het Innovatienetwerk Jeugd om opnieuw subsidie te verkrijgen. Meer informatie over Samen voorbij verslaving vindt u op de website van het Innovatienetwerk.

Landelijk netwerk jeugdverslavingszorg trekt land in voor behoud specialisme

Het netwerk jeugdverslavingszorg is opgericht omdat jeugdverslavingszorg in het snel veranderende zorglandschap voor jeugdigen als specialisme dreigt te verdwijnen. Aanbieders van jeugdverslavingszorg moeten vanuit bedrijfsmatig oogpunt steeds vaker overwegen niet langer verslavingszorg voor jeugdigen aan te bieden. Afzonderlijke contractering door individuele gemeenten, of in geval van klinische zorg jeugdhulpregio’s, zorgt voor versnippering van een relatief klein aanbod. Dit veroorzaakt een onevenredig hoge administratieve lastendruk en het belemmert de zorginhoudelijke doorontwikkeling van de jeugdverslavingszorg.

Het netwerk jeugdverslavingszorg heeft zich daarom als taak gesteld jeugdverslavingszorg als specialisme te borgen en op de kaart te zetten bij zowel de gemeentes als partners in de jeugdhulpketen. Irene Dijkstra, hoofd van Kentra24, de jeugdafdeling van NK, is aangesteld als voorzitter van het netwerk jeugdverslavingszorg, dat nauw verbonden is met Verslavingskunde Nederland. Een overzicht van huidige stand van zaken is door GGZ Nederland en het netwerk beschreven in de brochure ‘Jeugdverslavingszorg in beeld’ voor jeugdhulpregio’s en gemeenten. 

Verslaving en LVB: training medewerkers Dichterbij

Instellingen in de LVB-branche (Licht Verstandelijke Beperking) hebben regelmatig te maken met overmatig alcohol- en/of drugsgebruik door cliënten (zie ook elders in dit magazine). LVB-instelling Dichterbij raadpleegde daarom Novadic-Kentron. Op verzoek van Dichterbij werd onlangs een trainingsdag uitgevoerd. Deze dag werd geleid door Karin van Gompel (preventiewerker bij NK) en Carolien Staaks (sociotherapeut LVB-afdeling). Karin van Gompel: “Tijdens deze trainingsdag hebben wij de medewerkers van Dichterbij op een interactieve manier kennis laten maken met de meest gebruikte middelen en de trends in gebruik. Vervolgens werd in subgroepen besproken welke signalen zich bij de verscheidene middelen kunnen voordoen. Ook werden vragen beantwoord over hoe medewerkers van Dichterbij hun cliënten het beste kunnen begeleiden bij middelengebruik. De leergierige medewerkers van Dichterbij waren unaniem enthousiast en gaven aan dat de trainingsdag absoluut een meerwaarde heeft voor hun werk.” Eind oktober verzorgen Karin en Carolien opnieuw een trainingsdag voor een tweede groep medewerkers van Dichterbij.

Herstelondersteunende zorg derde kwartaal 2017

NK beschouwt herstelondersteunende zorg als een van de belangrijkste pijlers in haar visie en koers. Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken op verschillende levensgebieden, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook draagt het bij aan het herstel van de ervaringswerkers zelf. Hier leest u belangrijke ontwikkelingen in het derde kwartaal.

Herstelpunt eind september geopend

Eind september is met een drukbezochte bijeenkomst en informatiemarkt het Herstelpunt (eerder aangekondigd als Bureau Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid) officieel geopend. Het Herstelpunt geeft advies, informatie en dient als uitzendbureau voor ervaringswerkers. Het eerste herstelpunt is gevestigd op onze hoofdlocatie in Vught, komende tijd willen we ook in Breda en Eindhoven een Herstelpunt openen. Daarnaast onderzoeken we mogelijkheden om een chatfunctie te starten die wordt bemand door ervaringswerkers.

Medewerkers, cliënten maar ook ketenpartners kunnen bij het Herstelpunt terecht voor advies of informatie over alle aspecten van herstelondersteunende zorg. Cliënten kunnen er bijvoorbeeld informatie krijgen over zelfhulpgroepen, instanties die hen kunnen helpen op verschillende levensgebieden of over het inzetten van hun eigen ervaringen. Maar ook ketenpartners en andere externe partijen staan wij heel graag te woord. Wilt u in uw organisatie bijvoorbeeld coachingsgroepen starten voor cliënten/patiënten, of wilt u zelf ook aan de slag met ervaringsdeskundigheid? Neem dan contact met ons op! Het herstelpunt is te bereiken op telefoonnummer 073-684 97 40 of mail herstelpunt.nieuwe-kansen@novadic-kentron.nl.

Gezocht: vrijwilligers!

NK wil de inzet van ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen* uitbreiden, maar zoekt daarvoor dringend vrijwilligers! Uiteraard gaan we kijken welke NK-cliënten graag hun eigen ervaringen willen inzetten om anderen te helpen. Maar om ervaringswerker bij NK te worden, is behandeling bij NK niet noodzakelijk. Kent u cliënten met een verslavingsachtergrond die hun ervaringen om willen zetten in iets positiefs? Vrijwilligerswerk kan een belangrijke stap zijn in het herstel van cliënten of patiënten: ze doen ervaring op in een werksituatie, leren belangrijke vaardigheden en leren op een andere, meer positieve manier te kijken naar hun eigen verhaal. Daarnaast kan vrijwilligerswerk ook voor een gevoel van zingeving zorgen. Vrijwilligers bij NK kunnen in verschillende functies aan het werk: als herstelmedewerker, bij de Cliëntenraad, op afdelingen… Kent u cliënten die hiervoor in aanmerking zouden willen komen? Attendeer hen op onze oproep! Cliënten worden bij ons intern getraind, via verschillende stappen. Interesse of vragen? Neem contact op met herstelpunt.nieuwe-kansen@novadic-kentron.nl.

* Wij gebruiken de term ervaringswerkers voor alle vrijwilligers die hun eigen ervaringen inzetten om anderen te helpen. Een ervaringsdeskundige is iemand die daarnaast een opleiding op het gebied van zorg of op het gebied van herstelondersteuning heeft gevolgd.

Samenwerking Avans Hogeschool

Afgelopen zomer is een convenant met Avans Hogeschool afgesloten om met behulp van leergemeenschappen voor verschillende thema’s samen toekomstbestendige beroepsprofessionals op te leiden. Herstelondersteunende zorg is één van die thema’s. Inmiddels zijn twee ervaringsdeskundigen van NK aan de slag gegaan binnen Avans. In rollenspellen oefenen ze met studenten, die leren hoe ze herstelondersteunend kunnen werken, en meteen ook veel kennis opdoen over verslaving en verslavingszorg.

Ambassadeur Samen Sterk zonder Stigma

Marcella Mulder, teamleider Herstelondersteunende zorg en inzet ervaringswerkers, is ambassadeur geworden van de stichting Samen Sterk zonder Stigma. Marcella zal in deze functie bij verschillende organisaties op bezoek gaan, om het thema destigmatisering op de kaart te zetten. Marcella doet dit mede aan de hand van haar eigen verhaal. Zij is zelf ervaringsdeskundige en kan dus uit eigen ervaring vertellen over de stigma’s die verslaafden en herstelde verslaafden tegenkomen. Vindt u destigmatisering een belangrijk thema en wilt u haar graag zelf hierover spreken? Dat kan! Stuur een mail naar marcella.mulder@novadic-kentron.nl om een afspraak te maken.

Landelijke bijeenkomst Verslavingskunde Nederland tegen destigmatisering

26 september heeft in Amersfoort een landelijke bijeenkomst plaatsgevonden waarbij GGZ Nederland en een aantal verslavingszorginstellingen afspraken hebben gemaakt over destigmatisering. Als verslavingszorginstellingen gaan we gezamenlijk een boodschap naar buiten brengen, waarbij elke deelnemende instelling woordvoerders aan zal leveren, die namens Verslavingskunde Nederland een boodschap over imago en stigma naar buiten brengen. Alle woordvoerders krijgen een training aangeboden, in samenwerking met stichting Samen Sterk Zonder Stigma.

Ervaringsdeskundigen geven workshops in Eindhoven

In samenwerking met NK-gemeentecoördinator Donna Weijers hebben ervaringsdeskundigen onlangs drie workshops gegeven aan de wijkteamgeneralisten van WijEindhoven. Zij werden door verschillende organisaties geïnformeerd over de vormen van zorg die in en rondom Eindhoven beschikbaar zijn. De workshops van onze ervaringswerkers zijn ervaren als informatief en inspirerend. Naar aanleiding van deze workshops wordt de informatie op de Steunwijzer Eindhoven geplaatst en kunnen de generalisten van WijEindhoven gebruik maken van het aanbod Samen Herstellen van NK. Bent u werkzaam bij een gemeente of welzijnsorganisatie in Brabant? Neem voor meer informatie contact op met Marcella Mulder, marcella.mulder@novadic-kentron.nl.

Bijdrage Belgisch handboek ‘Naar een herstelondersteunende verslavingszorg’

NK heeft een bijdrage geleverd aan het onlangs verschenen Belgische handboek ‘Naar een herstelondersteunende verslavingszorg’ onder redactie van Prof. Wouter Vanderplasschen en Prof. Freya Vander Laenen. Het boek geeft een conceptuele verdieping van het begrip herstel en reikt handvatten aan over hoe herstelgerichte zorg en ondersteuning in de praktijk vorm kan krijgen. Wetenschappelijk medewerker Cor Verbrugge schreef samen met de landelijke cliëntenvertegenwoordiging een hoofdstuk: ‘Herstelondersteuning in Nederland: een stand van zaken’.

Will Hawkins Foundation wint VGZ-prijs ‘Hersteleuro 2017’

De Will Hawkins Foundation (WHF) kreeg op 7 september de prestigieuze VGZ-prijs ‘Hersteleuro 2017’ uitgereikt, uit handen van juryvoorzitter Wilma Boevink. De WHF is in 2009 opgericht op initiatief en met financiële steun van Novadic-Kentron. De afgelopen jaren is de WHF als mede-organisator nadrukkelijk betrokken geweest bij het theaterproject ‘Who cares’. Bij de finale in het hoofdkantoor van VGZ in Arnhem hield de WHF-delegatie, met onder andere onze collega en bestuurslid van de WHF Cor Verbrugge, met acht andere genomineerde projecten een pitch, en werden vragen van de jury beantwoord. Uiteindelijk was de WHF één van de vier winnende projecten. De jury: “De WHF zet direct in op contact met kwetsbare mensen en genereert met hen creativiteit. Ze helpt mensen met verslaving en/of psychische problemen overeind met muziek en theater. Omgekeerd, door de vele contacten in de samenleving, leiden de activiteiten tot wederzijds begrip en opheffing van stigma. Een klein en sympathiek initiatief met grote gevolgen voor individu en maatschappij.”

Cliëntenraad NK sterk vertegenwoordigd in cliëntenbelangenorganisatie Stichting het Zwarte Gat en het netwerk Verslavingskunde Nederland

Voorzitter van de Cliëntenraad Hendrik Hartevelt is sinds januari van dit jaar lid van het algemeen bestuur van Stichting het Zwarte Gat (ShZG) en vervult daarin de rol van vicevoorzitter. ShZG bevordert onder andere de toepassing van herstelondersteunende zorg en de inzet van ervaringsdeskundigen. ShzG was bijvoorbeeld initiator van het Handvest van Maastricht en recent betrokken bij het opstellen van de zorgstandaarden Alcohol en Niet-opioïde drugs, een multidisciplinaire richtlijn en enkele generieke modules. Ook neemt Hendrik deel aan het netwerk Verslavingskunde Nederland, in de programmalijn Onderzoek en opleidingen en in de stuurgroep. Door deze sterke vertegenwoordiging wordt de stem van de cliënten van NK naar een landelijk niveau gebracht en kan invloed worden uitgeoefend op de ontwikkelingen in de (herstelondersteunende) zorg.

Cijfers

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal/Breda 109
Tilburg 104
Den Bosch/Oss 99
Eindhoven/Helmond 53

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal 12
Breda 24
Tilburg 8
Den Bosch 10
Eindhoven 10
Oss 6
Den Bosch ouderengroep 6

Deelnemers Coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 8
Tilburg 6
Den Bosch 15
Eindhoven 12

Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 0
Tilburg 1
Den Bosch 6
Eindhoven 5
Vught 4
Sint Oedenrode 2

Aantal vrijwilligers/ervaringswerkers

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 27
Unity 17
Cliëntenraad 9
Herstelmedewerker Herstelpunt 6
Herstelmedewerker afdelingen 8

 

Kwaliteit en onderzoek derde kwartaal 2017

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, heeft NK veel aandacht voor het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied in het derde kwartaal van 2017. 

Onderzoek naar invloed licht op slaap-waakritme verslaafden

Suzanne Mertens, stagiaire bij het NK FACT-team in Den Bosch, studeerde onlangs af aan de Technische Universiteit Eindhoven op het onderwerp invloed van licht op het slaap-waakritme bij studenten en mensen met een chronische alcoholverslaving. Na dit onderzoek verkreeg zij haar mastertitel voor de opleiding ‘Human-Technology Interaction’ aan de TUE, een samenwerkingsproject tussen TU Eindhoven en NK.

Het onderzoek vond het afgelopen kwartaal plaats, onder leiding van hoofdonderzoekers dr. Karin Smolders en prof. Yvonne de Kort. Op 3 oktober werden de resultaten gepresenteerd bij het NK FACT-team in Den Bosch. De belangrijkste conclusies van deze pilotstudie waren dat het onderzoek uitvoerbaar is en dat de doelgroep van chronische verslaafden het belang van dit onderzoek onderkent, maar het onderzoek bleek ook voor een confronterende bewustwording te zorgen met betrekking tot het dagelijks gebruik van de proefpersonen.

Bij de presentatie sloten onderzoekers van de Universiteit van Utrecht en van zorginstelling Arkin Amsterdam aan, ter voorbereiding op een grotere gezamenlijke studie die medio 2018 uitgevoerd zal worden bij zestig mensen met een alcoholverslaving die behandeld worden bij Novadic-Kentron en Arkin. Dit onderzoek wordt gefinancierd door ZonMw in opdracht van het Ministerie van VWS.

Onderzoek N-acetylcysteine: middel heeft positief effect bij zucht naar cannabis

Rouhollah Qurishi (verslavingsarts) en Marieke Stams (orthopedagoog), beiden werkzaam bij Kentra24, hebben samen met hun co-auteurs op 9 oktober een artikel gepubliceerd in het International Journal of Psychiatry. Het artikel gaat over een casestudy waarin bij een aantal klinische cliënten is getoetst wat het effect is van het vrije verkochte geneesmiddel N-acetylcysteine op de zucht naar cannabis. N-acetylcysteine is bekend als een slijmverdunner. Het maakt taai slijm in de luchtwegen meer vloeibaar, waardoor het slijm makkelijker is op te hoesten. Het kan worden gebruikt bij hoest, COPD, astma en cystische fibrose. Maar N-acetylcysteine heeft ook een belangrijke functie in de hervorming van glutamaat, de stof die vrijkomt in de hersenen bij zucht. Uit verschillende onderzoeken en de casestudy blijkt dat N-acetylcysteine goed werkt tegen de zucht naar cannabis, maar het middel kan ook een positieve invloed hebben bij psychiatrische ziekten zoals obsessief-compulsieve stoornis, schizofrenie, stemmingsstoornissen (unipolaire en bipolaire), autisme en neurodegeneratieve stoornissen zoals de ziekte van Alzheimer en Parkinson. Uit de casestudy blijkt dat N-acetylcysteine met name een positief effect heeft op de zucht naar cannabis voor klinische cliënten met co-morbide psychiatrische problematiek.

Indicatie voor zorg en behandeling in de verslavingszorg

Dr. Boukje Dijkstra, directeur en onderzoeker NISPA en dr. Laura DeFuentes-Merillas, senior wetenschappelijk medewerker van NK, hebben in het kader van een opdracht voor Resultaten Scoren onderzoek gedaan naar de indicatie voor zorg en behandeling in de verslavingszorg. In dit samenwerkingsproject tussen het NISPA en IVO werd een systematische inventarisatie uitgevoerd van de zorgtoewijzing in de huidige praktijk, die werd aangevuld met recente wetenschappelijke literatuur. Doel van het project was te komen tot een verdere verfijning en verdere ontwikkeling van indicatiestelling en beslisregels binnen de reguliere verslavingszorg, en duidelijkheid te verkrijgen over welke criteria en beslisregels gehanteerd moeten worden om te bepalen:

(a)   wanneer specialistische zorg en behandeling geïndiceerd is en wanneer generalistische basiszorg;
(b)   wanneer klinische opname in de verslavingszorg geïndiceerd is;
(c)   wanneer chronische zorg geïndiceerd is.

Dit Resultaten Scoren-project had ook als doel om de indicatiestelling en beslisregels in de verslavingszorg landelijk te standaardiseren, om daarmee de praktijkvariatie te verminderen wat betreft toewijzing aan zorgniveaus en opnamegraad tussen verslavingszorginstellingen. De resultaten van de literatuurreview van dit project worden gepresenteerd op 2 november tijdens een symposium van het NISPA.

De voorspellende validiteit van de MATE-S ten opzichte van de MATE

Cliëntvariabelen bepalen wat de meest geschikte behandeling is voor een cliënt en zouden onder andere van invloed moeten zijn op het geïndiceerde zorgzwaarteniveau. Binnen de verslavingszorg wordt gezocht naar manieren om cliënten toe te wijzen aan passende zorgtrajecten met behulp van instrumenten ten behoeve van triage. De MATE is hiervan een belangrijk voorbeeld. De MATE is een semigestructureerd face-to-face interview en bevat tien verschillende vragenlijsten. De MATE screener (MATE-S) heeft als doel te screenen op de ernst van middelengebruik ten behoeve van zorgzwaartetoewijzing. Onze collega’s Lieke Knapen, GZ-psycholoog en Klinisch Psycholoog i.o., en dr. Laura DeFuentes-Merillas, senior wetenschappelijk medewerker, doen een onderzoek naar de voorspellende validiteit van de MATE-S ten opzichte van de MATE. Tijdens het NISPA-symposium op 2 november worden de eerste resultaten gepresenteerd. 

Nieuwe cursus Verslaving voor GZ-psychologen door NK-medewerkers beoordeeld met 8,6

Medewerkers van NK verzorgden dit voorjaar voor opleidingsspecialist RINO Zuid een nieuwe cursus “Verslaving in combinatie met psychiatrische comorbiditeit” voor GZ-psychologen. De cursus werd verzorgd door Harmen Beurmanjer (hoofddocent), Maaike van Irsel, Paul Robben en Wim Booltink. De toekomstige GZ-psychologen waren zeer enthousiast en beoordeelden het onderwijs gemiddeld met een 8,6. In de feedback werd onder meer genoemd dat ze na de cursus een veel beter beeld van de behandelbaarheid van verslaving en van NK als instelling hadden gekregen. Enkele quotes van cursisten:

  • “Ik heb geleerd dat verslaving eigenlijk heel goed te behandelen is, daar dacht ik vooraf anders over.”
  • “Superfijne docenten! Met én veel kennis én didactisch onderlegd.”
  • “Het meest leerzaam was de verbinding die werd gelegd tussen wetenschappelijk onderzoek en voorbeelden uit de praktijk.”

Verslavingsreclassering en Forensische verslavingszorg derde kwartaal 2017

Cliënten die verslaafd zijn en delicten hebben gepleegd en daardoor met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de Verslavingsreclassering (VR) en zo nodig behandeld door de Forensische verslavingszorg. Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. Hieronder een terugblik op het derde kwartaal van 2017.

Verslavingsreclassering haalt opnieuw HKZ-R-certificaat

In september 2016 heeft de Verslavingsreclassering (VR) voor het eerst het HKZ-R-certificaat behaald. Deze norm wordt als eis gesteld door het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Tijdens de audit destijds werden onder andere het jaarplan, de risico-inventarisatie en managementrapportages besproken. Om ook in 2017 gecertificeerd te blijven, heeft het team Kwaliteit en beleid van Novadic-Kentron een prospectieve risicoanalyse (een analyse voorafgaand aan de uitvoering) opgesteld. Daarin werd aangegeven welke maatregelen nodig zijn om de geconstateerde risico’s te voorkomen of te beperken. Dinsdag 5 september vond weer een tussentijdse HKZ-R-evaluatie plaats. Dit keer zijn vooral de primaire processen van VR besproken. De VR werd geprezen om de gedrevenheid van de geïnterviewde reclasseringswerkers en om het feit dat het primaire proces goed is ingericht. Onze VR blijft dus HKZ-R-gecertificeerd, zonder opmerkingen en kanttekeningen. Complimenten en dank aan alle VR-collega’s die daaraan bijgedragen hebben!

VR op zoek naar gebruiksvriendelijk diagnose-instrument

In september 2017 startte binnen het project ‘Slimmer reclasseren’ een pilot met een nieuw diagnose-instrument voor de reclassering, met als werktitel Geïntegreerd Diagnose Instrument (GDI). GDI is ontwikkeld omdat veel reclasseringswerkers de huidige instrumenten, zoals de RISc, QuickScan, de B-SAFER en het Snel Advies, niet gebruiksvriendelijk vinden. GDI staat vanaf begin september in IRIS (Integraal Reclasserings Informatie Systeem). GDI is geschikt is voor alle adviesmomenten.

In de pilot gaan ruim tweehonderd adviseurs twee maanden lang werken met GDI. De bedoeling is dat reclasseringswerkers GDI gebruiken bij cliënten bij wie nog geen ander diagnose-instrument is ingezet. Zij testen zo of het nieuwe instrument gebruiksvriendelijk, voldoende duidelijk en volledig genoeg is. Ook wordt de mening van het OM, DJI en ZM gevraagd over de adviezen. Tijdens en na de pilot wordt op basis van de ervaringen het nieuwe instrument aangepast en krijgt het een definitieve naam, waarna het binnen de volledige verslavingsreclassering gebruikt kan worden. 

Reclassering aan de slag met jongeren (vervolg)

In ons vorige magazine hebben we gemeld dat onze VR meedoet aan een pilot om gedragstraining in te zetten voor 16- tot 18-jarigen. De eerste stap was dat medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming (RvK) en de Jeugdreclassering (JR) kennis maakten met de gedragstraining, zodat ze door advies aan de jeugdrechter jonge delinquenten kunnen laten instromen in de gedragstraining.

Inmiddels zijn de eerste drie kandidaten aangemeld. Marijke de Veer heeft de primeur en heeft 17 oktober een startgesprek met de eerste cliënt. Marijke is een van de zes VR-collega’s die de vijfdaagse SVG-opleiding tot gedragstrainer gevolgd heeft. Marijke: “De eerste cliënt voor deze gedragstraining is een jongen van 17, een hardnekkige spijbelaar die door drugsgebruik niet gemotiveerd is om naar school te gaan en zo de leerplicht ontduikt. Binnen de leefstijltraining maken we doorgaans verslavingsgedrag bespreekbaar met 25- tot 40-jarige cliënten. Nu dus als proef een jonge cliënt. Daardoor zijn er wel enkele verschillen ten opzichte van de training voor volwassenen. Bij die gesprekken is normaal gesproken een toezichthouder van de reclassering aanwezig. Nu ook de ouders en de begeleider van de Raad voor de Kinderbescherming. En bij volwassenen werken we meestal met groepstrainingen, nu individueel. En ten slotte wil ik meer visualiseren, werken met beeldmateriaal.”

Als de training het gewenste effect sorteert, worden de gedragstrainingen voor jongeren vanaf 16 jaar landelijk uitgerold.     

Governance derde kwartaal 2017

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. Hierbij zijn onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend. We gaan regelmatig met cliëntvertegenwoordigers, ervaringsdeskundigen en de OR of andere medewerkers om de tafel om de gewenste kwaliteit te definiëren, de benodigde organisatie af te stemmen en samen te beoordelen of NK haar opdracht waar maakt om Brabant gezonder, veiliger en socialer te maken. In dit artikel een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in het derde kwartaal. 

Cliëntenraad

In de afgelopen maanden is de Cliëntenraad in gesprek gegaan met een aantal aandachtsfunctionarissen Cliënt en Kwaliteit uit de Vitale Teams. Daarbij is gesproken over de invulling die deze medewerkers aan hun taak geven, welke informatie zij nodig hebben en welke problemen zij tegenkomen. Verder wordt gesproken over wat deze functionarissen en de CR voor elkaar kunnen betekenen. Zo kan onder meer, mede na overleg met de bestuurder, bekeken worden hoe de teams op een effectievere manier signalen uit de afdelingsbezoeken (tot 1 oktober hebben de CR-leden een kleine 130 bezoeken afgelegd) kunnen oppakken en oplossen. Verder heeft de CR positief geadviseerd over de jaarrekening 2016 van NK en de voorgenomen verkoop van het pand Edisonlaan in Tilburg. Tot slot nam de CR deel aan een klankbordsessie over de voortgang met betrekking tot de samenwerking met Zorg van de Zaak. 

Deelname voorzitter Cliëntenraad aan netwerk Verslavingskunde Nederland

Voorzitter van de cliëntenraad Hendrik Hartevelt is toegetreden tot het netwerk Verslavingskunde Nederland (VkN). VkN is een landelijk netwerk van acht instellingen voor verslavingszorg (VNN, Novadic-Kentron, Jellinek, Tactus, Mondriaan, IrisZorg, Brijder en Antes), Trimbos Instituut, GGZ Nederland, Resultaten Scoren en cliëntvertegenwoordiging Stichting het Zwarte Gat. De samenwerkende partijen vormen een krachtig en zichtbaar landelijk netwerk dat hun expertise bundelt om meer mensen met verslavingsproblematiek sneller, efficiënter en effectiever te bereiken. Het bestuur bestaat naast Hendrik Hartevelt als cliëntvertegenwoordiger uit inhoudelijk deskundigen en bestuurders/directeuren van de deelnemende instellingen. Hendrik gaat zich met name richten op de aandachtspunten herstel, herstelondersteunende zorg en inzet van ervaringsdeskundigheid. 

Ondernemingsraad

Het afgelopen kwartaal heeft de OR zich met name gericht op de jaarrekening 2016, de Kaderbrief 2018 en de maandrapportages van NK. Ten aanzien van de ontwikkelingen rondom Zorg van de Zaak spreken bestuurder en OR elkaar in de overlegvergaderingen. Verder is de OR samen met de afdeling HR bezig om vorm en inhoud te geven aan de herziene Arbowet, die per 1 juli is ingegaan. Insteek van deze wet is om een betere samenwerking te realiseren tussen OR, preventiemedewerker en Arbo-arts om preventie van klachten beter te verankeren.

Raad van Toezicht

Buiten de besluitvorming over de stichting MHC, waarover hieronder meer, heeft de Raad van Toezicht in het afgelopen kwartaal mee richting gegeven aan het proces van het komen tot strategische samenwerking met Zorg van de Zaak. Eind september heeft een delegatie uit de RvT ook gesproken met een delegatie van de Raad van Commissarissen en hoofddirectie van Zorg van de Zaak. Dit om binnen het voorgestelde samenwerkingsmodel governance-afspraken te borgen die passen bij de belangen van NK, en van NK en Zorg van de Zaak tezamen.

Mogelijke samenwerking Zorg van de Zaak

Zoals bekend onderzoeken NK en het bedrijvennetwerk Zorg van de Zaak momenteel de mogelijkheden van samenwerking. Na een periode waarin veel tijd en energie is besteed aan het maken van goede afspraken met zorgverzekeraars, zijn de gesprekken met Zorg van de Zaak recent weer in volle omvang hervat. Daarbij zoeken we naar een samenwerkingsmodel dat vruchtbaar is voor beide partijen. Er is goede hoop dat we daar later dit jaar meer over kunnen meedelen.

Governancestructuur stichting Mental Health Caribbean (MHC)

MHC, een stichting op de BES-eilanden die is opgericht door NK, levert al enkele jaren succesvol geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg aan cliënten op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De Raad van Bestuur en Raad van Toezicht besloten onlangs dat de governancestructuur van de stichting MHC beter (en meer lokaal verankerd) kan worden. Besloten is daarom dat deze stichting een eigen bestuurder en Raad van Toezicht krijgt (merendeels bestaand uit personen met binding met de MHC-regio), waarmee MHC bestuurlijk ontvlecht wordt van NK (nu heeft MHC nog dezelfde bestuurder en Raad van Toezicht als NK).

Vitale Teams

Onlangs is binnen NK de Kaderbrief 2018 (met de titel Nu Kwaliteit) vastgesteld door MT en bestuur, waarna deze breed verspreid is binnen NK om de kaders voor het komende jaar uit te werken in concrete afdelingsjaarplannen. Een belangrijk punt in de kaderbrief is de visie op Vitale Teams. De teams zijn zelf verantwoordelijk voor kwaliteit en prestaties, en krijgen ruimte en faciliteiten om die verantwoordelijkheid ook te kunnen nemen binnen de gegeven kaders op de gebieden Kwaliteit, Cliënt, Medewerker en Rendement. Dit betekent een omslag in de besturing van NK: de verantwoordelijkheden worden heel concreet steeds lager in de organisatie neergelegd. In 2018 wordt deze besturingsfilosofie verder doorontwikkeld. In het voorjaar van 2018 zullen alle teams begeleid zijn bij het proces om Vitaal Team te worden, inclusief de teams van medewerkers in ondersteunende functies.

Cijfers derde kwartaal 2017

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over de eerste drie kwartalen van 2017: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In de eerste drie kwartalen van 2017 waren 6.944 cliënten in behandeling, versus 7.206 in de eerste drie kwartalen van 2016. Van hen zijn 907 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.215
Opiaten 765
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 1.027
Xtc 8
Cannabis 800
GHB 191
Gokken 184
Overig of onbekend 1.754

 

Geslacht Aantal
man 5.272
vrouw 1.672

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.852
24-50 jaar 4.334
18-23 jaar 642
< 18 jaar 116

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste drie kwartalen van 2017 zijn in totaal 758 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 789 in de eerste drie kwartalen van 2016.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 68
Opiaten 5
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 115
Xtc 7
Cannabis 271
GHB 13
Gokken 31
Gamen 65
Overig of onbekend 183

 

Leeftijd Aantal
12 1
13 6
14 9
15 24
16 37
17 39
18 67
19 89
20 109
21 113
22 135
23 129

 

Geslacht Aantal
Mannen 589
Vrouwen 169

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 juli: 726
Aantal medewerkers per 1 juli: 855 

Aantal fte per 1 oktober: 736
Aantal medewerkers per 1 oktober: 866

Cliënttevredenheid

Recent zijn de cliënttevredenheidscijfers over de eerste drie kwartalen van 2017 bekend geworden, hieronder de cijfers per onderdeel, vergeleken met 2016.

Clienttevredenheid N 2016 rapportcijfer 2016 N 2017 rapportcijfer 2017
(jan-sep)
Totaal zorg NK
(BasisGGZ en specialistische GGZ)
1.079 8 718 8,1
Reguliere BasisGGZ 236 8,3 126 8,2
Specialistische GGZ 843 8 592 8,1
Verslavingsconsulenten huisarts 93 8,4 72 8,9

N = aantal respondenten

 

Voorwoord kwartaalbericht juli 2017

Samen Creëren

In onze missie Samen Nieuwe Kansen Creëren, staan Nieuwe Kansen centraal. Vooral voor onze cliënten zijn die letterlijk van levensbelang. Maar die twee woorden staan tussen twee andere woorden die die Nieuwe Kansen ondersteunen en realiseren: Samen Creëren. Co-creatie is voor ons een rode draad bij alles wat wij ondernemen. Samen met ketenpartners en opdrachtgevers creëren wij de beste preventie, zorg, herstelondersteuning, forensische verslavingszorg en verslavingsreclassering.

Samen met de adviseurs van P5COM, en natuurlijk met onze enthousiaste en betrokken medewerkers, creëren wij samen Vitale Teams. Deze teams krijgen zelf inzicht in hun prestaties, zowel wat betreft kwantiteit als kwaliteit, en worden ook zelf verantwoordelijk hiervoor. Mede dankzij de efficiënte maar vooral ook inspirerende aanpak van de mensen van P5COM, die intensief samenwerken met onze teambegeleiders die gedurende het hele traject de implementatie ondersteunen, is dit project een groot succes. Het project Vitale Teams bracht een ongekend snelle, positieve kentering teweeg in zowel cultuur als rendement.

Met marketingbureau Leonard B2B communicatie werken we samen aan een arbeidsmarktcampagne om meer regiebehandelaars te werven (zie verder in dit kwartaalbericht) en sinds kort ook aan een campagne om potentiële cliënten beter te bereiken. Dit heeft al geresulteerd in een aantal belangrijke wijzigingen aan de website, waardoor cliënten onze website beter vinden en op de website zelf ook sneller hun weg vinden naar de juiste informatie.

Om toekomstbestendige beroepsprofessionals op te leiden, hebben NK en Avans Hogescholen een convenant afgesloten. Er worden afspraken gemaakt over het plaatsen van stagiaires bij NK, het bieden van gastlessen en/of workshops over en weer, participatie van NK in het onderzoek van Avans en deelname van onze professionals in leergemeenschappen van Avans. NK en Avans beschouwen elkaar als hoogwaardige en essentiële partners, zowel op het gebied van verslavingszorg (preventie, behandeling en opvang) als op het gebied van opleiden van professionals voor deze sector.

Goed werk leveren lukt alleen met goede voorzieningen. Vorig jaar zijn onze sterk verouderde ICT-voorzieningen gemoderniseerd, met als gevolg grote verbeteringen op het gebied van veiligheid, stabiliteit, snelheid en flexibiliteit. Op enkele sleutelfuncties na is de volledige helpdesk ook ondergebracht bij Cliënt ICT Groep. NK werkt continu samen met Cliënt ICT Groep voor onderhoud en innovatie, bijvoorbeeld rondom de overgang naar een manier van werken die kennisdeling nog beter faciliteert. Bovendien zal Cliënt ICT Groep haar helpdesk reorganiseren zodat medewerkers van NK beter geholpen kunnen worden.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van co-creatie. In dit kwartaalbericht vindt u nog meer voorbeelden. Met onze samenwerkingspartners in heel Brabant, met onze ervaringswerkers, met de omgeving van onze cliënten en met elkaar vormen wij een stevig netwerk met uiteindelijk één doel: met onze verslavingsdeskundigheid kwetsbare mensen ondersteunen bij hun herstel, zodat zij weer volop mee kunnen doen in de maatschappij.

Redenen om te blijven roken: de 90-jarige kettingroker en andere fabels

Vanaf 1 juli wordt NK Rookvrij. We doen dit in verschillende fases: eerst de medewerkers, vervolgens de (klinische) cliënten. Op NK-locaties wordt vanaf 1 juli niet meer gerookt door medewerkers, ook niet buiten op het terrein. Voorlopig wordt roken door cliënten in de binnentuinen bij de klinische afdelingen nog wel gedoogd. Uiteraard roept dit heel wat op. In dit artikel nemen we veelgehoorde argumenten om niet te stoppen onder de loep. Oh, en die beroemde rokende opa van 90 die alle rokers schijnen te hebben? Die komt ook nog even langs!

Roken is een goede manier om informeel contact te hebben met cliënten.

Een veelgehoorde reden om te blijven roken binnen de GGZ en verslavingszorg! Dit zou impliceren dat niet-rokende medewerkers geen goed contact kunnen hebben met cliënten. Of dat rokende medewerkers een beter contact hebben met rokende cliënten dan met niet-rokende cliënten. Als een medewerker moeite of tijdgebrek heeft om een goed gesprek met een cliënt te voeren, is samen roken geen gezonde en positieve oplossing. Het actief delen van een verslavende gewoonte kan nooit een goede manier zijn waarop een medewerker in de verslavingszorg contacten onderhoudt met cliënten. Je gaat tenslotte ook geen biertje drinken met een cliënt. Als je informeel contact met je cliënten belangrijk vindt, is dat te prijzen, maar ga dan thee of koffie met ze drinken of koppel het aan een andere activiteit, zoals een wandelingetje. 

Cliënten gaan al zo’n moeilijke tijd tegemoet, roken is alles wat ze nog hebben!

Bijna net zo vaak genoemd: “Je kunt ze dit niet ook nog afnemen”. Het is een vreemd idee dat het overwinnen van een verslaving wordt gezien als een cliënt iets “afnemen”. Binnen de zorgvisie CRA zoeken we naar alternatieven voor verslavende middelen, naar een gezonde levensstijl die meer beloningen oplevert dan alcohol, drugs, gokken, gamen en… roken. Roken is geen gezond alternatief! Als cliënten na de behandeling alleen nog plezier zouden beleven aan hun sigaret, is die behandeling zeker niet conform de zorgvisie CRA en herstelondersteunende zorg (en veel andere behandelmethodes). Bij beide visies staat immers het hele leven centraal: wonen, werken, dagbesteding, zingeving, sociale contacten, familie, hobby’s, enzovoorts. Roken is geen alternatieve beloning, en al helemaal geen onderdeel van een gezonde en prettige levensstijl.

Cliënten moeten worden afgeholpen van hun alcohol- of drugsverslaving. Dat is al zo’n grote winst, dat ze dan nog roken is maar een kleinigheid.

Roken is zeker geen kleinigheid. Ten eerste vergroot nicotineverslaving (roken) het risico op terugval in andere verslavingen. Nicotine zorgt ervoor dat de hunkering naar andere middelen toeneemt en het ‘beloningssysteem’ in de hersenen op het gebied van verslavende middelen actief blijft. En ten tweede: er gaan uiteindelijk meer verslaafden dood aan gevolgen van roken dan aan hun primaire verslaving. Ter vergelijking: aan roken gaan 20.000 mensen per jaar dood, aan alcohol nog geen 2.000. Aan alle andere drugs samen sterven jaarlijks enkele honderden mensen.

Stoppen met roken leidt cliënten af van het stoppen met hun andere verslaving.

Meerdere klinische studies hebben inmiddels aangetoond dat het stoppen met roken en de behandeling van alcohol- en/of drugsafhankelijkheid goed gecombineerd kunnen worden. Het gelijktijdig werken aan de tabaksverslaving en andere verslavingen kan elkaar juist in positieve zin beïnvloeden. Het is zelfs zo dat blijven roken de behandeltijd verlengt én de kans op terugval in de primaire verslaving vergroot. Uit onderzoek blijkt dat roken de periode verlengt dat een alcoholverslaafde blijft hunkeren naar alcohol. Bij niet-rokers neemt die “craving” na een week al af, bij rokers duurt dit wel een maand. Om de kans op het slagen van de behandeling van bijvoorbeeld alcoholverslaving zo groot mogelijk te maken, moeten we onze rokende cliënten dus ook motiveren om te stoppen met roken.

Roken is niet zo’n belangrijke verslaving, want het levert nauwelijks overlast op.

Roken geeft inderdaad niet of nauwelijks overlast op het gebied van bijvoorbeeld veiligheid op straat, agressief of crimineel gedrag of verkeersveiligheid. Maar dat roken geen overlast oplevert, is niet waar. Denk aan peuken op straat en aan meeroken. Daarnaast levert roken enorm veel gezondheidsschade op en uitval door bijvoorbeeld ziekte. Naast veel levensbedreigende ziektes, veroorzaakt roken ook een grotere gevoeligheid voor griep- en verkoudheidsvirussen. Zo zijn rokers vaker en erger verkouden dan niet-rokers. Roken is de grootste vermijdbare factor voor gezondheidsschade. Daarnaast kost roken (door zorgkosten en productieverlies als gevolg van ziekte en sterfte) de maatschappij 20 tot 40 miljard euro per jaar.

Mijn opa rookte een pakje per dag en is er negentig mee geworden.

Dat kan, al is het niet erg waarschijnlijk. Ruim de helft van de rokers die blijven roken gaat dood aan de gevolgen ervan, een kwart sterft voor het pensioen en rokers gaan gemiddeld tien jaar eerder dood dan niet-rokers. Dat is een gemiddelde, en niet iedereen die rookt, gaat dus voortijdig hieraan dood. Die opa heeft gewoon geluk gehad. Maar roken is wel een erg gevaarlijke gok, met je gezondheid en leven als inzet. Het rekensommetje is eenvoudig: Nederlandse mannen die niet roken worden gemiddeld ongeveer tachtig jaar, mannen die roken zeventig. Dus voor elke veelgenoemde opa die met stevig roken toch negentig werd, zijn er meerdere rokers die helemaal geen opa zijn geworden omdat ze bijvoorbeeld op hun vijftigste of zestigste al overleden.  

Roken helpt me te ontspannen.

Ja, maar alleen omdat je je door je verslaving juist veel vaker gespannen voelt. Bij iemand die regelmatig rookt, vraagt het lichaam steeds opnieuw om nicotine. Nicotine geeft je ongeveer twintig minuten lang een goed gevoel. Daarna ga je je steeds onrustiger voelen. Dat komt doordat de hoeveelheid nicotine in je lichaam daalt. Vanaf twee uur na het roken beginnen de eerste ontwenningsverschijnselen. Je voelt je bijvoorbeeld gespannen, minder geconcentreerd of chagrijnig. Dat wordt steeds sterker, tot je opnieuw rookt. Pas dan voel je je weer even goed. Daardoor heb je telkens opnieuw behoefte aan een sigaret.

Ik rook al heel lang, dus voor mij heeft stoppen toch geen zin meer.

Stoppen heeft altijd zin. Op korte termijn zijn er positieve effecten op bloeddruk, de samenstelling van het bloed, bloedsomloop, bloeddruk en longfunctie. Na een jaar is het risico op coronaire hartziekten gehalveerd, na vijf tot vijftien jaar is er geen verhoogd risico meer op een beroerte en na tien jaar is het verhoogde risico op longkanker gehalveerd. Stoppen met roken voor je vijftigste halveert het risico om te overlijden aan de gevolgen hiervan. Zelfs als je al gezondheidsproblemen (zoals hartklachten) hebt, is de kans dat je daarvan herstelt of dat de aandoening niet terugkomt groter als je stopt met roken. Ook voor het gebitsonderhoud en wondgenezing (heupoperaties en dergelijke) is stoppen met roken zeer gunstig.

Het zal je kind maar wezen: moeders vertellen openhartig over alcoholvergiftiging bij hun kind

Het is ‘s avonds laat of zelfs midden in de nacht. De telefoon rinkelt. Je schrikt je wezenloos en door je hoofd schieten gedachten over wat er gebeurd zou kunnen zijn. Een nachtmerrie voor elke ouder: het blijkt een vriend van je zoon of dochter, het ziekenhuis of de politie met de vraag of je naar het ziekenhuis kunt komen, want je kind is opgenomen met een alcoholvergiftiging. Schaamte, angst, boosheid en teleurstelling: allerlei emoties schieten door het hoofd van ouders die dit overkomt. 

‘Explosieve toename comazuipen’ kopten Brabantse kranten onlangs. Steeds meer kinderen komen in kritieke toestand bij de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis terecht door ‘comazuipen’. Onze preventiewerkers spreken liever van alcoholvergiftiging. Iris de Man is een van hen. Zij heeft al vaak gesprekken met ouders en kinderen over die incidenten gevoerd.

Een hoog ‘kijk-eens-hoeveel-ik-kan-zuipen’-gehalte

Iris: “Een alcoholvergiftiging is iets dat jongeren kan overkomen, iets dat gebeurt zonder dat ze het goed en wel in de gaten hebben. Comazuipen is min of meer een bewuste keuze, heeft een hoog ‘kijk eens hoeveel ik kan zuipen’-gehalte. Maar dan met een onbedoelde afloop natuurlijk. Jongeren die dat doen, zijn over het algemeen ook al wat ouder.” Meestal worden die jongeren weer opgelapt. Vervolgens krijgen de ouders een gesprek met de behandelend arts waarin hen aangeraden wordt contact op te nemen met Novadic-Kentron. Iris: “Nee, dat is niet verplicht. Maar toch komt het door deze ‘constructieve drang’ in combinatie met de heftige gebeurtenis meestal wel tot een afspraak.” Wij spraken met twee van deze ouders.

Politie aan de deur

Een van hen is de moeder van een 17-jarige jongen uit Breda. Hij was naar een verjaardagsfeestje bij een studentenvereniging gegaan. De moeder uit Breda: “De politie kwam tegen enen bij mijn ex aan de deur met de mededeling dat mijn zoon buiten bewustzijn naar het ziekenhuis was gebracht. Ik ben toen direct gebeld en ben naar het ziekenhuis gegaan. Een van zijn vrienden was er ook en had de artsen al verteld wat er allemaal gebeurd was. De volgende ochtend kon mijn zoon weer naar huis. Op aanraden van het ziekenhuis ben ik toen gaan praten met iemand van Novadic-Kentron. Eerst alleen en later samen met mijn zoon.”

Drinkspelletje uit verveling

Volgens deze moeder is haar zoon deze alcoholvergiftiging overkomen. Haar zoon had eigenlijk helemaal geen zin in dat feestje. Uit verveling is hij toen maar mee gaan doen met een drinkspelletje. “Wat ik niet wist, is dat kinderen niet aan voelen komen dat het uit de hand loopt. Veel ouders zullen dat ook niet weten. Waarschuwen heeft wellicht niet veel zin, is in ieder geval geen garantie dat er niets zal gebeuren. Maar het is wel goed als kinderen door ouders geïnformeerd worden dat de signalen van teveel alcohol bij kinderen vaak pas komen als het al te laat is.”

Bierkannen voor minderjarigen

Kwaad is de moeder vooral op de studentenvereniging. Daar was bekend dat er ook minderjarigen op dat feestje waren. En dan drinkspelletjes met bierkannen toelaten, dat kan echt niet. “Ik heb overwogen om hierover een klacht in te dienen, maar heb dit uiteindelijk niet gedaan. Nu wil ik wel nadrukkelijk een signaal afgeven. Dergelijke incidenten gebeuren volgens mij zelden in de horeca, maar eerder bij studentenverenigingen, sportclubs of bij jongeren thuis. Ik roep op om de 18-minregeling te respecteren en vooral op geen enkele wijze overmatig alcoholgebruik te stimuleren.”

Wodka als voorbereiding op carnaval

Ook buiten de grote steden komen incidenten voor, zo heeft een moeder uit Esch ervaren. Ook haar dochter van 15 kwam in het ziekenhuis terecht. “Bij mijn dochter gebeurde dat door indrinken. Een vriendje van 13 jaar had een fles wodka op de kop getikt en gemixt met Red Bull. Dat hebben ze gedronken voordat ze carnaval gingen vieren in Boxtel. Om half elf kreeg ik een telefoontje uit Boxtel dat mijn dochter bewusteloos voor de kroeg lag. Ik ben als een speer naar Boxtel gereden en daar was de ambulance inmiddels ook gearriveerd. Ik ben met de ambulance meegegaan naar het ziekenhuis. Daar werd haar bloed onderzocht op leverwaarden en promillage – ze had 1,8 promille alcohol in haar bloed – en kreeg ze de nodige zorg. Dat vriendje van 13 kwam overigens ook nog met de taxi naar het ziekenhuis. Hij was enorm geschrokken, maar ook bezorgd. Hij beloofde ter plekke dat hij nooit meer drank zou geven aan mijn dochter. Om half drie was ze weer aanspreekbaar, kon ze zelfstandig lopen en mocht ze mee naar huis.”

Door de gootsteen spoelen

Ook deze moeder en dochter hebben later met een preventiewerker over het incident gesproken. Op haar school, omdat moeder vond dat dat meer impact had. De dochter mag niet drinken en doet dat ook nooit thuis. Om die afspraak te bekrachtigen werd de volgende dag, in het bijzijn van de beste vriendin van het meisje en haar moeder een fles drank ritueel door de gootsteen gespoeld. “Mijn dochter drinkt nu buitenshuis nog wel eens, maar ze is er tenminste eerlijk over. Ik snap niet dat kinderen zo makkelijk aan drank kunnen komen. Cafés, sportclubs maar zeker ook ouders horen  geen drank te geven aan kinderen van 15 en 16 jaar. En dienen in de gaten te houden dat ze het ook niet via anderen krijgen. Die 18-jaarwet is er niet voor niets.”

Altijd afspraken maken

Iris de Man adviseert ouders altijd om afspraken met hun kind te maken en vooral met hen in gesprek te blijven. Verder wijst zij hen op hun verantwoordelijkheid bij thuis drinken. Ouders beseffen soms niet dat ze ook verantwoordelijk zijn voor de kinderen van anderen. En in sommige gevallen zelfs een stevige boete kunnen krijgen als zij kinderen onder de 18 toch alcohol schenken.

Ten slotte: uit de toename van het aantal jongeren dat met alcoholvergiftiging in het ziekenhuis terecht komt zou geconcludeerd kunnen worden dat NIX18 gefaald heeft. Niets is minder waar. De  alcoholwet uit 2015 en bijhorende campagne hebben ertoe geleid dat het aantal scholieren van 16 jaar dat de afgelopen maand alcohol heeft gedronken, is gedaald van 75 naar 59 procent en het aantal scholieren van 12 tot 16 jaar dat ooit alcohol heeft gedronken van 66 naar 45 procent. Helaas komen incidenten met alcoholvergiftiging nog wel te vaak voor: voorlichting aan ouders en jongeren blijft dus belangrijk!

Ziekmakende communicatie: hoe kan de omgeving het herstel van een verslaving blokkeren of bevorderen?

Niet alleen de verslaafde zelf, maar ook de omgeving heeft vaak veel te lijden onder de verslaving. De communicatie is daardoor vaak negatief en verziekt. Als een verslaafde dan in behandeling gaat, is de omgeving in eerste instantie vaak opgelucht. Nu zullen alle problemen eindelijk worden opgelost! Maar naasten van een verslaafde spelen vaak zelf een heel belangrijke rol bij het in stand houden van de verslaving, én ook bij het herstel. Verslaving is een familieziekte. Niet alleen de verslaafde moet veranderen, de omgeving vaak ook. Vier deskundigen geven hun mening over dit onderwerp én een heleboel praktische tips!

Peter Geschiere, systeemtherapeut

Niet: “Mijn zoon die uit zichzelf op moet staan? Dat gaat geheid mis.”
Wel: “Jongen, zet morgen je wekker, je kan die verantwoordelijkheid nu zelf weer dragen.”

“Als systeemtherapeut – het systeem is de omgeving van de cliënt – spreek ik veel met partners van cliënten. Partners zitten vaak heel ‘vol’, ze zijn zwaar belast, draaien in rondjes. Iedereen houdt elkaar gevangen in hetzelfde patroon. De partner wordt boos of juist te beschermend, wat weer een reactie oproept bij de verslaafde, die geen zelfvertrouwen en eigen verantwoordelijkheid ontwikkelt. Bij een trainingsmethode zoals CRAFT [zie uitleg onderaan artikel], is het belangrijk dat je die patronen doorbreekt: dat je je richt op het belonen van goed gedrag, complimenten geeft als iemand iets goeds doet, ook al is het maar een heel klein stapje. Natuurlijk is dat lastig als je als partner zelf nog midden in je eigen emoties zit. Soms laat ik dan de partner eerst zelf ventileren, bijvoorbeeld door hem of haar even apart te nemen.

In een aantal gevallen kan het ook helpen om de focus te verleggen, even niet op het middelengebruik te focussen, maar juist op een ander onderdeel van de relatie: wonen, huishouden, enzovoorts. Zo kan een partner van een verslaafde de wens uitspreken dat hij of zij elke week weer de taak op zich neemt om de vuilnisbak buiten te zetten. Als de cliënt dit oppakt, creëer je al een andere sfeer. Je kunt dit goede gedrag oprecht prijzen, er komt geleidelijk meer vertrouwen en iemand leert weer meer verantwoordelijkheid te nemen.

Een mooi voorbeeld was een 22-jarige GHB-verslaafde die nog bij zijn ouders woonde. De moeder werkte fulltime, de vader was thuis en was 24 uur per dag met die zoon bezig. Hij zette de wekker om 6 uur ’s ochtends om de zoon te wekken en naar zijn werk te brengen, belde enkele keren per dag om te controleren hoe het ging. De jongen ging op een gegeven moment in behandeling. Toen de zoon weer kon gaan werken, vroeg ik de vader of hij nu alleen opstond. ‘Nee, nee,’ zei de vader, ‘dat gaat geheid mis.’ Toen hebben we afgesproken dat hij één keer per week niet zou roepen ’s ochtends. Natuurlijk liet hij dat wel weten aan zijn zoon. Op de eerste ochtend dat de vader niet mocht ingrijpen, lag die wakker in zijn bed en moest knokken om te blijven liggen. Maar het lukte de zoon wel om zelf op te staan. Het succes van de behandeling kwam in dit geval ook door de omgeving. Het belangrijkste is dat een cliënt een netwerk hééft, zelfs al is daar soms sprake van een pathologisch patroon. Beter een kritisch systeem dan geen systeem.”

Danielle Hesseling, ervaringsdeskundige en coach ervaringswerkers

Niet: “Nou kun je toch wel weer gezellig een wijntje mee drinken?”
Wel: “Zullen we vrijdag gaan lunchen in plaats van naar de kroeg gaan?”

Danielle: “Vertrouwen in een herstellend verslaafde is heel belangrijk. Als de omgeving al zegt ‘Het zal wel weer misgaan’, dan is het voor een verslaafde wel érg moeilijk om gemotiveerd te blijven tijdens de behandeling en het herstel. Het is begrijpelijk dat een naaste weinig vertrouwen heeft – dat moet weer groeien, dat kun je niet afdwingen – maar doe dan desnoods maar alsof. Je ligt als verslaafde toch al onder een vergrootglas. Ik ben inmiddels zelf hersteld, maar mijn man heeft na mijn laatste behandeling bekend dat hij er eigenlijk helemaal geen vertrouwen in had, maar dat hij me dat niet wilde laten merken. Dat heb ik enorm gewaardeerd.

Het is belangrijk dat je je als naaste verdiept in hoe verslaving werkt. Een goede vriendin, toch een heel intelligente vrouw, vroeg na mijn behandeling: “Nou kun je toch wel weer gezellig een wijntje mee drinken op een feestje?” Alsof je volledig bent gereset, maar zo werkt dat natuurlijk niet. Het is fijn als mensen rekening houden met de herstellende verslaafde. Zelf alleen maar water drinken in de buurt van een herstellend alcoholist is natuurlijk geen verplichting, maar het helpt niet als mensen uitgebreid aan de wijn gaan zitten onder het mom van ‘ja, jij hebt een probleem, ik niet’. Als mensen hier rekening mee houden, is dat een grote steun. Zo sprak ik altijd af met een vriendin ’s avonds in de kroeg, maar na mijn behandeling nodigde ze me ineens uit voor een lunch overdag. Hartstikke fijn dat ze meedacht.

Het ultieme moment bij communicatie is de uitglijder: als een herstellend verslaafde toch weer even bezwijkt voor de verleiding. Voor de omgeving lijkt dit te bevestigen: zie je wel, het lukt toch niet. Maar bedenk dat het voor een verslaafde precies zo voelt, en dat je als naaste dan een enorm grote, positieve invloed kunt hebben en kunt voorkomen dat iemand het helemaal opgeeft. Een uitglijder is een heel normaal onderdeel van het herstel, waar je ook veel van kunt leren. Dus in plaats van zeggen ‘Zie je wel! En nu zijn we weer helemaal bij af!’ kun je ook zeggen: ‘Kom op, het ging toch hartstikke goed? Morgen weer de schouders eronder en dan gaan we er weer voor!’

Maar zelfs een netwerk dat niet altijd ideaal reageert, is nog beter dan helemaal geen netwerk. Bedenk ook dat de meeste mensen in de omgeving het echt goed bedoelen en het beste met je voor hebben, maar zelf óók beschadigd zijn geraakt. Verslaving is een familieziekte. En zoals de verslaafde kan herstellen, kan de naaste dat ook.”

Angela Aben, systeemtherapeut bij jongeren

Niet: “Het is een en al ellende met hem, er is helemaal niks leuks meer aan.”
Wel: “Vroeger was het een aardige, sociale jongen. Dat zit er nog steeds in, en daar werken we samen weer naartoe.”

“Als systeembegeleider bij Kentra24, waar we jongeren behandelen, zie ik heel vaak ook de ouders. Voor elke verslaafde is de omgeving van belang, maar voor jongeren geldt dat nog veel sterker. Alleen al om praktische redenen: jongeren staan vaak nog niet op eigen benen. Maar ook emotioneel is de steun heel belangrijk. Hoe beter de jongere, behandelaar en ouders samenwerken, hoe meer kans van slagen een jongere heeft. Daarnaast kennen ouders hun kind heel goed, en hebben ze veel informatie over hun zoon en dochter die wij kunnen gebruiken in de behandeling. Hun betrokkenheid is dus heel waardevol.

Bij de ouders is het vertrouwen vaak weg. Het is heel belangrijk dat de ouders betrokken worden bij de behandeling, zodat ze de verandering zien en het vertrouwen langzaam weer groeit. Daarbij is het ook van belang dat de ouders begrijpen dat herstel een kwestie is van vallen en opstaan, en dat een terugval of uitglijder er vaak bij hoort. We komen ook ouders tegen die het idee hebben ‘we leveren ons kind af, dan wordt het probleem opgelost en krijgen we hem of haar perfect weer terug’, maar ze moeten ook zelf leren om anders met de problemen om te gaan. Bijvoorbeeld door te leren de positieve dingen te benadrukken. Je kan daarmee heel klein beginnen als je nog niet zoveel positiefs ziet, door bijvoorbeeld een compliment te geven dat je het fijn vindt dat je zoon aan tafel mee eet, of dat je blij bent dat je dochter haar tas niet in de kamer laat slingeren. Goed gedrag moet worden beloond, maar in het begin vinden ouders het soms lastig om iets positiefs te zien. Ze blijven dan in het negatieve hangen, wat logisch is, maar niet helpt. Bij ouders die echt elk positief gevoel zijn kwijtgeraakt, vraag ik soms: ‘Hoe was hij toen hij klein was?’ Dat weten ze natuurlijk nog heel goed. Dan zeg ik dat we daar weer naar toe gaan werken.”

Peter Greeven, hoofd behandelzaken

Niet: “Nou, hier is weer een krat bier om jouw en mijn leven verder te verpesten.”
Maar: “Ik hou van je en ik wil samen met jou hulp zoeken, maar ik haal geen bier meer voor je.”

“Je hebt ongeveer een miljoen verslaafden in Nederland, maar daarnaast ook nog drie of vier miljoen mensen in de omgeving die daar zwaar onder lijden. Hier moet meer aandacht voor komen. Met CRAFT ondersteun je de naastbetrokkenen, bied je hen de handvatten waar ze zo naar snakken. Bij deze methode verschuiven we de nadruk van negatieve naar positieve communicatie. Dus in plaats van ‘Lig je nou weer in je bed te rotten?’, zeg je bijvoorbeeld: ‘Als jij nou eerst je kamer even opruimt, kijken we daarna samen een film’. Door de CRAFT-methode verbetert de communicatie en daarmee bevorder je ook het herstel van de verslaving.

Daarnaast is er ook nog een groep verslaafden die helemaal niet in behandeling komt. Via CRAFT kan de omgeving ervoor zorgen dat de verslaafde toch hulp gaat zoeken. In 80% van de gevallen lukt dat! Gezinsleden helpen hun verslaafde partner, ouder of kind uit de negatieve spiraal te komen. Niet alleen door positieve communicatie, maar ook door het stellen van grenzen. Op een effectieve en rustige manier, zonder dat dat ontaardt in ruzie. Veel gezinsleden faciliteren de verslaving ook en gaan zo voor een deel negatieve gevolgen tegen. Ze halen bijvoorbeeld bier, geven geld, doen klussen die de ander zou moeten doen en praten het gedrag naar buiten goed. Maar als een partner voortaan zegt: ‘Als jij wilt drinken, prima, maar daar wil ik niet bij zijn, dus dan ga ik iets leuks doen buitenshuis’, of ‘Ik hou van je en ik wil samen hulp zoeken, maar ik haal geen bier meer voor jou’, dan voelt een verslaafde op een begripvolle manier veel meer de consequenties van het gebruik.

De CRAFT-methode wordt ook in groepen voor naasten aangeboden binnen de verslavingszorg. Hiermee ondersteun je naasten via lotgenotencontact en voorkom je veel psychisch leed – en dus uiteindelijk ook behandeling van burn-out en andere psychische klachten van de naasten – maar ook draagt het eraan bij dat de verslaafde persoon uiteindelijk richting behandeling wordt geleid. We zijn wel bezig met een online module gebaseerd op CRAFT, maar training in groepen voegt zoveel toe. Helaas zijn juist veel initiatieven voor de omgeving wegbezuinigd en gemeentes willen deze vorm van hulp niet financieren. Terwijl er voldoende evidentie is dat CRAFT zowel gezinsleden als de verslaafde zelf uit een negatieve spiraal krijgt.”

Wat is CRAFT?

CRAFT staat voor Community Reinforcement Approach Family Training. Het is een variant op de behandelmethode CRA. Bij CRAFT wordt de omgeving getraind om op een andere manier met de verslaafde om te gaan. Er is een zelfhulpboek gebaseerd op de CRAFT-methode beschikbaar: ‘Een verslaving in huis: zelfhulpboek voor naastbetrokkenen’ (Nederlandse editie, P. Greeven & H. Roozen)

Unity in actie: vrijwilligers uit de dancescene geven voorlichting op festivals

“Ik heb een pilletje bij me, maar twijfel of ik dat kan gebruiken.” “Ik heb voor ik hier naar toe kwam diclofenac gebruikt en vraag me af of dat kwaad kan.” Deze en andere vragen worden door festivalbezoekers gesteld aan preventiewerkers van NK en de vrijwilligers van Unity, die festivalbezoekers voorlichten over uitgaan, alcohol en drugs. Op zo’n 25 festivals in Brabant wordt de speciale Unity-stand ingericht. Wij gingen een kijkje nemen bij ‘7th Sunday’ in Erp, waar 4 juni zo’n 40.000 bezoekers op af kwamen.

Unity is een landelijk initiatief van zes verslavingszorginstellingen, waaronder NK. De organisatie is al meer dan twintig jaar actief op festivals en evenementen. Bezoekers in Erp kunnen nauwelijks om de Unity-stand heen. De wandeling van de entree naar de diverse podia voert de bezoekers langs de stand, herkenbaar aan twee grote banners en een bord met in koeienletters ‘Drugs Information’. Xandra Laplante, NK-preventiewerker en projectleider Unity Brabant: “Dit is zeker een mooi plekje, maar dat krijgen we op de meeste festivals. We hebben over aanloop dan ook meestal niet te klagen. In het begin kijken bezoekers vaak nog even de kat uit de boom, maar als het event vordert, krijgen we steeds meer aanloop.” Als de belangstelling toch achterblijft, vervult Xandra de rol van ‘propper’ of gaan de peers mobiel voorlichten.

Briefing over extra risico’s

Het concept van Unity is gebaseerd op peer-education: voorlichting door leeftijd- en leefstijlgenoten. De peers stralen deskundigheid uit, zijn goed herkenbaar en hebben een belangrijke voorbeeldfunctie. Het team van Unity Brabant bestaat uit achttien peers en zo nodig worden peers van buiten de provincie ingeschakeld. Alle peers hebben een kennis- en communicatietraining gevolgd. Xandra: “Daarnaast is actuele informatie over trends in middelengebruik een must. Daarom hou ik voor het event begint een briefing op basis van informatie van DIMS [het landelijke drugsmonitoringsysteem van het Trimbos-instituut, met NK als een van de deelnemers]. Zo weten de peers of er middelen in omloop zijn die extra risico’s geven.”

Meer impact door eigen ervaringen

Veel peer-educators komen zelf uit de dancescene en hebben ervaring met middelengebruik. Maar dat is geen voorwaarde, zegt Unity-peer Judy (29). “Ik heb zelf wel gebruikt, maar bij de training waren er ook een paar die geen ervaringen met gebruik hadden. Zelf denk ik wel dat het een gesprek met bezoekers gemakkelijker maakt.” Judy heeft gesolliciteerd omdat een vriendin enthousiaste verhalen vertelde over Unity. Ook Jeroen (30) vindt ervaring belangrijk en zegt dat een gesprek meer impact heeft als een peer zelf gebruikt heeft: “Ik gebruikte zelf een periode veel pillen, ik besefte dat dat niet goed was. Ik zag in het werk bij Unity een kans om ervan af te komen. Dat is gelukt: sinds ik drie jaar geleden voor Unity ben gaan werken, gebruik ik niet meer.”

Vragen voor een ‘vriend’

Vandaag op ‘7th Sunday’ wordt er gewerkt in twee ploegen van drie peer-educators, die elkaar iedere twee uur aflossen. Bezoekers komen met specifieke vragen naar de stand. “Dat zijn vooral geroutineerde gebruikers,” zegt Jeroen. “Ze hebben vragen over combinaties van middelen en hoeveel ze veilig kunnen gebruiken, of ze willen praten over nare ervaringen. Anonimiteit is gewaarborgd, namen doen er niet toe. Desondanks komen ze toch nog vaak vragen stellen voor een zogenaamde ‘vriend’. Ja, dat zal wel, denk ik dan.”

De les lezen

Maar er komen ook bezoekers die gewoon nieuwsgierig zijn. Of die de peers de les willen lezen omdat ze ‘alles al weten’. Om het gesprek met die groep aan te gaan, werken peers met vragenlijsten. Judy: ”Als mensen geen vraag hebben, proberen we een gesprek op gang te krijgen via een enquête. Die bevat vragen over feitelijke kennis en over het eigen gebruik van middelen. We nodigen hen uit die in te vullen en bespreken de enquête vervolgens.”

Timing is belangrijk: als gesprekken te kort duren, voelen bezoekers zich niet serieus genomen, maar ook te lange gesprekken zijn niet de bedoeling. Jeroen: “Te lange gesprekken komen vaak voor als mensen problemen hebben. Wij zijn echter geen hulpverleners. Op een gegeven moment breken we zo’n gesprek af en verwijzen we door naar de hulpverlening van Novadic-Kentron.”

Judy en Jeroen zijn tevreden met hun werk voor Unity. Er is veel belangstelling en ze hebben het idee dat de gesprekken ertoe doen. Die belangstelling blijkt ook uit de ingevulde enquêtes: gemiddeld worden er negentig enquêtes ingevuld. Jeroen: “Dat aantal hangt wel af van de aard van het festival. Zo was Unity vorig jaar voor het eerst bij de Zwarte Cross. Daar werden dagelijks 250 enquêtes ingevuld.”

Extreem weer en gevaarlijke combinaties

Er zijn gelukkig nauwelijks incidenten rond de stand. En ook met eventuele gezondheidsverstoringen valt het mee. Toch neemt het aantal extreme gezondheidsverstoringen in het algemeen niet af. Xandra: “Dat komt vaak door gebrekkige kennis over effecten van gebruik of combigebruik. Maar ook extreme weersomstandigheden kunnen een rol spelen. Veiligheid staat hoog in het vaandel bij de organisatoren van festivals. Belangrijk bij het hete weer van de laatste tijd zijn gratis water, diverse schaduw- en chill-outplekken en een insmeerstand. Ook assistentie van EMS [Events Medical Services] is belangrijk. Hier zijn ze met 35 mensen aanwezig. Het aantal mensen dat EMS-hulp nodig heeft, is gelukkig slechts een fractie van alle bezoekers.”

Aanbod Novadic-Kentron tweede kwartaal 2017

NK heeft de afgelopen tijd veel gedaan om de continuïteit van ons behandelaanbod voor cliënten en de werkgelegenheid van onze medewerkers te borgen. De herinrichting van de organisatie en de cruciale rol van de Vitale Teams beginnen hun vruchten af te werpen. We schrijven al enkele maanden zwarte cijfers. Dit betekent dat we weer meer de focus kunnen gaan leggen op het verder verbeteren van de kwaliteit van ons behandelaanbod. In deze nieuwsbrief vindt u een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in het tweede kwartaal van 2017. 

Arbeidsmarktcampagne

NK is momenteel dringend op zoek naar regiebehandelaars (klinisch psychologen en psychiaters), artsen en verpleegkundigen. Daartoe is onder meer een nieuwe LinkedIn-pagina ingericht met onder meer filmpjes van medewerkers die uitleggen waarom zij graag werken bij NK. NK bevindt zich weer op de weg omhoog en is volop in beweging. De verslavingszorg is bovendien een dynamisch en zich nog ontwikkelend gebied: als medewerker kun je daarom zelf actief meewerken aan nieuw beleid en betere zorg. Ben je benieuwd? Kijk op onze website bij de vacatures!  

Waardering voor BasisGGZ

Sinds april is de BasisGGZ van NK in bezit van het keurmerk van de Stichting kwaliteit in BasisGGZ. Het keurmerk is een teken dat onze BasisGGZ goede kwaliteit levert. De professionals van de BasisGGZ geven cliënten adequate zorg op het juiste moment en hebben daarbij cliëntgerichtheid, transparantie, innovatie en kwaliteitsontwikkeling hoog in het vaandel. De stichting heeft het keurmerk verstrekt na toetsing op negen normen, waaronder de opbouw van een behandeltraject, de meting van behandeleffecten en tevredenheid van de cliënt, en samenwerking met ketenpartners. De BasisGGZ heeft aan alle normen voldaan en kon dus onlangs het bijhorende certificaat in ontvangst nemen.

Novadic-Kentron ‘hofleverancier’ landelijke studiedag NPS en GHB

Donderdag 11 mei vond in Utrecht de landelijke studiedag ‘Nieuwe psychoactieve stoffen en GHB’ plaats. Deze dag was de derde editie van een serie studiedagen over GHB voor professionals van onder meer de verslavingszorg, GGZ en GGD. Dit keer ging het niet alleen over GHB, maar ook over zogenoemde Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS). NK-drugsexpert en DIMS-coördinator Charles Dorpmans schetste tijdens het ochtendgedeelte de stand van zaken en ging in op de risico’s van het gebruik van deze middelen. Over deze risico’s is nog te weinig bekend. Charles hield dan ook een pleidooi voor een betere monitoring van gebruik en meer kennisuitwisseling. In het middaggedeelte verzorgden Harmen Beurmanjer en ervaringsdeskundige Angela Aarts een presentatie over het moeizame afkickproces van GHB-verslaving dat vooral gekenmerkt wordt door terugval. Alex van Dongen gaf toelichting op een specifieke casus.

NK steeds meer in beeld bij tandheelkunde

Een jaar geleden verzorgde NK drugsexpert Charles Dorpmans een lezing op een groot landelijk congres voor tandartsen. In aansluiting daarop hield hij lezingen tijdens kwaliteitsbijeenkomsten door het hele land. Daarbij benadrukte hij dat tandartsen en mondhygiënisten een rol kunnen spelen in het bespreekbaar maken van gebruik en indien nodig doorverwijzen van patiënten. Drugsgebruik heeft directe invloed op de staat van het gebit. Inmiddels is NK steeds beter in beeld bij deze beroepsgroep. Charles heeft inmiddels ook al workshops voor mondhygiënisten verzorgd en samen met een tandarts schreef hij speciaal voor mondhygiënisten een artikel in een vakblad. Juist voor deze doelgroep, die vooral signalerend en preventief bezig is, is het van belang dat zij gebruik kunnen herkennen en bespreekbaar maken. Ook krijgt Charles steeds meer verzoeken om lezingen te houden voor lokale tandartsenkringen.

Steeds meer jongeren gebruiken lachgas

Rondslingerende lachgaspatronen, je komt ze steeds meer tegen in het Brabantse straatbeeld. Het zijn inmiddels niet meer alleen uitgaanders en studenten die op zoek gaan naar de roes van lachgas, maar ook 12- tot 16-jarigen. Zij spuiten het kleurloze, zoet geurende en smakende gas in ballonnen of zakjes en inhaleren het. Vrijwel direct ontstaat een bewustzijnsdaling die een beetje lijkt op dronkenschap: gebruikers ervaren een gevoel van bijna-bewustzijnsverlies, duizelingen en evenwichtsstoornissen. De risico’s van lachgas worden vaak onderschat. Zo kan er zuurstoftekort ontstaan met hersenschade als gevolg. Ook kunnen de longen van de gebruiker bevriezen en kunnen neurologische stoornissen optreden. Helmond is de eerste gemeente waar NK samen met Bijzonder Jeugdwerk en de LEV-groep jongeren gaat voorlichten over de risico’s van lachgas. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het verspreiden van posters en flyers op plekken waar veel jongeren komen. Ook worden verkooppunten benaderd en gevraagd alert te zijn op de verkoop van patronen aan jongeren en hen te informeren over de risico’s. Ten slotte worden op social media de risico’s van lachgas onder de aandacht gebracht.

0037_012_poster_lachgas_klein

NK wil sociaal ondernemen

Samen Nieuwe Kansen creëren: dat is de missie van waaruit wij cliënten behandelen en hen weer mogelijkheden geven om mee te doen in de maatschappij. Waar mogelijk bieden we deze social return binnen onze eigen organisatie. Veel ex-cliënten zijn inmiddels als ervaringswerker aan onze organisatie verbonden. De erkenning voor onze inzet kregen we in mei. NK is gestegen op de Prestatieladder Sociaal Ondernemen (PSO) van trede 1 naar trede 2. Dat maakt inzichtelijk dat NK een serieuze bijdrage levert aan de werkgelegenheid voor mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Maar ook dat onze organisatie maatschappelijk verantwoord inkoopt en aanbesteedt. Over twee jaar is er een nieuwe audit.

Samenwerking met de LVB-sector

Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) zijn kwetsbaar voor het gebruik (en misbruik) van alcohol en drugs, met name cannabis. Zij geven vaak aan dat dit gebruik helpt om ‘erbij te horen’. Bij veel LVB-instellingen ontbreken de expertise en ervaring om op doeltreffende wijze met deze problematiek om te gaan. Daarom werkt NK steeds vaker samen met instellingen uit deze sector.

Zo heeft Cello besloten in Vught een crisiscentrum te starten voor LVB’ers met verslavingsproblemen. NK gaat hierin participeren door het personeel te scholen, maar ook door binnen de nieuwe voorziening mee te draaien. Dat zorgt voor korte lijnen. Zo zouden bijvoorbeeld eenvoudige detoxen bij de voorziening van Cello kunnen plaatsvinden, en meer complexe gevallen op de gespecialiseerde afdeling van NK. Maar ook als een vervolgbehandeling nodig is na de crisisinterventie, zou deze bij NK kunnen worden aangeboden.

Geslaagde burendag hostel Den Bosch

Het hostel aan de Van Broeckhovenlaan in Den Bosch bestaat inmiddels drie jaar. De woonvoorziening voor dak- en thuislozen met verslavings- en psychiatrische problematiek heeft die hele periode een volledige bezetting van dertig bewoners gehad. En dat, zo blijkt uit gemeentelijke metingen, zonder problemen en overlast voor de omwonenden. Maar ook met succes: de eerste bewoners zijn inmiddels uitgestroomd naar meer zelfstandige woonvormen. Ter gelegenheid van het jubileum werden 17 mei de deuren geopend voor de buren. Gedurende drie uur konden zij, maar ook ketenpartners en naastbetrokkenen van onze bewoners, op een leuke en ongedwongen manier een ‘kijkje’ nemen in de keuken van het hostel en kennis maken met personeel en bewoners.

Mental Health Caribbean en Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) starten pilot Beveiligde Klinische Behandeling

Op 28 juni vond de startbijeenkomst plaats voor de ontwikkeling van een beveiligde klinische behandeling op de BES-eilanden. Daarvoor waren uitgenodigd Ministerie van Veiligheid en Justitie, Justitiële Inrichting Caribisch Nederland, Stichting Reclassering Caribisch Nederland, het FACT-team van MHC, Openbaar Ministerie en Openbaar Lichaam van Bonaire. Binnen Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) is op dit moment geen beveiligde klinische zorg voorhanden. Hierdoor kunnen cliënten met delictgerelateerde psychiatrische problematiek niet ter plaatse behandeld worden. Ook is er in de gevangenis geen specifieke forensische zorg beschikbaar. Als gevolg hiervan keren gedetineerden onbehandeld terug in de maatschappij. Evenmin is het mogelijk om justitiabelen als voorwaarde een beveiligde klinische behandeling op te leggen. Er is immers alleen ambulante forensische zorg aanwezig op Bonaire. De kansen op recidive blijven bij terugkeer in de maatschappij daardoor onverminderd groot. Met de ontwikkeling van forensische klinische zorg wil Justitie de kansen op recidive verminderen. De nieuwe voorziening zal ook geschikt zijn voor onder curatele gestelde cliënten, die een gevaar vormen voor zichzelf of de maatschappij. Ook voor die groep is geen behandelmogelijkheid.

Het voorstel is een tweejarige pilot beveiligde klinische zorg op te zetten die de behandelmogelijkheden voor verschillende doelgroepen gefaseerd ontwikkelt, onderzoekt en eventueel uitrolt. In de eerste fase, per 1 november, start de behandeling van gedetineerden met psychiatrische problematiek. In lijn met de visie van MHC zal de klinische behandeling zo kort mogelijk gehouden worden. Door combinaties met dagklinische en poliklinische zorg wordt zoveel mogelijk transmuraal continuïteit van zorg geboden. Het sociaal systeem van cliënten wordt zoveel mogelijk betrokken en er wordt samengewerkt met de partners in het sociale domein rondom zaken als huisvesting, werk of dagbesteding en ondersteuning bij sociaal-maatschappelijke problemen.

MHC en Karakter gaan samenwerken voor betere zorg op Caribisch Nederland

Onlangs heeft Mental Health Caribbean (MHC) een samenwerkingsovereenkomst getekend met stichting Karakter in Nederland. Karakter is een organisatie die gespecialiseerd is in kinder- en jeugdpsychiatrie en kan vanuit die hoedanigheid hoogwaardige diagnostiek en behandeling aanbieden aan kinderen en jongeren met ernstige en vaak meervoudige psychiatrische problemen. MHC is op dit moment, in opdracht van het Zorgverzekeringskantoor Caribisch Nederland, bezig de psychiatrische zorg en behandeling voor kinderen en jeugdigen op Bonaire, Saba en Sint Eustatius te organiseren. Dit wordt met name ambulant uitgevoerd, maar onderdeel hiervan is ook een klinische behandelsetting op Bonaire die medio januari 2018 operationeel zal zijn. De samenwerkingsactiviteiten richten zich met name op het uitwisselen en delen van expertise en kennis en het opleiden en trainen van medewerkers die bij MHC (gaan) werken. Daarnaast zal in die gevallen dat een eventuele uitplaatsing van jongeren van Caribisch Nederland noodzakelijk is voor specifieke behandeling, opname plaatsvinden bij Karakter.

Herstelondersteunende zorg tweede kwartaal 2017

NK beschouwt herstelondersteunende zorg als een van de belangrijkste pijlers in haar visie en koers. Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Daarbij is er aandacht voor herstel op verschillende levensgebieden, afhankelijk van de wensen van de cliënt. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook biedt het vele ex-cliënten in herstel een mogelijkheid ervaring op te doen en nieuwe vaardigheden te leren, die ook weer bijdragen aan hún herstel en hun kansen binnen de maatschappij en op de arbeidsmarkt.

Samenwerking Kompaan en De Bocht

Een ervaringsdeskundige en preventiewerkers van NK hebben samen met jeugdzorginstelling Kompaan en De Bocht een project opgestart om middelengebruik onder jongeren bespreekbaar te maken. Jongeren die tijdelijk in het Fasehuis van Kompaan en De Bocht wonen om woonvaardigheden te leren, mogen geen genotmiddelen gebruiken. Uit angst voor consequenties als gebruik bekend wordt, wordt eventueel middelengebruik dan ook niet besproken. De ervaringsdeskundige en preventiewerkers van NK bespreken nu verschillende casussen en geven medewerkers van Kompaan en De Bocht advies over hoe om te gaan met middelengebruik. In een later stadium zal ook contact gelegd worden met cliënten zelf.

Eerste landelijke Dag van Herstel

10 juni vond in de Grote kerk in Breda de door LEF Magazine georganiseerde landelijke Dag van Herstel plaats. Niet toevallig was dit ook de dag dat in 1935 in de VS de AA werd opgericht. Vele verslaafden in herstel waren uit heel Nederland naar Breda gekomen om hun herstel en dat van anderen te vieren. Zij kregen een gevarieerd programma. Er was muziek, cabaret, schrijvers lazen voor uit eigen werk, er was een paneldiscussie en vooral heel veel statements van het publiek. In het onderdeel So you think you can share grepen bezoekers de microfoon om hun verhaal te vertellen. In de pauzes konden de bezoekers stands bezoeken van diverse organisaties. NK was vertegenwoordigd met verschillende ervaringswerkers.

Uitstroom hostel Den Bosch

Met teamleider Woonvoorzieningen Emmy Bouwmans denken we momenteel na over het opzetten van twee steunnetwerken waaraan twee ervaringsdeskundigen deel zouden kunnen nemen. Het idee is dat één van hen potentiële nieuwe bewoners van het hostel als ‘maatje’ gaat begeleiden bij de instroom in het hostel, om hem of haar voor te bereiden op het leven in deze bijzondere beschermde woonvoorziening voor chronisch verslaafde (ex-)dak- en thuislozen. De andere ervaringsdeskundige zou dan juist de uitstroom begeleiden van hostelbewoners die toe zijn aan een volgende stap, zodat er een soepele overgang is naar een meer zelfstandige woonvorm en eventuele onverwachte problemen samen opgepakt kunnen worden. Hierbij kan worden samengewerkt met vrijwilligers uit de groep ex-bewoners die al eerder uitgestroomd zijn. Na de zomer zal bekeken worden of we dit bijzondere en zinvolle project op kunnen starten.

Samenwerking Veiligheidshuis Tilburg voor doelgroep met chronische en complexe problemen

Ervaringsdeskundigen van NK gaan samenwerken met het Veiligheidshuis Tilburg met als doel betere hulp te bieden aan verslaafde Tilburgers met chronische en complexe problemen. Niet alleen om hun levensomstandigheden en welzijn te verbeteren, maar ook om de overlast terug te dringen die deze groep nu vaak veroorzaakt. De samenwerking zal starten met een onderzoek door een focusgroep die de kenmerken van deze kwetsbare groep mensen in kaart zal brengen.

Bureau Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid medio juli gestart

In de vorige nieuwsbrief is aangekondigd dat onderzocht werd of op de NK-locatie in Vught een Bureau HEE (Herstel, Empowerment & Ervaringsdeskundigheid) opgericht kan worden. We zijn verheugd te kunnen melden dat dit bureau binnenkort geopend wordt! Bureau HEE heeft de functie van gastheer en informatiepunt, maar legt daarnaast vooral de focus op het faciliteren en bevorderen van de inzet van ervaringsdeskundigheid. Bureau HEE is voor medewerkers hét aanspreekpunt als zij vragen hebben over herstelondersteunende zorg, bundelt beschikbare informatie en verzamelt vacatures voor ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen.

Cijfers 

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal/Breda 100
Tilburg 60
Den Bosch/Oss 116
Eindhoven/Helmond 97

 Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal 16
Breda 21
Tilburg 11
Den Bosch 10
Eindhoven 15
Oss 5
Den Bosch ouderengroep 6

Deelnemers Coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 12
Tilburg 8
Den Bosch 22
Eindhoven 16

 Aantal ervaringsdeskundigen

Regio Aantal medewerkers
Breda 1
Tilburg 1
Den Bosch 12
Eindhoven 3

 Aantal vrijwilligers/ervaringswerkers

Functie Aantal medewerkers
Samen herstellen 20
Unity 15
Cliëntenraad 11

 

Kwaliteit en onderzoek tweede kwartaal 2017

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, heeft NK veel aandacht voor het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied in het tweede kwartaal van 2017. 

Intentieverklaring Maak de Zorg Rookvrij! ondertekend  

Woensdag, 31 mei, vond in Utrecht het symposium Maak de Zorg rookvrij! plaats. Tijdens dit symposium hebben een groot aantal instellingen, zoals GGZ Nederland en het Netwerk Verslavingszorg, een intentieverklaring ondertekend. Walther Tibosch heeft de intentieverklaring ondertekend namens het Netwerk Verslavingszorg, waaraan naast NK ook andere verslavingszorginstellingen deelnemen. In deze intentieverklaring komen de instellingen overeen dat niet-roken de norm is in zorginstellingen, dat zorgmedewerkers niet meer roken tijdens het werk en dat stoppen met roken actief onder de aandacht wordt gebracht bij cliënten, patiënten en bezoekers. NK zet actief in op stoppen met roken. Zo voeren wij vanaf 1 juli een volledig rookvrij beleid  voor medewerkers. Ook bezoekers, ambulante cliënten en leveranciers roken niet meer op en rond NK-locaties. 

Internationale waardering voor geneesheer-directeur Victor Buwalda

Op 23 mei is dr. Victor Buwalda tijdens een internationaal congres in San Diego Amerika benoemd tot international distinguished fellow van de American Psychiatric Association (APA). Victor heeft deze erkenning te danken aan het feit dat hij als autoriteit wordt gezien op het gebied van outcomemanagement en leiderschap. Hij leverde via vele symposia en lezingen een onderscheidende bijdrage aan leiderschap in de psychiatrie, waarbij steevast het in hun kracht zetten van mensen een centrale plaats inneemt.

Subsidie door ZonMW toegekend voor ontwikkelen richtlijn GHB-terugvalmanagement

NISPA heeft samen met Novadic-Kentron, Arkin, Trimbos-instituut en Bonger Instituut voor Criminologie subsidie ontvangen om de komende twee jaar een GHB-behandelrichtlijn te ontwikkelen. Het project is getiteld: “Breaking the vicious cycle of GHB use and relapse: The development of an intervention guideline and piloting project”. Hiervoor is € 200.000 beschikbaar gesteld door ZonMW. De richtlijn moet leiden tot vermindering van terugval onder patiënten met GHB-afhankelijkheid. Ook onze NISPA-partners VNN, Tactus en Vincent van Gogh worden betrokken bij dit project.

Onderzoek naar invloed licht op slaap-waakritme verslaafden

NK geneesheer-directeur Victor Buwalda en wetenschappelijk medewerker Cor Verbrugge voeren in samenwerking met de Human Technology Interaction afdeling van de TU in Eindhoven en het FACT-team in Den Bosch een onderzoek uit naar de invloed van licht op het slaap-waakritme bij chronisch alcoholverslaafde mensen. In dit onderzoek worden slaapproblemen, middelengebruik, lichtblootstelling, fysieke en sociale activiteit en moeilijke momenten van alcoholisten in kaart gebracht. Inzichten die verkregen worden, kunnen leiden tot verder onderzoek naar lichtinterventies ter verbetering van het bioritme, waardoor weerstand tegen de verleiding van alcohol wordt versterkt.

Uniformering indicatiestelling verslavingszorg

NK-medewerkers Laura DeFuentes-Merillas, Boukje Dijkstra en Cor Verbrugge hebben een literatuurstudie uitgevoerd in opdracht van NISPA en IVO voor een rapport dat beoogt de indicatiestelling in de verslavingszorg te uniformeren en aan te laten sluiten bij recent beschikbare nationale en internationale onderzoeksresultaten. Het project heeft veel informatie opgeleverd over onder andere de keuzes die ten grondslag liggen aan de indicatiestelling.

Europees onderzoek drugsgebruik

Jaarlijks publiceert het European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) een overzichtsrapport voor geheel Europa met diverse trends en ontwikkelingen. Via de Nationale Drugs Monitor heeft ook NK hieraan meegewerkt. In het in juni verschenen ‘European Drug Report 2017: Trends & Developments’ signaleert het EMCDDA een toename in het aantal drugsoverdoseringen en een gestaag groeiend aanbod van nieuwe psychoactieve stoffen op de Europese drugsmarkt. Zeer sterk werkzame synthetische opiaten zorgen voor grote gezondheidsrisico’s. De hulpvraag voor cannabisproblematiek groeit gestaag. Onderstaand hebben we enkele opvallende ontwikkelingen voor Nederland eruit gelicht.

Cannabishulpvraag neemt toe

De meest recente cijfers laten zien dat in de EU ongeveer 17,1 miljoen jongeren en jongvolwassenen van 15-34 jaar, ofwel 13,9% van de bevolking, in het afgelopen jaar cannabis heeft gebruikt. Nederland ligt hier met 16,1% boven. Evenals in veel andere landen maakt cannabis een groot deel uit van de hulpvraag vanwege drugsgebruik en neemt het aantal cannabiscliënten toe.

Toename beschikbaarheid cocaïne

Het EMCDDA signaleert een toename van de beschikbaarheid van cocaïne. Dit is gebaseerd op studies van rioolwateranalyses (2015-2016), inbeslagnames, prijzen en zuiverheid. Ook in Nederland zijn er tekenen van een toenemende beschikbaarheid waarneembaar. Het recent verschenen Jaarbericht van het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) laat een lichte daling zien van de prijzen en een toename in zuiverheid. Bevolkingsonderzoeken laten vooralsnog geen toename van cocaïnegebruik zien. Wel wordt in de Amsterdamse Antenne-monitor een toename van de populariteit gesignaleerd, met name in kringen met meer geld, waar het middel bijdraagt aan status en glamour.

XTC- en amfetaminegebruik hoog in Nederland

Het Country Drug Report 2017 laat zien dat Nederland goed presteert ten aanzien van de gezondheidsgevolgen van harddrugsgebruik. Het aantal sterfgevallen per miljoen inwoners is nog steeds relatief laag, het aantal opiaatverslaafden per 1.000 inwoners is klein en er is bijna geen aanwas van nieuwe hiv-infecties onder (injecterende) drugsgebruikers. Maar het percentage (jongvolwassen) gebruikers van cocaïne, xtc en amfetamine in de algemene bevolking is hoog. Voor xtc en amfetamine gaat Nederland in de EU zelfs aan kop. Een verklaring is niet direct voorhanden. In Nederland zijn deze middelen, vooral amfetamine en xtc, populair in het uitgaansleven, waar het merendeel van de stappers het gebruik beperkt tot een enkele keren per jaar.

Download het hele rapport

Verslavingsreclassering en Forensische verslavingszorg tweede kwartaal 2017

Cliënten die verslaafd zijn en delicten hebben gepleegd en daardoor met justitie in aanraking zijn gekomen, worden bij NK begeleid door de Verslavingsreclassering en zo nodig behandeld door de Forensische verslavingszorg. Meestal gebeurt dit binnen een justitieel kader, in opdracht van of na verwijzing door het OM. Beide afdelingen hebben voortdurend oog voor kwaliteit en innovatie om ook voor deze cliënten Nieuwe Kansen mogelijk te maken. Daarbij werken we ook samen met ketenpartners aan innovatieve projecten. Hieronder enkele voorbeelden uit het tweede kwartaal van 2017. 

Landelijke studiedag Zorg en veiligheid

Op maandag 22 mei vond in de Brabanthallen een groot landelijk congres plaats over Zorg en veiligheid. Ruim 500 deelnemers uit het brede zorgveld gingen met elkaar in debat rondom de vraag welke zorg nodig is om de veiligheid op straat te vergroten voor doelgroepen als zorgmijders, mensen met complexe problematiek die met justitie in aanraking zijn gekomen, gezinnen in onveilige situaties en mensen met dreigend en gevaarlijk gedrag. Teamleider Forensische Verslavingszorg Rene Vervoort was uitgenodigd om als FVZ-expert plaats te nemen aan een van de debattafels over gebrek aan veiligheid.

In een zaal met ongeveer 75 zorgcollega’s en beleidsmakers kwamen al snel praktijkvoorbeelden naar voren. Steeds weer stuiten we bij complexe cliënten op hetzelfde probleem: wanneer zorg en ondersteuning te gefragmenteerd worden vormgegeven, kan dit direct een onveilige situatie met zich meebrengen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een situatie waarbij zorg reeds gestart is, maar door allerlei procedures huisvesting en/of uitkering nog niet geregeld zijn, omdat de cliënt in een andere regio is aangekomen. Gemeenten zijn nu begonnen voor elkaar de verantwoordelijkheden hierin waar te nemen. Rene Vervoort pleitte voor de mogelijkheid van het bieden van zorg waarbij de verschillende financieringsvormen elkaar mogen overlappen. Daarbij is het van belang dat forensische expertise wordt ingebracht binnen Zvw- en Wmo-teams, om een cliënt van wie het toezicht is afgelopen de juiste zorg te kunnen blijven bieden. Het gebrek aan een soepele overgang tussen de verschillende financieringsvormen zorgt voor een gebrek aan continuïteit van de zorg, wat een averechts effect heeft op herstel. Daarmee is de veiligheid in de samenleving niet gediend.

Reclassering aan de slag met jongeren

Al geruime tijd werkt onze VR met gedragstrainingen voor volwassenen. Deze trainingen, die wetenschappelijk onderbouwd zijn, worden verzorgd door een team van vijf speciaal opgeleide trainers. Om te onderzoeken of die trainingen ook voor jongeren geschikt zijn, is aan de verslavingsreclassering Haaglanden en Noordoost-Brabant gevraagd de gedragstrainingen als pilot te gaan uitvoeren voor groepen jongeren vanaf 16 jaar. Een eerste stap in dat traject is het informeren van medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming (RvK) en de Jeugdreclassering (JR) over de gedragstraining. In juni hebben in Den Bosch en Eindhoven groepen van twintig medewerkers van beide organisaties kennis gemaakt met de gedragstraining. De vijf trainers hebben de gedragstraining uitgevoerd voor de medewerkers van de RvK en de JR: zij werden in de rol van deelnemer geplaatst.

Die methode bleek goed te werken. Met veel enthousiasme schikten de deelnemers zich in hun rol en door de training aan den lijve te ondervinden, kwamen er veel vragen naar voren en werd er volop gediscussieerd. Nu de medewerkers van de RvK en de JR weten wat de training inhoudt, kunnen zij beoordelen of deze geschikt is voor de jonge delinquenten die zij begeleiden en de jeugdrechter adviseren om de training op te leggen. De verwachting is dat in september de eerste training verzorgd zal worden. Aan het eind van het jaar wordt de proef geëvalueerd. Als de training het gewenste effect sorteert, worden de gedragstrainingen voor jongeren vanaf 16 jaar landelijk uitgerold.      

Incidenten agressie en bedreiging

De medewerkers van de VR werken met een lastige doelgroep. Incidenten zijn gelukkig zeldzaam, maar toch komt het voor dat reclasseringswerkers door plotselinge woedeaanvallen van cliënten bedreigd worden of zich bedreigd voelen. Zeker als dat op vreemde bodem gebeurt, bij een bezoek aan de cliënt aan huis of als die opgenomen is op locatie van een van de ketenpartners. Onlangs vond een ernstig incident plaats in Halsteren, waarbij een medewerkster letterlijk voor haar leven moest vechten. Met succes; gelukkig is het goed afgelopen.

Dit incident was voor de 3RO (onze VR, Reclassering Nederland en de reclassering van het Leger des Heils) aanleiding om een open brief te sturen aan alle Brabantse en Limburgse instellingen waar zij over de vloer komen. De veiligheid van medewerkers heeft immers de hoogste prioriteit en is een absolute voorwaarde om optimaal te kunnen functioneren. In de brief wordt onder andere gevraagd om de volgende maatregelen door te voeren:

  • De bespreking met de cliënt vindt plaats in een spreekkamer en niet op de eigen kamer.
  • De reclasseringswerker wordt opgehaald en begeleid door een medewerker.
  • Voor het gesprek wordt de reclasseringswerker kort gebriefd over bijzonderheden rondom de cliënt die een veiligheidsrisico geven.
  • De reclasseringsmedewerker moet alarm kunnen slaan via een pieper of een alarmknop in de spreekkamer.
  • De deur van de spreekkamer (of verhoorkamer op het politiebureau) is altijd open. Als dat niet toegestaan is, wordt vooraf afgesproken op welke manier de veiligheid geborgd wordt.
  • Als de reclasseringswerker dat nodig acht, krijgt hij of zij ondersteuning van een medewerker van de instelling.

De 3RO gaat ervan uit dat de ketenpartners de voorgestelde maatregelen onderschrijven en dat ze er naar zullen handelen.

Verkeerstoren wordt reclasseringsbalie

In ons vorige kwartaalbericht maakten wij melding van de plannen om een van onze VR-medewerkers te stationeren bij het arrondissementsparket van het Openbaar Ministerie in Breda. De zogenoemde ‘verkeerstoren’ moest het regelcentrum worden waar keuzes worden gemaakt voor een wenselijke of logische juridische afwikkeling van strafzaken. Inmiddels is bij het parket een ruimte ingericht, is de naam ‘verkeerstoren’ vervangen door ‘reclasseringsbalie’ en is VR-collega Sjoukje Luisterburg één dag per twee weken aanwezig. Op andere dagen zijn collega’s van Reclassering Nederland en Emergis aanwezig. Voorlopig gaat het nog om een proefperiode, die bij een positieve evaluatie verlengd zal worden voor onbepaalde tijd. De medewerkers van het OM weten de weg naar de reclasseringswerkers inmiddels te vinden. Sjoukje: “In het begin is het even wennen voor de mensen van het OM, maar als we er wat langer zitten, zal er vaker een beroep op ons worden gedaan. Eigenlijk zijn we een soort vraagbaak met een adviesrol. Onze adviesrapportage over en ervaringen met het toezicht van een cliënt worden meegenomen ter voorbereiding van de zitting.”

Beschermd wonen voor FVZ-cliënten

In het nazorgtraject van cliënten werkt onze afdeling Forensische Verslavingszorg intensief samen met NovaFarm-Grip. In het kader van dagbesteding kunnen cliënten aan het werk op een van de zorgboerderijen van NovaFarm-Grip. De casemanagers van NovaFarm-Grip begeleiden de cliënten op verschillende levensgebieden, zoals wonen, sociale contacten en schuldsanering. De zorgboeren sturen de cliënten aan in het werken op de boerderij. Onlangs is het aanbod van NovaFarm-Grip uitgebreid en biedt de instelling FVZ-cliënten beschermd wonen op de zorgboerderijen, met financiering vanuit justitie. Iwan van Esch van NovaFarm-Grip: “Cliënten die daartoe gemotiveerd zijn en bij wie een redelijke slagingskans bestaat op een terugkeer in de maatschappij, worden gedurende een jaar in een beschermdwonentraject geplaatst.”

Gedurende de eerste periode gaan cliënten niet alleen van de boerderij af. Het gehele traject werken ze op de boerderij en wonen zij hier ook. De boer verzorgt de dagelijkse aansturing en werkinstructies en houdt daarnaast een oogje in het zeil. Als daartoe aanleiding is, schakelt de boer de casemanager van NovaFarm-Grip in om de cliënt te begeleiden bij problemen die zich voordoen. Gaandeweg het traject wordt met de cliënt gekeken naar de mogelijkheden om gefaseerd weer mee te kunnen gaan doen in de samenleving. Iwan: ”We werken met cliënten aan alle noodzakelijke leefgebieden. Belangrijke doelen zijn het herstellen van de verslaving, het zoeken naar zelfstandige woonruimte en opnieuw deelnemen aan het arbeidsproces of een nuttige dagbesteding.”

Governance tweede kwartaal 2017

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. Hierbij zijn onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend en gaan we regelmatig met cliëntvertegenwoordigers, ervaringsdeskundigen en de OR of andere medewerkers om de tafel om de gewenste kwaliteit te definiëren, de benodigde organisatie af te stemmen en samen te beoordelen of NK haar opdracht om Brabant gezonder, veiliger en socialer te maken, waar maakt.

Cliëntenraad

De CR had ook in het tweede kwartaal regelmatig overleg met de bestuurder en andere medewerkers van NK over belangrijke thema’s die betrekking hebben op onze cliënten. De voortgang in de gesprekken met Zorg van de Zaak stond hierbij hoog op de agenda. Ook de ontwikkelingen rondom de Vitale Teams, toegespitst op de aandachtsfunctionarissen Cliënt en Kwaliteit, hebben volop de aandacht van de leden van de Cliëntenraad.

De CR adviseerde verder positief over de overdracht van de gebruiksruimte in Breda aan SMO Breda, de huisregels van de woonvoorzieningen en de invoering van de slaapwachtfunctie bij die woonvoorzieningen.

De CR sprak ook de Raad van Toezicht meerdere malen. In dit gesprek zijn onderwerpen aan de orde gekomen als de informatievoorziening en -uitwisseling en de goede bijdrage van de bestuurder aan toonaangevende, toegankelijke en betaalbare verslavingszorg in Noord-Brabant.

Ondernemingsraad

Eén van de belangrijkste onderwerpen waar de OR zich de afgelopen tijd mee bezig heeft gehouden, is de eventuele samenwerking tussen NK en Zorg van de Zaak. De OR neemt deel aan de klankbordgroep en laat zich gedurende het proces bij staan door een deskundig organisatieadviseur.

Verder heeft de OR zijn instemming verleend aan het leer- en ontwikkelbeleid en de daaraan gekoppelde opleidingsbegroting 2017. Hoewel de OR beseft dat de vraag naar opleiden groot is en de middelen helaas beperkt, is het goed dat het leer- en ontwikkelbeleid toch kansen, duidelijkheid en kaders geeft.

Verder betrekt de OR de achterban op een nieuwe wijze. Meer teams en collega’s worden betrokken door te werken met contactpersonen die namens hun team de OR voorzien van feedback. 

Raad van Toezicht

In het afgelopen kwartaal rondde de Raad van Toezicht haar jaarverslag 2016 af. Binnenkort verschijnt dit verslag op de website van NK, maar vanaf dit jaar is het ook toegankelijk via de website van de NVTZ. Op beide plekken kunt u de terugblik van de toezichthouder op het afgelopen jaar lezen.

Net als voor de CR en OR, gold ook voor de Raad van Toezicht als belangrijk gespreksonderwerp met de bestuurder van NK de voortgang van het proces om te komen tot strategische samenwerking met Zorg van de Zaak. Maar ook de kentering ten goede voor wat betreft operationele resultaten kwam uiteraard aan bod en geeft ook de toezichthouder vertrouwen. 

Zoals jaarlijks had de Raad van Toezicht in zijn rol van werkgever van het bestuur ook het afgelopen kwartaal een gesprek met de bestuurder over diens functioneren. Meestal gebeurt dit mede aan de hand van een schriftelijk 360-graden onderzoek, waarbij vanuit verschillende invalshoeken feedback wordt gevraagd. Dit jaar pakt de Raad van Toezicht het anders op en wordt de informatie mondeling opgehaald bij de mede governance-actoren, zodat ook het contact met deze andere stakeholders verder verstevigd raakt.

Cijfers eerste half jaar 2017

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over het eerste half jaar van 2017: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In het eerste half jaar van 2017 waren 6.339 cliënten in behandeling, versus 6.444 in het eerste half jaar van 2016. Van hen zijn 742 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 1.992
Opiaten 733
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 908
Xtc 8
Cannabis 689
GHB 170
Gokken 153
Overig of onbekend 1.686

 

Geslacht Aantal
Mannen 4.826
Vrouwen 1.513

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.735
24-50 jaar 3.927
18-23 jaar 580
< 18 jaar 97

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste half van 2017 zijn in totaal 677 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 551 in het eerste half jaar van 2016.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 64
Opiaten 4
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 108
Xtc 7
Cannabis 229
GHB 13
Gokken 25
Gamen 57
Overig of onbekend 170

 

Leeftijd Aantal
12 1
13 3
14 8
15 18
16 30
17 37
18 61
19 78
20 95
21 105
22 121
23 120

 

Geslacht Aantal
Mannen 530
Vrouwen 147

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 april 2017: 729

Aantal medewerkers per 1 april 2017: 858

 

Aantal fte per 1 juli: 726

Aantal medewerkers per 1 juli: 855

Cliënttevredenheid

Recent zijn de cliënttevredenheidscijfers over 2016 bekend geworden.

Zorgtype Beoordeling Aantal respondenten plus percentage van totaal cliënten
BasisGGZ kort, middel, intensief 8,4 320 (42%)
BasisGGZ chronisch 8,1 30 (38%)
Specialistische GGZ 8,2 530 (34%)

 

Weer op de weg omhoog (voorwoord bij kwartaalbericht april 2017)

Geachte relatie,

Na een woelig jaar bevinden wij ons weer op de weg omhoog. We hebben onze bedrijfsvoering structureel verbeterd en zijn in een belangrijk stadium van het (voor een groot deel) oplossen van de financiële problemen. We zijn steeds beter in staat om onze uitstekende verslavingszorg op een kosteneffectieve manier aan te bieden. Wel is het belangrijk dat we onze fundamenten verstevigen, zodat we weer kunnen investeren en ontwikkelen. Zoals u weet, onderzoeken we daarom dit voorjaar samenwerking met bedrijvennetwerk Zorg van de Zaak.

Om de kwaliteit van onze zorg te verbeteren en duurzaam te borgen, is in januari 2017 gestart met het vitaal maken van onze teams. Doel is om ervoor zorgen dat onze medewerkers veel meer zelf verantwoordelijk zijn voor en invloed uit kunnen oefenen op de kwaliteit van de zorg en hun eigen prestaties. De teams worden hierin het komende anderhalf jaar intensief begeleid. Inmiddels beginnen de eerste resultaten zich af te tekenen: er wordt per medewerker meer zorg geleverd en de registratie wordt zichtbaar beter.

Ondertussen blijven we natuurlijk goede zorg ontwikkelen en leveren. In dit kwartaalbericht blikken we terug op het eerste kwartaal van 2017. U vindt hier onze cijfers, overzichten en mijlpalen op het gebied van onder meer kwaliteit en onderzoek, herstelondersteuning en veiligheid. Daarnaast bieden we u, zoals u gewend bent, verdiepende artikelen over een aantal boeiende thema’s, zoals een nieuwe aanpak binnen de jeugdzorg, waarbij een mentor uit de eigen omgeving wordt ingezet, en antwoord op de vraag welke factoren bijdragen aan succesvol herstel van een verslaving. Ik wens u veel leesplezier!

Walther Tibosch
Bestuurder NK

Slagen of falen? Wat bepaalt of je van je verslaving herstelt of niet?

Verslaving is een hardnekkig probleem, maar gelukkig kunnen veel cliënten met de juiste hulp herstellen. Maar wat zijn de factoren voor hun succes? Wat bepaalt of een cliënt zijn of haar verslaving weet te overwinnen of juist keer op keer terugvalt? Kun je dat beïnvloeden? Vier deskundigen geven hun mening. Over de bril van de cliënt (én die van de hulpverlener!), over een goed getimede terugval, ziekmakende communicatie en naar buiten gaan zonder paraplu.

Lieke Knapen, GZ-psycholoog forensische verslavingszorg
“Als je bij de eerste weerstand van de cliënt opgeeft, bevestig je het negatieve beeld dat sommige cliënten van zichzelf hebben”

“Als je verslaafd raakt, kan dat om zich heen grijpen en alles overnemen. Het is dus belangrijk dat mensen weer zinvol werk hebben, een sociaal netwerk opbouwen en prettige activiteiten ondernemen, bijvoorbeeld sporten of een hobby. Maar dit soort ‘bekrachtigers’ – beloningen van gezond gedrag – zijn niet altijd voldoende. Veel cliënten die NK binnen de specialistische GGZ behandeld worden, worden steeds weer ingehaald door demonen uit hun verleden. Ze hebben iets naars meegemaakt, en gebruiken een middel om hun emoties te dempen. Als zo’n trauma weer opduikt, is de beloning van het middel er meteen… De beloning van werk of sport laat vaak veel langer op zich wachten.

Op zo’n moment kan een goede hulpverlener doorslaggevend zijn. Het is zo belangrijk dat je er als hulpverlener voor je cliënt bént en dat ook volhoudt. Veel cliënten hebben bijvoorbeeld hun hele leven al gehoord dat ze niet goed genoeg zijn. Daardoor hebben ze misschien de neiging om snel op te geven. Als je dan als enthousiaste hulpverlener weerstand tegenkomt en opgeeft, bijvoorbeeld omdat een cliënt zijn opdrachten niet uitvoert, dan bevestig je het negatieve beeld dat sommige cliënten van zichzelf hebben, omdat je de boodschap herhaalt die ze altijd al gehoord hebben: zie je wel, het lukt toch niet. Juist op dat moment komt het erop aan om die ander níet op te geven. Ander gedrag te laten zien dan ze gewend zijn. Vertrouwen opbouwen, zodat de cliënt ziet: zo kan het ook. Als hulpverlener moet je kunnen zien door welke bril jouw cliënt zichzelf bekijkt, én door welke bril je zelf als hulpverlener kijkt. Hoe snel geef jij het op en trek je de – vaak onterechte – conclusie ‘De cliënt is niet gemotiveerd?’ Als hulpverlener moet je met jouw gedrag ook laten zien dat het echt anders kan.”

Janneke de Jong, behandelaar BasisGGZ
“Als je geen respect hebt voor je cliënt, zullen ze zich ook niet voor je openstellen”

“Ik werk binnen de huisartsenpraktijk, dus vaak hebben mijn cliënten nog geen ernstige verslaving. Dat is meteen ook een heel belangrijke factor. Hoe eerder je hulp zoekt, hoe sneller en vollediger je kan herstellen. Mensen die bij mij komen, hebben meestal nog een baan, een relatie, hobby’s, een huis, geen grote schulden. Ze komen hier zelf, niet onder zware druk van de omgeving, en zijn dus ook gemotiveerd. En bovendien hebben ze vertrouwen in de kans op herstel en in de zorg. Het is belangrijk dat een behandelaar dat vertrouwen niet schaadt. Je moet eerlijk zijn. Als een probleem te complex is, zeg ik: ‘Wat houdt je tegen om specialistische hulp te zoeken?’ Als ik die mensen niet doorstuur naar de specialistische zorg, zullen ze niet slagen, en hebben ze een negatieve ervaring. Je moet dus een goede inschatting maken van de ernst van de problemen.

Verder is het cruciaal dat je als behandelaar respect hebt voor je cliënt, en je niet boven hem of haar opstelt. Als je niet werkelijk respect hebt voor je cliënt, zullen ze zich ook niet echt voor je openstellen. Als mijn cliënten een terugval hebben, biechten ze dat meestal gewoon eerlijk op. En dan zeg ik ‘Oh, fijn.’ Hun reactie is dan natuurlijk ‘Hoezo?’ Dan zeg ik: ‘Toch handig dat het nu gebeurt, nu we elkaar nog zien? Dan kunnen we bespreken hoe je daar in de toekomst mee om kunt gaan.’”

Peter Greeven, hoofd behandelzaken
“De omgeving vervalt vaak in ziekmakende communicatie”

“Er zijn verschillende zaken van belang voor het slagen of falen van een behandeling. Ten eerste dat je een bewezen effectieve methode gebruikt. Er is veel meer onderzoek dan vroeger over wat werkt en wat niet. Maar daarnaast is het cruciaal hoe je je als behandelaar opstelt: de therapeutische relatie. Ben je wel een rolmodel voor je cliënt? Ben je positief, hoopvol, bekrachtig je de vooruitgang en de stappen in de goede richting? Als je als behandelaar cynisch bent geworden en je gelooft het zelf niet meer, dan heeft geen enkele behandeling kans van slagen. Je moet oprecht betrokken blijven en kunnen blijven luisteren, ook na twintig jaar.

Daarnaast gebeurt er buiten de therapie ook veel. Een verslaafde heeft familie en vrienden die vaak na jaren negatieve ervaringen verbitterd zijn geworden. Het is niet vreemd dat het vertrouwen beschadigd is, maar daardoor zijn zij vervallen in ziekmakende communicatie. De verslaafde wordt continu gestigmatiseerd en afgewezen door zijn of haar omgeving. De focus ligt alleen maar op gebruik en mislukking. De omgeving is supergevoelig voor elk negatief signaal en hakt daar dan op in. Begrijpelijk, maar zo drijven ze de verslaafde wel terug naar zijn gebruik en gebruikersvrienden. Zelfs als de verslaafde in herstel is, blijven de boodschappen negatief: ‘Ja, nog maar zien of je het volhoudt’, ‘Nu gaat het goed, maar dat hebben we al vaker gezien’. Dit werkt terugval in de hand. De omgeving moet leren om aandacht te geven aan positieve dingen, zodat ze gewenst gedrag versterken. Daarom moet ook de familie getraind worden, bijvoorbeeld met CRA-FT: Community Reinforcement Approach-Family Training.”

Paul Robben, regiebehandelaar NK specialistische GGZ
“Het doorslaggevende moment is als je beseft dat het jouw leven is”

“We weten dat naast individuele factoren ook omgevingsfactoren heel belangrijk zijn. Als je weer een fijn contact hebt met je familie, leuk werk hebt, een prettige woning: dan is de kans van slagen groter. Aan de andere kant… juist de verslaving heeft ervoor gezorgd dat je dat fijne contact, die leuke baan en die prettige woning kwijt bent geraakt. Dus hoe voorkom je nu dat dat weer gebeurt? Het gouden ei wat mij betreft, als dat er al is, is dat je de verantwoordelijkheid weer bij de cliënt kunt terugleggen. Die heeft in de loop van de tijd vaak alle schuld buiten zichzelf gelegd. Bijvoorbeeld dat hij thuis nooit heeft geleerd om voor zichzelf op te komen. Maar dat hoeft nu niet meer zo te zijn. Je moet een behandelrelatie opbouwen waarin je dat bespreekbaar kunt maken, niet te confronterend, maar wel met als doel denkfouten te doorbreken en je cliënt verder te helpen.

Tenzij je ontoerekeningsvatbaar of handelingsonbekwaam bent verklaard, ben je zelf vanaf je achttiende verantwoordelijk voor je leven. Als je veertig bent en zegt ‘Mijn vrouw is onaardig tegen mij, dus moet ik gewoon drinken’, dan kan ik vaak de neiging om te lachen moeilijk onderdrukken. Dan vraag ik: ‘Loop je ook zonder paraplu naar buiten als het regent en zeg je dan: ach, ach, het mag niet regenen?’ Niemand dwingt je te gebruiken. Ja, er zijn factoren die het lastig maken. Als je ADHD hebt, is het lastiger om niet aan impulsen toe te geven. Maar door coaching daarin kun je wel je gedrag veranderen. Dat geldt ook voor de invloed die verslaving op je hersenen heeft. Betekent dat dat je je gedrag niet meer aan kunt passen? Natuurlijk niet! Je moet rekening houden met die factoren, maar je kunt door het gedrag dat je jezelf aanleert, je hersenen ook weer anders inrichten. Je kunt op elk moment andere keuzes gaan maken. Elke herstelde verslaafde zal dit bevestigen: het doorslaggevende moment is dat je beseft dat het jouw leven is, dat jij het moet doen. Jij moet om hulp vragen als dat nodig is, maar jij blijft zelf de regisseur van jouw leven.”

 

 

JIM als reddingsboei: methode mentor jongeren uit eigen omgeving werkt

Ruzie, frustratie, onbegrip: in gezinnen is soms sprake van complexe problemen tussen ouder(s) en kind, die de verhoudingen ernstig verstoren. Het gezin en de hulpverleners zien soms geen uitweg meer: ondanks intensieve, langdurige hulp dreigt dan uithuisplaatsing. Een dramatische situatie voor ouders en kind. Maar gelukkig biedt de JIM (Jouw Ingebrachte Mentor) het gezin Nieuwe Kansen. Met deze aanpak werden in de regio Midden-Nederland, waar de JIM-methode bedacht is, verbluffende resultaten behaald. In 90% van de gevallen werd uithuisplaatsing voorkomen. JUZT, de organisatie voor jeugdhulpverlening in West-Brabant, nam in deze regio het initiatief om met JIM aan de slag te gaan. Novadic-Kentron is een van de samenwerkingspartners.

Eén doel: thuis blijven wonen

Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) is iemand uit de directe omgeving van het gezin: bijvoorbeeld een opa, tante, buurman of leerkracht die door de jongere gevraagd wordt om hem of haar te helpen met de problemen en conflicten thuis. De JIM fungeert als mentor en vertrouwenspersoon van de jongere en is de vertegenwoordiger naar ouder(s) én hulpverleners. Met de nieuwe methode vervagen de grenzen tussen hulpverleners en naasten. Alle betrokkenen zijn gelijkwaardige deskundigen die samen een doel hebben: de harmonie in het gezin herstellen en ervoor zorgen dat de jongere thuis kan blijven wonen.

Petra Bastiaensen, GZ-psycholoog en systeemtherapeut bij JUZT, geeft aan dat haar organisatie direct enthousiast was over de JIM-methode: “De wanhoop binnen sommige gezinnen is groot. Als intensieve en langdurige hulp geen blijvende oplossing brengt, zitten wij als hulpverleners ook in een impasse. In Utrecht is gebleken dat het inschakelen van het eigen netwerk en het benutten van de kracht daarvan heel succesvol is. Er was dan ook binnen JUZT geen enkele aarzeling om de JIM-methode ook in onze regio te implementeren. Persoonlijk kreeg ik er nieuwe energie van.”

Verbindingsteam ingeschakeld bij dreigende uithuisplaatsing

Bij het inzetten van de JIM-methode werd de samenwerking gezocht met Novadic-Kentron, GGZ Breburg en Idris. Deze organisaties vormen samen het zogenaamde Verbindingsteam. Petra Bastiaensen: “Bij iedere dreigende uithuisplaatsing wordt het Verbindingsteam ingeschakeld. Naast de JIM heeft dit team een cruciale rol. Het team vormt de verbindende schakel tussen de JIM, de jongere, het gezin, het netwerk rond het gezin en de hulpverlening.” Het Verbindingsteam bestaat uit zeven mensen. Twee JUZT-systeemtherapeuten, waaronder Petra, hebben een coördinerende rol en bewaken het proces. Vijf hulpverleners van de betrokken instellingen doen het uitvoerende werk.

Reddingsboei

Namens Novadic-Kentron is Maril van Rijt lid van het Verbindingsteam. Maril: “Als verslaving of middelengebruik een rol speelt bij de dreigende uithuisplaatsing, wordt Novadic-Kentron ingeschakeld. Ik ga dan aan de slag volgens de nieuwe methode. We starten met een eerste gesprek met ouders en jongere, waarin we de werkwijze toelichten. Meestal ziet zowel de ouder als de jongere de nieuwe aanpak als een reddingsboei en zijn zij direct gemotiveerd om met een JIM aan de slag te gaan.”

Een geschikte JIM zoeken

De tweede stap is het vinden van een geschikte JIM. Maril: “Ik inventariseer met ouders en jongere welke personen uit de directe omgeving de rol van JIM zouden kunnen vervullen. Dat moet iemand zijn die het netwerk rond de cliënt goed kent en mensen in beweging kan krijgen. Uiteindelijk kiest de jongere zijn of haar eigen JIM, en als de ouders geen zwaarwegende bezwaren hebben is de derde stap dat de jongere zelf de uitverkoren JIM vraagt die rol op zich te nemen.” Dat persoonlijke appèl werkt goed. Petra: ”Meestal lukt het binnen twee weken om een JIM bereid te vinden.”

Kan de JIM de rol aan?

Na het akkoord volgt er nog een gesprek tussen de JIM en de hulpverlener van het Verbindingsteam. Maril: “We leggen de JIM uit wat de bedoeling is en checken of de JIM de rol aankan. Ook wordt gesproken over de voorwaarden en verwachtingen van de JIM. Daarna wordt de JIM officieel geïnstalleerd. Pas daarna gaan we samen kijken wat er aan de hand is in het gezin, wie wat kan doen en maken we afspraken en een plan van aanpak met de jongere, het gezin en de JIM.”

Einddoel is steeds dat de jongere thuis kan blijven wonen. Daar wordt maximaal een half jaar voor uitgetrokken. De hulpverleners van het Verbindingsteam vervullen daarbij een rol op de achtergrond. Ze zijn continu beschikbaar om de JIM met raad en daad bij te staan. Een keer per week vergadert het Verbindingsteam en worden alle lopende casussen besproken. Als daar aanleiding toe is, wordt er een gesprek gepland met de JIM.

JIM in de praktijk: oom Kees

“Natuurlijk kon ik geen nee zeggen toen Ivo mij vroeg, zeker ook omdat de problemen in het gezin mij al langer bezig hielden. Ik vond het belangrijk dat er iemand voor hem was bij wie hij onder vier ogen zijn verhaal kwijt kon. Ik wilde die rol wel vervullen. Ik moest me wel heel bewust zijn van die nieuwe rol; ik was niet langer alleen zijn oom. Ik luisterde steeds goed naar zijn verhaal en liet Ivo uitpraten. Door vervolgens mijn visie te geven, probeerde ik Ivo tot nieuwe inzichten te laten komen. Uiteindelijk bleef Ivo bij mijn zus wonen. Dat gaf veel voldoening en het heeft me verrijkt als mens. Het gaat nu al een tijd goed, maar als het nodig is, pak ik meteen de rol van JIM weer op.”

Kees en Ivo zijn fictieve namen

Meer informatie: www.jimwerkt.nl

Foto: het verbindingsteam JIM

foto Verbindingsteam JIM buiten (muur)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Social nudging: hoe beïnvloed je gedrag zonder mensen aan te spreken?

Hoe voorkom je dat minderjarige jongeren aan alcohol komen in hun sportkantine? Hoe zorg je ervoor dat ze geen xtc gebruiken op een dance-evenement? Tot voorheen probeerden we dit vooral met argumenten. We legden uit waarom xtc gebruiken nooit zonder risico is, of waarom je beter kunt wachten met drinken tot je achttien bent. Soms werkt dat, soms gaan de woorden het ene oor in en het andere uit. Het kan ook anders. Je kunt mensen namelijk ook op een andere manier beïnvloeden, op een dieper en onbewuster niveau. Met spiegels bijvoorbeeld, of met foto’s van ouders met kinderen.

Onderzoeksbureau Pennock & Postema voerde in opdracht van GGD Hart van Brabant onderzoek uit naar zogenoemde ‘social nudging’: kleine ‘duwtjes’ die mensen in een andere richting bewegen, zonder dat daarbij gebruik gemaakt wordt van veel taal of argumenten. Novadic-Kentron (Preventie) werkte mee aan dit onderzoek en testte in de praktijk verschillende interventies.

Foto’s herinneren aan andere ‘rol’

Senior preventiewerker Bernard van ’t Klooster: “We zijn altijd op zoek naar nieuwe en mogelijk nog effectievere manieren van preventie. Uit sociaal gedragsonderzoek komen momenteel interessante resultaten naar voren. Als je weet waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen, kun je je heel specifiek daarop richten. Zo gedragen jongeren zich bij het uitgaan vaak volgens de ‘rol’ die ze passend vinden voor die setting. Ze associëren uitgaan met drugs- en drankgebruik, en ze gedragen zich in die rol dus volgens heel andere normen dan thuis bij hun ouders of op school. Door in die uitgaanssetting bijvoorbeeld foto’s op te hangen van ouders met hun kinderen, herinner je hen onbewust aan die andere rol, waarin ze afspraken hebben gemaakt met hun ouders over hun gedrag.”

Gezond gedrag in sportkantines

De GGD deed onder meer onderzoek in sportkantines, en bekeek hoe ervoor gezorgd kon worden dat minder alcohol wordt geschonken aan minderjarige jongeren. Dit deden ze onder andere door bordjes neer te zetten met daarop de vraag of jongeren onder de 25 alvast hun identiteitsbewijs tevoorschijn wilden halen als ze alcohol bestelden, zodat de barmedewerkers hier niet naar hoefden te vragen. Geen argumentatie waarom jongeren onder de 18 niet mogen drinken, sterker nog: de minderjarige jongeren werden zelfs helemaal niet aangesproken. Toch bleek deze interventie effectief te zijn: het herinnerde minderjarige jongeren op een niet-confronterende manier aan de norm, onderstreepte dat dit beleid was van de sportvereniging zelf en niet alleen van een anonieme overheid, stimuleerde gezond gedrag, maakte het onderwerp zichtbaar en bespreekbaar, en nam de druk weg bij barmedewerkers om hiernaar te vragen. Bovendien is de interventie zeer goedkoop en goed in te zetten zonder dat er een preventiewerker aanwezig is.

Spiegel voor je eigen gedrag

Novadic-Kentron werd betrokken bij een ander deel van het onderzoek, namelijk interventies tegen xtc-gebruik op dance-evenementen. Bernard: “Onze vrijwilligers die werken voor Unity maakten gebruik van onder meer spiegels, waarin bezoekers van het evenement zichzelf konden bekijken. Dit bleek heel effectief te zijn. De spiegels waren populair: veel mensen en zeker jongeren bekijken zichzelf graag in de spiegel. Maar de spiegels zetten mensen ook aan het denken. Jongeren zagen zichzelf zoals ook anderen hen zagen. Dit maakte hen veel meer bewust van hun gedrag, en van hoe ze eruit zien onder invloed.”

Nu het onderzoek is afgerond, krijgen de preventiewerkers van het onderzoeksbureau in ruil voor hun medewerking nog een uitgebreide presentatie, zodat verder kan worden besproken welke interventies preventie in kan gaan zetten.

Meer innovaties

Bernard: “Het levert heel interessante aanknopingspunten op voor andere manieren van werken binnen preventie. Daarbij willen we ook graag samen blijven werken met GGD’s en gemeentes, zodat we onze krachten en middelen kunnen bundelen en meer van dit soort projecten kunnen opzetten. Daarbij brengen wij heel veel deskundigheid in op het gebied van middelen en verslaving, plus de kennis en ervaring om die in de praktijk toe te passen. Zo worden dit soort innovaties veel gerichter en hebben ze een veel grotere kans van slagen.”

 

Doorbraak in langslepende ‘achterdeur’-discussie coffeeshops

“Cannabis is een sluipmoordenaar.” Die woorden gebruikte hoofd behandelzaken Peter Greeven om te benadrukken dat overmatig cannabisgebruik met name voor jongeren grote risico’s heeft. Deze uitspraak werd uit de context gehaald en gebruikt in het debat in de Tweede Kamer als argument tegen het wetsvoorstel Wet gesloten coffeeshopketen van Vera Bergkamp (D66). Daarmee kon de indruk worden gewekt dat ook NK tegen het wetsvoorstel zou zijn. Niets is minder waar: onze organisatie is van meet af aan actief pleitbezorger van het reguleren van ‘de achterdeur’. NK is immers van mening dat legale teelt en bevoorrading van coffeeshops in het belang is van de volksgezondheid en heeft dat nooit onder stoelen of banken gestoken. Hoe zit dat?   

Al jaren vinden vaak heftige discussies plaats over het al dan niet reguleren van de ‘achterdeur’ – de bevoorrading dus – van de coffeeshops. In februari van dit jaar werd een belangrijke mijlpaal bereikt: de Tweede Kamer stemde in met het wetsvoorstel Wet gesloten coffeeshopketen. Op 18 april buigt de Eerste Kamer zich over dit voorstel. Als deze ook haar goedkeuring geeft aan de nieuwe wet, komt er een einde aan de jarenlang slepende ‘achterdeur’-discussie, die al in 1999 werd aangezwengeld door de toenmalige Tilburgse PvdA-burgemeester Johan Stekelenburg. Vele deskundigen zijn er net als Stekelenburg al die jaren van overtuigd geweest dat de maatschappij gebaat is bij het reguleren van de bevoorrading. Onder hen zoals gezegd ook NK en het Netwerk Verslavingszorg van GGZ Nederland.

In 2011 mengde het landelijke verslavingsnetwerk zich voor het eerst in het debat, met de notitie “Coffeeshopbeleid: het paard achter de wagen”, die werd aangeboden aan de landelijke politiek. Later verdedigt NK dat standpunt ook in regionale overlegplatforms, met als een van de belangrijke voorvechters drugsexpert Charles Dorpmans. De Klankbordgroep Softdrugs Oost-Brabants (voorheen de werkgroep Kortmann) wordt opgericht, waarbij 21 gemeentes zich aansluiten. Charles Dorpmans: “Intensieve samenwerking is van groot belang op de thema’s volksgezondheid en preventie, informatie-uitwisseling en de ondermijnende impact van het huidige gedoogbeleid.” Afgesproken wordt om in het voorjaar van 2017 op ieder deelterrein met plannen van aanpak te komen.

Is het gedoogbeleid failliet?

Het huidige gedoogbeleid waarin coffeeshops softdrugs verkopen, is hoe dan ook te verkiezen boven verkoop binnen een illegale, zwarte markt. De zogenaamde AHOJ-G criteria (geen Affichering, geen Hard Drugs, geen Overlast, geen verkoop aan Jongeren en geen Groothandel) waar coffeeshops zich aan committeren, dragen bij aan het voorkomen van problemen door gebruik en voorkomen juist gebruik door jongeren onder de 18 – waar wij ook de grootste risico’s zien. Maar de coffeeshops bieden ook mogelijkheden voor preventie. Charles: “Via de coffeeshops kunnen we informatie verstrekken aan en in contact komen met gebruikers. Daarnaast scholen we het personeel van de shops in het vroegtijdig signaleren van overmatig gebruik en indien nodig doorverwijzen naar de hulpverlening.”

Minder schadelijke en meer beschermende stoffen

Maar reguleren van de teelt en bevoorrading is nóg beter. Charles: “Er zijn aanwijzingen dat een hoog of extreem hoog THC-gehalte een extra gevaar vormt voor de gezondheid van gebruikers. Legale teelt maakt het mogelijk het THC-gehalte te beperken. Tegelijkertijd kan legale teelt de verhouding tussen THC en een andere stof in de cannabisplant – cannabidiol ofwel CBD – beïnvloeden. CBD speelt mogelijk een “beschermende” rol en tempert gedeeltelijk de negatieve gevolgen van THC op psychische stoornissen en verslaving. Daarnaast is bekend dat in de illegale kweek allerhande pesticiden gebruikt worden die een gevaar kunnen zijn voor de volksgezondheid en dat er schimmels kunnen ontstaan die extra risico’s geven. Legale teelt maakt toezicht en controle hierop mogelijk. Ten slotte wordt een keurmerk op de verpakking met productinformatie, gebruiksadviezen en een link naar de verslavingszorg mogelijk.”

Minder maatschappelijke en sociale schade

De visie van NK wordt ook gedragen door de gezamenlijke instellingen voor verslavingszorg in Nederland. Zo stelt de branchevereniging in een brief van 7 april aan de leden van de commissie voor Veiligheid en Justitie van de Eerste Kamer: “Het reguleren van de teelt van cannabis leidt tot een laag risico voor de volksgezondheid en tot de minste maatschappelijke en sociale schade. Hierdoor kunnen eisen worden gesteld aan het productieproces, de herkomst, de samenstelling, de sterkte en de kwaliteit van het middel. Dat levert de meeste winst op voor de samenleving.” Daarnaast wordt in de brief gepleit voor het op grotere schaal inzetten van preventie.

Laten we hopen dat dit appèl het gewenste effect sorteert en dat ook de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel van Bergkamp. Daarmee zou een enorme doorbraak worden bereikt, die de samenleving een grote dienst zal bewijzen.

Aanbod Novadic-Kentron eerste kwartaal 2017: volop in beweging

Na een aantal moeilijke jaren gaat NK weer vooruit. We onderzoeken samenwerkingsmogelijkheden, hebben onze organisatie anders ingericht en gaan werken met Vitale Teams – zoals in het voorwoord van deze nieuwsbrief  is toegelicht. Tegelijkertijd zetten we onze positie als verslavingsexpert stevig neer. Onze professionals zijn voortdurend op zoek naar Nieuwe Kansen om uitstekende preventie en zorg te kunnen bieden op een kosteneffectieve manier. In deze nieuwsbrief vindt u een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in het eerste kwartaal van 2017.

Gemeenten onderkennen het belang van preventie

Onze activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van problemen door gebruik van middelen, worden bekostigd door de Brabantse gemeenten. Inmiddels is duidelijk dat alle gemeenten budget hebben vrijgemaakt voor onze preventie. Dat feit is een erkenning voor ons werk en bevestigt dat onze activiteiten ertoe doen. Met onze testservice, ouderavonden, bezoeken aan groepen hangjongeren, alcoholintoxicatiegesprekken, deskundigheidsbevordering aan professionals enzovoorts, leveren wij een substantiële bijdrage aan het terugdringen van problemen door middelengebruik en daarmee ook het voorkomen van overlast en hoge kosten.

Portfolio gemeenten voor beter maatwerk

Een goede relatie met de gemeenten is niet alleen voor preventie van cruciaal belang. Ook activiteiten die vallen binnen het kader van de Wmo worden door de gemeente gefinancierd. Denk bijvoorbeeld aan de medische heroïnebehandeling, bemoeizorg en voorzieningen voor opvang en wonen. Ons volledige aanbod voor de gemeenten hebben we in een eenduidig en helder productportfolio opgenomen. Zo kunnen we gemeenten maatwerk leveren met een aanbod dat aansluit bij de behoefte van die betreffende gemeente. We onderzoeken momenteel ook een werkwijze om contactpersonen per gemeente aan te stellen, die vaste gesprekspartner en aanspreekpunt voor de gemeenten zijn. Zij helpen de gemeenten bij het maken van de juiste keuzes.

Toename spuiten van speed

Begin vorig jaar is in Breda een expertpanel samengesteld met deelname van verschillende deskundigen (politie, hulpverlening, gemeente, gebruikerswereld, et cetera), dat drugstrends signaleert en aanpakt. Dit panel, voorgezeten door NK-drugsexpert Charles Dorpmans, heeft vastgesteld dat het middel speed steeds vaker gespoten wordt. Vooral gebruikers uit Breda en omgeving die dagelijks zowel GHB als speed gebruiken, zijn het laatste middel gaan injecteren. Naar aanleiding hiervan is een voorlichtingsfilm voor gebruikers gemaakt over de risico’s van injecteren. In de film, te vinden op het YouTubekanaal van NK, komt onder andere ex-cliënte Keja aan het woord: “De mensen die speed spuiten, zijn zich echt niet bewust van de risico’s. Ook ik was me daar destijds niet bewust van. Anderen deden het ook, dus ik dacht dat het dan wel mee zou vallen.” Om meer gebruikers te waarschuwen, zullen onze preventiewerkers de film onder de aandacht brengen van de groep gebruikers die speed injecteren. Nieuwsuur heeft landelijk aandacht besteed aan dit thema (item begint na 11 minuten).

Uitgaansgeweld

Diverse partijen (Novadic-Kentron, Halt, GGD, Divers jeugdwerk) hebben samen met politie, stadstoezicht en de horeca in het Bossche uitgaanscentrum de actie KIES uitgevoerd. Onder het motto Hero of Zero werd op stapavonden vanuit een grote tent het thema uitgaansgeweld aangekaart. Van 23.00 tot 02.00 uur werden jonge stappers door leden van het actieteam, gekleed in opvallende Hero-of-Zero-outfits, met aantrekkelijke middelen aan het denken gezet over dit thema. Zo werden polaroidfoto’s gemaakt, waarbij jongeren poseerden als slachtoffer van uitgaansgeweld. De actie KIES wordt op het verzoek van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als pilot door de gemeente Den Bosch uitgevoerd. Een onderzoeksbureau evalueert deze actie. Op basis van het evaluatierapport wordt besloten of KIES, eventueel in aangepaste vorm, in meerdere gemeenten ingezet kan worden.

Hulp in de wijk

Het huidige beleid in de zorg is om mensen zo veel mogelijk in de eigen omgeving de nodige hulp en zorg te bieden. In alle Brabantse steden zijn daartoe wijkteams ingericht met generalisten. Als middelengebruik een rol speelt bij de problemen die zij tegenkomen, ondersteunen onze preventiewerkers de generalisten. Zij leren hen hoe ze problematisch gebruik en verslaving in een vroeg stadium kunnen herkennen en reiken handvatten aan om daarmee om te gaan. Als dat nodig is, wordt verbinding gelegd met hulpverleners van NK.

In Eindhoven helpen generalisten van negen wijkteams van WIJeindhoven mensen in hun directe omgeving. Twintig van hen waren 7 maart te gast bij onze locatie op De Grote Beek. Zij maakten kennis met onze hulpverleners en er werd uitgelegd wat NK voor hen kan betekenen. Andersom deden de generalisten de oproep om bij afronding van onze hulpverlening cliënten te wijzen op de mogelijkheden voor ondersteuning door WIJeindhoven.

Samenwerking met de LVB-sector

Veel mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben problemen door het gebruik van alcohol en drugs. In Vught heeft Novadic-Kentron daarom een speciale klinische afdeling voor deze groep. Maar ook werkt NK intensief samen met ketenpartners uit de LVB-sector. Medewerkers van die instellingen ontbreekt het vaak aan de juiste kennis en ervaring om misbruik tijdig te signaleren en aan te pakken. Om samen betere zorg en begeleiding voor de LVB-doelgroep te kunnen bieden, werken we samen met bijvoorbeeld Cello, De la Salle en Dichterbij, en zijn we in gesprek met andere partners uit de LVB-sector. We bieden hen deskundigheidsbevordering, betrekken hen bij de behandeling en evalueren tussentijds. Uiteindelijk willen we ook het leren van elkaar intensiveren. Medewerkers uit de LVB-sector gaan meedraaien bij NK en vice versa, met als doel om elkaars expertise te vergroten.

Novadic-Kentron back to (core) business

Wij willen onze cliënten Nieuwe Kansen bieden en hen ondersteunen bij hun herstel. Daarbij vormen onze kernwaarden Toonaangevend en Fijn behandeld de rode draad. Om Toonaangevend te blijven als expert op het gebied van verslaving, leggen we steeds meer de focus op onze core business: voorkomen van verslaving en behandeling van cliënten met verslavingsproblemen. Dit betekent dat we een aantal activiteiten, met name op het gebied van arbeid, wonen en financiën, niet meer zelf oppakken, maar hierbij de samenwerking zoeken met andere specialisten. Zo kunnen we elkaars expertise optimaal benutten en samen onze cliënten een totaalpakket bieden. Een aantal activiteiten op het gebied van opvang voor de chronische doelgroep, die vallen onder de Wmo, bouwen we af en dragen we over aan organisaties voor Maatschappelijke Opvang, die gespecialiseerd zijn op dit gebied. De komende jaren zal in samenspraak met genoemde ketenpartners en gemeenten gesproken worden over een soepele overdracht van onze opvangactiviteiten.

In Eindhoven is dat al gelukt. Ons activiteitencentrum aan de Kanaaldijk is reeds in samenspraak met de gemeente overgedragen aan Neos. Neos heeft de dagbestedingsactiviteiten en andere faciliteiten overgenomen ten behoeve van cliënten die niet beschikken over een sociaal netwerk en dagstructuur. Ook is Neos op deze locatie gestart met een Arbeidstrainingscentrum (ATC).

NK sluit nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Avans

Op 5 april hebben Novadic-Kentron en Avans Hogescholen opnieuw een convenant gesloten om samen toekomstbestendige beroepsprofessionals op te leiden. Beide partijen willen met de samenwerkingsovereenkomst een goede balans tot stand brengen tussen investeren en oogsten.

In het convenant worden enerzijds de gezamenlijke ambities benoemd en anderzijds een concreet werkplan voor de periode van een jaar uitgewerkt. Er worden afspraken gemaakt over het plaatsen van stagiaires bij NK, het bieden van gastlessen en/of workshops over en weer, participatie van NK in het onderzoek van Avans en deelname van onze professionals in leergemeenschappen van Avans. NK en Avans beschouwen elkaar als hoogwaardige en essentiële partners, zowel op het gebied van verslavingszorg (preventie, behandeling en opvang) als op het gebied van opleiden van professionals voor deze sector.

Er wordt een stuurgroep van vier personen geformeerd die verantwoordelijk is voor het naleven van het convenant. Deze stuurgroep bestaat uit Walther Tibosch als bestuurder van NK en drie leden van de drie academiedirecties van Avans Hogeschool. Een werkgroep van vijf personen vanuit NK en Avans gaat een concreet werkplan opstellen. Het convenant loopt tot voorjaar 2019.

In oprichting: Verslavingskunde Nederland – expertise gebundeld

Novadic-Kentron is met zeven andere instellingen voor verslavingszorg, het Platform Strategisch Inhoudelijk Deskundigen (pSID) en cliëntvertegenwoordiging Het Zwarte Gat in gesprek om het  landelijk kenniscentrum Verslavingskunde Nederland – expertise gebundeld op te richten. NK-bestuurder Walther Tibosch hanteert als voorzitter van de GGZ-sectie verslaving tijdelijk ook de voorzittershamer van het op te richten kennisinstituut. Verslavingskunde Nederland i.o. streeft de volgende doelen na:

  • de toegang tot de verslavingskunde vergroten en mensen met een verslaving passende behandeling bieden die gericht is op herstel;
  • stigma’s rondom verslaving doorbreken, mede door inzet van ervaringsdeskundigen;
  • de kwaliteit en (kosten)effectiviteit van de behandeling voortdurend verbeteren;
  • opleiding, onderzoek en innovatie stimuleren en ondersteunen.

De ambitie is om meer mensen met verslavingsproblemen sneller, beter en effectiever te behandelen en zo bij te dragen aan een gezonde, sociale en veilige samenleving. Verslavingskunde Nederland krijgt een open netwerkstructuur waarbij relevante stakeholders en samenwerkingspartners actief betrokken worden.

Herstelondersteunende zorg eerste kwartaal 2017

NK beschouwt herstelondersteunende zorg als een van de belangrijkste pijlers in haar visie en koers. Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Daarbij is er aandacht voor herstel op verschillende levensgebieden, afhankelijk van de wensen van de cliënt. Bij herstelondersteunende zorg is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen onze cliënten en organisatie plukken daar de vruchten van, ook biedt het vele ex-cliënten in herstel een mogelijkheid ervaring op te doen en nieuwe vaardigheden te leren, die ook weer bijdragen aan hún herstel en hun kansen binnen de maatschappij en op de arbeidsmarkt.

Vakvereniging voor ervaringswerkers

Om de positie van ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen (ervaringswerkers die een opleiding gevolgd hebben) te versterken, is de Vereniging van Ervaringsdeskundigen opgericht, onder bestuur van Nico Hopman en Wilma Boevink (beiden eveneens ervaringsdeskundig). De vakvereniging is een onafhankelijke vereniging voor alle ervaringswerkers bij alle organisaties. Een groot deel van de ervaringswerkers van NK is hier lid van geworden. De vakvereniging wil eenduidigheid aanbrengen in het onderscheid ervaringswerker en ervaringsdeskundige en streeft naar standaardisatie en erkenning van het beroep ervaringsdeskundige. Meer informatie is te vinden op de Facebookpagina van de vereniging.

Leer-werkexperiment Nex2Next in Den Bosch zeer succesvol

In het najaar van 2016 is het leer-werkexperiment Nex2Next van start gegaan (met programmaleider Nico Hopman en coördinator verslavingsdeskundigen Marcella Mulder van NK). NK is samen met Reinier van Arkel, GGZ Oost Brabant en gemeente Den Bosch partner in dit programma, waarin ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen ondersteuning bieden aan mensen met (ernstige) verslavingsproblemen en psychische problemen in combinatie met problemen op bijvoorbeeld het gebied van wonen, werken of financiën. Het project loop zeer goed: al meer dan 100 mensen hebben zich aangemeld met een hulpvraag, veelal doorgestuurd door Weener XL – het werk-ontwikkelbedrijf van de gemeente Den Bosch. De ervaringswerkers van Nex2Next ondersteunen hen bij het oplossen van kleine problemen, en leiden hen toe naar zorg en begeleiding als de problemen ernstiger zijn.

Ervaringswerker gestart als gastheer in Eindhoven

In februari is op onze locatie in Eindhoven een ervaringswerker gestart als gastheer. In het kader van een ‘proeftuin’ (pilot) loopt de gastheer mee met de receptie, ontvangt cliënten en bezoekers en helpt bij de administratie.

Promotie boegbeeld herstelbeweging Wilma Boevink

Op 13 april 2017 is Wilma Boevink, boegbeeld van de herstelbeweging, gepromoveerd aan de Universiteit Maastricht. In haar proefschrift ‘HEE! Over herstel, empowerment en ervaringsdeskundigheid in de psychiatrie’ gaat ze in op de kracht van ervaringsdeskundigheid. Wilma is zelf ervaringsdeskundige: haar eigen ervaringen met psychische aandoeningen en herstel zijn de basis voor haar werk en onderzoek. Wilma is sinds 1991 als onderzoeker verbonden aan het Trimbos-instituut. Binnen het re-integratieprogramma van het Trimbos-instituut richtte zij de afdeling HEE op: Herstel, Empowerment & Ervaringsdeskundigheid. HEE is een programma gericht op het ondersteunen van herstelprocessen en het ontwikkelen van kennis en producten op het gebied van herstel en herstelondersteuning, gemaakt en uitgevoerd door ervaringsdeskundigen.

Onderzoek naar Bureau HEE op locatie Cliënten Service Bureau

Na sluiting van het Cliënten Service Bureau wordt nu onderzocht of op de locatie in Vught, in navolging van het programma van Wilma Boevink, eveneens een Bureau HEE (Herstel, Empowerment & Ervaringsdeskundigheid) opgericht kan worden. Bureau HEE zal net als het CSB de functie van gastheer en informatiepunt op zich nemen, maar legt daarnaast vooral de focus op het faciliteren en bevorderen van de inzet van ervaringsdeskundigheid. Bureau HEE wordt voor medewerkers hét aanspreekpunt als zij vragen hebben over herstelondersteunende zorg, bundelt beschikbare informatie en verzamelt vacatures voor ervaringswerkers en ervaringsdeskundigen.

Ervaringsdeskundige John Remmers schoolt afdelingen in herstelondersteunende zorg

Ervaringsdeskundige John Remmers start dit voorjaar met het geven van trainingen aan afdelingen binnen NK, te beginnen bij de afdeling Dubbele Diagnose. De medewerkers van de afdeling krijgen een training in het toepassen van herstelondersteuning en empowerment. Omdat persoonlijke ervaringen de basis zijn van elke vorm van ervaringsdeskundigheid, wordt medewerkers gevraagd of zij zelf een persoonlijke ervaring willen delen met hun collega’s, waarbij ze ook ingaan op de vraag hoe dit hen heeft gevormd en hoe ze de ervaring binnen hun werk (kunnen) gebruiken.

Cijfers

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal/Breda 127
Tilburg 105
Den Bosch/Oss 100
Eindhoven/Helmond 137

Samen starten

Actie Aantal
Aantal benaderde cliënten totaal 92
Doorgestuurd naar Samen herstellen 26
Na eenvoudige aanwijzingen alsnog ingeschreven 24
Na intensieve ondersteuning alsnog ingeschreven 34

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal 15
Breda 15
Tilburg 12
Den Bosch 7
Eindhoven 12
Oss 7
Den bosch ouderengroep 5

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 12
Tilburg 8
Den Bosch 24
Eindhoven 14

Aantal ervaringswerkers

Regio Aantal medewerkers
Breda 4
Tilburg 6
Den Bosch 9
Eindhoven 6

 

Kwaliteit en onderzoek eerste kwartaal 2017

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, heeft NK veel aandacht voor het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied in het eerste kwartaal van 2017.

GGZ Ecademy

Om te kunnen blijven inspelen op alle ontwikkelingen binnen de zorg, is het essentieel dat onze medewerkers goed opgeleid zijn en blijven. E-learning biedt daarbij veel mogelijkheden, omdat medewerkers dit zeer flexibel en op het gewenste moment kunnen toepassen, naast of in plaats van klassikale trainingen. Om deze reden heeft NK zich aangesloten bij de GGZ Ecademy, een coöperatieve vereniging van meer dan 40 instellingen binnen de GGZ. ‘We zullen ons opleidingsaanbod stapsgewijs aanpassen. Dit scheelt reistijd en medewerkers zijn niet meer afhankelijk van het tempo van de andere cursisten. Omdat veel (achtergrond)kennis online geleerd kan worden, kunnen de klassikale onderdelen bovendien veel effectiever worden ingezet: interactief en gericht op de praktijk.

Het roer moet om: Rapport administratieve lasten in de GGZ

GGZ Nederland heeft recent onderzoek gedaan naar de aard en de impact van de regeldruk en de administratieve lasten, die zoveel tijd en geld kosten dat medewerkers onvoldoende toe komen aan hun kerntaak: goede geestelijke gezondheidszorg. Voor het eerst zijn de administratieve lasten onderzocht in alle domeinen waar ggz en verslavingszorg wordt geleverd. Het onderzoek laat zien dat de administratieve lasten fors zijn toegenomen door toenemende controle- en inkoopeisen: de administratieve lasten bedragen inmiddels zo’n 25%! Het rapport Het roer moet om is afgelopen week aangeboden aan het Ministerie van Justitie en diverse stakeholders. Voorgesteld wordt om de administratieve lastendruk drastisch te verminderen en de urgentie wordt benadrukt om haast te maken met het verminderen van de administratieve lasten in het belang van de cliënt en de professional, zodat we weer toe komen aan waar het echt om gaat! Lees hier het hele rapport.

Agenda voor de zorg

Afgelopen week heeft een brede coalitie van patiënten-, cliënten- en ouderenorganisaties, zorgverleners, zorgaanbieders, publieke gezondheidsdiensten en zorgverzekeraars de ‘Agenda voor de Zorg’ gepresenteerd. De zorgpartijen willen vernieuwing in de zorg bereiken door een actievere betrokkenheid van cliënten en patiënten, meer inzet van innovatie en digitale zorg, meer goed opgeleide zorgverleners, een preventieakkoord, samenhangende afspraken over de kwaliteit en financiële kaders en minder regels. Dat zijn de hoofdpunten uit de agenda die door voorzitter Alexander Rinnooy Kan zijn gepresenteerd en aangeboden aan het ‘nieuw te vormen kabinet’.

Jacobine Geel, voorzitter van GGZ Nederland, sluit zich daarbij aan: ‘Deze Agenda voor de Zorg ondersteunt de doelstellingen waar ook de ggz aan werkt: goede, toegankelijke geestelijke gezondheidszorg dichtbij mensen, met aandacht voor preventie, onder meer door aanwezigheid in de wijk. We vragen een nieuw kabinet dit te ondersteunen’. Een goede geestelijke gezondheid betekent een gelukkiger samenleving en leidt bovendien tot hogere arbeidsproductiviteit, minder schooluitval, betere (fysieke) gezondheid en meer veiligheid. Bekijk hier het volledige rapport.

Onderzoek vervanging urinecontroles door speekseltesten in de Medische Heroïne Unit

Novadic-Kentron participeert in een onderzoek om bij cliënten van de Medische Heroïne Unit (MHU’s) urinecontroles op opiaten (zoals heroïne) te vervangen door meer gebruiksvriendelijke speekseltesten. In het najaar van 2016 zijn voor dit onderzoek bij de MHU’s in Den Bosch en Eindhoven metingen uitgevoerd bij de cliënten. De meting bestond uit het afstaan van speeksel, een blaastest en het inleveren van urine. Het merendeel van de cliënten werkte hier graag aan mee en ook de staf reageerde enthousiast. Het onderzoek, dat in samenwerking met Tactus, IrisZorg en Gelre ziekenhuizen wordt uitgevoerd, bevindt zich momenteel in de afrondende fase, waarbij de eerste resultaten deze zomer verwacht worden. Het doel hierbij is om urinecontroles op termijn overbodig te maken om opiaatgebruik te meten. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Harmen Beurmanjer, studiecoördinator NK.

Overige onderzoeken

  • Laura DeFuentes-Merillas van NK participeert in een onderzoek naar trainingsvormen om de ‘automatische aandacht’ bij alcohol- en cannabisverslaving te beïnvloeden. De verwachting is dat als deze training naast de reguliere behandeling plaatsvindt, dit een positief effect zal hebben op de behandeluitkomst en de kans op terugval zal worden verkleind. De resultaten worden eind dit jaar verwacht.
  • NK-medewerkers Laura DeFuentes-Merillas, Boukje Dijkstra en Cor Verbrugge voeren in opdracht van NISPA en IVO een literatuurstudie uit voor een rapport dat beoogt de indicatiestelling in de verslavingszorg te uniformeren en aan te laten sluiten bij recent beschikbare nationale en internationale onderzoeksresultaten.
  • NK-medewerker Cor Verbrugge heeft met Martinus Stollenga het hoofdstuk ‘Herstel in Nederland’ geschreven voor de publicatie ‘Handboek Herstelgerichte Verslavingszorg’ (onder redactie van prof. Vanderplasschen en prof. Vanderlaenen).
  • NK-medewerkers Harmen Beurmanjer, Cor Verbrugge, Boukje Dijkstra waren medeauteur van het onlangs verschenen NISPA-rapport: ‘GHB afhankelijkheid: ziektepercepties en behandelingsbehoeftes’. Het is een verslag van een kwalitatief onderzoek naar ziekte-inzicht bij GHB verslaafden.
  • NK-medewerkers hebben verschillende artikelen gepubliceerd over GHB. Er is onlangs een publicatie verschenen in het tijdschrift ‘Journal of EMDR Practice and research’ van onder andere twee NK-medewerkers (Rouhollah Qurishi & Bibi Bressers): EMDR Therapy Reduces Intense Treatment-Resistant Cravings in a Case of Gamma-Hydroxybutyric Acid Addiction. Verder zijn de volgende artikelen gepubliceerd:
    • Pharmacological Treatment in γ-Hydroxybutyrate (GHB) and γ-Butyrolactone (GBL) Dependence: Detoxification and Relapse Prevention. Kamal RM, van Noorden MS, Wannet W, Beurmanjer H, Dijkstra BA, Schellekens A. CNS Drugs. 2017 Jan;31(1):51-64. doi: 10.1007/s40263-016-0402-z. Review.
    • Detoxification with titration and tapering in gamma-hydroxybutyrate (GHB) dependent patients: The Dutch GHB monitor project. Dijkstra BA, Kamal R, van Noorden MS, de Haan H, Loonen AJ, De Jong CA. Drug Alcohol Depend. 2017 Jan 1;170:164-173. doi: 10.1016/j.drugalcdep.2016.11.014.
    • Psychiatric comorbidity, psychological distress, and quality of life in gamma-hydroxybutyrate-dependent patients. Kamal RM, Dijkstra BA, de Weert-van Oene GH, van Duren JA, de Jong CA. J Addict Dis. 2017 Jan-Mar;36(1):72-79. doi: 10.1080/10550887.2016.1214000.

Verslavingsreclassering en Forensische verslavingszorg eerste kwartaal 2017

Cliënten die naast hun verslaving delicten hebben gepleegd en daardoor met justitie in aanraking zijn gekomen, kunnen bij Novadic-Kentron begeleid worden door de Verslavingsreclassering en zo nodig behandeld door de Forensische verslavingszorg. In de meeste gevallen gebeurt dit binnen een justitieel kader, waarbij het OM opdrachtgever en/of verwijzer is. Kwaliteit en innovatie op deze afdelingen staan hoog in het vaandel om ook deze cliënten Nieuwe Kansen te bieden. Daarbij werken we ook samen met ketenpartners aan innovatieve projecten. Hieronder enkele highlights uit het eerste kwartaal van 2017.

Verslavingsreclassering in de ‘verkeerstoren’

Het Openbaar Ministerie heeft in het arrondissement Zeeland/West-Brabant een zogenoemde ‘verkeerstoren’: een regelcentrum waar alle via de politie binnengekomen zaken besproken worden en een keuze gemaakt wordt voor een logische of gewenste juridische afwikkeling. Zaken kunnen bijvoorbeeld worden doorgeleid naar de rechtbank (al of niet met rapportages van de Verslavingsreclassering), er kan via het OM een taakstraf worden opgelegd of zaken worden al of niet voorwaardelijk geseponeerd. Het Openbaar Ministerie heeft NK, Emergis en Reclassering Nederland (de 3RO) gevraagd om als vraagbaak en adviseur in dat verdeelcentrum te gaan participeren, met als specifieke taak het OM te adviseren over de mogelijke en gewenste medewerking van en instroom in de VR.

De 3RO zijn blij met het initiatief en hebben hun medewerking toegezegd. De verwachting is dat door de korte lijnen die het werken vanuit één ruimte biedt, een betere afstemming mogelijk is. Daarmee wordt zowel een kwaliteitsslag gemaakt als tijdwinst geboekt. Bij het parket Breda, waar de verkeerstoren zich bevindt, zijn inmiddels de nodige autorisaties geregeld en is een werkplek ingericht voor de reclasseringsmedewerkers. Reclasseringswerkers zijn vrijgemaakt om drie dagdelen per week ter plekke de nieuwe adviseursrol in te vullen. Een van hen is onze VR-collega Sjoukje Luisterburg.

Parels en Oesters

Om de kwaliteit van het aanbod van de Forensische Verslavingszorg te verbeteren en innovaties te kunnen doorvoeren, hebben Novadic-Kentron en zeven andere instellingen* een kwaliteitsnetwerk opgezet. Namens onze organisatie zit Christel Vogelpoel (senior verpleegkundige klinische forensische zorg) in het kernteam van dat netwerk. Begin februari organiseerde het netwerk een landelijke bijeenkomst Parels en Oesters. Vertegenwoordigers van de forensische afdelingen van de acht instellingen kwamen daar bij elkaar om kennis te delen, van elkaar te leren en met elkaar te praten over innovatie en verbetering. Reviewteams bestaande uit medewerkers én cliënten waren bij de betreffende instellingen op zoek gegaan naar onderscheidende sterke punten (Parels) en mogelijkheden voor verbetering en innovatie (Oesters). In totaal kreeg onze Forensische Verslavingszorg zes Parels toebedeeld voor:

  • de inzet van ervaringsdeskundigen;
  • het stimulerend behandelklimaat;
  • de samenwerking met de Verslavingsreclassering;
  • de juridische consultatie;
  • de laagdrempelige dagbesteding;
  • het betrekken van de cliënt bij de behandeling.

Ervaringsdeskundige John Remmers, werkzaam op onze forensische klinische afdeling, hield een workshop waarin hij, vanuit het thema destigmatisering, een toelichting gaf op de zes Parels voor NK.

Christel hield een korte pitch over de wijze waarop NK met de Oesters aan de slag gaat. Tijdens een volgende landelijke dag wordt uitgewisseld welke stappen er gemaakt zijn met de verbeterpunten.

*De acht instellingen van het kwaliteitsnetwerk zijn Bouman GGZ (onderdeel van Antes), Inforsa (onderdeel van Arkin), IrisZorg, Radix (onderdeel van Mondriaan), Tactus, Verslavingszorg Noord, Nederland, Victas (onderdeel van Arkin) en NK.

Meer oog voor jeugd

De Verslavingsreclassering van NK voert, als de rechter dit als bijkomende straf heeft opgelegd, trainingen uit met als doel cliënten die een delict hebben gepleegd te helpen om hun gedrag te veranderen. In heel Brabant heeft de VR zes speciaal opgeleide trainers die de training verzorgen. De VR heeft twee erkende trainingen: de Leefstijltraining en de training Alcohol en Geweld. Beide trainingen zijn bedoeld voor wetsovertreders van 18 jaar en ouder.

De Raad van de Kinderbescherming is samen met de jeugdofficier en de jeugdreclassering verantwoordelijk voor strafzaken van jongeren onder de 18 jaar. Ook bij deze doelgroep speelt middelengebruik regelmatig een rol. Vanuit de RvdK is landelijk aangekaart dat hun medewerkers onvoldoende zijn toegerust om daar adequaat op in te spelen. Daarom is besloten de Leefstijltraining (drie modules van vijf bijeenkomsten en een intake-, voortgangs- en eindgesprek) een justitiële erkenning te geven binnen het Jeugdstrafrecht, zodat deze door onze trainers uitgevoerd kan worden voor jongeren tussen de 16 en 18 jaar. Dat gebeurt in eerst instantie bij wijze van proef in de arrondissementen Oost-Brabant en Den Haag. De proef start nadat in juni twee voorlichtingsbijeenkomsten hebben plaatsgevonden voor Raadsonderzoekers, Jeugdreclasseerders en de Jeugdofficier van Justitie.

Verslavingsreclassering behaalt HKZ-certificaat

Eind vorig jaar ontvingen we het bericht dat Verslavingsreclassering het HKZ-certificaat heeft behaald. Dat is niet alleen van belang omdat dat een voorwaarde is voor subsidiering, maar ook erkenning van het feit dat medewerkers van onze VR veel aandacht hebben voor het borgen en verbeteren van de kwaliteit. De toekenning van het HKZ-certificaat is allerminst een formaliteit. Ook de VR kreeg deze erkenning niet zonder slag of stoot. Bij een audit in september 2016 moesten we met twee zogenoemde ‘tekortkomingen’ aan de slag: beter organiseren van de opslag van protocollen en procedures en de risico’s voor de producten van de VR in kaart brengen. Daarin zijn we geslaagd en dus kon het certificaat toegekend worden. Vanaf nu is het zaak ook op lange termijn aan de door de HKZ gestelde kwaliteitscriteria te blijven voldoen. Daarop gaat de Verslavingsreclassering de komende jaren volop inzetten.

Governance eerste kwartaal 2017

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. Hierbij zijn onze waarden (Toonaangevend en Fijn behandeld) leidend en gaan we regelmatig met cliëntvertegenwoordigers, ervaringsdeskundigen en de OR of andere medewerkers om de tafel om de gewenste kwaliteit te definiëren, de benodigde organisatie af te stemmen en samen te beoordelen of NK haar opdracht waar maakt om Brabant gezonder, veiliger en socialer te maken.

Onderzoek samenwerking Zorg van de Zaak

Zoals u weet, onderzoeken NK en het bedrijvennetwerk Zorg van de Zaak momenteel de mogelijkheden van samenwerking. Onderdeel van deze verkenningen is overleg over nieuwe governance-afspraken. We bekijken hoe de zeggenschap verdeeld kan worden tussen ZvdZ en NK, hoe de medezeggenschap (CR en OR) haar rol kan waarmaken en hoe op de besturing van NK toezicht kan worden gehouden. De klankbordgroep van NK (waaraan delegaties uit de Cliëntenraad, Ondernemingsraad, Managementteam en Raad van toezicht deelnemen) leveren hiervoor input.

Oprichting Familieraad

NK werkt aan de oprichting van een Familieraad (ofwel naastbetrokkenenraad). Voor herstel van een cliënt is de omgeving heel belangrijk. Het is dus essentieel dat de familie en andere belangrijke naasten op een goede manier betrokken worden bij de behandeling en het verdere herstel. De Familieraad/naastbetrokkenenraad zal zich dan ook met name richten op het verbeteren van de samenwerking tussen cliënt, hulpverlener en de naasten van de cliënt. De Familieraad/naastbetrokkenenraad zal samen met de Cliëntenraad en de OR een belangrijke rol gaan spelen bij het meebepalen van het beleid van NK. We zoeken echter nog mensen voor deze raad. Kunt en wilt u hieraan een bijdrage leveren, of kent u iemand die hiervoor bereid is om een aantal maal per jaar bijeen te komen? Laat het ons weten via nico.schreurs@novadic-kentron.nl.

Nieuwe Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz)

Er wordt momenteel gewerkt aan aanpassing van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz). Met de Wmcz II wordt beoogd de inspraak en medezeggenschap van cliënten en cliëntenraden in de zorg te versterken. De bekostiging van cliëntenraden wordt beter geregeld en cliëntenraden krijgen instemmingsrecht ten aanzien van een aantal beslissingen. Ook worden voor cliëntenraden en zorginstellingen de mogelijkheden verruimd om afspraken te maken die afwijken van de wettelijke regeling. Hierdoor wordt maatwerk mogelijk. Daarmee kunnen ook nieuwe vormen van medezeggenschap de ruimte krijgen. Voor de werkversie van deze wet kunt u kijken op http://ncz.nl/internetconsultatie-wmcz-ii/?gclid=CMWU_sjt-9ICFe8K0wodlLcKTA.

Ondernemingsraad

De Ondernemingsraad heeft de verkiezingen uitgesteld en de zittingstermijn verlengd tot uiterlijk 31 december 2017. Vakbonden en medewerkers zijn met dit uitstel akkoord gegaan. Aanleiding hiervoor is het traject inzake de samenwerking tussen Novadic-Kentron en Zorg van de Zaak.

Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht heeft zich in het eerste kwartaal, evenals de periode daaraan voorafgaand, vooral bezig gehouden met het meedenken en adviseren over de financiële continuïteit van de organisatie. De raad van toezicht had en heeft dus ook een belangrijke rol in het meedenken in en toezicht houden op het traject om te komen tot samenwerking met Zorg van de Zaak. De continuïteit van zorg en werkgelegenheid staan hierbij voor bestuur en de RvT voorop. Vorderingen worden gemaakt en blijven van nabij gemonitord worden door de RvT.

Cijfers eerste kwartaal 2017

In dit artikel vindt u de belangrijkste cijfers over het eerste kwartaal van 2017: u vindt hier cijfers over de totale instroom van cliënten en specifiek over jongeren. U vindt er informatie over het aandeel klinische behandeling, verschillende leeftijdscategorieën en primaire problematiek. Ook vindt u in dit artikel cijfers over ons personeelsbestand.

Alle cliënten

In 2017 in het eerste kwartaal waren 5.422 cliënten in behandeling, versus 5.418 in het eerste kwartaal van 2016. Van hen zijn 481 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 1.664
Opiaten 702
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 738
Xtc 7
Cannabis 546
GHB 154
Gokken 110
Overig of onbekend 1.501

 

Geslacht Aantal
Mannen 4.137
Vrouwen 1.285

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 1.537
24-50 jaar 3.348
18-23 jaar 463
< 18 jaar 74

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In het eerste kwartaal van 2017 zijn in totaal 537 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 421 in het eerste kwartaal van 2016.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 50
Opiaten 4
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 83
Xtc 6
Cannabis 177
GHB 11
Gokken 17
Gamen 41
Overig of onbekend 148

 

Leeftijd Aantal
12 1
13 0
14 4
15 14
16 22
17 33
18 48
19 61
20 71
21 78
22 89
23 106

 

Geslacht Aantal
Mannen 421
Vrouwen 116

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 januari 2017: 750
Aantal medewerkers per 1 januari 2017: 886

Aantal fte per 1 april: 728
Aantal medewerkers per 1 april: 858

Governance in 2016

Governance heeft betrekking op de manier waarop we met alle relevante partijen (zoals Cliëntenraad, Ondernemingsraad, bestuur, managementteam en Raad van Toezicht) samen besluiten nemen, toetsen en verantwoorden. Alleen met ‘good governance’ is het mogelijk om effectieve en betaalbare behandelingen en (herstel)ondersteuning mogelijk te maken. Hierbij zijn onze waarden leidend en gaan we regelmatig met cliëntvertegenwoordigers, ervaringsdeskundigen en medewerkers om de tafel om de gewenste kwaliteit te definiëren, de benodigde organisatie af te stemmen en samen te beoordelen of NK haar opdracht waar maakt.

Nieuwe zorgbrede governance code (ZGC)

In 2016 is landelijk een nieuwe Zorgbrede Governance Code (ZGC) ontwikkeld, die op 1 januari is ingegaan. De nieuwe code sluit aan op belangrijke ontwikkelingen in de zorgsector en de laatste inzichten op het gebied van governance. De code gaat uit van principes en niet van regels. Het bieden van goede zorg aan cliënten staat centraal en is daarmee het eerste principe. Daarnaast is er veel aandacht voor cultuur en gedrag, waarden, medezeggenschap en dialoog. Over de nieuwe versie van de code heeft afstemming plaatsgevonden tussen verschillende brancheorganisaties. Novadic-Kentron voldeed aan de vorige Zorgbrede Governance Code uit 2010 en voldoet eveneens aan de nieuwe code.

Raad van Toezicht

Onze Raad van Toezicht is in 2016 verrijkt met twee nieuwe leden (na vertrek van twee leden vanwege verstrijken van de termijn): Natasja Baroch en Rob van Damme. De Raad van Toezicht rondde in 2016 het COP-Koploperstraject van de NVTZ (Nederlandse Vereniging voor Toezichthouders in Zorg en Welzijn) af, waarin enkele koplopers op het gebied van toezichthouderschap met elkaar nadachten over vernieuwingen in het toezicht op de zorg.

Managementteam

Ook ons Managementteam is gewijzigd en tegelijk gekrompen; geneesheer-directeur Victor Buwalda is lid geworden van het managementteam en NK werd met het vertrek van Peter Nelissen door de drie overgebleven operationele managers geleid. Eind 2016 is een MT-lid vertrokken (Hilde Gersjes) en is een MT-lid een andere positie binnen NK gaan bekleden (Bernier van Hoof). Om deze reden is een nieuw MT-lid geworven. De nieuwe verdeling wordt voorlopig als volgt:

  • Gisela Masthoff: BasisGGZ, kortdurende specialistische GGZ en Kentra Business;
  • Ellen Rutgers: Gemeente/Wmo en Forensische verslavingszorg/Verslavingsreclassering;
  • Rogier Eijsink: Intensieve specialistische GGZ.

Victor Buwalda is vanaf 1 januari namens NK bestuurder van de VOF Dubbel Diagnose (samen met GGz Breburg).

Cliëntenraad

Op verzoek van het bestuur heeft een heroriëntatie plaatsgevonden op de werkzaamheden van de Cliëntenraad. Alleen medezeggenschapszaken zullen bij de CR blijven liggen. Dit zijn onder meer:

  • het behandelen van adviesaanvragen conform de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen;
  • afdelingsbezoeken/cliëntcontacten;
  • deelname aan de Governance commissie Raad van Toezicht;
  • deelname aan de ARBO-commissie.

Overige activiteiten zullen door (andere) ervaringswerkers binnen de organisatie opgepakt worden, zoals cliëntwaardering, deelname aan de Online Ontwikkelgroep, deelname aan de werkgroep Zorgpaden en de promotie van Nieuwe Kansen.

Sinds eind april is er één CR (in plaats van verschillende regionale deelraden) en werkt de CR met drie commissies: Beleid & Kwaliteit (onder meer voorbereiden adviesaanvragen), de commissie PR (website en nieuwsbrief) en de commissie Cliëntencontacten (die met name kijkt naar de signalen uit de afdelingsbezoeken). Er hebben verschillende wisselingen plaatsgevonden in de samenstelling van de CR.

Ondernemingsraad

De huidige OR heeft een tussentijdse vacature voor de resterende zittingstermijn niet meer ingevuld en ging hierdoor tijdelijk terug van elf naar tien leden. Voor de OR is het intensiveren van het contact met de medewerkers één van de speerpunten waarop succesvol is ingestoken. De OR heeft immers een centrale rol in de communicatie met en vertegenwoordiging van de medewerkers. De OR is gestart met het bezoeken van de teams. Tijdens deze teambezoeken zijn de ontwikkelingen binnen de organisatie besproken en aandachtspunten opgehaald. De OR kreeg tijdens de eerste gesprekken vanuit de medewerkers actief terug dat de OR goed bereikbaar is en zijn rol actief en naar volle tevredenheid van de medewerkers vervult. In 2017 worden deze teambezoeken voortgezet.

Overleg over nieuw model

Bovengenoemde gremia hebben in 2016 een aantal maal, zowel binnen de eigen geledingen, maar ook gezamenlijk met het bestuur, gesproken over vernieuwingen op het gebied van governance. Zo is in april oriënterend verkend hoe de verschillende partijen een toekomstig governancemodel zouden invullen. Een vervolgbijeenkomst wordt gepland, waarbij we met alle governance-actoren (delegaties) om de tafel gaan om te verkennen wat het beste model voor 2017 is voor het samenspel tussen de verschillende partijen.

Forensische verslavingszorg: tussen herstel en veiligheid

Veel mensen die in aanraking komen met justitie, hebben onderliggend een probleem met middelengebruik of een verslaving. Om hen succesvol te laten rehabiliteren in de maatschappij, is het noodzakelijk om deze problemen aan te pakken. Dat gebeurt door de Forensische verslavingszorg (FVZ). FVZ is daarmee een heel bijzondere vorm van zorg. Waar bij de reguliere verslavingszorg het belangrijkste doel is om het welzijn en de levenskwaliteit van individuele cliënten te verbeteren, heeft Forensische verslavingszorg (FVZ) een overkoepelend doel: recidive voorkomen en daarmee de veiligheid van de samenleving verbeteren. Cliënten die door de FVZ behandeld worden, komen bovendien nooit zelf op vrijwillige basis in contact met NK. Zij zijn daar omdat het een voorwaarde is die is opgelegd door de rechter. Dat zorgt ervoor dat de behandeling binnen de FVZ gekenmerkt wordt door tegenstellingen: een individu behandelen met een maatschappelijk doel, en iemand motiveren om te herstellen terwijl hij of zij daartoe verplicht wordt. Wat betekent dit voor de behandeling en de samenwerking tussen cliënt en reclassering?

NK heeft een kliniek voor Forensische verslavingszorg in Vught, maar ook ambulante forensische teams in alle Brabantse regio’s. Alle cliënten die hier worden behandeld, worden hierheen verwezen via justitiële kanalen en staan onder toezicht van de reclassering. Er worden cliënten uit het hele land behandeld, die zonder wachttijd in behandeling kunnen worden genomen.

René Vervoort, teamleider van de klinische FVZ-afdeling: “Bij veel cliënten die wij behandelen, heeft de rechter als – bijkomende – voorwaarde opgelegd dat de cliënt zich onder behandeling moet stellen van de verslavingszorg. Soms gaat daar eerst een detentieperiode aan vooraf, waarna de cliënt instroomt op onze klinische behandelvoorziening. Ook stromen cliënten in vanuit klinische voorzieningen met een zwaarder beveiligingsniveau. In het kader van de zogeheten ‘afschaling’ kan de cliënt het laatste gedeelte van hun behandeling bij ons volgen. Onze klinische afdeling is namelijk een laag beveiligde voorziening, die meer privileges kent dan hoog beveiligde voorzieningen zoals TBS-klinieken. Die afschaling is bedoeld om de terugkeer in de maatschappij meer geleidelijk te laten verlopen.”

Delictgedrag én verslaving aanpakken

De behandeling is zowel gericht op het voorkomen van recidive en daarmee het verkleinen van het delictrisico als op de verslaving. René: “Om daaraan tegemoet te komen, werken we onder andere met de zogenaamde delictketenanalyse. Daarmee leren we de cliënten riskante situaties herkennen en daar anders mee om te gaan. Want hoe impulsief een delict ook lijkt, er is altijd sprake van een riskante situatie die eraan vooraf gaat. Hierbij worden zowel face-to-facecontacten als online behandelmethodes ingezet.”

Tegelijkertijd wordt de daarmee samenhangende verslaving behandeld. Als dat nodig is, start die behandeling met een detox van zeven weken. Dat gebeurt op de klinische FVZ-afdeling in Vught. René: “We kunnen cliënten ook op laten nemen op de algemene detoxafdeling in Vught, maar dat doen we eigenlijk alleen bij GHB-verslaving, omdat dan zeer intensieve medische ondersteuning vereist is. Ontgiften op onze eigen afdeling heeft grote voordelen. Er zijn korte lijnen met de verwijzende instantie en de aandacht voor de specifieke forensische problemen en het motivatietraject starten onmiddellijk vanaf het begin van de behandeling. Daarom werken we soms ook met een langere detoxperiode dan gebruikelijk is bij de speciale detoxafdeling.”

Aansluitend aan de detox start de behandeling, in groepsverband of individueel. René: “Behandelen in groepen heeft onze voorkeur, omdat cliënten elkaar dan ondersteunen in hun veranderingsproces en elkaars motivatie vergroten. Want hoewel cliënten hier in een verplicht kader komen, is het voor hun herstel essentieel dat ze uiteindelijk zelf gemotiveerd worden om hun problemen aan te pakken. Ze moeten zelf gaan inzien dat het aanpakken van hun verslaving uiteindelijk de sleutel kan zijn om niet meer met justitie in aanraking te komen.

Fasebeleid verlof

Werken met deze doelgroep is niet vanzelfsprekend: deze groep heeft een verleden met justitie, dat betekent dat er vaak sprake was van grensoverschrijdend gedrag. Bepaalt dit ook het behandelklimaat binnen de FVZ? René: “Dat valt bij onze kliniek reuze mee, maar er zijn natuurlijk wel eens spanningen tussen cliënten onderling of cliënten en personeel. Een groot voordeel is dat cliënten onze kliniek niet zien als strafinrichting, maar als een behandelvoorziening. De meeste cliënten weten waarvoor ze komen en beseffen het belang van de behandeling. Naarmate de cliënt de controle over zichzelf terugkrijgt, nemen de vrijheden ook toe; dit noemen we het fasebeleid. Dit zorgt ervoor dat elke cliënt bewust wordt van eigen mogelijkheden en onmogelijkheden op dat moment. Binnen het fasebeleid kan een cliënt een stap vooruit zetten om te oefenen, maar ook terug naar eerdere fase, om zichzelf weer iets meer bescherming op te leggen.”

Meer weten?

Klik hier voor meer informatie over de Forensische verslavingszorg.

 

 

Intensieve ambulante behandeling voor jeugd nu ook in Breda!

“Wat de problemen ook zijn, elke jongere kan bij ons terecht!”

 Medio augustus is Kentra24 – de jeugdafdeling van Novadic-Kentron – gestart met Jeugd Intensief Ambulant in Breda (voorheen dagbehandeling genoemd). De reden hiervoor is dat we in plaats van opnames steeds meer ambulant willen behandelen. De jeugdkliniek in Sint-Oedenrode, waar dit aanbod al beschikbaar is, is voor jongeren uit het midden en westen van Brabant behoorlijk ver reizen en een ambulant aanbod in deze regio’s is dus zeer gewenst. Bij jongeren met fors middelengebruik stagneert de behandeling in andere zorginstellingen vaak. Wij willen een vaste en vertrouwde schakel zijn in de hele keten van jeugdhulpverlening, en werken dan ook veelvuldig samen met andere jeugdzorginstellingen. Zo krijgt elke jongere de juiste ondersteuning en hulp bij het stoppen met middelengebruik, en wordt de behandeling binnen een andere ggz- of jeugdzorginstelling weer effectief. Wat de problemen ook zijn, elke jongere kan bij ons terecht!

Bij Intensief Ambulant Jeugd komt een jongere voor een of meer dagdelen naar onze locatie voor verschillende therapieën, die in groepsverband of individueel gegeven worden. Vaak voorkomt deze ambulante behandeling een klinische opname, maar ook kan deze de klinische behandeling ondersteunen en een logische en meer geleidelijke tussenstap vormen na behandeling in de jeugdkliniek. De jongeren die behandeld worden bij Intensief Ambulant Jeugd zijn jongeren die niet alleen problemen met middelen hebben, maar vaak ook psychische problemen en problemen met bijvoorbeeld hun opleiding of werk, met hun familie of met justitie.

Grote problemen en grote verschillen

Anouk Bergmans, behandelaar bij Kentra24: “We zijn in Breda gestart met één dag intensief ambulant in de week. Daarbij werken we ook samen met Juzt, een organisatie die jeugd- en gezinshulp biedt. Jongeren krijgen hier een intensieve behandeling, waarbij ze de hele dag bij ons zijn.”

“We zijn nog maar pas begonnen in Breda, maar je merkt wel al dat dit aanbod echt in een behoefte voorziet. De jongeren die nu bij ons komen, zijn heel verschillend. Enerzijds hebben we jongeren die nog aan het afwegen zijn wat ze met hun gebruik willen doen. Dit vraagt om een laagdrempelige aanpak. We praten met hen over hun gebruik en de functie daarvan. Daarbij leggen we een brug naar de psychische problemen die hieraan ten grondslag liggen, en proberen hen te motiveren om hiermee aan de slag te gaan.”

“Aan de andere kant hebben we instroom van jongeren die al een klinische behandeling voor hun middelenproblemen gehad hebben, maar voor wie de stap van de kliniek naar slechts één gesprek per week te groot is. Zij zoeken naast hun werk of opleiding nog wat extra ondersteuning, om terugval te voorkomen en stabiliteit te bereiken wat betreft hun psychische problemen. Zij hebben al meer inzicht in hun valkuilen en sterke kanten, waardoor ze om meer diepgang vragen binnen de behandeling. De komende tijd staat gaan we dan ook een passend behandelaanbod op maat ontwikkelen voor de twee verschillende doelgroepen, om ervoor te zorgen dat de benadering goed aansluit bij de doelen van alle cliënten.”

Onmisbaar binnen de jeugdzorgketen

Ook voor ons aanbod in Breda werken we graag samen met ketenpartners en we zien dat ons aanbod een zinvolle aanbieding biedt op de jeugdzorg. Irene Dijkstra, hoofd Kentra24: “Binnen de jeugdzorgketen is ons aanbod, waaronder ook de intensief ambulante hulp, een onmisbare schakel. Bij de behandeling van jongeren met ernstige psychische en sociale problemen, lopen onze ketenpartners soms vast, omdat de jongere zoveel middelen gebruikt, dat een aanpak van de andere problemen niet effectief is. Wij kunnen het middelengebruik aanpakken, in combinatie met hulp voor de andere problemen. Als het middelengebruik onder controle is, kan de jongere effectief door andere jeugdzorg- of ggz-instellingen verder worden behandeld. Maar ook het gelijktijdig inzetten van behandeling voor verslavingsproblemen en andere behandelingen vanuit de GGZ werkt beter. We zijn ons aanbod nog verder aan het ontwikkelen om ook op locatie van GGZ of jeugdzorg ambulante hulp aan te bieden.”

Hulp nodig voor jongeren?

Novadic-Kentron biedt met Kentra24 hulp aan jongeren (12 tot 24 jaar) in heel Brabant. We behandelen verslaving aan alle middelen, inclusief bijkomende problemen zoals psychiatrische aandoeningen, een licht verstandelijke beperking, een justitiële achtergrond, sociale problemen of problemen met wonen, werk of financiën. We bieden op locaties in heel Brabant poliklinische hulp. Dagbehandeling (intensief ambulante hulp) bieden we in Breda en in onze jeugdkliniek in Sint-Oedenrode. Jongeren kunnen op deze laatste locatie ook worden opgenomen. Meer informatie? Neem contact met ons op!

De tandarts als doelgroep van preventie

“Goed flossen en stoppen met drugs gebruiken”

Onze preventiewerkers houden nieuwe ontwikkelingen op het gebied van drugs en verslaving nauwgezet in de gaten, en hebben daarbij altijd oog voor nieuwe doelgroepen – waaronder niet alleen gebruikers zelf, maar ook de professionals die met hen te maken krijgen. Nu zal iedereen onmiddellijk begrijpen dat bijvoorbeeld horecapersoneel of medewerkers van een casino in dat kader een belangrijke doelgroep van preventie zijn. Maar bij tandartsen en mondhygiënisten ligt dat minder voor de hand. Toch kan deze beroepsgroep volgens drugsexpert Charles Dorpmans een belangrijke rol vervullen in het bespreekbaar maken van gebruik en eventueel doorverwijzen van patiënten. Overmatig drugsgebruik heeft namelijk direct invloed op de mondgezondheid en het gebit.

Een tip van een patiënt

Charles Dorpmans voegde tandartsen toe aan zijn netwerk in 2015. Eind van dat jaar gaf hij op het congres The wild side of life een presentatie over de ontwikkelingen van alcohol- en drugsgebruik aan de Vereniging Medisch Tandheelkundige Interactie (VMTI). Joris Muris, tandartsenopleider en nauw betrokken bij de organisatie van het congres: “Voor ons congres waren we op zoek naar thema’s waar algemene gezondheid en mondgezondheid samenkomen. Alcohol- en drugsgebruik is zo’n thema. Gek genoeg kwam dat bij toeval ter sprake met een patiënt. Die tipte mij om Charles Dorpmans te vragen.”

Naar aanleiding van het congres vroeg de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT) Charles om in 2016 mee te werken aan een aantal kwaliteitsbijeenkomsten, verspreid over het hele land. In totaal hebben bijna 450 tandartsen, orthodontisten en enkele studenten tandheelkunde deelgenomen aan deze scholingsbijeenkomsten. 

Ingeburgerd

Charles Dorpmans: “Mijn bijdrage aan de KNMT-scholingen is tweeledig. Om te beginnen neem ik de deelnemers mee in de ontwikkelingen van middelengebruik van de afgelopen decennia. Die trip eindigt in 2016, nu het druggebruik inmiddels behoorlijk ingeburgerd is. Waar gebruikers een aantal jaar geleden nog stiekem snoven op slikten op de toiletten in het uitgaansleven, gebruikt men nu ‘gewoon’ aan de bar. Ook is er meer thuisgebruik.” Die normalisering brengt volgens Charles een groot risico met zich mee. Steeds meer mensen zullen vroeg of laat de keuze maken om te gebruiken, omdat de doelstelling van gebruik zo divers is geworden. En erger nog: “Op belevingsniveau zullen ze daarbij het idee hebben dat gebruik relatief onschuldig is. En dat terwijl alle drugsgebruik risico’s heeft,” aldus Charles. 

Geen taboes meer 

Dat de taboes op gebruik wegvallen, heeft ook voordelen. Charles: “Als de openheid rondom gebruik toeneemt, is het ook gemakkelijker om het erover te hebben. Zoals met tandartsen. Verslavingsdeskundigen kunnen tandartsen leren om gebruik te herkennen, zowel op basis van algemene signalen als op basis van de schadelijke effecten op mond en gebit. Maar ook kunnen ze hen gesprekstechnieken aanleren om het gebruik bespreekbaar te maken. Tandartsen zijn zorgprofessionals die hun patiënten goed kennen. Zij zien die patiënten immers van jongs af aan voor periodieke controles en behandeling. Als zij zich bewust zijn van de nadelige gevolgen van druggebruik, zoals het ontstaan van cariës door monddroogte en tandenknarsen, kunnen zij naast advies over goed poetsen, stoken en flossen ook eventueel drugsgebruik ter sprake brengen en de gevolgen voor het gebit bespreken. Ook kunnen zij hun patiënten wijzen op hulp bij een gespecialiseerde instelling als Novadic-Kentron.”

Eyeopener 

Charles heeft met zijn activiteiten de verslavingszorg als ‘partner’ van de tandheelkunde op de kaart gezet. Dat blijkt ook uit de evaluaties van zowel het congres als de workshops. Joris Muris: “Alhoewel wij doorgaans voornamelijk medische thema’s behandelen, was er voor het thema alcohol en drugs veel waardering. Het verhaal van Charles was een eyeopener voor de deelnemers.” Inmiddels wordt erover gedacht om deze vorm van deskundigheidsbevordering ook aan te bieden aan mondhygiënisten. Joris zou dat toejuichen: “Juist voor mondhygiënisten, die meer signalerend en preventief bezig zijn, zou het goed zijn als zij gebruik kunnen herkennen en indien nodig bespreekbaar maken.”

Forensische verslavingszorg en Verslavingsreclassering in 2016

Bij veel delicten speelt verslaving een rol. Uit cijfers van de Nationale Drugsmonitor 2016 van het Trimbos-instituut, blijkt dat alcohol- of drugsgebruik een factor is bij ongeveer een derde van de gewelds- en seksuele delicten. Naar schatting is bij 30% van alle gedetineerden verslaving de dominante zorgvraag. Bij stelselmatige daders loopt die schatting op tot meer dan 80%. Jaarlijks komen landelijk zo’n 20.000 justitiabelen terecht bij de Verslavingsreclassering (VR). Een groot deel daarvan wordt voor behandeling van de verslaving doorverwezen naar de Forensische Verslavingszorg (FVZ) (zie ook het artikel over onze Forensische Verslavingszorg).

De afdelingen VR en FVZ van Novadic-Kentron begeleiden en behandelen verslaafde cliënten die met justitie in aanraking zijn gekomen. Het belangrijkste doel daarvan is voorkomen van recidive. Daarmee leveren deze afdelingen een belangrijke bijdrage aan een veiliger samenleving, en uiteraard ook aan het herstel van deze doelgroep zelf. Hieronder kunt u meer lezen over belangrijke ontwikkelingen binnen onze justitiële zorg in 2016.

Sneller ingrijpen bij beginnende criminelen  

“Doen wat nodig is.” Onder dat motto lanceerde het Ministerie van Justitie het project Ruim baan en schiep daarmee financiële ruimte om sneller in actie te komen bij beginnende criminelen die aangehouden zijn voor relatief lichte vergrijpen. Dat gaf de reclasseringswerkers van NK de mogelijkheid om met deze nieuwe doelgroep aan de slag te gaan. De traditionele werkwijze, waarin de focus ligt op uitvoeren van grotendeels geprotocolleerde taken die voortkwamen uit rechtszaken, werd daarbij gedeeltelijk losgelaten.

In gesprek bij cliënten thuis

De geringe ernst van delicten bij deze doelgroep leidde vaak tot ‘plankzaken’ met een lange doorlooptijd. Door het uitblijven van een sanctie stijgt echter de kans op herhaling. Daarom gaan VR-medewerkers nu in een zo vroeg mogelijk stadium in gesprek met deze cliënten over het vergrijp en daarmee samenhangend middelengebruik. Die eerste gesprekken vinden ook plaats in de thuissituatie, waardoor bovendien de naasten van de cliënt betrokken kunnen worden. Zo nodig vindt doorverwijzing naar de Forensische Verslavingszorg plaats. 

Geen strafblad

De nieuwe werkwijze dient een groot maatschappelijk belang: de kans op recidive wordt verkleind, de samenleving wordt veiliger en het justitiële apparaat wordt ontlast. Maar ook voor de cliënt heeft de snelle interventie voordelen. Als de cliënt meewerkt, wordt de zaak – al dan niet voorwaardelijk – geseponeerd en krijgt hij of zij geen strafblad. Als de cliënt daarbij door de vroegtijdige aanpak grip krijgt op de achterliggende verslavingsproblemen, heeft hij of zij daar bovendien het hele leven lang profijt van. 

Slachtofferbewust werken bij de Verslavingsreclassering

Een delict heeft grote impact op de slachtoffers. Afhankelijk van de ernst van het delict kunnen slachtoffers daar langdurig last van hebben. Aandacht voor het slachtoffer heeft dan ook altijd een rol gespeeld in het werk van zowel onze reclasseringswerkers als die van de Forensische Verslavingszorg. Maar de focus lag primair op de dader en de problemen die met het delict samen hingen. In 2016 werd, in navolging van een Europese richtlijn, de aandacht voor de slachtoffers veel explicieter.

Eigen verantwoordelijkheid erkennen

Daders onderdrukken vaak gevoelens van schuld en schaamte, zowel tijdens als na het delict. Bij verslaafde cliënten, die gewend zijn om hun emoties met middelen te dempen, is die neiging nog sterker. Toch is het van belang dat daders spijt ervaren over hun rol in het delict. Dat besef helpt herhaling te voorkomen. Daders nemen immers pas verantwoordelijkheid voor het delict als ze hun eigen rol daarin erkennen. Maar ook voor de slachtoffers is het belangrijk dat de dader de eigen rol erkent. Als een slachtoffer weet waarom de dader het heeft gedaan en dat deze oprecht spijt heeft en inziet wat hij of zij heeft aangericht, wordt die schokkende gebeurtenis vaak beter hanteerbaar. 

Timing

Dit is uiteraard geen makkelijk proces, zowel voor cliënt als behandelaar. Slachtofferbewust werken vraagt van onze medewerkers dat deze onbevooroordeeld kunnen luisteren. Zij moeten de confrontatie met de cliënt aangaan, maar niet zo snel dat de cliënt dicht klapt. Bij de meeste cliënten is het bovendien nodig om eerst andere problemen te bespreken, zoals verslaving of traumatische ervaringen uit het verleden.

Steeds meer verwarde personen

Een bedreiging voor de veiligheid is de toename van verwarde personen in de openbare ruimte. Het aantal meldingen van incidenten bij de politie stijgt sterk, maar ook onze organisatie krijgt steeds meer signalen hierover: zware drinkers met suïcidale neigingen, drugsgebruikers die doordraaien en zware verslaafden die in hun huis verkommeren en overlast veroorzaken, zijn daar voorbeelden van. Als een van de oorzaken worden veranderingen in de zorg genoemd: mensen worden minder snel opgenomen, minder lang behandeld en krijgen niet-specialistische hulp, die voor velen prima werkt, maar soms ook verkeerd uitpakt.

Ketenaanpak

De toename van verwarde mensen is geen exclusief probleem voor de forensische verslavingszorg. De forensische verslavingszorg komt alleen in beeld als verwarde personen onder invloed van middelen delicten plegen. Maar ook in dat geval hebben andere organisaties vaak al contacten met deze cliënten, en zijn verschillende partijen betrokken bij een oplossing. Dat maakt een ketenaanpak noodzakelijk. In verschillende gemeenten in ons werkgebied, zoals in Breda en Tilburg, zijn hierover in 2016 afspraken gemaakt. Zo worden schuttingen binnen en tussen instellingen weggenomen en komt er ruimte om elkaars expertise beter te benutten.

Kwaliteit en onderzoek in 2016

Als toonaangevend expert op het gebied van riskante leefstijl en verslaving, investeert Novadic-Kentron aanzienlijk in het ontwikkelen en vergroten van kennis en het verbeteren van de kwaliteit van onze zorg. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied in 2016.

NK participeert in Onderzoeksagenda GGZ

De Nederlandse gezondheidszorg staat in de wereld in de top. Het bereik, de kwaliteit en de waardering van de cliënten en patiënten voor de zorg zijn toegenomen. De maatschappelijke gevolgen van psychische stoornissen zijn echter niet afgenomen, en zoals bekend heeft verslavingsproblematiek ernstige effecten op kwaliteit van leven en functioneren. Blijvende aandacht voor de problemen en vragen die nog steeds bestaan, is dus essentieel. Om tot een nieuw onderzoeksprogramma te komen voor de GGZ, heeft NK geparticipeerd in de ‘Onderzoeksagenda GGZ: De juiste behandeling op het juiste moment’ (GGZ-Nederland, 2016). Samen met andere verslavingszorginstelling wordt dit uitgewerkt tot een landelijke onderzoeksagenda.

RIVM-rapport kosten-baten van verslavingszorg

NK heeft een belangrijke rol gehad bij de totstandkoming van het RIVM-rapport ‘Maatschappelijke kosten-batenanalyse van cognitieve gedragstherapie voor alcohol- en cannabisverslaving’. Hieruit blijkt dat de verslavingszorg een belangrijke maatschappelijke bijdrage levert en dat interventies leiden tot aanzienlijke netto baten voor de samenleving.

Onderzoeken GHB

Door budgetbeperkingen wordt onderzoek steeds meer vormgegeven in samenwerking met andere instellingen en universiteiten. In 2016 richtten verschillende onderzoeken zich op GHB. Verslavingsarts Rama Kamal deed in samenwerking met NISPA onderzoek naar de detox van cliënten met GHB-verslaving. Dr. Kamal is in februari 2016 gepromoveerd op dit onderzoek. In september kende het ministerie van VWS subsidie toe voor een onderzoek naar ziektebesef van patiënten met GHB-verslaving. De studie maakt onderdeel uit van het promotietraject van wetenschappelijk medewerker Harmen Beurmanjer.

Overige onderzoeken in 2016

In 2016 vonden hiernaast de volgende onderzoeken plaats:

  • onderzoek naar doorbreken van verslaving aan benzodiazepinen met het medicijn flumazenil (Erik Paling), lopend;
  • onderzoek naar Cognitive Bias Modification, gericht op het voorkomen van terugval bij alcohol- en cannabisverslaving (in samenwerking met VNN en Universiteit van Amsterdam), lopend;
  • nieuwe detoxrichtlijnen (in samenwerking met NISPA), lopend;
  • onderzoek naar hersenschade bij GHB-coma in samenwerking met AmC UvAmsterdam (Boukje Dijkstra), lopend;
  • dieronderzoek toxiciteit GHB en alternatieve mogelijkheden voor detoxificatie (Harmen Beurmanjer), lopend;
  • onderzoek naar de voorspellende validiteit van de MATE-s (Lieke Knapen), lopend;
  • literatuuronderzoek naar indicatiestelling in samenwerking met IVO (Laura DeFuentes), lopend;
  • onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit van de Nederlandse herziene versie van de CRA-TVL (Maaike van Irsel & Peter Greeven), lopend;
  • onderzoek naar een verbeterde toegang voor jongvolwassenen met LVB-problematiek, in samenwerking met IVO (Peter Greeven), lopend;
  • onderzoek naar ontwikkeling van nieuwe speekseltesten voor drugsscreening, in samenwerking met Tactus (Harmen Beurmanjer), lopend;
  • kwalitatief onderzoek naar ziekte-inzicht bij GHB verslaving (Harmen Beurmanjer), afgerond;
  • GHB in haarstalen: detectie-onderzoek naar Gammahydroxyboterzuur (Cor Verbrugge) in samenwerking met Cleo Crunelle, UvAntwerpen, afgerond.

Opleidingen

Op het gebied van opleidingen heeft NK in 2016 belangrijke stappen gezet:

  • Intern is geïnvesteerd in een hernieuwd opleidingsprogramma waarbij we gebruik maken van e-learning (GoodHabitz en GGZ Ecademy).
  • Een nascholingsprogramma ‘Verslaving en Psychiatrie’ is ontwikkeld, dat geaccrediteerd is door de beroepsverenigingen.
  • Naar aanleiding van het nieuwe Handboek cognitieve gedragstherapie bij middelengebruik en gokken, heeft NK een training georganiseerd voor medewerkers.
  • Intern leidt NK ook onder meer klinisch psychologen en GZ-psychologen op. NK is opnieuw erkend als praktijkinstelling voor de opleiding tot verslavingspsychiatrie en we zijn erkend als praktijkinstelling voor de opleiding tot klinisch psycholoog. Voor beide opleidingen werken wij samen met regionale GGZ-instellingen.
  • Extern ontwikkelen we opleidingsaanbod voor huisartsen, wijkteams, enzovoorts. Er is steeds meer vraag naar specifieke verslavingsexpertise in de generalistische zorg. We proberen daarop in te spelen door ook onze preventiemedewerkers en specialisten op consultatiebasis voorlichting en training te laten geven.

Kwaliteitsstatuut

Iedere zorgaanbieder (instelling en vrijgevestigden) binnen de GGZ onder de zorgverzekeringswet is vanaf 1 januari 2017 verplicht om een eigen kwaliteitsstatuut te hebben, dat is geregistreerd én geaccordeerd. In het kwaliteitsstatuut wordt uiteengezet hoe NK de behandeling vormgeeft, hoe de ‘patient journey’ eruit ziet en welke regiebehandelaars bij de behandeling betrokken zijn. Eind 2016 heeft NK het kwaliteitsstatuut ingediend en is dit erkend door het Zorg Instituut Nederland.

Behandeleffectmetingen

NK participeert intensief in de uitwisseling met de Stichting Benchmark GGZ, die via de ROM (routine outcome measurement) landelijk de behandeleffectmetingen op middelengebruik berekent. Hierbij blijkt dat NK wederom boven het landelijk gemiddelde scoorde. We zijn blij met deze score, maar blijven de ROM-metingen vooral gebruiken om de kwaliteit van de zorg verder te verbeteren.

Zorg op orde

Het afgelopen jaar is wederom veel geïnvesteerd in het op orde krijgen van onze zorg, passend binnen de nieuwe financiële kaders. We hebben zorgpaden ontwikkeld en geïmplementeerd, waarlangs de cliëntenzorg is ingericht. Ook is er fors ingezet op vernieuwing van onze ICT-omgeving, waardoor iedere medewerker nu de beschikking heeft over een eigen laptop. Deze vernieuwing was noodzakelijk om de organisatie toekomstbestendig te maken, waarbij we steeds flexibeler worden in onze diensten. Centraal daarbij staat de cliënt en zijn/haar herstelproces.

Zorgstandaarden

Tot slot heeft NK in 2016 geparticipeerd in de ontwikkeling van de zorgstandaarden voor de verslavingszorg. Deze zorgstandaarden, die in 2017 geïmplementeerd moeten worden, gaan uit van een zorgperspectief waarbij professionele en ervaringskennis samenkomt: zorg op de juiste plek, in goede samenhang en rondom de cliënt. Dat zal voor 2017 een belangrijke opdracht worden voor NK.

Speelbewust: unieke app om gokverslaving te voorkomen

Voor veel mensen is gokken op speelautomaten een ontspannend tijdverdrijf. Voor een aantal spelers echter is gokken geen leuk spelletje meer, maar ligt verslaving op de loer. Voor die spelers is de nieuwe app Speelbewust beschikbaar. De app is uniek: hij helpt spelers niet alleen om via GPS-signalen hun gokgedrag te monitoren en in de hand te houden, maar kan ook gebruikt worden door medewerkers van automatenhallen, familieleden, vrienden en behandelaars. Ook zij worden, met toestemming van de speler, op de hoogte gehouden en kunnen op basis van informatie over het speelgedrag het gesprek met de speler aangaan.  

Hoe werkt de app Speelbewust?

De speler installeert de app en kan vervolgens maximale speeltijden en geldbedragen invoeren. De app herkent op basis van GPS-signalen wanneer de speler een automatenhal betreedt. Op dat moment gaat de speeltijd lopen. De speler krijgt signalen over zijn of haar speelgedrag op basis van de ingestelde maxima. De app zal risicovol gedrag onmiddellijk aan de speler melden. Als de speler een buddy (bijvoorbeeld een medewerker van een automatenhal, familielid, vriend of behandelaar) heeft aangewezen, wordt ook deze direct geïnformeerd. Bij (herhaald) risicovol gedrag kan de speler zichzelf opleggen een periode niet te spelen.     

Pilot

De app is ontwikkeld door E-ASSYST in opdracht van Fair Play Casino’s (FPC). Onze organisatie en de VAN Kansspelen brancheorganisatie waren hierbij nauw betrokken. Ook zijn medewerkers van FPC zijn door ons getraind om risicovol speelgedrag te signaleren en te bespreekbaar te maken.

Aanbod Novadic-Kentron in 2016

2016 was een veelbewogen jaar. Net als veel andere zorginstellingen stond NK voor de nodige uitdagingen in een snel veranderend zorglandschap. Maar die uitdagingen hebben ook geleid tot veel positieve ontwikkelingen: ons zorgaanbod is helder omschreven in zorgpaden, onze wachttijden zijn drastisch ingekort en we hebben een nieuwe missie gelanceerd: Samen Nieuwe Kansen Creëren. Onze huisstijl is aangepast aan ons nieuwe verhaal. Centraal daarin staan de prachtige portretten en citaten van onze cliënten die u ook op onze website kunt zien. Over andere belangrijke ontwikkelingen in ons aanbod leest u in het overzicht hieronder.

In 2017 wil NK zich verder ontwikkelen als expert op het gebied van verslavingskunde en herstel. We streven ernaar een zelfstandige organisatie te blijven met vitale teams en medewerkers, maar als dat nodig is en dat de beste garantie biedt voor de continuïteit van onze zorg aan cliënten, zullen we daarin verregaande samenwerking met partners uit het zorgveld zeker niet uit de weg gaan. Daarbij zullen we net als in 2016 oog blijven houden voor kwaliteit en vernieuwing. Wij blijven toonaangevende zorg bieden, en willen dat iedereen zich fijn behandeld voelt.

Wachttijden drastisch ingeperkt 

In de tweede helft van 2016 is NK een offensief gestart om de wachttijden terug te dringen. Voor het eerste contact en de intake is dat al volledig gelukt. De maximale wachttijd is voor alle locaties en afdelingen teruggebracht tot maximaal één week. De wachttijden voor de start van de behandeling liggen nog iets hoger, maar nog steeds binnen of rond de norm. In 2017 verwachten we forse vervolgstappen te kunnen zetten. We passen de intakeprocedure aan, zodat nieuwe cliënten op hetzelfde moment en op één locatie het eerste intakegesprek hebben, medisch onderzocht worden en een behandelplan met hen besproken wordt. Vervolgens wordt meteen een afspraak gemaakt voor de start van de behandeling.

Anita wordt opgenomen ingezet voor destigmatisering 

De beeldvorming rond verslaafden en verslaving is eenzijdig en negatief. NK wil die beeldvorming doorbreken door te laten zien dat verslaving iedereen kan overkomen en dat verslaafden wel degelijk kunnen herstellen. We zijn dan ook bijzonder trots op de cliënten hebben meegewerkt aan de portretten voor de nieuwe huisstijl. Maar ook op de cliënten die in 2016 meegewerkt hebben aan de televisieserie Anita wordt opgenomen, die in oktober en november werd uitgezonden. Zij voerden op integere wijze indringende gesprekken met presentatrice Anita Witzier. Naar Anita wordt opgenomen keken gemiddeld 850.000 kijkers, die de serie een waardering van 7,8 gaven. Wij zijn ervan overtuigd dat daarmee een behoorlijke groep mensen een meer genuanceerde kijk op verslaving heeft ontwikkeld. Wij zijn alle cliënten die meegewerkt hebben aan deze bijdragen aan de destigmatisering van verslaving veel dank verschuldigd!

Preventie ondersteunt Sociale Wijkteams bij problemen door gebruik

Omdat zorg steeds meer in de eigen omgeving wordt geboden, krijgen Sociale Wijkteams binnen gemeentes in toenemende mate te maken met complexe problematiek, waarbij middelengebruik een rol speelt. Vaak ontberen de wijkteams specifieke ervaring en expertise op dit gebied. Onze preventiewerkers helpen de wijkteams op weg. Zij leren medewerkers problematisch gebruik en verslaving in een vroeg stadium te herkennen en leren hen adequaat om te gaan met complexe casussen. Daarbij worden verbindingen gelegd met de collega’s van de BasisGGZ en indien nodig de specialistische verslavingszorg. Zo worden medewerkers van de teams deskundiger en bouwen ze als generalisten de expertise op die nodig is om probleemgebruikers en verslaafden met een effectieve interventie bij te staan.

Expertpanel Breda

De gemeente Breda en NK hebben van 2013 tot 2015 deelgenomen aan het Europese Local Passproject. Samen met organisaties uit onder andere Italië en Portugal werd een toolkit ontwikkeld die door expertpanels gebruikt kan worden om drugstrends tijdig te identificeren en preventieactiviteiten in te zetten om problemen door het gebruik van die zogenaamde nieuwe psychotrope stoffen (NPS) te voorkomen. In februari 2016 ging, in vervolg hierop, het Bredase expertpanel van start. Preventiewerkers Alex van Dongen en Charles Dorpmans werken daarin samen met Bredase sleutelfiguren van ketenpartners zoals gemeente, politie, horeca, ziekenhuizen, GGD, onderwijs en zorginstellingen. Trends worden gedetailleerd in beeld gebracht en passende interventies worden ontwikkeld om problemen voor de volksgezondheid te voorkomen. Zo is in het najaar vanuit het expertpanel een aantal jonge ervaringsdeskundigen gevraagd om een voorlichtingsfilm te maken.

Steeds meer detox bij cliënten thuis 

Thuis detoxen is een goed voorbeeld van de manier waarop NK haar zorgaanbod aanpast aan de eisen van deze tijd. Steeds meer cliënten maken – als dit in hun situatie verantwoord is – gebruik van de mogelijkheid om in eigen omgeving af te kicken. Thuis afkicken gebeurt altijd onder supervisie van een verslavingsarts, en verpleegkundigen houden letterlijk en figuurlijk – in het begin zelfs dagelijks – een vinger aan de pols om gezondheidsrisico’s te minimaliseren. Deze ontwikkeling sluit naadloos aan bij de beleidsuitgangspunten om het aantal klinische bedden af te bouwen en hulp zoveel mogelijk in de eigen omgeving aan te bieden.

Intake en behandeling LVB-cliënten 

Mensen met een lichte verstandelijke beperking zijn zeer kwetsbaar voor afhankelijkheid aan middelen. Die afhankelijkheid gaat vaak samen met veel andere problemen, zoals psychische aandoeningen. Deze complexe doelgroep vraagt vanaf de intake een eigen aanpak. Om deze reden werkt NK sinds 2016 met een LVB-vriendelijke intake. We gaan uit van de eigen hulpvraag van de cliënt, zodat wordt voorkomen dat vooral óver en niet mét hen wordt gesproken. We blijven de begeleiders vanuit de LVB-sector uiteraard wel intensief betrekken, als de cliënt daarmee instemt. Zo ontstaat een volledig beeld, waarbij we vooral focussen op de motivatie, behoeften en wensen van de cliënt zelf.

Ook is de samenwerking met andere partners uit de LVB-sector versterkt. Hulpverleners in de LVB-sector onderschatten vaak de ernst van middelengebruik. Om samen betere zorg en begeleiding aan deze doelgroep te kunnen bieden, werken we samen met Cello en de la Salle en zijn we in gesprek met andere partners uit de LVB-sector. We bieden hen deskundigheidsbevordering, betrekken hen bij de behandeling en evalueren tussentijds. Uiteindelijk willen we ook personeel uitwisselen om elkaars expertise te vergroten.

Bezoekers FACT-congres 2016 bezinnen zich op de toekomst 

650 professionals bogen zich op 22 september in het Parktheater in Eindhoven over de toekomst van FACT tijdens het grote landelijke congres ‘F-ACT into the Future’ dat ieder jaar in een andere regio plaatsvindt. NK en mede-organisator GGzE kozen dit jaar voor een ‘congrestival’, waarin elementen van een congres en een festival werden gecombineerd. Er waren zowel sprekers met een boeiend betoog als theater dat ruimte bood om elkaar te inspireren en samen te brainstormen over de toekomst. Deze formule viel bij de deelnemers goed in de smaak, zo bleek uit de vele positieve reacties na afloop. Nadrukkelijk kwam naar voren dat we de toekomst van FACT sámen moeten vormgeven: zorgaanbieders, beleidsmakers en zeker ook de cliënten, naasten en de directe omgeving.

Hostel Den Bosch  

Stigmatisering is ook zeer negatief voor de realisatie van woonvoorzieningen voor dak- en thuisloze verslaafden. Met name bij het hostel in Den Bosch had dit dramatische gevolgen: de eerste beoogde locatie voor deze woonvoorziening werd in brand gestoken. De bijeenkomsten voor omwonenden bij andere locaties verliepen vervolgens zeer tumultueus. Uiteindelijk is het hostel er toch gekomen en inmiddels draait het al tweeëneenhalf jaar uitstekend. Van de verwachte overlast door de dertig bewoners blijkt geen sprake te zijn. Het onafhankelijk onderzoeksbureau Dimensus heeft in opdracht van de gemeente de afgelopen jaren drie leefbaarheids- en veiligheidsmetingen gehouden. De waardering voor woonomgeving en leefbaarheid blijkt zelfs iets hoger dan voor de komst van de woonvoorziening. Het incidenten- en beheeroverleg, waar klachten over overlast worden besproken met onder meer politie, stadstoezicht en bewoners, bevestigen de onderzoeksresultaten. Van grote incidenten is geen sprake geweest. Er zijn wel eens klachten, maar die worden meteen aangepakt. Daardoor is de acceptatie in de buurt inmiddels goed. En niet minder belangrijk: ook op de bewoners heeft de voorziening een positief effect. Hoewel lange tijd alleen uitgegaan werd van een permanent verblijf, kwamen in 2016 vijf bewoners in aanmerking voor een passend woonalternatief buiten het hostel.

Lovend inspectierapport voor SVP-CN 

De Stichting Verslavingszorg en Psychiatrie-Caribisch Nederland (SVP-CN) is een aan NK verbonden onderneming, die op Bonaire, Saba en Sint Eustatius geestelijke gezondheidszorg biedt. Eind 2015 deed de Inspectie voor de Gezondheidszorg onderzoek naar de organisatie van de ggz op deze eilanden. In 2016 kwam daar een positief rapport uit voort. Hierin werd zelfs gesteld dat de zorg in Nederland op sommige punten een voorbeeld kan nemen aan de ggz in Caribisch Nederland, bijvoorbeeld op het gebied van ambulantisering. De medewerkers van de SVP-CN zijn, mede door de beperkte klinische zorg, prima in staat op creatieve en flexibele wijze poliklinisch in te spelen op de problematiek van de cliënten. De Inspectie signaleerde op een aantal onderdelen wel nog wat ruimte voor verbeteringen, zoals bij de uitwisseling van data met huisartsen en ziekenhuizen, de afstemming met de apotheken en de klachtenregeling. De SVP-CN was bij het verschijnen van het rapport al voor een deel met die verbeterpunten aan de slag. In 2016 worden alle punten opgepakt. De SVP-CN wil zo een volgende kwaliteitsslag maken.

Herstelondersteunende zorg in 2016

Herstelondersteunende zorg is een van de belangrijkste pijlers van de visie van Novadic-Kentron. Bij herstelondersteunende zorg bepaalt de cliënt zelf wat hij of zij wil bereiken, en neemt hier zoveel mogelijk zelf de regie in, met ondersteuning van de hulpverlener. Hierbij is het inzetten van ervaringsdeskundigheid essentieel: als aanvulling op de zorg, als brug tussen cliënt en professional en als derde kennisbron naast professionele en wetenschappelijke kennis.

Van cliënt naar ervaringswerker naar ervaringsdeskundige

Alle cliënten die bij NK in behandeling zijn – maar ook mensen die nog twijfelen over aanmelding – kunnen meedoen aan een van de ervaringsgroepen binnen NK om met anderen te delen wat zij meemaken.

Cliënten die hun ervaringen willen inzetten om anderen te helpen, kunnen deelnemen aan een coachingsgroep om ervaringswerker te worden. In de coachingsgroep leren ze om hun eigen individuele ervaringen om te zetten in vaardigheden om cliënten met soortgelijke, maar unieke verhalen te ondersteunen bij hún herstel. Ook leren ze daar de valkuilen te vermijden die elke ervaringswerker tegenkomt: bijvoorbeeld de neiging om alles op te lossen voor een cliënt, in plaats van deze te stimuleren zelf de regie te nemen.

Wie voldoende vaardigheden ontwikkeld heeft, kan benaderd worden om ervaringswerker te worden. Ervaringswerkers kunnen andere cliënten helpen bij Samen Herstellen (ondersteuning van cliënten voor, tijdens en na behandeling) of Samen Starten (zie hieronder), vrijwilliger worden bij de Cliëntenraad of op een afdeling van NK, of zelf een ervaringsgroep gaan leiden.

Wie als ervaringswerker van het ondersteunen van cliënten zijn of haar werk wil maken, kan in een later stadium in aanmerking komen voor een stage- of werk/opleidingsplek bij NK. Een ervaringswerker die een relevante mbo- of hbo-opleiding heeft gevolgd, noemen we ervaringsdeskundige. Een ervaringsdeskundige kan (betaald) binnen NK of een andere zorginstelling gaan werken. Ook de coachingsgroepen worden geleid door een ervaringsdeskundige.

Samen Starten

In 2016 zijn we begonnen met het project Samen Starten. De ervaringswerkers en -deskundigen van Samen Starten helpen (potentiële) cliënten die nog niet ingeschreven kunnen of willen worden. Bij de inschrijving moet aan een aantal eisen worden voldaan, omdat de behandeling anders niet door de zorgverzekeraar betaald wordt. Er moet een verwijsbrief van de huisarts zijn die bovendien de juiste inhoud moet bevatten, cliënten moeten een zorgverzekering hebben én een BSN-nummer. Niet alle cliënten zijn in staat om dit zelfstandig te regelen. Samen Starten helpt hen daarbij. Ook zijn er cliënten die nog twijfelen over hun aanmelding. Zij hebben wel een hulpvraag, maar de drempel naar hulpverlening is nog te hoog. Via Samen Starten vinden zij een luisterend oor, en kunnen ze worden doorverwezen naar een van onze ervaringsgroepen. Via die ervaringsgroepen komt het dan toch vaak tot een aanmelding.

Markieza wint Movisie participatieprijs

Markieza, de academie voor herstel en ervaringsdeskundigheid uit Eindhoven, heeft in 2016 de Movisie participatieprijs gewonnen. Het landelijk kennisinstituut en adviesbureau voor het sociale domein wil met deze prijs initiatieven bekronen die de participatie van kwetsbare groepen bevorderen. Markieza wint de prijs onder meer omdat het bruggen bouwt tussen hulpvrager en instellingen en omdat de jury Markieza een voorbeeld acht van de ontwikkeling, positionering en de kracht van ervaringsdeskundigheid. De prijs, die onder meer bestond uit een geldbedrag van € 2.500, werd in april uitgereikt. NK werkt intensief samen met Markieza, denkt actief mee over het doorontwikkelen van opleidingsmogelijkheden en levert daarvoor docenten.

Start Nex2Next in Den Bosch

NK heeft medio 2016 een trekkende rol vervuld bij de totstandkoming van Nex2next, een nieuw samenwerkingsverband in de regio Noordoost Brabant, dat is gefinancierd door de gemeente Den Bosch en regiogemeenten, samen met zorgverzekeraar VGZ. Hierbij hebben acht organisaties (NK, GGZ Oost Brabant, Reinier van Arkel, Herstelgroep Nederland, Avans Hogeschool, Weener XL groep, Ismes huis, Stichting Door en Voor en Markieza) de handen ineen geslagen om kwetsbare mensen in de wijk te ondersteunen via een leer-werkexperiment. Ervaringswerkers gaan samen met studenten van Avans werkprojecten in de wijk starten om de leefbaarheid ter plekke te verbeteren, samen met de bewoners.

Cliënten werken mee aan kunstproject Den Bosch

Bij herstelondersteuning is het belangrijk dat de cliënt regie krijgt over de eigen hersteldoelen, zodat hij of zij weer volop deel kan nemen aan de maatschappij (werken, wonen en zingeving). Het Bossche kunstproject De Bosch Parade dat medio juni plaatsvond, was een uitgelezen kans voor cliënten om in sociale samenhang mee te doen en betrokken te blijven of worden bij de maatschappij. Tijdens de Bosch Parade trekt een stoet van kunstzinnige creaties door de Bossche wateren. Vijf cliënten van NK deden mee aan dit project, en werkten samen met andere kwetsbare mensen en met de kunstenaar aan de creatie Verstekelingen. Deze creatie was gebaseerd op het schilderij de Zondvloed van Jeroen Bosch, waarop te zien is dat de Ark van Noach op de berg Ararat gestrand is. Het opnieuw samenwerken in een team kan van groot belang zijn bij arbeidsintegratie en herstel: er wordt een beroep gedaan op essentiële vaardigheden, zoals communiceren, op tijd komen, afspraken maken en planmatig werken. Verstekelingen was het eerste project dat past binnen het leer- en werkprogramma Herstel en Ervaringsdeskundigheid Den Bosch.

Cijfers 

Samen herstellen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal/Breda 226
Tilburg 165
Den Bosch/Oss 223
Eindhoven/Helmond 230

Samen starten

Actie Aantal
Aantal benaderde cliënten totaal 480
Doorgestuurd naar Samen herstellen 130
Na eenvoudige aanwijzingen alsnog ingeschreven 240
Na intensieve ondersteuning alsnog ingeschreven 70

Deelnemers ervaringsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Roosendaal 10
Breda 10
Tilburg 15
Den Bosch 14
Eindhoven 10

Deelnemers coachingsgroepen

Regio Aantal deelnemers
Breda 10
Tilburg 8
Den Bosch 23
Eindhoven 13

Aantal ervaringswerkers

Regio Aantal medewerkers
Breda 5
Tilburg 4
Den Bosch 7
Eindhoven 7

 

Wat zijn de meest schadelijke drugs?

Xtc, cocaïne, cannabis, GHB… Er zijn heel wat middelen die gebruikers een roes kunnen geven, maar die ook tot problemen kunnen leiden. Xtc komt regelmatig in het nieuws vanwege gevaarlijke pillen, GHB zien we in onze eigen provincie steeds meer, alcoholmisbruik is alom bekend, en veel mensen kennen het beeld van verloederde en uitgemergelde heroïneverslaafden. Maar welke drugs zijn nu echt het meest schadelijk? Het antwoord zal u waarschijnlijk verrassen…!

In 2009 bracht de RIVM het rapport Ranking van drugs uit. Hierin beoordeelde een panel van experts drugs op een aantal aspecten: acute en chronische toxiciteit, verslavingspotentie, en individuele en maatschappelijke sociale schade. De RIVM kwam tot de volgende totaalscore van meest schadelijke drugs:

  1. Crack (basecoke)
  2. Heroïne
  3. Tabak
  4. Alcohol
  5. Cocaïne
  6. Metamfetamine
  7. Amfetamine
  8. GHB
  9. Benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen)
  10. Cannabis
  11. Ketamine
  12. Xtc
  13. Khat
  14. LSD
  15. Paddo’s

Het onderzoek van de RIVM dateert uit 2009. Wat vinden onze eigen deskundigen van deze lijst? Zijn ze het ermee eens en is de lijst nog actueel? We vroegen vier experts om hier vanuit hun eigen vakgebied op te reageren. Wat vinden de psycholoog, de arts, de wetenschapper en de expert uitgaansdrugs het gevaarlijkste middel?

Lieke Knapen, GZ-psycholoog forensische verslavingszorg

“De onzichtbare schade van alcohol wordt enorm onderschat”

“Binnen de forensische doelgroep zien we onder meer veel sociale schade, zowel individueel als maatschappelijk. Het verrast me wel dat heroïne zo hoog staat. Die groep wordt steeds kleiner, veroudert en lijkt redelijk stabiel. Bij ‘onze’ cliënten zie je vaak de combinatie crack en alcohol. De fixatie op crack is enorm: dat deze hoog scoort in de ranking, sluit helemaal aan bij mijn beleving als behandelaar. Crack geeft het gevoel dat je alles aan kan, al je lichaamsfuncties worden geactiveerd en het is ook een enorme aanslag op je lijf. Onder invloed van crack kunnen mensen overmoedig en agressief worden en de verkeerde beslissingen nemen. Hier is duidelijk zichtbare maatschappelijke schade, maar is dat het hele plaatje? Een man die zijn kinderen niet meer naar hun opa durft te brengen omdat die zoveel drinkt, dat is ook grote schade. Dit soort schade wordt enorm onderschat: alcohol is op veel grotere schaal invaliderend dan wat we zien.”

Peter Greeven, hoofd behandelzaken

“Cannabis houdt zich in een rustig hoekje schuil, maar laat je leven wel stagneren”

“Wat mij betreft horen alcohol en tabak echt op de eerste plaats wat betreft schade voor de volksgezondheid. Het zijn de belangrijkste vermijdbare oorzaken van ziekte en dood, dus veel gevaarlijker dan alle andere drugs op de lijst. Hier is nog ontzettend veel te winnen. Er is nog steeds een grote onderbehandeling van mensen met alcohol- en tabaksverslaving en ook op het gebied van preventie kunnen nog grote stappen worden gezet. De Nederlandse overheid pakt niet door, terwijl uit een kosten-batenanalyse van het RIVM blijkt dat bijvoorbeeld het verhogen van de alcoholprijzen zeer effectief zou zijn. Ook hobbelt Nederland echt achteraan in Europa wat betreft maatregelen tegen roken.”

“Ik zie ook dat cannabis heel laag staat in de ranking, maar in de verslavingszorg – en zéker bij de jongere doelgroep – zie je veel cannabisverslaving. Jongeren gebruiken vaak al vanaf 13, 14 jaar. Niet zelden stagneert hun ontwikkeling daardoor bijna volledig: ze presteren niet meer op school, werken niet en komen tot niks meer. Als ze dan op hun 24e bij ons terecht komen omdat ze zien dat hun leeftijdsgenoten wél verder gaan met hun leven, gebruiken ze al tien jaar. Hun ontwikkeling staat al tien jaar stil. Maar omdat de problemen zich heel langzaam en onopvallend opbouwen, niet tot overlast leiden en je er niet van doordraait, blijft dit probleem grotendeels onzichtbaar. Cannabis is een sluipmoordenaar die zich in een rustig hoekje schuilhoudt, maar ondertussen wel je hele leven laat stagneren.”

Patrick Gallay, arts

“Wat betreft de zeer grote schade van GHB, lijkt dit onderzoek me achterhaald”

“Dat heroïne hoger scoort dan alcohol en tabak, dat viel mij wel op. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat de acute toxiciteit van heroïne hoog is. Aan een overdosis kun je dood gaan, dat is natuurlijk wel een bijzonder ernstige complicatie. Maar qua omvang is dit een veel kleiner probleem dan alcohol en tabak. Alcohol en tabak zijn acuut niet zo toxisch, maar op langere termijn zo ontzettend schadelijk. Mijn buikgevoel zegt: op 1 tabak en op 2 alcohol neerzetten. De schade van deze legale en massaal gebruikte middelen wordt nog altijd enorm onderschat. Interessant is ook om de zien dat als je naar de factor verslavingspotentie kijkt, tabak net zo verslavend blijkt te zijn als heroïne. Dat zijn wel eyeopeners. Maar ja, als je ziet dat mensen zelfs blijven roken als ze al afhankelijk zijn van een zuurstoffles…”

“En GHB komt er hier nog behoorlijk mild van af, maar wellicht was in 2009 nog niet voldoende bekend over dit middel. De sociale schade en verslavingspotentie van GHB zijn enorm. Als je elke paar uur GHB moet pakken omdat je anders niet kunt leven, out gaat, met de ambulance moet worden afgevoerd, dan lijkt mij dat de schade toch wel heel groot moet zijn. Wat dat betreft lijkt dit onderzoek me wel enigszins achterhaald.”

Charles Dorpmans, coördinator DIMS (Drugs Informatie en Monitoring Systeem) Noord-Brabant

“Xtc wordt nu gebruikt om de hele nacht stijf en strak te staan, dat geeft heel andere, ernstige gezondheidsverstoringen”

“Is zo’n rijtje zinnig? Ja, het schudt wel wakker en zet je aan het denken. Maar ook tot keuzes. En dan wil je niet dat mensen denken: “Oh, xtc staat zo laag, dus wat ik doe valt reuze mee”. Maar wat gebeurt er met xtc? Toen dit op de markt kwam, werd de toenmalige dosering gebruikt omdat het energie en een verliefd gevoel gaf. Maar die doelstelling lijkt achterhaald: de huidige recreatieve gebruikers willen vooral de hele nacht stijf en strak staan. De dosering per pil is sinds 2010 verdubbeld en we zien nu hele andere, ernstige gezondheidsverstoringen. Dat xtc zo laag in deze ranking staat, komt ook doordat incidenten met xtc zo slecht geregistreerd worden. Veel gebruikers gaan helemaal niet naar de EHBO-post of de spoedeisende hulp en de relatie van incidenten met xtc wordt niet door de betrokken hulpverleners herkend. En als ze wel worden herkend, worden ze slecht, onvolledig of niet geregistreerd, zijn registrerende instanties niet met de juiste partijen verbonden en leggen de media de link niet tussen xtc en verstoringen. Een goede ranking staat of valt bij een goede monitoring en een goede deskundigheidsbevordering van betrokken instanties, en dat gebeurt veel te weinig.”

Cijfers 2016

Hieronder vindt u de belangrijkste cijfers over 2016.

Alle cliënten

In 2016 waren 8.456 cliënten in behandeling, versus 8.573 in 2015. Van hen zijn 1.262 cliënten klinisch opgenomen. Dit zijn alle opnames, ook andere financieringsstromen dan DBC en DBBC, maar exclusief woonvoorzieningen (hostels) en de crisisopvang van de (voormalige) MO.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 2.810
Opiaten 839
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 1.175
Xtc 25
Cannabis 1.019
GHB 217
Gokken 234
Overig of onbekend 2.137

 

Geslacht Aantal
Mannen 6.502
Vrouwen 1.954

 

Leeftijd Aantal
> 50 jaar 2.209
24-50 jaar 5.438
18-23 jaar 710
< 18 jaar 99

Jeugd en jongeren (12-24 jaar)

In 2016 zijn in totaal 809 jongeren door Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) behandeld (klinisch en ambulant), versus 991 in 2015.

Primaire problematiek Aantal
Alcohol 61
Opiaten 7
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 111
Xtc 21
Cannabis 303
GHB 23
Gokken 31
Gamen 67
Overig of onbekend 185

 

Leeftijd Aantal
12
13
14 4
15 9
16 34
17 52
18 79
19 86
20 100
21 116
22 161
23 168

 

Geslacht Aantal
Mannen 640
Vrouwen 169

Cliënttevredenheid 2016 wederom prima!

De cliënttevredenheid over heel Novadic-Kentron in 2016 (onafhankelijk gemeten met de CQI

en gebaseerd op een respons van 1.110 cliënten ten opzichte van 849 cliënten in 2015) scoort gemiddeld een 8,3 ten opzichte van vorig jaar 8,2. Het gemiddelde rapportcijfer voor alleen de

BasisGGZ ligt met een 8,4 (gebaseerd op de respons van 410 cliënten) zelfs nog wat hoger dan de specialistische GGZ (8,2 met respons van 700 cliënten).

Aantal medewerkers

Aantal fte per 1 januari 2016: 796

Aantal medewerkers per 1 januari 2016: 936

Aantal fte per 31 december 2016: 766

Aantal medewerkers per 31 december 2016: 905

Update wachttijden: intakestraat zal wachttijd verder inperken

In het vorige nummer van ons e-mailmagazine deed regiomanager Bernier van Hoof een opmerkelijke uitspraak: “Per 1 september hebben we een maximale wachttijd van vijf dagen voor zowel eerste contact als start behandeling.” Inmiddels maken onze medewerkers die woorden steeds meer waar. Voor de intake is de wachttijd inmiddels voor alle locaties en afdelingen teruggebracht tot maximaal één week. Bernier: “Daarbij heeft meegeholpen dat we voor de BasisGGZ een aantal nieuwe hoofdbehandelaars in dienst hebben kunnen nemen. Ik hoor nu zelfs geluiden dat het voor sommige cliënten te snel gaat. We krijgen verzoeken of het niet een weekje later kan. Dat is uiteraard geen probleem. Dat hoort soms bij het proces om los te komen van een verslaving. Meteen aan de slag gaan geeft soms een schrikeffect.”

De wachttijden voor de start van de behandeling liggen nog iets hoger, maar nog steeds binnen of rond de norm. Maar ook hier verwachten we als organisatie binnenkort forse stappen te kunnen zetten. Dat heeft te maken met de invoering van intakestraten in alle regio’s. Bernier: “Uiterlijk in oktober willen we de intakestraat overal operationeel hebben. Dan voeren we op hetzelfde moment en op één locatie het eerste intakegesprek, onderzoekt indien nodig een arts de cliënt en is er altijd een eerste gesprek tussen cliënt en hoofdbehandelaar. Vervolgens wordt meteen een behandelplan opgesteld en gaat de cliënt weg met een afspraak voor de start van zijn behandeling. Dat zal een enorme winst opleveren voor de wachttijd tot de start van de behandeling. Door de hoge inzet van onze medewerkers op klanttevredenheid en kwaliteit van zorg moet dat gaan lukken.”

Bekijk hier de actuele wachttijden

Cliënten IHT-team kicken thuis af

Thuis behandelen als dat kan, opname alleen als dat noodzakelijk is: dat is het uitgangspunt voor de hulpverlening die onze collega’s van het IHT-team (Intensieve Hulp Thuis) in de regio Noordoost bieden. Dat geldt ook voor de detox. Tot voor kort werden cliënten meestal opgenomen om te ontgiften, of gebeurde dat via de dagbehandeling. Inmiddels kicken de meeste cliënten van het IHT-team af in de thuissituatie en blijkt slechts voor een klein deel een klinische opname noodzakelijk. Kostenbesparend, en prettiger voor de cliënt.

Het IHT-team, te vinden op de locatie Rompertsebaan in Den Bosch, bestaat uit drie verpleegkundigen, een arts, een psychiater en teamleider Clay Tubalawony. Cliënten die al in poliklinische behandeling zijn bij NK en met wie het slecht gaat, worden aangemeld door collega’s. Maar ook cliënten van GGZ en andere organisaties komen bij het IHT-team terecht.

Dagelijks huisbezoek

Clay: “Onze verpleegkundigen plannen zo snel mogelijk een huisbezoek en beoordelen of opname noodzakelijk is. Als dat zo is, wordt de cliënt tijdelijk opgenomen tot het moment dat hij of zij stabiel genoeg is om weer naar huis te gaan. Als opname niet noodzakelijk is, wordt de behandeling aan huis voortgezet en geïntensiveerd. Gedurende maximaal zes weken spreken onze verpleegkundigen de cliënten thuis. Als dat nodig is dagelijks.”

Zorg op maat dus: een aanpak die past binnen de landelijke ontwikkelingen en het beleid voor de zorgsector, maar die ook voortkomt uit het besef dat het herstel bevorderd wordt als cliënten blijven deelnemen aan de samenleving.

Geen risico nemen

Sociaal psychiatrische verpleegkundige Sjoerd Guffens is een van de verpleegkundigen die de cliënten thuis bezoekt. Als ontgiften nodig is, bespreekt Sjoerd met arts Dirk-Jan van den Biggelaar of dat thuis kan.

Dirk-Jan: “Uiteindelijk ben ik als medicus, samen met hoofdbehandelaar psychiater Paula Verstraeten verantwoordelijk. Wij beoordelen of een thuisdetox mogelijk is. Meestal is dat het geval. De psychische en fysieke toestand van de cliënt en de mate waarin hij of zij gebruikt, spelen een rol. Met cliënten die gevoelig zijn voor een psychose of een delirium, of die een hoge dosis GHB of een combinatie van middelen gebruiken, nemen we natuurlijk geen risico. Die kicken in onze kliniek af of beginnen de detox daar en maken die thuis af.”

Naasten betrekken

Thuis afkicken past prima in het beleid om de zorgkosten in te perken, onder andere door afbouw van de klinische capaciteit. Het huidige uitgangspunt is: in de eigen omgeving als dat kan, een opname als dat noodzakelijk is. Maar er zijn meer voordelen.

Dirk-Jan: “Veel mensen denken dat thuis detoxen geen zin heeft omdat cliënten voortdurend met alcohol of drugs in aanraking kunnen komen. Dat kan inderdaad een risico zijn, maar vergeet niet dat cliënten dat ook overkomt als ze uit een kliniek komen. En nu krijgen ze daar begeleiding bij. En thuis detoxen heeft ook een aantal voordelen boven detoxen in een kliniek. Cliënten hoeven niet in een kliniek te verblijven tussen andere mensen die ook verslaafd zijn, onbekenden met wie ze geen band hebben. Thuis bevinden cliënten zich in hun eigen vertrouwde omgeving, en kunnen we bij het afkicken de naasten van de cliënt betrekken.”

Blaastest en urinecontrole

Cliënten die thuis afkicken, worden intensief in de gaten gehouden door Sjoerd en zijn collega’s. De eerste dagen bezoeken zij de cliënt dagelijks, als de detox goed verloopt, wordt dat afgebouwd. Gemiddeld duurt de thuisdetox twee tot drie weken.

Sjoerd: “We houden in ieder geval scherp in de gaten of cliënten niet gebruikt hebben. Alcoholisten moeten blazen, drugsverslaafden krijgen urinecontroles. Dat laatste kan niet thuis, dus doen we dat op één van onze locaties in Den Bosch of Vught.”

Maar ook het fysieke en psychische welzijn houden onze verpleegkundigen goed in de gaten. Vaak wordt de detox ondersteund met medicatie als diazepam. Sjoerd: “Daarom houden we letterlijk een vinger aan de pols, meten we standaard de bloedruk, controleren indien nodig de bloedwaarden en observeren we goed hoe het met de cliënten gaat.”

Een vreemde over de vloer

Hoe reageren mensen in de directe omgeving? Het is niet niks als er dagelijks een vreemde over de vloer komt. Sjoerd is daar duidelijk over: “Mensen uit de omgeving van de cliënt zijn vaak heel dankbaar. Ze zijn blij dat er eindelijk iets gebeurt. We bespreken ook altijd het plan van aanpak met de partner of andere gezinsleden. En we geven aan welke rol zij zelf kunnen vervullen. Het is bijvoorbeeld handig dat als we refusal of antabus inzetten – medicijnen waardoor cliënten ziek worden na het drinken van alcohol en die dus terugval helpen te voorkomen – iemand in de gaten houdt dat die medicatie ook werkelijk ingenomen wordt.” 

Nooit op vrijdag

Van cruciaal belang is het om een werkrelatie op te bouwen, en zowel van de cliënt als hun naasten het vertrouwen te winnen. Mede daarom wordt met een thuisdetox slechts bij uitzondering op vrijdag gestart. Sjoerd: “We zouden de cliënt dan in het zo belangrijke begin twee dagen niet zien, en dat willen we zoveel mogelijk voorkomen. Het zou jammer zijn als er al meteen sprake is van terugval. En je moet er al helemaal niet aan denken dat er iets echt fout gaat.”

Wat gebeurt er na aanmelding?

Natuurlijk hebben nieuwe cliënten vaak vragen over wat er precies gebeurt als zij ons bellen voor hulp, en onze afdeling Advies en Inschrijving beantwoordt hun vragen zo goed mogelijk. Zo kunnen zij met een gerust hart maar ook goed geïnformeerd aan hun behandeling beginnen. Maar ook verwijzers en ketenpartners weten niet altijd welke processen plaatsvinden vóór een cliënt bij ons een behandeling gaat volgen. Om ervoor te zorgen dat de behandeling voldoet aan alle eisen van de zorgverzekeraar, én dat de cliënt een behandeling krijgt die precies aansluit bij zijn of haar wensen en doelen, hebben we dit proces zorgvuldig in een aantal beschrijvingen vastgelegd. Hieronder een samenvatting van dit proces in tien overzichtelijke stappen. Deze samenvatting is in het bijzonder zinvol voor verwijzers en ketenpartners, voor onze cliënten is er een aanvullende, meer inhoudelijke beschrijving op onze website.

1. Verwijsbrief en eerste contact cliënt met Advies en Inschrijving

Als iemand een hulpvraag heeft, is de eerste stap dat hij of zij naar de huisarts gaat om het probleem te bespreken. Als dat nodig is, stuurt de huisarts een verwijsbrief naar Novadic-Kentron. De cliënt kan dan contact opnemen met de afdeling Advies en Inschrijving (A&I) van NK. Omdat we de behandeling pas mogen starten als we een verwijsbrief hebben, is dat de eerste vraag aan de cliënt. Als er nog geen verwijsbrief binnen is, vragen we de cliënt eerst via de huisarts een verwijsbrief te laten sturen en dan opnieuw contact met ons op te nemen, of we spreken af dat wij de cliënt weer bellen als de brief binnen is. Als dat nodig is, kan een van onze ervaringswerkers helpen met het regelen van een verwijsbrief.

2. Controle verwijsbrief

Als de verwijsbrief binnen is, checken we of die voldoet aan de regels die de zorgverzekeraar heeft opgelegd. Als dat niet zo is, nemen we contact op met de huisarts voor een gecorrigeerde brief.

3. Controle persoonlijke gegevens cliënt

We controleren of de cliënt een BSN heeft, een zorgverzekeraar en een identiteitsbewijs. Als dat niet zo is, dan vragen we de cliënt die te regelen. Als dat nodig is, kan een van onze ervaringswerkers ook hierbij ondersteunen.

4. Telefonisch inschrijven cliënt

Als de verwijsbrief en de persoonlijke gegevens in orde zijn, schrijven we de cliënt in tijdens een telefoongesprek met A&I. We stellen ook alvast een aantal vragen, om de beginsituatie van de problemen in beeld te brengen. Ook bieden we de cliënt ondersteuning aan van een ervaringswerker.

5. Inschatting BasisGGZ of specialistische GGZ Novadic-Kentron

We maken een inschatting van de ernst van de problemen, in afstemming met de huisarts. In de meeste gevallen is BasisGGZ van Novadic-Kentron aangewezen. Alleen als de problemen zeer complex zijn (ernstige verslaving plus veel bijkomende problemen zoals psychiatrische problemen, een licht verstandelijke beperking of problemen op het gebied van arbeid, wonen, financiën), dan is behandeling door de specialistische GGZ van Novadic-Kentron nodig. Beide vormen van hulp worden door Novadic-Kentron geboden. Verslavingszorg is een onderdeel van de GGZ, dus ook onze behandelingen vallen onder de noemer BasisGGZ of specialistische GGZ.

6. Intakegesprek

De cliënt wordt uitgenodigd voor een intakegesprek met een behandelaar van de BasisGGZ of de specialistische GGZ van Novadic-Kentron. We checken vooraf of de verzekering in orde is. Tijdens deze intake wordt een uitgebreide vragenlijst ingevuld, als aanvulling op de vragen tijdens de inschrijving (zie stap 4). Verder wordt aanvullende informatie verzameld, geven we algemene uitleg over de behandeling en vragen we de cliënt welke wensen en doelen hij of zij heeft.

7. Eerste gesprek hoofdbehandelaar

Aansluitend aan het intakegesprek vindt een gesprek plaats met de hoofdbehandelaar, deze is eindverantwoordelijk voor de behandeling, maar is niet de persoon met wie de cliënt het meeste contact zal hebben, dat is namelijk de verantwoordelijk behandelaar. De hoofdbehandelaar en de cliënt bespreken samen wat nodig is.

8. Diagnose vaststellen en behandelplan maken

De hoofdbehandelaar stelt de indicatie (wat moet er gebeuren bij deze problemen) en stelt het behandelplan op: hierin staat welke behandeling het beste passend is, gezien de problemen en de doelen van de cliënt. Elke mogelijke behandeling is weergegeven in een zorgpad. Een zorgpad is een mogelijke weg die een cliënt aflegt binnen NK: dus welke zorg krijgt hij of zij in dit zorgpad, van wie, en hoeveel. Omdat de zorgpaden een aantal standaard en een aantal optionele therapieën en trainingen bevatten, kan het zorgpad goed op de situatie van de cliënt worden afgestemd. In een zorgpad is ook online therapie opgenomen, en bij complexe problemen kan een tijdelijke opname nodig zijn.

9. Ondertekenen behandelplan

Tijdens een gesprek met de verantwoordelijk behandelaar licht deze het behandelplan toe aan de cliënt. Zo nodig wordt het behandelplan bijgesteld en volgt nog een derde afspraak. Als de cliënt akkoord is, ondertekent hij of zij het behandelplan.

10. Start behandeling

De behandeling kan nu starten: online, ambulant, klinisch of een combinatie daarvan. De verantwoordelijk behandelaar is de vaste contactpersoon van de cliënt, maar het is mogelijk dat ook andere behandelaars betrokken zijn voor bepaalde trainingen of therapieonderdelen. Tussentijds is er contact met de hoofdbehandelaar en worden vragenlijsten afgenomen om de vooruitgang te kunnen meten, en zo nodig de behandeling bij te kunnen stellen. Aan het eind van het traject wordt met de cliënt besproken hoe het gegaan is en of nog vervolgtrajecten buiten Novadic-Kentron geregeld moeten worden.

Meer weten? Neem contact met ons op!

 

 

Novadic-Kentron wil sociaal ondernemen

Onlangs heeft Novadic-Kentron de audit behaald voor het keurmerk PSO! PSO staat voor Prestatieladder Sociaal Ondernemen en is een meetinstrument dat zichtbaar maakt wat onze bijdrage is aan de werkgelegenheid voor mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie en hoe wij als organisatie maatschappelijk verantwoord inkopen en aanbesteden. PSO erkent verschillende stadia van socialer ondernemen: van aspirant status tot koploper (trede 3). Wij hebben trede 1 behaald, een prestatie waar we trots op zijn!

Trede 1 wil zeggen dat onze organisatie meer dan gemiddeld bijdraagt aan “social return”. Daarmee maakt NK, dat staat voor Nieuwe Kansen, haar belofte waar: we bieden medewerkers daadwerkelijk een nieuwe kans om een betaalde baan te vinden.

Over twee jaar zal een nieuwe audit plaatsvinden. Onze doelstelling is dan dat we trede 2 van de PSO-ladder gaan halen. Een van de initiatieven die daaraan moet bijdragen, is Collectief 040 , waarvan onze organisatie lid is. Collectief 040 is een samenwerkingsverband tussen Eindhovense instellingen en bedrijven die maatschappelijk willen ondernemen en gezamenlijk afspraken maken om via social return mensen aan werk te helpen.

Nieuwe versie drugsposter!

De afdeling Preventie heeft een nieuwe versie gemaakt van de zeer populaire drugsposter, waarop van een groot aantal verschillende drugs onder meer uiterlijk, effecten, risico’s en wisselwerkingen worden beschreven. De eerste versie van deze poster, die op veel plekken binnen en buiten Novadic-Kentron te vinden is, werd zo’n tien jaar geleden gemaakt. Op de nieuwe poster zijn veel inhoudelijke veranderingen doorgevoerd. Niet alleen zijn nieuwe drugs toegevoegd, zoals lachgas, DMT en nieuwe psychotrope stoffen (NPS), maar ook zijn ‘antieke’ middelen, zoals opium en efedrine, van de poster gehaald. Daarnaast is de informatie geactualiseerd, naar aanleiding van recent onderzoek en veranderde wetgeving. En ten slotte heeft de poster ook een facelift ondergaan. De poster is te bestellen bij preventie@novadic-kentron.nl. De kosten bedragen € 7,50 plus € 7,50 verzendkosten. Bekijk hier een voorbeeld.

 

Een nieuwe huisstijl, een nieuwe koers: Nieuwe Kansen!

Zoals u in onze vorige nieuwsbrief heeft kunnen lezen, heeft Novadic-Kentron een nieuwe missie en een nieuwe huisstijl gelanceerd. Na een paar moeilijke jaren hebben we de goede koers te pakken, een koers die iedereen Nieuwe Kansen biedt. Daarbij horen nieuwe, positieve beelden, waarin onze cliënten centraal staan. Deze prachtige portretten zijn gemaakt door fotografe Vivian Keulards, voor wie deze opdracht ook een heel persoonlijk tintje had. Vivian: “Ik ben mijn lieve broer elf jaar geleden verloren aan verslaving.” Lees haar verhaal en meer uitleg over de strategie die bij onze nieuwe huisstijl hoort!

Fotografe Vivian Keulards: “Het is geen toeval dat deze opdracht in mijn schoot is gevallen”

“Toen KesselsKramer mij in maart belde voor de opdracht om portretten van de cliënten van Novadic-Kentron te maken, viel ik zowat van mijn stoel. Ten eerste omdat elke fotograaf vereerd zou zijn om voor Erik Kessels te werken, maar vooral omdat ik bijzonder betrokken ben bij het onderwerp verslaving. Ik ben namelijk mijn lieve broer elf jaar geleden verloren aan verslaving en bleef nadien met vele vragen zitten.

“Twee jaar terug ben ik een persoonlijk, multimediaal project gestart om antwoorden op al mijn vragen te zoeken, maar – nog belangrijker – om het taboe waar ook ik mee geworsteld heb rondom het onderwerp te doorbreken. Dat project heb ik echter bewust ‘onder de radar’ gehouden, omdat ik er zelf nog niet klaar voor was om dit openbaar te maken. Ik was dan ook blij verrast en verbaasd dat ik deze opdracht voor NK mocht uitvoeren. Zonder dat zij van mijn persoonlijke verhaal wisten, kwamen ze toch bij mij uit. Ik werd nog enthousiaster toen ik hoorde wat de aanpak was. Novadic-Kentron wilde ook taboedoorbrekend te werk gaan: echte cliënten met een positieve boodschap portretteren. Precies zoals ik het ook had bedacht voor mijn eigen project: de mens centraal!

“Ik ben vervolgens drie weken op pad geweest om tussen de twintig en vijfentwintig cliënten te interviewen en te fotograferen. Het waren drie leerzame, mooie en vaak ook emotionele weken. Zulke moedige, lieve en gevoelige mensen! Ze zijn zo open en eerlijk geweest in onze gesprekken, erg fijn dat ze mij dit vertrouwen wilden geven. Ik draag hen stuk voor stuk een warm hart toe. Toen ik het volledige eindresultaat zag in Vught, was ik bijzonder trots. Het werkte: de portretten met hun uitspraken kwamen echt binnen. Wat een mooie opdracht heb ik mogen uitvoeren en wat ben ik dankbaar dat dit in mijn schoot is gevallen! Dat is geen toeval geweest. Daar ben ik van overtuigd.” 

Nieuwe Kansen bij Novadic-Kentron

De foto’s die Vivian voor NK gemaakt heeft en die ook op onze website te zien zijn, visualiseren onze nieuwe missie: ‘Samen Nieuwe Kansen Creëren’. Deze missie is neergezet nadat we met cliënten, ervaringsdeskundigen, medewerkers en samenwerkingspartners in het najaar van 2015 onze strategie herijkt hebben. Zo kunnen we iedereen duidelijk laten weten waar wij voor staan. Wij zetten onze verslavingsdeskundigheid in voor een gezonde, sociale en veilige samenleving en werken daarbij Brabantbreed en met partners in heel Nederland. Centraal in alles wat we doen staan onze nieuwe waarden: Toonaangevend en Fijn Behandeld. We willen dat iedereen die bij Novadic-Kentron betrokken is, zich fijn behandeld voelt. Wij werken aan een herstelondersteunend behandelklimaat, toonaangevende verslavingsdeskundigheid en onze toegevoegde waarde als inspirerende samenwerkingspartner.

Herinrichting organisatie

Om de cliënt centraal te zetten, wordt de organisatie optimaal afgestemd op onze cliëntengroepen. Dit doen wij binnen vier hoofdstromen:

  1. BasisGGZ en korte specialistische GGZ: korte geprotocolleerde behandeling van verslaving en bijkomende sociale en psychische problemen binnen de wijk, bijvoorbeeld bij de huisarts, en in gespecialiseerde, ambulante/poliklinische behandelcentra;
  2. Intensieve specialistische GGZ: langdurige verslavingsbehandeling van complexe, ernstige verslaving in combinatie met andere problemen (arbeid, wonen, financiën, psychiatrische of medische problemen en/of een lichte verstandelijke beperking) in gespecialiseerde klinieken, zo nodig (deels) met opname;
  3. Gemeente/WMO: alle zorg die onder regie van de gemeente valt, zoals preventie, hulp voor jongeren onder de achttien en begeleiding van chronisch verslaafden (bijvoorbeeld beschermde woonvormen);
  4. Veiligheid en justitie: toezicht en zorg voor cliënten met een verslaving in combinatie met problemen met justitie (verslavingsreclassering en forensische verslavingszorg).

De organisatiestructuur wordt hier het komende jaar volledig op aangepast. Bij de inrichting van onze organisatie staan vitale professionals en teams centraal die intern en met samenwerkingspartners goed samenwerken, zodat op- en afschalen van zorg sneller en flexibeler tot stand komt.

Vitale en resultaatverantwoordelijke teams

Bij onze nieuwe koers hoort ook een nieuwe mentaliteit. Centraal in deze cultuuromslag staan vitale teams. Deze teams zijn zelforganiserend en dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zorg, cliënt- en medewerkerstevredenheid en een gezonde bedrijfsvoering. Om deze verantwoordelijkheid te kunnen dragen, worden ze optimaal gefaciliteerd: door de beschikbaarheid van stuur- en managementinformatie om de eigen prestaties te kunnen beoordelen, door ondersteuning in de regio, voldoende handelingsruimte en passend leiderschap. Hierdoor krijgen teams meer ruimte om toonaangevende zorg te kunnen leveren en bij te dragen aan een gezond NK. Dit traject wordt binnenkort samen met de teams opgepakt. 

Gemeentelijk portfolio naast zorgpaden

Onze zorg vertalen wij zoveel mogelijk in zorgpaden, die omschrijven welke zorg een cliënt precies krijgt (van wie, wat en hoeveel). Zo kunnen wij, zowel voor cliënten als voor onze financiers, transparant, inzichtelijk en vergelijkbaar werken. Dezelfde structurering willen we ook doorvoeren in ons aanbod aan gemeentes, bijvoorbeeld op het gebied van beleidsadvies, deskundigheidsbevordering, opvoedingsondersteuning, opvang en jeugdzorg. Door het ontwikkelen van zogenoemde ondersteuningspaden, wordt ons aanbod duidelijker, uniformer en transparanter. Ook kunnen we zo onze verantwoording aan gemeentes verbeteren. Uiteraard blijft er binnen de ondersteuningspaden ruimte voor maatwerk per regio, zodat we ons aanbod precies kunnen afstemmen op de wens van de opdrachtgever. Juist de uniforme ondersteuningspaden maken het daarbij mogelijk om heel zorgvuldig de aanvullende wensen van de gemeente in beeld te brengen.

Continuïteitsplan

De afgelopen jaren heeft Novadic-Kentron, net als veel andere zorginstellingen, te maken gehad met financieel zwaar weer. Oorzaken waren onder meer teruglopende budgetten bij onze financiers, veranderingen in de GGZ-sector, een te ingewikkelde interne organisatie en hoge reserveringen voor terugbetalingen naar aanleiding van het landelijk ingestelde onderzoek naar rechtmatig en doelmatig gebruik van beschikbaar gestelde gelden (bijvoorbeeld dat voor elke behandeling een verwijsbrief aanwezig moest zijn). Om weer financieel gezond te worden, hebben we een omvangrijk verbeter- en vernieuwingsprogramma in gang gezet. Hoewel we inmiddels onze organisatie goed op orde hebben, kampen we nog altijd met de lasten uit het verleden. Om financieel volledig gezond te worden en het verleden definitief achter ons te laten, werkt Novadic-Kentron daarom in het najaar van 2016 een continuïteitsplan uit. Hierin wordt onder meer uitgewerkt wat onze kerntaken zijn, hoe we onze specialisatie verder willen uitbouwen, wat we met ons vastgoed gaan doen, welke afspraken we met zorgverzekeraars willen maken en welke bezuinigingen nog nodig zijn. Naast deze hersteloperaties richten we ons vooral op de toekomst: we hebben de goede koers te pakken en daar zetten we ons met volledige toewijding voor in. Zo creëren we samen Nieuwe Kansen voor onze cliënten, hun naasten, onze medewerkers en onze ketenpartners!

Activiteitencentrum Kanaaldijk Eindhoven naar Neos

Met ingang van 1 juli beheert Neos het activiteitencentrum aan de Kanaaldijk in Eindhoven. Het activiteitencentrum, waar chronisch verslaafde cliënten een zinvolle dagbesteding uitvoeren, was sinds 2002 in beheer van Novadic-Kentron. Onze organisatie heeft vorig jaar aan de gemeente laten weten dat het activiteitencentrum niet meer tot onze kerntaken behoort. Gezien het belang van de voorziening voor cliënten en de Eindhovense samenleving, heeft de gemeente Eindhoven besloten een andere partij te zoeken om het activiteitencentrum voort te zetten. Die partij is Neos geworden.

Voorlopig blijven de bestaande activiteiten, waaronder houtbewerking en fietsenreparaties, en de huidige faciliteiten, zoals de methadon- en postverstrekking, gehandhaafd. Medewerkers van Novadic-Kentron blijven nog een tijd samen met medewerkers van Neos de praktische gang van zaken ondersteunen om een goede doorstart mogelijk te maken. Vanaf september start op de Kanaaldijk ook het Arbeidstrainingscentrum (ATC), met nieuwe programmaonderdelen en diverse leer- en werktrajecten, met als doel cliënten nieuwe mogelijkheden te bieden om weer mee te doen in de maatschappij en hen succesvol naar werk te begeleiden. De cliënten krijgen professionele ondersteuning, waarbij het accent ligt op maatwerk en doelgerichte arbeidsvaardigheidstraining.

De zakflacon whisky in de la: de harde feiten over alcohol en werk

Uit films en van tv kennen we allemaal wel het beeld van de overwerkte directeur die in de la van zijn bureau een zakflacon whisky verstopt heeft om af en toe een slok uit te kunnen nemen. Maar hoe serieus is het probleem van alcohol op het werk? Hoe vaak gebeurt dit? Wat zijn de gevolgen en wat kost dit het bedrijfsleven? Veel bedrijven ervaren openlijk praten over hun alcoholbeleid als taboe. Het wekt al snel de indruk dat je je organisatie niet op orde hebt. Maar het is al net als met die zakflacon in de la: dat het verborgen is, wil niet zeggen dat het niet bestaat. Sterker nog, het komt overal en veelvuldig voor.

Hoe veel alcohol wordt gedronken op het werk?

Uit onderzoek* blijkt dat 4% van de werknemers wel eens drinkt voor of tijdens werktijd. Dit onderzoek maakte gebruik van interviews en vragenlijsten, dus de kans bestaat dat hier sprake is van enige sociale wenselijkheid en dat het cijfer in werkelijkheid nog wat hoger is. Hoewel niet is gevraagd naar het waar en hoe, is aannemelijk dat dit niet alleen gaat om stiekem drinken, maar ook drinken tijdens de lunch (bijvoorbeeld een zakenlunch buiten kantoor), tijdens pauzes (verfrissend biertje in een hete fabriekshal), bij personele aangelegenheden (recepties) en gewoon tussendoor (bijvoorbeeld in de horeca en de amusementssector). Maar het probleem is veel groter dan drinken tijdens het werk: excessieve drinkers functioneren ook minder goed op het werk als ze niet tijdens werktijd drinken. En dan worden de cijfers ineens heel anders, want 21% van de beroepsbevolking is een excessieve drinker.

Wat zijn de kosten van alcoholgebruik voor het bedrijfsleven?

Wat betekent dit voor een bedrijf? Over heel Nederland worden de maatschappelijke kosten voor het bedrijfsleven geschat op 2 miljard euro per jaar aan verzuimkosten en productieverlies (rapport KPMG uit 2001: 1,5 miljard euro, gecorrigeerd voor inflatie). Problematische drinkers hebben een lagere productie, leveren minder kwaliteit en hebben een slechtere relatie met collega’s en klanten. Ze verzuimen vaker, meestal kortdurend. In lagere functies gebeurt dit overigens vaker: in hogere functies houden drinkers hun problemen langer verborgen. Ook zijn probleemdrinkers vaker betrokken bij bedrijfsongevallen (naar schatting twee tot vier keer zo vaak).

Werkgever kan belangrijke rol spelen

De kosten van excessief alcoholgebruik onder werknemers voor een bedrijf zijn dus hoog, maar voor de werknemer nog veel hoger. Excessief alcoholgebruik heeft niet alleen grote gevolgen voor de gezondheid (een groter risico op allerlei soorten kanker, maag- en leverziektes, hersenaandoeningen, enzovoorts) maar ook op het gebied van psychisch welzijn (verslaving), relaties, hobby’s, enzovoorts. Alcoholverslaafden lopen uit schaamte vaak jaren rond met hun problemen voor ze hulp zoeken, terwijl de kans op volledig herstel groter is als er tijdig wordt ingegrepen. Vaak is het de omgeving die het beslissende zetje geeft. Daar kan de werkgever een belangrijke rol in spelen: een gesprek met een niet-veroordelende, betrokken en bezorgde werkgever kan voor een werknemer aanleiding zijn om de problemen aan te pakken.

Signalen van overmatig alcoholgebruik of alcoholmisbruik

Belangrijk is dan wel dat de werkgever die problemen herkent. Enkele signalen:

  • frequenter verzuim;
  • afwezigheid of te laat komen met vage excuses;
  • lange pauzes en onregelmatig werkpatroon;
  • betrokkenheid bij ongelukjes;
  • lagere concentratie;
  • slechtere kwaliteit werk;
  • slechtere relatie collega’s en klanten;
  • klachten of melding van derden;
  • troebele blik;
  • dranklucht;
  • trillende handen;
  • opgeblazen gezicht;
  • onverzorgd uiterlijk;
  • gewichtsverlies;
  • vaak naar toilet.

Natuurlijk hoeft een signaal lang niet altijd op problemen met alcohol te wijzen! Maar wel kan het bundelen van signalen, het delen van zorg en het bespreekbaar maken met de werknemer duidelijkheid geven over wat er aan de hand is.

Hoe kunnen wij bedrijven helpen?

Veel bedrijven worstelen met dit soort problemen. Kentra Business – onderdeel van Novadic-Kentron – gaat met bedrijven in gesprek en biedt maatwerk, volledig afgestemd op de wensen van het bedrijf. We kunnen bijvoorbeeld helpen met het vormgeven van beleid, preventieve maatregelen opstellen, of een training verzorgen voor de medewerkers. Zo nodig betrekken we ook andere professionals uit ons netwerk, zodat bijvoorbeeld een training over middelen gecombineerd kan worden met een agressieregulatietraining. Uiteraard kunnen we ook cliënten of medewerkers begeleiden of, indien nodig, behandelen. Enkele voorbeelden:

Incidenten op de fabrieksvloer door alcohol of drugs

Een producent binnen de transportsector constateerde ‘incidenten’ bij medewerkers door problemen met alcohol of drugs. Ze hadden daarover echter niks op papier staan. Wij hebben dit bedrijf geholpen met het opstellen en uitvoeren van beleid. Ook hebben wij de medewerkers getraind.

Zerotolerancebeleid binnen de veiligheidssector

Een bedrijf in de veiligheidssector voerde een ‘zerotolerancebeleid’ ten aanzien van drugs- en alcoholgebruik op het werk. Bij gebruik door de medewerker volgde ontslag op staande voet. Met dit bedrijf zijn wij in gesprek gegaan over de meest effectieve aanpak. De werkgever voelde zich verantwoordelijk voor de gezondheid van de medewerkers, maar besefte ook dat een zerotolerancebeleid een open en veilig klimaat in de weg kan staan.

LVB-cliënten extra kwetsbaar

Een instelling in de LVB-branche (Licht Verstandelijke Beperking) werd regelmatig geconfronteerd met cliënten die alcohol of drugs gebruikten. Deze kwetsbare cliënten zijn gevoeliger voor druk en minder weerbaar en worden bovendien regelmatig uitgebuit door anderen (ook door dealers). Zie ook het artikel elders in dit magazine. Wij hebben de medewerkers van de instelling getraind in het signaleren en bespreekbaar maken van het middelengebruik. Daarnaast hebben wij afspraken gemaakt over mogelijke doorverwijzing van cliënten.

Meer weten?

Neem contact met ons op!

* Het meest recente grootschalige onderzoek is van het IVO (2003).

Onderzoek naar nieuwe methode voor detox slaap- en kalmeringsmiddelen

[Naar aanleiding van krantenberichten en telefoontjes naar Novadic-Kentron: dhr. Paling is inmiddels werkzaam bij Brijder verslavingszorg.] 

Novadic-Kentron is hét expertisecentrum voor verslavingszorg. Om onze cliënten de beste behandelmethodes te kunnen blijven bieden, verrichten wij, vaak in samenwerking met andere instellingen, veel wetenschappelijk onderzoek. Zo doen we samen met de Radboud universiteit in Nijmegen onderzoek naar een snellere methode om te ontgiften van benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen). Uit onderzoek in het buitenland is gebleken dat mensen die hoge doses benzodiazepinen gebruiken, met behulp van een infuus met het middel flumazenil binnen een week ontgift zijn. Verslavingsarts Erik Paling van Novadic-Kentron gaat onderzoeken of deze methode ook in Nederland uitvoerbaar en veilig is. De flumazenil wordt in een lage dosering gedurende zes dagen met een infuus toegediend. Dit gebeurt tijdens een opname op de afdeling Psychiatrie van het Radboudumc te Nijmegen. Als de studie succesvol is, zal bekeken worden of deze infuusbehandeling opgenomen kan worden in het standaardaanbod bij ontgifting. Voor dit onderzoek heeft de Stichting tot Steun VCVGZ € 50.000 subsidie toegekend. En we zoeken nog proefpersonen!

Proefpersonen gezocht

Op dit moment wordt gezocht naar proefpersonen die mee willen werken aan dit onderzoek. Daartoe zijn onder andere hulpverleners gevraagd of zij cliënten kennen die baat kunnen hebben bij deze behandeling.

Meer weten over dit onderzoek?

Op de website benzodebaas.nl vindt u uitgebreide informatie over dit onderzoek. Ook verwijzen we u naar het interview met Erik Paling in onze e-mailnieuwsbrief Verslavingszorg in de regio van maart 2016.

Verslavingsreclassering grijpt sneller in bij beginnende criminelen

Binnen de 3RO (de drie Nederlandse reclasseringsorganisaties: Verslavingsreclassering, Reclassering Nederland en de reclassering van het Leger des Heils) waait een nieuwe wind. Onder de naam ‘Ruim baan voor betekenisvol reclasseren’ of kortweg ‘Ruim baan’ wordt het traditionele productdenken (uitvoeren van geprotocolleerde taken die samenhangen met rechtszaken) deels losgelaten en wordt de aandacht gericht op ‘doen wat nodig is’ voor een nieuwe doelgroep: zo snel mogelijk in gesprek gaan met beginnende criminelen en verwarde personen met vaak zware achterliggende problematiek, en hen als dat nodig is verwijzen naar de hulpverlening. Daarmee kan worden voorkomen dat problemen uit de hand lopen en een beginnende crimineel een zware crimineel wordt. Wij vroegen manager Sinead Pothoven en kwartiermaker Brigitte Kikkert naar de stand van zaken en de gevolgen van de koerswijziging.

Beginnende criminelen

Sinead: “Ons traditionele aanbod bestaat vooral uit producten voor cliënten die wegens een delict worden of zijn veroordeeld. Dit soort taken, zoals het adviseren van het Openbaar Ministerie, justitiële rapportages maken en toezicht en werkstraffen uitvoeren, blijven nuttig en nodig, maar het is mooi dat we met Ruim baan financiële ruimte hebben gekregen van het Ministerie van Justitie om daarnaast aandacht te geven aan wetsovertreders die aangehouden zijn voor lichte vergrijpen.”

Een deel van het budget van de Verslavingsreclassering gaat voortaan niet zozeer naar ‘wat moeten wij bieden’, maar naar ‘doen wat nodig is’ voor een nieuwe doelgroep en op een vroeg moment in het justitiële traject – of liever nog ter voorkoming van een justitieel traject. Sinead: “Zo snel mogelijk na het delict gaan we in gesprek met beginnende criminelen met veelal stevige achterliggende (verslavings)problematiek. Op basis van dat gesprek schatten we in of hulpverlening nodig is en verwijzen we de betrokkene naar onze collega’s van de verslavingszorg of een andere instelling. Die gesprekken voeren we vaak in de thuissituatie, waardoor we meteen de omgeving bij de aanpak van problemen kunnen betrekken.”

Minder ‘plankzaken’

Sinead: “De geringe ernst van het delict leidde bij het Openbaar Ministerie (OM) in het verleden tot ‘plankzaken’, waarbij er vaak een lange doorlooptijd was voor er een beslissing volgde. Met de introductie van de ZSM-werkwijze – zo snel en zo ‘samen’ mogelijk – vijf jaar geleden, is er door samen te werken in de strafrechtketen al veel vooruitgang geboekt en worden zaken sneller afgedaan. Maar de aan rechtszaken gekoppelde producten van de reclassering sloten hier nog niet helemaal goed op aan: die waren vastomlijnd en kenden vaak een langere doorlooptijd. Sinds dit jaar hebben we de ruimte gekregen om te onderzoeken welke interventies passend zijn. Hierdoor kunnen we al in een vroeg stadium contact leggen met de verdachte om te onderzoeken wat nodig is, bijvoorbeeld een behandeling bij Novadic-Kentron. Ondanks de achtergrond en problemen van deze doelgroep, bleven zij voorheen vaak jarenlang uit beeld, terwijl hun problemen gemakkelijk tot nieuwe delicten zouden kunnen leiden. Met deze ruimte voor maatwerk kunnen we in een nog vroeger stadium acties uitzetten om zo de kans op recidive te verkleinen. Beter voor deze doelgroep, maar ook spelen we zo beter in op de wensen van onze opdrachtgevers.”

ZSM en Ruim Baan

Nederland kent verschillende ZSM-locaties waar collega’s van de strafrechtketen (OM, Politie, Reclassering, Slachtofferhulp en Raad van de Kinderbescherming) iedere dag met elkaar alle aanhoudingen binnen het arrondissement bespreken en afhandelen. Sinead: “Sinds de start van ZSM wisselen de reclasseringsorganisaties hun diensten gedurende zeven dagen per week onderling af. Het werd voor de reclassering tijd om zich meer te kunnen verdiepen in een doelgroep die nog niet eerder zo snel in beeld kwam. Vaak werd pas bij een inverzekeringstelling de reclassering ingeschakeld. Nu kunnen we, met de ruimte die we gekregen hebben in 2016, al vrij vroeg onderzoeken wat een verdachte nodig heeft. Iedere partner zorgt voor input en advies hoe een aanhouding afgehandeld dient te worden.” 

Doen wat nodig is

Sinead: “De ervaringen die we al met de ZSM-werkwijze hebben opgedaan, worden nu op alle ZSM-locaties in Nederland – waar ook wij aan deelnemen – gebruikt om te onderzoeken wat in ieder arrondissement nodig is om door te gaan met Ruim baan. Landelijk zijn er per arrondissement kwartiermakers aangesteld om de beweging in gang te zetten en van productdenken de omslag te maken naar ‘doen wat nodig is’.”

Van kwaad tot erger

Brigitte Kikkert is als kwartiermaker, samen met een collega van Reclassering Nederland, bezig met de verdere implementatie van Ruim baan in het arrondissement Zeeland/West-Brabant: “De grootste winst is de preventieve werking die uitgaat van de nieuwe aanpak. Door de aanhouding en een dreigende strafrechtelijke vervolging zijn cliënten op dat moment gemotiveerd voor een gesprek en eventueel vervolgtraject, wat betekent dat we aan de slag kunnen met achterliggende problematiek. De zorg en re-integratie verkleinen de kans op het verergeren van het criminele gedrag. Vergeet niet dat bij het plegen van bijvoorbeeld diefstal ook een zekere gewenning optreedt, het begint gewoon te worden. En dan gaat het vaak van kwaad tot erger. Door op een vroeg moment in te grijpen, voorkomen we die ontwikkeling.”

Geen strafblad

Uiteraard heeft de samenleving veel baat bij de nieuwe werkwijze. Door de kans op recidive in een vroeg stadium zo veel mogelijk te verkleinen, wordt het justitiële apparaat ontlast en de samenleving veiliger. Maar ook voor de cliënt heeft het uiteraard voordelen. Brigitte: “Als de cliënt meewerkt, wordt zijn óf haar zaak – al of niet voorwaardelijk – geseponeerd en krijgt hij geen strafblad. En als hij grip krijgt op de achterliggende problemen, zeker bij verslavingsproblemen, heeft hij daar op alle levensgebieden en zijn hele leven lang profijt van.”

Samen starten: ervaringswerkers wijzen cliënten de weg

Verreweg de meeste cliënten die zich melden bij de afdeling Advies & Inschrijving (A&I) van Novadic-Kentron, worden snel doorverwezen naar de intake. Maar wekelijks melden zich gemiddeld vijftien cliënten die nog niet kunnen worden ingeschreven. Soms voldoen zij niet aan de wettelijke voorwaarden, omdat ze bijvoorbeeld geen verwijsbrief van de huisarts, geldig legitimatiebewijs of ziektekostenverzekering hebben. Soms zijn ze nog niet toe aan een hulpverleningstraject, maar hebben ze wel behoefte aan een luisterend oor. Novadic-Kentron laat deze mensen niet in de kou staan en zet ervaringswerkers van het project Samen starten in om hen op weg te helpen.  

Ervaringsdeskundigheid als brug tussen cliënt en hulpverlening

Samen starten is met Samen herstellen een van de initiatieven die voortkomen uit het zogenoemde Handvest van Maastricht. Daarin hebben verslavingszorginstellingen en Cliëntenraden afspraken gemaakt over het belang van herstelondersteunende zorg, waarbij cliënten zelf doelen stellen om weer mee te kunnen doen in de maatschappij. Daarbij is de inzet van ervaringsdeskundigheid erg belangrijk, als kennisbron en als brug tussen cliënt en hulpverlening. Beleidsmedewerker Marcella Mulder is projectleider ervaringskennis binnen Novadic-Kentron: “Binnen Samen herstellen werken we met ervaringswerkers en met ervarings- en coachingsgroepen. In de ervaringsgroepen, die begeleid worden door de ervaringswerkers, kunnen cliënten hun ervaringen delen. De ervaringswerkers die deze groepen begeleiden, doen zelf mee aan coachingsgroepen. Daarin worden cliënten die hun eigen ervaringen in willen zetten om anderen te helpen, getraind door geschoolde ervaringsdeskundigen. Alle nieuwe cliënten worden gevraagd of ze mee willen doen aan de ervaringsgroepen. De animo is groot. Ondanks het feit dat inmiddels groepen draaien in alle regio’s, is er zelfs een beperkte wachttijd ontstaan.”

“De telefoon is mijn belangrijkste wapen”

Uiteindelijk kunnen ervaringswerkers – cliënten die met hun eigen ervaringen anderen helpen – doorgroeien tot ervaringsdeskundigen. Dat zijn (ex-)cliënten die letterlijk en figuurlijk werk willen maken van hun ambitie om lotgenoten te helpen. Nadat ze voldoende hersteld zijn en hun dossier is gesloten, volgen zij een opleiding en kunnen zij zelfs in aanmerking komen voor een betaalde baan bij Novadic-Kentron. Een van hen is John Remmers, die als ervaringsdeskundige werkt op de afdeling Forensisch Klinische Zorg en vier uur per week bij A&I werkt voor Samen starten. John werkt met een monitoringslijst waarop zijn collega’s van A&I alle hulpvragers plaatsen met wie zij contact hebben gehad, maar die zij nog niet naar een behandeling kunnen leiden.

John: “Als mensen twee weken op die lijst staan, kom ik in actie en neem ik contact op met deze hulpvragers. Als ze niet ingeschreven kunnen worden omdat ze niet aan de voorwaarden voldoen, help ik hen daarbij. Ik neem contact op met de huisarts of instanties om de benodigde papieren te regelen. Of ik wijs hen de weg en leg uit hoe zij dit zelf kunnen doen. Dat doe ik allemaal telefonisch. In die zin is de telefoon mijn belangrijkste wapen.”

Om dit werk te kunnen doen, is een uitstekend inzicht in de “sociale kaart” van Brabant noodzakelijk; John weet inmiddels precies wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe huisartsen en andere organisaties het beste te benaderen zijn. Die kennis deelt hij graag met cliënten om hun vragen te beantwoorden. John: “En als ik het nog niet weet, dan zoek ik het voor hen uit.”

Een zetje in de rug

Maar er is ook een groep die nog niet toe is aan een intake. Ze hebben wel een hulpvraag, maar de drempel naar de hulpverlening is nog te hoog. John: “Deze mensen willen in eerste instantie alleen hun verhaal kwijt, hebben behoefte aan een luisterend oor. Deze hulpvragers verwijs ik door naar een van onze ervaringswerkers in de regio. Een gesprek met een lotgenoot kan soms al voldoende zijn om hen in beweging te krijgen. Kan juist dat zetje in de rug geven om hun problemen met alcohol en andere middelen aan te gaan pakken.” Deze mensen komen vaak terecht in een van onze ervaringsgroepen en langs die weg komt het vaak toch tot een intake en een behandeling.

LVB en verslaving: “Deze groep heeft zoveel problemen, maar is ook zó leuk om mee te werken”

Bij ‘verslaving’ denken de meeste mensen niet direct aan mensen met een licht verstandelijke beperking. Toch is deze groep heel kwetsbaar voor afhankelijkheid aan middelen. En die problemen komen meestal niet alleen. Psychische problemen, misbruik, problemen met justitie: bij deze cliënten is vaak veel te winnen! Het is een bijzondere en complexe doelgroep die een heel eigen aanpak vraagt, zowel bij de intake als bij de behandeling. Aan de andere kant is het vaak ook een erg leuke groep om mee te werken. “Als je hun vertrouwen wint, zijn ze vaak heel open en dankbaar.”

Psychiater Christina Sonnenborn: “We noemen ze LVB-cliënten vanwege de licht verstandelijke beperking, maar voor wie bij ons in behandeling komt, is de naam triple trouble toepasselijker. Naast de verstandelijke beperking en de bijkomende verslaving, zien we ook veel andere problemen, zoals psychiatrische problemen of problemen met justitie.”

Misbruik en kwade bedoelingen

Die problemen hangen vaak allemaal samen. Christina: “Ze gaan gebruiken omdat ze moeilijk nee kunnen zeggen of niet goed gevolgen op lange termijn in kunnen schatten, maar ook bijvoorbeeld omdat ze angst of onrust willen verdoven. Ze hebben weinig vaardigheden om problemen op te lossen, weinig veerkracht en zoeken niet snel contact met hulpbronnen. Daardoor zijn ze ook erg kwetsbaar voor misbruik: velen hebben jeugdtrauma’s opgelopen. Maar ze zijn ook kwetsbaar voor misbruik door mensen met kwade bedoelingen.”

Achter hun rug om

Vaak hebben deze cliënten al een heel voortraject doorlopen, waarbij er vaker óver dan mét hen is gesproken. Dat kan voor een ‘valse start’ zorgen. Marijke de Laat, consulent Advies en Inschrijving: “Voor we begonnen met onze LVB-vriendelijke intake, waren we daar nog niet alert genoeg op. We kregen bijvoorbeeld een brief van de huisarts waarin stond dat een cliënt wilde stoppen met blowen. Maar toen wij vervolgens de cliënt spraken over zijn doel, bleek dat hij nog helemaal niet met stoppen bezig was. Hij sloeg totaal op tilt. Dat was een wijze les: niet voetstoots aannemen dat wat de verwijzers en begeleiders zeggen, ook aansluit bij de belevingswereld van de cliënt. Nu hebben we onze werkwijze volledig aangepast. Bij onze LVB-vriendelijke intake betrekken we altijd de cliënt zelf. Ze maken al te vaak mee dat achter hun rug om beslissingen over hen worden genomen.”

Elke week naar het paard

Dit betekent niet dat begeleiders niet worden betrokken, integendeel. Marijke: “Bij reguliere cliënten nemen we een uitgebreide vragenlijst af. Bij LVB-cliënten gaat dat niet: het duurt te lang, ze weten niet hoe ze de vragen moeten beantwoorden, lopen vast en haken zelfs af. Dus we winnen veel informatie in bij hun vertrouwde begeleider, op voorwaarde dat de cliënt daar toestemming voor geeft. Daarna spreken we de cliënt zelf, maximaal tien minuten. We stellen vragen om het verhaal van de begeleider te bevestigen, maar steken vooral in op begrip en motivatie. We benadrukken hoe goed het is ze hulp zoeken en proberen er achter te komen wat ze leuk of belangrijk vinden. Daar zijn ze vaak enorm uitgesproken en enthousiast over. Bepaalde personen, hun werk of dagbesteding, het paard waar ze elke week naar toe gaan. Die dingen registreren we, zodat we daar later in de behandeling mee verder kunnen werken.”

De informatie die in de intake wordt verzameld, is heel belangrijk voor de juiste behandeling. Marijke: “Omdat er zoveel variatie is in wat ze hebben meegemaakt, hoe ze functioneren en wat hun problemen zijn, is het belangrijk om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen, maar op zo’n manier dat het de cliënt niet belast. Zo kunnen we het juiste advies voor behandeling geven.”

Beschermende rol

Die grote variatie vraagt ook om een specifieke aanpak bij de behandeling. Alleen al het matchen van een behandelgroep is soms lastig. Sommige cliënten zijn verbaal heel sterk, bij anderen moet je met pictogrammen werken. Er zijn veel meer mannen dan vrouwen, waardoor je soms op de afdeling maar één vrouw hebt. Christina: “Als die dan ook nog getraumatiseerd is door seksueel misbruik, kan dat best lastig zijn. Al gebeurt het ook vaak dat de andere cliënten dan juist een heel beschermende rol op zich nemen. Ook is het lastig als een cliënt antisociaal is, zijn frustraties afreageert op anderen: daar kunnen de andere cliënten dan moeilijk mee omgaan. Ze kunnen niet begrijpen dat dit soort gedrag voortkomt uit de problemen waar iemand mee kampt. Dat werkt heel verstorend op de groep.”

“Marijke! Ben jij het!?”

De beperkingen en problemen van deze groep creëren uitdagingen voor intake en behandeling, maar zowel Marijke als Christina onderstrepen dat deze doelgroep vooral erg leuk is om mee samen te werken. Marijke: “Ze zijn heel eerlijk en open. Omdat ze soms teleurstellende ervaringen hebben met eerdere hulptrajecten, zijn ze in het begin soms wantrouwend. Dan merk je bij de intake: ‘er hoeft maar dít te gebeuren en ik ben hem kwijt.’ Maar als je dan voorzichtig bent, de juiste dingen zegt en vraagt en hun vertrouwen wint, dan zijn ze vaak heel enthousiast en dankbaar. Dan kom ik een cliënt later nog eens tegen en roept hij uit: ‘Marijke! Ben jij het!?’”

Ook Christina benadrukt de effecten van hun positieve houding op de behandelafdeling: “Een enkeling kan niet functioneren in een groep, maar bij de meeste cliënten merk je juist dat er onderling veel begrip en steun is. Ook zijn deze cliënten vaak heel vriendelijk en dankbaar ten opzichte van de behandelaars en begeleiders. Ze staan bijzonder goed open voor het effect van beloningen en positieve feedback. Dat maakt het werken met deze groep niet alleen heel fijn, maar geeft ook heel concrete handvatten voor de behandeling. Bij Novadic-Kentron werken we met beloningen en positieve alternatieven voor ongezond gedrag. We stimuleren de zelfredzaamheid en de veerkracht, en focussen op de eigen kracht en de positieve punten van een cliënt. Die aanpak werkt bij deze doelgroep heel goed.”

‘Gewoon nee zeggen’ werkt niet

Marijke en Christina merken wel dat er buiten de verslavingszorg nog te weinig expertise is over de problemen van deze doelgroep. Christina: “Hulpverleners in de LVB-sector herkennen het middelengebruik wel, maar onderschatten vaak de ernst. Ook heersen er nog veel vooroordelen en is er soms weinig begrip. Dan wordt simpelweg gezegd: ‘Gewoon nee zeggen’, maar zo werkt dat natuurlijk niet! Deze cliënten hebben zoveel problemen, die hebben echt professionele hulp en een motiverende aanpak nodig. We zien bij deze doelgroep een behoorlijke onderbehandeling.”

Misgelopen trajecten

Marijke: “Dit probleem wordt nog versterkt omdat niet bij alle mensen de LVB-problematiek goed wordt herkend en opgepakt. Daardoor kunnen eerdere trajecten allemaal misgelopen zijn: de cliënt werd dan overvraagd, raakte gefrustreerd, viel terug, werd een draaideurcliënt. Terwijl de juiste aanpak wel heel veel effect kan hebben. Zo iemand komt soms per toeval bij ons terecht, maar daar is nog veel in te verbeteren. Ik hoop dat we dat samen met de huisartsen kunnen oppakken.”

Geen black box

Om de LVB-doelgroep sneller en beter te helpen, werken we samen met LVB-instellingen in Brabant. Met Cello werken we al samen, en we zijn ook in gesprek met andere partijen. Peter van Rijsbergen, teamleider specialistische GGZ: “Onze preventiemedewerkers bieden deskundigheidsbevordering, zodat medewerkers in de LVB-sector de problemen beter herkennen en weten hoe ze dit bespreekbaar kunnen maken. Bij de intake en de behandeling wordt de cliënt nadrukkelijk betrokken – wat bij deze doelgroep zeker niet vanzelfsprekend is – maar ook betrekken we de naasten en de verwijzende instelling. Met de verwijzende instelling vinden regelmatig tussentijdse evaluaties plaats, waardoor onze behandeling geen black box is. En ten slotte gaan we ook personeel uitwisselen, zodat we elkaars expertise kunnen vergroten. Zo streven we ernaar dat deze kwetsbare doelgroep sneller de juiste hulp krijgt, want met een goede en positieve aanpak kunnen we zo veel voor hen doen.”

 

Hypes en trends in uitgaansdrugs: “Nederlanders willen vooral mooi blijven”

Afgelopen zomer was plotseling de drug Flakka veelvuldig in het nieuws. Deze drug, waar gebruikers compleet van doordraaien, kreeg al de naam “extreme zombiedrug” en zou ook al in Dordrecht zijn opgedoken. Het is een goed voorbeeld van hoe een hype ontstaat: een paar indringende Amerikaanse filmpjes, een goedbedoeld berichtje van de politie op social media en ineens heeft iedereen het over Flakka. Volgens Charles Dorpmans, coördinator van het Drugs en Informatie Monitoring Systeem (DIMS, Noord-Brabant), is er weinig aan de hand: “Deze hype is gebaseerd op nagenoeg niks. Er zijn inderdaad enkele mensen geweest die verschijnselen hadden die leken op die van Flakka. Maar we hebben de stof niet aangetroffen en ook in bloed of urine werd die niet aangetoond.” Dat wil natuurlijk niet zeggen dat elke nieuwe ontwikkeling een storm in een glas water is. Maar hoe bepaal je wat een hype is en wat een reëel gevaar? Een zeer boeiend kijkje in de wereld van de drugstrends: over drugs waar u nog nooit van gehoord heeft, over medicijnen die drugs worden en andersom, over vergeten drugs die weer populair worden. En over de ijdelheid van Nederlanders die geen groene tanden en krokodillenbeten willen.

Charles: “De hype rondom Flakka was onnodig. Je zou dan denken: een gewaarschuwd mens telt voor twee, en baat het niet dan schaadt het niet. Maar zo’n hype kan juist het omgekeerde effect hebben. Sommige jongeren denken na het bekijken van een filmpje van iemand die naakt over straat rent: ‘Lachen! Vet cool!’ en worden juist nieuwsgierig. Aan de andere kant wil je dat gebruikers geïnformeerd worden over reële risico’s. Als het DIMS een nieuwe stof in beeld krijgt, onderzoeken we dan ook grondig de effecten, de impact en de risico’s. Daarna maken we een zorgvuldige afweging: wat communiceer je, en aan wie?”

Krokodillenbeten en groene tanden

Nog zo’n kortstondige hype in het nieuws een paar jaar geleden: krokodil. Deze drug geeft een kick als van heroïne, maar is veel sneller uitgewerkt. Je krijgt er afschuwelijke wonden van, alsof je door een krokodil bent gebeten, vandaar de naam. Charles: “Voor arme Russen werd dit een goedkoop alternatief voor heroïne, maar zo’n drug slaat in Nederland echt nooit aan. In het uitgaansleven, waar bijna alle trends ontstaan, wil iedereen er mooi en fit uit zien. Dus zo’n extreme, heavy drug, daar begint niemand aan. Ook qat wordt in Nederland uitsluitend door kleine groepen immigranten gebruikt. Nederlanders willen geen groene tanden. En soortgelijke overwegingen gelden ook voor crystal meth, dat in Amerika maar ook Thailand, New Zeeland en Zuid-Afrika een groot probleem is. Ook daar takel je enorm van af. De ijdelheid van moderne Nederlanders behoedt ons tot nu toe voor veel extreme drugs. Het is ook precies deze mentaliteit die er voor zorgt dat niemand tegenwoordig nog begint aan heroïne.”

Onder de radar in de kinky scene

Een Nieuwe Psychotrope Stof (NPS) die wél aanslaat, is bijvoorbeeld 4FA/4FMP. Charles: “Officieel nog geen drug, want het is niet in de Opiumwet opgenomen. De risico’s voor de volksgezondheid bij gebruik zijn nog te onbekend. Maar bij 4FA/4FMP zien we uit de registratie op dance-evenementen dat gebruik tot meer gezondheidsverstoringen leidt dan xtc. Daar moeten we dus nú met nieuwe informatie over naar buiten komen.”

Het streven om zorgvuldig te communiceren en geen ongewenste aandacht te vestigen op hypes, veroorzaakt wel een dilemma. Want tijdens het proces van registreren en onderzoeken, kunnen de problemen ondertussen wel al heel groot worden. Charles: “Bij GHB was dat bijvoorbeeld het geval. Dit middel deed zijn intrede in heel specifieke subculturen, de gay en kinky scene. Daardoor bleef het lang ‘onder de radar’. En nu is GHB een groot probleem geworden. Daar waren we dus eigenlijk te laat. In aantallen neemt het een kleine positie in, maar GHB is een zeer moeilijke drug om van af te komen.”

De comeback van LSD

Dit probleem illustreert ook dat het niet altijd gaat om nieuwe stoffen. Charles: “Een middel kan worden gebruikt door een specifieke subcultuur en voor een heel specifiek doel. Daardoor kunnen de risico’s relatief klein zijn. Als je bijvoorbeeld een oppeppende drug alleen gebruikt om op grote evenementen eindeloos te kunnen dansen, is de kans dat je hieraan verslaafd raakt klein. Dus dan richt je je alleen op risico’s bij gebruik, zoals bij een te hoge dosering of een combinatie met andere middelen. Zo helpen we gezondheidsverstoringen te voorkomen. Maar iemand met ADHD kan speed gaan gebruiken omdat hij er zo lekker rustig van wordt, als een soort ‘zelfmedicatie’. Dan worden de risico’s helemaal anders. En andersom gebeurt het ook: ketamine is bijvoorbeeld een verdovingsmiddel, maar wordt nu geregeld als tripmiddel gebruikt.

“Sowieso zien we de populariteit van hallucinerende middelen toenemen. Ketamine is een geneesmiddel dat nu ook als drug gebruikt wordt. 2C-B is een hallucinogene stof die al een tijdje op de markt is. Maar ook LSD, zeer populair in de jaren zestig, maakt momenteel een kleine comeback. Ik denk dat de grootschalige dance-evenementen steeds meer plaats gaan maken voor intieme feestjes. Daar passen andere drugs bij. Drugs weerspiegelen de tijdgeest.”

“Gast, goeie drugs bestaan niet…”

Het is niet voor niets dat staatssecretaris van Rijn in de Kamerbrief van 3 november 2015 voor uitbreiding van de testlocaties pleit. Het blijft belangrijk om de trends in uitgaansdrugs goed te blijven monitoren. Charles: “Niet alleen om hypes te ontkrachten en gezondheidsverstoringen te beperken, maar ook omdat drugsgebruik in het uitgaansleven een voorbode kan zijn van wat je over vijf of tien jaar in de zorg terug ziet. Recreatief gebruik kan in een bepaalde periode belangrijk voor je zijn, maar een deel komt er door in de problemen. De belangrijkste boodschap die wij in onze testservice uitdragen, is en blijft dat drugsgebruik nooit zonder risico is. Je kunt er als gebruiker voor zorgen dat je kennis over drugs en nieuwe stoffen op peil blijft, zodat je je niet mee laat slepen door hypes en fabels, en het is zeer verstandig om je pillen en poeders bij onze testservices te laten checken op werkzame stoffen en vervuilingen. Maar veilig is het nooit. Als iemand bij ons komt met de vraag: “Is dit ’n goeie pil?” is ons antwoord dan ook: “Gast, goeie drugs bestaan niet.”

 

‘Anita wordt opgenomen’ bijzondere ervaring voor cliënten, medewerkers en Anita Witzier

Anita Witzier: “Onze aannames waren van een verbijsterende naïviteit”

In de eerste serie van Anita wordt opgenomen, een programma van de KRO-NCRV over de psychiatrie, liep Anita Witzier mee bij twee klinieken van GGZ Centraal. De serie kreeg prima kijkcijfers en won de vakprijs TV Beelden 2016. Er werd besloten een tweede serie te maken, dit keer over de verslavingszorg. Na enkele gesprekken werd besloten dat Novadic-Kentron en de KRO-NCRV met elkaar in zee zouden gaan. Na een zorgvuldig voortraject waarbij met alle betrokkenen en de Cliëntenraad werd afgestemd, werd vanaf januari tot juni gefilmd bij onze jeugdkliniek Kentra24 in Sint-Oedenrode en de kliniek in Vught. Anita Witzier voerde vele uren indringende gesprekken met cliënten en medewerkers. De nieuwe zesdelige serie Anita wordt opgenomen is vanaf 3 oktober te zien op NPO 1. Hier vast een tipje van de sluier: wat vonden onze cliënten, medewerkers en Anita zélf van de opnames op de afdelingen?

KRO-NCRV wil met deze serie de beeldvorming rond verslaving positief beïnvloeden en laten zien dat achter iedere verslaving een uniek verhaal schuil gaat. Dat sluit volledig aan bij de visie van Novadic-Kentron. Maar we willen daarnaast ook laten zien dat verslaafden het tij kunnen keren, dat er voor iedereen Nieuwe Kansen zijn. Herstellen van een verslaving is makkelijker als mensen op tijd hulp zoeken. Daarom hopen we met de serie ook de drempel te verlagen om bij ons of andere verslavingszorginstellingen aan te kloppen.

Cliënt Marly: “Het was mooi om te praten met Anita Witzier”

Marly is een van de cliënten die wilde meedoen aan de opnames. Marly: “Ik wilde laten zien dat niemand voor de lol verslaafd raakt. Iedere verslaafde is een mens met een eigen verhaal. Ook ikzelf en alle andere jongeren bij Kentra24 hebben zo’n verhaal. Met mijn verhaal wil ik laten zien dat verslaving iets is dat iedereen kan overkomen. Het was best wel spannend, maar ook een leuke ervaring om mee te doen aan de opnames. En het was mooi om te praten met Anita Witzier, dat is echt een aardig mens. Bij de voorvertoning van de eerste afleveringen was het wel raar om mezelf terug te zien. Maar het programma is mooi in elkaar gezet, iedereen was er erg tevreden over. Ik heb er zeker geen spijt van dat ik meegedaan heb.”

Medewerkster Linda van Beek: “Ik hoorde dat ik relaxed en professioneel overkwam”  

Ook senior verpleegkundige Linda van Beek heeft aan het programma meegewerkt. Zij hoorde van collega’s en cliënten dat iedereen erg te spreken was over de voorvertoning van de eerste twee afleveringen, die ze zelf nog niet heeft gezien. Linda: “Ik hoorde ook dat ik relaxed en professioneel overkwam. Ik ga in oktober wel kijken! Toen ik werd gevraagd om mee te werken, heb ik direct ja gezegd. Ik zag het als een mogelijkheid om een ander beeld van onze cliënten te laten zien, mensen hebben vaak een eenzijdig en negatief beeld van verslaafden. Maar ook kon ik zo vertellen over mijn werk binnen de verslavingszorg. Mensen hebben vaak geen idee wat wij doen. Achteraf gezien ging het allemaal wel erg snel. Ik had me wat beter voor willen bereiden, willen weten welke vragen gesteld gingen worden. Maar het is goed gegaan, mede door de professionele wijze waarop Anita en haar mensen te werk gingen.”

Anita Witzier: “Ik riep ook nog wat dingen over verspilde tijd, kosten en moeite…”

“Niemand hoefde ons te vertellen hoe afschuwelijk het is om verslaafd te zijn, aan wat dan ook. Een verslaving is allesomvattend. Zowel voor het leven van de verslaafde zelf als voor zijn/haar directe omgeving. Dan kan je twee dingen doen: je gaat ermee door en leidt tot het bittere einde een meer of minder ellendig bestaan of je erkent dat je een probleem hebt en laat je behandelen binnen de verslavingszorg, waar je met behulp van professionals je stinkende best doet. Makkelijk zal dat niet zijn, het is in sommige gevallen zelfs verschrikkelijk zwaar, maar… aan het einde van die tunnel gloort het licht: na ontslag heb je je oude huid afgeschud en kan je, als het ware herboren, verder met je leven. En wij mochten dat proces in deze tweede reeks van AWO van nabij volgen. Fantástisch toch?

“Fantastisch was het zeker, ook in de betekenis van ‘fantasme’. Vergeleken met de wérkelijkheid van verslaving, opname, behandeling en het leven daarna, waren onze aannames van een verbijsterende naïviteit. Dachten we nou echt dat het zo simpel was? We werden snel uit de droom geholpen, keer op keer overigens. Tijdens een opname van een cliënt in de detox vroeg ik: ‘Hoe bedoel je: die is hier voor de zesde keer? Dan werkt die hele behandelmethode toch niet?’ Ik riep ook nog wat dingen over verspilde tijd, kosten en moeite van de zorgverleners en hoe ze in vredesnaam gemotiveerd konden blijven bij zoveel ‘mislukkingen’.

“Dat zag ik helemaal verkeerd: ‘Wat jij, en de meeste onwetenden, als mislukking bestempelen, is onderdeel van een proces en een proces verloopt stapsgewijs. Soms twee stappen voorwaarts, dan weer eentje terug, een paar grote sprongen vooruit, soms weer helemaal terug naar af, opnieuw opbouwen, steeds weer een stukje verder op weg naar een normaal leven zonder gebruik.’

“Terugvallen in gebruik blijkt dus heel normaal te zijn. Wist ik veel. Nou ja, ‘normaal’… Toen ik er over doordacht, realiseerde ik me wat dat in de praktijk moest inhouden: dat je als verslaafde voortdurend op je hoede moet blijven voor de valkuilen die je overal tegenkomt. In de supermarkt, het tankstation, de buurt waar je woont, de feestjes die je bezoekt, op de hoek van de straat… Dat je wéét dat je het níet moet doen, maar dat de zucht zo sterk is dat je toch voor de bijl gaat. Dat je jezelf daarom veracht, dat je je familie en geliefden, voor zover nog aanwezig, wéér teleurstelt, dat de problemen zich blijven opstapelen en het licht aan het einde van de tunnel vertroebelt. Dus terug in behandeling met de boodschap ‘Het is me (weer) niet gelukt…Help me.’ Dat je dan dus toch een stukje verder bent gekomen. En dat dan drie, vier, zes, tien soms wel twintig keer!

“Poeh… we hadden écht geen idee, en velen met ons. Daar is deze serie voor bedoeld, om inzicht te verschaffen in het veelkoppige monster dat ‘verslaving’ heet. Inzicht, het wegnemen van vooroordelen en het kweken van begrip. We zijn ongelooflijk blij met de ruimte die we hebben gekregen om de verhalen van cliënten, hun naastbetrokkenen en de zorgprofessionals in beeld te brengen. We realiseren ons namelijk heel goed dat dat niet zo vanzelfsprekend is. Dank daarvoor!”

Anita wordt opgenomen is vanaf 3 oktober zes maandagen te zien op NPO 1 om 22.00 uur.     

F-ACT into the Future

Op donderdag 22 september vindt in het Parktheater in Eindhoven het jaarlijkse F-ACT-congres plaats. Deze keer wordt dit congres georganiseerd door Novadic-Kentron en GGzE. Wij nemen je mee op reis naar ‘the future‚’ op naar 2020! Dat doen we met een bijzondere en eigentijdse happening: een ‘congrestival‚’.

De wereld om ons heen verandert razendsnel. Woorden als co-creatie en talentontwikkeling zijn in 2020 niet meer weg te denken en tegen die tijd spreken we ook vast niet meer van behandeling en zorginstelling, maar van talentontwikkeling en ontwikkelomgeving. Al die veranderingen hebben ook invloed op F-ACT.

Tijdens ‘F-ACT into the Future‚’ staan we hier uitgebreid bij stil. Dit congrestival is niet bedoeld om uit te leggen hoe het moet of gaat lopen: bezoekers en sprekers moeten elkaar inspireren en motiveren. Elke deelnemer komt met een koffer vol ervaringen en ideeën en gaat met een koffer vol inspiratie weer naar huis.

Ben je geïnspireerd, ben je benieuwd naar ‘the future‚’ en wil je je ervaringen en ideeën daarover delen? Schrijf je dan snel in voor F-ACT into the Future!

Publiek op de banken voor Who cares editie 3

Maandag 25 april organiseerde de stichting Vrienden van Novadic-Kentron, in samenwerking met het Koning Willem 1 College Den Bosch en de Will Hawkins Foundation, voor de derde keer ‘Who cares?‚’: een muzikale theateravond rond het thema gebruik, misbruik en verslaving bij jongeren, voor iedereen die dit thema een zorg is. De 150 bezoekers kregen een zeer gevarieerd en indrukwekkend programma voorgeschoteld, gepresenteerd door spreekstalmeester Charles Dorpmans. De avond werd geopend met poëtische Nederpop van de band Lichte Dichter.

Daarna was er veel aandacht voor persoonlijke verhalen, zoals dat van Diana van Kleij, een moeder die haar zoon verloren heeft door xtc-gebruik. Ook werden de persoonlijke verhalen vervat in muziek. Zo was er rapmuziek door Ruurd en Michael (gitaar) van het dagbestedingsproject en muziekstudio Soundlust, raps van Gert, Rico en Sho van onze jeugdkliniek Kentra24 en twee nummers van onze vaste muzikanten van de Will Hawkins Foundation: Wim en Annelie. Ook was er een optreden van de Bossche vertelkunstenaar Raymond Uppelschoten, die indringend verhaalde over zijn persoonlijke verslavingsgeschiedenis.

De avond werd afgesloten met een try-out van het educatieve theatergezelschap Helder theater. Zij speelden op herkenbare wijze hoe een jonge tiener in de wereld van de drugs belandt.

LSOVD biedt steun aan naasten in samenwerking met Novadic-Kentron

De LSOVD (Landelijke stichting voor ouders en verwanten van drugsgebruikers) biedt al sinds de jaren tachtig steun aan naasten. De vrijwilligers van de LSOVD zijn allen ervaringsdeskundig en therapeutisch geschoold om verantwoord begeleiding te kunnen bieden. De LSOVD biedt landelijk een telefonische hulpdienst en organiseert in Brabant en Nijmegen gespreksgroepen voor naasten. Doordat veel hulp aan naasten niet meer wordt vergoed en Novadic-Kentron hier dus noodgedwongen minder in kan doen dan gewenst, is het bijzonder prettig dat behandelaars van Novadic-Kentron naasten kunnen doorsturen naar de hulp van de LSOVD. Omdat de LSOVD bij zowel behandelaars en naasten zelf echter nog onvoldoende bekend is, gaan Novadic-Kentron en de LSOVD intensiever samenwerken.

Novadic-Kentron biedt in verschillende steden bijeenkomsten voor naasten van cliënten aan: door deelname van vrijwilligers van de LSOVD aan deze bijeenkomsten, willen we deze bijeenkomsten inhoudelijk uitbreiden, maar ook willen we voor naasten de drempel verlagen om zich bij de LSOVD te melden voor steun en advies. Deze samenwerking zal starten in september. Wilt u als naaste informatie over deze bijeenkomsten? Neem contact met ons op.

Wachttijden ingekort: de Treeknorm voorbij

Novadic-Kentron had de afgelopen jaren vaak wachttijden die de Treeknorm (de tussen zorgbieders en verzekeraars afgesproken maximale wachttijd die instellingen verplicht op hun website moeten publiceren) overschreden. Dit probleem is met succes aangepakt. Inmiddels blijft onze organisatie wat betreft de maximale wachttijd voor een eerste gesprek ruim onder de Treeknorm van 4,8 weken. De gemiddelde wachttijd over alle locaties is 1,6 weken. Ook de wachttijd voor de start van de behandeling na het eerste gesprek blijft onder de norm: de norm is 3,9 weken, onze gemiddelde wachttijd is 3,4 weken.

Teamleider Advies & Inschrijving Anoek van de Biggelaar, die met haar mensen verantwoordelijk is voor het eerste contact, is blij met deze cijfers. Ze wijt deze aan de invoering van zorgpaden en een andere manier van intaken. Maar ze voegt er meteen aan toe dat we er nog niet zijn: “We willen meer bereiken. Er zijn nog te veel verschillen tussen afdelingen. Op sommige plekken zitten we voor de start van de behandeling nog boven de Treeknorm.” Daarnaast spelen seizoensinvloeden volgens Anoek een rol, waardoor de cijfers per maand kunnen verschillen. “De huidige cijfers worden daar wellicht ook gunstig door beïnvloed.”

Nog ambitieuzer is Bernier van Hoof, regiomanager Noordoost. Samen met zijn collega-managers uit de andere regio‚’s en de teamleiders legt hij de lat hoog. Bernier: “Per 1 september een maximale wachttijd van 5 dagen voor zowel eerste contact als start behandeling. Dat is geen streven, maar een belofte. Dat zal geen makkelijke klus worden, maar als alle neuzen dezelfde kant op staan en wij onze hulpverleners tijdig van actuele stuurinformatie voorzien, moet dat lukken.” Wordt vervolg dus!

Bekijk hier de actuele wachttijden

 

Inspectie voor de Gezondheidszorg lovend over de SVP-CN

In november 2015 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg onderzoek gedaan naar de organisatie van de GGZ in Caribisch Nederland (de zogenaamde BES-eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius). De SVP-CN, een aan Novadic-Kentron verbonden onderneming, neemt daar het merendeel van de geestelijke gezondheidszorg voor haar rekening. Het doel van het onderzoek was de GGZ binnen Caribisch Nederland in kaart te brengen en te toetsen op kwaliteit, toegankelijkheid en patiëntveiligheid.

In het rapport dat maart 2016 verscheen, beschrijft de Inspectie successen, conclusies en handhavingsmaatregelen. De Inspectie stelt in dat rapport: “De inspectie is van mening dat aan de inwoners van Caribisch Nederland in de meerderheid van de gevallen op verantwoorde wijze geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg wordt verleend. Op sommige punten kan de zorg in Nederland zelfs een voorbeeld nemen aan de GGZ in Caribisch Nederland. Voorbeeld hiervan is de ver doorgevoerde ambulantisering van de GGZ-zorg. De hieraan ten grondslag liggende werkwijze, samen met de zeer beperkte mogelijkheden voor klinische zorg, maken dat creatief en flexibel wordt ingespeeld op de problematiek van de patiënt.”

Verbeterpunten

Naast deze lovende woorden ziet de Inspectie op een aantal onderdelen ruimte voor verbeteringen. Genoemd werden onder andere de klachtenregeling, de uitwisseling van data met huisartsen en ziekenhuizen en afstemming met de apotheken over medicijnveiligheid. De SVP-CN was bij het verschijnen van het rapport al met een aantal van de genoemde punten aan de slag. De overige punten worden in 2016 verder opgepakt en benut voor kwaliteitsverbetering.

Hostel Den Bosch: twee jaar later

Het hostel aan de Van Broeckhovenlaan in Den Bosch is inmiddels twee jaar in bedrijf en draait uitstekend. De hele periode heeft de woonvoorziening voor dak- en thuislozen met verslavings- en psychiatrische problematiek een volle bezetting van dertig bewoners gehad. De vooraf door de buurt verwachte problemen zijn uitgebleven, blijkt uit een eind 2015 gehouden meting. Samen met de collega‚’s van Reinier van Arkel begeleiden onze medewerkers de bewoners. Ze proberen samen met hen hun leven weer op de rit te krijgen, zodat bewoners door kunnen stromen naar andere woonvoorzieningen. Emmy Bouwmans, teamleider van het hostel, kijkt dan ook met gepaste trots terug op de afgelopen twee jaar: “Het waren tropenjaren. Binnen een nieuwe voorziening aan de slag met een zware doelgroep, en dat midden in een woonwijk. Dat we die klus zo goed voor elkaar hebben gekregen, is een groot compliment aan onze mensen.”

Geen toename van overlast

Regelmatig onderzoekt bureau Dimensus op verzoek van de gemeente hoe omwonenden de leefbaarheid waarderen. Na een 0-meting (2013) en een 1-meting (2014), is eind 2015 een 2-meting uitgevoerd. Bewoners waarderen de woonomgeving (7,4) en de leefbaarheid (7,4) met een ruime voldoende. Deze cijfers zijn gelijk aan 2014 en iets hoger dan 2013. Slechts 10 tot 15% van de omwonenden vindt dat het hostel heeft geleid tot een toename van de overlast. Tijdens de 0-meting, toen het hostel er nog niet was, ging 50-60% van de bewoners nog uit van een toename van de overlast door verslaafden en dealers.

Incidentenoverleg

Sinds de opening van het hostel is er een incidentenoverleg, waar klachten over overlast worden besproken met onder meer politie en stadstoezicht. De afwikkeling van deze incidenten wordt gerapporteerd aan de beheergroep, waaraan ook omwonenden deelnemen. Emmy: “De acceptatie in de buurt is redelijk goed. Er zijn wel eens klachten, maar die pakken we direct en kordaat op. We moeten wel alert blijven; een goede relatie met de buurt is van groot belang.”

Doorstroming

Bij de start van het hostel werd er nog van uitgegaan dat de bewoners permanent in de woonvoorziening zouden blijven wonen. Inmiddels is de beleidslijn dat ook of daarnaast ingezet wordt op doorstroming naar andere woonvormen. Emmy: “Een groot deel van de bewoners gaat goed vooruit, hun leven is veel stabieler geworden. Op dit moment zijn er vijf kandidaten om door te stromen en gaat er één naar een woning van Zayaz. We zijn dan ook volop in gesprek met diverse partners om passende woonalternatieven te realiseren, zoals bijvoorbeeld aanleunwoningen.”

Een eigen sleutel

De bewoner die op het punt staat door te stromen, is Ohran (54). Hij verbleef eerder bij de opvang aan de Oranje Nassaulaan, maar is drie maanden na de start aan de Van Broeckhovenlaan komen wonen. Ohran: “Ik was dolblij met een eigen appartement in het hostel. Je hebt iets voor jezelf, voelt je vrijer, hebt meer privacy en een eigen sleutel. Dat had ik lang niet gehad.” Ohran voelt zich thuis in het hostel. Met zijn medebewoners en buren gaat hij om als ieder mens: hij zegt vriendelijk goedendag, laat iedereen zijn gang gaan en zorgt ervoor dat hij zelf geen aanleiding geeft tot opmerkingen. En ook over de begeleiding is Ohran goed te spreken: “Ik kan altijd bij hen terecht als ik ergens mee zit. Ook dat geeft een gerust gevoel.”

Bezige bij

Ohran is geen stilzitter. Dat had hij al aan de Oranje Nassaulaan, waar hij bijvoorbeeld kookte voor de andere cliënten: “Hier in het hostel is gelukkig ook altijd wat te doen. Rondom het hostel is een grote tuin en veel groen. Dat komt mij goed van pas. Ik vind het heerlijk om in de tuin te werken. Het zorgt voor de nodige ontspanning en geeft me het gevoel nuttig te zijn.” Hij wil ook zeker de tuin blijven bijhouden als hij naar zijn nieuwe woning verhuist.

Afkicken

Ohran denkt dat hij ook in zijn nieuwe woning, waar hij nog begeleiding krijgt van de medewerkers van het hostel, zijn draai zal vinden. Hij heeft nog een grote wens, maar weet niet of hij dat voor elkaar krijgt: stoppen met drugs. Ohran: “Ik ben vast van plan met die drugs te stoppen. Ik weet niet of dat gaat lukken, ik heb dat al vaker geprobeerd. Maar stiekem hoop ik dat die nieuwe woonsituatie helpt om die droom uit te laten komen. Het zou mooi zijn als mijn kleinkinderen me straks niet zien als hun verslaafde opa.”

Cliënten werken mee aan kunstproject

16, 18 en 19 juni vindt voor de zevende keer de Bosch Parade plaats en trekt een stoet van kunstzinnige creaties, geïnspireerd door de schilderijen van Jeroen Bosch, over de Dommel door het centrum van Den Bosch. Een van die creaties was Verstekelingen, gebaseerd op het schilderij de Zondvloed, waarop te zien is dat de Ark van Noach op de berg Ararat gestrand is. Kunstenaar Ed Santman, bedenker van Verstekelingen, en samen met Mirthe Wacki (docent kunstzinnige vorming PI Vught) aan het werk om de creatie vorm te geven, vroeg Novadic-Kentron of cliënten interesse hadden om mee te helpen. Dat hadden ze wel!

Nieuwe Kansen benutten en weer meedoen

Cor Verbrugge, beleidsmedewerker Herstel van Novadic-Kentron, ging op zoek en vond vijf cliënten van Novadic-Kentron bereid om mee te werken. Cor: “Voor onze cliënten is het van groot belang dat zij in hun herstelfase betrokken blijven bij de maatschappij. Dit project was een uitgelezen kans om in sociale samenhang mee te doen en cliënten Nieuwe Kansen te bieden. Tegelijkertijd passen dergelijke initiatieven prima in onze CRA-filosofie: cliënten een alternatief bieden voor hun gebruik, een andere activiteit die hen ook een bevredigend gevoel geeft en hun eigenwaarde vergroot. En ten slotte kan ook het opnieuw samenwerken in een team later van belang zijn bij arbeidsintegratie en herstel.” Verstekelingen is het eerste project dat past binnen het leer- en werkprogramma Herstel en Ervaringsdeskundigheid Den Bosch, dat later dit jaar officieel van start gaat.

Verstekelingen

Samen met andere kwetsbare mensen uit de Bossche samenleving ging het gezelschap, onder leiding van Ed en Mirthe, aan de slag met Verstekelingen. Een berg die geruisloos door Den Bosch drijft met op de top een gestrande ark. Er zitten flink wat gaten in het vaartuig. Uit die gaten kruipen de verstekelingen, de insecten die de ark bevolken, die veel weg hebben van de magische wezens uit de schilderijen van Jeroen Bosch. Het geheel wordt minimaal vijf meter hoog en voortbewogen door in de berg verwerkte pontons met fluistermotor. Aan boord zijn verder enkele mensen van het team die de verstekelingen “bedienen”. Een ambitieus project, waarbij de nodige problemen opgelost moesten worden. Het valt immers niet mee om een kunstobject van die hoogte onder de bruggen van de Dommel te laten varen.

Maatschappelijke betrokkenheid

Ed en Mirthe bespreken die problemen met het team, iedereen denkt mee over mogelijke oplossingen. Ed heeft vaker samen met kwetsbare mensen kunst gerealiseerd: “Als kunstenaar werk je toch een beetje op een eiland. Dat botste enigszins met mijn maatschappelijk betrokkenheid. Door aan zo‚’n groot object samen te werken met mensen die het moeilijk hebben of gehad hebben, komen kunst en maatschappelijk engagement samen.”

Vaardigheden

Ed is ervan overtuigd dat het voor kwetsbare mensen van belang is om weer iets te betekenen. Verstekelingen biedt hen daartoe een nieuwe kans. Het lijkt hem geweldig voor ‘zijn‚’ mensen om meegewerkt te hebben aan iets waar duizenden mensen plezier aan beleven. Ed: “Dat moet hen toch een boost geven, en het gevoel versterken dat ze er toe doen”. Maar er is meer: “Door de manier waarop wij werken, wordt een beroep gedaan op essentiële vaardigheden. Communiceren, op tijd komen, afspraken maken en werk afronden zijn erg belangrijke vaardigheden die hier getraind worden.”

Kick

Een van onze cliënten die meewerkt aan Verstekelingen is Patrick. Patrick is met succes behandeld voor zijn alcoholprobleem en is nu in afwachting van woonruimte. Tijdens de behandeling is hij begonnen met schilderen. Hij kan er zijn ei in kwijt en zegt er rustig van te worden. Maar het geeft hem ook een kick als anderen mooi vinden wat hij heeft gemaakt. Patrick: “Daarom heb ik ook meteen ja gezegd toe Cor mij vroeg voor Verstekelingen. Prachtig toch, bezig zijn met kunst, me er meer in kunnen verdiepen en nieuwe dingen leren. Toch bijzonder dat ik in iets gefascineerd ben geraakt dat me eigenlijk nooit geboeid heeft.” Patrick heeft geen plannen om van kunst zijn beroep te maken: “Maar het is natuurlijk mooi als ik straks iets kan verkopen. Dan kan ik daarvan weer nieuwe kunst maken. Ik zie het als een mooie hobby, iets dat ik eigenlijk nooit heb gehad.”

Meevaren

Het met elkaar werken aan Verstekelingen bevalt Patrick goed. Patrick is tot nu vooral met de ark bezig geweest. Het werk is gemoedelijk, heeft niet de druk die hij kent uit de commerciële wereld. Patrick: “De taken worden verdeeld en dan gaan we aan de slag. Ik ben tot nu vooral met de ark bezig geweest. Die is nu klaar. De volgende klus is de berg maken en de ark erop zien te krijgen. Het is voor mij goed te ervaren dat iets ook met enige rust te maken is, zonder het gejaag en gejakker dat ik gewend ben.” Patrick wil straks ook graag meevaren op de boot: “Dat lijkt me geweldig, al die mensen langs de route. Ik ben enorm nieuwsgierig naar hun reacties.”

Bekijk hier een filmpje van de gemeente Den Bosch over dit mooie project!

 

"Bij GHB-verslaving heb je maar twee standen: alles is toppie, of het is crisis”

Bij GHB-verslaving lijkt het alsof alles goed gaat, zolang je maar om de twee uur gebruikt. Dit maakt GHB zo verraderlijk verslavend: de problemen lijken pas te beginnen zodra je stopt met gebruiken. Dit horen behandelaars regelmatig van GHB-verslaafden. En dit zijn dan geen recreatieve gebruikers meer, maar mensen die zwaar verslaafd zijn. Hun hele leven – werk, relaties, financiën, gezondheid – is naar de knoppen. Maar ze voelen het niet, want ze leven in een permanente roes. GHB-onderzoeker Harmen Beurmanjer legt uit hoe je zó extreem in de problemen kunt komen, terwijl je daar zó totaal blind voor blijft.

Harmen werkte samen met anderen twee en half jaar aan de GHB Monitor 2.0, om de problemen en behandelmogelijkheden bij GHB-verslaving in kaart te brengen. De situatie bleek wel iets verbeterd ten opzichte van de eerste monitor: toen viel 65% terug na behandeling, nu is dat 50%. De verslavingszorg krijgt dus meer grip op GHB-verslaving. Maar hoewel het totaal aantal GHB-verslaafden laag is, vormt het een relatief groot maatschappelijk probleem. Het blijft een van de moeilijkste groepen verslaafden om te behandelen: de terugval is hoog en ze hebben veel andere problemen: psychisch, lichamelijk, sociaal-maatschappelijk én cognitief (geheugen, aandacht). Hoe komt dat? Wat maakt deze verslaving zo anders?

Altijd onder invloed

Harmen: “Uit de eerste resultaten van nieuw, nog lopend onderzoek, komt het beeld naar voren dat GHB ervoor zorgt dat mensen nauwelijks beseffen hoe ziek ze eigenlijk zijn. GHB-verslaafden gebruiken gemiddeld om de twee uur en zijn dus altijd onder invloed. Als ze niet gebruiken, krijgen ze zeer heftige ontwenningsklachten, zoals een delier, hevige angsten en ontregeling van autonome lichaamsfuncties, zoals de ademhaling en hartslag. Dat kan zelfs levensbedreigend zijn. Dus gebruiken ze elke paar uur GHB, dag en nacht. En niet alleen als ze ontwenningsklachten krijgen, maar ook als ze zich bewust worden van hun groeiende problemen. De GHB drukt alle negatieve emoties weg. Zo nemen de problemen toe, terwijl de GHB het besef hiervan volledig onderdrukt. In tegenstelling tot alcoholverslaafden die zich tijdens nuchtere momenten ellendig voelen en beter beseffen hoe ze eraan toe zijn, ervaren GHB-gebruikers dit dus beperkt. Ze zijn altijd onder invloed. Daarnaast is er veel indirect bewijs dat GHB, en met name bewusteloosheid door een overdosis, schadelijk is voor de hersenen en de cognitieve functies. Daardoor neemt de kans op terugval toe. Novadic-Kentron investeert momenteel in onderzoek hiernaar, waardoor we onze kennis over GHB verder kunnen vergroten en GHB-verslaafden beter kunnen helpen.”

Bewusteloos op de spoedeisende hulp belanden wordt routine

GHB-gebruikers zijn vaak al jaren verslaafd voor ze bij de hulpverlening terecht komen. GHB is kleurloos – het lijkt net water – dus gebruik valt niemand op. En zelfs als het leven volledig ontspoort, gaat dat door de GHB vaak langs hen heen. Harmen: “Dat gaat erg ver: de eerste keer dat GHB-gebruikers ‘out gaan‚’ en wakker worden in het ziekenhuis, vinden ze dat raar, maar na een paar keer denken ze vaak alleen nog: ‘oh, het is weer zover‚’. Ze worden nooit echt nuchter, en zo blijven ze heel lang beperkt in het observeren van hun eigen situatie. Vaak tot het punt dat de problemen zo groot worden dat de omgeving ingrijpt. Of tot ze bijvoorbeeld een psychose krijgen met een crisisopname tot gevolg. Bij GHB-verslaving heb je maar twee standen: alles is toppie, of het is crisis.”

Mijn medicijn tegen psychische problemen

Wanneer ze bij de verslavingszorg terechtkomen, zijn de problemen al heel groot. Bij andere verslavingen heb je daarin allerlei gradaties, omdat ook mensen met bijvoorbeeld een beginnende alcoholverslaving – die nog wel een gezin, vrienden en werk hebben – tot het inzicht kunnen komen dat ze hulp nodig hebben. Harmen: “Een GHB-verslaafde komt vaak pas in beeld als deze elke paar uur, dag en nacht, moet gebruiken en de problemen gruwelijk uit de hand zijn gelopen. Dan nog duurt het vaak lang voor ze beseffen dat ze beter met GHB kunnen stoppen. GHB lijkt op dat moment nog een ‘medicijn‚’ tegen alle psychische-, slaap- en sociale problemen. Je leven na GHB-verslaving weer opbouwen, kan een lange weg zijn. De grote diversiteit aan persoonlijke problemen en hobbels die mensen hierin tegenkomen, maakt ze kwetsbaar voor terugval.”

Zes jaar leven als zombie

Volgens Harmen vraagt deze doelgroep dus echt om een andere focus: “De detox volgens een afbouwschema met medische GHB verloopt bijna altijd zonder complicaties, en dat is gezien de mogelijk levensgevaarlijke ontwenningsverschijnselen een belangrijke vooruitgang. Maar daarna begint het pas écht. Deze groep vraagt om een langdurig, intensief traject. Ze worden voor het eerst echt wakker, nadat ze zes jaar als een zombie hebben geleefd. Dan zijn ze volledig overprikkeld en zien ze bovendien pas in welke situatie ze zich bevinden: vaak hebben ze geen baan meer, geen huis, geen vrienden, torenhoge schulden, en ze weten niet hoe ze die problemen op moeten lossen. Als je deze groep dan weer loslaat, zitten ze binnen de kortste keren weer aan de GHB. Uit de GHB Monitor 2.0 bleek dat het medicijn Baclofen kan helpen tegen terugval, maar het is geen wondermiddel. We moeten werken aan het opbouwen van een gezond sociaal netwerk, van werk en een goede woonsituatie, aan het wegwerken van schulden, aan de psychische en cognitieve problemen die ze hebben. Daarvoor is een integrale aanpak nodig: we willen dan ook graag meer samenwerken met andere GGZ-instellingen, GGD‚’s, instanties voor begeleid wonen, politie, maatschappelijke opvang, enzovoorts.”

Oproep ketenpartners die worstelen met thema GHB-verslaving

Harmen wil bij deze ketenpartners die worstelen met het thema GHB-verslaving, nadrukkelijk uitnodigen om contact met hem op te nemen. Dit kan via e-mailadres harmen.beurmanjer@novadic-kentron.nl. Harmen: “Zo kunnen we samen kijken wat we voor elkaar kunnen betekenen!”

Vragen of zorgen?

Heeft u vragen over GHB-verslaving of zorgen over een specifiek persoon, neem dan contact met ons op!

Markieza wint Movisie participatieprijs

Markieza, de academie voor herstel en ervaringsdeskundigheid uit Eindhoven, heeft de Movisie participatieprijs 2015 gewonnen. Het landelijk kennisinstituut en adviesbureau voor het sociale domein wil met deze prijs een initiatief bekronen dat de participatie bevordert van kwetsbare groepen. Markieza werd gekozen uit 118 aangemelde initiatieven. Markieza wint de prijs onder meer omdat het bruggen bouwt tussen hulpvrager en instellingen en omdat de jury Markieza een voorbeeld acht van de ontwikkeling, positionering en de kracht van ervaringsdeskundigheid.

Dit wordt door de jury in haar rapport als volgt verwoord: ‘Markieza richt zich op het Wmo-beleid om participatie voor kansarme groepen mogelijk te maken. Zij zijn een voorbeeld voor andere organisaties van ervaringsdeskundigen: hoe je dat goed kunt organiseren en hoe je je nek kan uitsteken. Markieza werkt in de breedte, is een verbinder, heeft een sterk netwerk en duurzame financiering. Het feit dat ze ervaringsdeskundigheid als betaalde functie mogelijk maken vindt de jury een groot pluspunt.‚’ De prijs, die onder meer bestaat uit een geldbedrag van ‚Ǩ 2.500, werd 15 april uitgereikt door de voorzitter van de jury, Pieter Hilhorst.

Onze organisatie werkt intensief samen met Markieza. Novadic-Kentron denkt actief mee over het doorontwikkelen van opleidingsmogelijkheden en levert daarvoor docenten. Markieza leidt ervaringswerkers op zodat die, betaald of als vrijwilliger, bij organisaties aan de slag kunnen. Op dit moment zijn er ruim 100 ervaringswerkers bij Novadic-Kentron die worden opgeleid of werken in een betaalde baan, als vrijwilliger of stagiair. Een deel van hen volgt een opleiding bij Markieza of heeft die gevolgd.

Nieuwe Kansen bij Novadic-Kentron

De zorg is de afgelopen jaren enorm veranderd en na een paar moeilijke jaren heeft Novadic-Kentron de goede koers te pakken. Nu onze basis bijna op orde is, is het tijd om verder te gaan met een nieuwe missie en mentaliteit: we gaan Samen Nieuwe Kansen Creëren voor en met cliënten! Daar horen ook een nieuwe organisatie en een nieuwe huisstijl bij. Een huisstijl die dankzij veel creativiteit en met weinig middelen tot stand is gekomen (mede dankzij sponsoren). U kunt de start van de nieuwe kansen bij Novadic-Kentron mee beleven! Woensdag 29 juni vanaf 15.00 uur presenteren we aan onze ketenpartners op onze hoofdlocatie in Vught ons nieuwe verhaal met een prachtige tentoonstelling die de nieuwe beelden van Novadic-Kentron laat zien. Het resultaat is bijzonder, met dank aan onze cliënten. Bent u ketenpartner en wilt u ook komen? Meld u aan via nieuwekansen@novadic-kentron.nl. Benieuwd naar onze nieuwe missie, visie en waarden? Lees dan vooral verder!

Met cliënten, ervaringsdeskundigen, medewerkers en samenwerkingspartners hebben we in het najaar van 2015 onze strategie herijkt. Op basis hiervan zijn een krachtige nieuwe missie en visie tot stand gekomen, die ons de komende jaren inspiratie en richting zullen geven, maar die ook een belofte zijn aan onze cliënten en onze samenwerkingspartners.

Missie

Onze nieuwe missie: ‘Samen Nieuwe Kansen Creëren‚’. Wij zetten onze verslavingsdeskundigheid in voor een gezonde, sociale en veilige samenleving. Wij werken Brabantbreed en met partners in heel Nederland.

Visie

Novadic-Kentron wordt gevormd door professionele medewerkers en ervaringswerkers die rollen vervullen als ambassadeurs, ondernemers, samenwerkers en ketenpartners. Wij steunen cliënten bij hun herstel. Wij sluiten aan bij de vraag: we nemen niet over, maar voegen toe. Als dat nodig is, nemen wij de regie. Ons behandelaanbod wordt gevoed vanuit de biopsychosociale benadering, is niet zwaarder dan noodzakelijk en is nabij (in de wijk, bij de huisarts) en beschikbaar.

Waarden

Onze waarden – Toonaangevend en Fijn Behandeld – lopen als een rode draad door alles wat we doen: we willen dat iedereen die bij Novadic-Kentron betrokken is, zich fijn behandeld voelt. Wij werken aan een herstelondersteunend behandelklimaat, toonaangevende verslavingsdeskundigheid en onze toegevoegde waarde als inspirerende samenwerkingspartner. Zo creëren we samen Nieuwe Kansen!

Meer over onze nieuwe koers, en over successen die we al bereikt hebben, leest u in ons Jaarverslag dat eind juni zal verschijnen. We zullen u hierover via ons e-mailmagazine informeren!

Tien tips om alcoholmisbruik onder jongeren te voorkomen

Het aantal jongeren dat met alcoholvergiftiging in het ziekenhuis belandt (“comazuipen”) stijgt nog steeds en volgens onderzoek van onze eigen preventiewerkers zou dat wel eens met het fenomeen “indrinken” te maken kunnen hebben. Een van de meest schokkende resultaten uit dit onderzoek was dat de jongeren massaal aangaven dat dit indrinken plaatsvindt met toestemming van de ouders. Voor iedereen die omgaat met jongeren of hun ouders: hier tien tips om alcoholmisbruik onder jongeren te voorkomen.

  1. Laat kinderen geen alcohol proeven op jonge leeftijd. Ook niet een slokje champagne met nieuwjaar.

Veel ouders denken dat het goed is om een kind al heel jong, in een gezellige sfeer, een slokje alcohol te laten proeven. Dit zou volgens hen het goede voorbeeld geven van hoe je verantwoord omgaat met alcohol. Uit onderzoek blijkt echter dat het resultaat juist het tegenovergestelde is. Kinderen die op jonge leeftijd al alcohol mogen proeven, gaan eerder en meer alcohol drinken.

  1. Geef kinderen geen kinderchampagne of alcoholvrije wijn of bier.

Goed bedoeld: zo feest het kind “net echt” mee. Maar hiermee leer je kinderen onbewust de boodschap dat een feest of gezellige gebeurtenis niet zonder alcohol kan en dat je als volwassene alcohol hoort te drinken. Maak liever een feestelijke drankje, bijvoorbeeld een alcoholvrije cocktail (zie: happydrinks.nl).

  1. Geef het goede voorbeeld.

Drink met mate en laat kinderen en jongeren met woord en natuurlijk daad zien dat alcohol niet noodzakelijk is om het gezellig te hebben. Plan dus ook activiteiten waar geen alcohol gedronken wordt. Maar maak duidelijk dat er nu eenmaal verschil is tussen kinderen en volwassenen.

  1. Begin op tijd met regels stellen.

Kinderen van 11 jaar zijn vaak al nieuwsgierig. Dat is hét moment om duidelijke afspraken met hen te maken over de leeftijd waarop ze zelf alcohol mogen gaan drinken. Het is makkelijker je kind bij te sturen als hij of zij nog niet drinkt dan als je kind al begonnen is met drinken.

  1. Stel duidelijke regels en wees consequent.

De meest voorkomende misvatting bij ouders: dat het geen zin heeft om grenzen te stellen en dat grenzen kinderen en jongeren juist nieuwsgieriger maken zodat ze stiekem gaan drinken. Maar uit verschillende onderzoeken blijkt dat juist een duidelijk en strikt verbod tot het achttiende jaar heel goed werkt: kinderen van wie de ouders op dit gebied strenge regels stellen, beginnen later met drinken en drinken dan meestal ook minder. Verbind ook realistische consequenties aan het overtreden van de regels en handhaaf die. Zelfs als kinderen die regels overtreden, wordt er altijd nog minder gedronken dan als er geen of vooral soepele regels zijn. Bovendien kunnen zogenaamde “strenge ouders” jongeren ook een handvat geven om nee te kunnen zeggen. (“Nee echt niet, mijn ouders zijn superstreng, ik zit écht in de problemen als ze erachter komen dat ik heb gedronken!”)

  1. Praat over alcoholgebruik.

Wees betrokken en geïnteresseerd in je kind en praat over alcoholgebruik. Niet te vaak en te veel, maar laat het zo af en toe terugkomen. Bijvoorbeeld over vragen als: Hoe gaan anderen in de klas hiermee om? Vindt je kind het moeilijk om te weigeren? Wat zijn voor- en nadelen van alcohol drinken? Is alcohol drinken “stoer”, of “lekker”? Praat ook over de gevolgen, maar dan zoveel mogelijk over concrete gevolgen in het hier en nu. Dus niet over toekomstperspectief of verslaving op latere leeftijd, maar over slechter presteren op school of bij sport, je minder goed voelen, sneller dingen doen waar je spijt van krijgt, enzovoorts.

  1. Praat met andere ouders.

Hoe gaan andere ouders om met hun kinderen? Is het mogelijk om gezamenlijk afspraken te maken over (geen) alcoholgebruik op feestjes en over ouderlijk toezicht? Afstemmen met andere ouders kan ervoor zorgen dat ouders sterker in hun schoenen staan bij het handhaven van regels. En vaak is het ook handig om andere ouders gesproken te hebben als de jongere beweert “dat alle andere kinderen in de klas wel mogen drinken van hun ouders‚Ķ”

  1. Goed ontwikkelde eigenwaarde en weerbaarheid.

Een kind dat zich onzeker voelt en weinig zelfvertrouwen heeft, zal het wellicht lastiger vinden om standvastig te blijven bij groepsdruk om toch te drinken. Zo‚’n kind kan dan gaan drinken om “erbij te horen”.

  1. Neem deel aan infoavonden zoals Happy Ouders of Uit met ouders.

Verschillende steden (waaronder Breda, Den Bosch, Roosendaal, Cuijk, Dongen, Tilburg, Eindhoven, Oisterwijk en Oosterhout) organiseren voorlichtingsavonden in hun cafés en uitgaansgebieden, waar ouders tijdens een afwisselend programma in verschillende gelegenheden uitleg krijgen over jongeren en alcohol (en ander drugsgebruik), en over uitgaan anno nu. Hou de lokale media in de gaten: deze avonden worden vaak ruim van tevoren aangekondigd. Ook kunnen ouders voor meer informatie contact opnemen met preventie@novadic-kentron.nl.

  1. Vraag advies bij Kentra Preventie.

Jongerenwerkers, docenten, artsen (en andere verwijzers) ouders en jongeren die vragen hebben over omgaan met jongeren en alcohol, kunnen altijd contact opnemen met Preventie, via preventie@novadic-kentron.nl of telefoon 073-689 9090. Preventie kan ouders helpen met een telefonisch adviesgesprek, een individueel gesprek op afspraak, een ouder-kindgesprek, een informatieavond of bijvoorbeeld een ‘Homeparty‚’.

Meer info ook op: http://www.alcoholinfo.nl/, http://www.kentra.nl/. http://www.hoepakjijditaan.nl/ http://www.nix18.nl/

 

 

Signaleren en motiveren: Preventie helpt Sociale Wijkteams op weg bij complexe problemen

Een moeder belt hevig geëmotioneerd naar Novadic-Kentron. Haar dochter van 19 jaar verwondt zichzelf, heeft een stoornis in het autistische spectrum en gamet erg veel. Het meisje heeft al enkele dagdelen dagbesteding in de eigen omgeving vanuit een Persoonsgebonden budget. Een complexe situatie. Wat is hier eigenlijk aan de hand? Hoe groot zijn de verschillende problemen en waar kunnen we het beste beginnen? Of krijgt dit meisje al genoeg begeleiding binnen de wijk en heeft juist de moeder ondersteuning nodig?

Dit complexe probleem laat goed zien waar de Sociale Wijkteams binnen gemeentes mee te maken krijgen. Het hele zorglandschap is grondig door elkaar geschud. Waar zorg en ondersteuning nodig is, wordt dit zoveel mogelijk in de eigen omgeving of wijk geboden: de wijkteams moeten dus in kunnen springen op heel veel verschillende problemen. Maar niet alle wijkteams hebben (al) genoeg expertise, bijvoorbeeld op het gebied van middelen en verslaving. Medewerkers van Preventie en de BasisGGZ van Novadic-Kentron werken met de wijkteams samen, om hen aan de hand van concrete casussen deskundiger te maken.

Situaties steeds heftiger en ingewikkelder

Preventiewerker Bernard van ‚’t Klooster: “De Sociale Wijkteams en wij worden allebei gefinancierd door de gemeente, vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, we zijn dus in die zin Wmo-collega‚’s. We werken zoveel mogelijk samen met de Sociale Wijkteams, maar ook met de nulde en eerste lijn, zoals huisartsen, praktijkondersteuners, wijkverpleegkundigen, enzovoorts. Onze opdracht is om medewerkers binnen de wijk op te leiden op het gebied van verslaving en riskant gedrag. Dat is belangrijk, want je merkt dat het hele speelveld nog zoekende is. Het zijn nieuwe vormen van samenwerking, nieuwe rollen. En tegelijk worden de situaties vaak ook heftiger en ingewikkelder. Juist omdat het beleid is om zoveel mogelijk mensen binnen de wijk te behandelen, komen ook mensen met complexe problemen minder vaak bij de specialistische zorg terecht, maar bij het wijkteam. Dat vraagt behoorlijk wat van de wijkteams én van de specialisten die hen weer ondersteunen.”

Autisme en zelfverwonding

Zo ook bij de casus van het meisje van 19. Bernard: “De vraag was: is de huidige begeleiding genoeg? Is de draagkracht van de ouders, van haar omgeving, groot genoeg? Vroeger kregen we vooral enkelvoudige vragen, zoals ‘Wat doet cannabis met je?‚’, maar nu kijken we naar veel meer aspecten. Nu moet je ook wat weten over autisme, over zelfverwonding, en hoe dat samenhangt met verslaving. In elk geval zoveel dat je weet naar wie je kunt doorverwijzen. Dat is voor ons al heel specialistische kennis, laat staan voor de generalisten van het wijkteam die een veel breder gebied bestrijken. Wij leren hen dus hoe ze problemen met genotmiddelen of verslavend gedrag vroegtijdig kunnen herkennen, hoe problemen samen kunnen hangen, welke ingangen er kunnen zijn voor verschillende vormen van hulp en wie je wanneer moet betrekken. In het geval van het autistische meisje zijn het wijkteam en ik samen gaan praten met de moeder en met de dagbesteding, om de problemen en mogelijke oplossingen in kaart te brengen. Daarna pakt het Wijkteam het verder zelf op.”

Blinde vlekken

“We merken dat de medewerkers van de wijkteams erg open staan voor onze bijdrage, dat ze graag willen leren. Zo zijn verpleegkundigen vaak enorm geïnteresseerd in hoe lichamelijke klachten gerelateerd kunnen zijn aan alcoholgebruik. Als je hen hierover uitleg geeft, gebeurt het regelmatig dat ze ineens zeggen ‘Oh, dan heb ik een casus!‚’ En tegelijk werk je daarmee ook aan eventuele blinde vlekken. Vooroordelen over verslaving kunnen heel hardnekkig zijn: ‘Verslaafden zijn niet te vertrouwen, dat is altijd gedoe.‚’ Maar verslaving komt zo vaak voor, in zoveel vormen en bij zoveel mensen… Dat beeld van ‘dé verslaafde‚’ klopt meestal helemaal niet, en daardoor mis je wel signalen van verslaving die n√≠et aan dat beeld voldoen.”

Loslaten

Naast het signaleren van problemen , helpen preventiewerkers de wijkteams ook op het gebied van motiveren. Want hoe krijg je iemand zover dat hij hulp zoekt? Bernard: “Zo kwam via Advies en Inschrijving een ongeruste moeder terecht bij Preventie. Haar volwassen zoon, eind twintig, is weer thuis komen wonen nadat zijn vriendin hem het huis uit heeft gezet. De jonge man doet niets thuis, wil wel geld, maakt voortdurend ruzie en de moeder is ongerust dat het niet goed komt. Samen met het wijkteam zijn wij met de moeder gaan praten over hoe zij haar zoon kan motiveren. En motiveren is niet afdwingen‚Ķ Dus hebben we met de moeder vooral ook gesproken over loslaten. Het moet vooral meerwaarde hebben voor hemzelf: hij moet zelf een andere keuze willen maken. En blijkbaar zijn de nadelen van het blowen nog niet groot genoeg: meer mensen moeten hem op zijn gedrag aanspreken, hij moet er zelf meer last van krijgen.”

Iedereen de juiste hulp

Motiverende gespreksvoering en de analyse in voor- en nadelen zijn voor veel wijkteams nieuw. Bernard: “Welke beloningen levert het gebruik op? En op welke leefgebieden is juist winst te behalen? Daar steek je dan op in en zo probeer je iemand zélf tot het besef te laten komen dat het zo niet langer kan. Voor wijkteams is het vaak een eyeopener als ze zien hoe je zo‚’n gesprek kunt voeren. Wij geven daarin richting, zodat ze dit zelf kunnen oppakken. We maken de wijkteams dus zelfstandiger. Al denk ik dat de expertise van de verslavingszorg onmisbaar blijft. Als preventiewerkers kunnen wij daarin een unieke rol spelen, wij hebben de ideale positie om de generalisten van de wijkteams te verbinden met onze collega‚’s binnen de BasisGGZ en de specialistische verslavingszorg. Zo krijgt iedereen de hulp die het meest effectief is.”

Onderzoek benzodiazepines: “Tegengif” kan verslaving aan slaap- en kalmeringsmiddelen doorbreken

[Naar aanleiding van recente krantenberichten en telefoontjes naar Novadic-Kentron: dhr. Paling is inmiddels werkzaam bij Brijder verslavingszorg.] 

Benzodiazepines (slaap- en kalmeringsmiddelen) zijn maar zelden geschikt voor langdurig gebruik, en toch slikken 400.000 Nederlanders weken, maanden of zelfs jaren benzo‚’s. Daarvan is zeker de helft verslaafd. Deze verslaving doorbreken is moeilijk: de ontwenningsverschijnselen kunnen heftig zijn en ironisch genoeg zijn de klachten vaak dezelfde als die waarvoor de medicijnen genomen werden: paniek, angst en slapeloosheid. Ook duurt het afbouwen vele weken, wat een aanslag is op de motivatie. Verslavingsarts Erik Paling doet daarom onderzoek naar een betere, snellere methode om verslaving aan benzo‚’s te doorbreken met het medicijn flumazenil. En legt en passant ook meteen uit hoe de ontwenningsverschijnselen ontstaan en waarom flumazenil een oplossing kan zijn.

Verslavingsarts Erik Paling: “Benzodiazepineverslaving is een gemene verslaving. Eenmaal begonnen, kunnen of willen veel mensen niet meer stoppen. Van de 200.000 mensen die verslaafd zijn, lukt het ongeveer twee op de drie mensen om af te bouwen tot nul. Maar de helft daarvan is na een jaar weer teruggevallen. En deze cijfers gelden voor mensen die een relatief lage dosis slikken. Voor mensen die hoge doses slikken – meer dan de standaard dagdosis – zijn de cijfers waarschijnlijk slechter.”

Oud, maar niet zo gelukkig

De meeste mensen blijven redelijk functioneren met benzodiazepines en het levert niet zulke grote gezondheidsrisico‚’s op als alcohol of andere drugs. Je kunt er dus oud mee worden. Maar waarschijnlijk niet heel gelukkig. Erik: “Je bent minder alert, dus het risico op ongevallen neemt sterk toe. En je cognitieve functies nemen af, waardoor je geheugen, plannings- en leervermogen afnemen. Bovendien raak je snel afhankelijk van benzo‚’s, waardoor je veel klachten krijgt als je toch wilt minderen. Ook zorgt de verslaving voor angst- en stemmingsklachten. En hoewel benzo‚’s vaak geslikt worden om beter te slapen, neemt het effect al na enkele weken sterk af, en wordt de kwaliteit van je slaap zelfs minder.”

Verborgen verslaving

Redenen genoeg om hulp te zoeken, en toch komen maar weinig mensen met benzodiazepineverslaving terecht in de zorg. Erik: “Het is echt een verborgen verslaving. De meeste mensen die chronisch benzodiazepines gebruiken, zien zichzelf niet als verslaafd, en zijn bovendien erg bang om met de medicijnen te stoppen, omdat ze de angst-, slaap- of lichamelijke klachten niet terug willen. Maar hoewel de klachten tijdelijk erger kunnen worden, blijkt uit onderzoek dat een half jaar na het stoppen mensen zich vaak veel beter voelen en beter slapen. En met goede hulp is stoppen met benzodiazepines wel mogelijk.”

Tegengif

Langzaam afbouwen van benzodiazepines is een proces dat weken kan duren en gepaard gaat met allerlei vervelende klachten, zoals hartkloppingen, trillen, maagklachten en overprikkelde zintuigen. Als dat plaatsvindt in de kliniek (bijvoorbeeld bij bijkomende verslavingen of bij mensen die afhankelijk zijn van zeer hoge doses benzodiazepines) is dat bovendien een dure behandeling. Maar het proces lijkt versneld te kunnen worden door mensen via een infuus een “tegengif” toe te dienen: flumazenil. Deze stof wordt onder andere op de spoedeisende hulp gebruikt om een overdosering tegen te gaan. In een heel lage dosis, vier tot zes dagen lang, kan flumazenil echter ook gebruikt worden om het lichaam te ontwennen en de afhankelijkheid te doorbreken.

Erik: “Onderzoek naar deze methode heeft in Australië en Italië al tot positieve resultaten geleid. Alle deelnemers waren na de behandeling volledig gestopt, met een afname van de klachten tijdens het afbouwen. We willen dit onderzoek nu herhalen in Nederland, om te testen of het haalbaar en veilig is. En daarbij willen we ook het verloop van de angst- en slaapklachten voor, tijdens en na de detox vastleggen. Want daar zijn veel gebruikers bang voor.”

Geen wondermiddel

Het onderzoek bij Novadic-Kentron zal binnenkort starten. Maar zelfs als de resultaten gunstig zijn, is het nog niet voor alle benzoverslaafden een wondermiddel. In de eerste plaats omdat de lichamelijke ontwenning nog maar het begin is. De oorspronkelijke klachten waarvoor de middelen werden ingenomen, moeten natuurlijk ook worden aangepakt. Ook lijkt flumazenil bij ongeveer 1% van de mensen een epileptische aanval te kunnen veroorzaken. Dat is in principe eenmalig, maar behandeling buiten een kliniek ligt dan niet direct voor de hand. Voorkomen blijft dus beter dan genezen.

Voor de start praten over stoppen

Erik: “In de meeste gevallen schrijft een arts benzodiazepines voor, waarna de huisarts degene is bij wie herhaalrecepten wordt aangevraagd. Maar als een gebruiker eenmaal afhankelijk is, is het voor een arts zéér moeilijk om hem of haar te motiveren om te stoppen. Daarom zou elke arts, nog v√≥√≥r het middel wordt voorgeschreven, met de patiënt moeten afspreken hoelang het middel gebruikt wordt en wanneer hij of zij weer stopt. Want anders raak je als patiënt van de regen in de drup.”

Hoe ontstaan onthoudingsverschijnselen bij benzodiazepines?

Erik: “Grofweg kan je hersencellen indelen in twee soorten. De ene soort dempt de activiteit van de hersenen en de andere soort activeert de hersenen. Natuurlijke stoffen in je hersenen stimuleren de dempende cellen als ze worden opgevangen door de antennes – de receptoren – van die cellen. Maar benzodiazepines stimuleren de dempende cellen ook, en heel sterk. De dempende cellen gaan dan overheersen, waardoor je slaperig en minder angstig wordt. Dat werkt perfect, maar als je dat elke dag doet, ontstaat gewenning. De hersenen zoeken een nieuw evenwicht tussen demping en activiteit, want een hele dag suf zijn, vindt het lichaam niet prettig. Daarom neemt het aantal receptoren op de dempende hersencellen af. Je wordt dus minder gevoelig voor de benzo‚’s. Maar omdat de receptoren die overblijven wel nog steeds benzo‚’s blijven opvangen, wordt de hersenactiviteit nog wel enigszins gedempt. Als je dan plots stopt, gebeurt het omgekeerde. Geen benzo‚’s meer, en doordat er veel minder receptoren zijn, zijn de dempende hersencellen ook niet meer gevoelig voor de natuurlijke stoffen in het lichaam. De demping valt dus volledig weg en de hersenen worden veel te actief. Dit uit zich in trillen, zweten, angsten, slaapproblemen en andere ontwenningsklachten. Omdat de hersenen nu weer té actief zijn, zoekt het lichaam weer het oude evenwicht zoals dat er was voordat begonnen werd met benzo‚’s. Het aantal receptoren op de dempende hersencellen neemt weer toe naar het normale aantal, maar dat duurt een tijd. Wat doet flumazenil nu in dit proces? Het lijkt er sterk op dat flumazenil de aanmaak van de receptoren stimuleert, waardoor je sneller en makkelijker kan stoppen met de benzo‚’s.”

 

Korte berichten: website Kentra, promotie Rama Kamal GHB-studie, expertpanel local pass en inzet ervaringen jeugdzorgcliënten

Website www.kentra.nl in de lucht

Novadic-Kentron heeft alle verslavingszorg in de wijk, algemene verslavingszorg volwassenen en verslavingszorg voor jeugd bij elkaar gebracht onder de naam Kentra. Onder Kentra vindt u Kentra Preventie, Kentra Basis (BasisGGZ, voorheen RoderConsult), Kentra24 (jeugd) en Kentra Business (training en ondersteuning van bedrijven). Kentra richt zich op:

  • snelle en flexibele oplossingen;
  • kortdurende en effectieve behandelingen;
  • een wijkgerichte aanpak;
  • samenwerking met deskundigen binnen en buiten de verslavingszorg;
  • volledige integratie van het sociale en medische domein.

Het afgelopen jaar heeft Kentra hard gewerkt aan de uitbreiding van het aanbod. We zijn inmiddels in vele huisartsenpraktijken aanwezig en hebben onze samenwerkingsverbanden uitgebreid en verstevigd. Inmiddels is ook onze website in de lucht. Op www.kentra.nl vindt u uitgebreide informatie over het aanbod van Kentra Basis (BasisGGZ), Kentra Preventie, Kentra24 en ons aanbod voor professionals Kentra Business. Heeft u vragen? Onder Contact ziet u waar u ons kunt vinden en hoe u ons kunt bereiken!

Verslavingsarts Rama Kamal promoveert op GHB-studie

Woensdag 3 februari promoveerde onze verslavingsarts Rama Kamal aan de Radboud Universiteit Nijmegen op haar proefschrift “The detoxification approach for patients with GHB-dependence”. In de afgelopen tien jaar is de afhankelijkheid van GHB een groeiend probleem geworden. Rama was een van de eerste verslavingsartsen die zich specifiek richtte op dit probleem. Ze heeft samen met anderen een behandelprotocol ontwikkeld voor de afbouw van GHB, waarbij het gebruik langzaam wordt afgebouwd met behulp van farmaceutische GHB. Haar proefschrift bevat acht wetenschappelijke artikelen waarvan er inmiddels vijf zijn gepubliceerd in vooraanstaande internationale journals. Rama heeft haar onderzoek uitgevoerd met behulp van het door onze organisatie toegekend promotiestipendium. Novadic-Kentron investeert immers in kennis en wil een expertisecentrum zijn binnen de verslavingszorg. Het onderzoek heeft ze uitgevoerd in samenwerking met NISPA.

Pionier

Tijdens de promotieplechtigheid werd Rama door enkele professoren en experts bevraagd over de neurobiologische werking van GHB, de mate waarin baclofen kan bijdragen aan het voorkomen van terugval, de ontwikkelde detoxificatieprocedure en medisch-ethische aspecten van de studie. Professor Wim van den Brink noemde Rama een pionier en gaf aan haar als zijn ‘leidsvrouwe‚’ te beschouwen als het gaat om behandeling van GHB-problematiek. Met verve wist ze de vragen te beantwoorden en uiteindelijk kreeg ze door professor Cor de Jong haar doctorsbul uitgereikt.

Eerste expertpanel ‘Local pass‚’ van start in Breda

Deskundigen en beleidsmakers stelden een aantal jaar geleden vast dat de problemen met GHB op het gebied van de volksgezondheid veel te laat geconstateerd en zelfs enigszins onderschat werden. Daarom hebben de gemeente Breda en Novadic-Kentron in 2013 een aanvraag voor een Europese subsidie ingediend. Samen met organisaties uit andere Europes landen (Italië, Portugal, Bulgarije en Tsjechië) werd met deze subsidie een toolkit ontwikkeld, die door expertpanels gebruikt kan worden om drugstrends tijdig te identificeren. Deze toolkit werd vorig jaar tijdens een Europees congres in Breda gepresenteerd.

Op vrijdag 19 februari 2016 vond in het stadskantoor van Breda de startbijeenkomst plaats van het Bredase expertpanel Local Pass die met deze toolkit gaat werken. Wethouder Jeugd en Sociale Veiligheid Patrick van Lunteren “loste het startschot”. Onze preventiewerkers Alex van Dongen en Charles Dorpmans hebben naast een aantal Novadic-Kentroncollega‚’s (preventie, veldwerk, intake) diverse Bredase sleutelfiguren van verschillende organisaties (gemeente, politie, horeca, ziekenhuizen, GGD, onderwijs en zorginstellingen, maar ook (ex-)gebruikers) gevraagd om in het panel zitting te nemen. Charles Dorpmans (co√∂rdinator van het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) Noord-Brabant en adviseur van onder meer de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio)) is voorzitter van het expertpanel.

De doelstelling van het expertpanel is om vanuit ieders eigen invalshoek drugstrends te monitoren, zoals het gebruik van nieuwe psycho-actieve stoffen (NPS) op de regionale drugsmarkt. Vervolgens worden deze trends gedetailleerd in beeld gebracht en wordt zo nodig een passende interventie ontwikkeld om problemen voor de volksgezondheid te voorkomen. Het expertpanel komt minimaal twee keer per jaar bij elkaar.

Ervaringen van cliënten jeugdzorg inzetten bij nieuwe jeugdzorgvisie

SJS (Samenwerkende jeugspecialisten) is een netwerk van zorginstellingen op het gebied van jeugd en jongeren, waaraan ook Kentra24 (onderdeel van Novadic-Kentron) deelneemt. Vorig jaar heeft de regio Midden-Brabant de vraag gesteld aan Kentra24 om kartrekker te zijn voor het ontwikkelen van een toolkit met betrekking tot genotmiddelengebruik, die bruikbaar is in de verschillende specialistische jeugdinstelingen van de SJS. De toolkit is door professionals uitgewerkt, maar als vervolg hierop wil Kentra24 in samenwerking met Kompaan en De Bocht een innovatietraject opstarten, waarbij nadrukkelijk de ervaringen van cliënten worden meegenomen.

Kentra24, Kentra Preventie en Kompaan en De Bocht zijn om die reden gestart met het verzamelen van een groot aantal cliëntervaringen bij cliënten van verschillende jeugdzorginstellingen. Hier komen verrassende gegevens uit naar voren: zo geven cliënten van instellingen in de jeugdzorg aan dat middelengebruik in leefgroepen te vaak wordt gedoogd. Als er op gelet wordt, is dit meestal op een controlerende en bestraffende manier. Hierdoor durven de jongeren middelengebruik niet ter sprake te brengen en wordt er ook niet met hen gesproken over de redenen voor gebruik, risico‚’s en alternatieven.

De projectgroep (onder leiding van Irene Dijkstra, hoofd Kentra24) is nu bezig met het bundelen van de resultaten en het opstellen van een voorstel om cliënten nadrukkelijk te betrekken bij het samenstellen van een nieuwe visie én een nieuwe toolkit. Dit voorstel zal eind maart worden gepresenteerd aan het innovatienetwerk Jeugd van de regio Hart van Brabant.

Suf of strak: herkent u de gebruiker?

Lichtgeraakt of juist onverschillig? Slaperig of heel energiek? Trek in zoete dingen of heel veel dorst? Herkent u de gebruikers van alcohol, cannabis, cocaïne, GHB, slaap- en kalmeringsmiddelen en xtc? Lees hier zes korte omschrijvingen van mensen die al aardig onder invloed zijn. Kunt u raden wat zij geslikt, gesnoven of gedronken hebben?

Elke gebruiker reageert weer anders en er zijn veel variaties in hoe mensen reageren op een bepaald genotmiddel. Zo wordt de één heel vrolijk van alcohol, de ander heeft een “kwade dronk” en weer een derde wordt vooral slaperig. De beschrijvingen hieronder zijn dus niet de enige manier waarop mensen kunnen reageren, maar het zijn wel signalen die we vaak zien bij verschillende genotmiddelen. Weet u wat deze personen ingenomen hebben?

Persoon A: zin in seks en slaperig

Persoon A is vrolijk, rustig en ontspannen. Hij is amicaal en praat veel. Hij heeft zin in seks. Hij is vergeetachtig. Zijn spieren zijn slap, hij is slaperig en loopt te zwalken. Spieren in zijn gezicht en ledematen trekken samen.

Wat heeft deze persoon gebruikt?

A. Alcohol
B. Cannabis
C. Cocaïne
D. GHB
E. Slaap- en kalmeringsmiddelen
F. Xtc

Persoon B: energiek en opvliegend

Persoon B is opgewekt en vol zelfvertrouwen, overmoedig zelfs. Hij kan de hele wereld aan. Hij is heel energiek, staat “strak”. Hij is rusteloos en snel geïrriteerd, soms opvliegend. Hij praat veel, maar luistert slecht. Hij is bleek, met wijde pupillen.

Wat heeft deze persoon gebruikt?

A. Alcohol
B. Cannabis
C. Cocaïne
D. GHB
E. Slaap- en kalmeringsmiddelen
F. Xtc

Persoon C: zorgeloos en onvermoeibaar

Persoon C is ontspannen en zorgeloos. Hij praat veel en wil ook graag veel fysiek contact. Hij heeft veel energie en uithoudingsvermogen. Hij heeft weinig eetlust, maar wel veel dorst. Hij heeft verwijde pupillen en stijve kaken. Ook zijn spieren zijn gespannen.

Wat heeft deze persoon gebruikt?

A. Alcohol
B. Cannabis
C. Cocaïne
D. GHB
E. Slaap- en kalmeringsmiddelen
F. Xtc

Persoon D: sentimenteel en onhandig

Persoon D is vrolijk en ontspannen, maar zijn stemming slaat vaak ineens om. Dan is hij lichtgeraakt, of plotseling overdreven sentimenteel. Zelfkritiek heeft hij niet en hij onderschat gevaar. Zijn gezicht is lichtrood. Hij reageert traag. Hij loopt overal tegenaan.

Wat heeft deze persoon gebruikt?

A. Alcohol
B. Cannabis
C. Cocaïne
D. GHB
E. Slaap- en kalmeringsmiddelen
F. Xtc

Persoon E: kalm en onverschillig

Persoon E is rustig, kalm en ontspannen, tegen het onverschillige aan. Hij kan zich slecht concentreren. Hij is onhandig en valt vaak. Hij reageert traag, is suf en vergeetachtig. Zijn spieren zijn slap, hij is slaperig. Hij heeft geen zin in seks.

Wat heeft deze persoon gebruikt?

A. Alcohol
B. Cannabis
C. Cocaïne
D. GHB
E. Slaap- en kalmeringsmiddelen
F. Xtc

Persoon F: ontspannen en onlogisch

Persoon F is vrolijk en ontspannen, tegen het lome aan. Zijn fantasie is zeer levendig, hij denkt heel associatief en niet altijd even logisch. Hij is onhandig en valt nogal eens. Zijn oogwit is rood doorlopen en zijn pupillen zijn wijd. Hij is erg vergeetachtig en geconcentreerd op details. Hij heeft zin in zoete dingen.

Wat heeft deze persoon gebruikt?

A. Alcohol
B. Cannabis
C. Cocaïne
D. GHB
E. Slaap- en kalmeringsmiddelen
F. Xtc

Benieuwd naar de antwoorden?

Heeft u de gebruikers herkend? Kijk hier of u het goed had!

Meer weten over het herkennen van gebruik?

We brengen het als een leuke quiz, maar onze boodschap is serieus: het gebruik van welk middel dan ook is nooit zonder risico‚’s! Wilt u geen risico lopen? Gebruik dan niet. Zorg er sowieso voor dat u goed op de hoogte bent van effecten en risico‚’s. Vragen? Neem contact met ons op!

Voor professionals is het zeer belangrijk dat ze bij hun cliënten en patiënten signalen van middelengebruik herkennen. Op onze nieuwe site www.kentra.nl/middelen-en-gebruik vindt u per middel een omschrijving van risico‚’s en andere signalen waaraan u gebruik herkent.

Hoe motiveer je een puber? Vijf tips voor iedereen die met jongeren omgaat!

Jongeren zijn “werk in uitvoering”. Lichaam, hersenen, hormonen: alles verandert compleet als je gaat puberen. Dat maakt pubers soms een uitdaging in de omgang. Maar wat als die jongeren ook nog eens problemen hebben met genotmiddelen? Hoe motiveer je de grillige, onvoorspelbare, impulsieve puber om het leven weer op de rit te krijgen? Vijf tips van iemand die dit dagelijks doet!

Maril van Rijt werkt als systeemtherapeut bij het jeugdteam in Roosendaal en Bergen op Zoom. Zij behandelt verslaafdde jongeren ambulant, met veel aandacht voor de omgeving. Deze jongeren hebben vaak ook psychische problemen en een heftige voorgeschiedenis. Maril: “Daardoor wordt normaal experimenteergedrag uiteindelijk een echte verslaving.” Maril heeft veel ervaring met het motiveren van pubers. Want zonder motivatie heeft een behandeling weinig effect. Welke tips heeft zij voor het omgaan met jongeren?

Tip 1: neem de jongere serieus

Maril: “Ik denk dat bij motiveren van pubers in wezen dezelfde dingen belangrijk zijn als bij een volwassene: onvoorwaardelijke acceptatie, empathie en oprechtheid. Dat lijkt voor de hand liggend, maar als je jongeren alleen beschouwt als lastige pubers, bereik je niks. Je moet affiniteit hebben met deze doelgroep, je moet het echt leuk vinden om met jongeren om te gaan. Je kunt ze veel leren, ze zijn flexibeler, nog niet vastgeroest in hun patronen. De problemen die ze hebben, zijn vaak nog goed te overwinnen.”

Tip 2: ga meteen aan de slag

“Omdat jongeren impulsief zijn, is het heel belangrijk dat je meteen doorpakt. Dus zeker in het begin frequent afspreken en er bovenop zitten. Zet direct stappen. Bijvoorbeeld als ze een opleiding willen volgen: meteen gaan uitzoeken wat er mogelijk is en samen contact leggen met de opleiding. Natuurlijk kun je niet alles onmiddellijk gedaan krijgen. Sommige doelen liggen nu eenmaal verder weg. Ik vergelijk dat dan met een wereldreis. Die moet je ook voorbereiden: spullen kopen, je route plannen, inentingen halen‚Ķ Maar je kunt wel al nú een stapje zetten. We kunnen alvast op de kaart kijken.”

Tip 3: focus op wat meteen iets oplevert

“Jongeren zijn sowieso al gericht op de korte termijn, maar als ze ook nog verslaafd raken, wordt dat nog versterkt. Jongeren zijn nog volop bezig met het ontwikkelen van hun identiteit – wie ze zijn, wat ze willen – en met het aanleren van vaardigheden om problemen op te lossen en vrienden te maken. Als je dan ernstig verslaafd raakt, stagneert je emotionele ontwikkeling. Veel inzicht bieden en uitleg geven werkt dan helemaal niet. Leg de focus op wat goed gaat, op wat meteen iets oplevert. Argumenten als ‘je wilt toch later wel een goede baan?‚’ boeien ze niet. Dus focus op positieve effecten op korte termijn. Zoals een betere relatie met je verkering, je vrienden, je ouders. Minder spanningen thuis. Beter slapen. Dat ze geld overhouden. Dat het op hun werk beter gaat, of dat ze een leuke opleiding gaan volgen. Zoek naar dingen waar ze zelf direct enthousiast van worden.”

Tip 4: beweeg mee, maar stel wel grenzen

“Je moet zowel naast de jongere staan als grenzen stellen. Ik ben er voor hen – ik heb veel contact met ze, ik ga mee naar bedrijven, instellingen of scholen als dat nodig is. Maar tegelijk verwacht ik wel dat ze actief meewerken aan de behandeling, dat ze de afspraken nakomen die we maken. Je biedt een kader, maar daarbinnen beweeg je zoveel mogelijk mee. Het is net als dansen: soms moet je daarbij een stapje terug doen, maar uiteindelijk ben jij wel degene die de dans leidt. Ook is het belangrijk dat je je eigen grenzen en valkuilen kent. Als een jongere zich bijvoorbeeld heel zielig en hulpeloos gaat opstellen – ‘dat kan ik helemaal niet, dat durf ik niet‚’ – ben je al gauw geneigd alles maar voor hem of haar te gaan doen. En daar is zo‚’n jongere niet mee geholpen.”

Tip 5: maak het breder dan het middel

“Een jongere is meer dan alleen een verslaving. Alcohol, gamen, gokken, drugs: middelengebruik is een onderdeel van een heel leven, en dat onderdeel heeft een functie. Zo kan iemand gamen om problemen te vergeten. Of een jongere met ADHD gebruikt cannabis als zelfmedicatie. Ouders, maar ook professionals die met jongeren werken, hebben de neiging alleen te focussen op het middel: ‘je blowt te veel!‚’ En grenzen stellen is belangrijk, maar niet het enige. Je moet ook doorvragen: ‘Hoe gaat het met je? Waarom gebruik je? Wat zijn voor jou de voor- en nadelen van gebruik?‚’ Waar ligt de motivatie, waarom zou een jongere willen stoppen of minderen? Op jezelf wonen. Meer geld. Als je je leven op orde hebt – je school loopt goed, je haalt voldoening uit je werk – maakt niemand er meer een probleem van als je af en toe een biertje drinkt. En als een jongere zijn leven eenmaal goed op de rit heeft, heeft hij vanzelf al vaak minder behoefte aan een joint. Die heeft-ie dan niet meer nodig om zich goed te voelen.”

Meer weten?

Maakt u zich zorgen over een jongere? Kijk op www.kentra24.nl of neem contact met ons op!

Anita Witzier “kickt af” bij Novadic-Kentron

Najaar 2016 start het tweede seizoen van het programma Anita wordt opgenomen. Dit keer draait Anita Witzier een aantal maanden mee binnen Novadic-Kentron en leeft ze mee met onze cliënten en medewerkers. De kijker ziet hoe het leven eraan toe gaat in een wereld die voor buitenstaanders onbekend is, maar waarover mensen wel een (vaak negatief) oordeel hebben. Onze organisatie ziet het als belangrijke taak om de negatieve, meestal op vooroordelen gebaseerde beeldvorming over verslaving bij te stellen en het stigma te doorbreken. Wij zien Anita wordt opgenomen daarvoor als een uitstekend podium en werken dan ook graag mee.

“Onbekend maakt onbemind”

Anita Witzier: “Ik hoop dat door dit programma meer begrip ontstaat voor verslaafden. Er is vaak een eenzijdig beeld over mensen met een verslaving of over de oorzaken hiervan. Onbekend maakt onbemind. Doordat ik in de verslavingszorg meedraai, zie, hoor en voel ik wat deze mensen doormaken.”

In dit seizoen van Anita wordt opgenomen komen diverse vragen aan bod: Wat betekent het om verslaafd te zijn? Kan een verslaving iedereen overkomen? Is verslaving een ziekte? Hoe gaat de buitenwereld ermee om? Hoe worden verslaafden geholpen? Welke invloed heeft verslaving op het dagelijkse leven en bestaat er een leven zonder?

Eerste seizoen Anita wordt opgenomen wint vakprijs

Het eerste seizoen van Anita wordt opgenomen, gemaakt bij GGz Centraal, was een groot succes en heeft bovendien op 7 maart de vakprijs TV-Beelden 2016 in de wacht gesleept. Deze prijs wordt toegekend door een onafhankelijke vakjury, bestaande uit programmamakers, producenten, regisseurs, acteurs, eindredacteuren, enzovoorts. Anita wordt opgenomen was winnaar in de categorie Beste reality. Anita Witzier was bijzonder verheugd met de prijs: “Dankzij Anita wordt opgenomen hebben we de cliënten in de psychiatrie een stem en een gezicht kunnen geven. Ik wil deze prijs opdragen aan die mensen. Zij hebben de moed gehad om zich van een heel kwetsbare kant te laten zien.” Wij gaan ervan uit dat seizoen 2, dat nu opgenomen wordt binnen Novadic-Kentron, ook veelbekeken en goed gewaardeerd zal worden.

Dit najaar op NPO1

Anita wordt opgenomen wordt geproduceerd door Skyhigh TV in samenwerking met de KRO-NCRV. De serie is in het najaar te zien bij de KRO-NCRV op NPO 1.

Online behandeling: flexibel en efficiënt, maar helaas nog niet zo populair bij cliënten en hulpverleners

Al een aantal jaar biedt Novadic-Kentron online behandeling. Cliënten werken online, waar en wanneer ze zelf willen, aan hun herstel. Ze maken opdrachten en via berichten hebben zij contact met hun persoonlijke behandelaar. Als dat nodig is, kan ook een gesprek gepland worden. Online behandeling vindt namelijk meestal plaats in combinatie met face-to-facebehandeling. Nieuwe én bestaande cliënten, maar ook hun naasten, kunnen gebruikmaken van online behandeling. Toch moeten kennelijk nog veel cliënten, maar ook hulpverleners, wennen aan het idee van hulp op afstand. Jammer, want online behandeling biedt veel voordelen.

Een van de hulpverleners die wel al volop gebruik maakt van online behandeling, is Nelleke van de Bilt, gedragstherapeut en senior behandelaar in Den Bosch. Zij behandelt zo‚’n 20% van haar cliënten met online behandeling, voornamelijk in combinatie met face-to-facebehandeling. Nelleke: “Na de intake maken we een behandelplan waar online behandeling een onderdeel van kan zijn. Samen met cliënt kunnen we kiezen uit meer dan honderd online behandelmodules. Bijvoorbeeld de module Middelen: vijftien online sessies met als doel controle over middelengebruik te krijgen. Maar er zijn ook modules voor bijvoorbeeld Beter slapen of Minder piekeren. Online behandeling is erg klantvriendelijk. Cliënten werken in hun eigen tijd en omgeving en op ieder gewenst moment aan hun herstel. Ze hebben geen reistijd of reiskosten en hoeven niks uit te leggen aan hun werkgever.”

Nelleke werkt graag met online behandeling. Ze ziet het als een prima behandeling voor cliënten die op zoek zijn naar een betere kwaliteit van leven voor henzelf en hun omgeving. Wel is het belangrijk dat de cliënt regelmatig aan de online behandeling wil en kan werken. Nelleke: “Er zijn ook cliënten die geen beschikking hebben over een goede verbinding en apparatuur of die de discipline niet op kunnen brengen. Dan is online behandeling minder geschikt. Maar voor de meeste cliënten werkt het heel goed.”

“Schrijven ligt me beter dan praten”

Kees, 59 jaar en verslaafd aan alcohol, volgt online behandeling. Kees: “Het is de eerste keer dat ik hulp krijg. We zijn via de huisarts bij Novadic-Kentron terecht gekomen. In overleg met mevrouw Van de Bilt is afgesproken dat ik online behandeling zou volgen in combinatie met gesprekken. Ik gebruik voor die behandeling mijn smartphone, die heb ik altijd bij de hand. Ik krijg iedere week opdrachten van de behandelaar. Daaraan werk ik trouw, ik wil van die alcohol af. Die online behandeling werkt prima voor mij, omdat schrijven me beter ligt dan praten.”

“Ik hoef niks te vertellen op mijn werk”

Ook Jolanda, 24 jaar en verslaafd aan ketamine, werkt aan haar problemen met online behandeling: “Ik liep bij een psycholoog omdat ik niet lekker in mijn vel zat. Omdat het ketaminegebruik daarbij een rol speelde, stuurde hij mij naar de huisarts. Die verwees me naar jullie. Toen Nelleke vertelde over online behandeling, heb ik daar meteen gebruik van gemaakt. Ik heb een baan voor 32 uur en die wil ik niet op het spel zetten. Ik kan nu gewoon gaan werken en hoef daar niets te vertellen. Een keer per week zie ik Nelleke, daarnaast doe ik opdrachten voor de online behandeling met mijn smartphone. Vooral met mijn dagboek ben ik heel actief geweest.”

Direct terugval vastleggen

Ondanks de positieve ervaringen, blijft het aantal cliënten dat gebruik maakt van online behandeling achter bij de verwachtingen. Beleidsmedewerker Martin Reddemann, aanjager van online behandeling binnen Novadic-Kentron: “Op dit moment maakt 5% van onze cliënten, voornamelijk die van de BasisGGZ, gebruik van online behandeling. Dat blijft achter bij het streefpercentage van 20%. Dat is erg jammer, want de hoge efficiency draagt bij aan de betaalbaarheid van de zorg. Maar daarnaast heeft online behandeling ook veel voordelen voor cliënten. Naast een behandeling volgen waar en wanneer je dat zelf wilt, is het ook belangrijk dat cliënten direct als het nodig is aan hun herstel kunnen werken. Voor online behandeling kan de computer worden gebruikt, maar ook smartphone en tablet, en er komen steeds meer apps die de behandeling ondersteunen. Cliënten kunnen dus meteen bij bijvoorbeeld terugval vastleggen waarom en in welke situatie die terugval plaatsvond. Dat heeft een grote meerwaarde. We proberen dus zowel hulpverleners als cliënten te motiveren vaker online te behandelen. Online behandeling is flexibel en efficiënt, het is de hoogste tijd dat we deze behandelvorm omarmen!”

Meer weten over online behandeling?

Lees hier alles over online behandeling. U kunt ook meteen uw middelengebruik testen en u online direct aanmelden.

Onderzoek indrinken: glaasje op, en dan de kroeg in

Sinds twee jaar mogen jongeren onder de 18 jaar wettelijk geen alcohol meer kopen. Maar heeft die wet al het gewenste effect? Drinken jongeren onder 18 jaar nu minder? Wordt er voldoende gecontroleerd op leeftijd? En respecteren ouders de wet? Er zijn in elk geval zorgwekkende signalen: het aantal jongeren die met een alcoholvergiftiging (“comazuipen”) in het ziekenhuis belanden, blijft stijgen. Dit zou weleens te maken kunnen hebben met het fenomeen indrinken: voor ze gaan stappen drinken jongeren thuis, bij vrienden of op straat vaak al grote hoeveelheden alcohol. Preventiewerkers van Novadic-Kentron gingen in november en december vorig jaar dan ook het uitgaansgebied van Bergen op Zoom en Roosendaal in om deze kwestie te onderzoeken. Met schokkende resultaten: jongeren – ook onder de 18 jaar – drinken stevig in en hun ouders vinden dat in de meeste gevallen nog goed ook.

Blaasactie

Bij het onderzoek werd een blaasactie ingezet. Initiatiefnemer en preventiewerker Rob Voermans: “Het doel van deze blaasactie was te toetsen hoe in Bergen op Zoom en Roosendaal omgegaan wordt met de nieuwe alcoholwet. We wilden vooral weten of jongeren vóór het uitgaan al ‘ingedronken‚’ hadden. Maar ook of hun ouders daarvan wisten en wat die ervan vonden. Ten slotte wilden we graag weten of jongeren het afgelopen jaar gecontroleerd zijn op het kopen van alcohol in cafetaria, horeca, supermarkt/slijterij en sportkantine.”

Onschuld aantonen

Gewapend met de digitale alcoholdetector, in de volksmond blaasapparaat genoemd, lieten onze preventiewerkers en enkele vrijwilligers 250 jongeren blazen. Vervolgens werd hen gevraagd wat hun ouders van alcoholgebruik en indrinken vinden en of zij zich hadden moeten legitimeren om alcohol te kopen. Preventiewerker Hanneke van Weert: “Om half twaalf gingen we in groepjes van twee – een collega en een van onze peersupporters – vanuit een gele Amerikaanse schoolbus als uitvalsbasis de straat op met het blaasapparaat en vragenlijsten. De animo bij de jongeren was verrassend groot. Slechts zelden wilden jongeren niet meewerken. Jongeren die aangaven niet gedronken te hebben, lieten we toch blazen zodat ze hun ‘onschuld‚’ aan konden tonen. Vervolgens vulden ze onze vragenlijsten in: anoniem, maar wel voorzien van leeftijd, geslacht en woonplaats.”

Meer dan vijftien glazen drank

De meeste jongeren bleken eerlijk te zijn over hun gebruik. Slechts zelden week de score van de blaastest af van wat de jongeren vertelden. Hanneke: “Behalve bij een jongen van een jaar of 18 die enigszins waggelend kwam aanlopen en liet weten dat ‘de blaastest wel niets zou doen omdat hij maar twee pilsjes gedronken had‚’. In een helder moment slaagde hij er ook nog in de blaastest te doen. Zijn score van boven de drie promille – dat komt overeen met meer dan vijftien glazen drank – was bijzonder hoog: hij had niet gedronken, maar gezopen. Na de test viel hij letterlijk om.” De jongeren die meegewerkt hadden, kregen als bedankje een zaklampje.

Meeste ouders keuren indrinken goed

Inmiddels zijn de resultaten van deze steekproef verwerkt in een onderzoeksrapport. Van de 250 jongeren die meegedaan hebben waren er 120 jonger dan 18 jaar. In totaal hadden 164 jongeren ingedronken, waaronder 80 jongeren beneden de 18 jaar. Rob: “Er wordt dus stevig ingedronken. Dat is zorgwekkend. Maar minstens even schokkend is dat ruim 90% van de indrinkers beweert dat zij toestemming hebben van hun ouders. Van de 80 jongeren onder de 18 beweerden er 70 dat zij indrinken met toestemming van hun ouders! Er is dus zeker nog winst te boeken met goede voorlichting aan ouders.”

Leeftijdscontrole moet beter

Ook de vraag naar leeftijdscontrole leverde een opvallend resultaat op. Jongeren beneden 18 jaar gaven aan alcohol gekocht te hebben zonder dat er sprake was van leeftijdscontrole. In de cafetaria en de sportkantine kocht bijna de helft van de 18-minners alcohol, in de horeca en de supermarkt was dat zo‚’n 60%.

Gezamenlijk plan van aanpak in Roosendaal

De resultaten van de blaasacties zijn inmiddels aangeboden aan de gemeente Bergen op Zoom en Roosendaal. In de eerste gemeente zijn de resultaten gepresenteerd aan ouders tijdens het Happy Oudersproject. Rob: “Dat is een mooi resultaat van onze blaasactie. Net als het initiatief om in de gemeente Roosendaal samen met het CJG, de GGD, de gemeente en de politie één gezamenlijk plan te maken, gericht op én preventie én beleid én handhaving. De krachten worden gebundeld om tot een gemeeschappelijke aanpak te komen om het drinken onder de 18 jaar tegen te gaan.” Want dat is hoognodig.

Slachtofferbewust werken bij de Verslavingsreclassering: “Pas als je verantwoordelijkheid neemt, kun je een stap zetten naar een betere toekomst”

Een ernstig delict met veel geweld. Een ouder slachtoffer. De dader wordt gepakt: hij krijgt TBS. Later in het traject wordt hij onder toezicht gesteld van de verslavingsreclassering omdat ook genotmiddelen een rol speelden bij dit delict. Door gesprekken met de reclasseringswerker begint de cliënt langzaam te begrijpen wat zijn rol was, wat de impact was van het delict op de oudere man. Hij zou graag in gesprek gaan met het slachtoffer. Die heeft daar geen behoefte aan, maar toch is dit moment heel belangrijk. Het slachtoffer laat weten dat hij de gebeurtenis inmiddels een plek heeft gegeven, maar dat hij het initiatief van de dader zeer op prijs stelt. Alleen dit al geeft de cliënt rust. Hij kan verder.

“Natuurlijk is aandacht voor het slachtoffer altijd al belangrijk geweest bij de reclassering”, vertelt reclasseringswerker Anita Knipping, “maar de aandacht hiervoor is altijd wat impliciet geweest. Niet omdat het slachtoffer niet belangrijk werd gevonden, maar omdat dit aspect vaak wat werd ondergesneeuwd in de hoeveelheid problemen die een cliënt van de verslavingsreclassering meestal heeft. In ons werk staan de cliënt en de problemen die een rol speelden bij het delict centraal. Hier is het plan van aanpak op afgestemd. Nu wordt, in navolging van een Europese richtlijn, de aandacht voor de slachtoffers veel explicieter.”

Slachtoffer vastgebonden

Anita geeft nog een voorbeeld. Een jongen breekt met twee vrienden in, onder invloed van alcohol en drugs. De bewoner van het huis wordt vastgebonden. De daders worden gepakt. Later vertelt de jongen dat hij toen in een erg slechte situatie zat en dat de hele gebeurtenis net een film leek. Anita: “Gevoelens van empathie, schuld en schaamte worden in dit soort situaties vaak onderdrukt. Tijdens het delict, maar ook achteraf. Als je er met cliënten over praat, zullen ze in het begin vaak de ernst bagatelliseren. ‘Die ander was ook geen lieverdje‚’, zeggen ze dan, of ‘Wat moet je anders als je met vijftig euro per week rond moet komen?‚’ Dat betekent niet dat er geen schaamte is, maar dat gevoel is zo onprettig, dat ze dit wegstoppen. En bij verslaafde cliënten, die sowieso al vaak hun emoties dempen met middelen, is die neiging nog sterker. Ze kunnen heel moeilijk omgaan met die lastige emoties.”

Je eigen rol erkennen

Toch is dat belangrijk. Het is belangrijk dat ze oprechte spijt voelen. Niet als extra “straf”, maar omdat het een stap is naar een ander leven. Anita: “Je kunt alleen de verantwoordelijkheid nemen voor een delict als je je eigen rol daarin erkent. Als je zegt ‘dit heb ik gedaan, ik heb deze mensen heel erg pijn gedaan, en dat wil ik niet meer‚’. Als je je eigen rol blijft ontkennen, is de kans dat je in dit gedrag terugvalt, veel groter.”

Beter hanteerbaar

En ook voor de slachtoffers is het belangrijk dat een dader zijn eigen rol erkent. Anita: “Als je een delict hebt meegemaakt, heeft dit een behoorlijke impact. Als je dan iets meer weet van de dader, weet waarom hij het heeft gedaan, en vooral ook: weet dat hij oprecht spijt heeft, dat hij inziet wat hij je heeft aangedaan, dan wordt die enorme gebeurtenis vaak beter hanteerbaar. En als een slachtoffer zelfs in staat is tot vergeving, kan dat veel rust geven. Voor zowel de dader als het slachtoffer is het belangrijk dat ze wat gebeurd is af kunnen sluiten.”

Onbevooroordeeld

Wat niet betekent dat dit een makkelijk proces is, niet voor de cliënt maar ook niet voor de behandelaar. Anita: “Slachtofferbewust werken vraagt van de reclasseringswerker een open houding. Je moet eerst goed naar jezelf kijken. Wat zijn je eigen oordelen over dit soort delict? Ben je in staat onbevooroordeeld te luisteren? Slachtofferbewust werken betekent dat je de confrontatie aan gaat, dat je wilt dat je cliënt beseft wat hij gedaan heeft. Maar het is belangrijk hierin niet te snel te gaan, dan kan een cliënt juist dicht klappen en weigeren erover te praten. Zeker als hij zelf ook in het verleden slachtoffer is geweest, wat vaak het geval is.”

Overleven

Bij de meeste cliënten is het dan ook nodig om eerst andere problemen aan te pakken, de verslaving bijvoorbeeld of psychische problemen. Anita: “Cliënten zijn vaak heel lang gericht geweest op overleven. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak. De cliënt moet voelen dat er ruimte is om zijn eigen rol te verkennen, de verantwoordelijkheid te nemen voor wat er gebeurd is. Ook als de dader zelf ook slachtoffer is geweest. Het is belangrijk om dit te erkennen, maar ook uitleggen dat dat niet betekent dat je dan zelf ook geweld gaat plegen. Pas als de cliënt beseft wat zijn rol was in het delict en wat dit gedrag heeft veroorzaakt, kan hij daar ook aan werken.”

Schade herstellen

Slachtofferbewust werken heeft dus absoluut een positief doel. Anita: “Schuldgevoel kan de motor zijn voor verandering. Door je eigen rol te erkennen en in te voelen wat de impact op anderen was, kun je ook kijken hoe je dit in de toekomst kunt voorkomen, en kun je kijken hoe je iets van de geleden schade kunt herstellen. Dat kan bijvoorbeeld door in gesprek te gaan met het slachtoffer of een brief te schrijven. Alleen door verantwoordelijkheid te nemen, kun je het delict afsluiten en een stap zetten naar een betere toekomst.”

Happy Hours voor Happy Ouders: educatieve en informatieve “kroegentocht” voor ouders

Sinds 2010 organiseren onze preventiewerkers in Breda bijzondere voorlichtingsavonden onder de naam Happy Hours voor Happy Ouders. Voor deze avonden, die inmiddels plaatsvinden in cafés in meerdere steden in Brabant, worden ouders uitgenodigd van jongeren die al uitgaan of op het punt staan te gaan stappen. Concrete aanleiding waren destijds de Happy Hours van sommige horecagelegenheden op vrijdagmiddag, oftewel de vrijdagmiddagborrel voor scholieren. Aansluitend aan school hadden scholieren de gelegenheid zich voor half geld te goed te doen aan alcohol. Inmiddels zijn die borrels gelukkig overal afgeschaft en is de leeftijd voor alcohol drinken wettelijk verhoogd naar 18 jaar. Echter, het thema alcohol en jongeren blijft actueel, zeker voor ouders van uitgaande kinderen. Lees meer over deze bijzondere kroegentocht (plus tips voor ouders die zelf kinderen van deze leeftijd hebben!).

Indrinken en vechtpartijen

Tijdens de succesvolle en drukbezochte kroegentochten informeren onze preventiewerkers, samen met de horeca (portiers), gemeenten en politie, ouders over alcoholgebruik tijdens het uitgaan. Ook gaan ouders met deskundigen en elkaar in gesprek. Acteurs van Helder Theater uit Eindhoven spelen tijdens deze avonden een speciale voorstelling. Centraal staat wat ouders en horeca doen en kunnen doen om problemen door alcohol te voorkomen. Want hoewel de scholierenborrel inmiddels is afgeschaft en de minimumleeftijd is verhoogd, komen er nog steeds jongeren met een alcoholcoma terecht in het ziekenhuis, wordt er nog stevig ingedronken, is alcohol niet zelden oorzaak van vechtpartijen, enzovoorts…

Afspraken maken helpt!

Xandra Laplante is met haar collega Julia Gavrilenko de “geestelijk moeder” van de stapavonden voor ouders. Zij is blij met het grote succes van Happy Hours voor Happy Ouders. Xandra: “Inmiddels worden deze avonden ook – soms onder een andere naam – in veel andere steden georganiseerd. In West- en Midden-Brabant bijvoorbeeld in Roosendaal, Dongen, Tilburg, Oisterwijk en Oosterhout. In Breda hebben de afgelopen vijf jaar ruim duizend ouders deelgenomen! Wij geven hen in ieder geval het advies mee om duidelijke afspraken te maken met hun kind. Veel ouders denken zelf nog gemakkelijk over alcohol, zijn onbekend met of onderschatten de risico‚’s van drinken op jonge leeftijd en zien het belang niet van afspraken maken. Of ze denken dat dat toch niet helpt. Maar uit onderzoek blijkt dat ouders wel degelijk invloed hebben op het alcoholgebruik van hun kind en dat duidelijke afspraken helpen om problemen te voorkomen.”

Duidelijk en interessant

Alle ouders die deelnemen, ontvangen na afloop een evaluatieformulier. Daaruit blijkt dat ouders de avonden zeer waarderen. Xandra: “De ouders vinden de avonden duidelijk, interessant en zinvol, en velen geven bovendien aan dat ze het ook gezellig vinden. Ook is er veel waardering voor Helder Theater.”

Geschrokken

We spreken twee moeders die onlangs in Oosterhout hebben deelgenomen. Marlies* is moeder van een zoon van 17 jaar die al uit gaat. Marlies: “Er waren twee belangrijke redenen om te gaan. In de eerste plaats omdat we al een tijdje afwegen wat we wel en niet goed vinden. We hebben het daar wel eens met vrienden en familie over, maar we waren benieuwd hoe deskundigen en andere ouders daarover denken. En we kenden het Oosterhoutse uitgaancircuit niet, dus was dit een mooie kans om een kijkje te nemen. De avond heeft mij positief verrast. We hebben veel informatie gekregen. Zo wist ik bijvoorbeeld niets van de schade door alcohol aan de hersenen, daar ben ik nogal van geschrokken. En het was goed te horen dat ouders wel degelijk invloed hebben. Wat me van de tips is bijgebleven, is dat we duidelijke grenzen moeten afspreken en niet moeten volstaan met ‘niet te veel‚’. En ook dat we er vooral over moeten blijven praten met onze oudste. Ik wil dan ook de organisatoren geweldig bedanken.”

In gesprek blijven

Ook moeder Anita* is tevreden over de avond. Anita‚’s dochter is pas 15 jaar, dus nog te jong om al te gaan stappen. Anita kent het Oosterhoutse uitgaanscentrum goed, maar was wel benieuwd hoe daar het beleid en de regels rondom alcohol zijn. Ze maakt zich ook veel zorgen over thuis indrinken. Anita: “Ik vond het een heel zinvolle avond. Ik heb veel informatie gekregen die ik niet wist, dat heeft mij toch aan het denken gezet. Terugkijkend naar mijn eigen jeugd dacht ik wat licht over alcohol. En ook dacht ik dat je alles wel kunt verbieden, maar dat dat geen zin heeft. Dat is veranderd nu ik meer weet over de risico‚’s. Ik ben van plan duidelijke afspraken te maken en goed in de gaten te houden hoe mijn dochter met alcohol omgaat. Ik heb met mijn dochter al gesproken over deze avond en zal zeker met haar in gesprek blijven over alcohol, bijvoorbeeld ook rond carnaval. Eigenlijk zouden alle ouders van opgroeiende kinderen mee moeten doen aan zo‚’n avond.” Aan het eind van ons gesprek heeft Anita nog een oproep aan de gemeente: “Organiseer ook iets voor de jeugd van 14, 15 jaar. Daar is niks voor, buiten de school en een sportclub.”

Meer weten?

Neem contact op met de afdeling Preventie!

* De namen van de ouders zijn gefingeerd.

Hoopverleners in de Forensisch Klinische Zorg

Ze komen vanwege hun drukke agenda‚’s te laat op onze afspraak, ze ergeren zich eraan dat het soms lang duurt om “een project goed neer te zetten”, ze bespreken problemen met hun team en ze begeleiden en ondersteunen cliënten. Zo op het oog zijn Erik en John in niets te onderscheiden van de gemiddelde hulpverlener. Maar schijn bedriegt. Want Erik en John zijn ex-verslaafden én ex-klanten van Justitie. Die hun ervaringskennis nu inzetten om cliënten van de Forensisch Klinische Zorg te helpen. Ze zijn dus wel een t√≠kje anders. En da‚’s mooi, want daarmee vullen ze hun team uitstekend aan. Zoals ze het zelf zo treffend zeggen: “Wij zijn geen hulpverleners, maar hoopverleners.”

Hoop kunnen ze wel gebruiken, de cliënten van de Forensisch Klinische Zorg. Niet alleen hebben ze te maken met het stigma van verslaving, maar het zijn ook nog eens verslaafden die delicten hebben gepleegd. De maatschappij zit niet echt meer met open armen op hen te wachten. Ze hebben meestal geen goede vooruitzichten op het gebied van werk, ze hebben schulden, ze zijn uit hun woning gezet. Al hun oude vrienden zijn gebruiksvrienden of vrienden in een dubieus circuit. Hun leven ligt in puin, hun vaardigheden zijn beperkt en hun motivatie is in het begin erg laag: want dat ze nu in de forensische kliniek zitten, dat moest van de rechter. Als een professionele hulpverlener dan beweert dat je er wat van kunt maken, dan kun je daar best een beetje sceptisch over zijn. Maar als iemand zoals jij, iemand met hetzelfde soort verleden, rondloopt op jouw afdeling, werk heeft, zijn verslaving heeft overwonnen, zijn leven op de rit heeft‚Ķ Als zo iemand tegen jou zegt: ‘je kunt er wat van van maken‚’, dan klinkt dat toch anders.

“Wij zijn het levende bewijs”

Erik: “Hoop geven. Dat is onze belangrijkste functie. Wij zijn helemaal gelijkwaardig, we herkennen alles wat ze hebben meegemaakt. Alle stigma‚’s waar zij mee te kampen hebben. En vooral ook het zelfstigma, het gebrek aan zelfvertrouwen. Maar wij zijn het levende bewijs dat je er ook uit kunt komen.”

John: “We zien hen niet als crimineel, maar ook niet als ziekte of diagnose. Die menselijke benadering is zo belangrijk. De eenzaamheid onder deze jongens is heel groot, ze zijn alles en iedereen kwijtgeraakt. Wij bouwen een band met hen op. We helpen hen met praktische zaken, we geven inzicht, we werken aan de motivatie. Maar het belangrijkste: we zijn er gewoon voor hen.”

“Het werd wel eens tijd‚Ķ”

John heeft als opgeleid ervaringsdeskundige inmiddels een contract bij de Forensisch Klinische Zorg. Erik is sinds een paar maanden vrijwilliger. Mooi detail is dat ze hier allebei terecht zijn gekomen nadat ze een andere ervaringswerker hadden ontmoet die hen weer inspireerde. John ontmoette een vrijwilliger van het Cliënten Service Bureau die voorlichting gaf en Erik, die ontmoette John. Zo gaat dat.

Erik: “Ja, toen ben ik de coachingsgroep gaan doen, als voorbereiding om zelf ervaringswerker te worden. Daar ben ik heel lang naar toe gegaan. Ik bleef maar twijfelen of ik er wel aan toe was. Tot ze na anderhalf jaar zeiden dat het nu wel eens tijd werd dat ik aan de slag ging. Dus ben ik begonnen met vrijwilligerswerk bij het project Samen Herstellen, waarbij je cliënten ondersteunt voor, tijdens en na de behandeling. Van daaruit ben ik deels ook bij de FKZ gaan werken. En dat bevalt prima.”

John: “Anderen helpen bij hun herstel is heel zinvol. Maar je merkt ook dat je zelf groeit, jezelf ook verder ontwikkelt. Ik leer nog steeds elke dag zoveel bij, over hoe je zelf je rol in kunt vullen, over wat je uitstraalt en hoe je cliënten verder kunt helpen. Ik ontplooi mezelf, ik heb werk, een volledig nieuw sociaal netwerk. Ik doe dit werk vooral voor mezelf hoor!”

“Dan ben ik wel trots, ja”

Dat zegt-ie nou wel, maar ondertussen hebben ze een zeer belangrijke rol op de afdeling. Ze helpen bijvoorbeeld het team met praktische en logistieke taken. Ze begeleiden groepen of cursussen, gaan met de cliënten sporten, helpen met het regelen van hun financiën, koppelen hen aan een vaste ervaringswerker die hen verder kan begeleiden bij hun herstel of verwijzen hen naar de nodige organisaties. Dat doen ze niet door alles voor de cliënten te regelen, maar door hen de juiste richting op te wijzen, door hen nadrukkelijk zelf weer de regie te geven.

Erik: “Ja, natuurlijk zijn er cliënten die je proberen zover te krijgen dat jij de problemen voor hen oplost. Maar daar trap ik dus niet in. Dat herken ik nog wel van mezelf. Het gaat er juist om dat ze zelf weer controle krijgen over hun leven.”

John: “Het gaat erom dat jij hen inzicht geeft in hoe het anders kan, en tegelijk ben je ook een positief voorbeeld. Je zet hen aan het denken over hun eigen toekomst, over wat zij willen en kunnen bereiken. En als je dan tot hen doordringt, als je zelf die positieve energie doorgeeft, als je hen raakt, dan geeft dat echt een goed gevoel. Dan ben ik wel trots, ja.”

Meer cliënten kicken thuis af

Hoewel “afkicken” ook wel wordt gebruikt voor de totale behandeling van een verslaving, heeft het woord meestal betrekking op de eerste stap: het (lichamelijk) ontwennen ofwel de detoxificatie van alcohol of drugs, waarna de cliënt kan werken aan een nieuw leven. Tijdens deze detoxificatie kunnen ontwenningsklachten voorkomen, zoals misselijkheid, transpireren en krampen. Maar ook ernstige, zelfs levensbedreigende complicaties komen voor, zeker na langdurig en intensief gebruik. Bij alcohol bijvoorbeeld een delirium of een insult, bij GHB hartritmestoornissen, bij cocaïne en speed depressies. Om deze redenen worden veel cliënten met een ernstige verslaving bij de start van hun behandeling opgenomen op een klinische detoxafdeling. Een dure en voor cliënten zeer ingrijpende aanpak. Daarom biedt Novadic-Kentron in verschillende steden de mogelijkheid om thuis af te kicken.

Gevaarlijke complicaties

In Tilburg beoordeelt verslavingsarts Raju Boedt of cliënten met een ernstige verslaving thuis kunnen stoppen met gebruik. Raju: “Thuis stoppen is niet voor iedere cliënt mogelijk. Ik beoordeel dit bij iedere cliënt afzonderlijk. Daarbij hou ik rekening met de mate van verslaving, het voorkomen van ernstige complicaties bij eerdere pogingen om te stoppen, en eventuele ziektes als hepatitis, diabetes of hartritmestoornissen. Het is mijn taak om risico‚’s op gevaarlijke complicaties zoveel mogelijk uit te sluiten.” Het ontgiften gebeurt door vijf tot tien dagen lang vervangende medicatie in een afbouwschema voor te schrijven. Gedurende die tijd moet de cliënt goed in de gaten gehouden worden.

Een vinger aan de pols

Dat gebeurt door een intensieve samenwerking van Raju met een verpleegkundige en een sociotherapeut van het team Dagbehandeling, die speciaal zijn vrijgemaakt om cliënten die thuis ontgiften intensief te begeleiden. Een van hen is verpleegkundige Norma Paulissen: “Samen met mijn collega Maartje de Haas zien wij de cliënten tijdens de afbouwfase iedere dag. We houden letterlijk een vinger aan de pols: we meten de hartslag en de bloeddruk en controleren of de cliënt gebruikt heeft. Dat is natuurlijk veel goedkoper dan een cliënt opnemen.”

Maar de kostenbeperking, die aansluit bij het beleid van de overheid, is maar één reden om cliënten thuis te laten afkicken. Norma: “De ambulante detox is veel minder belastend voor cliënten. Ze blijven in hun eigen vertrouwde omgeving. En we kunnen meteen starten met de behandeling. Bij een opname op de detoxafdeling start de vervolgbehandeling meestal pas na de opname. Maar onze cliënten krijgen bijvoorbeeld meteen al terugvalpreventie.” Norma ziet veel cliënten al binnen een week behoorlijk opknappen. Zoals de 45-jarige Rob*.

“Ik was het drinken zat”

Rob heeft een aantal jaar geleden al pogingen gedaan om te stoppen. Hij werd daar destijds voor opgenomen. Maar dat vond Rob helemaal niets. Hij had het gevoel dat hij toen de enige was die serieus wilde stoppen. Nu wil hij het opnieuw proberen, maar dan thuis. Rob: “Ik was het zat. Ik dronk zo‚’n twaalf flessen bier per dag. Dat was ook een soort zelfmedicatie, want ik heb last van angststoornissen. Daarvoor gebruik ik ook antidepressiva,en ik ben al bij verschillende psychologen geweest, maar dat heeft niets uitgehaald. Uiteindelijk ben ik bij een psychiater van het ziekenhuis terecht gekomen. Hij wilde me wel helpen, maar pas als ik van de drank af was. Daarom heb ik me aangemeld bij Novadic-Kentron.”

In één klap weer volop alcohol

Ik vraag Rob of het niet lastig is dat hij, nu hij ambulant afkickt, voortdurend met alcohol geconfronteerd wordt. Je zou denken dat stoppen in de kliniek daardoor makkelijker is. Rob bestrijdt dat: “Ik denk zelfs dat het moeilijker is. Nu kom ik geleidelijk in de gelegenheid om te drinken en leer ik ook om die behoefte te onderdrukken. Maar als je na twee weken uit zo‚’n kliniek komt, kom je in één klap weer volop met alcohol in aanraking. Dat vond ik destijds na mijn opname heel moeilijk.”

Vertrouwen

Het gaat nu goed met Rob. De afbouw met medicatie is gestopt. Rob volgt nu het programma van de dagbehandeling. Norma: “Rob volgt samen met andere cliënten de structuurgroep en de terugvalpreventiegroep. Ik weet dat terugval altijd op de loer blijft liggen, maar ik heb er alle vertrouwen in dat hij het vol gaat houden.” Rob heeft dat vertrouwen ook. Hij blijft het programma in ieder geval volgen tot hij zich sterk genoeg voelt om zonder Novadic-Kentron verder te gaan. Rob: “Ik ga sowieso niet opnieuw beginnen met drinken v√≥√≥r de behandeling van mijn angststoornissen bij de psychiater start. En als ik met zijn hulp die angstaanvallen kan onderdrukken, weet ik zeker dat ik zonder alcohol verder kan.”

* Rob is een gefingeerde naam

Nederlander te weinig bewust van risico‚’s roken: dit zijn de feiten

Uit recent internationaal onderzoek onder rokers (het International Tobacco Control Project) bleek dat van alle landen Nederlandse rokers het minst nadenken over de risico‚’s van roken voor henzelf of anderen. Ook weten (of geloven) ze het minst vaak dat roken longkanker, hartproblemen en beroertes kan veroorzaken. Dit is schokkend, vooral omdat nog steeds één op de vijf Nederlanders dagelijks rookt. Er circuleren verschillende feiten en cijfers over roken. Het Trimbos-instituut heeft al het onderzoek onder de loep genomen en een factsheet gepubliceerd met daarin de laatste, breed onderbouwde cijfers. We willen graag de belangrijkste feiten met u delen. Wist u bijvoorbeeld dat van alle mensen die blijven roken, ruim de helft aan de gevolgen hiervan overlijdt?

Aantal rokers in Nederland

  • Een op de vijf Nederlanders rookt dagelijks.
  • Onder jongeren (10-19 jaar) is dat ongeveer een op tien. Het aantal rokende jongeren tussen 10 en 16 jaar is gelukkig wel sterk gedaald, van 13% dagelijkse rokers in 2001 naar 4% in 2013.

Roken en gezondheid

  • In Nederland sterven 20.000 mensen per jaar aan de gevolgen van roken.
  • Rokers leven gemiddeld 10 jaar minder lang dan niet-rokers.
  • Ruim de helft van de rokers die blijven roken, sterft aan de gevolgen hiervan.
  • Roken kan veel verschillende ziekten veroorzaken, zoals long-, strottenhoofd-, mondholte-, slokdarm-, blaas-, nier- en alvleesklierkanker, COPD, hartfalen, andere hart- en vaatziekten en beroertes.
  • Meeroken kan onder meer longkanker, hartinfarcten en beroertes veroorzaken.
  • Roken vermindert de vruchtbaarheid en veroudert de huid.

Stoppen met roken

  • Stoppen met roken heeft onmiddellijk positieve effecten op de gezondheid. De risico‚’s op ziekte en overlijden nemen af, afhankelijk van hoe lang iemand al niet meer rookt en op welke leeftijd de roker stopt.
  • Ex-rokers hebben gemiddeld 2,5 serieuze pogingen gedaan om te stoppen.
  • Hulpmiddelen (inclusief gesprekken) vergroten de kans op succes van de stoppoging. Een combinatie van gesprekken en medicatie wordt aangeraden aan mensen die tien of meer sigaretten per dag roken.

Hulp bij het stoppen

Kentra (onderdeel van Novadic-Kentron) biedt een korte, intensieve groepstraining en een online training aan voor mensen die willen stoppen met roken. De drie belangrijkste onderdelen van onze groepstraining zijn motivatie, zelfcontrole en terugvalpreventie. De training bestaat uit zes bijeenkomsten van twee uur, gedurende negen weken.

De online behandeling Stoppen met roken bestaat uit negen sessies. Het voordeel van online behandeling is dat de cliënt zelf bepaalt waar en wanneer hij of zij de opdrachten uitvoert. Ook wordt de cliënt meteen aangesproken op zelfredzaamheid. Bij online behandeling heeft de cliënt een eigen, vaste behandelaar die feedback geeft op de opdrachten.

Bij de online behandeling komen een aantal thema‚’s aan de orde. Denk aan de analyse van het rookgedrag, het in kaart brengen van risicosituaties en het aanpakken van vervelende gedachten. In elk onderdeel krijgt de cliënt informatie, leest de oefeningen van voorbeeldcliënten en gaat aan de slag met een of meer oefeningen.

Aan het eind van de module heeft de cliënt het roken vervangen door gezondere plezierige activiteiten. Hij of zij heeft praktische handvatten gekregen om beter om te gaan met trek en sociale druk. Ook zijn verschillende vaardigheden aangeleerd om lastige situaties in de toekomst het hoofd te kunnen bieden

De training (en de hulpmiddelen zoals medicatie) worden vergoed door de zorgverzekering. Deelnemers betalen alleen hun eigen risico.

Meer weten?

Wilt u meer weten over deze training of de online behandeling? Neem contact met ons op! Kentra kan ook trainingen organiseren voor uw organisatie!

Bronnen

Trimbos Factsheet Roken, een aantal feiten op een rij
Website International Tobacco Control Project

Cijfers tot en met november 2015

Hoewel het jaar nog niet voorbij is, houden we u graag op de hoogte van onze recente cijfers. Daarom hier de cijfers over januari tot en met november: u vindt hier informatie over de totale cijfers van Novadic-Kentron (specialistische en BasisGGZ), Kentra24 (jongeren) en de cliënttevredenheid.

Novadic-Kentron totaal (specialistische en BasisGGZ)

Hieronder vindt u achtereenvolgens informatie over het aantal cliënten, hun primaire problematiek, geslacht en leeftijd.

Aantal cliënten n
Aantal nieuwe inschrijvingen 3.746
Aantal cliënten in behandeling totaal 8.311
Aantal cliënten per 1.000 inwoners 3,33

 

Primaire problematiek n %
Alcohol 2.916 35
Opiaten 862 10
Opwekkende middelen (cocaïne, amfetamine) 1.159 14
Hallucinerende middelen (xtc) 20 0
Cannabis 1.050 13
GHB 223 3
Gokken 221 3
Nevencliënten 292 4
Overig of onbekend 1.568 19

 

Geslacht n %
Mannen 6.243 75
Vrouwen 2.068 25

 

Leeftijd n %
Ouder dan 50 jaar 2.070 25
24-50 jaar 5.124 62
18 t/m 23 jaar 882 11
Jonger dan 18 jaar 235 3

Kentra24

256 cliënten (178 mannen, 78 vrouwen). De gemiddelde leeftijd is 20,5 jaar.

Primaire problematiek n %
Cannabis 128 50
Alcohol 30 12
Cocaïne 28 11
GHB 17 7
Amfetamine 13 5
Internet/gamen 12 5
Xtc 8 3
Overig/onbekend 20 8

Cliënttevredenheid prima!

De cliënttevredenheid over heel Novadic-Kentron tot en met september (gebaseerd op een respons van 565 cliënten) scoort gemiddeld een 8,3. Daarmee presteren we boven het landelijk gemiddelde van 7,9. Het gemiddelde rapportcijfer voor alleen de BasisGGZ ligt met een 8,5 zelfs nog wat hoger.

 

Klinisch psycholoog/psychiater in de verslavingszorg: “Als je interesse hebt in de héle mens, dan zit je hier goed”

Als klinisch psycholoog of psychiater werken in de verslavingszorg‚Ķ het ligt niet meteen voor de hand. Onbekend maakt onbemind? Misschien, maar er is meer aan de hand: er leven nog altijd vooroordelen over het werken met verslaafden. Die zouden ongemotiveerd zijn, en hen helpen is “dweilen met de kraan open”. Onze collega‚’s Wolf en Kim ontkrachten niet alleen deze vooroordelen, maar zetten er zelfs voordelen tegenover: werken in de verslavingszorg is enorm veelzijdig, zowel inhoudelijk als wat betreft het takenpakket.

Wat doe jij bij Novadic-Kentron?

John Wolf, psychiater: “Ik werk sinds februari bij Novadic-Kentron als psychiater en hoofdbehandelaar, en werk vooral met cliënten die een dubbele diagnose hebben, dus een verslaving in combinatie met psychiatrische problemen. Als psychiater is het mijn taak om na te gaan hoe die problemen samenhangen. Als iemand een verslaving heeft in combinatie met andere psychiatrische aandoeningen, zoals een psychose of een ernstige depressie, wat is dan oorzaak en wat gevolg? Hoe beïnvloeden die problemen elkaar? De juiste aanpak kan het risico op terugval fors verkleinen. Daarnaast heb ik als hoofdbehandelaar ook management- en beleidstaken.”

Kim Beekman, klinisch psycholoog: “Ik werk hier sinds oktober vorig jaar. Ik wilde graag verbreden. Ik hoor van collega‚’s buiten Novadic-Kentron dat ze soms een eenzijdig pakket hebben, bijvoorbeeld alleen maar stemmingsproblemen. Hier is mijn werkpakket zeer breed: niet alleen werk ik met cliënten met een grote variatie aan complexe problemen, maar daarnaast heb ik ook veel overkoepelende taken: aansturen van het team, zicht houden op cliëntentrajecten, management en beleidstaken.”

Wat vind je van de vooroordelen over werken met verslaafden?

Wolf: “Ja, die vooroordelen ken ik wel. Alle verslaafden zijn crimineel, onbetrouwbaar, ongemotiveerd of niet te behandelen. Dat is natuurlijk onzin. Wel moet je weten: terugval hoort erbij. Je moet tegen die cyclus kunnen: terugval wil niet zeggen dat je uiteindelijk minder resultaat bereikt. De motivatie kan, bij de cliënten die ik zie, wisselend zijn. Soms komen cliënten hier aanvankelijk alleen omdat hun vrouw – of huisarts, of baas – dat wil. Maar voor een psychiater is dat juist een interessante uitdaging. Hoe zorg je ervoor dat ze zelf het voordeel van herstel gaan zien?”

Kim: “Ik merk dat de cliënten die ik zie vaak niet zozeer ongemotiveerd zijn, maar dat ze de vaardigheden niet hebben om de behandeling goed aan te pakken. Bijvoorbeeld een cliënt van wie de ouders tijdens zijn jeugd volledig afwezig waren. Nu wordt hij geconfronteerd met ziekte en verlies. Hij heeft nooit geleerd hoe je met dat soort problemen om moet gaan. Dus zijn enige ‘oplossing‚’ is: gebruiken. Zo iemand moet je handvatten bieden om met problemen om te leren gaan. Heel concreet en stapsgewijs.”

Wat maakt jou als behandelaar trots?

Wolf: “Het is erg bevredigend als je mensen die helemaal aan de grond zitten, toch met kleine stapjes vooruit ziet gaan. Mensen die echt heel ziek zijn toch beter zien worden, dat geeft een kick.”

Kim: “Bij elke cliënt moet je kijken naar wat voor hem of haar werkt. Dat is een puzzel. Als je dan merkt dat een behandeling werkt, bijvoorbeeld EMDR of schematherapie, dan is dat geweldig.”

Waarom zou je als hoofdbehandelaar bij Novadic-Kentron willen werken?

Wolf: “Ten eerste omdat het zo veelzijdig is. De problemen van je cliënten zijn veelzijdig, maar het hele takenpakket ook. Novadic-Kentron doet veel aan innovatie en vernieuwing, daar word je als hoofdbehandelaar veel bij betrokken. Maar vooral omdat je hier bezig bent met de hele mens. Je bent niet alleen bezig met de verslaving, maar ook met psychisch welzijn, lichamelijke gezondheid, problemen met wonen, werken, enzovoorts. Samen met je team pak je al die problemen op. En samen met je ketenpartners: gemeentes, ggz, politie, jeugdzorg, enzovoorts. Je hebt elkaar nodig! Je moet wel sterk in je schoenen staan, want terugval hoort erbij. Maar als je interesse hebt in de hele mens, dan zit je hier goed!”

Kim: “Bij Novadic-Kentron is elke cliënt anders, dat maakt het werk heel boeiend, maar je hebt ook daarnaast veel mogelijkheden. Als hoofdbehandelaar word je betrokken bij beleid en management, en je kunt vaak ook nog onderzoek doen. Je krijgt veel vrijheid om dingen op te pakken die je leuk vindt, vrijheid om je verder te ontwikkelen. Je zit hier niet in een keurslijf.”

Novadic-Kentron is nog op zoek naar klinisch psychologen en psychiaters die als hoofdbehandelaars bij ons willen werken! Kijk op acceptatie.novadic-kentron.nl/vacatures!

Korte berichten: Natural High, convenant acute hulp en samenwerking SJS Midden-Brabant

Natural High: muziek als alternatief voor drugs

Ze debuteerden voor publiek bij de theateravond Who Cares van Novadic-Kentron en op 5 oktober openden ze het landelijke Voor-de-jeugd-festival in de Westergasfabriek in Amsterdam: de huisband van onze jeugdkliniek Kentra24. De band is ontstaan bij de opening van de jeugdkliniek van Kentra24. Rik de Gier (stagiair muziektherapie) nam het initiatief voor de band en sinds een jaar is muziektherapeute Diewertje de Niet de vaste begeleider.

Diewertje: “Inmiddels heet de band Natural High: muziek als middel om te breken met gebruik. De band past daarmee volledig binnen de visie van Kentra24. We werken vanuit de ACRA-visie voortdurend met positieve bekrachtigers en het belonen van goede alternatieven. Muziek is voor onze cliënten een positieve uitlaatklep en een veilig alternatief voor alcohol of drugs.”

Muziek maken en deel uitmaken van een band is niet alleen leuk, maar heeft ook therapeutische waarde. Cliënten werken, wanneer ze spelen in een band, ook aan zichzelf. Diewertje: “Ze leren communiceren, samenwerken, ruimte innemen, et cetera. Daarbij verleggen onze jongeren hun grenzen door zichzelf te leren presenteren. Dat is ook goed voor hun zelfvertrouwen.”

Natural High heeft een wisselende bezetting, omdat alleen cliënten in behandeling deel uitmaken van de band. Daarbij maakt het niet uit of ze een muzikaal verleden hebben. De band repeteert anderhalf uur per week. “De animo is groot,” zegt Diewertje, “op dit moment oefenen we zelfs in twee groepen.”

Het eerstvolgende optreden van Natural High vindt plaats tijdens de kerstmarkt van Kentra24, op 18 december in Sint-Oedenrode. Iedereen is welkom om de band aan het werk te zien. En uiteraard is Natural High ook te boeken! Je kunt daarvoor contact opnemen met Diewertje de Niet, telefoon 0413-48 58 66 of via mail aan diewertje.de.niet@novadic-kentron.nl.

Convenant acute hulp West-Brabant

Onlangs heeft Novadic-Kentron met de politie, GGZ-instellingen en de ambulancediensten afspraken gemaakt over acute hulp voor mensen met psychische en/of verslavingsproblemen in West-Brabant en Zeeland. Deze afspraken werden formeel bevestigd met het ondertekenen van een regionaal convenant (met een looptijd van drie jaar), op 1 oktober in Etten-Leur. Namens onze organisatie ondertekende Hilde Gersjes, regiomanager West- en Midden-Brabant, het convenant.

Hilde: “Het doel is om steeds beter met elkaar samen te werken in die situaties waarin wij met de GGZ en de hulpdiensten ingeschakeld worden om acuut hulp te verlenen aan iemand met psychische problemen en/of een verslaving.” De partijen erkennen met het convenant dat zij een gedeelde verantwoordelijkheid hebben als personen in het publieke domein overtredingen begaan, overlast of gevaar veroorzaken en dringend hulp nodig hebben. Hilde: “Met dit convenant is voor alle betrokken partijen duidelijk wat hun taak is en wat we van elkaar kunnen verwachten.”

Op termijn moet de samenwerking leiden tot een eenduidige werkwijze en bindende afspraken over onder andere bereikbaarheid, insluiting, vervoer, vermissingen en informatie-uitwisseling.

SJS Midden-Brabant bijgepraat over middelengebruik

In Midden-Brabant is een netwerk van Samenwerkende Jeugd Specialisten (SJS) opgezet. Dit netwerk vloeit voort uit de transitie in de jeugdzorg, waarbij de gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor de jeugdzorg. Bundeling van krachten en delen van kennis en ervaring zijn van groot belang om jeugdigen met problemen passende zorg te blijven bieden. Daarbij is het uitgangspunt de eigen kracht van het gezin en het netwerk maximaal te benutten.

Jongeren in de jeugdzorg blowen, drinken en roken aanzienlijk meer dan leeftijdgenoten. De SJS-instellingen hebben behoefte aan handvatten en beleid om gezamenlijk problemen door middelengebruik te voorkomen of aan te pakken. Daarom is uit de verschillende SJS-domeinen (LVB, GGZ, Jeugdhulp en verslavingszorg) de werkgroep Integrale aanpak middelenproblematiek opgericht. Doel is om tot een kwalitatieve verbetering en integrale aanpak te komen van de behandeling van jongeren die (soft)drugs gebruiken (mogelijk in combinatie met andere problematiek). Deze werkgroep bestaat uit Kompaan en De Bocht, GGz Breburg, Idris, Prisma, Buro Maks en Novadic-Kentron.

Charlotte van Dam (senior preventiewerker) is samen met Irene Dijkstra (hoofd Kentra24) kartrekker van deze werkgroep. Charlotte: “Wij zien het, als de Brabantse specialist in verslavingszorg, als onze taak om collega-instellingen te informeren en te adviseren. Bundeling van expertise, scholing van medewerkers en een eenduidig, overkoepelend en uitvoerbaar beleid is hierbij essentieel. We hebben hiervoor onder andere een praktische handleiding voor instellingen geschreven. Op dit moment toetsen we de aanpak bij een aantal ervaringsdeskundigen: jongeren uit de jeugdzorg die ook middelen gebruikten. Er wordt immers vaak vanuit een professionele invalshoek naar middelengebruik gekeken, maar voor ons is ook van belang wat jongeren zelf ervaren.”

Als gamen geen spelletje meer is

Gameverslaving vormt een snel groeiend probleem in ons land. In 2009 waren er in Nederland nog maar 69 geregistreerde hulpvragers met een (dreigende) gameverslaving, in 2014 was dit aantal gestegen naar 544! 96% van hen zijn jongens of mannen; de gemiddelde leeftijd is 20 jaar. Het aantal jongeren dat gameverslaafd is, is echter veel hoger dan het aantal dat hulp zoekt: uit onderzoek van het IVO blijkt dat zo‚’n 12.000 jongeren tussen de 13 en 16 jaar gameverslaafd zijn. Veel ouders worstelen met de vraag hoe zij kunnen voorkomen dat het gamen van hun kind uit de hand loopt. Zij kunnen terecht bij de Gamen Infolijn en op de website van het Trimbos-instituut voor informatie en een persoonlijk advies. Ook Novadic-Kentron behandelt gameverslaafden, vooral in de jeugdkliniek van Kentra24 in Sint-Oedenrode. Daarbij wordt een speciaal gameprotocol toegepast. Gameverslaafde Dyllan (20) en zijn hulpverlener Anouk Bergmans vertellen hoe gamen uit de hand kan lopen en hoe de behandeling in zijn werk gaat.

Dyllan ziet er goed verzorgd en gekleed uit en is welbespraakt. Er is niets waardoor een buitenstaander de indruk krijgt dat Dyllan verslaafd is. Toch heeft Dyllan serieuze problemen gekregen door het gamen. Dyllan: “Gamen is bij mij begonnen als een onschuldig tijdverdrijf, een spelletje. Ik was er al veel mee bezig, maar vooral om een betere speler te worden. Ik zocht bijvoorbeeld informatie op internet of YouTube over gamen. Maar dat veranderde al snel. Ik merkte dat ik er emoties en onrust mee kon onderdrukken. Op een gegeven moment speelde ik wel 10 tot 15 uur per dag.”

‚’s Nachts gamen

Het was onvermijdelijk dat Dyllan door zijn gamegedrag in de problemen kwam. Aan slapen kwam hij nauwelijks nog toe, school en zijn bijbaantje kwamen onder druk te staan en hij verwaarloosde al zijn sociale contacten. Dyllans ouders kregen in de gaten dat het met hun zoon de verkeerde kant op ging. Er werden afspraken gemaakt over het gebruik van zijn computer. Dyllan: “Maar die kon ik makkelijk omzeilen. Uiteindelijk konden mijn ouders mijn computer toch niet afpakken, want die had ik ook nodig voor school. Ik begon stiekem te gamen, vooral ‚’s nachts. Ik had ook steeds vaker ruzie met mijn ouders.”

Rugklachten

Langzaam maar zeker groeide ook bij Dyllan het besef dat het gamen een obsessie was geworden. Hij was snel moe en kreeg zelfs rugklachten. En het ging niet goed op school, iets wat hij altijd belangrijk had gevonden. Dyllan: “Op een gegeven moment dacht ik ‘nu is het genoeg‚’. Toen ben ik in overleg met mijn ouders hulp gaan zoeken en ben ik bij Kentra24 terecht gekomen.”

Zelfcontrole

Drie maanden is Dyllan nu in behandeling. Dyllan is gestart met dagbehandeling, waarbij hij tweeënhalve dag per week naar de kliniek kwam, maar wel thuis sliep. Anouk Bergmans van Kentra24 is zijn behandelaar. Anoek: “We werken met het gameprotocol en behandelen Dyllan, net als andere cliënten, vanuit de ACRA-methode. Ik voer individuele motiverende gesprekken met hem, leer hem zelfcontroletechnieken en we gaan samen op zoek naar alternatieven voor het gamen. Maar we werken ook in groepen met andere cliënten, dan volgt Dyllan bijvoorbeeld sociale vaardigheidstraining en cognitieve gedragstherapie”.

“Ik hield mezelf voor de gek”

Anouk zag Dyllan een keer per week, en op momenten dat het wat minder ging twee keer. Na verloop van tijd leek het beter te gaan. Anoek: “Dyllan leek meer inzicht te hebben in risicosituaties en hij ging aan de slag met onderliggende problematiek. Maar dagbehandeling vraagt wel veel eigen kracht en zelfstandigheid van onze cliënten”. Dyllan besefte, door de gesprekken met hem en zijn ouders, dat het minder goed met hem ging dan hij deed voorkomen: “Ik hield mezelf voor de gek. Ik zat uren achter mijn computer, maar praatte mezelf aan dat het wel meeviel en dat ik goed bezig was. Dit gaf me een goed gevoel over mezelf, maar zo goed ging het nog helemaal niet.”

Dyllan werd alsnog opgenomen: “Ik moest even helemaal weg uit de thuissituatie om patronen te doorbreken, mijn dag- en nachtritme stabiel te krijgen en te leren om mijn emoties te uiten zonder die te onderdrukken met gamen. Ik mag de komende tijd maximaal een uur per dag mijn elektronica gebruiken. Het was lastig voor me om mijn spullen in te leveren, maar ik weet dat het uiteindelijk het beste is.” Naarmate de behandeling vordert, zal Dyllan toewerken naar meer zelfstandigheid op dit gebied, tot hij zelf uiteindelijk weer volledig controle heeft over zijn eigen gedrag.

Van onmacht naar vertrouwen

Belangrijk is dat de ouders van Dyllan betrokken zijn bij zijn behandeling. Anoek: “Wij reiken hen handvatten aan en praten met hen over hoe zij het beste met het gamen van Dyllan om kunnen gaan. Als je kind zo veel gamet, zitten ouders meestal erg op controle en ontstaat er al snel strijd. Vaak uit onmacht. Ze willen helpen, maar dat lukt op die manier niet. Bespreekbaar maken en houden, afspraken maken en vertrouwen geven is het advies!”

Meer weten of hulp nodig?

Lees hier meer over gamen of neem contact met ons op!

Gamen Infolijn

Ga naar www.gameninfo.nl/publiek of bel 0900-1995

Korte berichten: acuut zorgteam, app, celebrate safe, ontwikkeling zorgstandaarden

Acuut Zorgteam Novadic-Kentron van start

In de vorige e-mailnieuwsbrief besteedden we aandacht aan de toename van het aantal cliënten die met spoed hulp nodig hebben. In antwoord op deze ontwikkeling is Novadic-Kentron gestart met het Acuut Zorgteam. In dit team zijn verschillende disciplines bij elkaar gebracht: verslavingsartsen, hoofdbehandelaars en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen. Cliënten die met spoed zorg van Novadic-Kentron nodig hebben, kunnen door dit team meteen in behandeling worden genomen. Ook kan via dit team een ambulante detox worden opgestart, in plaats van detox in een kliniek. Het Acuut Zorgteam van Novadic-Kentron werkt nauw samen met GGZ-instellingen, maatschappelijk werk, politie, huisartsen, ziekenhuis en jeugdzorg.

App Alcohol in de Hand voor iedereen beschikbaar

Sinds deze zomer is de app ‘Alcohol in de Hand‚’ beschikbaar voor alle mensen met alcoholproblemen. Voorheen werd de app alleen ingezet in combinatie met hulpverlening van Novadic-Kentron en andere verslavingszorginstellingen. De app helpt 24 uur per dag bij het minderen of stoppen met drinken. Alcohol in de Hand laat gebruikers actief oefenen met het overwinnen van momenten van trek. Ook leren zij terugval te voorkomen en schade na een eventuele terugval te beperken. Via een wizard vult de gebruiker persoonlijke doelen en redenen in om te willen stoppen met drinken, en zelfgekozen controlemaatregelen (bijvoorbeeld favoriete muziek). Op belangrijke momenten poppen die gegevens weer op. Daarnaast bevat de app weetjes over het proces van ontgiften, over de lichamelijke winst na het stoppen met drinken of de gevolgen van agressie. De overwonnen momenten van trek en het geldbedrag dat inmiddels bespaard is, staan standaard op het dashboard. Wanneer het nodig is, is een noodplan beschikbaar waarbij contactpersonen kunnen worden gebeld of, in het ergste geval, de 24-uurs telefonische hulpdienst. De app is te downloaden op iedere iPhone en Android-smartphone.

Download hier de iPhoneversie
Download hier de Androidversie

Novadic-Kentron partner van Celebrate Safe

Sinds 2014 is Novadic-Kentron partner van de campagne Celebrate Safe, die door het ministerie van VWS met subsidie wordt ondersteund. Celebrate Safe is ontwikkeld om het bewustzijn op het gebied van gezond en veilig feesten onder uitgaanders te bevorderen. Met Celebrate Safe maken organisatoren van evenementen en uitgaansgelegenheden duidelijk dat ze begaan zijn met het welzijn van hun bezoekers. Bezoekers worden daarbij ook op hun eigen verantwoordelijkheid gewezen. Organisatoren en uitgaansgelegenheden verspreiden duidelijke voorlichtingsboodschappen én zorgen voor aanwezigheid van laagdrempelige professionele hulpverlening.

Celebrate Safe verstrekt informatie en tips rondom veilig feesten en uitgaan op tien thema‚’s, waaronder de risico‚’s van alcohol- en drugsgebruik, (on)veilige sex en gehoorbeschadiging. Novadic-Kentron deelt daarbij met de partners de expertise op het gebied van alcohol en drugs, maakt Celebrate Safe bekend binnen het eigen netwerk en onze Unity-peers bemensen de Celebrate Safe-stands op festivals. Op dit moment doen onder andere Awakenings, Decibel, Lowlands, Mysteryland en North Sea Jazz mee met Celebrate Safe. Een compleet overzicht van de partners en meer informatie is te vinden op de website www.celebratesafe.nl.

Cliëntenraad Novadic-Kentron werkt mee aan ontwikkeling zorgstandaarden

Eind vorig jaar bracht Zorginstituut Nederland, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, het rapport ‘Verslavingszorg in beeld‚’ uit, met daarin de stand van zaken van de verslavingszorg. Het rapport was overwegend positief over de (reguliere) verslavingszorg, maar had wel onder meer als aanbeveling om de huidige richtlijnen uit te breiden en daarbij de principes van herstelondersteunende zorg* te verbinden met verslavingszorg. Het ontwikkelen van deze zorgstandaarden, bijvoorbeeld de zorgstandaard Alcohol, is een veelomvattende klus: alle aspecten van alcoholverslaving en -behandeling moeten hierin worden opgenomen, van preventie tot en met nazorg. Om ervoor te zorgen dat in alle discussies het cliëntenperspectief centraal staat, geven ook de Cliëntenraden (verenigd in Het Zwarte Gat) hun bijdrage. Jo Swinkels vertegenwoordigt daarbij de Cliëntenraad van Novadic-Kentron. Jo: “Het opstellen van de zorgstandaarden, volgens een voorgeschreven procedure, is een zeer complex geheel. De zorgstandaard alcohol is nu al tachtig pagina‚’s lang, en hij is nog lang niet af. Het mag duidelijk zijn dat dit voor cliënten, en ook voor de meeste behandelaars, nu niet direct werkbare documenten zijn. Een voorwaarde is dan ook om van de zorgstandaard een cliëntenversie te maken. Onze cliënten moeten tenslotte ook kunnen vaststellen of hun zorg aan de nieuwste standaarden voldoet!” Naar verwachting zijn de zorgstandaarden zomer/najaar 2016 klaar.

* Herstelondersteunende zorg wil zeggen dat de cliënt zelf de regie heeft over zijn/haar herstel. De cliënt bepaalt zelf wat hij/zij wil bereiken op verschillende gebieden (wonen, werken, relaties, hobby‚’s, enzovoorts). De hulpverleners ondersteunen bij het bereiken van die doelen. De inzet van ervaringskennis speelt hierbij een grote rol, als derde kennisbron naast wetenschappelijke en professionele kennis, en als brug tussen hulpverlener en cliënt.

Foto: Mees van den Ekart

MHU Tilburg: succesvol project verhuisd naar Jan Wierhof

Eind juni werd aan de Jan Wierhof in Tilburg de nieuwe Medische Heroïne Unit in gebruik genomen. Voorheen was deze gevestigd in de wijk Zorgvlied, en aan de verhuizing ging veel (politieke) discussie in gemeente en buurt vooraf. Enkele maanden na de opening waren wij dan ook erg benieuwd hoe de MHU inmiddels functioneert op de nieuwe plek.

Medicinale heroïne

Binnen de MHU wordt op medische basis aan maximaal twintig chronische heroïneverslaafden dagelijks medicinale heroïne verstrekt. Op dit moment doen twintig cliënten mee aan het programma (onder wie vijftien mannen). De jongste deelnemer is 28 jaar, de oudste 64. Zij komen dagelijks op vaste tijdstippen naar de MHU om ter plekke onder toezicht de medicinale heroïne te gebruiken. Twee van hen injecteren de drug, de rest rookt (“chineest”). Daarnaast komen twee keer per week zo‚’n vijftien economisch actieve cliënten een onderhoudsdosis methadon ophalen. Voor al deze cliënten gelden strikte afspraken en huisregels.

“Het begon in het weekend‚Ķ”

Een van de cliënten is Rob, 46 jaar en geboren en getogen in het Westen van Brabant. Het verhaal van Rob is klassiek: begonnen met blowen, daarna xtc, speed en cocaïne en zo‚’n 25 jaar geleden ook heroïne. En dat bleek, zoals bij zovelen, niet in de hand te houden. Rob: “Het begon alleen in het weekend, maar al vrij snel werd ik ziek als ik niet gebruikte. In het begin wil je niet toegeven dat je verslaafd raakt, maar voor ik het wist, gebruikte ik dagelijks.” Rob woonde bij zijn moeder en dealde om in zijn eigen gebruik te voorzien. Hij kwam nauwelijks met de politie in aanraking. Het lukte hem niet, ondanks zes opnames in een verslavingskliniek, om van de drugs af te komen. En het ging helemaal mis toen hij vier jaar geleden dakloos raakte.

“Dit programma betekent alles voor mij”

Rob meldde zich tien jaar geleden al aan voor de medische heroïnebehandeling in Breda. Daar is echter nooit een MHU gekomen. Uiteindelijk kwam hij twee jaar geleden bij de MHU in Tilburg terecht. Hij moest daarvoor wel in Tilburg ingeschreven staan, dus Rob verhuisde naar een flat van een begeleid wonenproject van Traverse. Op mijn vraag wat de MHU Rob gebracht heeft, antwoordt hij: “Alles. Ik heb mijn leven weer op de rit. Ik gebruik sinds 1 januari 2014 geen andere drugs meer; ik drink alleen bier, dat kan ik niet laten. Ik heb al veertien maanden een relatie met mijn vriendin, met wie ik leuke dingen doe zoals fietsen door de bossen of leuke activiteiten in de buurt bezoeken. Je kunt bij mij in de flat van de vloer eten. Ik sta op het punt zonder begeleiding te gaan wonen. Ik heb dan alleen nog schuldsanering.” Rob verwacht niet dat hij ooit helemaal loskomt van de heroïne.

“Ik wil de boel niet verzieken”

Rob snapt niets van de bezwaren van de buurt. Hij zegt dat hij en zijn medecliënten al in Zorgvlied hebben bewezen dat ze geen overlast bezorgen. Rob: “Er gelden hier strakke regels. Zo mogen we niet rond blijven hangen en mogen we niet met gemotoriseerd vervoer komen.“ Rob snapt dat die regels nodig zijn en zegt dat hij en zijn medecliënten zich er strikt aan houden: “Ik wil de boel niet verzieken, niet voor mezelf en niet voor de groep. Daarvoor is dit project te belangrijk.”

Afspraken bij klachten

Wat Rob aangeeft, wordt bevestigd door medewerkers van de MHU en collega‚’s van GGz Breburg. Er is tot nu toe geen sprake van overlast van enig formaat en er is slechts een enkele melding geweest. Johan Manders, vanuit GGz Breburg verantwoordelijk voor de locatie Jan Wierhof: “Ik beheer alle klachten die binnenkomen via meldingenjanwierhof@ggzbreburg.nl. Sinds de komst van de MHU is er één klacht geweest die verband hield met de voorziening. Er zaten twee cliënten op een bankje tegenover de voorziening. Die klacht is meteen opgepakt door de mensen van de MHU, die de betrokken cliënten aangesproken hebben. En dat is ook precies volgens de in het beheeroverleg gemaakte afspraken: klachten rond de MHU die op ons e-mailadres binnenkomen, worden direct opgepakt. De afhandeling en de genomen stappen worden teruggekoppeld naar mij en binnen het Beheeroverleg.”

Tiptop in orde

De dag van het interview is een mooie zomerdag. Kort na afloop van het interview wandelen we een rondje rond de Jan Wierhof. Er is geen cliënt te zien en op en rond de speeltuin en de bankjes tegenover de MHU is alles tiptop in orde. We vragen enkele omwonenden of zij sinds de komst van de MHU iets hebben gezien of gehoord over overlast van MHU-cliënten. Geen van hen kan iets benoemen. Een oudere man, die anoniem wil blijven, laat weten: “Je merkt nauwelijks dat de MHU al begonnen is.”

Het kan dus wel degelijk, zo‚’n voorziening in een woonwijk. Maar eigenlijk wisten we dat al, gezien de ervaringen op andere plekken. We zien de komende overlast- en veiligheidsmetingen dan ook met alle vertrouwen tegemoet.

Meer weten?

Lees meer over de Medische heroïnebehandeling.

Les op de Politieacademie: een recreatieve gebruiker is nog geen crimineel

Novadic-Kentron helpt niet alleen bij problemen met genotmiddelen, maar leert ook andere professionals hoe ze het beste met gebruikers kunnen omgaan. En als je erover nadenkt, zijn er heel wat professionals die hiermee te maken krijgen: medewerkers in de horeca, huisartsen, onderwijzers, jeugdhulpverleners, maar ook bijvoorbeeld de politie. Daarom geeft Charles Dorpmans, drugsexpert van Novadic-Kentron en docent aan de minor Verslavingskunde op de Fontys, gastlessen aan dergelijke professionals. Sinds kort ook op de Politieacademie. Over drugs, alcohol en uitgaan en over hoe je daar als agent op kunt reageren. Ga je er meteen met drie man bovenop zitten als iemand een paar pilletjes op zak heeft?

Charles: “De politie komt natuurlijk volop in aanraking met het onderwerp genotmiddelen. Bij het oprollen van wietplantages bijvoorbeeld, in de illegale drugshandel, maar ook gewoon in het uitgaansleven. Daarom vroeg de Politieacademie Eindhoven mij om voor elke eerste groep van de opleiding een training te verzorgen. Daarin geef ik veel informatie over actuele trends, over verschillende drugs, wat daar de effecten van zijn, en hoe je het gebruik ervan herkent. Daar zijn ze heel erg in geïnteresseerd en de studenten stellen veel vragen: wat gebeurt er als je dit en dat gebruikt? wat kom je tegen op een dance-event? Je merkt dat ze echt aan de slag willen met die informatie, hun insteek is heel feitelijk, heel praktisch.”

Van horen zeggen

“Maar net zo belangrijk als de feitelijke kennis, is ook je eigen houding. Een groot deel van de les gaat dan ook in op je eigen visie ten aanzien van genotmiddelen. Kun je √ºberhaupt accepteren dat mensen gebruiken? Baseer je je beeldvorming op feiten, of op wat je weet ‘van horen zeggen‚’? Wat zijn je associaties bij genotmiddelengebruik? Niet iedereen die gebruikt, is verslaafd. En een recreatieve gebruiker is nog geen crimineel. Het is belangrijk om als professional een open houding te hebben, een genuanceerde kijk op dit thema.”

Een sukkel die niet goed gedoseerd heeft

“Wat is zero tolerance bij het uitgaan of op een feest? Sla je iemand die een paar pillen op zak heeft meteen in de boeien? Dat gaat uiteraard veel te ver. In mijn les probeer ik vooral duidelijk te maken dat je onderscheid moet maken, dat je kunt schakelen in hoe je je opstelt. Voor de politie is dat natuurlijk extra lastig, omdat zij juist ingezet worden voor handhaving. In uitgaansgebieden moeten zij overlast voorkomen of inperken. Maar voor een goede relatie met de burger is het heel belangrijk dat de politie in de uitgaanssetting een andere houding aanneemt dan bij het oprollen van een wietplantage. Een recreatieve gebruiker die overlast veroorzaakt, is vaak gewoon maar een sukkel die niet goed gedoseerd heeft. Een gesprek werkt dan meestal beter dan repressie. Sterker nog, als je te heftig reageert op een onrustige situatie, maak je het mogelijk alleen maar erger. Dat soort discussies doet echt wel wat met ze, ze gaan er over nadenken.”

Reflecteren is vooruitkomen

“Ik vind het zeer positief dat Justitie aangeeft dat ze hier les over willen hebben. En dan bedoel ik niet alleen feitelijke kennis over middelen, maar ook reflectie op je eigen houding. Want reflecteren is belangrijk om vooruit te komen, vooral als je een professional bent die zoveel invloed kan uitoefenen in een risicovolle situatie.”

Bianca Korporaal, docent op de Politieacademie:

“Ik ben al enkele keren bij de les van Charles Dorpmans aanwezig geweest en ik ben supertevreden. Van mijn studenten hoor ik ook alleen maar positieve reacties. Charles doet dat heel goed, hij heeft leuk contact met de studenten. De informatie is zeer actueel en praktijkgericht, en hij weet alles van de nieuwste drugs. En omdat hij zelf nog volop op dancefeesten staat en ook ervaringsdeskundig is, weet hij precies waar hij over praat. Daarbij spreekt hij de taal van de jongeren, voor onze jonge studenten is dat absoluut een plus. Charles criminaliseert drugs niet; de discussies over houding zijn zinvol, dat komt ook binnen. Hij gaat dan ook heel specifiek in op uitgaanspubliek, dat is ontzettend leerzaam. Dat je bijvoorbeeld zo snel een overdosis hebt bij GHB, dat wist ik echt niet!”

Meer weten?

Lees meer over voorlichting en preventie voor professionals.

Welcome to the G-spot: voorlichting over GHB prikkelt de nieuwsgierigheid

Wie een dance-event of ander feest bezoekt, komt daar nu niet een-twee-drie met als doel eens grondig door- en voorgelicht te worden over drugs. Maar op die feesten bevinden zich wél precies die mensen die je met voorlichting wilt bereiken! Om de match te maken, zul je soms iets meer moeten bieden dan het standaard aanbod. Zoals een mysterieus pashokje met de naam G-spot.

De G-spot maakt inderdaad nieuwsgierig. Na het betreden van het pashokje en de boodschap “Welcome to the G-spot” blijkt het echter te gaan om de drug GHB. De naam is een knipoog naar het seksueel stimulerende effect van GHB, maar, licht preventiewerker Xandra Laplante toe, de invloed van GHB op onveilige seks moet niet worden overschat.

Onveilige seks

Xandra: “GHB kan seksueel stimulerend werken, maar als we het hebben over het verleggen van grenzen en het verlagen van drempels voor het hebben van – onveilige – seks, heeft alcohol daar veel en veel meer invloed op. Als is het maar omdat het door veel meer jongeren wordt gebruikt.”

Gemene drug

Waar gaat de G-spot dan wel over? Over de vele andere risico‚’s van GHB, waaronder overdosering. Xandra: “GHB is echt een gemene drug. Je raakt heel snel verslaafd en het is erg moeilijk om er weer vanaf te komen. Het begint gezellig met een groepje vrienden, maar al snel gebruik je thuis, dag en nacht, omdat je anders verschrikkelijke en zelfs gevaarlijke afkickverschijnselen krijgt. Daarnaast is GHB moeilijk te doseren. De dosis die effect heeft, ligt heel dicht bij een overdosis. Daarom heeft het ministerie van VWS, ondanks de kleine groep gebruikers, besloten te investeren in voorlichting over GHB.”

Het Trimbos-instituut en Kentra Preventie (onderdeel van Novadic-Kentron) hebben de opdracht aangenomen. Zij vonden het bij uitstek iets voor Unity: een vrijwilligersproject voor en door peereducators uit de dance-scene (voor meer informatie zie www.unity.nl). De peereducators van Unity geven andere jongeren al jaren actuele informatie op de plek en het moment waar de meesten voor het eerst gaan gebruiken: te midden van vrienden op een feest.

Out gaan

Xandra: “Om de aandacht te trekken hebben we gekozen voor de naam G-spot. Niet alleen vanwege de link tussen GHB en seks, al maakt dat natuurlijk wel nieuwsgierig. ‘G-spot‚’ is een woordspeling waarbij de G staat voor GHB, en daarnaast is een spot een fysieke plek om naar toe te gaan. De G-spot is een pashokje met daarin een computer waarop bezoekers een aantal stellingen voorgelegd krijgen. Die gaan vooral over de veiligheid van GHB, en de verantwoordelijkheid die je hebt voor je vrienden. Wat doe je bijvoorbeeld als je een kennis ‘out‚’ ziet gaan, laat je hem dan liggen of doe je hier iets mee?”

Gebruikende vrienden

Nadat de bezoekers de stellingen hebben beantwoord, gaan de peereducators van Unity met hen in gesprek: wat vond je van de stellingen? Gebruik je zelf wel eens GHB? Hoe reageer je op gebruikende vrienden? Xandra: “In zo‚’n gesprek kun je heel specifiek aanvullende voorlichting geven, of beginnende problemen signaleren. We geven de bezoekers ook nog een kaartje met tips en een polsbandje. We hebben de G-spot uitgeprobeerd op Holy Pink , een feest bij Roze Maandag in Tilburg, en de reacties waren heel positief. Er ontstaan discussies en je kunt merken dat mensen er echt over na gaan denken.”

Daarnaast worden de antwoorden op de stellingen opgeslagen. Hoe antwoorden bezoekers op de stellingen, gaan ze er serieus mee om? Gecombineerd met de verslagen van onze peereducators is dit input (op basis van drie feesten) om te bepalen of dit concept verder wordt ingezet. Of de G-spot daadwerkelijk tot gedragsverandering leidt en welke factoren, gedachten, overwegingen en overtuigingen van invloed zijn op de beslissing om wel of geen GHB te nemen, is zeker nog het onderzoeken waard. Dat de G-spot bijdraagt tot in gesprek gaan en blijven over GHB en de risico‚’s die het gebruik met zich meebrengt, is een feit.

Experimenteren

Xandra: “Bij preventie gaat het erom het juiste moment te vinden. Niet als gebruikers al hard op weg zijn om verslaafd te raken, maar juist tijdens de fase van experimenteren en het ‘normaler‚’ worden van het gebruik. Omdat de meeste drugs als eerste uitgeprobeerd worden in een sociale setting, bijvoorbeeld in de dance-scene, is dit een uitgelezen plek om ze dán informatie te geven. Ons doel is dat ze erover nadenken, de informatie opslaan, zodat ze die paraat hebben op het moment dat ze zelf GHB aangeboden krijgen. De G-spot is een veelbelovende campagne, we merken dat de naam en het concept heel nieuwsgierig maken, en dat is precies wat we willen!

Meer weten?

Lees meer over GHB-verslaving.
Lees het artikel De ins en outs over GHB: alles wat je moet weten over deze gevaarlijke drug.

FACT Plus Helmond: laatste vangnet voor cliënten met zeer complexe problemen

Waar vroeger cliënten met zeer complexe problemen vaak langdurig in instellingen werden opgenomen, wordt nu steeds meer in de wijk zelf hulp geboden: letterlijk bij de cliënt thuis. FACT is daarbij de meest intensieve vorm van wijkgerichte hulp. Novadic-Kentron en de GGZ hebben door heel Brabant FACT-teams. Deze teams helpen cliënten met een langdurige verslaving en psychische klachten bij het op orde brengen van huisvesting, financiën, dagbesteding en sociale contacten. Groot voordeel van deze aanpak is dat de problemen gezamenlijk worden aangepakt, midden in de leefomgeving van de cliënt. Maar de forse en complexe problemen vragen wel om een bijzondere aanpak.

In de regio Helmond zijn al drie FACT-teams actief. Begin dit jaar is daar een overkoepelend FACT Plus-team bijgekomen, een samenwerking van Novadic-Kentron, GGZ Oost Brabant en forensisch-psychiatrisch centrum de Rooyse Wissel. Maximaal 175 cliënten uit de regio, met een ernstige, chronische verslaving in combinatie met complexe psychische problemen en/of justitiële problemen, worden door de dertien hulpverleners van het team begeleid.

Intake aan huis

Alle cliënten worden naar FACT Plus doorverwezen door de hulpverlening en bemoeizorg. Projectleider Peter de Kort: “De intake gebeurt als het even kan meteen bij de cliënten thuis. We bespreken welke behoeften de cliënt heeft aan begeleiding en ondersteuning, en stellen samen een behandelplan op. Zien hoe iemand leeft, heeft daarbij een grote toegevoegde waarde.”

Orde op zaken stellen

Na de intake probeert het FACT Plus-team de situatie goed in beeld te krijgen en deze te stabiliseren. De zorg en begeleiding zijn voornamelijk gericht op harm reduction en ondersteuning bij herstel op verschillende gebieden. Er wordt gewerkt aan orde op zaken stellen bij de dagbesteding, huisvesting en financiën. Medicatie wordt geregeld, afspraken met de psychiater worden gepland, er wordt bemiddeld in conflicten met de Woningbouwvereniging, problemen met de uitkering worden opgelost, enzovoorts. Bij de zorg en begeleiding worden waar mogelijk mensen uit de naaste omgeving betrokken.

Iedereen kent alle cliënten

De complexiteit van de doelgroep vraagt om medewerkers die stevig in hun schoenen staan en outreachend werken. Iedere cliënt heeft eigen dossierhouders, maar de kracht van FACT is dat het hele team alle cliënten kent. Nieuwe en bestaande cliënten worden vier keer per week besproken aan de hand van een digibord: een groot beeldscherm aan de muur. Alle teamleden kunnen zo precies zien wat de stand van zaken is van de cliënten en welke afspraken gemaakt worden. Verpleegkundige Noortje Aldenhuijsen: “Alle cliënten staan op het bord, dagelijks bespreken we er ongeveer twintig. De nieuwe cliënten, maar ook cliënten bij wie de situatie zorgwekkend is en bij wie we onze zorg moeten opschalen.” Omdat elk teamlid alle cliënten kent, kunnen teamleden elkaar ook voortdurend advies geven over de beste aanpak.

Op onze hoede

De problemen van de cliënten zijn fors en dat roept de vraag op of werken met deze doelgroep wel altijd veilig is. Noortje: “We zijn wel op onze hoede. Als dat nodig is, voeren we gesprekken op het Veiligheidshuis of spreken we cliënten met zijn tweeën. Maar tot nu toe gaat het goed, we hebben zelden of nooit met serieuze agressie te maken.”

Loslaten

Als de situatie stabiel is, wordt het contact afgebouwd. Volledige uitstroom uit de hulpverlening is daarbij meestal geen optie, het gaat veelal om doorstroom naar organisaties die aan de slag gaan met de verschillende levensgebieden, zoals dagbesteding of huisvesting. Verpleegkundige Ger Gooren ziet zichzelf en zijn collega‚’s als een laatste vangnet voor deze cliënten, en dat maakt het ook extra lastig om de begeleiding te stoppen als de situatie weer stabiel is. Ger: “Dat moment van loslaten is moeilijk, ook omdat je weet dat het risico er is dat het weer bergafwaarts gaat, maar we moeten wel. Anders slippen we dicht. We moeten erop durven vertrouwen dat de meeste cliënten na onze begeleiding en met hulp van hun omgeving hun leven weer zelf op de rit kunnen houden.”

Casus 1: borderline en manisch depressief

Om een betere indruk te krijgen van het werk van het FACT Plus-team bespreken we met Ger twee casussen. In het eerste geval betreft het een vrouw van 45 jaar die naast een alcoholverslaving aan een borderlinestoornis lijdt en manisch depressief is. Ze heeft al een aantal opnames op de Dubbele Diagnose-afdeling achter de rug. Ger: “Als het spannend wordt, gaat ze drinken. Dan weet ze niet meer wat ze doet. Een keer in de week spreek ik haar thuis, en als het nodig is vaker, soms wel drie of vier keer per week. Ik bespreek met haar hoe het gaat en wat ze nodig heeft. Ik houd een vinger aan de pols. Ik bekijk mee wie er iets kan regelen rond de financiën, heb overleg met de bewindvoerder. Als ze ingewikkelde brieven krijgt, lees ik even mee. Maar ze heeft en houdt zelf de regie, dat is ook de kracht van de FACT-werkwijze.”

Casus 2: weglopen

Een andere casus is die van een 42-jarige man. Hij heeft PTSS, opgelopen in Libanon, zit in het methadonprogramma en drinkt veel. Ook heeft hij, weliswaar wegens kleine zaken, een justitieel verleden. Hij heeft een eigen flatje, maar dat onderhoudt hij slecht, en vaak is het een komen en gaan van drugs- of alcoholvrienden. Hij zit ook vaak bij zijn moeder. Ger: “Ik zie hem vooral hier bij de methadonpost, maar soms ook thuis. Ik bekijk met hem hoe hij zich kan handhaven. Stoppen met alcohol is niet reëel. Maar hij is daar heel dubbel over: hij wil vaak opgenomen worden, maar als hij dan eenmaal in de kliniek zit, loopt hij weg. Het is ook helemaal niet de bedoeling cliënten langdurig op te nemen, FACT Plus is er juist om opname te voorkomen of zo kort mogelijk te houden. Dus ook deze cliënt probeer ik steeds te motiveren voor ambulante behandeling. En ik probeer structuur in zijn leven aan te brengen. En dat gaat langzaamaan steeds beter.”

Meer weten?

Lees meer over FACT.

Foto: Mees van den Ekart

Steeds meer jonge comazuipers: pedagogisch nazorgtraject voor ouders én kind

Door een intensieve campagne en verhoging van de minimumleeftijd om alcohol te kopen, gaan jongeren gemiddeld later voor het eerst drinken. Helaas zijn deze positieve effecten niet terug te vinden bij het zogenaamde comazuipen. Integendeel: het aantal kinderen (soms van 13 of 14 jaar) dat met een alcoholvergiftiging in het ziekenhuis terecht komt, stijgt nog steeds. In 2014 werden er landelijk bijna 800 gevallen geregistreerd, waarvan een kwart in onze provincie. In alle gevallen een dramatische gebeurtenis, ook voor de ouders. In het ziekenhuis wordt de alcoholvergiftiging behandeld, het kind kan weer naar huis. Maar wat dan?

Comazuipen is meestal geen geïsoleerd incident. Kentra Preventie (onderdeel van Novadic-Kentron) kan ouders en kinderen helpen om herhaling te voorkomen en ervoor zorgen dat het alcoholgebruik niet verder uit de hand loopt. In samenwerking met ziekenhuizen bieden we dan ook een pedagogisch nazorgtraject aan.

Ouders schrikken zich te pletter

Preventiewerker Bernard van ‚’t Klooster co√∂rdineert het project in Noordoost-Brabant. Alle Brabantse ziekenhuizen zijn inmiddels geïnformeerd over het nazorgtraject en met het Maasziekenhuis Pantein in Boxmeer, Bernhoven in Uden en Catharinaziekenhuis in Eindhoven zijn al concrete afspraken gemaakt.

Nadat daar een minderjarige op de spoedeisende hulp of kinderafdeling medisch is behandeld, verwijst de kinderarts ouders en kind naar het pedagogisch nazorgtraject. Fenny Visscher, aandachtsfunctionaris kindermishandeling van de werkgroep Kinderzorg van het Maasziekenhuis: “Wij vertellen het kind en diens ouders of verzorgers dat wij in onze ziekenhuisrichtlijn hebben opgenomen dat wij de contactgegevens van het kind doorgeven aan Kentra voor een vervolggesprek. Ik heb nog niet meegemaakt dat ouders dit weigeren. Ouders zijn vaak erg geschrokken en willen goede hulp voor hun kind. We informeren ouders over de werkwijze van Kentra: dat een preventiewerker binnen drie dagen contact opneemt om met hen en hun kind te praten over de gebeurtenis. Verder is in onze richtlijn opgenomen dat het kind besproken wordt in de werkgroep Kinderzorg, om te bepalen of er naast het gesprek met Kentra nog andere zorg nodig is voor het kind. Ook hierover worden ouders geïnformeerd.”

Opvoeding

Het pedagogisch nazorgtraject vindt plaats op een locatie van Novadic-Kentron. Twee preventiewerkers voeren het gesprek met de ouder(s) en het kind. Het gesprek is opgebouwd in fases. Bernard: “In het eerste deel praten we over wat er gebeurd is, welke emoties dat opgeroepen heeft en wat de bevindingen van het ziekenhuis waren. Ook verkennen we de verhouding ouder-kind en de opvoeding.” Als dat plaatje compleet is, splitst het gesprek zich. Een preventiewerker praat verder met de ouder(s), de andere gaat met het kind in een aparte ruimte aan de slag.

Voorbeeldgedrag

Met de ouders wordt gesproken over de eigen rol, het eigen drinkgedrag dat als voorbeeld dient, gemaakte afspraken over alcohol drinken, alcoholproblemen in de familie, enzovoorts. Doel van dit gesprek is de ouders ondersteunen bij hun opvoedingstaak: hoe kunnen zij schadelijk alcoholgebruik van hun kind voorkomen? Daarbij hanteren we de norm NIX18: géén alcohol onder de 18 jaar.

Het gesprek met het kind heeft tot doel riskant alcoholgebruik en herhaling van incidenten te voorkomen. We geven inzicht in het gebruik van alcohol en zo nodig andere drugs en welke risico‚’s dat met zich mee brengt. En als dat nodig lijkt, proberen we het kind te motiveren voor een zorgtraject.

‘Weggepakt‚’

Het pedagogisch nazorgtraject is een eenmalige interventie die wordt afgesloten met een terugkoppeling naar de verwijzende kinderarts. Fenny: “Het kind wordt in het ziekenhuis multidisciplinair besproken, waarbij ook de rapportage van Kentra wordt betrokken. Als dat nodig is, organiseren we aansluitend aanvullende hulp of wordt het kind nogmaals opgeroepen voor een controle bij de kinderarts. In uitzonderlijke situaties beslissen we, na zorgvuldig overleg, soms tot een zorgmelding bij Veilig Thuis, dat is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Maar vervolgbegeleiding kan ook bij Kentra gegeven worden.”

Zo‚’n vervolgtraject is geen uitzondering: comazuipen is meestal geen geïsoleerd incident. Bernard: “Ja, natuurlijk wil een jongere ons wel eens doen geloven dat het om een eenmalige uitglijder gaat. En vaak leggen ze geen verband met andere sociale of emotionele problemen. Ook ouders zien dat lang niet altijd. Maar wij vragen altijd door en krijgen dan vaak alsnog op tafel dat er wel degelijk iets aan de hand is”.

De bereidheid van de ouders om mee te werken aan een vervolgtraject is groot. Zij realiseren zich dat hun kind wellicht letterlijk aan de dood is ontsnapt. Het gemiddelde alcoholpromillage in het bloed ligt rond de 2, maar ook uitschieters naar levensbedreigende promillages van 3,4 en 3,7 komen voor. Bernard: “Een jongen met promillage 3,7 vertelde dat hij het gevoel had dat hij ‘weggepakt‚’ werd. Dat was wellicht ook gebeurd als er niet zo snel een ambulance ter plaatse was.”

Homeparty

Naast een nazorgtraject en een eventueel vervolgtraject is ook voorlichting op een homeparty een optie. Vaak spelen vrienden een negatieve rol bij het comazuipen. Niet zelden hebben zij elkaar en het slachtoffer aangemoedigd stevig door te drinken en soms laten ze hem of haar uit onwetendheid laveloos achter. Bernard: “Als vrienden nadrukkelijk een rol spelen, kunnen we een homeparty aanbieden waarin op het thema groepsdruk wordt ingegaan. De eerste keer hebben we dat gedaan op initiatief van de ouders van een van de comazuipers. Inmiddels wijzen we de ouders altijd op de homeparty als duidelijk is dat vrienden een rol hebben gespeeld.”

Meer weten?

Als u meer wilt weten over het pedagogisch nazorgtraject, stuur dan een mail naar preventie@novadic-kentron.nl. Kijk ook op www.kentra24.nl voor hulp aan jongeren!

Lees meer over comazuipen.

Hoe word je ervaringswerker (en hoe zet je hen succesvol in)?

Het antwoord hierop lijkt eenvoudig: wie zijn eigen problemen overwonnen heeft, kan een ander ook helpen. Maar iemand met ervaring is niet automatisch een goede ervaringswerker. Er zijn heel wat vaardigheden die hij of zij moet leren. Een zorgvuldige training is dus essentieel, maar de investering wordt dubbel en dwars terugverdiend.

Enkele jaren geleden is Novadic-Kentron gestart met het inzetten van ervaringswerkers tussen de aanmelding en de intake: ex-cliënten ondersteunen wachtende cliënten en helpen de motivatie op peil te houden. Inmiddels is dit project, Samen Wachten, omgedoopt tot Samen Herstellen: niet alleen tijdens de wachttijd maar ook nog tijdens en na de behandeling staan ervaringswerkers de cliënten bij.

Diep in de schulden

Marcella Mulder, projectleider Herstelondersteunende Zorg: “Novadic-Kentron maakt zich sterk voor Herstelondersteunende zorg. Dat houdt in dat de cliënt de regie heeft over zijn eigen herstel. Daarbij is ervaringsdeskundigheid belangrijk als kennisbron en als brug naar de cliënt. Niet iedereen met ervaring is echter een goede ervaringswerker: je moet je ervaringen wel eerst zelf verwerken! Maar als jij bijvoorbeeld diep in de schulden zat en die succesvol hebt afgelost, dán kun je met die ervaring een ander helpen.”

“Mijn pa en ma hebben me gestuurd”

Een ander helpen, dat spreekt veel ervaringswerkers aan. “Maar,” voegt Marcella toe, “je moet niet denken dat jij nu alle verslaafden gaat redden. Wij trainen onze ervaringswerkers om de regie bij de cliënt te leggen. De ervaringswerker richt zich op het vergroten van de motivatie en het overwinnen van weerstand. Komt een jonge cliënt hier met de boodschap ‘Ik wil hier helemaal niet zijn, mijn pa en ma hebben me gestuurd‚’, dan zegt een goede ervaringswerker: ‘Wat vervelend, terwijl je zelf helemaal geen problemen ervaart?‚’ Ze maken cliënten bewust van hun eigen wensen en doelen, en van hun eigen verantwoordelijkheid.”

Stevig in je schoenen

Het begeleiden van de ervaringswerkers is voor ons buitengewoon belangrijk. We hebben dan ook wekelijks casuïstiekbesprekingen en coachingsgroepen. In de coachingsgroepen krijgen kandidaat-ervaringswerkers hun eerste training. Marcella: “Laat je in de coachingsgroep zien dat je stevig in je schoenen staat, dan mag je deelnemen aan Samen Herstellen. Ervaringswerkers die echt gemotiveerd zijn, mogen een coachingsgroep leiden. En dan is de volgende stap het volgen van een stage of duale opleiding. Er werken al een aantal ervaringswerkers in het kader van een opleiding op onze behandelafdelingen.”

Andere instellingen helpen

Het trainen en inzetten van ervaringswerkers is een groot succes. Ervaringswerkers zijn op steeds meer plaatsen inzetbaar: er zijn plannen om bij elk groepsaanbod (zoals leefstijltraining) een ervaringswerker te laten aansluiten. Novadic-Kentron loopt voorop bij het inzetten van ervaringswerkers, en helpt dan ook regelmatig andere instellingen. Zo gaan ervaringswerkers op werkbezoek bij bijvoorbeeld RIBW, GGzE en GGz Breburg, die interesse hebben in het project Samen Herstellen. Ook werken ervaringswerkers mee aan het ontwikkelen van een visie op herstelondersteunende zorg in de gemeente Den Bosch.

Zelfvertrouwen

Marcella: “Als ik na drie jaar hard werken aan dit project rondloop hier, dan zie ik onze ervaringswerkers – een Billy, een John, een Emilie – dat is zo leuk om te zien. Die zijn zo gegroeid! Vergeet ook niet: al die ervaringswerkers zijn √≥nze ex-cliënten. De inzet van ervaringswerkers is niet alleen geweldig omdat je cliënten een vorm van ondersteuning kan bieden die anders niet mogelijk is, maar het is ook fantastisch voor de ervaringswerkers zelf. Voor hen zijn dit belangrijke stappen op weg naar meer participatie, naar een betaalde baan binnen of buiten Novadic-Kentron. Ik vind Novadic-Kentron een hele mooie organisatie om te werken. Ondanks alle strubbelingen de laatste jaren door de bezuinigingen en veranderingen in de zorg, merk je dat iedereen welwillend is om mee te denken. We zijn met zijn allen helemaal gericht op de cliënt.”

Meer weten?

Wilt u als instelling of organisatie aan de slag met het inzetten van ervaringswerkers? Neem dan contact op met marcella.mulder@novadic-kentron.nl!

Vijf fabels (en de waarheid) over cannabis

Als er over één drug veel fabels en misverstanden de ronde doen, is het wel over cannabis. Dat het je longen zuivert, dat het volmaakt onschuldig is en dat het niet verslavend is bijvoorbeeld. Als experts op het gebied van verslaving maken wij u niets wijs, maar wel wijzer! Lees hier de meest voorkomende misverstanden en fabels over cannabis‚Ķ

Cannabis wordt gebruikt als wiet (verkruimelde bloemtoppen) of hasj (samengeperste hars). Cannabis is een veelgebruikte drug: in 2009 had een kwart van de bevolking tussen de 15 en 64 jaar ooit cannabis gebruikt. De belangrijkste werkzame stof in cannabis is THC. Het gehalte THC in Nederlandse wiet is tussen 2000 en 2004 sterk gestegen, maar is de laatste jaren stabiel. Cannabis heeft een ontspannend effect en veroorzaakt vaak een intensere beleving van ruimte, tijd, kleuren of muziek. Maar cannabis kan ook ongewenste effecten hebben, zoals de uitleg bij de fabels aantoont!

1. Als je je gestresst voelt, helpt een joint je te kalmeren.

Cannabis kan ontspannend werken en dat is ook de reden waarom veel mensen het gebruiken. Maar cannabisgebruik kan ook verkeerd uitpakken. Cannabis versterkt over het algemeen de stemming die de gebruiker al heeft. Dus als de gebruiker angstig of onrustig is, kan cannabisgebruik leiden tot angst of paniek, misselijkheid en flauwvallen. Een joint roken als je al gestresst bent, is dus een slecht idee.

2. Cannabis is onschuldig.

Cannabis heeft vooral associaties met relaxen en je nergens zorgen over maken. Bij sommige gebruikers kan cannabis echter ook leiden tot ontstaan of verergeren van psychische stoornissen, zoals angstklachten, depressies of psychoses. Dit geldt vooral voor jongeren en voor mensen die extra gevoelig zijn voor psychische stoornissen. Ook wordt wel gedacht dat cannabis nauwelijks verslavend is. Lichamelijk is cannabis inderdaad niet verslavend: stoppen met blowen leidt nauwelijks tot ontwenningsklachten. Maar cannabis is wel geestelijk verslavend. Je blijft dan verlangen naar het middel en je hebt het gevoel dat je zonder niet goed kan functioneren. Geestelijke afhankelijkheid is niet minder erg dan lichamelijke afhankelijkheid! Maar dat wil ook niet zeggen dat cannabis altijd schadelijk is: het wordt ook medicinaal gebruikt, bijvoorbeeld ter verlichting van chronische pijn of bij misselijkheid bij de behandeling van kanker.

3. Blowen zuivert je longen.

Dat blowen je longen zuivert, is een mythe. Van blowen kun je klachten krijgen aan je luchtwegen, zoals kortademigheid, hoesten en bronchitis. Ook komen bij het roken van hasj en wiet kankerverwekkende stoffen vrij, zelfs meer dan bij tabak. Wie cannabis wil gebruiken zonder dat het de longen belast, zou het kunnen eten, drinken of verdampen. Daardoor vindt er geen verbranding plaats.

4. Spacecake eten is onschuldiger dan het roken van hasj en wiet.

Spacecake is cake die is gemengd met hasj of wiet. Het effect treedt later op (pas na 30 tot 45 minuten) dan bij het roken van cannabis (enkele minuten). Daardoor is het doseren lastiger: je kunt denken dat het niet werkt en nog een stuk nemen. Hierdoor krijg je sneller te veel binnen. Ook duurt het effect veel langer, soms tot wel twaalf uur. Dat kan zeer onplezierig zijn. En ten slotte zijn de effecten veel heftiger en intenser.

5. Nederwiet is het beste spul.

Voor de gezondheid is nederwiet niet per se het beste. Nederwiet heeft een hoog gehalte aan THC waardoor de effecten sterker kunnen zijn. Maar daardoor kan nederwiet ook sneller té heftig zijn. Bovendien heeft nederwiet een laag gehalte aan CBD (cannabidiol), dat mogelijk sommige negatieve effecten van THC kan tegengaan. Ook wordt CBD als meer ontspannend ervaren en levert het mogelijk minder gezondheidsrisico‚’s op. Alleen uit het buitenland geïmporteerde hasj bevat relatief veel CBD: in nederhasj of in geïmporteerde wiet zit nauwelijks CBD. Wist u trouwens dat CBD momenteel wetenschappelijk wordt onderzocht voor onder andere de behandeling van psychosen?

Meer weten?

Lees meer over cannabisverslaving!

Hoe behandel je jongeren met ADHD en een verslaving?

Maar liefst 20% van de jongeren met ADHD heeft daarnaast verslavingsproblemen. En andersom heeft naar schatting 30 tot 50% van de jongeren in de verslavingszorg ADHD! Deze combinatie leidt vaak tot forse problemen: met gedrag, school, sociale contacten en relaties, én met justitie. Dit stelt bijzondere eisen aan de behandeling. Maar bestaande behandelingen zijn niet specifiek gericht op deze jongeren, of richten zich op één van beide aandoeningen. Dus wilden behandelaars graag weten: hoe kun je deze jongeren het beste behandelen?

Het kenniscentrum voor verslaving, “Resultaten Scoren”, nam het initiatief om een nieuw behandelprotocol te ontwikkelen voor jongeren met ADHD en een verslaving. Het Nijmegen Institute for Scientist-Practitioners in Addiction (NISPA) en het Parnassia Addiction Research Center (PARC) stelden als uitvoerders een onderzoeksteam samen, met Cor de Jong als projectleider. Novadic-Kentron werd vertegenwoordigd door wetenschappelijk medewerker Maureen van Oort.

Dertig jongeren behandeld met het nieuwe protocol

Bij het onderzoek werd een nieuw protocol opgesteld en getest bij cliënten van vier instellingen voor jeugd-GGZ en vier instellingen voor jeugdverslavingszorg, waaronder Kentra24.

Adviezen voor de behandeling

Op basis van het onderzoek hebben de onderzoekers onder meer de volgende adviezen opgesteld:

  • Jongeren met ADHD en verslavingsproblemen kunnen het beste een cognitieve gedragstherapeutische behandeling krijgen, met in elk geval onderdelen van sociale vaardigheidstraining en zelfcontroletraining.
  • Motiverende Gespreksvoering is een belangrijke methode om resultaat te bereiken.
  • Omdat deze doelgroep vaak slaapproblemen heeft, moet slapen een apart en verplicht onderwerp zijn binnen de behandeling.
  • Vanwege de diversiteit van de cliënten moet het behandelplan flexibel ingericht kunnen worden.
  • Ondersteuning van ouders heeft een positieve invloed. Ouders/verzorgers van kinderen jonger dan 16 jaar zouden zeker bij de behandeling betrokken moeten worden.
  • Medicatie kan worden ingezet bij heftige en hinderlijke ADHD-symptomen die de therapie negatief beïnvloeden. Middelengebruik kan wel de werking van de medicatie beïnvloeden en ook kan medicatie misbruikt worden als genotmiddel. Regelmatige controle is dus belangrijk!

Nieuwe behandeling gewaardeerd door jongeren

Een behandeling volgens deze uitgangspunten werd erg gewaardeerd door de jongeren. Ze gaven aan dat ze door de behandeling beter met alledaagse problemen konden omgaan, meer inzicht in hun problemen hadden gekregen en hun middelengebruik konden stoppen of flink verminderen.

Een slimme jongen

Job is 18 jaar, zit in de vijfde klas van de havo en woont nog thuis. Job is een slimme jongen, maar hij blowt veel de laatste tijd en drinkt daar soms ook bij. Job gaat meestal laat slapen: het is zo druk in zijn hoofd dat hij toch niet kan slapen. Hij kampt ook met flinke agressie-aanvallen. Job volgt de aangepaste behandeling in de kliniek, en in zijn geval is agressieregulatietraining een onderdeel daarvan. Met Job gaat het inmiddels stukken beter en ook zijn agressie-aanvallen zijn enorm afgenomen. Job spreekt respect uit voor zijn ouders: “Ik denk nu bij mezelf: ‘Wat hebben die allemaal moeten doorstaan!‚’ Het zijn gouden mensen. Dat geldt ook voor mijn vrienden. Nu ik enige tijd uit de kliniek ontslagen ben en merk hoe plezierig het leven is zonder gebruik en met een normaler dag- en nachtritme, ben ik blij. Dit alles heb ik, behalve aan mijn ouders en vrienden, ook voor een groot deel te danken aan de hulpverleners van de kliniek. Ze zijn geweldig. Ik heb nu zin in de toekomst. Ik zal mijn zwaktes wel houden, maar ik weet hoe ik er mee om moet gaan.”

Producten uit het onderzoek

Het onderzoek heeft drie mooie producten opgeleverd:

  • Richtlijn ADHD en middelengebruik bij adolescenten, Hendriks en Spijkerman
  • Werkboek ADHD en middelengebruik bij adolescenten, M√ºller en Van Oort
  • Handleiding ADHD en middelengebruik bij adolescenten, M√ºller en Van Oort

Deze drie boeken zijn te bestellen bij uitgeverij Perspectief (www.zorg-perspectief.nl).

Cliënten wandelen met demente bejaarden: een win-win-win-situatie!

Hans Ooms, medewerker van de klinische verslavingszorg in Eindhoven, was op zoek naar een zinnige tijdbesteding voor de cliënten van zijn afdeling. Via een kennis, een activiteitenbegeleidster bij een verzorgingshuis voor demente bejaarden, wist hij dat er behoefte was aan vrijwilligers die met de bewoners willen wandelen. Misschien kon het een aan het ander gekoppeld worden? Hans nam begin dit jaar dan ook contact op met het Eindhovense woonzorgcentrum Theresia. De medewerkers waren direct enthousiast over het plan. Als eerste stap werd het idee voorgelegd aan de familie van de bewoners. Wandelen met verslaafden zou immers best gevoelig kunnen liggen. Maar gelukkig waren ook de familieleden, op een enkele uitzondering na, direct positief over het plan en kon het project van start. Op vrijdag 22 mei wandelde de redactie met de groep mee.

Om half twee meldden we ons bij Liselotte van den Heuvel, die vanuit Novadic-Kentron als begeleidster van de cliënten mee zou gaan. Deze middag hadden zich vier cliënten – Louis, Margo, Tonnie en Patrick – vrijwillig aangemeld voor deze activiteit. De meesten van hen waren al vaker mee gegaan. Louis: “Ik wil iedere week wel mee. Ik ben graag even weg uit de dagelijkse routine in de kliniek. En je doet er andere mensen een plezier mee. Wat wil je nog meer?”

Zelden opgehaald door de kinderen

Tegen twee uur werden de cliënten naar verzorgingshuis Theresia gebracht. Bij de gesloten afdeling werden we ontvangen door verzorgende Danny Franse en stagiaire Leonie van Eijk. Ook zij waren vol lof over het project. Danny: “Mooi toch, zo‚’n initiatief. Veel van onze bewoners krijgen niet vaak bezoek en worden zelden opgehaald door kinderen of andere familieleden. Ik merk dat veel van hen genieten van de wandeling, ze zien het als een uitje. En dat maakt ons werk op de afdeling ook weer wat makkelijker. Daarom zie ik dit project als een win-win-win-situatie: zowel jullie cliënten, als onze bewoners, als wijzelf profiteren ervan.”

Mevrouw Jongebenen

Als wat later ook Nellie Arends aansluit, dochter van een van de bewoners, is de wandelploeg compleet. Acht bewoners in rolstoelen verlaten in colonne het verzorgingshuis voor een wandeling in de directe omgeving. De tocht voert naar de kinderboerderij in de Eindhovense wijk Strijp. Nellie loopt met haar moeder voorop. Net als veel andere bewoners woonde ze vroeger in de wijk. Ondanks hun ziekte geeft dat toch weer momenten van herkenning. Mevrouw Jongenelen blijkt nog tamelijk vlot ter been. Zij loopt gearmd met Leonie naast haar rolstoel, wat haar meteen de bijnaam “mevrouw Jongebenen” oplevert.

“Heeft u ook een hond gehad?”

Onderweg proberen onze cliënten gesprekjes aan te knopen met de bewoners. Dat valt niet altijd mee. Simpele vragen als “Hoe oud bent u?”, “Komt u uit Eindhoven?” en “Heeft u ook een hond gehad?” worden meestal beantwoord met “Dat weet ik niet”. Toch houden onze cliënten de moed erin. Patrick vindt dit dankbaar werk: “Dit is leuk om te doen. Ik heb het idee dat die oudjes het goed naar de zin hebben. Je ziet alleen maar vrolijke gezichten.”

IJsjes

Na zo‚’n twintig minuten is het tijd voor een tussenstop bij de supermarkt. Het is een mooie lentedag, dus voor iedereen is er een water- of roomijsje. Na een minuut of tien wordt de wandeltocht vervolgd. Onderweg worden nog wat herinneringen opgehaald. Bijvoorbeeld als we langs de basisschool komen waar Nellie Arends vroeger op gezeten heeft, “maar toen was het nog een meisjesschool”.

Na een uur zit de wandeling erop en worden de bewoners weer teruggebracht naar de afdeling. Onze cliënten praten op de terugweg naar de kliniek nog wat na. Ondanks dat voor sommigen zo‚’n tocht met een bewoner in een rolstoel best zwaar is, zeggen ze allemaal volgende week weer mee te gaan. Dat roept de vraag op of er plannen zijn om het project uit te breiden. Vooralsnog zijn die er niet, laat Liselotte weten: “Dit is zeker een zinvolle activiteit, een dagbesteding die de cliënten het gevoel geeft dat ze er toe doen, dat andere mensen hen waarderen. Een middag in de week is goed in te passen in het behandelprogramma. Maar als we dit vaker zouden doen, moet er veel geregeld worden en zijn er logistieke problemen. Ook door het grote verloop onder de cliënten.” Voorlopig blijft dit bijzondere project dus beperkt tot de vrijdagmiddag en tot één verzorgingshuis.