Korte berichten: Natural High, convenant acute hulp en samenwerking SJS Midden-Brabant

Natural High: muziek als alternatief voor drugs

Ze debuteerden voor publiek bij de theateravond Who Cares van Novadic-Kentron en op 5 oktober openden ze het landelijke Voor-de-jeugd-festival in de Westergasfabriek in Amsterdam: de huisband van onze jeugdkliniek Kentra24. De band is ontstaan bij de opening van de jeugdkliniek van Kentra24. Rik de Gier (stagiair muziektherapie) nam het initiatief voor de band en sinds een jaar is muziektherapeute Diewertje de Niet de vaste begeleider.

Diewertje: “Inmiddels heet de band Natural High: muziek als middel om te breken met gebruik. De band past daarmee volledig binnen de visie van Kentra24. We werken vanuit de ACRA-visie voortdurend met positieve bekrachtigers en het belonen van goede alternatieven. Muziek is voor onze cliënten een positieve uitlaatklep en een veilig alternatief voor alcohol of drugs.”

Muziek maken en deel uitmaken van een band is niet alleen leuk, maar heeft ook therapeutische waarde. Cliënten werken, wanneer ze spelen in een band, ook aan zichzelf. Diewertje: “Ze leren communiceren, samenwerken, ruimte innemen, et cetera. Daarbij verleggen onze jongeren hun grenzen door zichzelf te leren presenteren. Dat is ook goed voor hun zelfvertrouwen.”

Natural High heeft een wisselende bezetting, omdat alleen cliënten in behandeling deel uitmaken van de band. Daarbij maakt het niet uit of ze een muzikaal verleden hebben. De band repeteert anderhalf uur per week. “De animo is groot,” zegt Diewertje, “op dit moment oefenen we zelfs in twee groepen.”

Het eerstvolgende optreden van Natural High vindt plaats tijdens de kerstmarkt van Kentra24, op 18 december in Sint-Oedenrode. Iedereen is welkom om de band aan het werk te zien. En uiteraard is Natural High ook te boeken! Je kunt daarvoor contact opnemen met Diewertje de Niet, telefoon 0413-48 58 66 of via mail aan diewertje.de.niet@novadic-kentron.nl.

Convenant acute hulp West-Brabant

Onlangs heeft Novadic-Kentron met de politie, GGZ-instellingen en de ambulancediensten afspraken gemaakt over acute hulp voor mensen met psychische en/of verslavingsproblemen in West-Brabant en Zeeland. Deze afspraken werden formeel bevestigd met het ondertekenen van een regionaal convenant (met een looptijd van drie jaar), op 1 oktober in Etten-Leur. Namens onze organisatie ondertekende Hilde Gersjes, regiomanager West- en Midden-Brabant, het convenant.

Hilde: “Het doel is om steeds beter met elkaar samen te werken in die situaties waarin wij met de GGZ en de hulpdiensten ingeschakeld worden om acuut hulp te verlenen aan iemand met psychische problemen en/of een verslaving.” De partijen erkennen met het convenant dat zij een gedeelde verantwoordelijkheid hebben als personen in het publieke domein overtredingen begaan, overlast of gevaar veroorzaken en dringend hulp nodig hebben. Hilde: “Met dit convenant is voor alle betrokken partijen duidelijk wat hun taak is en wat we van elkaar kunnen verwachten.”

Op termijn moet de samenwerking leiden tot een eenduidige werkwijze en bindende afspraken over onder andere bereikbaarheid, insluiting, vervoer, vermissingen en informatie-uitwisseling.

SJS Midden-Brabant bijgepraat over middelengebruik

In Midden-Brabant is een netwerk van Samenwerkende Jeugd Specialisten (SJS) opgezet. Dit netwerk vloeit voort uit de transitie in de jeugdzorg, waarbij de gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor de jeugdzorg. Bundeling van krachten en delen van kennis en ervaring zijn van groot belang om jeugdigen met problemen passende zorg te blijven bieden. Daarbij is het uitgangspunt de eigen kracht van het gezin en het netwerk maximaal te benutten.

Jongeren in de jeugdzorg blowen, drinken en roken aanzienlijk meer dan leeftijdgenoten. De SJS-instellingen hebben behoefte aan handvatten en beleid om gezamenlijk problemen door middelengebruik te voorkomen of aan te pakken. Daarom is uit de verschillende SJS-domeinen (LVB, GGZ, Jeugdhulp en verslavingszorg) de werkgroep Integrale aanpak middelenproblematiek opgericht. Doel is om tot een kwalitatieve verbetering en integrale aanpak te komen van de behandeling van jongeren die (soft)drugs gebruiken (mogelijk in combinatie met andere problematiek). Deze werkgroep bestaat uit Kompaan en De Bocht, GGz Breburg, Idris, Prisma, Buro Maks en Novadic-Kentron.

Charlotte van Dam (senior preventiewerker) is samen met Irene Dijkstra (hoofd Kentra24) kartrekker van deze werkgroep. Charlotte: “Wij zien het, als de Brabantse specialist in verslavingszorg, als onze taak om collega-instellingen te informeren en te adviseren. Bundeling van expertise, scholing van medewerkers en een eenduidig, overkoepelend en uitvoerbaar beleid is hierbij essentieel. We hebben hiervoor onder andere een praktische handleiding voor instellingen geschreven. Op dit moment toetsen we de aanpak bij een aantal ervaringsdeskundigen: jongeren uit de jeugdzorg die ook middelen gebruikten. Er wordt immers vaak vanuit een professionele invalshoek naar middelengebruik gekeken, maar voor ons is ook van belang wat jongeren zelf ervaren.”

Als gamen geen spelletje meer is

Gameverslaving vormt een snel groeiend probleem in ons land. In 2009 waren er in Nederland nog maar 69 geregistreerde hulpvragers met een (dreigende) gameverslaving, in 2014 was dit aantal gestegen naar 544! 96% van hen zijn jongens of mannen; de gemiddelde leeftijd is 20 jaar. Het aantal jongeren dat gameverslaafd is, is echter veel hoger dan het aantal dat hulp zoekt: uit onderzoek van het IVO blijkt dat zo‚’n 12.000 jongeren tussen de 13 en 16 jaar gameverslaafd zijn. Veel ouders worstelen met de vraag hoe zij kunnen voorkomen dat het gamen van hun kind uit de hand loopt. Zij kunnen terecht bij de Gamen Infolijn en op de website van het Trimbos-instituut voor informatie en een persoonlijk advies. Ook Novadic-Kentron behandelt gameverslaafden, vooral in de jeugdkliniek van Kentra24 in Sint-Oedenrode. Daarbij wordt een speciaal gameprotocol toegepast. Gameverslaafde Dyllan (20) en zijn hulpverlener Anouk Bergmans vertellen hoe gamen uit de hand kan lopen en hoe de behandeling in zijn werk gaat.

Dyllan ziet er goed verzorgd en gekleed uit en is welbespraakt. Er is niets waardoor een buitenstaander de indruk krijgt dat Dyllan verslaafd is. Toch heeft Dyllan serieuze problemen gekregen door het gamen. Dyllan: “Gamen is bij mij begonnen als een onschuldig tijdverdrijf, een spelletje. Ik was er al veel mee bezig, maar vooral om een betere speler te worden. Ik zocht bijvoorbeeld informatie op internet of YouTube over gamen. Maar dat veranderde al snel. Ik merkte dat ik er emoties en onrust mee kon onderdrukken. Op een gegeven moment speelde ik wel 10 tot 15 uur per dag.”

‚’s Nachts gamen

Het was onvermijdelijk dat Dyllan door zijn gamegedrag in de problemen kwam. Aan slapen kwam hij nauwelijks nog toe, school en zijn bijbaantje kwamen onder druk te staan en hij verwaarloosde al zijn sociale contacten. Dyllans ouders kregen in de gaten dat het met hun zoon de verkeerde kant op ging. Er werden afspraken gemaakt over het gebruik van zijn computer. Dyllan: “Maar die kon ik makkelijk omzeilen. Uiteindelijk konden mijn ouders mijn computer toch niet afpakken, want die had ik ook nodig voor school. Ik begon stiekem te gamen, vooral ‚’s nachts. Ik had ook steeds vaker ruzie met mijn ouders.”

Rugklachten

Langzaam maar zeker groeide ook bij Dyllan het besef dat het gamen een obsessie was geworden. Hij was snel moe en kreeg zelfs rugklachten. En het ging niet goed op school, iets wat hij altijd belangrijk had gevonden. Dyllan: “Op een gegeven moment dacht ik ‘nu is het genoeg‚’. Toen ben ik in overleg met mijn ouders hulp gaan zoeken en ben ik bij Kentra24 terecht gekomen.”

Zelfcontrole

Drie maanden is Dyllan nu in behandeling. Dyllan is gestart met dagbehandeling, waarbij hij tweeënhalve dag per week naar de kliniek kwam, maar wel thuis sliep. Anouk Bergmans van Kentra24 is zijn behandelaar. Anoek: “We werken met het gameprotocol en behandelen Dyllan, net als andere cliënten, vanuit de ACRA-methode. Ik voer individuele motiverende gesprekken met hem, leer hem zelfcontroletechnieken en we gaan samen op zoek naar alternatieven voor het gamen. Maar we werken ook in groepen met andere cliënten, dan volgt Dyllan bijvoorbeeld sociale vaardigheidstraining en cognitieve gedragstherapie”.

“Ik hield mezelf voor de gek”

Anouk zag Dyllan een keer per week, en op momenten dat het wat minder ging twee keer. Na verloop van tijd leek het beter te gaan. Anoek: “Dyllan leek meer inzicht te hebben in risicosituaties en hij ging aan de slag met onderliggende problematiek. Maar dagbehandeling vraagt wel veel eigen kracht en zelfstandigheid van onze cliënten”. Dyllan besefte, door de gesprekken met hem en zijn ouders, dat het minder goed met hem ging dan hij deed voorkomen: “Ik hield mezelf voor de gek. Ik zat uren achter mijn computer, maar praatte mezelf aan dat het wel meeviel en dat ik goed bezig was. Dit gaf me een goed gevoel over mezelf, maar zo goed ging het nog helemaal niet.”

Dyllan werd alsnog opgenomen: “Ik moest even helemaal weg uit de thuissituatie om patronen te doorbreken, mijn dag- en nachtritme stabiel te krijgen en te leren om mijn emoties te uiten zonder die te onderdrukken met gamen. Ik mag de komende tijd maximaal een uur per dag mijn elektronica gebruiken. Het was lastig voor me om mijn spullen in te leveren, maar ik weet dat het uiteindelijk het beste is.” Naarmate de behandeling vordert, zal Dyllan toewerken naar meer zelfstandigheid op dit gebied, tot hij zelf uiteindelijk weer volledig controle heeft over zijn eigen gedrag.

Van onmacht naar vertrouwen

Belangrijk is dat de ouders van Dyllan betrokken zijn bij zijn behandeling. Anoek: “Wij reiken hen handvatten aan en praten met hen over hoe zij het beste met het gamen van Dyllan om kunnen gaan. Als je kind zo veel gamet, zitten ouders meestal erg op controle en ontstaat er al snel strijd. Vaak uit onmacht. Ze willen helpen, maar dat lukt op die manier niet. Bespreekbaar maken en houden, afspraken maken en vertrouwen geven is het advies!”

Meer weten of hulp nodig?

Lees hier meer over gamen of neem contact met ons op!

Gamen Infolijn

Ga naar www.gameninfo.nl/publiek of bel 0900-1995

Korte berichten: acuut zorgteam, app, celebrate safe, ontwikkeling zorgstandaarden

Acuut Zorgteam Novadic-Kentron van start

In de vorige e-mailnieuwsbrief besteedden we aandacht aan de toename van het aantal cliënten die met spoed hulp nodig hebben. In antwoord op deze ontwikkeling is Novadic-Kentron gestart met het Acuut Zorgteam. In dit team zijn verschillende disciplines bij elkaar gebracht: verslavingsartsen, hoofdbehandelaars en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen. Cliënten die met spoed zorg van Novadic-Kentron nodig hebben, kunnen door dit team meteen in behandeling worden genomen. Ook kan via dit team een ambulante detox worden opgestart, in plaats van detox in een kliniek. Het Acuut Zorgteam van Novadic-Kentron werkt nauw samen met GGZ-instellingen, maatschappelijk werk, politie, huisartsen, ziekenhuis en jeugdzorg.

App Alcohol in de Hand voor iedereen beschikbaar

Sinds deze zomer is de app ‘Alcohol in de Hand‚’ beschikbaar voor alle mensen met alcoholproblemen. Voorheen werd de app alleen ingezet in combinatie met hulpverlening van Novadic-Kentron en andere verslavingszorginstellingen. De app helpt 24 uur per dag bij het minderen of stoppen met drinken. Alcohol in de Hand laat gebruikers actief oefenen met het overwinnen van momenten van trek. Ook leren zij terugval te voorkomen en schade na een eventuele terugval te beperken. Via een wizard vult de gebruiker persoonlijke doelen en redenen in om te willen stoppen met drinken, en zelfgekozen controlemaatregelen (bijvoorbeeld favoriete muziek). Op belangrijke momenten poppen die gegevens weer op. Daarnaast bevat de app weetjes over het proces van ontgiften, over de lichamelijke winst na het stoppen met drinken of de gevolgen van agressie. De overwonnen momenten van trek en het geldbedrag dat inmiddels bespaard is, staan standaard op het dashboard. Wanneer het nodig is, is een noodplan beschikbaar waarbij contactpersonen kunnen worden gebeld of, in het ergste geval, de 24-uurs telefonische hulpdienst. De app is te downloaden op iedere iPhone en Android-smartphone.

Download hier de iPhoneversie
Download hier de Androidversie

Novadic-Kentron partner van Celebrate Safe

Sinds 2014 is Novadic-Kentron partner van de campagne Celebrate Safe, die door het ministerie van VWS met subsidie wordt ondersteund. Celebrate Safe is ontwikkeld om het bewustzijn op het gebied van gezond en veilig feesten onder uitgaanders te bevorderen. Met Celebrate Safe maken organisatoren van evenementen en uitgaansgelegenheden duidelijk dat ze begaan zijn met het welzijn van hun bezoekers. Bezoekers worden daarbij ook op hun eigen verantwoordelijkheid gewezen. Organisatoren en uitgaansgelegenheden verspreiden duidelijke voorlichtingsboodschappen én zorgen voor aanwezigheid van laagdrempelige professionele hulpverlening.

Celebrate Safe verstrekt informatie en tips rondom veilig feesten en uitgaan op tien thema‚’s, waaronder de risico‚’s van alcohol- en drugsgebruik, (on)veilige sex en gehoorbeschadiging. Novadic-Kentron deelt daarbij met de partners de expertise op het gebied van alcohol en drugs, maakt Celebrate Safe bekend binnen het eigen netwerk en onze Unity-peers bemensen de Celebrate Safe-stands op festivals. Op dit moment doen onder andere Awakenings, Decibel, Lowlands, Mysteryland en North Sea Jazz mee met Celebrate Safe. Een compleet overzicht van de partners en meer informatie is te vinden op de website www.celebratesafe.nl.

Cliëntenraad Novadic-Kentron werkt mee aan ontwikkeling zorgstandaarden

Eind vorig jaar bracht Zorginstituut Nederland, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, het rapport ‘Verslavingszorg in beeld‚’ uit, met daarin de stand van zaken van de verslavingszorg. Het rapport was overwegend positief over de (reguliere) verslavingszorg, maar had wel onder meer als aanbeveling om de huidige richtlijnen uit te breiden en daarbij de principes van herstelondersteunende zorg* te verbinden met verslavingszorg. Het ontwikkelen van deze zorgstandaarden, bijvoorbeeld de zorgstandaard Alcohol, is een veelomvattende klus: alle aspecten van alcoholverslaving en -behandeling moeten hierin worden opgenomen, van preventie tot en met nazorg. Om ervoor te zorgen dat in alle discussies het cliëntenperspectief centraal staat, geven ook de Cliëntenraden (verenigd in Het Zwarte Gat) hun bijdrage. Jo Swinkels vertegenwoordigt daarbij de Cliëntenraad van Novadic-Kentron. Jo: “Het opstellen van de zorgstandaarden, volgens een voorgeschreven procedure, is een zeer complex geheel. De zorgstandaard alcohol is nu al tachtig pagina‚’s lang, en hij is nog lang niet af. Het mag duidelijk zijn dat dit voor cliënten, en ook voor de meeste behandelaars, nu niet direct werkbare documenten zijn. Een voorwaarde is dan ook om van de zorgstandaard een cliëntenversie te maken. Onze cliënten moeten tenslotte ook kunnen vaststellen of hun zorg aan de nieuwste standaarden voldoet!” Naar verwachting zijn de zorgstandaarden zomer/najaar 2016 klaar.

* Herstelondersteunende zorg wil zeggen dat de cliënt zelf de regie heeft over zijn/haar herstel. De cliënt bepaalt zelf wat hij/zij wil bereiken op verschillende gebieden (wonen, werken, relaties, hobby‚’s, enzovoorts). De hulpverleners ondersteunen bij het bereiken van die doelen. De inzet van ervaringskennis speelt hierbij een grote rol, als derde kennisbron naast wetenschappelijke en professionele kennis, en als brug tussen hulpverlener en cliënt.

Foto: Mees van den Ekart

MHU Tilburg: succesvol project verhuisd naar Jan Wierhof

Eind juni werd aan de Jan Wierhof in Tilburg de nieuwe Medische Heroïne Unit in gebruik genomen. Voorheen was deze gevestigd in de wijk Zorgvlied, en aan de verhuizing ging veel (politieke) discussie in gemeente en buurt vooraf. Enkele maanden na de opening waren wij dan ook erg benieuwd hoe de MHU inmiddels functioneert op de nieuwe plek.

Medicinale heroïne

Binnen de MHU wordt op medische basis aan maximaal twintig chronische heroïneverslaafden dagelijks medicinale heroïne verstrekt. Op dit moment doen twintig cliënten mee aan het programma (onder wie vijftien mannen). De jongste deelnemer is 28 jaar, de oudste 64. Zij komen dagelijks op vaste tijdstippen naar de MHU om ter plekke onder toezicht de medicinale heroïne te gebruiken. Twee van hen injecteren de drug, de rest rookt (“chineest”). Daarnaast komen twee keer per week zo‚’n vijftien economisch actieve cliënten een onderhoudsdosis methadon ophalen. Voor al deze cliënten gelden strikte afspraken en huisregels.

“Het begon in het weekend‚Ķ”

Een van de cliënten is Rob, 46 jaar en geboren en getogen in het Westen van Brabant. Het verhaal van Rob is klassiek: begonnen met blowen, daarna xtc, speed en cocaïne en zo‚’n 25 jaar geleden ook heroïne. En dat bleek, zoals bij zovelen, niet in de hand te houden. Rob: “Het begon alleen in het weekend, maar al vrij snel werd ik ziek als ik niet gebruikte. In het begin wil je niet toegeven dat je verslaafd raakt, maar voor ik het wist, gebruikte ik dagelijks.” Rob woonde bij zijn moeder en dealde om in zijn eigen gebruik te voorzien. Hij kwam nauwelijks met de politie in aanraking. Het lukte hem niet, ondanks zes opnames in een verslavingskliniek, om van de drugs af te komen. En het ging helemaal mis toen hij vier jaar geleden dakloos raakte.

“Dit programma betekent alles voor mij”

Rob meldde zich tien jaar geleden al aan voor de medische heroïnebehandeling in Breda. Daar is echter nooit een MHU gekomen. Uiteindelijk kwam hij twee jaar geleden bij de MHU in Tilburg terecht. Hij moest daarvoor wel in Tilburg ingeschreven staan, dus Rob verhuisde naar een flat van een begeleid wonenproject van Traverse. Op mijn vraag wat de MHU Rob gebracht heeft, antwoordt hij: “Alles. Ik heb mijn leven weer op de rit. Ik gebruik sinds 1 januari 2014 geen andere drugs meer; ik drink alleen bier, dat kan ik niet laten. Ik heb al veertien maanden een relatie met mijn vriendin, met wie ik leuke dingen doe zoals fietsen door de bossen of leuke activiteiten in de buurt bezoeken. Je kunt bij mij in de flat van de vloer eten. Ik sta op het punt zonder begeleiding te gaan wonen. Ik heb dan alleen nog schuldsanering.” Rob verwacht niet dat hij ooit helemaal loskomt van de heroïne.

“Ik wil de boel niet verzieken”

Rob snapt niets van de bezwaren van de buurt. Hij zegt dat hij en zijn medecliënten al in Zorgvlied hebben bewezen dat ze geen overlast bezorgen. Rob: “Er gelden hier strakke regels. Zo mogen we niet rond blijven hangen en mogen we niet met gemotoriseerd vervoer komen.“ Rob snapt dat die regels nodig zijn en zegt dat hij en zijn medecliënten zich er strikt aan houden: “Ik wil de boel niet verzieken, niet voor mezelf en niet voor de groep. Daarvoor is dit project te belangrijk.”

Afspraken bij klachten

Wat Rob aangeeft, wordt bevestigd door medewerkers van de MHU en collega‚’s van GGz Breburg. Er is tot nu toe geen sprake van overlast van enig formaat en er is slechts een enkele melding geweest. Johan Manders, vanuit GGz Breburg verantwoordelijk voor de locatie Jan Wierhof: “Ik beheer alle klachten die binnenkomen via meldingenjanwierhof@ggzbreburg.nl. Sinds de komst van de MHU is er één klacht geweest die verband hield met de voorziening. Er zaten twee cliënten op een bankje tegenover de voorziening. Die klacht is meteen opgepakt door de mensen van de MHU, die de betrokken cliënten aangesproken hebben. En dat is ook precies volgens de in het beheeroverleg gemaakte afspraken: klachten rond de MHU die op ons e-mailadres binnenkomen, worden direct opgepakt. De afhandeling en de genomen stappen worden teruggekoppeld naar mij en binnen het Beheeroverleg.”

Tiptop in orde

De dag van het interview is een mooie zomerdag. Kort na afloop van het interview wandelen we een rondje rond de Jan Wierhof. Er is geen cliënt te zien en op en rond de speeltuin en de bankjes tegenover de MHU is alles tiptop in orde. We vragen enkele omwonenden of zij sinds de komst van de MHU iets hebben gezien of gehoord over overlast van MHU-cliënten. Geen van hen kan iets benoemen. Een oudere man, die anoniem wil blijven, laat weten: “Je merkt nauwelijks dat de MHU al begonnen is.”

Het kan dus wel degelijk, zo‚’n voorziening in een woonwijk. Maar eigenlijk wisten we dat al, gezien de ervaringen op andere plekken. We zien de komende overlast- en veiligheidsmetingen dan ook met alle vertrouwen tegemoet.

Meer weten?

Lees meer over de Medische heroïnebehandeling.

Les op de Politieacademie: een recreatieve gebruiker is nog geen crimineel

Novadic-Kentron helpt niet alleen bij problemen met genotmiddelen, maar leert ook andere professionals hoe ze het beste met gebruikers kunnen omgaan. En als je erover nadenkt, zijn er heel wat professionals die hiermee te maken krijgen: medewerkers in de horeca, huisartsen, onderwijzers, jeugdhulpverleners, maar ook bijvoorbeeld de politie. Daarom geeft Charles Dorpmans, drugsexpert van Novadic-Kentron en docent aan de minor Verslavingskunde op de Fontys, gastlessen aan dergelijke professionals. Sinds kort ook op de Politieacademie. Over drugs, alcohol en uitgaan en over hoe je daar als agent op kunt reageren. Ga je er meteen met drie man bovenop zitten als iemand een paar pilletjes op zak heeft?

Charles: “De politie komt natuurlijk volop in aanraking met het onderwerp genotmiddelen. Bij het oprollen van wietplantages bijvoorbeeld, in de illegale drugshandel, maar ook gewoon in het uitgaansleven. Daarom vroeg de Politieacademie Eindhoven mij om voor elke eerste groep van de opleiding een training te verzorgen. Daarin geef ik veel informatie over actuele trends, over verschillende drugs, wat daar de effecten van zijn, en hoe je het gebruik ervan herkent. Daar zijn ze heel erg in geïnteresseerd en de studenten stellen veel vragen: wat gebeurt er als je dit en dat gebruikt? wat kom je tegen op een dance-event? Je merkt dat ze echt aan de slag willen met die informatie, hun insteek is heel feitelijk, heel praktisch.”

Van horen zeggen

“Maar net zo belangrijk als de feitelijke kennis, is ook je eigen houding. Een groot deel van de les gaat dan ook in op je eigen visie ten aanzien van genotmiddelen. Kun je √ºberhaupt accepteren dat mensen gebruiken? Baseer je je beeldvorming op feiten, of op wat je weet ‘van horen zeggen‚’? Wat zijn je associaties bij genotmiddelengebruik? Niet iedereen die gebruikt, is verslaafd. En een recreatieve gebruiker is nog geen crimineel. Het is belangrijk om als professional een open houding te hebben, een genuanceerde kijk op dit thema.”

Een sukkel die niet goed gedoseerd heeft

“Wat is zero tolerance bij het uitgaan of op een feest? Sla je iemand die een paar pillen op zak heeft meteen in de boeien? Dat gaat uiteraard veel te ver. In mijn les probeer ik vooral duidelijk te maken dat je onderscheid moet maken, dat je kunt schakelen in hoe je je opstelt. Voor de politie is dat natuurlijk extra lastig, omdat zij juist ingezet worden voor handhaving. In uitgaansgebieden moeten zij overlast voorkomen of inperken. Maar voor een goede relatie met de burger is het heel belangrijk dat de politie in de uitgaanssetting een andere houding aanneemt dan bij het oprollen van een wietplantage. Een recreatieve gebruiker die overlast veroorzaakt, is vaak gewoon maar een sukkel die niet goed gedoseerd heeft. Een gesprek werkt dan meestal beter dan repressie. Sterker nog, als je te heftig reageert op een onrustige situatie, maak je het mogelijk alleen maar erger. Dat soort discussies doet echt wel wat met ze, ze gaan er over nadenken.”

Reflecteren is vooruitkomen

“Ik vind het zeer positief dat Justitie aangeeft dat ze hier les over willen hebben. En dan bedoel ik niet alleen feitelijke kennis over middelen, maar ook reflectie op je eigen houding. Want reflecteren is belangrijk om vooruit te komen, vooral als je een professional bent die zoveel invloed kan uitoefenen in een risicovolle situatie.”

Bianca Korporaal, docent op de Politieacademie:

“Ik ben al enkele keren bij de les van Charles Dorpmans aanwezig geweest en ik ben supertevreden. Van mijn studenten hoor ik ook alleen maar positieve reacties. Charles doet dat heel goed, hij heeft leuk contact met de studenten. De informatie is zeer actueel en praktijkgericht, en hij weet alles van de nieuwste drugs. En omdat hij zelf nog volop op dancefeesten staat en ook ervaringsdeskundig is, weet hij precies waar hij over praat. Daarbij spreekt hij de taal van de jongeren, voor onze jonge studenten is dat absoluut een plus. Charles criminaliseert drugs niet; de discussies over houding zijn zinvol, dat komt ook binnen. Hij gaat dan ook heel specifiek in op uitgaanspubliek, dat is ontzettend leerzaam. Dat je bijvoorbeeld zo snel een overdosis hebt bij GHB, dat wist ik echt niet!”

Meer weten?

Lees meer over voorlichting en preventie voor professionals.

Welcome to the G-spot: voorlichting over GHB prikkelt de nieuwsgierigheid

Wie een dance-event of ander feest bezoekt, komt daar nu niet een-twee-drie met als doel eens grondig door- en voorgelicht te worden over drugs. Maar op die feesten bevinden zich wél precies die mensen die je met voorlichting wilt bereiken! Om de match te maken, zul je soms iets meer moeten bieden dan het standaard aanbod. Zoals een mysterieus pashokje met de naam G-spot.

De G-spot maakt inderdaad nieuwsgierig. Na het betreden van het pashokje en de boodschap “Welcome to the G-spot” blijkt het echter te gaan om de drug GHB. De naam is een knipoog naar het seksueel stimulerende effect van GHB, maar, licht preventiewerker Xandra Laplante toe, de invloed van GHB op onveilige seks moet niet worden overschat.

Onveilige seks

Xandra: “GHB kan seksueel stimulerend werken, maar als we het hebben over het verleggen van grenzen en het verlagen van drempels voor het hebben van – onveilige – seks, heeft alcohol daar veel en veel meer invloed op. Als is het maar omdat het door veel meer jongeren wordt gebruikt.”

Gemene drug

Waar gaat de G-spot dan wel over? Over de vele andere risico‚’s van GHB, waaronder overdosering. Xandra: “GHB is echt een gemene drug. Je raakt heel snel verslaafd en het is erg moeilijk om er weer vanaf te komen. Het begint gezellig met een groepje vrienden, maar al snel gebruik je thuis, dag en nacht, omdat je anders verschrikkelijke en zelfs gevaarlijke afkickverschijnselen krijgt. Daarnaast is GHB moeilijk te doseren. De dosis die effect heeft, ligt heel dicht bij een overdosis. Daarom heeft het ministerie van VWS, ondanks de kleine groep gebruikers, besloten te investeren in voorlichting over GHB.”

Het Trimbos-instituut en Kentra Preventie (onderdeel van Novadic-Kentron) hebben de opdracht aangenomen. Zij vonden het bij uitstek iets voor Unity: een vrijwilligersproject voor en door peereducators uit de dance-scene (voor meer informatie zie www.unity.nl). De peereducators van Unity geven andere jongeren al jaren actuele informatie op de plek en het moment waar de meesten voor het eerst gaan gebruiken: te midden van vrienden op een feest.

Out gaan

Xandra: “Om de aandacht te trekken hebben we gekozen voor de naam G-spot. Niet alleen vanwege de link tussen GHB en seks, al maakt dat natuurlijk wel nieuwsgierig. ‘G-spot‚’ is een woordspeling waarbij de G staat voor GHB, en daarnaast is een spot een fysieke plek om naar toe te gaan. De G-spot is een pashokje met daarin een computer waarop bezoekers een aantal stellingen voorgelegd krijgen. Die gaan vooral over de veiligheid van GHB, en de verantwoordelijkheid die je hebt voor je vrienden. Wat doe je bijvoorbeeld als je een kennis ‘out‚’ ziet gaan, laat je hem dan liggen of doe je hier iets mee?”

Gebruikende vrienden

Nadat de bezoekers de stellingen hebben beantwoord, gaan de peereducators van Unity met hen in gesprek: wat vond je van de stellingen? Gebruik je zelf wel eens GHB? Hoe reageer je op gebruikende vrienden? Xandra: “In zo‚’n gesprek kun je heel specifiek aanvullende voorlichting geven, of beginnende problemen signaleren. We geven de bezoekers ook nog een kaartje met tips en een polsbandje. We hebben de G-spot uitgeprobeerd op Holy Pink , een feest bij Roze Maandag in Tilburg, en de reacties waren heel positief. Er ontstaan discussies en je kunt merken dat mensen er echt over na gaan denken.”

Daarnaast worden de antwoorden op de stellingen opgeslagen. Hoe antwoorden bezoekers op de stellingen, gaan ze er serieus mee om? Gecombineerd met de verslagen van onze peereducators is dit input (op basis van drie feesten) om te bepalen of dit concept verder wordt ingezet. Of de G-spot daadwerkelijk tot gedragsverandering leidt en welke factoren, gedachten, overwegingen en overtuigingen van invloed zijn op de beslissing om wel of geen GHB te nemen, is zeker nog het onderzoeken waard. Dat de G-spot bijdraagt tot in gesprek gaan en blijven over GHB en de risico‚’s die het gebruik met zich meebrengt, is een feit.

Experimenteren

Xandra: “Bij preventie gaat het erom het juiste moment te vinden. Niet als gebruikers al hard op weg zijn om verslaafd te raken, maar juist tijdens de fase van experimenteren en het ‘normaler‚’ worden van het gebruik. Omdat de meeste drugs als eerste uitgeprobeerd worden in een sociale setting, bijvoorbeeld in de dance-scene, is dit een uitgelezen plek om ze dán informatie te geven. Ons doel is dat ze erover nadenken, de informatie opslaan, zodat ze die paraat hebben op het moment dat ze zelf GHB aangeboden krijgen. De G-spot is een veelbelovende campagne, we merken dat de naam en het concept heel nieuwsgierig maken, en dat is precies wat we willen!

Meer weten?

Lees meer over GHB-verslaving.
Lees het artikel De ins en outs over GHB: alles wat je moet weten over deze gevaarlijke drug.

FACT Plus Helmond: laatste vangnet voor cliënten met zeer complexe problemen

Waar vroeger cliënten met zeer complexe problemen vaak langdurig in instellingen werden opgenomen, wordt nu steeds meer in de wijk zelf hulp geboden: letterlijk bij de cliënt thuis. FACT is daarbij de meest intensieve vorm van wijkgerichte hulp. Novadic-Kentron en de GGZ hebben door heel Brabant FACT-teams. Deze teams helpen cliënten met een langdurige verslaving en psychische klachten bij het op orde brengen van huisvesting, financiën, dagbesteding en sociale contacten. Groot voordeel van deze aanpak is dat de problemen gezamenlijk worden aangepakt, midden in de leefomgeving van de cliënt. Maar de forse en complexe problemen vragen wel om een bijzondere aanpak.

In de regio Helmond zijn al drie FACT-teams actief. Begin dit jaar is daar een overkoepelend FACT Plus-team bijgekomen, een samenwerking van Novadic-Kentron, GGZ Oost Brabant en forensisch-psychiatrisch centrum de Rooyse Wissel. Maximaal 175 cliënten uit de regio, met een ernstige, chronische verslaving in combinatie met complexe psychische problemen en/of justitiële problemen, worden door de dertien hulpverleners van het team begeleid.

Intake aan huis

Alle cliënten worden naar FACT Plus doorverwezen door de hulpverlening en bemoeizorg. Projectleider Peter de Kort: “De intake gebeurt als het even kan meteen bij de cliënten thuis. We bespreken welke behoeften de cliënt heeft aan begeleiding en ondersteuning, en stellen samen een behandelplan op. Zien hoe iemand leeft, heeft daarbij een grote toegevoegde waarde.”

Orde op zaken stellen

Na de intake probeert het FACT Plus-team de situatie goed in beeld te krijgen en deze te stabiliseren. De zorg en begeleiding zijn voornamelijk gericht op harm reduction en ondersteuning bij herstel op verschillende gebieden. Er wordt gewerkt aan orde op zaken stellen bij de dagbesteding, huisvesting en financiën. Medicatie wordt geregeld, afspraken met de psychiater worden gepland, er wordt bemiddeld in conflicten met de Woningbouwvereniging, problemen met de uitkering worden opgelost, enzovoorts. Bij de zorg en begeleiding worden waar mogelijk mensen uit de naaste omgeving betrokken.

Iedereen kent alle cliënten

De complexiteit van de doelgroep vraagt om medewerkers die stevig in hun schoenen staan en outreachend werken. Iedere cliënt heeft eigen dossierhouders, maar de kracht van FACT is dat het hele team alle cliënten kent. Nieuwe en bestaande cliënten worden vier keer per week besproken aan de hand van een digibord: een groot beeldscherm aan de muur. Alle teamleden kunnen zo precies zien wat de stand van zaken is van de cliënten en welke afspraken gemaakt worden. Verpleegkundige Noortje Aldenhuijsen: “Alle cliënten staan op het bord, dagelijks bespreken we er ongeveer twintig. De nieuwe cliënten, maar ook cliënten bij wie de situatie zorgwekkend is en bij wie we onze zorg moeten opschalen.” Omdat elk teamlid alle cliënten kent, kunnen teamleden elkaar ook voortdurend advies geven over de beste aanpak.

Op onze hoede

De problemen van de cliënten zijn fors en dat roept de vraag op of werken met deze doelgroep wel altijd veilig is. Noortje: “We zijn wel op onze hoede. Als dat nodig is, voeren we gesprekken op het Veiligheidshuis of spreken we cliënten met zijn tweeën. Maar tot nu toe gaat het goed, we hebben zelden of nooit met serieuze agressie te maken.”

Loslaten

Als de situatie stabiel is, wordt het contact afgebouwd. Volledige uitstroom uit de hulpverlening is daarbij meestal geen optie, het gaat veelal om doorstroom naar organisaties die aan de slag gaan met de verschillende levensgebieden, zoals dagbesteding of huisvesting. Verpleegkundige Ger Gooren ziet zichzelf en zijn collega‚’s als een laatste vangnet voor deze cliënten, en dat maakt het ook extra lastig om de begeleiding te stoppen als de situatie weer stabiel is. Ger: “Dat moment van loslaten is moeilijk, ook omdat je weet dat het risico er is dat het weer bergafwaarts gaat, maar we moeten wel. Anders slippen we dicht. We moeten erop durven vertrouwen dat de meeste cliënten na onze begeleiding en met hulp van hun omgeving hun leven weer zelf op de rit kunnen houden.”

Casus 1: borderline en manisch depressief

Om een betere indruk te krijgen van het werk van het FACT Plus-team bespreken we met Ger twee casussen. In het eerste geval betreft het een vrouw van 45 jaar die naast een alcoholverslaving aan een borderlinestoornis lijdt en manisch depressief is. Ze heeft al een aantal opnames op de Dubbele Diagnose-afdeling achter de rug. Ger: “Als het spannend wordt, gaat ze drinken. Dan weet ze niet meer wat ze doet. Een keer in de week spreek ik haar thuis, en als het nodig is vaker, soms wel drie of vier keer per week. Ik bespreek met haar hoe het gaat en wat ze nodig heeft. Ik houd een vinger aan de pols. Ik bekijk mee wie er iets kan regelen rond de financiën, heb overleg met de bewindvoerder. Als ze ingewikkelde brieven krijgt, lees ik even mee. Maar ze heeft en houdt zelf de regie, dat is ook de kracht van de FACT-werkwijze.”

Casus 2: weglopen

Een andere casus is die van een 42-jarige man. Hij heeft PTSS, opgelopen in Libanon, zit in het methadonprogramma en drinkt veel. Ook heeft hij, weliswaar wegens kleine zaken, een justitieel verleden. Hij heeft een eigen flatje, maar dat onderhoudt hij slecht, en vaak is het een komen en gaan van drugs- of alcoholvrienden. Hij zit ook vaak bij zijn moeder. Ger: “Ik zie hem vooral hier bij de methadonpost, maar soms ook thuis. Ik bekijk met hem hoe hij zich kan handhaven. Stoppen met alcohol is niet reëel. Maar hij is daar heel dubbel over: hij wil vaak opgenomen worden, maar als hij dan eenmaal in de kliniek zit, loopt hij weg. Het is ook helemaal niet de bedoeling cliënten langdurig op te nemen, FACT Plus is er juist om opname te voorkomen of zo kort mogelijk te houden. Dus ook deze cliënt probeer ik steeds te motiveren voor ambulante behandeling. En ik probeer structuur in zijn leven aan te brengen. En dat gaat langzaamaan steeds beter.”

Meer weten?

Lees meer over FACT.

Foto: Mees van den Ekart

Steeds meer jonge comazuipers: pedagogisch nazorgtraject voor ouders én kind

Door een intensieve campagne en verhoging van de minimumleeftijd om alcohol te kopen, gaan jongeren gemiddeld later voor het eerst drinken. Helaas zijn deze positieve effecten niet terug te vinden bij het zogenaamde comazuipen. Integendeel: het aantal kinderen (soms van 13 of 14 jaar) dat met een alcoholvergiftiging in het ziekenhuis terecht komt, stijgt nog steeds. In 2014 werden er landelijk bijna 800 gevallen geregistreerd, waarvan een kwart in onze provincie. In alle gevallen een dramatische gebeurtenis, ook voor de ouders. In het ziekenhuis wordt de alcoholvergiftiging behandeld, het kind kan weer naar huis. Maar wat dan?

Comazuipen is meestal geen geïsoleerd incident. Kentra Preventie (onderdeel van Novadic-Kentron) kan ouders en kinderen helpen om herhaling te voorkomen en ervoor zorgen dat het alcoholgebruik niet verder uit de hand loopt. In samenwerking met ziekenhuizen bieden we dan ook een pedagogisch nazorgtraject aan.

Ouders schrikken zich te pletter

Preventiewerker Bernard van ‚’t Klooster co√∂rdineert het project in Noordoost-Brabant. Alle Brabantse ziekenhuizen zijn inmiddels geïnformeerd over het nazorgtraject en met het Maasziekenhuis Pantein in Boxmeer, Bernhoven in Uden en Catharinaziekenhuis in Eindhoven zijn al concrete afspraken gemaakt.

Nadat daar een minderjarige op de spoedeisende hulp of kinderafdeling medisch is behandeld, verwijst de kinderarts ouders en kind naar het pedagogisch nazorgtraject. Fenny Visscher, aandachtsfunctionaris kindermishandeling van de werkgroep Kinderzorg van het Maasziekenhuis: “Wij vertellen het kind en diens ouders of verzorgers dat wij in onze ziekenhuisrichtlijn hebben opgenomen dat wij de contactgegevens van het kind doorgeven aan Kentra voor een vervolggesprek. Ik heb nog niet meegemaakt dat ouders dit weigeren. Ouders zijn vaak erg geschrokken en willen goede hulp voor hun kind. We informeren ouders over de werkwijze van Kentra: dat een preventiewerker binnen drie dagen contact opneemt om met hen en hun kind te praten over de gebeurtenis. Verder is in onze richtlijn opgenomen dat het kind besproken wordt in de werkgroep Kinderzorg, om te bepalen of er naast het gesprek met Kentra nog andere zorg nodig is voor het kind. Ook hierover worden ouders geïnformeerd.”

Opvoeding

Het pedagogisch nazorgtraject vindt plaats op een locatie van Novadic-Kentron. Twee preventiewerkers voeren het gesprek met de ouder(s) en het kind. Het gesprek is opgebouwd in fases. Bernard: “In het eerste deel praten we over wat er gebeurd is, welke emoties dat opgeroepen heeft en wat de bevindingen van het ziekenhuis waren. Ook verkennen we de verhouding ouder-kind en de opvoeding.” Als dat plaatje compleet is, splitst het gesprek zich. Een preventiewerker praat verder met de ouder(s), de andere gaat met het kind in een aparte ruimte aan de slag.

Voorbeeldgedrag

Met de ouders wordt gesproken over de eigen rol, het eigen drinkgedrag dat als voorbeeld dient, gemaakte afspraken over alcohol drinken, alcoholproblemen in de familie, enzovoorts. Doel van dit gesprek is de ouders ondersteunen bij hun opvoedingstaak: hoe kunnen zij schadelijk alcoholgebruik van hun kind voorkomen? Daarbij hanteren we de norm NIX18: géén alcohol onder de 18 jaar.

Het gesprek met het kind heeft tot doel riskant alcoholgebruik en herhaling van incidenten te voorkomen. We geven inzicht in het gebruik van alcohol en zo nodig andere drugs en welke risico‚’s dat met zich mee brengt. En als dat nodig lijkt, proberen we het kind te motiveren voor een zorgtraject.

‘Weggepakt‚’

Het pedagogisch nazorgtraject is een eenmalige interventie die wordt afgesloten met een terugkoppeling naar de verwijzende kinderarts. Fenny: “Het kind wordt in het ziekenhuis multidisciplinair besproken, waarbij ook de rapportage van Kentra wordt betrokken. Als dat nodig is, organiseren we aansluitend aanvullende hulp of wordt het kind nogmaals opgeroepen voor een controle bij de kinderarts. In uitzonderlijke situaties beslissen we, na zorgvuldig overleg, soms tot een zorgmelding bij Veilig Thuis, dat is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Maar vervolgbegeleiding kan ook bij Kentra gegeven worden.”

Zo‚’n vervolgtraject is geen uitzondering: comazuipen is meestal geen geïsoleerd incident. Bernard: “Ja, natuurlijk wil een jongere ons wel eens doen geloven dat het om een eenmalige uitglijder gaat. En vaak leggen ze geen verband met andere sociale of emotionele problemen. Ook ouders zien dat lang niet altijd. Maar wij vragen altijd door en krijgen dan vaak alsnog op tafel dat er wel degelijk iets aan de hand is”.

De bereidheid van de ouders om mee te werken aan een vervolgtraject is groot. Zij realiseren zich dat hun kind wellicht letterlijk aan de dood is ontsnapt. Het gemiddelde alcoholpromillage in het bloed ligt rond de 2, maar ook uitschieters naar levensbedreigende promillages van 3,4 en 3,7 komen voor. Bernard: “Een jongen met promillage 3,7 vertelde dat hij het gevoel had dat hij ‘weggepakt‚’ werd. Dat was wellicht ook gebeurd als er niet zo snel een ambulance ter plaatse was.”

Homeparty

Naast een nazorgtraject en een eventueel vervolgtraject is ook voorlichting op een homeparty een optie. Vaak spelen vrienden een negatieve rol bij het comazuipen. Niet zelden hebben zij elkaar en het slachtoffer aangemoedigd stevig door te drinken en soms laten ze hem of haar uit onwetendheid laveloos achter. Bernard: “Als vrienden nadrukkelijk een rol spelen, kunnen we een homeparty aanbieden waarin op het thema groepsdruk wordt ingegaan. De eerste keer hebben we dat gedaan op initiatief van de ouders van een van de comazuipers. Inmiddels wijzen we de ouders altijd op de homeparty als duidelijk is dat vrienden een rol hebben gespeeld.”

Meer weten?

Als u meer wilt weten over het pedagogisch nazorgtraject, stuur dan een mail naar preventie@novadic-kentron.nl. Kijk ook op www.kentra24.nl voor hulp aan jongeren!

Lees meer over comazuipen.

Hoe word je ervaringswerker (en hoe zet je hen succesvol in)?

Het antwoord hierop lijkt eenvoudig: wie zijn eigen problemen overwonnen heeft, kan een ander ook helpen. Maar iemand met ervaring is niet automatisch een goede ervaringswerker. Er zijn heel wat vaardigheden die hij of zij moet leren. Een zorgvuldige training is dus essentieel, maar de investering wordt dubbel en dwars terugverdiend.

Enkele jaren geleden is Novadic-Kentron gestart met het inzetten van ervaringswerkers tussen de aanmelding en de intake: ex-cliënten ondersteunen wachtende cliënten en helpen de motivatie op peil te houden. Inmiddels is dit project, Samen Wachten, omgedoopt tot Samen Herstellen: niet alleen tijdens de wachttijd maar ook nog tijdens en na de behandeling staan ervaringswerkers de cliënten bij.

Diep in de schulden

Marcella Mulder, projectleider Herstelondersteunende Zorg: “Novadic-Kentron maakt zich sterk voor Herstelondersteunende zorg. Dat houdt in dat de cliënt de regie heeft over zijn eigen herstel. Daarbij is ervaringsdeskundigheid belangrijk als kennisbron en als brug naar de cliënt. Niet iedereen met ervaring is echter een goede ervaringswerker: je moet je ervaringen wel eerst zelf verwerken! Maar als jij bijvoorbeeld diep in de schulden zat en die succesvol hebt afgelost, dán kun je met die ervaring een ander helpen.”

“Mijn pa en ma hebben me gestuurd”

Een ander helpen, dat spreekt veel ervaringswerkers aan. “Maar,” voegt Marcella toe, “je moet niet denken dat jij nu alle verslaafden gaat redden. Wij trainen onze ervaringswerkers om de regie bij de cliënt te leggen. De ervaringswerker richt zich op het vergroten van de motivatie en het overwinnen van weerstand. Komt een jonge cliënt hier met de boodschap ‘Ik wil hier helemaal niet zijn, mijn pa en ma hebben me gestuurd‚’, dan zegt een goede ervaringswerker: ‘Wat vervelend, terwijl je zelf helemaal geen problemen ervaart?‚’ Ze maken cliënten bewust van hun eigen wensen en doelen, en van hun eigen verantwoordelijkheid.”

Stevig in je schoenen

Het begeleiden van de ervaringswerkers is voor ons buitengewoon belangrijk. We hebben dan ook wekelijks casuïstiekbesprekingen en coachingsgroepen. In de coachingsgroepen krijgen kandidaat-ervaringswerkers hun eerste training. Marcella: “Laat je in de coachingsgroep zien dat je stevig in je schoenen staat, dan mag je deelnemen aan Samen Herstellen. Ervaringswerkers die echt gemotiveerd zijn, mogen een coachingsgroep leiden. En dan is de volgende stap het volgen van een stage of duale opleiding. Er werken al een aantal ervaringswerkers in het kader van een opleiding op onze behandelafdelingen.”

Andere instellingen helpen

Het trainen en inzetten van ervaringswerkers is een groot succes. Ervaringswerkers zijn op steeds meer plaatsen inzetbaar: er zijn plannen om bij elk groepsaanbod (zoals leefstijltraining) een ervaringswerker te laten aansluiten. Novadic-Kentron loopt voorop bij het inzetten van ervaringswerkers, en helpt dan ook regelmatig andere instellingen. Zo gaan ervaringswerkers op werkbezoek bij bijvoorbeeld RIBW, GGzE en GGz Breburg, die interesse hebben in het project Samen Herstellen. Ook werken ervaringswerkers mee aan het ontwikkelen van een visie op herstelondersteunende zorg in de gemeente Den Bosch.

Zelfvertrouwen

Marcella: “Als ik na drie jaar hard werken aan dit project rondloop hier, dan zie ik onze ervaringswerkers – een Billy, een John, een Emilie – dat is zo leuk om te zien. Die zijn zo gegroeid! Vergeet ook niet: al die ervaringswerkers zijn √≥nze ex-cliënten. De inzet van ervaringswerkers is niet alleen geweldig omdat je cliënten een vorm van ondersteuning kan bieden die anders niet mogelijk is, maar het is ook fantastisch voor de ervaringswerkers zelf. Voor hen zijn dit belangrijke stappen op weg naar meer participatie, naar een betaalde baan binnen of buiten Novadic-Kentron. Ik vind Novadic-Kentron een hele mooie organisatie om te werken. Ondanks alle strubbelingen de laatste jaren door de bezuinigingen en veranderingen in de zorg, merk je dat iedereen welwillend is om mee te denken. We zijn met zijn allen helemaal gericht op de cliënt.”

Meer weten?

Wilt u als instelling of organisatie aan de slag met het inzetten van ervaringswerkers? Neem dan contact op met marcella.mulder@novadic-kentron.nl!

Vijf fabels (en de waarheid) over cannabis

Als er over één drug veel fabels en misverstanden de ronde doen, is het wel over cannabis. Dat het je longen zuivert, dat het volmaakt onschuldig is en dat het niet verslavend is bijvoorbeeld. Als experts op het gebied van verslaving maken wij u niets wijs, maar wel wijzer! Lees hier de meest voorkomende misverstanden en fabels over cannabis‚Ķ

Cannabis wordt gebruikt als wiet (verkruimelde bloemtoppen) of hasj (samengeperste hars). Cannabis is een veelgebruikte drug: in 2009 had een kwart van de bevolking tussen de 15 en 64 jaar ooit cannabis gebruikt. De belangrijkste werkzame stof in cannabis is THC. Het gehalte THC in Nederlandse wiet is tussen 2000 en 2004 sterk gestegen, maar is de laatste jaren stabiel. Cannabis heeft een ontspannend effect en veroorzaakt vaak een intensere beleving van ruimte, tijd, kleuren of muziek. Maar cannabis kan ook ongewenste effecten hebben, zoals de uitleg bij de fabels aantoont!

1. Als je je gestresst voelt, helpt een joint je te kalmeren.

Cannabis kan ontspannend werken en dat is ook de reden waarom veel mensen het gebruiken. Maar cannabisgebruik kan ook verkeerd uitpakken. Cannabis versterkt over het algemeen de stemming die de gebruiker al heeft. Dus als de gebruiker angstig of onrustig is, kan cannabisgebruik leiden tot angst of paniek, misselijkheid en flauwvallen. Een joint roken als je al gestresst bent, is dus een slecht idee.

2. Cannabis is onschuldig.

Cannabis heeft vooral associaties met relaxen en je nergens zorgen over maken. Bij sommige gebruikers kan cannabis echter ook leiden tot ontstaan of verergeren van psychische stoornissen, zoals angstklachten, depressies of psychoses. Dit geldt vooral voor jongeren en voor mensen die extra gevoelig zijn voor psychische stoornissen. Ook wordt wel gedacht dat cannabis nauwelijks verslavend is. Lichamelijk is cannabis inderdaad niet verslavend: stoppen met blowen leidt nauwelijks tot ontwenningsklachten. Maar cannabis is wel geestelijk verslavend. Je blijft dan verlangen naar het middel en je hebt het gevoel dat je zonder niet goed kan functioneren. Geestelijke afhankelijkheid is niet minder erg dan lichamelijke afhankelijkheid! Maar dat wil ook niet zeggen dat cannabis altijd schadelijk is: het wordt ook medicinaal gebruikt, bijvoorbeeld ter verlichting van chronische pijn of bij misselijkheid bij de behandeling van kanker.

3. Blowen zuivert je longen.

Dat blowen je longen zuivert, is een mythe. Van blowen kun je klachten krijgen aan je luchtwegen, zoals kortademigheid, hoesten en bronchitis. Ook komen bij het roken van hasj en wiet kankerverwekkende stoffen vrij, zelfs meer dan bij tabak. Wie cannabis wil gebruiken zonder dat het de longen belast, zou het kunnen eten, drinken of verdampen. Daardoor vindt er geen verbranding plaats.

4. Spacecake eten is onschuldiger dan het roken van hasj en wiet.

Spacecake is cake die is gemengd met hasj of wiet. Het effect treedt later op (pas na 30 tot 45 minuten) dan bij het roken van cannabis (enkele minuten). Daardoor is het doseren lastiger: je kunt denken dat het niet werkt en nog een stuk nemen. Hierdoor krijg je sneller te veel binnen. Ook duurt het effect veel langer, soms tot wel twaalf uur. Dat kan zeer onplezierig zijn. En ten slotte zijn de effecten veel heftiger en intenser.

5. Nederwiet is het beste spul.

Voor de gezondheid is nederwiet niet per se het beste. Nederwiet heeft een hoog gehalte aan THC waardoor de effecten sterker kunnen zijn. Maar daardoor kan nederwiet ook sneller té heftig zijn. Bovendien heeft nederwiet een laag gehalte aan CBD (cannabidiol), dat mogelijk sommige negatieve effecten van THC kan tegengaan. Ook wordt CBD als meer ontspannend ervaren en levert het mogelijk minder gezondheidsrisico‚’s op. Alleen uit het buitenland geïmporteerde hasj bevat relatief veel CBD: in nederhasj of in geïmporteerde wiet zit nauwelijks CBD. Wist u trouwens dat CBD momenteel wetenschappelijk wordt onderzocht voor onder andere de behandeling van psychosen?

Meer weten?

Lees meer over cannabisverslaving!

Hoe behandel je jongeren met ADHD en een verslaving?

Maar liefst 20% van de jongeren met ADHD heeft daarnaast verslavingsproblemen. En andersom heeft naar schatting 30 tot 50% van de jongeren in de verslavingszorg ADHD! Deze combinatie leidt vaak tot forse problemen: met gedrag, school, sociale contacten en relaties, én met justitie. Dit stelt bijzondere eisen aan de behandeling. Maar bestaande behandelingen zijn niet specifiek gericht op deze jongeren, of richten zich op één van beide aandoeningen. Dus wilden behandelaars graag weten: hoe kun je deze jongeren het beste behandelen?

Het kenniscentrum voor verslaving, “Resultaten Scoren”, nam het initiatief om een nieuw behandelprotocol te ontwikkelen voor jongeren met ADHD en een verslaving. Het Nijmegen Institute for Scientist-Practitioners in Addiction (NISPA) en het Parnassia Addiction Research Center (PARC) stelden als uitvoerders een onderzoeksteam samen, met Cor de Jong als projectleider. Novadic-Kentron werd vertegenwoordigd door wetenschappelijk medewerker Maureen van Oort.

Dertig jongeren behandeld met het nieuwe protocol

Bij het onderzoek werd een nieuw protocol opgesteld en getest bij cliënten van vier instellingen voor jeugd-GGZ en vier instellingen voor jeugdverslavingszorg, waaronder Kentra24.

Adviezen voor de behandeling

Op basis van het onderzoek hebben de onderzoekers onder meer de volgende adviezen opgesteld:

  • Jongeren met ADHD en verslavingsproblemen kunnen het beste een cognitieve gedragstherapeutische behandeling krijgen, met in elk geval onderdelen van sociale vaardigheidstraining en zelfcontroletraining.
  • Motiverende Gespreksvoering is een belangrijke methode om resultaat te bereiken.
  • Omdat deze doelgroep vaak slaapproblemen heeft, moet slapen een apart en verplicht onderwerp zijn binnen de behandeling.
  • Vanwege de diversiteit van de cliënten moet het behandelplan flexibel ingericht kunnen worden.
  • Ondersteuning van ouders heeft een positieve invloed. Ouders/verzorgers van kinderen jonger dan 16 jaar zouden zeker bij de behandeling betrokken moeten worden.
  • Medicatie kan worden ingezet bij heftige en hinderlijke ADHD-symptomen die de therapie negatief beïnvloeden. Middelengebruik kan wel de werking van de medicatie beïnvloeden en ook kan medicatie misbruikt worden als genotmiddel. Regelmatige controle is dus belangrijk!

Nieuwe behandeling gewaardeerd door jongeren

Een behandeling volgens deze uitgangspunten werd erg gewaardeerd door de jongeren. Ze gaven aan dat ze door de behandeling beter met alledaagse problemen konden omgaan, meer inzicht in hun problemen hadden gekregen en hun middelengebruik konden stoppen of flink verminderen.

Een slimme jongen

Job is 18 jaar, zit in de vijfde klas van de havo en woont nog thuis. Job is een slimme jongen, maar hij blowt veel de laatste tijd en drinkt daar soms ook bij. Job gaat meestal laat slapen: het is zo druk in zijn hoofd dat hij toch niet kan slapen. Hij kampt ook met flinke agressie-aanvallen. Job volgt de aangepaste behandeling in de kliniek, en in zijn geval is agressieregulatietraining een onderdeel daarvan. Met Job gaat het inmiddels stukken beter en ook zijn agressie-aanvallen zijn enorm afgenomen. Job spreekt respect uit voor zijn ouders: “Ik denk nu bij mezelf: ‘Wat hebben die allemaal moeten doorstaan!‚’ Het zijn gouden mensen. Dat geldt ook voor mijn vrienden. Nu ik enige tijd uit de kliniek ontslagen ben en merk hoe plezierig het leven is zonder gebruik en met een normaler dag- en nachtritme, ben ik blij. Dit alles heb ik, behalve aan mijn ouders en vrienden, ook voor een groot deel te danken aan de hulpverleners van de kliniek. Ze zijn geweldig. Ik heb nu zin in de toekomst. Ik zal mijn zwaktes wel houden, maar ik weet hoe ik er mee om moet gaan.”

Producten uit het onderzoek

Het onderzoek heeft drie mooie producten opgeleverd:

  • Richtlijn ADHD en middelengebruik bij adolescenten, Hendriks en Spijkerman
  • Werkboek ADHD en middelengebruik bij adolescenten, M√ºller en Van Oort
  • Handleiding ADHD en middelengebruik bij adolescenten, M√ºller en Van Oort

Deze drie boeken zijn te bestellen bij uitgeverij Perspectief (www.zorg-perspectief.nl).

Cliënten wandelen met demente bejaarden: een win-win-win-situatie!

Hans Ooms, medewerker van de klinische verslavingszorg in Eindhoven, was op zoek naar een zinnige tijdbesteding voor de cliënten van zijn afdeling. Via een kennis, een activiteitenbegeleidster bij een verzorgingshuis voor demente bejaarden, wist hij dat er behoefte was aan vrijwilligers die met de bewoners willen wandelen. Misschien kon het een aan het ander gekoppeld worden? Hans nam begin dit jaar dan ook contact op met het Eindhovense woonzorgcentrum Theresia. De medewerkers waren direct enthousiast over het plan. Als eerste stap werd het idee voorgelegd aan de familie van de bewoners. Wandelen met verslaafden zou immers best gevoelig kunnen liggen. Maar gelukkig waren ook de familieleden, op een enkele uitzondering na, direct positief over het plan en kon het project van start. Op vrijdag 22 mei wandelde de redactie met de groep mee.

Om half twee meldden we ons bij Liselotte van den Heuvel, die vanuit Novadic-Kentron als begeleidster van de cliënten mee zou gaan. Deze middag hadden zich vier cliënten – Louis, Margo, Tonnie en Patrick – vrijwillig aangemeld voor deze activiteit. De meesten van hen waren al vaker mee gegaan. Louis: “Ik wil iedere week wel mee. Ik ben graag even weg uit de dagelijkse routine in de kliniek. En je doet er andere mensen een plezier mee. Wat wil je nog meer?”

Zelden opgehaald door de kinderen

Tegen twee uur werden de cliënten naar verzorgingshuis Theresia gebracht. Bij de gesloten afdeling werden we ontvangen door verzorgende Danny Franse en stagiaire Leonie van Eijk. Ook zij waren vol lof over het project. Danny: “Mooi toch, zo‚’n initiatief. Veel van onze bewoners krijgen niet vaak bezoek en worden zelden opgehaald door kinderen of andere familieleden. Ik merk dat veel van hen genieten van de wandeling, ze zien het als een uitje. En dat maakt ons werk op de afdeling ook weer wat makkelijker. Daarom zie ik dit project als een win-win-win-situatie: zowel jullie cliënten, als onze bewoners, als wijzelf profiteren ervan.”

Mevrouw Jongebenen

Als wat later ook Nellie Arends aansluit, dochter van een van de bewoners, is de wandelploeg compleet. Acht bewoners in rolstoelen verlaten in colonne het verzorgingshuis voor een wandeling in de directe omgeving. De tocht voert naar de kinderboerderij in de Eindhovense wijk Strijp. Nellie loopt met haar moeder voorop. Net als veel andere bewoners woonde ze vroeger in de wijk. Ondanks hun ziekte geeft dat toch weer momenten van herkenning. Mevrouw Jongenelen blijkt nog tamelijk vlot ter been. Zij loopt gearmd met Leonie naast haar rolstoel, wat haar meteen de bijnaam “mevrouw Jongebenen” oplevert.

“Heeft u ook een hond gehad?”

Onderweg proberen onze cliënten gesprekjes aan te knopen met de bewoners. Dat valt niet altijd mee. Simpele vragen als “Hoe oud bent u?”, “Komt u uit Eindhoven?” en “Heeft u ook een hond gehad?” worden meestal beantwoord met “Dat weet ik niet”. Toch houden onze cliënten de moed erin. Patrick vindt dit dankbaar werk: “Dit is leuk om te doen. Ik heb het idee dat die oudjes het goed naar de zin hebben. Je ziet alleen maar vrolijke gezichten.”

IJsjes

Na zo‚’n twintig minuten is het tijd voor een tussenstop bij de supermarkt. Het is een mooie lentedag, dus voor iedereen is er een water- of roomijsje. Na een minuut of tien wordt de wandeltocht vervolgd. Onderweg worden nog wat herinneringen opgehaald. Bijvoorbeeld als we langs de basisschool komen waar Nellie Arends vroeger op gezeten heeft, “maar toen was het nog een meisjesschool”.

Na een uur zit de wandeling erop en worden de bewoners weer teruggebracht naar de afdeling. Onze cliënten praten op de terugweg naar de kliniek nog wat na. Ondanks dat voor sommigen zo‚’n tocht met een bewoner in een rolstoel best zwaar is, zeggen ze allemaal volgende week weer mee te gaan. Dat roept de vraag op of er plannen zijn om het project uit te breiden. Vooralsnog zijn die er niet, laat Liselotte weten: “Dit is zeker een zinvolle activiteit, een dagbesteding die de cliënten het gevoel geeft dat ze er toe doen, dat andere mensen hen waarderen. Een middag in de week is goed in te passen in het behandelprogramma. Maar als we dit vaker zouden doen, moet er veel geregeld worden en zijn er logistieke problemen. Ook door het grote verloop onder de cliënten.” Voorlopig blijft dit bijzondere project dus beperkt tot de vrijdagmiddag en tot één verzorgingshuis.

Joris wordt kok: hoe de integrale aanpak van Kentra een groot verschil kan maken

Een probleem met genotmiddelen is zelden geïsoleerd. Stevig drinken leidt bijvoorbeeld vaak tot problemen op het werk, ruzie in het gezin, psychische of lichamelijke klachten, of zelfs overlast of huiselijk geweld. En bovendien hangen die problemen meestal samen. Daarom hebben de huidige transities binnen de zorg als doel om burgers met problemen zoveel mogelijk in de eigen omgeving en onder hun eigen regie hulp te bieden. De problemen spelen zich lokaal af, en kunnen dus ook het beste lokaal – en in samenhang – worden aangepakt. Om hier optimaal op in te kunnen spelen, heeft Novadic-Kentron de afdelingen Preventie, RoderConsult, Kentra24 (jongeren) en de BasisGGZ vanaf 2015 ondergebracht in één organisatieonderdeel met de naam Kentra.

Binnen Kentra brengen wij het volledige sociale en medische domein onder één vlag. Preventie, het voormalige RoderConsult en de BasisGGZ opereren daarbij binnen de generalistische verslavingszorg. Kentra24 is een superspecialisme, maar omdat het bij jongeren heel snel fout kan gaan en we direct willen kunnen opschalen – bijvoorbeeld direct van preventie naar opname – hebben wij omwille van de snelheid ook Kentra24 ondergebracht bij Kentra.

In 2015 zal Kentra voor onze ketenpartners steeds zichtbaarder worden. Binnen onze organisatie is er geen scheiding meer tussen wijkgerichte onderdelen, maar ook de samenwerking met de andere partners in de wijk – de huisarts, de praktijkondersteuner – neemt sterk toe. Daarbij is het onze taak om deze generalisten in de wijk te leren om problemen met genotmiddelen vroegtijdig te herkennen. Daarnaast behandelen wij cliënten als dat nodig is zoveel mogelijk met kortdurende, ambulante trajecten, en ten slotte blijven wij via onze preventiemedewerkers gezond gedrag stimuleren en een vinger aan de pols houden na de behandeling. Hoe werkt deze integrale aanpak in de praktijk? Een voorbeeld.

Joris wordt kok

Joris is een jongen van 17 jaar die een flink cocaïneprobleem heeft ontwikkeld en ook drinkt en blowt. Joris is beginnen te dealen op school, en zodra dat wordt ontdekt, wordt hij weggestuurd. De zaak escaleert als Joris thuis hoogoplopende ruzie krijgt en hij zijn moeder een klap verkoopt. Onder druk van zijn ouders en de wijkmedewerker wordt besloten dat Joris in behandeling gaat. Joris is ook bepaald niet gelukkig momenteel, en laat zich vrijwillig opnemen. Na een korte opname zal hij verder ambulant worden behandeld.

“Hij hoeft niet meer thuis te komen”

Tijdens het intakegesprek geven de ouders plotseling aan dat Joris na de opname niet meer thuis hoeft te komen. Joris moet maar een kamer zoeken, maar op zo‚’n korte termijn kan het wijkteam niks meer regelen. De hoofdbehandelaar jeugd, de preventiewerkers en de wijkteammedewerker gaan in gesprek met de ouders. Zij mogen een minderjarig kind niet zomaar uit huis zetten, maar krijgen wel zelf ondersteuning.

Brussencursus

De ouders gaan akkoord en krijgen een training over hoe ze beter om kunnen gaan met hun oudste zoon. De relatie met Joris wordt langzaam maar zeker beter. Voor het jongere broertje en zusje van Joris is speciale aandacht. Zij zijn kwetsbaar om zelf gedragsproblemen of een verslaving te ontwikkelen. Zij worden ingeschreven voor een “brussencursus”, een training voor broertjes en zusjes van verslaafde jongeren. De training slaat goed aan en de kinderen hebben een positieve invloed in het gezin. Ze helpen zelfs hun ouders (“Pap, dat moet je zo niet zeggen, je moet zeggen‚Ķ”). Zo wordt het totale systeem sterker.

Koksopleiding

Joris wordt ondertussen door Kentra24 geholpen om zijn toekomst vorm te geven: hij gaat definitief van zijn huidige school af, en gaat een koksopleiding volgen, waar hij zeer enthousiast over is. Na afronding van de ambulante behandeling houdt de veldwerker die het gezin kent, nog een oogje in het zeil. Als Joris in de coffeeshop wordt gesignaleerd, is een enkel gesprek voldoende om hem weer op het juiste spoor te zetten.

“Integratie van het sociaal-medische domein binnen Kentra” klinkt als een hele mond vol zorgjargon. Maar hierdoor krijgen cliënten als Joris – én zijn hele omgeving – wel uitstekende zorg, in een naadloze samenwerking tussen experts en generalisten binnen én buiten Novadic-Kentron.

Samenwerking met SMO Verdihuis Oss: experts zoeken experts om samen beste zorg te leveren

Het gebied waar wij ons op richten, is ongekend groot. Onze professionals bewegen zich tussen xtc-gebruikers op dance-evenementen, en – helemaal aan de andere kant van het spectrum – chronisch verslaafde daklozen. Werelden van verschil. Maar we vinden het wel heel belangrijk dat élke cliënt maatwerk krijgt, met niet alleen aandacht voor het middelengebruik, maar voor het hele leven. Je kunt dan twee dingen doen: zelf alles in eigen hand nemen en “iets weten over alles”, of juist “alles weten over iets” en de rest uitbesteden. Novadic-Kentron kiest voor dat laatste. We keren steeds meer terug naar onze core business: expert zijn op het gebied van verslaving. Maar dat betekent niet dat wij onze schouders ophalen voor alle bijkomende problemen, dat we tegen een (bijna) dakloze cliënt zeggen: sorry, uw woonproblemen zijn niet onze zorg. Integendeel, door bepaalde zaken niet meer zelf te doen, wordt de totale zorg in de regio beter, eenvoudiger, efficiënter en deskundiger. Want door samen te werken met andere experts op andere gebieden, weten we samen “alles over alles”.

Dit geldt ook – en misschien wel vooral – voor personen aan de rand van de samenleving. Mensen die vaak niet alleen verslaafd zijn, maar ook andere problemen hebben, zoals met wonen. Deze kwetsbare burgers belanden vaak op straat, met als gevolg verloedering, maar ook overlast in met name de grote steden. Deze mensen van de straat af halen en hen begeleid laten wonen, is dan ook een doel van veel gemeenten.

Tussen wal en schip

In Oss beheerde Novadic-Kentron voorheen zelf groepshuizen met eigen woonbegeleiding. Ook SMO Verdihuis deed veel aan woonbegeleiding. Maar verslaafde cliënten konden niet bij het Verdihuis terecht. Daardoor vielen er mensen tussen wal en schip, want wij hadden niet de capaciteit van het Verdihuis.

Mehtap Yilmaz, teamleider specialistische GGZ: “We zijn toen met elkaar gaan praten: in hoeverre was het mogelijk dat het Verdihuis cliënten met middelenproblemen of met risico op terugval kan overnemen? Al snel werd duidelijk dat we dezelfde doelen hadden: goede zorg bieden aan mensen aan de rand van de samenleving. En het Verdihuis zag ook steeds meer in dat terugval een onderdeel kan zijn van het herstelproces. Vervolgens hebben we met het Verdihuis verkend waar de behoeften lagen.”

Op basis hiervan is begin 2015 een convenant opgesteld. Het Verdihuis zorgt voor de woonbegeleiding en Novadic-Kentron voor de behandeling van de verslavingsproblemen van de cliënt. De lijnen zijn kort en als dat nodig is, kan met een medewerker van Novadic-Kentron worden overlegd over de problemen van een cliënt. Zo nodig kunnen sámen gesprekken met de cliënt worden gevoerd.

Taboes doorbroken

Mehtap: “In het begin werden we regelmatig ingeschakeld bij problemen, maar we merken dat het Verdihuis zelf steeds kundiger wordt. Buiten de verslavingszorg zien we dat middelengebruik vaak een taboe is, een onderwerp dat vermeden wordt of dat men heel lastig vindt om te bespreken. Maar door de nauwe onderlinge samenwerking heeft het Verdihuis dat taboe weten te doorbreken. Voor de cliënten heeft deze aanpak veel voordelen: ze krijgen woonbegeleiding én verslavingszorg van de partijen in de regio die op die gebieden de meeste expertise hebben, en ze vallen niet meer buiten de boot doordat de ene partij te weinig capaciteit heeft en de ander niks met middelengebruik kan. Doordat je als instellingen niet hetzelfde doet, maar elkaar juist aanvult, wordt het totale aanbod veel beter. Door de samenwerking word je in je eigen kracht gezet, daag je elkaar uit om op je eigen gebied nog meer expertise te bieden.”

Beter en minder ingewikkeld zorgaanbod

Ook gemeentes hebben baat bij deze nieuwe samenwerkingsvormen: de expertise van elke instelling wordt optimaal benut, waardoor het totale hulpaanbod beter wordt. Ook wordt het proces bij het Wmo-loket versimpeld: het is veel overzichtelijker wie welke zorg nodig heeft en van wie hij of zij die kan krijgen.

Mehtap: “Ook in andere gemeenten kiezen we er in toenemende mate voor om niet alle zorg en begeleiding zelf te bieden, maar hiervoor samenwerking te zoeken met de experts op specifieke gebieden. We zijn niet langer elkaars concurrenten, maar bieden in de regio voor elke cliënt samen het beste zorgaanbod.”

Toename verwarde personen ook bij Novadic-Kentron merkbaar

“Verwarde man dreigt flat op te blazen”, “verwarde man door verplegers van dak gehaald”, “verwarde man zwaait met messen”: kranten reppen tegenwoordig regelmatig over dit soort incidenten. Het beeld dat incidenten met verwarde personen steeds vaker voorkomen, wordt door cijfers bevestigd: in 2014 kwamen bij de politie 60.000 meldingen binnen van dergelijke incidenten, tegen 52.000 het jaar daarvoor. Sinds 2011 is het aantal meldingen zelfs gestegen met 47%. Wat is er aan de hand?

Er worden verschillende mogelijke oorzaken genoemd van deze stijging, zoals de economische crisis. Maar ook de veranderingen in de zorg kunnen een oorzaak zijn: mensen worden vaker ambulant en minder lang behandeld, en vaker behandeld door wijkteam, huisarts of andere niet-specialistische hulpverleners. En al werkt dat voor heel veel mensen goed, en wordt de drempel voor zorg vaak lager: voor een beperkte groep kan dit wel eens heel slecht uitpakken. Hendrik Jan van Essen, senior sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bij de Acute Zorg van Novadic-Kentron, onderschrijft dit: “Via onder meer politie, GGZ-crisisdiensten en huisartsen krijgen wij meldingen binnen van personen die met spoed hulp nodig hebben en bij wie middelengebruik een prominente rol speelt. Dat kan bijvoorbeeld een zware drinker zijn die suïcidaal wordt. Maar ook een verwaarloosde verslaafde die meer dood dan levend in zijn woning ligt. We zien de laatste jaren dat de problemen steeds complexer worden en steeds meer uit de hand zijn gelopen.”

Schrijnende onderbehandeling

Hoewel minister Schippers (VWS) aangeeft dat nog geen verband is aangetoond tussen het zorgbeleid en de toename van het aantal verwarde personen, twijfelt Hendrik Jan geen moment aan de oorzaak: “We komen door onderbehandeling zeer schrijnende gevallen tegen, die gemakkelijk voorkomen hadden kunnen worden. Zo werd een oudere man bij ons gemeld. Hij dronk veel en at al tijden slecht. De huisarts schreef hem energiedrankjes en astronautenvoedsel voor, maar dat hielp niet. Ondertussen bleef hij wel stevig drinken. Hierdoor ontstond een ernstig vitaminetekort dat uiteindelijk leidde tot Korsakov. Deze meneer is opgenomen in het ziekenhuis en daarna meteen naar het verpleeghuis gegaan. Als we hier drie maanden eerder bij waren geweest, hadden we zijn verslaving kunnen aanpakken en hem extra vitamines kunnen geven. Nu zijn de problemen niet meer op te lossen. En zijn opname in het verpleeghuis is ook nog eens veel duurder.”

Primaire zorg in gevaar

Het probleem is volgens Hendrik Jan dat de veranderingen in de zorg te snel zijn doorgevoerd: “Er konden zeker wel dingen beter worden georganiseerd in de zorg. Maar nu gaan de veranderingen zo snel dat de primaire zorg in gevaar komt. Gemeentes leggen veel bij de wijkteams; dat is begrijpelijk want die zorg wordt veel meer in de eigen woonomgeving geboden en is goedkoper, maar de wijkteams hebben niet voldoende tijd gekregen om voldoende kennis te ontwikkelen over bijvoorbeeld verslaving. Daardoor worden signalen soms te laat herkend en wordt te lang gewacht met het inschakelen van specialistische zorg als die écht nodig is. En als gevolg komen te veel mensen terecht op de spoedeisende eerste hulp, is politie-inzet nodig of zijn alsnog langdurige opnames noodzakelijk. Wij zien dat veel vaker dan een aantal jaar geleden.”

Volgens Hendrik Jan moeten de maatregelen niet per se worden teruggedraaid, maar moeten we wel veel meer investeren in deskundigheidsbevordering van huisartsen en wijkteams: “En daarnaast moeten schuttingen binnen en tussen instellingen worden weggehaald. Samen moeten we de verantwoording nemen voor de cliënt. Zodat iedereen de juiste zorg krijgt, op het juiste moment, en mensen die hulp nodig hebben niet meer door de politie worden aangehouden omdat de problemen z√≥ uit de hand gelopen zijn.”

Verwarde personen grote steden Brabant

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek

Stad Meldingen 2014 Vergelijking met 2013
Breda 595 +22%
Den Bosch 518 +31%
Eindhoven 1.014 +11%
Roosendaal 189 -5%
Tilburg 704 +29%

 

Cijfers januari – juni 2015

Bekijk hier de cijfers over de eerste helft van 2015: u vindt hier informatie over de totale cijfers van Novadic-Kentron (specialistische en BasisGGZ), Kentra24 (jongeren) en over de cliënttevredenheid.

Novadic-Kentron totaal (specialistische en BasisGGZ)

Hieronder vindt u achtereenvolgens informatie over het aantal cliënten, hun primaire problematiek, geslacht en leeftijd.

Aantal cliënten n
Aantal nieuwe inschijvingen 2.059
Aantal cliënten in behandeling 6.832
Aantal cliënten per 1.000 inwoners 2,8

 

Primaire problematiek n %
Alcohol 2.306 33,8
Opiaten 806 11,8
Opwekkende middelen(Cocaïne, amfetamine) 966 14,1
Hallucinerende middelen(xtc) 15 0,2
Cannabis 838 12,2
GHB 189 2,8
Gokken 170 2,5
Nevencliënten 247 3,6
Overig of onbekend 1.295 19,0

 

Geslacht n %
Mannen 5.132 75,1
Vrouwen 1.700 24,9

 

Leeftijd n %
Ouder > 50 jaar 1.893 27,7
24-50 jaar 4.217 61,7
18 t/m 23 jaar 611 8,9
Jonger dan 18 jaar 111 1,6

Kentra24

186 cliënten (128 mannen, 58 vrouwen). De gemiddelde leeftijd is 20,1 jaar.

Primaire problematiek n %
Cannabis 99 53,2
Alcohol 20 10,8
Cocaïne 17 9,1
GHB 16 8,6
Amfetamine 7 3,8
Internet/gamen 9 4,8
Xtc 7 3,8
Overig/onbekend 11 5,9

Cliënttevredenheid

In 2015 zijn we gestart met een tevredenheidscijfer van 8,6. in de specialistische GGZ. De tevredenheid ligt daarmee iets hoger dan het gemiddelde van vorig jaar (8,2). Ook in de BasisGGZ vullen cliënten de meting in (zowel ROM* als de tevredenheidsmeting). De respons van deze groep is gestart dit jaar met 57% en ligt hiermee ver boven het landelijk gemiddelde. Door de metingen kunnen we op het einde van dit jaar betrouwbare uitspraken doen over hoe de cliënten van Novadic-Kentron (BasisGGZ en specialistische GGZ) de zorg beoordelen en wat de behandeleffecten zijn.

* ROM staat voor Routine Outcome Measurement. Hiermee worden de behandeleffecten gemeten. De vragenlijsten gaan over de ernst van de problemen en de klachten, het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven.

Korte berichten

De Novadic-Kentronvoucher voor ketenpartners: maak kennis met ons aanbod!

Wij vinden het zeer belangrijk om onze opdrachtgevers, beleidsmakers en ketenpartners te informeren over ons zorgaanbod en negatieve beeldvorming rondom verslaving en middelengebruik te doorbreken. Een nieuw middel om dit te bereiken, is de Novadic-Kentronvoucher. Hiermee kunnen gemeentebestuurders, raadsleden en beleidsambtenaren – maar ook andere ketenpartners – nader kennis maken met onderdelen van Novadic-Kentron. Die kennismaking gebeurt door lezingen, gesprekken met medewerkers en cliënten, en werkbezoeken. Tot nu toe is de voucher vooral in de regio Eindhoven ingezet. Zo waren eind april de Eindhovense wethouder Lenie Scholten, tien raadsleden en de griffier te gast bij de woonvoorziening aan de Boschdijk. Ze kregen een rondleiding, gingen in gesprek met bewoners en medewerkers en maakten kennis met de Cliëntenraad. Ook woonden ze presentaties bij over de Community Reinforcement Approach (onze leidende behandelvisie) en over trends op het gebied van middelengebruik. De reacties waren erg positief en afgesproken werd om in het najaar van 2015 een vervolg te plannen. Alle geïnteresseerde ketenpartners kunnen op maat gemaakte Novadic-Kentronvouchers aanvragen via communicatie@novadic-kentron.nl!

Medische Heroïne Unit Tilburg verhuisd

Op 24 en 25 juni is de Medische Heroine Unit in Tilburg verhuisd van de Burgemeester Suijsstraat naar de nieuwe locatie locatie Jan Wierhof. De unit is sinds 26 juni weer operationeel. In de MHU wordt naast medische heroïne ook methadon verstrekt. Voor de ingebruikname was er gelegenheid voor de leden van de beheergroep Jan Wier en wethouder Hans Kokke om een kijkje te nemen in de nieuwe ruimte. De beheergroep is nauw betrokken geweest bij de verhuisplannen en de inrichting van het terrein van de nieuwe MHU. Na de zomervakantie zal er nog een open dag worden georganiseerd voor de buurtbewoners en andere belangstellenden. Met het beheeroverleg is afgesproken dat medewerkers regelmatig een ronde door de buurt lopen. We proberen hiermee eventuele overlast tot een minimum te beperken en net als op de vorige locatie een bijdrage te leveren aan de veiligheid in de wijk.

Kentra maakt zorgafspraken met De La Salle

Kentra en Kentra24 hebben onlangs hernieuwde samenwerkingsafspraken gemaakt met De La Salle in Boxtel: een orthopedagogisch behandel- en expertisecentrum voor jongeren van 6 tot 21 jaar. Deze jonge cliënten hebben meestal een licht verstandelijke beperking, vaak gecombineerd met middelengebruik, gedragsproblemen of psychiatrische problemen. De La Salle heeft Kentra/Kentra24 gevraagd mee te denken over beleid waarmee de combinatie LVB en middelengebruik structureel aandacht krijgt. Het nieuwe beleidsdocument wordt geïmplementeerd bij behandelaars en groepsleiding. Daarnaast is vastgesteld dat uitbreiding van de samenwerking tussen Kentra/Kentra24 en De La Salle noodzakelijk is. De koppeling van de expertise van beide instellingen rondom complexe LVB- en middelenproblemen is nodig om een goed aanbod van preventie, hulp en deskundigheidsbevordering te ontwikkelen. Daarom is aan de beleidsdocumenten een bijlage toegevoegd waarin een aantal zorgarrangementen zijn beschreven.

SVP-CN intensiveert samenwerking binnen de justitiële keten

De SVP-CN (Stichting Verslavingszorg en Psychiatrie Caribisch Nederland) is op Bonaire gestart met twee initiatieven om meer activiteiten binnen de justitiële keten te ontwikkelen. Zo is met de Reclassering, Jeugdzorg, OM, Voogdijraad en politie een samenwerkingsverband aangegaan dat werkt zoals de Veiligheidshuizen in Nederland. De hulpverleners zitten echter niet in één pand: Bonaire is zo klein dat de hulpverleners elkaar sowieso regelmatig ontmoeten. Wel wordt wekelijks casusoverleg gepland. Ook met de gevangenis op Bonaire wordt intensiever samengewerkt. Er zijn afspraken gemaakt om psycho-educatie en motiverende gespreksvoering voor gedetineerden met verslavingsproblemen in te zetten. Daarnaast is afgesproken om zo vroeg mogelijk te starten met re-integratie- en resocialisatietrajecten. Om deze initiatieven uit te werken, heeft de SVP-CN onlangs twee forensische casemanagers aangetrokken. Zij worden vooralsnog vooral ingezet op Bonaire. Later wordt bekeken of activiteiten binnen de justitiële keten uitgebreid kunnen worden naar Saba en Sint Eustatius.

Theateravond ‘Who cares?‚’ opnieuw zeer geslaagd

In april werd voor de tweede keer in Den Bosch de muzikale theateravond ‘Who cares?‚’ georganiseerd. Deze theateravond, een initiatief van de Vrienden van Novadic-Kentron, is een samenwerkingsproject van Novadic-Kentron met de Will Hawkins Foundation, Koning Willem 1 College en LEF. De 150 bezoekers kregen een gevarieerd, boeiend en indrukwekkend programma te zien. Er waren drie voorstellingen over alcohol- en eetverslaving door derdejaarsstudenten van het Koning Willem 1 College, die werden omlijst door passende muziek van de Kentra24-band (cliënten en medewerkers van onze jeugdkliniek), HaroldK en het duo Thomas & Guus. Veldwerker en presentator Charles Dorpmans interviewde op indringende wijze Ralph Mohren, schrijver van de autobiografische roman Tonic, over een aan alcohol verslaafde leraar. ‘Who Cares?‚’ bleek opnieuw een schot in de roos. De theateravond kreeg ook van het Brabants Dagblad lovende kritieken. Novadic-Kentron zal volgend jaar opnieuw een ‘Who Cares?‚’-avond plannen en de mogelijkheden onderzoeken om de theateravond ook in andere delen van ons werkgebied te organiseren.

De ACRA-aanpak in de jeugdkliniek: over foute vrienden en Goed gedaan-bonnen

Hoe doorbreek je bij impulsieve jongeren de sterke impuls om genotmiddelen te gebruiken? Jongeren zijn sowieso al meer gericht op beloningen op korte termijn, dus hoe kunnen ze weerstand leren bieden aan de verleiding van alcohol, drugs, gokken of gamen? En hoe moet dat als al je vrienden ook gebruiken? Of als je in het weekend bij het uitgaan weer midden in die aantrekkelijke (maar risicovolle) wereld terecht komt? Bij Kentra24 zoeken we het antwoord op die vragen aan de hand van een zeer positieve en veelzijdige aanpak: ACRA.

Kentra24 is het onderdeel van Novadic-Kentron dat hulp biedt aan jongeren tussen de 12 en 24 jaar. We bieden alle vormen van hulp: van online hulp tot opname in de kliniek. De ACRA-aanpak (Adolescent Community Reinforcement Approach) staat daarbij centraal. Dit is een persoonlijke, positieve en toekomstgerichte aanpak waarbij we op alle gebieden in het leven van een jongere naar oplossingen en alternatief gedrag zoeken, dat uiteindelijk méér beloningen oplevert dan het oude gedrag. Hoe doen we dat?

Eigen doelen

Als een jongere in behandeling komt bij Kentra24, brengen we eerst alle problemen in kaart. De ouders, of andere belangrijke personen, worden hier zo mogelijk bij betrokken. Samen bekijken we wat slecht gaat, wat al goed gaat en op welke gebieden de jongere en de ouders verbetering willen zien: bijvoorbeeld op het gebied van opleiding of werk, familie, vrienden of hobby‚’s. Wat willen ze over drie maanden of over een jaar bereikt hebben? Wat is daarvoor nodig? Welke stappen kunnen ze daarin zetten? Ook wordt in kaart gebracht welke activiteiten de jongere plezierig vindt, en hoe die activiteiten concreet vorm kunnen krijgen.

De behandelaar ondersteunt de jongere bij het bereiken van de doelen, en traint de jongere ook bij het oplossen van problemen onderweg. Zo leert hij of zij beter omgaan met risicovolle situaties en kan terugval in oude patronen worden voorkomen.

Kleine stapjes

ACRA is een concrete aanpak: heel praktisch en altijd gericht op doelen waaraan de jongere en de ouders zélf willen werken. In kleine stapjes worden zichtbare resultaten behaald: dit geeft zelfvertrouwen en werkt motiverend om door te gaan en verder te komen. Zelfs als jongeren nog niet zeker weten of ze wel kunnen of willen stoppen met alcohol, drugs, gamen of gokken. Door de successen die worden behaald bij de eigen doelen, gaan jongeren bovendien weer wennen aan minder heftige vormen van beloning.

Samen met anderen

Met ACRA sluiten we aan bij het leven van de jongeren en hun omgeving. Niet alleen worden ouders of belangrijke anderen intensief betrokken bij de behandeling, maar ook brengen we samen met de jongere alle relaties in kaart en onderzoeken we welke van deze contacten ondersteunend en helpend zijn. Soms is het nodig contacten te herstellen of nieuwe contacten op te bouwen, soms is het beter om contacten los te laten die niet steunend of helpend zijn, zoals bijvoorbeeld gebruikersvrienden. Als een jongere ervoor kiest het contact met gebruikersvrienden niet los te laten, wordt samen met de behandelaar gekeken hoe dit contact veiliger kan worden onderhouden.

Flexibele behandeling

Onze hulp vindt meestal poliklinisch (vanuit thuis) plaats, maar als de problemen uit de hand zijn gelopen of de situatie thuis onhoudbaar is geworden, dan is een dagbehandeling of opname een mogelijkheid. Ondersteunend aan dagbehandeling kan gebruik gemaakt worden van een logeerbed, met als doel tijdelijk een veilige omgeving te bieden. Zo kan het logeerbed bijvoorbeeld ingezet worden in het weekend voor jongeren die het dan extra moeilijk hebben.

Beloningen

Gezonde beloningen staan centraal binnen de ACRA-aanpak. Binnen Kentra24 belonen we dan ook nadrukkelijk positief gedrag. Het belonen gebeurt door middel van mondelinge complimenten, complimentenkaartjes of door Goed gedaan-bonnen. Met de bronzen, zilveren of gouden bonnen kan de jongere één, vijf of tien waardepunten verdienen. Deze bonnen kunnen worden ingeleverd voor een beloning, bijvoorbeeld poolen, mountainbiken, cd‚’s of een boek. Naast deze beloningen kijken we ook naar een grotere beloning, voor als de jongere bijvoorbeeld zoveel weken clean is of zijn of haar behandeling afrondt.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over hulp bij Kentra24 of over de ACRA-behandeling? Mail ons op hulp@novadic-kentron.nl of bel ons op 073-689 90 90. Op www.kentra24.nl kunt u al onze contactgegevens terugvinden.

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!

Kort nieuws: NovaFarm-Grip, ZorgDomein en Local PASS

In deze rubriek brengen we u met enkele korte berichten op de hoogte van recente ontwikkelingen. Deze keer:

  • NovaFarm-Grip gaat zelfstandig
  • Novadic-Kentron op ZorgDomein
  • Europees project pakt problemen met drugs op lokaal niveau aan

NovaFarm-Grip gaat zelfstandig, maar blijft samenwerken met Novadic-Kentron

Als gevolg van de veranderingen in de zorg kan Novadic-Kentron de dagbesteding voor cliënten bij de zorgboerderijen van NovaFarm-Grip niet langer optimaal uitvoeren in eigen beheer. NovaFarm-Grip is om deze reden verder gegaan als zelfstandige B.V., onder leiding van een van de oud-medewerkers, Bart van den Boogaard. Zo blijft het mooie aanbod van de zorgboerderijen via NovaFarm-Grip bestaan. Novadic-Kentron kan blijven doorverwijzen naar een professionele organisatie die ook de eindverantwoordelijkheid draagt voor de zorg op de boerderijen. De boeren blijven de aansturing van de cliënten op de werkvloer verzorgen. De medewerkers van NovaFarm-Grip B.V. zorgen voor de toeleiding, evaluatie van de doelen, coaching van de boer en begeleiding van de cliënt. Omdat de zorgboerderijen van NovaFarm-Grip voor Novadic-Kentron “preferred suplier” blijven van deze vorm van dagbesteding, zal onze organisatie ook na de overname intensief met NovaFarm-Grip samenwerken. Onze behandelaars kunnen cliënten daardoor soepel en snel doorverwijzen naar de zorgboerderijen. Meer informatie vindt u op de website www.novafarm-grip.nl.

Novadic-Kentron op ZorgDomein

Vanaf 1 maart kunnen huisartsen hun cliënten elektronisch via de online applicatie ZorgDomein naar Novadic-Kentron en KentraBasis (RoderConsult) verwijzen. Dat betekent dat vanaf dat moment reguliere en verkorte toegangstijdafspraken via ZorgDomein verstuurd kunnen worden. Via ZorgDomein kan de huisarts makkelijker zien welke zorg beschikbaar is, en verloopt de verwijzing sneller, directer en eenvoudiger. De meeste huisartsen in Brabant werken al met ZorgDomein. Uiteraard kunnen huisartsen die nog niet met ZorgDomein werken, nog steeds een reguliere verwijsbrief gebruiken. U vindt hier op onze website onder Professionals en verwijzers meer informatie over. Wij zijn op ZorgDomein te vinden onder het specialisme Psychiatrie/GGZ.

Europees project pakt problemen met drugs op lokaal niveau aan

Op 5 en 6 februari vond in Breda een Europese conferentie plaats rondom de lokale aanpak van nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) en daarmee samenhangende problemen. Novadic-Kentron organiseerde deze conferentie samen met de gemeente Breda. Met nog zeven andere Europese partners vormden zij het project Local PASS dat op deze conferentie haar onderzoeksresultaten presenteerde.

Local PASS ontwikkelde een gestandaardiseerde lokale aanpak om tijdig en adequaat te reageren op nieuwe psychoactieve stoffen. De aanpak bestaat uit drie onderdelen: identificatie, risicotaxatie en inzet van interventies. Voor ieder onderdeel is een richtlijn met een overzichtelijke tool ontwikkeld.

Het is de bedoeling dat er lokaal panels worden opgericht. In die panels komen vertegenwoordigers bijeen van verschillende lokale partijen die bij drugs en drugspreventie betrokken zijn. Denk hierbij aan lokale overheid, zorginstellingen, politie, maar ook bijvoorbeeld organisatoren van dancefeesten. Signalen vanuit het werkveld over nieuwe stoffen of nieuwe trends met bekende stoffen worden verzameld in het panel. Met behulp van de drie richtlijnen en tools bepalen de panels welke stappen nodig zijn om tijdig en op een doelmatige manier te reageren.

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!

Is alcohol nou wel of niet slecht voor jongeren?

Begin december stond Nederland op zijn kop door een zeer opvallend onderzoek: neuropsychologe Sarai Boelema trok in haar proefschrift de conclusie dat alcoholgebruik helemaal niet zo schadelijk was voor de hersenen van jongeren als altijd werd gesteld. Zij vond geen verschil in cognitief functioneren tussen zwaar drinkende en niet drinkende jongeren. Deskundigen en politici buitelden over elkaar heen om hun mening te geven, waarop Boelema uiteraard weer reageerde. Nu het stof is neergedaald, blijven ouders en professionals zitten met de vraag: is alcohol nou wel of niet slecht voor jongeren? Ons antwoord: het risico op schade door alcohol is groot. Wij zetten voor u de conclusies van de discussies op een rijtje.

Het onderzoek van Boelema is een gedegen, langdurig onderzoek onder meer dan 2.200 jongeren en deskundigen (inclusief wijzelf) nemen dit onderzoek dan ook serieus. Inhoudelijke en onderzoekstechnische argumenten domineerden het debat. Wat kunnen we hieruit concluderen?

Was het onderzoek goed opgezet?

De steekproef van Boelema was zeker groot genoeg en het onderzoek was grondig en goed opgezet. Verschillende wetenschappers, waaronder dr. Jurriaan Witteman (Universiteit van Leiden), plaatsten desalniettemin wel kanttekeningen bij het onderzoek. Zo heeft Boelema niet specifiek de effecten van binge drinken onderzocht, terwijl daardoor waarschijnlijk de meeste schade ontstaat.

Schade mogelijk nog gecompenseerd door brein

Ook heeft Boelema cognitief functioneren onderzocht met tests, en niet met hersenscans. Boelema reageert hierop door te stellen dat ook in ander onderzoek meestal geen verschillen in cognitieve prestaties gevonden werden. Waar onderzoekers het over eens zijn (inclusief Boelema) is dat hersenscans wel effecten laten zien van zwaar alcoholgebruik op jonge leeftijd. Volgens Witteman is het goed mogelijk dat een aanvankelijk subtiele verstoring door het plooibare puberbrein gecompenseerd wordt, waardoor wel op scans maar niet bij tests iets van de schade te merken is. Het is mogelijk dat bij voortzetting van het (binge) drinkgedrag de schade niet meer gecompenseerd wordt en cognitieve schade in een later stadium ook met tests is vast te stellen.

Ten slotte stellen verschillende deskundigen dat in andere onderzoeken wel negatieve effecten op de hersenen van jongeren aangetoond worden, en dat dit ene onderzoek (hoe gedegen ook) gezien moet worden in het licht van alle andere onderzoeken.

Conclusie: alcoholgebruik door jongeren lijkt niet meteen tot verminderde prestaties op cognitieve taken te leiden. Omdat hersenscans echter wel effecten laten zien, is het mogelijk dat schade pas later zichtbaar wordt, of dat met name binge drinken schadelijk is. Aanvullend onderzoek bij jonge, zware en binge drinkers, waarbij over een lange periode metingen worden gedaan met zowel (gevoelige) tests als hersenscans, is noodzakelijk.

Novadic-Kentron blijft (wetenschappelijke en andere) ontwikkelingen in de gaten houden, maar ziet vooralsnog geen reden om afstand te doen van het standpunt dat alcohol zeer waarschijnlijk wel schadelijk is voor de zich ontwikkelende hersenen.

Andere alcoholgerelateerde schade

Maar alcohol heeft niet alleen mogelijk effecten voor cognitief functioneren:

  • Er is een sterke relatie tussen alcoholgebruik op jonge leeftijd, en verslaving op latere leeftijd. Hoe jonger begonnen wordt met drinken en hoe meer wordt gedronken, hoe groter de kans op alcoholverslaving.
  • Er is een sterke relatie tussen alcoholgebruik door jongeren en de kans op agressie en ongelukken.
  • Alcohol is kankerverwekkend en schadelijk voor alle belangrijke organen. Hiervoor is geen veilige ondergrens: zo is er ook bij matig drinken bij vrouwen een verhoogd risico op borstkanker. Alcohol vergroot ook de kans op een aantal andere vormen van kanker, met name kanker in de mond, keelholte, strottenhoofd, slokdarm en darmen. Daarnaast is er een hoger risico op een groot aantal lichamelijke en psychische aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, maag- en darmklachten, leverziektes, seksuele problemen, angsten, depressie en slapeloosheid. Alcohol staat op de vierde plaats van factoren die gezondheidsverlies (ziekte en sterfte) veroorzaken.

Dus… is alcohol nou wel of niet schadelijk voor jongeren?

Is alcohol nou wel of niet schadelijk voor jongeren? Het antwoord hierop is luid en duidelijk: het risico op schade door alcohol is hoe dan ook groot. Die risico‚’s zijn aanzienlijk groter voor kwetsbare groepen zoals jongeren. Novadic-Kentron staat dan ook volledig achter maatregelen die alcoholgebruik terugdringen en achter de verhoogde minimumleeftijd. In West- en Noordoost-Brabant wordt dit vorm gegeven in het alcoholmatigingsproject Think Before You Drink. Novadic-Kentron (Preventie) is hier naast de GGD en gemeenten een belangrijke partner. Meer weten? Stuur een mail naar preventie@novadic-kentron.nl!

Verder lezen…

De effecten van alcohol en drugs

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!

De ins en outs van GHB: alles wat je moet weten over deze gevaarlijke drug

Hoewel GHB in aantallen gebruikers een kleine positie inneemt in Nederland, is het wel een middel dat de laatste jaren opvallend veel aandacht heeft getrokken. Als “date rape drug”, als “ideale drug” en de laatste tijd steeds vaker als sterk verslavend en levensgevaarlijk middel. Hoe zit dat nou eigenlijk? Wat is de waarheid rondom GHB? Wat is het, hoe werkt het, en waarom is de reputatie van dit middel zo gekelderd? Wilt u de ins en outs weten van GHB? Lees dan verder!

Wat is GHB?

GHB staat voor gammahydroxyboterzuur en komt (ook bij niet-gebruikers) in zeer kleine hoeveelheden voor in het menselijk lichaam. De concentratie is echter zo laag, dat volgens internationale standaarden de stof niet als “lichaamseigen” kan worden gezien.

GHB kan relatief eenvoudig zelf worden gemaakt, met ingrediënten die gemakkelijk via internet te bestellen zijn, zoals GBL (een industrieel schoonmaakmiddel) en natronloog (gootsteenontstopper). GHB bestaat in poedervorm, maar komt het meest voor als een stroperige, kleurloze vloeistof. GHB heeft een verdovende werking op het centrale zenuwstelsel en geeft een ontspannen gevoel; ook werkt GHB seksueel stimulerend.

Waar komt GHB vandaan?

GHB werd in de jaren zestig van de vorige eeuw ontwikkeld in een laboratorium, en werd (medicinaal) gebruikt als slaap- en verdovingsmiddel. Vanwege de bijwerkingen werd GHB echter nooit op grote schaal toegepast.

Date rape drug?

Gaandeweg deed GHB zijn intrede in het uitgaansleven. De drug werd in eerste instantie vooral gebruikt in de gay en kinky scene vanwege zijn lustopwekkend effect. In de jaren negentig werd het bekend als “date rape drug”: een middel dat stiekem in een drankje wordt gedaan om een slachtoffer te verdoven en te kunnen dwingen tot seks. Onderzoek lijkt er echter op te wijzen dat GHB slechts sporadisch werd gebruikt met dit doel.

Ideale drug?

GHB is door gebruikers lang gezien als “ideale drug”: het vergroot je zelfvertrouwen en libido, het is goedkoop, makkelijk te verkrijgen, makkelijk te verbergen (ziet eruit als water) en je houdt er geen kater aan over. Het gebruik is de laatste jaren dan ook sterk gestegen, onder zeer diverse groepen: zowel thuis als in het uitgaansleven, onder jongeren en volwassen gebruikers, hoog en laag opgeleiden en zowel in de stad als op het platteland. We zien in het recreatieve gebruik nog geen daling. GHB wordt bovendien steeds vaker gebruikt als bijmiddel om een roes te verlengen (bij xtc) of te dempen (bij speed). Door de sterke stijging van het aantal gebruikers steeg ook het aantal incidenten en hulpvragen, en werd bekend dat het middel zeer grote risico‚’s heeft.

Waarom is GHB zo gevaarlijk?

Elk genotmiddel kan ongewenste effecten hebben. GHB kan misselijkheid, duizeligheid, een slap gevoel in de spieren en stuiptrekkingen in gezicht, benen en armen veroorzaken. Maar wat GHB echt (levens)gevaarlijk maakt, is dat het zeer moeilijk te doseren is. Het verschil tussen een werkzame dosis en een overdosis is buitengewoon klein. Bij een overdosis kan al gauw bewusteloosheid of zelfs een coma optreden, waarbij de ademhaling kan worden onderdrukt (zeker in combinatie met andere middelen zoals alcohol).

Ook is GHB zéér verslavend. Al na enkele weken frequent gebruik kan de GHB-gebruiker afhankelijk worden. Omdat GHB maar kort werkt, moeten afhankelijke gebruikers elke twee tot vier uur – dag en nacht – een nieuwe dosis innemen om onthoudingsverschijnselen te voorkomen. Die onthoudingsverschijnselen vormen een andere reden waarom GHB zo gevaarlijk is: bij plotseling stoppen met GHB kunnen namelijk zéér ernstige en zelfs levensbedreigende complicaties optreden, met delirium, toevallen, verhoogde bloeddruk en hallucinaties. Zelf, zonder begeleiding, stoppen met GHB wordt dan ook ernstig afgeraden.

Hoe wordt GHB-verslaving behandeld?

Het aantal GHB-verslaafden dat zich laat behandelen is relatief klein, maar is de afgelopen jaren wel sterk gestegen. GHB-verslaving is moeilijk te behandelen en de terugval in gebruik is hoger dan bij de meeste andere verslavende middelen, zoals alcohol, cannabis of cocaïne.

De behandeling begint met een detoxificatie waarbij gebruikers op veilige manier en zonder ernstige complicaties met GHB-gebruik stoppen. Novadic-Kentron gebruikt een hiervoor speciaal ontwikkelde methode waarbij de gebruiker overgaat op medicinale GHB, die vervolgens langzaam wordt afgebouwd. Deze afbouw duurt meestal twee tot drie weken. De detoxificatie is maar een heel klein deel van de behandeling; veel mensen hebben namelijk grote moeite om een normaal leven zonder GHB te leiden. Tijdens de behandeling wordt dan ook gewerkt aan het omgaan met “zucht”, het herstellen of creëren van een gezond sociaal netwerk, zinvolle dagbesteding, het oppakken van psychische problemen en andere zaken die van belang zijn in het leven van de cliënt.

Om de hoge terugval te verminderen, werkt Novadic-Kentron momenteel samen met hulpverleners, cliënten en wetenschappers aan het ontwikkelen van nieuwe behandelingen voor GHB-verslaving.

Verder lezen…

GHB-verslaving

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!

Zorg Innovatie Centrum: waar verslaafden hun vooroordelen overwinnen en professionals leren van studenten…

In het Zorg Innovatie Centrum (ZIC) maken studenten de dienst uit. Natuurlijk wel onder begeleiding van professionele begeleiders, maar het is hier niet zo dat een leerling verlegen meekijkt over de schouder van een doorgewinterde behandelaar. Nee, de studenten runnen de hele behandelafdeling, voeren gesprekken met de cliënten, zijn hun persoonlijke begeleiders, nemen controles af en dienen medicatie toe. En ja, dat is voor studenten én voor cliënten soms best even wennen. Niet eens vanwege vooroordelen van studenten ten aanzien van verslaafden, maar eigenlijk juist andersom‚Ķ

Het Zorg Innovatie Centrum is niet alleen maar een mooie naam voor een leerschool. Natuurlijk is scholing wel een belangrijk doel van het ZIC. Er is ruimte voor vijfentwintig studenten die hier hun opleiding met werken combineren of hier een half jaar tot een jaar stage volgen. Hun achtergronden zijn heel gevarieerd: ze volgen verschillende opleidingen (verpleegkundige, sociaal-pedagogische of zelfs sportopleidingen), op verschillende niveaus (mbo, hbo) en in verschillende leerjaren. Ook ervaringsdeskundigen worden hier opgeleid.

Chaotisch

Laurie (22) zit in het tweede leerjaar van de opleiding mbo-v en combineert al anderhalf jaar leren met werken in het ZIC. En dat bevalt haar heel goed. Laurie: “In het begin van het schooljaar is het wel chaotisch met veel nieuwe studenten, maar je vindt hier vrij snel je weg. Je moet ook wel. Er wordt veel zelfstandigheid van je verwacht, je moet zelf dingen oppakken en ondernemen. Dat spreekt mij heel erg aan.”

Juist door studenten meteen zeer actief te betrekken bij het hele behandelproces, kan Novadic-Kentron innovaties in de zorg doorvoeren. De studenten nemen immers uit hun opleidingen de laatste methodes en kennis mee, ze zijn erg enthousiast en hebben volop ideeën over hoe het beter kan.

Van vragenrondje naar spelletjes

Laurie: “We hebben veel inspraak en er wordt echt naar ons geluisterd. Initiatieven waar wij mee komen, worden vaak overgenomen en geïmplementeerd. Zo hebben we de dagopening en –sluiting veranderd. Dit was eigenlijk niet meer dan een soort vragenrondje aan cliënten, dat was bijna een routinenummer geworden. Wij mochten dit zelf gaan invullen en hebben er veel meer variatie en creativiteit ingebracht. Zo werken we nu met spelletjes, het uitdelen van complimenten, discussies… Zo is dit onderdeel nu veel veelzijdiger en efficiënter geworden.”

Sporten en somatische klachten

Als de nieuwe werkwijzen in pilots op het ZIC beproefd zijn, kunnen ze ook op andere afdelingen van Novadic-Kentron ingevoerd worden. Daarnaast leveren ook de opdrachten en onderzoeken die studenten in het kader van hun opleiding uitvoeren, veel nuttige informatie op. Zo kunnen bepaalde vraagstukken worden opgepakt. Nu het aanbod sportactiviteiten bijna helemaal is wegbezuinigd, is het bijvoorbeeld heel nuttig om te weten hoe sport bijdraagt aan het herstel van een verslaafde, en hoe je als organisatie het sporten toch nog verantwoord kunt faciliteren. Ook thema‚’s zoals het betrekken van naasten bij de behandeling of het aanpakken van somatische klachten bij oudere cliënten kunnen zo worden onderzocht.

Schuilen achter het professionele team

Laurie: “Dat je zoveel bij kunt dragen en een kans krijgt om de zorg mee te ontwikkelen, is heel erg leuk. Maar het vraagt wel een bepaald type student. Je kunt niet schuilen achter het professionele team. Je moet initiatief willen nemen, creatief en ondernemend zijn. Maar je moet ook assertief zijn en zelf goed je grenzen en je eigen doelen bewaken.”

Schrikken

Dat geldt gelukkig voor het gros van de ZIC-studenten. De meeste studenten kiezen hier ook heel bewust voor. Ze solliciteren zelf naar een leer-werkplek, en in de selectie wordt ook goed gekeken of er een match is. Alleen bij stages zijn studenten soms minder goed voorbereid en komt het voor dat ze schrikken. Bijvoorbeeld als een verpleegkundestudent niet zelf de stageplek uitzoekt, maar hier wordt geplaatst. Zo‚’n student heeft dan ervaring in een ziekenhuis, maar hier bestaat het werk natuurlijk niet zozeer uit medische handelingen zoals wondverzorging, maar liggen de handelingen op het vlak van geestelijke gezondheid. Gesprekken en reflectie zijn aan de orde van de dag, maar dit ligt niet iedereen. Aan de doelgroep ligt het echter zelden; hoeveel vooroordelen er ook heersen over verslaafden, bij de studenten die hier komen werken, leven die nauwelijks.

Vooroordelen over studenten

Andersom is dat soms wél het geval! Cliënten die bij het ZIC in behandeling komen, hebben soms wel vooroordelen over studenten. Die willen liever geholpen worden door een “echte” behandelaar. Vooral oudere cliënten hebben hier meer moeite mee. Toch gaat het na verloop van tijd bijna altijd goed: in vier jaar ZIC is er slechts één cliënt geweest die wegging omdat hij per se niet met studenten te maken wilde hebben. Nagenoeg alle cliënten merken na een tijdje dat ze niet alleen goede zorg krijgen, maar dat de behandeling door studenten ook voordelen heeft.

“Kom maar bij mij oefenen”

Laurie: “De meeste cliënten vinden het prima, en er zijn ook cliënten die het heel leuk vinden om de studenten te helpen iets te leren. Zo was er een cliënt die injecties moest krijgen vanwege trombose. Die zei: ‘Oh, kom maar bij mij oefenen met het zetten van spuiten.‚’ ”

Het enthousiasme en de betrokkenheid van de studenten bevalt de cliënten ook goed. De studenten die met opdrachten of onderzoek bezig zijn, stellen andere vragen en betrekken ook nadrukkelijk cliënten bij het meedenken over wat werkt en niet werkt op de afdeling.

Na vier jaar Zorg Innovatie Centrum kunnen we dan ook de conclusie trekken dat het ZIC voor alle partijen voordelen heeft: De studenten hebben een leer-werkplek waar ze al hun vaardigheden kunnen trainen en een zinvolle bijdrage kunnen leveren. Cliënten hebben baat bij de innovaties en het enthousiasme en de goede ideeën van de studenten, en Novadic-Kentron kan de kwaliteit van de zorg verbeteren, én investeert bovendien in deskundig en prima getraind toekomstig personeel. De ZIC-studenten hebben het namelijk zo naar hun zin, dat ze hier ook vaak blijven werken ná hun opleiding.

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!

De zin en onzin van drugstesten

Recent onderzoek van het Trimbos-instituut toont aan dat het gebruik van xtc steeds verder wordt “genormaliseerd”: 60% van de uitgaanders gebruikt xtc en het taboe om zichtbaar onder invloed te zijn neemt flink af, evenals de schroom om het eigen gebruik te bespreken. Tegelijkertijd nemen de risico‚’s toe: de laatste jaren is de gemiddelde dosering MDMA (werkzame stof in xtc) ongekend hoog. Ernstige verstoringen van vitale functies zoals bloeddruk, hartslag, ademhaling en temperatuurregulatie komen vaker voor, waardoor steeds meer feestgangers zich bij de EHBO-posten op locatie melden of bij de Spoedeisende Hulpafdelingen van ziekenhuizen. Ook zijn er al dodelijke slachtoffers te betreuren geweest. Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat de maatschappelijke discussie over drugstesten op feesten en evenementen weer is opgelaaid. Klinkt zinnig, maar is het dat ook?

Als expert op het gebied van verslaving en verslavingszorg mengt ook Novadic-Kentron zich in deze discussie. Drugsexpert en coördinator DIMS* Charles Dorpmans was onlangs met een aantal andere deskundigen uitgenodigd voor een expertmeeting met staatssecretaris VWS Martin van Rijn. In het gesprek werd ook het testen op feesten en evenementen besproken. Onze mening: dergelijke testen hebben geen toegevoegde waarde.

De testservice in Brabant

Novadic-Kentron heeft in de Brabantse grote steden (Breda, Den Bosch, Eindhoven, Oss, Roosendaal en Tilburg) eigen testlocaties. Jaarlijks worden daar zo‚’n 1.800 pillen en poeders getest, die aangeleverd worden door ruim 1.500 gebruikers. DIMS analyseert de aangeboden monsters op samenstelling en werkzame stoffen. De testservice heeft twee taken: monitoring en surveillance. Door de testservice weten we wat er op de markt van illegale uitgaansdrugs wordt aangeboden en signaleren we snel mogelijke gevaren voor de volksgezondheid (zoals hooggedoseerde of vervuilde drugs). Als er stoffen worden aangetroffen met een direct gevaar voor de volksgezondheid, worden regionale of landelijke waarschuwingsacties opgezet (Red Alert). De testservice heeft ook een preventieve functie. Na de analyse van de test krijgen gebruikers in een persoonlijk gesprek informatie over de samenstelling van de werkzame stoffen, het gebruik en de mogelijke risico‚’s.

Nadelen van testen op feesten en evenementen

Het zerotolerancebeleid op dance-evenementen dat door de centrale overheid wordt gevoerd, is eigenlijk de grootste belemmering om weer te gaan testen op locatie. Dit is een tegenstrijdigheid die de politiek eerst zou moeten aanpakken, omdat dit de discussie vertroebelt. Daarnaast kleven er, in tegenstelling tot het testen op de DIMS-testlocaties, een aantal nadelen aan het testen van drugs op feesten en evenementen. Een van de grootste nadelen is dat er nauwelijks mogelijkheden zijn voor persoonlijk contact. De persoonlijke omstandigheden van de gebruiker – die mede de risico‚’s bepalen – en de testuitslag kunnen niet besproken worden: er is te veel lawaai, een te grote tijdsdruk en de feestganger staat al op het punt te gaan gebruiken. Bovendien zijn de analysemogelijkheden op feesten en evenementen veel beperkter. Bekende pillen kunnen in principe wel ter plaatse getest worden: die zijn opgenomen in de database van DIMS en kunnen met een zuurtest snel herkend worden. Onbekende pillen moeten echter naar een laboratorium worden opgestuurd voor nader onderzoek, wat tijdens een evenement natuurlijk weinig zin heeft.

Nadelen van drugstesten via ouders

Er zijn de afgelopen jaren nog andere initiatieven geweest op het gebied van drugstesten. Zoals het ongevraagd verspreiden van drugstesten onder ouders van kinderen tussen 15 en 19 jaar. Volendam had in 2010 de landelijke primeur, later werden in de Brabantse gemeenten Halderberge en Drimmelen plannen op dit gebied gemaakt. Die gemeenten hebben we geadviseerd van deze plannen af te zien. Dit omdat het gros van de jongeren niet gebruikt, de betrouwbaarheid van dergelijke testen laag is en zo‚’n test altijd een momentopname is, die niets zegt over de frequentie van gebruik. Maar vooral omdat zo‚’n drugstest de vertrouwensband tussen ouder en kind ernstig schaadt. En juist die band is nodig om zicht te houden op waar je kind mee bezig is en zaken bespreekbaar te maken. Een dergelijke drugstest heeft alleen zin op vrijwillige basis en met het doel de dialoog tussen ouder en kind op gang te brengen. Halderberge heeft, mede op advies van Novadic-Kentron, afgezien van het verstrekken van drugstesten. Drimmelen heeft besloten niet actief testen te verspreiden, maar ze alleen uit te reiken op verzoek van ouders. Daarvoor bleek geen animo te zijn.

Hebben drugstesten zin? Jazeker, maar dan weloverwogen ingezet, en met voldoende tijd en ruimte voor een begeleidend adviesgesprek!

* DIMS = Drugs Information and Monitoring System

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!