Joris wordt kok: hoe de integrale aanpak van Kentra een groot verschil kan maken

Een probleem met genotmiddelen is zelden geïsoleerd. Stevig drinken leidt bijvoorbeeld vaak tot problemen op het werk, ruzie in het gezin, psychische of lichamelijke klachten, of zelfs overlast of huiselijk geweld. En bovendien hangen die problemen meestal samen. Daarom hebben de huidige transities binnen de zorg als doel om burgers met problemen zoveel mogelijk in de eigen omgeving en onder hun eigen regie hulp te bieden. De problemen spelen zich lokaal af, en kunnen dus ook het beste lokaal – en in samenhang – worden aangepakt. Om hier optimaal op in te kunnen spelen, heeft Novadic-Kentron de afdelingen Preventie, RoderConsult, Kentra24 (jongeren) en de BasisGGZ vanaf 2015 ondergebracht in één organisatieonderdeel met de naam Kentra.

Binnen Kentra brengen wij het volledige sociale en medische domein onder één vlag. Preventie, het voormalige RoderConsult en de BasisGGZ opereren daarbij binnen de generalistische verslavingszorg. Kentra24 is een superspecialisme, maar omdat het bij jongeren heel snel fout kan gaan en we direct willen kunnen opschalen – bijvoorbeeld direct van preventie naar opname – hebben wij omwille van de snelheid ook Kentra24 ondergebracht bij Kentra.

In 2015 zal Kentra voor onze ketenpartners steeds zichtbaarder worden. Binnen onze organisatie is er geen scheiding meer tussen wijkgerichte onderdelen, maar ook de samenwerking met de andere partners in de wijk – de huisarts, de praktijkondersteuner – neemt sterk toe. Daarbij is het onze taak om deze generalisten in de wijk te leren om problemen met genotmiddelen vroegtijdig te herkennen. Daarnaast behandelen wij cliënten als dat nodig is zoveel mogelijk met kortdurende, ambulante trajecten, en ten slotte blijven wij via onze preventiemedewerkers gezond gedrag stimuleren en een vinger aan de pols houden na de behandeling. Hoe werkt deze integrale aanpak in de praktijk? Een voorbeeld.

Joris wordt kok

Joris is een jongen van 17 jaar die een flink cocaïneprobleem heeft ontwikkeld en ook drinkt en blowt. Joris is beginnen te dealen op school, en zodra dat wordt ontdekt, wordt hij weggestuurd. De zaak escaleert als Joris thuis hoogoplopende ruzie krijgt en hij zijn moeder een klap verkoopt. Onder druk van zijn ouders en de wijkmedewerker wordt besloten dat Joris in behandeling gaat. Joris is ook bepaald niet gelukkig momenteel, en laat zich vrijwillig opnemen. Na een korte opname zal hij verder ambulant worden behandeld.

“Hij hoeft niet meer thuis te komen”

Tijdens het intakegesprek geven de ouders plotseling aan dat Joris na de opname niet meer thuis hoeft te komen. Joris moet maar een kamer zoeken, maar op zo‚’n korte termijn kan het wijkteam niks meer regelen. De hoofdbehandelaar jeugd, de preventiewerkers en de wijkteammedewerker gaan in gesprek met de ouders. Zij mogen een minderjarig kind niet zomaar uit huis zetten, maar krijgen wel zelf ondersteuning.

Brussencursus

De ouders gaan akkoord en krijgen een training over hoe ze beter om kunnen gaan met hun oudste zoon. De relatie met Joris wordt langzaam maar zeker beter. Voor het jongere broertje en zusje van Joris is speciale aandacht. Zij zijn kwetsbaar om zelf gedragsproblemen of een verslaving te ontwikkelen. Zij worden ingeschreven voor een “brussencursus”, een training voor broertjes en zusjes van verslaafde jongeren. De training slaat goed aan en de kinderen hebben een positieve invloed in het gezin. Ze helpen zelfs hun ouders (“Pap, dat moet je zo niet zeggen, je moet zeggen‚Ķ”). Zo wordt het totale systeem sterker.

Koksopleiding

Joris wordt ondertussen door Kentra24 geholpen om zijn toekomst vorm te geven: hij gaat definitief van zijn huidige school af, en gaat een koksopleiding volgen, waar hij zeer enthousiast over is. Na afronding van de ambulante behandeling houdt de veldwerker die het gezin kent, nog een oogje in het zeil. Als Joris in de coffeeshop wordt gesignaleerd, is een enkel gesprek voldoende om hem weer op het juiste spoor te zetten.

“Integratie van het sociaal-medische domein binnen Kentra” klinkt als een hele mond vol zorgjargon. Maar hierdoor krijgen cliënten als Joris – én zijn hele omgeving – wel uitstekende zorg, in een naadloze samenwerking tussen experts en generalisten binnen én buiten Novadic-Kentron.

Samenwerking met SMO Verdihuis Oss: experts zoeken experts om samen beste zorg te leveren

Het gebied waar wij ons op richten, is ongekend groot. Onze professionals bewegen zich tussen xtc-gebruikers op dance-evenementen, en – helemaal aan de andere kant van het spectrum – chronisch verslaafde daklozen. Werelden van verschil. Maar we vinden het wel heel belangrijk dat élke cliënt maatwerk krijgt, met niet alleen aandacht voor het middelengebruik, maar voor het hele leven. Je kunt dan twee dingen doen: zelf alles in eigen hand nemen en “iets weten over alles”, of juist “alles weten over iets” en de rest uitbesteden. Novadic-Kentron kiest voor dat laatste. We keren steeds meer terug naar onze core business: expert zijn op het gebied van verslaving. Maar dat betekent niet dat wij onze schouders ophalen voor alle bijkomende problemen, dat we tegen een (bijna) dakloze cliënt zeggen: sorry, uw woonproblemen zijn niet onze zorg. Integendeel, door bepaalde zaken niet meer zelf te doen, wordt de totale zorg in de regio beter, eenvoudiger, efficiënter en deskundiger. Want door samen te werken met andere experts op andere gebieden, weten we samen “alles over alles”.

Dit geldt ook – en misschien wel vooral – voor personen aan de rand van de samenleving. Mensen die vaak niet alleen verslaafd zijn, maar ook andere problemen hebben, zoals met wonen. Deze kwetsbare burgers belanden vaak op straat, met als gevolg verloedering, maar ook overlast in met name de grote steden. Deze mensen van de straat af halen en hen begeleid laten wonen, is dan ook een doel van veel gemeenten.

Tussen wal en schip

In Oss beheerde Novadic-Kentron voorheen zelf groepshuizen met eigen woonbegeleiding. Ook SMO Verdihuis deed veel aan woonbegeleiding. Maar verslaafde cliënten konden niet bij het Verdihuis terecht. Daardoor vielen er mensen tussen wal en schip, want wij hadden niet de capaciteit van het Verdihuis.

Mehtap Yilmaz, teamleider specialistische GGZ: “We zijn toen met elkaar gaan praten: in hoeverre was het mogelijk dat het Verdihuis cliënten met middelenproblemen of met risico op terugval kan overnemen? Al snel werd duidelijk dat we dezelfde doelen hadden: goede zorg bieden aan mensen aan de rand van de samenleving. En het Verdihuis zag ook steeds meer in dat terugval een onderdeel kan zijn van het herstelproces. Vervolgens hebben we met het Verdihuis verkend waar de behoeften lagen.”

Op basis hiervan is begin 2015 een convenant opgesteld. Het Verdihuis zorgt voor de woonbegeleiding en Novadic-Kentron voor de behandeling van de verslavingsproblemen van de cliënt. De lijnen zijn kort en als dat nodig is, kan met een medewerker van Novadic-Kentron worden overlegd over de problemen van een cliënt. Zo nodig kunnen sámen gesprekken met de cliënt worden gevoerd.

Taboes doorbroken

Mehtap: “In het begin werden we regelmatig ingeschakeld bij problemen, maar we merken dat het Verdihuis zelf steeds kundiger wordt. Buiten de verslavingszorg zien we dat middelengebruik vaak een taboe is, een onderwerp dat vermeden wordt of dat men heel lastig vindt om te bespreken. Maar door de nauwe onderlinge samenwerking heeft het Verdihuis dat taboe weten te doorbreken. Voor de cliënten heeft deze aanpak veel voordelen: ze krijgen woonbegeleiding én verslavingszorg van de partijen in de regio die op die gebieden de meeste expertise hebben, en ze vallen niet meer buiten de boot doordat de ene partij te weinig capaciteit heeft en de ander niks met middelengebruik kan. Doordat je als instellingen niet hetzelfde doet, maar elkaar juist aanvult, wordt het totale aanbod veel beter. Door de samenwerking word je in je eigen kracht gezet, daag je elkaar uit om op je eigen gebied nog meer expertise te bieden.”

Beter en minder ingewikkeld zorgaanbod

Ook gemeentes hebben baat bij deze nieuwe samenwerkingsvormen: de expertise van elke instelling wordt optimaal benut, waardoor het totale hulpaanbod beter wordt. Ook wordt het proces bij het Wmo-loket versimpeld: het is veel overzichtelijker wie welke zorg nodig heeft en van wie hij of zij die kan krijgen.

Mehtap: “Ook in andere gemeenten kiezen we er in toenemende mate voor om niet alle zorg en begeleiding zelf te bieden, maar hiervoor samenwerking te zoeken met de experts op specifieke gebieden. We zijn niet langer elkaars concurrenten, maar bieden in de regio voor elke cliënt samen het beste zorgaanbod.”

Toename verwarde personen ook bij Novadic-Kentron merkbaar

“Verwarde man dreigt flat op te blazen”, “verwarde man door verplegers van dak gehaald”, “verwarde man zwaait met messen”: kranten reppen tegenwoordig regelmatig over dit soort incidenten. Het beeld dat incidenten met verwarde personen steeds vaker voorkomen, wordt door cijfers bevestigd: in 2014 kwamen bij de politie 60.000 meldingen binnen van dergelijke incidenten, tegen 52.000 het jaar daarvoor. Sinds 2011 is het aantal meldingen zelfs gestegen met 47%. Wat is er aan de hand?

Er worden verschillende mogelijke oorzaken genoemd van deze stijging, zoals de economische crisis. Maar ook de veranderingen in de zorg kunnen een oorzaak zijn: mensen worden vaker ambulant en minder lang behandeld, en vaker behandeld door wijkteam, huisarts of andere niet-specialistische hulpverleners. En al werkt dat voor heel veel mensen goed, en wordt de drempel voor zorg vaak lager: voor een beperkte groep kan dit wel eens heel slecht uitpakken. Hendrik Jan van Essen, senior sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bij de Acute Zorg van Novadic-Kentron, onderschrijft dit: “Via onder meer politie, GGZ-crisisdiensten en huisartsen krijgen wij meldingen binnen van personen die met spoed hulp nodig hebben en bij wie middelengebruik een prominente rol speelt. Dat kan bijvoorbeeld een zware drinker zijn die suïcidaal wordt. Maar ook een verwaarloosde verslaafde die meer dood dan levend in zijn woning ligt. We zien de laatste jaren dat de problemen steeds complexer worden en steeds meer uit de hand zijn gelopen.”

Schrijnende onderbehandeling

Hoewel minister Schippers (VWS) aangeeft dat nog geen verband is aangetoond tussen het zorgbeleid en de toename van het aantal verwarde personen, twijfelt Hendrik Jan geen moment aan de oorzaak: “We komen door onderbehandeling zeer schrijnende gevallen tegen, die gemakkelijk voorkomen hadden kunnen worden. Zo werd een oudere man bij ons gemeld. Hij dronk veel en at al tijden slecht. De huisarts schreef hem energiedrankjes en astronautenvoedsel voor, maar dat hielp niet. Ondertussen bleef hij wel stevig drinken. Hierdoor ontstond een ernstig vitaminetekort dat uiteindelijk leidde tot Korsakov. Deze meneer is opgenomen in het ziekenhuis en daarna meteen naar het verpleeghuis gegaan. Als we hier drie maanden eerder bij waren geweest, hadden we zijn verslaving kunnen aanpakken en hem extra vitamines kunnen geven. Nu zijn de problemen niet meer op te lossen. En zijn opname in het verpleeghuis is ook nog eens veel duurder.”

Primaire zorg in gevaar

Het probleem is volgens Hendrik Jan dat de veranderingen in de zorg te snel zijn doorgevoerd: “Er konden zeker wel dingen beter worden georganiseerd in de zorg. Maar nu gaan de veranderingen zo snel dat de primaire zorg in gevaar komt. Gemeentes leggen veel bij de wijkteams; dat is begrijpelijk want die zorg wordt veel meer in de eigen woonomgeving geboden en is goedkoper, maar de wijkteams hebben niet voldoende tijd gekregen om voldoende kennis te ontwikkelen over bijvoorbeeld verslaving. Daardoor worden signalen soms te laat herkend en wordt te lang gewacht met het inschakelen van specialistische zorg als die écht nodig is. En als gevolg komen te veel mensen terecht op de spoedeisende eerste hulp, is politie-inzet nodig of zijn alsnog langdurige opnames noodzakelijk. Wij zien dat veel vaker dan een aantal jaar geleden.”

Volgens Hendrik Jan moeten de maatregelen niet per se worden teruggedraaid, maar moeten we wel veel meer investeren in deskundigheidsbevordering van huisartsen en wijkteams: “En daarnaast moeten schuttingen binnen en tussen instellingen worden weggehaald. Samen moeten we de verantwoording nemen voor de cliënt. Zodat iedereen de juiste zorg krijgt, op het juiste moment, en mensen die hulp nodig hebben niet meer door de politie worden aangehouden omdat de problemen z√≥ uit de hand gelopen zijn.”

Verwarde personen grote steden Brabant

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek

Stad Meldingen 2014 Vergelijking met 2013
Breda 595 +22%
Den Bosch 518 +31%
Eindhoven 1.014 +11%
Roosendaal 189 -5%
Tilburg 704 +29%

 

Cijfers januari – juni 2015

Bekijk hier de cijfers over de eerste helft van 2015: u vindt hier informatie over de totale cijfers van Novadic-Kentron (specialistische en BasisGGZ), Kentra24 (jongeren) en over de cliënttevredenheid.

Novadic-Kentron totaal (specialistische en BasisGGZ)

Hieronder vindt u achtereenvolgens informatie over het aantal cliënten, hun primaire problematiek, geslacht en leeftijd.

Aantal cliënten n
Aantal nieuwe inschijvingen 2.059
Aantal cliënten in behandeling 6.832
Aantal cliënten per 1.000 inwoners 2,8

 

Primaire problematiek n %
Alcohol 2.306 33,8
Opiaten 806 11,8
Opwekkende middelen(Cocaïne, amfetamine) 966 14,1
Hallucinerende middelen(xtc) 15 0,2
Cannabis 838 12,2
GHB 189 2,8
Gokken 170 2,5
Nevencliënten 247 3,6
Overig of onbekend 1.295 19,0

 

Geslacht n %
Mannen 5.132 75,1
Vrouwen 1.700 24,9

 

Leeftijd n %
Ouder > 50 jaar 1.893 27,7
24-50 jaar 4.217 61,7
18 t/m 23 jaar 611 8,9
Jonger dan 18 jaar 111 1,6

Kentra24

186 cliënten (128 mannen, 58 vrouwen). De gemiddelde leeftijd is 20,1 jaar.

Primaire problematiek n %
Cannabis 99 53,2
Alcohol 20 10,8
Cocaïne 17 9,1
GHB 16 8,6
Amfetamine 7 3,8
Internet/gamen 9 4,8
Xtc 7 3,8
Overig/onbekend 11 5,9

Cliënttevredenheid

In 2015 zijn we gestart met een tevredenheidscijfer van 8,6. in de specialistische GGZ. De tevredenheid ligt daarmee iets hoger dan het gemiddelde van vorig jaar (8,2). Ook in de BasisGGZ vullen cliënten de meting in (zowel ROM* als de tevredenheidsmeting). De respons van deze groep is gestart dit jaar met 57% en ligt hiermee ver boven het landelijk gemiddelde. Door de metingen kunnen we op het einde van dit jaar betrouwbare uitspraken doen over hoe de cliënten van Novadic-Kentron (BasisGGZ en specialistische GGZ) de zorg beoordelen en wat de behandeleffecten zijn.

* ROM staat voor Routine Outcome Measurement. Hiermee worden de behandeleffecten gemeten. De vragenlijsten gaan over de ernst van de problemen en de klachten, het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven.

Korte berichten

De Novadic-Kentronvoucher voor ketenpartners: maak kennis met ons aanbod!

Wij vinden het zeer belangrijk om onze opdrachtgevers, beleidsmakers en ketenpartners te informeren over ons zorgaanbod en negatieve beeldvorming rondom verslaving en middelengebruik te doorbreken. Een nieuw middel om dit te bereiken, is de Novadic-Kentronvoucher. Hiermee kunnen gemeentebestuurders, raadsleden en beleidsambtenaren – maar ook andere ketenpartners – nader kennis maken met onderdelen van Novadic-Kentron. Die kennismaking gebeurt door lezingen, gesprekken met medewerkers en cliënten, en werkbezoeken. Tot nu toe is de voucher vooral in de regio Eindhoven ingezet. Zo waren eind april de Eindhovense wethouder Lenie Scholten, tien raadsleden en de griffier te gast bij de woonvoorziening aan de Boschdijk. Ze kregen een rondleiding, gingen in gesprek met bewoners en medewerkers en maakten kennis met de Cliëntenraad. Ook woonden ze presentaties bij over de Community Reinforcement Approach (onze leidende behandelvisie) en over trends op het gebied van middelengebruik. De reacties waren erg positief en afgesproken werd om in het najaar van 2015 een vervolg te plannen. Alle geïnteresseerde ketenpartners kunnen op maat gemaakte Novadic-Kentronvouchers aanvragen via communicatie@novadic-kentron.nl!

Medische Heroïne Unit Tilburg verhuisd

Op 24 en 25 juni is de Medische Heroine Unit in Tilburg verhuisd van de Burgemeester Suijsstraat naar de nieuwe locatie locatie Jan Wierhof. De unit is sinds 26 juni weer operationeel. In de MHU wordt naast medische heroïne ook methadon verstrekt. Voor de ingebruikname was er gelegenheid voor de leden van de beheergroep Jan Wier en wethouder Hans Kokke om een kijkje te nemen in de nieuwe ruimte. De beheergroep is nauw betrokken geweest bij de verhuisplannen en de inrichting van het terrein van de nieuwe MHU. Na de zomervakantie zal er nog een open dag worden georganiseerd voor de buurtbewoners en andere belangstellenden. Met het beheeroverleg is afgesproken dat medewerkers regelmatig een ronde door de buurt lopen. We proberen hiermee eventuele overlast tot een minimum te beperken en net als op de vorige locatie een bijdrage te leveren aan de veiligheid in de wijk.

Kentra maakt zorgafspraken met De La Salle

Kentra en Kentra24 hebben onlangs hernieuwde samenwerkingsafspraken gemaakt met De La Salle in Boxtel: een orthopedagogisch behandel- en expertisecentrum voor jongeren van 6 tot 21 jaar. Deze jonge cliënten hebben meestal een licht verstandelijke beperking, vaak gecombineerd met middelengebruik, gedragsproblemen of psychiatrische problemen. De La Salle heeft Kentra/Kentra24 gevraagd mee te denken over beleid waarmee de combinatie LVB en middelengebruik structureel aandacht krijgt. Het nieuwe beleidsdocument wordt geïmplementeerd bij behandelaars en groepsleiding. Daarnaast is vastgesteld dat uitbreiding van de samenwerking tussen Kentra/Kentra24 en De La Salle noodzakelijk is. De koppeling van de expertise van beide instellingen rondom complexe LVB- en middelenproblemen is nodig om een goed aanbod van preventie, hulp en deskundigheidsbevordering te ontwikkelen. Daarom is aan de beleidsdocumenten een bijlage toegevoegd waarin een aantal zorgarrangementen zijn beschreven.

SVP-CN intensiveert samenwerking binnen de justitiële keten

De SVP-CN (Stichting Verslavingszorg en Psychiatrie Caribisch Nederland) is op Bonaire gestart met twee initiatieven om meer activiteiten binnen de justitiële keten te ontwikkelen. Zo is met de Reclassering, Jeugdzorg, OM, Voogdijraad en politie een samenwerkingsverband aangegaan dat werkt zoals de Veiligheidshuizen in Nederland. De hulpverleners zitten echter niet in één pand: Bonaire is zo klein dat de hulpverleners elkaar sowieso regelmatig ontmoeten. Wel wordt wekelijks casusoverleg gepland. Ook met de gevangenis op Bonaire wordt intensiever samengewerkt. Er zijn afspraken gemaakt om psycho-educatie en motiverende gespreksvoering voor gedetineerden met verslavingsproblemen in te zetten. Daarnaast is afgesproken om zo vroeg mogelijk te starten met re-integratie- en resocialisatietrajecten. Om deze initiatieven uit te werken, heeft de SVP-CN onlangs twee forensische casemanagers aangetrokken. Zij worden vooralsnog vooral ingezet op Bonaire. Later wordt bekeken of activiteiten binnen de justitiële keten uitgebreid kunnen worden naar Saba en Sint Eustatius.

Theateravond ‘Who cares?‚’ opnieuw zeer geslaagd

In april werd voor de tweede keer in Den Bosch de muzikale theateravond ‘Who cares?‚’ georganiseerd. Deze theateravond, een initiatief van de Vrienden van Novadic-Kentron, is een samenwerkingsproject van Novadic-Kentron met de Will Hawkins Foundation, Koning Willem 1 College en LEF. De 150 bezoekers kregen een gevarieerd, boeiend en indrukwekkend programma te zien. Er waren drie voorstellingen over alcohol- en eetverslaving door derdejaarsstudenten van het Koning Willem 1 College, die werden omlijst door passende muziek van de Kentra24-band (cliënten en medewerkers van onze jeugdkliniek), HaroldK en het duo Thomas & Guus. Veldwerker en presentator Charles Dorpmans interviewde op indringende wijze Ralph Mohren, schrijver van de autobiografische roman Tonic, over een aan alcohol verslaafde leraar. ‘Who Cares?‚’ bleek opnieuw een schot in de roos. De theateravond kreeg ook van het Brabants Dagblad lovende kritieken. Novadic-Kentron zal volgend jaar opnieuw een ‘Who Cares?‚’-avond plannen en de mogelijkheden onderzoeken om de theateravond ook in andere delen van ons werkgebied te organiseren.

De ACRA-aanpak in de jeugdkliniek: over foute vrienden en Goed gedaan-bonnen

Hoe doorbreek je bij impulsieve jongeren de sterke impuls om genotmiddelen te gebruiken? Jongeren zijn sowieso al meer gericht op beloningen op korte termijn, dus hoe kunnen ze weerstand leren bieden aan de verleiding van alcohol, drugs, gokken of gamen? En hoe moet dat als al je vrienden ook gebruiken? Of als je in het weekend bij het uitgaan weer midden in die aantrekkelijke (maar risicovolle) wereld terecht komt? Bij Kentra24 zoeken we het antwoord op die vragen aan de hand van een zeer positieve en veelzijdige aanpak: ACRA.

Kentra24 is het onderdeel van Novadic-Kentron dat hulp biedt aan jongeren tussen de 12 en 24 jaar. We bieden alle vormen van hulp: van online hulp tot opname in de kliniek. De ACRA-aanpak (Adolescent Community Reinforcement Approach) staat daarbij centraal. Dit is een persoonlijke, positieve en toekomstgerichte aanpak waarbij we op alle gebieden in het leven van een jongere naar oplossingen en alternatief gedrag zoeken, dat uiteindelijk méér beloningen oplevert dan het oude gedrag. Hoe doen we dat?

Eigen doelen

Als een jongere in behandeling komt bij Kentra24, brengen we eerst alle problemen in kaart. De ouders, of andere belangrijke personen, worden hier zo mogelijk bij betrokken. Samen bekijken we wat slecht gaat, wat al goed gaat en op welke gebieden de jongere en de ouders verbetering willen zien: bijvoorbeeld op het gebied van opleiding of werk, familie, vrienden of hobby‚’s. Wat willen ze over drie maanden of over een jaar bereikt hebben? Wat is daarvoor nodig? Welke stappen kunnen ze daarin zetten? Ook wordt in kaart gebracht welke activiteiten de jongere plezierig vindt, en hoe die activiteiten concreet vorm kunnen krijgen.

De behandelaar ondersteunt de jongere bij het bereiken van de doelen, en traint de jongere ook bij het oplossen van problemen onderweg. Zo leert hij of zij beter omgaan met risicovolle situaties en kan terugval in oude patronen worden voorkomen.

Kleine stapjes

ACRA is een concrete aanpak: heel praktisch en altijd gericht op doelen waaraan de jongere en de ouders zélf willen werken. In kleine stapjes worden zichtbare resultaten behaald: dit geeft zelfvertrouwen en werkt motiverend om door te gaan en verder te komen. Zelfs als jongeren nog niet zeker weten of ze wel kunnen of willen stoppen met alcohol, drugs, gamen of gokken. Door de successen die worden behaald bij de eigen doelen, gaan jongeren bovendien weer wennen aan minder heftige vormen van beloning.

Samen met anderen

Met ACRA sluiten we aan bij het leven van de jongeren en hun omgeving. Niet alleen worden ouders of belangrijke anderen intensief betrokken bij de behandeling, maar ook brengen we samen met de jongere alle relaties in kaart en onderzoeken we welke van deze contacten ondersteunend en helpend zijn. Soms is het nodig contacten te herstellen of nieuwe contacten op te bouwen, soms is het beter om contacten los te laten die niet steunend of helpend zijn, zoals bijvoorbeeld gebruikersvrienden. Als een jongere ervoor kiest het contact met gebruikersvrienden niet los te laten, wordt samen met de behandelaar gekeken hoe dit contact veiliger kan worden onderhouden.

Flexibele behandeling

Onze hulp vindt meestal poliklinisch (vanuit thuis) plaats, maar als de problemen uit de hand zijn gelopen of de situatie thuis onhoudbaar is geworden, dan is een dagbehandeling of opname een mogelijkheid. Ondersteunend aan dagbehandeling kan gebruik gemaakt worden van een logeerbed, met als doel tijdelijk een veilige omgeving te bieden. Zo kan het logeerbed bijvoorbeeld ingezet worden in het weekend voor jongeren die het dan extra moeilijk hebben.

Beloningen

Gezonde beloningen staan centraal binnen de ACRA-aanpak. Binnen Kentra24 belonen we dan ook nadrukkelijk positief gedrag. Het belonen gebeurt door middel van mondelinge complimenten, complimentenkaartjes of door Goed gedaan-bonnen. Met de bronzen, zilveren of gouden bonnen kan de jongere één, vijf of tien waardepunten verdienen. Deze bonnen kunnen worden ingeleverd voor een beloning, bijvoorbeeld poolen, mountainbiken, cd‚’s of een boek. Naast deze beloningen kijken we ook naar een grotere beloning, voor als de jongere bijvoorbeeld zoveel weken clean is of zijn of haar behandeling afrondt.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over hulp bij Kentra24 of over de ACRA-behandeling? Mail ons op hulp@novadic-kentron.nl of bel ons op 073-689 90 90. Op www.kentra24.nl kunt u al onze contactgegevens terugvinden.

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!

Kort nieuws: NovaFarm-Grip, ZorgDomein en Local PASS

In deze rubriek brengen we u met enkele korte berichten op de hoogte van recente ontwikkelingen. Deze keer:

  • NovaFarm-Grip gaat zelfstandig
  • Novadic-Kentron op ZorgDomein
  • Europees project pakt problemen met drugs op lokaal niveau aan

NovaFarm-Grip gaat zelfstandig, maar blijft samenwerken met Novadic-Kentron

Als gevolg van de veranderingen in de zorg kan Novadic-Kentron de dagbesteding voor cliënten bij de zorgboerderijen van NovaFarm-Grip niet langer optimaal uitvoeren in eigen beheer. NovaFarm-Grip is om deze reden verder gegaan als zelfstandige B.V., onder leiding van een van de oud-medewerkers, Bart van den Boogaard. Zo blijft het mooie aanbod van de zorgboerderijen via NovaFarm-Grip bestaan. Novadic-Kentron kan blijven doorverwijzen naar een professionele organisatie die ook de eindverantwoordelijkheid draagt voor de zorg op de boerderijen. De boeren blijven de aansturing van de cliënten op de werkvloer verzorgen. De medewerkers van NovaFarm-Grip B.V. zorgen voor de toeleiding, evaluatie van de doelen, coaching van de boer en begeleiding van de cliënt. Omdat de zorgboerderijen van NovaFarm-Grip voor Novadic-Kentron “preferred suplier” blijven van deze vorm van dagbesteding, zal onze organisatie ook na de overname intensief met NovaFarm-Grip samenwerken. Onze behandelaars kunnen cliënten daardoor soepel en snel doorverwijzen naar de zorgboerderijen. Meer informatie vindt u op de website www.novafarm-grip.nl.

Novadic-Kentron op ZorgDomein

Vanaf 1 maart kunnen huisartsen hun cliënten elektronisch via de online applicatie ZorgDomein naar Novadic-Kentron en KentraBasis (RoderConsult) verwijzen. Dat betekent dat vanaf dat moment reguliere en verkorte toegangstijdafspraken via ZorgDomein verstuurd kunnen worden. Via ZorgDomein kan de huisarts makkelijker zien welke zorg beschikbaar is, en verloopt de verwijzing sneller, directer en eenvoudiger. De meeste huisartsen in Brabant werken al met ZorgDomein. Uiteraard kunnen huisartsen die nog niet met ZorgDomein werken, nog steeds een reguliere verwijsbrief gebruiken. U vindt hier op onze website onder Professionals en verwijzers meer informatie over. Wij zijn op ZorgDomein te vinden onder het specialisme Psychiatrie/GGZ.

Europees project pakt problemen met drugs op lokaal niveau aan

Op 5 en 6 februari vond in Breda een Europese conferentie plaats rondom de lokale aanpak van nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) en daarmee samenhangende problemen. Novadic-Kentron organiseerde deze conferentie samen met de gemeente Breda. Met nog zeven andere Europese partners vormden zij het project Local PASS dat op deze conferentie haar onderzoeksresultaten presenteerde.

Local PASS ontwikkelde een gestandaardiseerde lokale aanpak om tijdig en adequaat te reageren op nieuwe psychoactieve stoffen. De aanpak bestaat uit drie onderdelen: identificatie, risicotaxatie en inzet van interventies. Voor ieder onderdeel is een richtlijn met een overzichtelijke tool ontwikkeld.

Het is de bedoeling dat er lokaal panels worden opgericht. In die panels komen vertegenwoordigers bijeen van verschillende lokale partijen die bij drugs en drugspreventie betrokken zijn. Denk hierbij aan lokale overheid, zorginstellingen, politie, maar ook bijvoorbeeld organisatoren van dancefeesten. Signalen vanuit het werkveld over nieuwe stoffen of nieuwe trends met bekende stoffen worden verzameld in het panel. Met behulp van de drie richtlijnen en tools bepalen de panels welke stappen nodig zijn om tijdig en op een doelmatige manier te reageren.

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!

Is alcohol nou wel of niet slecht voor jongeren?

Begin december stond Nederland op zijn kop door een zeer opvallend onderzoek: neuropsychologe Sarai Boelema trok in haar proefschrift de conclusie dat alcoholgebruik helemaal niet zo schadelijk was voor de hersenen van jongeren als altijd werd gesteld. Zij vond geen verschil in cognitief functioneren tussen zwaar drinkende en niet drinkende jongeren. Deskundigen en politici buitelden over elkaar heen om hun mening te geven, waarop Boelema uiteraard weer reageerde. Nu het stof is neergedaald, blijven ouders en professionals zitten met de vraag: is alcohol nou wel of niet slecht voor jongeren? Ons antwoord: het risico op schade door alcohol is groot. Wij zetten voor u de conclusies van de discussies op een rijtje.

Het onderzoek van Boelema is een gedegen, langdurig onderzoek onder meer dan 2.200 jongeren en deskundigen (inclusief wijzelf) nemen dit onderzoek dan ook serieus. Inhoudelijke en onderzoekstechnische argumenten domineerden het debat. Wat kunnen we hieruit concluderen?

Was het onderzoek goed opgezet?

De steekproef van Boelema was zeker groot genoeg en het onderzoek was grondig en goed opgezet. Verschillende wetenschappers, waaronder dr. Jurriaan Witteman (Universiteit van Leiden), plaatsten desalniettemin wel kanttekeningen bij het onderzoek. Zo heeft Boelema niet specifiek de effecten van binge drinken onderzocht, terwijl daardoor waarschijnlijk de meeste schade ontstaat.

Schade mogelijk nog gecompenseerd door brein

Ook heeft Boelema cognitief functioneren onderzocht met tests, en niet met hersenscans. Boelema reageert hierop door te stellen dat ook in ander onderzoek meestal geen verschillen in cognitieve prestaties gevonden werden. Waar onderzoekers het over eens zijn (inclusief Boelema) is dat hersenscans wel effecten laten zien van zwaar alcoholgebruik op jonge leeftijd. Volgens Witteman is het goed mogelijk dat een aanvankelijk subtiele verstoring door het plooibare puberbrein gecompenseerd wordt, waardoor wel op scans maar niet bij tests iets van de schade te merken is. Het is mogelijk dat bij voortzetting van het (binge) drinkgedrag de schade niet meer gecompenseerd wordt en cognitieve schade in een later stadium ook met tests is vast te stellen.

Ten slotte stellen verschillende deskundigen dat in andere onderzoeken wel negatieve effecten op de hersenen van jongeren aangetoond worden, en dat dit ene onderzoek (hoe gedegen ook) gezien moet worden in het licht van alle andere onderzoeken.

Conclusie: alcoholgebruik door jongeren lijkt niet meteen tot verminderde prestaties op cognitieve taken te leiden. Omdat hersenscans echter wel effecten laten zien, is het mogelijk dat schade pas later zichtbaar wordt, of dat met name binge drinken schadelijk is. Aanvullend onderzoek bij jonge, zware en binge drinkers, waarbij over een lange periode metingen worden gedaan met zowel (gevoelige) tests als hersenscans, is noodzakelijk.

Novadic-Kentron blijft (wetenschappelijke en andere) ontwikkelingen in de gaten houden, maar ziet vooralsnog geen reden om afstand te doen van het standpunt dat alcohol zeer waarschijnlijk wel schadelijk is voor de zich ontwikkelende hersenen.

Andere alcoholgerelateerde schade

Maar alcohol heeft niet alleen mogelijk effecten voor cognitief functioneren:

  • Er is een sterke relatie tussen alcoholgebruik op jonge leeftijd, en verslaving op latere leeftijd. Hoe jonger begonnen wordt met drinken en hoe meer wordt gedronken, hoe groter de kans op alcoholverslaving.
  • Er is een sterke relatie tussen alcoholgebruik door jongeren en de kans op agressie en ongelukken.
  • Alcohol is kankerverwekkend en schadelijk voor alle belangrijke organen. Hiervoor is geen veilige ondergrens: zo is er ook bij matig drinken bij vrouwen een verhoogd risico op borstkanker. Alcohol vergroot ook de kans op een aantal andere vormen van kanker, met name kanker in de mond, keelholte, strottenhoofd, slokdarm en darmen. Daarnaast is er een hoger risico op een groot aantal lichamelijke en psychische aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, maag- en darmklachten, leverziektes, seksuele problemen, angsten, depressie en slapeloosheid. Alcohol staat op de vierde plaats van factoren die gezondheidsverlies (ziekte en sterfte) veroorzaken.

Dus… is alcohol nou wel of niet schadelijk voor jongeren?

Is alcohol nou wel of niet schadelijk voor jongeren? Het antwoord hierop is luid en duidelijk: het risico op schade door alcohol is hoe dan ook groot. Die risico‚’s zijn aanzienlijk groter voor kwetsbare groepen zoals jongeren. Novadic-Kentron staat dan ook volledig achter maatregelen die alcoholgebruik terugdringen en achter de verhoogde minimumleeftijd. In West- en Noordoost-Brabant wordt dit vorm gegeven in het alcoholmatigingsproject Think Before You Drink. Novadic-Kentron (Preventie) is hier naast de GGD en gemeenten een belangrijke partner. Meer weten? Stuur een mail naar preventie@novadic-kentron.nl!

Verder lezen…

De effecten van alcohol en drugs

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!

De ins en outs van GHB: alles wat je moet weten over deze gevaarlijke drug

Hoewel GHB in aantallen gebruikers een kleine positie inneemt in Nederland, is het wel een middel dat de laatste jaren opvallend veel aandacht heeft getrokken. Als “date rape drug”, als “ideale drug” en de laatste tijd steeds vaker als sterk verslavend en levensgevaarlijk middel. Hoe zit dat nou eigenlijk? Wat is de waarheid rondom GHB? Wat is het, hoe werkt het, en waarom is de reputatie van dit middel zo gekelderd? Wilt u de ins en outs weten van GHB? Lees dan verder!

Wat is GHB?

GHB staat voor gammahydroxyboterzuur en komt (ook bij niet-gebruikers) in zeer kleine hoeveelheden voor in het menselijk lichaam. De concentratie is echter zo laag, dat volgens internationale standaarden de stof niet als “lichaamseigen” kan worden gezien.

GHB kan relatief eenvoudig zelf worden gemaakt, met ingrediënten die gemakkelijk via internet te bestellen zijn, zoals GBL (een industrieel schoonmaakmiddel) en natronloog (gootsteenontstopper). GHB bestaat in poedervorm, maar komt het meest voor als een stroperige, kleurloze vloeistof. GHB heeft een verdovende werking op het centrale zenuwstelsel en geeft een ontspannen gevoel; ook werkt GHB seksueel stimulerend.

Waar komt GHB vandaan?

GHB werd in de jaren zestig van de vorige eeuw ontwikkeld in een laboratorium, en werd (medicinaal) gebruikt als slaap- en verdovingsmiddel. Vanwege de bijwerkingen werd GHB echter nooit op grote schaal toegepast.

Date rape drug?

Gaandeweg deed GHB zijn intrede in het uitgaansleven. De drug werd in eerste instantie vooral gebruikt in de gay en kinky scene vanwege zijn lustopwekkend effect. In de jaren negentig werd het bekend als “date rape drug”: een middel dat stiekem in een drankje wordt gedaan om een slachtoffer te verdoven en te kunnen dwingen tot seks. Onderzoek lijkt er echter op te wijzen dat GHB slechts sporadisch werd gebruikt met dit doel.

Ideale drug?

GHB is door gebruikers lang gezien als “ideale drug”: het vergroot je zelfvertrouwen en libido, het is goedkoop, makkelijk te verkrijgen, makkelijk te verbergen (ziet eruit als water) en je houdt er geen kater aan over. Het gebruik is de laatste jaren dan ook sterk gestegen, onder zeer diverse groepen: zowel thuis als in het uitgaansleven, onder jongeren en volwassen gebruikers, hoog en laag opgeleiden en zowel in de stad als op het platteland. We zien in het recreatieve gebruik nog geen daling. GHB wordt bovendien steeds vaker gebruikt als bijmiddel om een roes te verlengen (bij xtc) of te dempen (bij speed). Door de sterke stijging van het aantal gebruikers steeg ook het aantal incidenten en hulpvragen, en werd bekend dat het middel zeer grote risico‚’s heeft.

Waarom is GHB zo gevaarlijk?

Elk genotmiddel kan ongewenste effecten hebben. GHB kan misselijkheid, duizeligheid, een slap gevoel in de spieren en stuiptrekkingen in gezicht, benen en armen veroorzaken. Maar wat GHB echt (levens)gevaarlijk maakt, is dat het zeer moeilijk te doseren is. Het verschil tussen een werkzame dosis en een overdosis is buitengewoon klein. Bij een overdosis kan al gauw bewusteloosheid of zelfs een coma optreden, waarbij de ademhaling kan worden onderdrukt (zeker in combinatie met andere middelen zoals alcohol).

Ook is GHB zéér verslavend. Al na enkele weken frequent gebruik kan de GHB-gebruiker afhankelijk worden. Omdat GHB maar kort werkt, moeten afhankelijke gebruikers elke twee tot vier uur – dag en nacht – een nieuwe dosis innemen om onthoudingsverschijnselen te voorkomen. Die onthoudingsverschijnselen vormen een andere reden waarom GHB zo gevaarlijk is: bij plotseling stoppen met GHB kunnen namelijk zéér ernstige en zelfs levensbedreigende complicaties optreden, met delirium, toevallen, verhoogde bloeddruk en hallucinaties. Zelf, zonder begeleiding, stoppen met GHB wordt dan ook ernstig afgeraden.

Hoe wordt GHB-verslaving behandeld?

Het aantal GHB-verslaafden dat zich laat behandelen is relatief klein, maar is de afgelopen jaren wel sterk gestegen. GHB-verslaving is moeilijk te behandelen en de terugval in gebruik is hoger dan bij de meeste andere verslavende middelen, zoals alcohol, cannabis of cocaïne.

De behandeling begint met een detoxificatie waarbij gebruikers op veilige manier en zonder ernstige complicaties met GHB-gebruik stoppen. Novadic-Kentron gebruikt een hiervoor speciaal ontwikkelde methode waarbij de gebruiker overgaat op medicinale GHB, die vervolgens langzaam wordt afgebouwd. Deze afbouw duurt meestal twee tot drie weken. De detoxificatie is maar een heel klein deel van de behandeling; veel mensen hebben namelijk grote moeite om een normaal leven zonder GHB te leiden. Tijdens de behandeling wordt dan ook gewerkt aan het omgaan met “zucht”, het herstellen of creëren van een gezond sociaal netwerk, zinvolle dagbesteding, het oppakken van psychische problemen en andere zaken die van belang zijn in het leven van de cliënt.

Om de hoge terugval te verminderen, werkt Novadic-Kentron momenteel samen met hulpverleners, cliënten en wetenschappers aan het ontwikkelen van nieuwe behandelingen voor GHB-verslaving.

Verder lezen…

GHB-verslaving

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!

Zorg Innovatie Centrum: waar verslaafden hun vooroordelen overwinnen en professionals leren van studenten…

In het Zorg Innovatie Centrum (ZIC) maken studenten de dienst uit. Natuurlijk wel onder begeleiding van professionele begeleiders, maar het is hier niet zo dat een leerling verlegen meekijkt over de schouder van een doorgewinterde behandelaar. Nee, de studenten runnen de hele behandelafdeling, voeren gesprekken met de cliënten, zijn hun persoonlijke begeleiders, nemen controles af en dienen medicatie toe. En ja, dat is voor studenten én voor cliënten soms best even wennen. Niet eens vanwege vooroordelen van studenten ten aanzien van verslaafden, maar eigenlijk juist andersom‚Ķ

Het Zorg Innovatie Centrum is niet alleen maar een mooie naam voor een leerschool. Natuurlijk is scholing wel een belangrijk doel van het ZIC. Er is ruimte voor vijfentwintig studenten die hier hun opleiding met werken combineren of hier een half jaar tot een jaar stage volgen. Hun achtergronden zijn heel gevarieerd: ze volgen verschillende opleidingen (verpleegkundige, sociaal-pedagogische of zelfs sportopleidingen), op verschillende niveaus (mbo, hbo) en in verschillende leerjaren. Ook ervaringsdeskundigen worden hier opgeleid.

Chaotisch

Laurie (22) zit in het tweede leerjaar van de opleiding mbo-v en combineert al anderhalf jaar leren met werken in het ZIC. En dat bevalt haar heel goed. Laurie: “In het begin van het schooljaar is het wel chaotisch met veel nieuwe studenten, maar je vindt hier vrij snel je weg. Je moet ook wel. Er wordt veel zelfstandigheid van je verwacht, je moet zelf dingen oppakken en ondernemen. Dat spreekt mij heel erg aan.”

Juist door studenten meteen zeer actief te betrekken bij het hele behandelproces, kan Novadic-Kentron innovaties in de zorg doorvoeren. De studenten nemen immers uit hun opleidingen de laatste methodes en kennis mee, ze zijn erg enthousiast en hebben volop ideeën over hoe het beter kan.

Van vragenrondje naar spelletjes

Laurie: “We hebben veel inspraak en er wordt echt naar ons geluisterd. Initiatieven waar wij mee komen, worden vaak overgenomen en geïmplementeerd. Zo hebben we de dagopening en –sluiting veranderd. Dit was eigenlijk niet meer dan een soort vragenrondje aan cliënten, dat was bijna een routinenummer geworden. Wij mochten dit zelf gaan invullen en hebben er veel meer variatie en creativiteit ingebracht. Zo werken we nu met spelletjes, het uitdelen van complimenten, discussies… Zo is dit onderdeel nu veel veelzijdiger en efficiënter geworden.”

Sporten en somatische klachten

Als de nieuwe werkwijzen in pilots op het ZIC beproefd zijn, kunnen ze ook op andere afdelingen van Novadic-Kentron ingevoerd worden. Daarnaast leveren ook de opdrachten en onderzoeken die studenten in het kader van hun opleiding uitvoeren, veel nuttige informatie op. Zo kunnen bepaalde vraagstukken worden opgepakt. Nu het aanbod sportactiviteiten bijna helemaal is wegbezuinigd, is het bijvoorbeeld heel nuttig om te weten hoe sport bijdraagt aan het herstel van een verslaafde, en hoe je als organisatie het sporten toch nog verantwoord kunt faciliteren. Ook thema‚’s zoals het betrekken van naasten bij de behandeling of het aanpakken van somatische klachten bij oudere cliënten kunnen zo worden onderzocht.

Schuilen achter het professionele team

Laurie: “Dat je zoveel bij kunt dragen en een kans krijgt om de zorg mee te ontwikkelen, is heel erg leuk. Maar het vraagt wel een bepaald type student. Je kunt niet schuilen achter het professionele team. Je moet initiatief willen nemen, creatief en ondernemend zijn. Maar je moet ook assertief zijn en zelf goed je grenzen en je eigen doelen bewaken.”

Schrikken

Dat geldt gelukkig voor het gros van de ZIC-studenten. De meeste studenten kiezen hier ook heel bewust voor. Ze solliciteren zelf naar een leer-werkplek, en in de selectie wordt ook goed gekeken of er een match is. Alleen bij stages zijn studenten soms minder goed voorbereid en komt het voor dat ze schrikken. Bijvoorbeeld als een verpleegkundestudent niet zelf de stageplek uitzoekt, maar hier wordt geplaatst. Zo‚’n student heeft dan ervaring in een ziekenhuis, maar hier bestaat het werk natuurlijk niet zozeer uit medische handelingen zoals wondverzorging, maar liggen de handelingen op het vlak van geestelijke gezondheid. Gesprekken en reflectie zijn aan de orde van de dag, maar dit ligt niet iedereen. Aan de doelgroep ligt het echter zelden; hoeveel vooroordelen er ook heersen over verslaafden, bij de studenten die hier komen werken, leven die nauwelijks.

Vooroordelen over studenten

Andersom is dat soms wél het geval! Cliënten die bij het ZIC in behandeling komen, hebben soms wel vooroordelen over studenten. Die willen liever geholpen worden door een “echte” behandelaar. Vooral oudere cliënten hebben hier meer moeite mee. Toch gaat het na verloop van tijd bijna altijd goed: in vier jaar ZIC is er slechts één cliënt geweest die wegging omdat hij per se niet met studenten te maken wilde hebben. Nagenoeg alle cliënten merken na een tijdje dat ze niet alleen goede zorg krijgen, maar dat de behandeling door studenten ook voordelen heeft.

“Kom maar bij mij oefenen”

Laurie: “De meeste cliënten vinden het prima, en er zijn ook cliënten die het heel leuk vinden om de studenten te helpen iets te leren. Zo was er een cliënt die injecties moest krijgen vanwege trombose. Die zei: ‘Oh, kom maar bij mij oefenen met het zetten van spuiten.‚’ ”

Het enthousiasme en de betrokkenheid van de studenten bevalt de cliënten ook goed. De studenten die met opdrachten of onderzoek bezig zijn, stellen andere vragen en betrekken ook nadrukkelijk cliënten bij het meedenken over wat werkt en niet werkt op de afdeling.

Na vier jaar Zorg Innovatie Centrum kunnen we dan ook de conclusie trekken dat het ZIC voor alle partijen voordelen heeft: De studenten hebben een leer-werkplek waar ze al hun vaardigheden kunnen trainen en een zinvolle bijdrage kunnen leveren. Cliënten hebben baat bij de innovaties en het enthousiasme en de goede ideeën van de studenten, en Novadic-Kentron kan de kwaliteit van de zorg verbeteren, én investeert bovendien in deskundig en prima getraind toekomstig personeel. De ZIC-studenten hebben het namelijk zo naar hun zin, dat ze hier ook vaak blijven werken ná hun opleiding.

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!

De zin en onzin van drugstesten

Recent onderzoek van het Trimbos-instituut toont aan dat het gebruik van xtc steeds verder wordt “genormaliseerd”: 60% van de uitgaanders gebruikt xtc en het taboe om zichtbaar onder invloed te zijn neemt flink af, evenals de schroom om het eigen gebruik te bespreken. Tegelijkertijd nemen de risico‚’s toe: de laatste jaren is de gemiddelde dosering MDMA (werkzame stof in xtc) ongekend hoog. Ernstige verstoringen van vitale functies zoals bloeddruk, hartslag, ademhaling en temperatuurregulatie komen vaker voor, waardoor steeds meer feestgangers zich bij de EHBO-posten op locatie melden of bij de Spoedeisende Hulpafdelingen van ziekenhuizen. Ook zijn er al dodelijke slachtoffers te betreuren geweest. Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat de maatschappelijke discussie over drugstesten op feesten en evenementen weer is opgelaaid. Klinkt zinnig, maar is het dat ook?

Als expert op het gebied van verslaving en verslavingszorg mengt ook Novadic-Kentron zich in deze discussie. Drugsexpert en coördinator DIMS* Charles Dorpmans was onlangs met een aantal andere deskundigen uitgenodigd voor een expertmeeting met staatssecretaris VWS Martin van Rijn. In het gesprek werd ook het testen op feesten en evenementen besproken. Onze mening: dergelijke testen hebben geen toegevoegde waarde.

De testservice in Brabant

Novadic-Kentron heeft in de Brabantse grote steden (Breda, Den Bosch, Eindhoven, Oss, Roosendaal en Tilburg) eigen testlocaties. Jaarlijks worden daar zo‚’n 1.800 pillen en poeders getest, die aangeleverd worden door ruim 1.500 gebruikers. DIMS analyseert de aangeboden monsters op samenstelling en werkzame stoffen. De testservice heeft twee taken: monitoring en surveillance. Door de testservice weten we wat er op de markt van illegale uitgaansdrugs wordt aangeboden en signaleren we snel mogelijke gevaren voor de volksgezondheid (zoals hooggedoseerde of vervuilde drugs). Als er stoffen worden aangetroffen met een direct gevaar voor de volksgezondheid, worden regionale of landelijke waarschuwingsacties opgezet (Red Alert). De testservice heeft ook een preventieve functie. Na de analyse van de test krijgen gebruikers in een persoonlijk gesprek informatie over de samenstelling van de werkzame stoffen, het gebruik en de mogelijke risico‚’s.

Nadelen van testen op feesten en evenementen

Het zerotolerancebeleid op dance-evenementen dat door de centrale overheid wordt gevoerd, is eigenlijk de grootste belemmering om weer te gaan testen op locatie. Dit is een tegenstrijdigheid die de politiek eerst zou moeten aanpakken, omdat dit de discussie vertroebelt. Daarnaast kleven er, in tegenstelling tot het testen op de DIMS-testlocaties, een aantal nadelen aan het testen van drugs op feesten en evenementen. Een van de grootste nadelen is dat er nauwelijks mogelijkheden zijn voor persoonlijk contact. De persoonlijke omstandigheden van de gebruiker – die mede de risico‚’s bepalen – en de testuitslag kunnen niet besproken worden: er is te veel lawaai, een te grote tijdsdruk en de feestganger staat al op het punt te gaan gebruiken. Bovendien zijn de analysemogelijkheden op feesten en evenementen veel beperkter. Bekende pillen kunnen in principe wel ter plaatse getest worden: die zijn opgenomen in de database van DIMS en kunnen met een zuurtest snel herkend worden. Onbekende pillen moeten echter naar een laboratorium worden opgestuurd voor nader onderzoek, wat tijdens een evenement natuurlijk weinig zin heeft.

Nadelen van drugstesten via ouders

Er zijn de afgelopen jaren nog andere initiatieven geweest op het gebied van drugstesten. Zoals het ongevraagd verspreiden van drugstesten onder ouders van kinderen tussen 15 en 19 jaar. Volendam had in 2010 de landelijke primeur, later werden in de Brabantse gemeenten Halderberge en Drimmelen plannen op dit gebied gemaakt. Die gemeenten hebben we geadviseerd van deze plannen af te zien. Dit omdat het gros van de jongeren niet gebruikt, de betrouwbaarheid van dergelijke testen laag is en zo‚’n test altijd een momentopname is, die niets zegt over de frequentie van gebruik. Maar vooral omdat zo‚’n drugstest de vertrouwensband tussen ouder en kind ernstig schaadt. En juist die band is nodig om zicht te houden op waar je kind mee bezig is en zaken bespreekbaar te maken. Een dergelijke drugstest heeft alleen zin op vrijwillige basis en met het doel de dialoog tussen ouder en kind op gang te brengen. Halderberge heeft, mede op advies van Novadic-Kentron, afgezien van het verstrekken van drugstesten. Drimmelen heeft besloten niet actief testen te verspreiden, maar ze alleen uit te reiken op verzoek van ouders. Daarvoor bleek geen animo te zijn.

Hebben drugstesten zin? Jazeker, maar dan weloverwogen ingezet, en met voldoende tijd en ruimte voor een begeleidend adviesgesprek!

* DIMS = Drugs Information and Monitoring System

Dit artikel is verschenen in onze e-mailnieuwsbrief. Wilt u deze ook ontvangen? Meld u dan hier aan!