Privacy en bejegening

Familie en vrienden zijn vaak betrokken bij cliënten in de geestelijke gezondheidszorg. Soms hebben ze zelf steun nodig, soms worden ze betrokken bij de hulpverlening aan de cliënt.

Het recht op zelfbeschikking en privacy van de cliënt is bij de behandeling zeer belangrijk. Dit recht is ook in de wet vastgelegd. Daarom bepaalt de cliënt in principe zelf hoe hij of zij met familie en vrienden omgaat. Vaak gaat de betrokkenheid van familie en vrienden goed, maar er zijn ook situaties waarin dit niet het geval is. Soms wil een cliënt (tijdelijk) niets te maken hebben met familie of vrienden. De hulpverleners spelen in die situaties een belangrijke rol.

Het is voor de cliënt en zijn of haar omgeving belangrijk om te weten hoe wij omgaan met betrokkenheid van familie en vrienden. Daarom hebben we op basis van de wetgeving de nota Regeling relaties Novadic-Kentron – naastbetrokkenen opgesteld. Hieronder zijn de belangrijkste punten uit deze nota samengevat. Als u de hele nota wilt lezen, kunt u die opvragen bij uw contactpersoon bij Novadic-Kentron.

De rol van familie of vrienden

In de verslavingszorg is niet alleen de relatie tussen cliënt en hulpverlener belangrijk. De omgeving van de cliënt speelt ook een grote rol. Familie of vrienden kunnen invloed hebben op de behandeling en verzorging van een cliënt, maar ook op het ontstaan van problemen. De hulpverlener kan de cliënt advies geven over de betrokkenheid van familie of vrienden, maar uiteindelijk neemt de cliënt de beslissing.

De cliënt maakt in principe zelf afspraken met familie of vrienden over hun rol. Als de cliënt niet wil dat familie of vrienden een rol spelen of informatie over de cliënt krijgen, respecteren we dat. We geven dan alleen niet-persoonsgebonden informatie: dit is algemene informatie over het beleid of de zorg van Novadic-Kentron.

Ook familie en vrienden hebben rechten: alleen met hun instemming krijgen ze informatie of worden ze bij de behandeling betrokkenen. Een hulpverlener kan ook besluiten dat er goede redenen zijn om hen niet in te schakelen.

Omgang met familie of vrienden

Uitgangspunt bij de omgang met familie of vrienden is een respectvolle en serieuze benadering. Daarnaast hebben we de volgende richtlijnen:

  • We brengen familie of vrienden op de hoogte van een opname, als de cliënt daarmee instemt. Bij voorkeur brengt een cliënt zelf zijn of haar omgeving op de hoogte.
  • Als er geen contact meer is tussen de cliënt en zijn of haar omgeving, gaat de hulpverlener bij de cliënt na wat de reden is. Als dat wenselijk is, zal de hulpverlener proberen het contact te hernieuwen.
  • De hulpverlener beantwoordt vragen van familie en vrienden zorgvuldig en met respect.
  • We vinden het wenselijk dat voor iedere cliënt een contactpersoon uit de kring van familie of vrienden bekend is. In principe maakt de cliënt hierover zelf een afspraak.
  • Als een hulpverlener vertrouwelijke informatie van familie of vrienden krijgt, geeft hij of zij deze informatie alleen met hun toestemming aan de cliënt. Zo nodig kan de hulpverlener een samenvatting van de informatie maken, waarbij niet duidelijk is waar die informatie vandaan komt. Deze samenvatting wordt in het dossier bewaard.
  • Als de behandeling gevolgen heeft voor familie of vrienden, bespreekt de hulpverlener die gevolgen met hen en betrekt hen bij het maken van afspraken. Dit kan alleen met instemming van de cliënt.

Steun aan familie of vrienden

Soms hebben familie of vrienden zelf steun nodig. We hebben hierbij de volgende richtlijnen:

  • Als familie of vrienden met instemming van de cliënt een rol spelen bij de ondersteuning (bijvoorbeeld als onderdeel van de behandeling of in verlofperiodes), dan bieden we hen het volgende:
  • emotionele en praktische steun (tijdens de behandeling van de cliënt);
  • nazorg na ernstige incidenten;
  • ondersteunende activiteiten voor het omgaan met bepaald gedrag van de cliënt.
  • We overleggen met de cliënt en familie of vrienden als er zicht is op weekendverlof, time-outperiodes (tijdelijke onderbreking van de behandeling) of ontslag en bespreken de mogelijkheden voor nazorg. Als dat nodig en mogelijk is, evalueren we het verlof met familie of vrienden en de cliënt.
  • We maken met instemming van de cliënt afspraken met familie of vrienden over wat zij doen als de cliënt wegloopt of in crisis raakt tijdens verlof, time-outperiodes of ontslag.
  • We wijzen familie of vrienden op activiteiten van familie-organisaties en zelfhulporganisaties, zoals bijeenkomsten voor kinderen van verslaafde ouders, partners van verslaafden, ouders van kinderen met verslavingsproblemen, enzovoorts.

Informatie over de cliënt en Novadic-Kentron

Voor familie en vrienden is het belangrijk dat zij informatie over een cliënt krijgen. Dit geldt zeker als zij (in overleg met de cliënt) een rol spelen bij de ondersteuning. In principe informeert een cliënt zelf familie en vrienden. Als een cliënt dit niet zelf kán doen, maar wel wil, neemt de hulpverlener deze taak over.

  • We vinden het verstrekken van goede informatie aan familie en vrienden belangrijk, maar dit mag het recht op zelfbeschikking van de cliënt niet aantasten.
  • Cliënt en hulpverlener maken afspraken over welke informatie aan wie wordt gegeven.
  • Als een cliënt niet wil dat familie of vrienden informatie krijgen, gaat de hulpverlener na waarom dit het geval is. De hulpverlener respecteert de uiteindelijke beslissing van de cliënt.
  • Familie en vrienden hebben recht op niet-persoonsgebonden informatie, dat wil zeggen: algemene informatie over het beleid en de zorg van Novadic-Kentron. Als een cliënt geen toestemming geeft voor het geven van informatie aan familie of vrienden, geven we alleen algemene informatie over de volgende onderwerpen:
    • (on)mogelijkheden van de instelling;
    • vervolg(procedure);
    • alternatieven voor hulpverlening;
    • informatierecht van familieleden;
    • klachtenregeling;
    • huisregels;
    • dossiervorming en regels voor inzage;
    • privacyreglement;
    • bewaartermijn en vernietiging van het dossier;
    • belangenbehartiging van de cliënt;
    • participatie van de cliënt;
    • participatie van de familie bij de hulpverlening.
  • Om de privacy van de cliënt te bewaken, wordt deze informatie niet gegeven door de direct betrokken hulpverleners.
  • Naast algemene, niet-persoonsgebonden informatie is er ook persoonsgebonden informatie: dit is informatie over de cliënt zelf. Als de cliënt toestemming geeft voor het geven van persoonsgebonden informatie aan familie of vrienden, kan deze bijvoorbeeld betrekking hebben op de volgende onderwerpen:
    • omschrijving van het probleem;
    • hulpverlening en therapie;
    • verwachtingen over hulpverlening/behandelduur;
    • wijzigingen van de behandelingen;
    • bezoek en verloftijden;
    • eigen bijdrage kosten;
    • reiskosten;
    • ontslagprocedure;
    • nazorg;
    • voorkomen van terugval;
  • Als een cliënt niet wil dat familie of vrienden persoonsgebonden informatie krijgen, kan dit gevolgen hebben voor de behandeling. Familie en vrienden kunnen dan geen of maar een beperkte rol spelen in het zorgproces. In het algemeen zal de hulpverlener proberen de cliënt ervan te overtuigen dat het gewenst is om familie of vrienden te informeren. Als de cliënt dat blijft weigeren, zullen we dat in principe accepteren.

Klachtenregeling

  • Familie en vrienden kunnen mondeling bij de persoon in kwestie klagen over de manier waarop de persoon met hen omgaat of over een ongewenste gang van zaken. Zij kunnen dat doen bij de direct betrokken medewerker of bij zijn of haar leidinggevende.
  • Wij hebben een klachtenregeling voor cliënten en familie of vrienden.
  • Familie en vrienden kunnen, volgens de klachtenregeling, hun klacht eventueel ook melden bij de onafhankelijke Klachtencommissie.