Hulp in de wijk effectief en kostenbesparend

Buiten de lijntjes kleuren om te doen wat nodig is

Zinvolle dagbesteding of werk, een sociaal netwerk, een stabiele woonsituatie en de financiën op orde hebben, zijn belangrijke voorwaarden voor herstel. Bij problemen worden mensen dan ook steeds vaker ondersteund op die plek waar hun levens zich ook daadwerkelijk afspelen: in de eigen wijk. Bovendien werkt deze aanpak mee aan het terugdringen van de zorgkosten. Bij hulp in de wijk is de behoefte van de cliënt uitgangspunt. Verschillende partijen werken intensief samen en doen vanuit ieders expertise wat nodig is. Dat is niet alleen gunstig voor het herstel van wijkbewoners, maar ook heel kosteneffectief: met het project Proeftuin Ruwaard is al een besparing van 2,5 ton gerealiseerd. 

Proeftuin Ruwaard voorbeeld voor gemeenten

In de wijk Ruwaard in Oss werd medio 2016 gestart met Proeftuin Ruwaard. De naamgeving maakt direct duidelijk dat er destijds nog veel ontdekt en ontwikkeld moest worden. Inmiddels heeft Proeftuin Ruwaard zijn meerwaarde bewezen en is dit project voorbeeld voor een wijkgerichte aanpak in andere gemeenten. In Den Bosch bijvoorbeeld, waar het project Thuis in Zuidoost (TIZO) gestart is. Maar ook de gemeente Breda heeft plannen om het voorbeeld uit Oss te ‘importeren’. Wat maakt dit project zo succesvol? 

Buiten de lijntjes kleuren

Novadic-Kentron is intensief betrokken bij zowel Proeftuin Ruwaard als TIZO. We brengen onze kennis en ervaring in als verslaving een rol speelt en bedenken samen met huisarts, ggz, de wijkagent, de woningbouwvereniging en welzijnsorganisaties een passende aanpak. Daarbij is het doel om te doen wat nodig is, ook als dat niet helemaal past binnen de voorgeschreven kaders. Als het nodig is, wordt dus ‘buiten de lijntjes gekleurd’.      

Geen 9-tot-5-mentaliteit

In Ruwaard werkt ervaringsdeskundige Eric Kruiswijk vanuit NK mee aan het project. Eric legt de werkwijze van de Proeftuin uit: “In de beginperiode is er veel aandacht besteed aan het opbouwen van een sluitend netwerk met korte lijntjes. Dat is niet alleen van belang om de snelheid erin te houden, maar is ook kostenbesparend. Becijferd is dat interventies van de Proeftuin een kostenbesparing hebben opgeleverd 250.000 euro: van 1,2 miljoen naar 950.000 euro. Iedere twee weken bespreken we welke wijkbewoners problemen hebben, en wie daarbij kan helpen. Samen met de hulpvrager stellen we dan een ondersteuningsplan op. De uren die hiervoor nodig zijn, worden gefinancierd via een gemeentelijke beschikking door de Wmo. Met die uren ga ik overigens flexibel om: een 9-tot-5-mentaliteit en strikte handhaving van het aantal afgesproken uren per week, botsen immers nogal met doen wat nodig is.”  

Onhoudbaar

Eric geeft een voorbeeld uit de praktijk. Eric: “Sinds een half jaar begeleid ik een man die al een jaar of twaalf verslaafd is aan drugs en daarnaast psychische problemen heeft, vermoedelijk veroorzaakt door die middelen. Zijn thuissituatie was onhoudbaar geworden en hij was zijn baan kwijtgeraakt. Dat was de concrete aanleiding voor zijn aanmelding bij Proeftuin Ruwaard. Vanuit het ondersteuningsplan was mijn opdracht hem zo spoedig mogelijk ergens anders onder te brengen. Daarvoor had ik vier uur per week. Hij heeft als tussenoplossing een ambulante behandeling gevolgd bij Novadic-Kentron. Daarna is hij in een beschermdwonentraject geplaatst.” 

Op eigen benen verder

“Zijn situatie is nu behoorlijk stabiel,” vervolgt Eric. “Hij is nu al geruime tijd abstinent, al is er af en toe wel sprake geweest van een uitglijder. Laatst had hij weer gebruikt, maar dat had hij verzwegen. Daar heb ik het uitgebreid met hem over gehad. Ik vroeg hem wie hij daarmee voor de gek hield en heb hem op het hart gedrukt om eerlijk te zijn. Hij heeft nu 36 uur per week dagbesteding, maar hij heeft de neiging om veel meer uren te werken. Hij vlucht in het werk, en juist dat vluchtgedrag belemmert zijn herstel. Ook dat is een gespreksthema: ik praat met hem over het belang van grenzen stellen. Ook ben ik met hem aan de slag om het contact met de familie te herstellen. Ik ga vaak mee op bezoek. Ik heb er alle vertrouwen in dat het uiteindelijk lukt om hem weer op eigen benen te laten staan en weer mee te laten doen in de samenleving. Zo is er al werk geregeld als hij het dagbestedingstraject verlaat. Ik ben best wel trots op wat we bereikt hebben. Het was niet altijd even gemakkelijk om met deze cliënt te werken, maar dat vind ik niet erg. Een casus kan wat mij betreft niet zwaar genoeg zijn.”