Ouderen

1. Prevalentie
2. Invloed van alcohol bij ouderen
3. Screening

1. Prevalentie

  • Het aantal 55-plussers met een alcoholhulpvraag is sinds 1998 met 130% gestegen (89% gecorrigeerd voor vergrijzing).
  • Het aandeel alcoholcliënten van 55 jaar en ouder stijgt in deze periode van 14% naar 22%.
  • De stijging is het sterkst in de laatste vijf jaar.
  • Het aandeel vrouwen blijft groeien.
  • Steeds meer verwijzingen naar de verslavingszorg vinden plaats via de gezondheidszorg. (Stichting IVZ, juni 2009)
  • Slechts een fractie van het aantal probleemdrinkers zoekt hulp. Verbetert het aanbod of wordt het hulpaanbod laagdrempeliger, dan groeit het aantal mensen in zorg.

Prevalentie bij oudere vrouwen

  • Onder de jongere cliënten met een alcoholhulpvraag is in 2007 één op de vier (24%) een vrouw.
  • Bij senioren ligt dit aantal hoger: één op de drie senioren (31%) is van het vrouwelijke geslacht. In totaal gaat het om 2.259 vrouwen. In 1998 betrof dit nog 935 vrouwen.
  • Het groeipercentage gecorrigeerd voor de groei van het aantal vrouwen van 55 en ouder komt uit op 100%, een verdubbeling.
  • Het aantal vrouwen boven de 55 jaar met een alcoholhulpvraag groeit relatief sneller dan het aantal mannen in die leeftijd. Gecorrigeerd voor vergrijzing bedraagt de groei onder mannen ‘slechts‚’ 78%.
2. Invloed van alcohol bij ouderen
  • vermindering van de GABA-erge activiteit, gecorreleerd met een toename van het aantal benzodiazepinereceptoren;
  • frequente aanwezigheid van andere ziekten;
  • kleiner distributievolume;
  • verouderend centraal zenuwstelsel blijkt veel gevoeliger;
  • reeds een slechtere leverfunctie (vaak ook door polyfarmacie).

Cognitieve functies

  • vermindering van geheugen en oriëntatie;
  • alcoholmisbruik bij ouderen kan een beginnende dementie mogelijk negatief beïnvloeden;
  • de kans op een psychiatrische aandoening wordt vervijfvoudigd.

Andere gevolgen

  • vermindering slaap, meer vallen, gedragsstoornissen, frequentere infecties, arteriële hypertensie;
  • een schijnbaar antidepressieve werking leidt tot verergering van die situatie.

Op neuropsychisch vlak vindt men

  • encefalopathie die resistent is tegen de behandeling;
  • in geval van cirrose langer durende ontwenningssyndromen verwardheid, zelfs alcoholpsychosen;
  • een associatie met de ziekte van Alzheimer, het ‘squalor syndrome‚’, een toestand van totale lichaamsverwaarlozing gedragsstoornissen gepaard met agressiviteit, verbaal geweld, eventueel leidend tot institutionalisering van deze patiënten.
3. Screening

Geriatrische versie van de Michigan Alcoholisme Screening (printversie)

Test Michigan Alcoholism Screening Test Geriatric Version (MAST-G)

  1. Hebt u na het drinken al een verhoging van uw hartritme vastgesteld?
  2. Als u met andere mensen praat, minimaliseert u dan het aantal eenheden dat u drinkt?
  3. Maakt alcohol u zo slaperig dat u vaak in uw zetel in slaap valt?
  4. Gebeurt het wel eens dat u na enkele glazen niet eet of een maaltijd overslaat omdat u geen honger meer had?
  5. Helpen enkele glazen u het trillen van uw handen of uw hele lichaam te verminderen?
  6. Ligt het aan de alcohol dat u zich bepaalde gebeurtenissen van de dag of de nacht moeilijk kunt herinneren?
  7. Houdt u zich aan principes, zoals niet drinken voor een bepaald uur van de dag of de nacht?
  8. Hebt u geen belangstelling meer in bepaalde tijdverdrijven of activiteiten die u Vroeger interesseerden?
  9. Als u ‚’s morgens wakker wordt, gebeurt het dan wel eens dat u zich moeilijk gebeurtenissen van de vorige avond kunt herinneren?
  10. Slaapt u beter na een glaasje?
  11. Verbergt u flessen alcohol voor uw familie?
  12. Hebt u zich na een vergadering of een feestje al eens beschaamd gevoeld omdat u te veel gedronken had?
  13. Bent u ervan bewust dat drinken schadelijk kan zijn voor uw gezondheid?
  14. Drinkt u wel eens een slaapmutsje?
  15. Hebt u gemerkt dat uw alcoholgebruik is gestegen na het overlijden van een naaste/dierbare?
  16. Drinkt u over het algemeen liever enkele glazen thuis dan met vrienden uit te gaan?
  17. Drinkt u nu meer dan vroeger?
  18. Drinkt u gewoonlijk iets om u te ontspannen of uw zenuwen te kalmeren?
  19. Drinkt u om problemen te vergeten?
  20. Bent u meer gaan drinken na een zwaar verlies in uw leven?
  21. Rijdt u wel eens als u te veel gedronken hebt?
  22. Heeft een arts of een verpleger/verpleegster zijn/haar ongerustheid al eens geuit over uw alcoholgebruik?
  23. Hebt u zelf al maatregelen bedacht om iets aan uw drankprobleem te doen?
  24. Als u zich alleen voelt, helpt het dan als u iets drinkt?

Vijf of meer ja-antwoorden duiden op een alcoholprobleem.