Motiverende gespreksvoering

1. Voorbeschouwing
2. Overpeinzing
3. Voorbereiding van de beslissing
4. Actieve verandering
5. Handhaven
6. Terugval

1ste Motivationele stadium – voorbeschouwing

Fase 1
De patiënt wil van zijn klachten af, maar ziet geen verband met het medicijngebruik.

Actie
Op neutrale wijze informatie verstrekken over alcohol en lichamelijke klachten.
Laat merken dat u alcoholmisbruik niet veroordeelt en een open gesprek mogelijk is.
Blijf alert in de volgende contacten op ingangen voor het onderwerp.

2e Motivationele stadium – overpeinzing

Fase 2
De patiënt wordt zich bewust van het verband tussen problemen en medicijngebruik; “twijfelfase”: voor- en nadelen van gebruik lijken in evenwicht.

Actie
Laat de patiënt een balans opmaken van voor- en nadelen van het gebruik. Laat de patiënt dagelijks registreren hoeveel hij gebruikt, zodat er in een volgend gesprek een evaluatie kan plaatsvinden van voor- en nadelen van het gebruik in concrete situaties. Maak gebruik van de “weekkaart.”

3e Motivationele stadium – voorbereiding van de beslissing

Fase 3
De patiënt wordt zich bewust van de voor- en nadelen van gebruik. De patiënt overweegt de keuzemogelijkheden: doorgaan, stoppen of minderen en de gevolgen van elke keuze: “wil ik daar iets mee”.

Actie
Mogelijkheden doorlopen en mogelijke besluiten van de patiënt samen toetsen op haalbaarheid, mogelijke
valkuilen en copingstrategieën op een rijtje zetten.

4e Motivationele stadium – actieve verandering

Fase 4
De patiënt neemt een beslissing. De patiënt onderneemt pogingen tot verandering van medicijngebruik.

Actie
De beslissing zo concreet mogelijk formuleren en een tijdstip voor evaluatie afspreken.

5e Motivationele stadium – handhaven

Fase 5
De patiënt houdt veranderingen vol.

Actie
Consolidatie/stabilisatie: “is het gelukt? Waarom wel/niet”?

6e Motivationele stadium – terugval

Fase 6
Terugval: de patiënt valt terug naar een eerdere fase.

Actie
Zie terugvalpreventie. Benadrukken dat de terugval ook als een leermoment gezien kan worden.
Met de patiënt overwegen om voorgaand proces opnieuw te doorlopen.

Gesprekstechnieken:gesprekstechnieken motiverende gespreksvoering

Weekkaart voor de patient (om uit te printen)

Omgaan met weerstand

Tactieken om met weerstand om te gaan:

  • Benoemen: dat geeft de ander de gelegenheid te reageren en aan te geven wat zijn bezwaren zijn.
  • Erkennen: laat weten dat u begrijpt dat de ander weerstand voelt. Dat maakt dat die persoon zich gehoord voelt, wat een deel van de weerstand vaak al wegneemt .
  • Bevragen: vraag rechtstreeks naar de bezwaren zodat u daarop in kunt gaan.
  • Meebewegen en kantelen (judo): geef de ander gelijk in zijn bezwaren. Daarmee vergroot u de bezwaren eigenlijk uit. Dat is vaak ook weer niet de bedoeling, dus op dat moment zal de ander iets gaan toegeven.
  • Vermijden: ga niet in op de bezwaren. Spreek eventueel af dat u ze parkeert om er later nog op terug te komen. Gebruik deze tactiek vooral in situaties waarin het niet om een heel belangrijk punt gaat.
  • Draagvlak creëren: door draagvlak te creëren zorgt u ervoor dat de ander bondgenoot wordt van uw plannen. Dat vermindert de weerstand enorm.
  • Van weerstand profiteren: vraag hoe de patiënt vindt dat het beter kan en leer van die inzichten.