Niemand kiest bewust voor een verslaving. Vaak hebben mensen lange tijd niet door dat hun gebruik problematisch wordt. Dit komt omdat het proces meestal langzaam verloopt, over maanden of jaren. Daarbij worden drie fasen onderscheiden:
Fase 1
In deze eerste fase activeren verslavende middelen het beloningssysteem in de hersenen. Dit zorgt voor een sterk prettig gevoel. De omgeving waarin iemand gebruikt (bijvoorbeeld plekken of situaties) raakt gekoppeld aan dit gevoel. Daardoor kunnen deze prikkels later zelf al een sterke drang naar gebruik oproepen.
Verslavende middelen verstoren hiermee de natuurlijke balans in het beloningssysteem. Waar normale beloningen na verloop van tijd minder effect hebben, blijven verslavende middelen het systeem over-stimuleren.
Fase 2
Bij langdurig gebruik verandert het brein. Gewone activiteiten geven minder plezier en ook het verslavende middel zelf geeft minder effect. Tegelijkertijd nemen stress en negatieve gevoelens toe, vooral wanneer iemand stopt met gebruiken.
In deze fase verschuift het gebruik: niet meer om plezier te ervaren, maar om negatieve gevoelens of ontwenningsklachten te verminderen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel, waarbij gebruik klachten tijdelijk onderdrukt, maar op de lange termijn juist verergert. Er is sprake van een stoornis in middelengebruik, omdat het gebruik het dagelijks functioneren steeds meer beïnvloedt.
Fase 3
In de laatste fase raken hersengebieden die belangrijk zijn voor zelfcontrole en besluitvorming verstoord. Hierdoor wordt het moeilijk om impulsen te beheersen en te stoppen met gebruik. Zelfs als iemand wil stoppen, lukt dat vaak niet door verminderde controle en een sterke gevoeligheid voor triggers.
Dit wordt gezien als het klassieke verslavingsstadium. De veranderingen in het brein herstellen niet direct wanneer iemand stopt met gebruiken. Herstel vraagt meestal om een langere periode van behandeling.
In deze animatie worden de drie fasen weergegeven:
https://www.youtube.com/watch?v=vGON8FCTkRc